De gracht van Lisse boordevol rootend vlas

Jaarlijks lag in de tweede helft van augustus de Gracht vol met vlasschepen. Ook het roteren en het opzetten in kapellen van het vlas en de turfwinning komt aan de orde.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 2, april 2005

Lisse is bekend, zeg maar wereldberoemd, om zijn bloembollen. Dat is echter lang niet altijd zo geweest. Zelfs nadat de eerste tulpen naar Nederland waren gebracht, was Lisse voor de bloembollenteelt nog niet in beeld. In het arme Lisse had men andere dingen omhanden in een pogen het dagelijkse brood op de plank te brengen.
De dorpsschrijver onderkende dat en schreef: “Voorheen gaf Lisses veenderijen de turf aan onze winterhaard”. In de middeleeuwen schijnt het uitdelven en uitbaggeren van het veen inderdaad een goede bron van inkomsten zijn geweest. In 1494 wordt naast de landbouw en veeteelt het turf delven ook nog genoemd, maar enkele jaren later was de veenderij over het hoogtepunt heen en richtte men zich voornamelijk op de veeteelt.
Ook vlas was hier bekend. Jaarlijks lag in de tweede helft van augustus de (nu gedempte) Gracht vol ‘vlasschepen’. Dat vlas werd door kooplieden als Johannes van de Vijver en Leendert Suyker op de wal aan de meest biedenden verkocht om daarna in de heldere duinbeken en het Haarlemmer Meer te worden ,geroot’. Door dat roten rotten de zachtere stengeldelen weg, zodat de sterke vezels overblijven. Het vlas liet men met modder of stenen verzwaard in het water zakken. Veel werd dus geroot in de Gracht. Na ongeveer drie weken is het vlas geroot en wordt het in ‘kapellen’ (schoven, vandaar wellicht de oude naam ,Kapellenwei’ voor het stuk land waarop nu nog de gebouwen van Hobaho staan) op het land gezet om te drogen.
De schoven werden veelal als brandstof gebruikt. Daar hadden schout en schepenen van Lisse echter groot bezwaar tegen, omdat zwevende, gloeiende schoven gevaarlijk zijn en ‘door achteloosheid en verzuimenisse’ grote brand konden doen ontstaan, ‘indien niet door Gods genade de begonnen brand tijdelijken waard uitgeblust’. Het is omstreeks 1770 verkeerd gegaan met de vlasserij in Lisse…

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

OORLOGSDAGBOEK VAN LISSENAAR HENK VAN RUITEN

Bewerking: Hans Smulders

Nieuwsblad  Vereniging Oud Lisse.

Jaargang 4 nummer 2, april 2005

“MIJN TANTE IS IN LEVEN, VERDER HOUDT HET NIET OVER”

Henk van Ruiten was aan het begin van de hongerwinter (1944) een jongeman van 25 jaar. Hij woonde nog bij zijn ouders en zijn halfbroer Koos in de Wagendwarsstraat, tegenover De Taveerne. Zoals dat toen de gewoonte was, was hij onmiddellijk na de lagere school, de katholieke St.Jozefschool, aan het werk gegaan bij zijn vader, een bollenkweker die anderhalve bunder beste bollengrond bezat aan de Oranjelaan. Er stond een bollenschuur op en een schaftschuur. Vanaf november 1944 tot aan de Bevrijding in mei 1945 hield Henk een dagboek bij. Hij gebruikte kleine blocnotevelletjes die hij aan twee zijden met groene inkt dicht beschreef. Voor de laatste twee velletjes gebruikte hij vuurrode inkt, omdat de groene kennelijk op was. Henk van Ruiten trouwde in 1952 met Lies Jany en verhuisde in 1977, nadat het bollenland aan de gemeente Lisse was verkocht voor de bouw van de nieuwe woonwijk Meerenburgh, naar Nederweert bij Weert in Limburg. Daar had hij in 1939 zijn mobilisatie doorgebracht en in die tijd veel vrienden opgedaan. Hij woonde er tot aan zijn dood in 1998. Zijn executeur testamentair stuurde het dagboek naar het Gemeente Archief van Lisse. Een medewerker van dit archief, Erwin de Mooy, maakte een transcript van de tekst die sterk fonetisch is geschreven, omdat Henk van Ruiten niet had doorgeleerd. Uw Nieuwsblad publiceert exclusief dit dagboek, dat Van Ruiten schreef voor zijn Limburgse vrienden. Het is ingekort en bewerkt.

De eerste bladzijde van het dagboek van Henk van Ruiten. Op eenvoudige, maar daardoor boeiende manier schreef hij recht uit zijn hart op wat hem belangrijk leek. Door gebrek aan scholing schreef hij bijna fonetisch.

21 Nov. 1944 Heel Zuid- en Noord-Holland en Utrecht hebben geen licht meer. 22 Nov. Ook wij hebben geen licht meer. Je zit te turen en te gluren bij een klein petrolie-lampje. Een gezellige tijd voor de jongelui, die er een vrijer op na houden. Die kunnen nu scharrelen in het duister. Ik heb wat geprakkizeeerd en op mijn slaapkamer een jampotje vol gedaan met water en op het water heb ik fietsenolie gegoten met een drijvertje er op. Dat gaat best. Het rookt wel wat, maar dat mag hem niet hinderen. De Duitsers stelen en roven wat af! In Lisse is het verschrikkelijk. Je bloed kookt. Ik vertrouw maar op God. Die heeft het stuur in handen. 21-22 Nov. De Duitsers hebben weer razzia’s gehouden. In Den Haag haalde de Hollandsche SS de jongens uit de huizen. Ze schieten door de vloeren. 23 Nov. Ik weet dat Weert bevrijd is, ik heb het gelezen! Wat is het alledag slecht weer ! De menschen in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht krijgen geen boter meer, maar in plaats daarvan olie. Er gaat geen dag om of ik denk aan jullie allemaal. Op zaterdag 25 Nov. heeft het bij ons in de buurt gespookt. Een paar dagen eerder wisten wij, dat er in de Bollenstreek een razzia gehouden zou worden. ’s Morgens om 5 uur hoor ik een leven op de straat! Het ritselde van de Duitsers. Ik uit bed en iedereen wakker gemaakt. Gauw aangekleed. Ik had de avond tevoren de schuur achter in de tuin opengemaakt. Daar kon ik nog in komen. Ik deed de deur achter mijn hielen op slot. Naar mij konden ze fluiten. De Duitsers rammelden aan de deur en ik liet ze maar rammelen. Ik was nog geen tien minuten de deur uit of er werd hard gebeld, ze trokken de bel er zowat uit. Ze waren in enkele seconden boven, maar ze konden niet zien of er iemand in het bed had geslapen. ’s Morgens om tien uur was het afgelopen. Toen kwamen wij weer te voorschijn. Wij hebben een paar dagen bij andere menschen geslapen. Mijn broer (Koos – red.) was er een week ziek van. Hij trekt het zich teveel aan. En hij heeft ook kou gevat. Zondag 3 Dec. waren de Duitsers ’s avonds weer bezig. Ze hadden gefuifd en je begrijpt een heel beetje teveel gedronken. Ze schoten op een dame in een hoedenwinkel, dwars door de winkelruit. En op het Vierkant op een elektrische klok enzovoort. Ze moesten de andere dag toch naar het front. Op 4 Dec. zijn ze uit Lisse en omstreken vertrokken. God zij dank! Het was me een roversbende! Tot nu toe heb ik mijn fietsen nog. Allebei! ’s Middags kwamen er drie Tommies over en die gooiden bommen af. Een hoop ruiten kapot, menschen gewond en 4 doden. Wat is er toch een armoe en een hongersnood! De menschen uit de stad lopen de deur plat om eten. Ze hebben van alles bij zich om te ruilen voor voedsel. Het is al zover, dat de stadsmenschen uit Leiden, Den Haag, Voorburg met een handkar of een bakfiets naar de Wieringermeer lopen. Bij ons is het hopeloos, je kunt niets kopen, maar dan ook niets! Op 6 Dec. hebben de Duitsers razzia’s gehouden in Haarlem en Aerdenhout. Ze hebben 1400 menschen gegrepen. Van 7 tot 12 Dec. zijn er weer Duitsers in Lisse gekomen. Maar liefst 1200 man valschermtroepen.

Henk van Ruiten

Boot ondergedoken
Bij ons in Lisse is een groot bosch en dat word leeggehaald door de burgers, omdat ze geen kolen en hout meer hebben. De Duitsers zagen daar ook hout, want zij hebben zelf ook geen brandstof meer. Wij vrezen voor de bomen in onze tuin, want die ligt zo vrij, dat je ’s morgens blij bent als er niets weggehaald is of opengebroken. Onze boot heb ik laten onderduiken, want er ging geen nacht voorbij of ze waren er mee naar het bosch om hout te halen. Op 19 Dec. waren er in Lisse en omstreken weer razzia’s op fietsen. Ik was op het land aan het werk en wij hoorden het en ik heb dus mijn fiets in de schuur op het land laten staan. Lopend naar huis. God zij dank, tot op heden heb ik mijn twee fietsen nog. Je leeft elke dag in het onzekere. Het is nu zo ver, dat er voerbieten worden gegeten en aardappelenschillen. In Den Haag geven de menschen 40 cent voor één kilo aardappelschillen. 23 Dec. De Duitsers zijn in Lisse volop aan het slepen om enkele zalen te versieren waarin ze Weihnacht willen vieren. Bij ons in de straat is een groot café en daar gaan ze ook Weihnacht vieren. Zodoende hebben wij met de kerstdagen ook licht! 24 Dec. De Duitsers hebben de Weihnacht gehouden en om 12 uur ’s nachts was het afgelopen. Ik werd er wakker van. Zij gingen knap te keer. ’s Morgens om 5 uur ging ik naar de nachtmis. Toen ik terug kwam was het licht. Je had de straat eens moeten zien. Vol met braaksel van de Duitsers. Prachtig op 1ste Kerstdag! Het is al een paar dagen prachtig winterweer.

Een rustige dag, met angst
25 Dec. Een rustige dag. 29 Dec. ’s Avonds om kwart over negen een lawaai! Ik lag al op bed. Ik het bed uit. Ineens, pats! een gerinkel in de straat. Ik de straat op. Was er een V2 in Lisse op open bollenland gevallen, zo’n 1½ k.m. van ons dorp af. In het dorp een hoop winkelruiten kapot. De menschen kunnen geen ruitje meer kopen, want het is er niet. Ze zetten er een plankje voor of een schut. 31 Dec. In alle Kerken werd een brief voorgelezen over hongersnood in de steden en over de zwarthandelaren. Onmenschelijk. Het oude en het nieuwjaar hebben wij niet gevierd. Er is tegenwoordig toch niets aan, de moed raakt uit de menschen. 1 Jan. Een rustige dag. 2 Jan. Een rustige dag, met angst. 3 Jan. Een rustige dag, met angst. 4 Jan. Een rustige dag, met angst. 5 Jan. De bulletins aan de muren: mannen tussen 16 en 40 jaar moeten zich komen melden. 6 Jan. ’s Morgens hangt er blaadje onder van de verzetbeweging, dat je je niet moet melden. Op weg naar mijn werk hoorde ik, dat de burgemeester en de ambtenaren met de burgerpapieren ondergedoken zijn!!! 7 Jan. Een rustige dag met angst. Ik ben vandaag naar Voorburg geweest met de fiets, naar mijn tante , wat eten brengen. Ik ben weer goed thuisgekomen. Mijn Ouders hebben er een hekel aan, maar ik ben niet zoo bang. Ik vertrouw altijd op de H. Maria. In de stad breken de menschen het asfalt uit de straat, omdat er niets geen brandstof meer is. De bomen langs de weg zijn allang omgezaagd! Wij hadden op het land nog 16 wilgebomen staan en die hebben wij ook om moeten zagen voor de kachel. 8 Jan. een rustige dag met angst. 9, 10 en 11 Jan. Een rustige dag, met angst. In de stad willen de menschen f 2,00 geven voor 1 kg hout. Er zijn huisgezinnen die de deuren en de planken uit hun huis breken om het eten te kunnen koken en nog wat warmte te krijgen. In de centrale keukens worden al bloembollen gebruikt voor het voedsel, zelfs suikerbieten. Ze doen ook al suikerbieten door het brood en crocussen.

Zonder pardon de kogel
12 Jan. Een rustige dag, met angst. De burgers mogen niet meer in het bosch bomen omhakken. De SS houd de wacht. Je mag ook geen bomen omzagen in de straten. Als de Duitsers het zien, krijg je zonder pardon de kogel. 13 Jan. Een rustige dag. De angst der bevolking zakt. Vandaag hebben wij bloembollentaart gegeten. Het viel mij honderd procent mee. Het ruikt niet naar marsepein en het is machtig, en voedzaam. De taart is op zijn lekkerst, als hij koud is. Het is hier winterweer met sneeuw. Ik ben nu en dan op de weg, dan weer thuis aan het zagen en als het me te koud is, heb ik schrijfwerk of leeswerk of bollen schoonmaken voor de bollentaart. Die smaakt beter dan pulppannekoek of pulpbrood. Die heb ik vandaag ook gegeten, maar dat is geen eten. Ik word onjens van binnen en ik moet er ’s nachts mijn bed voor uit om naar nummer 100 te lopen. Geef mij maar een Weerter Vlaatje! 26 Jan. Een rustige dag. Erg koud. 27 Jan. De honger en de kou zijn een grote ramp. Ik kwam bij de groenteboer om aardappelen en zij hadden niets, de hele winkel was leeg. Ik zie er moord en doodslag van komen. Je kunt geen korreltje tarwe kopen. Ze vragen ijskoud f.1300 tot f.1600 gulden, maar het liefst ruilen ze voor kolen die geen mensch meer heeft. 28 Jan. Vandaag Zondag. Zij vroegen in de kerk of er menschen zijn die nog kinderen kunnen opnemen. Het gaat erom ze in leven te houden. Waar het naar toe moet, ik weet het niet. Eén ding weet ik wel, het gaat aan het front best. Dat geeft de mensch moed. 3 Febr. Alles rustig. Een zomerse dag. Er word dagelijks gestolen, hier een geit, daar een koe, daar konijnen. 4 Febr. Alles rustig. 5 Febr. Alles rustig. 6 Febr. Alles rustig. 7 Febr. Alles rustig. De Duitsers en de groenjakken gaan Lisse uit naar de zeeduinen. 8 Febr. Alles heel rustig. Je kunt op straat zien, dat de Duitsers weg zijn. Er zijn veel menschen op straat. Je ziet fietsen met luchtbanden, maar ook fietsen zonder banden rijden. Je ziet meisjes met een jongens plusfour aan! Je kunt tegenwoordig geen verschil meer zien tussen een meisje en een jongen! De Engelsen bombarderen IJmuiden. Ik ben thuis aan het delven in de grond. Dat valt niet mee op de 900 gram brood per week. ’s Avonds ga je naar bed met een waterbuik van de aardappelen. Je moet er 3 a 4 keer uit bed, je word er beroerd van.

Op 7 maart 1945 was er een razzia in Lisse

In de kerktoren
7 Maart. Er is razzia in Lisse. Ik was om 7 uur de deur uitgegaan, naar de Kerk, want het was Sint Jozefdag. In de Kerk werd gewaarschuwd. Ik bleef tot het einde van de mis en toen ging ik er uit. Maar het was niet gunstig, ze hadden al wat jongens te pakken! Ik de Kerk weer in en toen kwam er een kapelaan naar mij toe en die zei: Ga naar de toren! Ik naar de toren en daar waren meer jongens. Op het eind zaten wij met zijn zessen in de toren. Een prachtig uitzicht. Je zag de vloepers op de straat lopen, maar zij zagen ons niet. Thuis wisten ze dat ik in de Kerk zat. Ik heb van 8 uur tot 5 uur in de toren gezeten! De Duitsers hebben een heleboel fietsen, frames, banden en onderdelen meegenomen, de buit was groot.
8 Maart. 0 ja, nog wat vergeten. Donderdag 8 Maart hebben wij van het Zweedse Roode Kruis ons cadeau gehad en dat was per persoon 8 ons wittebrood en 125 gram margarine. Het smaakte heerlijk. Je zou er je tong bij inslikken! Wij zijn er uiterst zuinig mee, elke dag nemen wij er twee sneetjes van. 10 Maart. Een rustige dag, maar nu krijgen wij een beurt van de Tommies. In het bosch is een startbaan van de V2. De Tommies kwamen vandaag met enkele lichte bommetjes. Het knalt wel erg, maar de uitwerking is klein. 21 Maart. De Tommies zijn niet rustig. De hele dag, hebben zij gebombardeerd met één jagertje dat één bommetje kon meenemen. Vandaag zijn er meer dan dertig bommetje in de bollenstreek afgegooid. Huizen in elkaar en ook doden. Het is vandaag een zeldzaam zomerse dag, Vannacht om half twaalf begon het lawaai buiten. De Duitsers waren het nieuwe wapen in het bosch aan het afschieten, 5 à 6 keer. Er zijn er vier op de grond ontploft. Vandaag hebben wij weer brood gehad van het Zweedse Rode Kruis, per man 400 gram. Het was nu roggebrood, het smaakt heerlijk. 29 Maart. De NSB burgemeester heeft vandaag de benen genomen.

Startbanen de lucht in
30 Maart. De Duiters in het bosch hebben vandaag alles in de lucht laten springen, de startbanen en de wapens die niet afgeschoten waren. Het gebeurde precies om twaalf uur. De eerste klap was geweldig, je schrok best ervan. Er zijn veel ruiten kapot gegaan. In de namiddag zijn de Duitsers het bosch gaan verlaten. De burgers zijn er toen gauw heengegaan om hout te zagen. 31 Maart. Er heeft zich vanmorgen een drama afgespeeld in het bosch. Een boschwachter heeft een burger doodgeschoten. Maar de boschwachter zit nu achter slot en grendel. Ik vermoed dat het een NSB boschwachter is, want geen één boer of boschwachter heft een geweer! De Duitsers gebruiken nu pas hun geheime wapen. Dat is De Witte Vlag! Goed hè!!! 15 April. Een reuze gezellige dag gehad. Mijn zus To was jarig en zij heeft best getracteerd. De koek was vooroorlogs en de gebakjes die zij zelf gemaakt had, waren heerlijk. Het cadeau van haar beminde was schitterend: een slaapkamer ameublement en een huiskamer ameublement, allebei vooroorlogs. To was overgelukkig. Maar het jammere was dat haar wederhelft plat op bed ligt. Hij kon niet komen, maar ’s avonds is To naar hem toe geweest. 23 April. Wat is het toch hopeloos met alles. Als je nu een broodje laat bakken, dan moet je 1 kg hout er bij leveren! 28 April. De Duitsers zijn het hier zat. Ze rammelen van de honger. Ze vragen aan de burgers: Hoe staat de toestand. En als de burger zeg: Berlijn is omsingeld, dan wrijven de Duitsers in hun handen. Het gaat goed, zegt de Duitser dan. Zo moet het ook gaan voor ons. Ik heb vandaag weer in het bosch gewerkt, een stronk rooien en een goeie ook. 29 April. Het gaat reuze best in Duitsland. Berlijn wordt plat geschoten. Hitler ligt op sterven. Himmler neemt de macht over. De Tommies hebben vandaag pakketten uitgeworpen op het vliegveld Valkenburg. Zij vlogen 40 meter van de grond af.

Vuiltje uit de tuin
1 Mei. Dag van de arbeid! Hitler is dood (Een groot vuiltje uit de tuin is opgeruimd). 4 Mei. ’s Avonds was ik thuis. Het werd negen uur. Een rumoer op straat! Ik zeg: Ik geloof vast dat wij vrij zijn. Ik de weg op en, jawel, het was om kwart voor negen doorgekomen, dat Nederland vrij is. HOERA! HOERA!
5 Mei zaterdag. ‘sMorgens vroeg naar de Kerk om God bedanken voor het behoud van ons Vaderland en voor mijn eigen leven. De Kerk was om half zeven stampvol. Alle menschen zijn zo blij! Vandaag werd ik geroepen door een van de meisjes bij wie mijn zus dient. Of ik zo goed wilde zijn om de fietsen in orde te maken. Had ik me daar 4 fietsen op te knappen! Henk aan het werk, dat begrijp je. Ik had het best van eten en drinken en roken en toen ik klaar was, kreeg ik een worstje en een klein roggebroodje en een paar kilo erwten. Ik was de prins te rijk en ik was blij dat ik voor thuis wat mee kon brengen. Moeder was groos, toen ik het haar gaf . We hebben vanavond pannekoek gegeten en een vooroorlogse wijn gedronken. Daar kun je beter op slapen. Ik heb vandaag mijn nieuwe fiets weer gebruikt. Hij glimt nog schitterend, je kwijlt ervan! De Lissese burgemeester en de ambtenaren zijn vandaag ook weer boven water gekomen.
Verder, heel Nederland Vlagt (Rood-Wit-Blauw) en Duitsland mag halfstok vlaggen.
LEVE DE VRIJHEID! LEVE DE KONINGIN!

Schieten in het wilde weg
6 Mei. De Engelsen zouden vandaag Zuid-Holland komen bezetten, maar ik heb ze nog niet gezien. De ondergrondse staat hier op wacht. De Duitsers zijn vanavond om 10 uur weggegaan. Ze waren erg kalm, maar vanmorgen zijn er auto’s voorbij gekomen met furieuze Duitsers erin en maar schieten in het wilde weg. 7 Mei. Vrijheid, Blijheid. De Tommies hebben weer volop gevlogen om voedsel te brengen. De N.S.B.-ers van Lisse zijn vandaag opgehaald, vrouwen en kinderen ook. En de moffenmeiden hebben ook een baard gehad. Die zijn kaal geknipt. Laat ie goed zijn!!! 8 Mei. Vrijheid, Blijheid. De Canadezen heb ik vandaag de gezien! ’s Avonds muziek door het dorp en alles liep mee. Wij hadden de grootste lol, dat begrijp je. Wij liepen door elke straat en als wij bij een huis kwamen waar een moffenmeid woonde, dan riepen wij allemaal: Kaal, kaal, kaal! En bij het huis van een NSB-er: Hooi, hooi, hooi! Het was prachtig weer. Leve de vrijheid. Leve de Koningin! 12 Mei. Gecostumeerde optocht door het dorp, vreugdevuren en vuurpijlen. Het krioelde van de menschen in Lisse. Vandaag hebben we voor het eerst wat gehad van de vliegtuigen: margarine, wat eigeel, wat echte chocoladetabletten en een blik met spek. Het was heerlijk! 13 Mei. Zondag. Vandaag ben ik naar Voorburg geweest naar mijn tante. Onderweg pech gehad: een lekke band in Sassenheim en verder vijf spaken uit het voorwiel van mijn nieuwe fiets. Mijn tante maakt het nog goed en gezond. Erg slecht gehad, zei ze, maar we zijn er gelukkig overheen. Mijn tante heeft ook aardappelschillen gegeten en suikerbieten. Ze is in leven en verder houdt het niet over. 16 Mei. Een heleboel mensen hebben dysenterie. Ik ben vandaag ook helemaal niet goed in mijn buik. En aan de diarree. Ik crepeerde van de pijn. ’s Avonds is het gelukkig een beetje gezakt. 19 Mei. Vandaag per man neen half pond boter gehad. Je voelde je ineens rijk. 20 Mei. Pinksterfeest .Prachtig weer. Ik ben erg nieuwsgierig hoe jullie het maken. Hier eindigt mijn dagboek. Het offer heb ik volbracht. Ik hoop dat jullie kunt begrijpen wat wij meegemaakt hebben.

De Laatste bladzijde: Het offer heb ik volbracht

 

De boeiende geschiedenis van Nicolaas Dames deel 3

De periode van 1890 tot 1900 wordt besproken. De tijd waarin van der Horst en Dames verhuisden van Heemstede naar Lisse en de beëindiging van de samenwerking

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 2, april 2005

VAN DER HORST EN DAMES ZOEKEN SAMEN FORTUIN
De vorige keer vertelden we dat kweker Gerrit van der Horst in de voorste gelederen was te vinden als het ging om het vervroegd in bloei trekken van hyacinten. Met in zijn onmiddellijke nabijheid Nicolaas Dames, wiens vakmanschap en inzicht alom werden gewaardeerd. We spreken dan over de periode van af pakweg 1890 tot kort na 1900.

Gerrit van der Horst verplaatste zijn bedrijf naar Heemstede en maakte daar kennis met Nicolaas Dames. Deze was daar geboren, de zoon van een bloembollenkweker, uit een geslacht dat vele vakgenoten leverde. Hij was ouderloos en naast het bezit van een kleine bloembollenkraam en niet geheel van kapitaal ontbloot, ofschoon dit niet zo bijzonder van betekenis was. Nu meenden beiden dat samenwerking tot verbetering van hun positie kon leiden. Daarbij kwam nog dat Dames een tuin in huur had, die groot genoeg was om voor beider kraam te kunnen kweken.

Het eerlijke woord
De vennootschap werd aangegaan, geen N.V., dat was toen nog geen gebruik. Nog veel minder werd een notarieel contract opgemaakt. Alles ging op het eerlijke woord en alles ging voornamelijk op raad en advies van de in het vorige artikel al genoemde heer Melman. Deze laatste was tevens de bankier van de nieuwe firma “Van der Horst en Dames”. De bedoeling was dat elk der firmanten op zijn beurt naar Amerika zou gaan om bloembollen te verkopen. De kennis der taal was voor hen geen bezwaar, want beiden hadden in hun jeugd engels geleerd. Dat was in die jaren een vrij algemeen gebruik. De jongelieden die in het vak kwamen, leerden allen zonder uitzondering de taal, om later in het land der dollars hun fortuin te zoeken. Voor de bijverdiensten hield Van der Horst zijn betrekking bij de firma J.W. Paardekoper & Co. als reiziger op Duitsland aan. De eerste reis maakte Van der Horst met goed succes. De firma kreeg terstond een goede naam, maar dan ook uitsluitend bij de vakgenoten; zij kochten en was het nodig dan betaalden zij, tegen een billijke korting, zelfs contant. Hun bankier, die over geld kon beschikken, had kapitaal. Het spreekt bijna vanzelf dat ook hun kraam onder deze omstandigheden aanzienlijk werd uitgebreid. Het tweede jaar ging Dames naar Amerika en breidde daar de zaken nog wat meer uit.

Andere gewassen

Dit was een van de redenen waarom de firma ook begon met de teelt van tulpen en andere gewassen. Het volgende jaar, in de herfst van 1892, trok Van der Horst weer naar Amerika en aanvankelijk verkocht hij daar veel meer dan de beide voorgaande jaren. Al zijn brieven waren opgewekt en vol goede moed voor de toekomst. Toen kwam er echter een kink in de kabel. Zijn echtgenote, die een zeer zwakke gezondheid had, was van Heemstede tijdelijk naar Beverwijk verhuisd om bij haar ouders te gaan vertoeven, zolang haar echtgenoot op reis was. Dit werd voor haar gezondheid gedaan, maar ook omdat dit voordeliger was. Aan onnodig geld uitgeven had Van der Horst een bijzondere afkeer. Hij was op de terugreis naar het vaderland, toen zijn echtgenote ernstig ziek werd. Op voorzichtige wijze werd hij daarvan in kennis gesteld. Maar deze voorzichtige wijze baatte niets. Hij ontving die tijding in New-York, verkocht daar zijn plaatsbewijs op een der Nederlandse schepen, om met een snelvarende boot via Plymouth naar Nederland terug te keren. Telegrafisch gaf hij daarvan kennis aan zijn vennoot.

Onrust
Op 19 maart 1893 overleed zijn echtgenote en ofschoon de kans zeer klein was dat hij nog tijdig genoeg zou aankomen, werd het stoffelijk overschot tot 24 maart boven aarde gehouden. Zeer verstandig had de heer Dames, die alle zorgen op zich genomen had en dit op zijn eigen kalme, goed overlegde wijze regelde, van het overlijden geen bericht gezonden. Men kan zich wel enigszins de gemoedstoestand van de echtgenoot voorstellen. In het bezit van de zo zeer gewenste bestellingen, vol verwachtingen aanvaardde hij de thuisreis. De avond voor de begrafenis kwam er een telegram bij Dames aan waarin stond dat Van der Horst de volgende morgen in Haarlem zou aankomen. Door onrust gedreven nam Van der Horst evenwel in Rotterdam de trein. Die stopte echter niet in Haarlem, zodat hij er pas in Amsterdam uit kon. Hier ontmoette hij zijn zwager die niet wist of zijn vrouw overleden was of nie! De hoop herleefde. Hij had zich de hele reis voorgesteld dat zijn vrouw gestorven zou zijn en hij begon nu te hopen haar nog in leven te zullen vinden. In Haarlem aangekomen kwam zijn compagnon met enige vrienden hem per rijtuig afhalen om hem naar Beverwijk te brengen. Het bericht van het overlijden schokte hem zeer en men bracht hem rechtstreeks naar de door hem zo zeer beminde echtgenote. Hij die reeds de eerste stap gezet had op de ladder der maatschappelijke vooruitgang en zich verheugde zijn vrouw deelgenoot te kunnen maken van hun beider geluk, zag op dat ogenblik al zijn verwachtingen de bodem ingeslagen.

Geestkracht
Zij die meenden dat de geestkracht van Van der Horst voor lange tijd geschokt zou zijn, hadden zich deerlijk vergist. Met gelatenheid legde hij zich neer bij de wil van Hem, die Heer is van leven en dood en na enige weken bleek Van der Horst dezelfde geestkrachtige man te zijn, waarvan hij altijd blijk had gegeven. Het jaar waarin het treurige feit voor Van der Horst plaatsvond, was het laatste waarin hij voor de firma J.W. Paardekoper & Co. op reis naar Duitsland ging. Met de geestkracht hem eigen, legde hij zich toe op de uitbreiding van de handel en kwekerij van de firma van der Horst & Dames. Vooral de kwekerij eiste beider toewijding en men besloot dus deze te verplaatsen naar Lisse. Deze verplaatsing ging met nog al wat moeilijkheden gepaard. De eigenaar van de tuin wilde van een verbouwing van de boerderij niets weten. Zij mochten er aan veranderen wat zij wilden, maar voor eigen rekening. Daarbij kwam nog dat elke verandering een verbetering moest zijn en deze bleef na het beëindigen van de huurtijd het eigendom van de verhuurder. Ook moesten zij elk huurjaar voor de aanvang daarvan de jaarlijkse pacht betalen. Of zij hier te doen hadden met plaatselijke naijver, dan wel met een zeker soort wantrouwen, is niet bekend. De bezwaren werden echter wel gemakkelijk overwonnen, want hun bankier, de heer Melman, opende zijn kas en daaruit kon de firma vrijelijk putten. De ondernemers begonnen met in het dak van de boerderij dakvensters aan te brengen, ramen werden er in gebouwd en ook schoorstenen. Er werd een gebouwtje neergezet dat dienst deed als kantoor en bergplaats van geholde en gesneden bollen. Ook kleine partijtjes van fijne tulpen vonden daar hun bergplaats. En toen begon de nieuwe cultuur van hyacinten.

Holkamer
Het was een vreemde aanblik. In de zomermaanden werd met geopende ramen de schuur verwarmd. En in de zogenoemde holkamer heerste een bijna tropische warmte. Aan belangstelling geen gebrek natuurlijk. Met de hem eigen openhartigheid vertelde Dames, die meer in hoofdzaak de leider van de kwekerij was, aan elk die het weten wilde, het hoe en waarom zij de bollen zo behandelden. Laat in het najaar zag men daar dan de geholde bollen waarvan de zich daarin bevindende jonge bolletjes groter waren dan bolletjes die na een jaar groeien in de bol zouden ontstaan. Het ei van Columbus was, wat de hyacinten betrof, door hen gevonden. Ook hadden zij met Kerstmis door Van der Horst vervroegde hyacinten in volle bloei. Navolgers waren er vrij spoedig in verschillende plaatsen van de bloembollenstreek. Maar er waren ook meerderen, en vooral onder de exporteurs, die al die nieuwigheden met een schouderophalen beoordeelden en veroordeelden. En er waren er zelfs enkelen die, bij de aankoop van hyacinten, de bepaling maakten dat zij niet gestookt mochten zijn en dit zelfs op hun koopbriefjes noteerden… Tot op zekere hoogte was het prepareren dus uitgevonden en daarmee is men in het bollenvak vandaag de dagzover dat het gebruik van geprepareerde hyacinten vrij algemeen is.

Eigen weg

De tijd was echter aangebroken dat Dames en Van der Horst elk hun eigen weg zouden gaan. Zonder een kwaad woord overigens, want zij zijn altijd vrienden en zeer goede collega’s gebleven. De verdeling van de kraam ging op zeer eenvoudige wijze. Elke partij werd door een draad in tweeën verdeeld en door het opgooien van een gulden werd uitgemaakt, wie de rechter of de linkerpartij zou hebben. Op dezelfde wijze werd de tuin verdeeld, ook de schuur. Maar elk der firmanten kocht er een tuin bij en konden zo hun kwekerij uitbreiden, elk naar zijn keuze. Nu ontplooiden bij beiden hun aangeboren eigenschappen. Dames werd de kweker bij uitnemendheid en heeft het daarin bijzonder ver gebracht. Van der Horst bleef kweker van hoofdzakelijk nieuwigheden. Beiden hebben aan de vervroeging van hyacinten en tulpen het hunne bijgedragen om de kennis van het vak te vergroten.

Aan het begin van de vorige eeuw was het in de winter in bloei hebben van hyacinten iets uitzonderlijks. Vandaag de dag lijkt het allemaal zo gewoon, maar niet vergeten moet worden dat het van de kwekers veel vakmanschap vergt om de producten op het gewenste tijdstip in bloei te krijgen. Zoals voor deze vak expositie van 16 februari jongstleden!

Wordt vervolgd

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse