In 1732 telde Lisse 229 huizen en een molen

Het buurtje op de hoek Heereweg en 2e Poellaan heette de Griebus. Het was eerder berucht dan beroemd. In 1544 was de oppervlakte in Lisse 1529 morgen groot.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 2 april 2006

De vorige keer begonnen we aan de hand van Mattheus Brouerius van Nidik, R.G. en Isaac le Long een wandeling door Lisse. Startend in het noorden. In het boek “Kabinet van Nederlandsche en Kleefse Oudheden” schrijven ze:…
“Volgens de algemeende lijst van alle mede-betalende landen, onder het Heemraadschap van Rhijnland, en die met uitwateren, is het dorp dertien honderd negen en dertig morgen en dertig roeden groot; maar volgens de lijst der morgentalen en zekere overeenkomst tusschen eenige Rhijnlandse dorpen, met voorkennis van Burgemeesteren van Leiden en de Dijkgraaf en hoge Heemraden van Rhijnland, getroffen den 8 february van het jaar 1549, ten overstaan van de Heren Gerrit van Assendelft, Ridder en Kornelis Smit, als commissarissen bij den Hove van Holland hiertoe afgezonden, werd het ambagt van Lisse gesteld op negen honderd twee en dertig morgen en twee en een half hont. Bij de nieuwe meeting, in het jaar 1544, werd het groot bevonden vijftien honderd negen en twintig morgen, en den 3 Februari des jaars 1549, maakte men eene schikking, waarbij het voortaan in de gemeende landslasten en onkosten van Rhijnland zou moeten betalen voor dertien honderd morgen. Volgens de lijst der verpanding van het jaar 1732, zijn onder dit anbagt 229 huizen en een molen. Op de oude lijst van het jaar 1632, zijn er slechts 148 gebragt…”.
Een volgend keer volgen we de schrijvers verder…

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

Het buurtje dat vroeger “De Griebus” heette op de hoek Tweede Poellaan/Heereweg, dus schuin tegenover de Catharijnelaan. Het bestaat niet meer, maar was indertijd meer berucht dan beroemd was, want hier kwamen de gasten langs die op vrijersvoeten waren en zuidelijk van het centrum hun vertier zochten. De leuze was dan ook: “Moeder luister naar wat ik zeg…. hou je dochter bij de Griebus weg”.

Kruiwagen gestolen!

Uit de politierapporten. In 1846 werd een delfgraaf en een spitgraaf gestolen uit een schuur. Ook was er een kruiwagen gestolen. De dader werd aangewezen. De afloop was niet bekend.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 2 april 2006

Uit het politierapport van Lisse, deel 3

Met regelmaat publiceert uw Nieuwsblad uit de politierapporten van vroeger. Ter leering en ter vermaak! Een diefstal uit 1846.

Op 7 februari 1846 verscheen ter secretarie van Lisse Pieter Berbee, tuinder van beroep, wonende te Lisse. Hij verklaarde dat op Driekoningen (tussen 6 en 7 januari) in zijn schuur “een delfgraaf” en “een spitgraaf” waren gestolen1) . En dat ondanks het feit dat de schuur goed afgesloten was met “een wervel”, een eenvoudig draaihoutje.
Hij wilde niet gelijk de dader aanwijzen, maar gaf wel te kennen dat K. de Winter op het vermoedelijke moment van de diefstal in de buurt was. Dat gaf toch te denken!
Het was overigens niet de enige diefstal, want ook in de nacht van 26 op 27 januari was in zijn schuur een “bijna nieuwe kruiwagen” ontvreemd. Het was gemakkelijk te zien wie de eigenaar was, daar in het hout drie of vier malen de letters PBB stonden gebrandmerkt, welke letters in ons geval staan voor Pieter Berbee. Een tijdlang bleef de wagen spoorloos. Tot hij een zekere De Baars ontmoette die hem vertelde dat hij langs de trekvaart bij het Warmonderhek een persoon had ontmoet die hem een dergelijke kruiwagen te koop aanbood. Hij kwam opvallend goed overeen met de beschrijving van Berbee! Hij had hem niet willen kopen, daar hij toen al vermoedde dat hij gestolen was. Mogelijk was hij door contacten met Berbee reeds van de diefstal in zijn schuur op de hoogte.

Het gedeelte van de Achterweg nabij de Akervoorderlaan is nog altijd een stukje Lisse met weinig bebouwing. Het huis aan de rechterzijde, op de hoek van deze weg met de Akervoorderlaan, is mogelijk locatie geweest waar in 1846 Pieter Berbee woonde. De plek daar tegenover is echter ook een mogelijke optie in dit verband. 

De burgemeester

Boerenwagen
Hij antwoordde de man dan ook: “Wat zou ik met dien wagen doen?”, waarop de verdachte zei: “Wel, ge zijt toch koopman?”. De vraag hoe hij aan die “boerenwagen” kwam, werd slim ontweken door het antwoord: “Hij is voor een boerenwagen te klein”. Daar Berbee nog steeds K. de Winter voor de dader aanzag, stelde hij voor De Baars met De Winter te confronteren. Naar de mening van Berbee zou hij hem “best herkennen”.

De “hoofdrolspelers”
Van de afloop zijn we niet op de hoogte. Was K. de Winter inderdaad de dader? Iets meer weten we over de genoemde personen zelf. Pieter Berbee, geboren in 1789, 57 jaren oud dus, had zich vanuit Overveen in Lisse gevestigd. Hij was gehuwd met Anna Helena Sijsenaar uit Hillegom, die zo’n zestien jaar jonger was dan haar echtgenoot. Pieter was al eerder gehuwd was geweest en wel met Maria van Lierop. In 1830 hadden ze inmiddels zes kinderen en woonden ze op de hoek van de Achterweg en de Akervoorderlaan. In deze tijd was Pieter nog tuinder, doch later is de familie Berbee “in de bollen” gegaan. En dat niet zonder succes!
K. ofwel Krijn was op 7 juli 1823 geboren, pas 23 dus, als zoon van Jurriaan de Winter, schoenmaker, en Trijntje de Hollander. Misschien was zelfs de term “schoenmaker”, als aanduiding van het beroep van de vader in de geboorteakte van zijn zoon, nog te hoog gegrepen, want in 1830 was het inmiddels “schoenlapper” geworden. Erg welgesteld zal het gezin dan ook wel niet zijn geweest en dan was je in die dagen, indien er in de directe omgeving een diefstal was gepleegd, al gauw INHOUD Jaargang 5 nummer 1, januari 2006 nummer één. Immers, de betreffende diefstal vond slechts een paar huizen verderop plaats aan de Achterweg: Jurriaan woonde met zijn gezin op Achterweg nummer 31 en Pieter Berbee, het slachtoffer van de diefstal, op diezelfde Achterweg nummer 33, op de hoek van deze weg met de Akervoorderlaan.

Conclusie
De conclusie van dit alles luidt dat Krijn oftewel de daadwerkelijke dader is geweest, overeenkomstig dus de (wat vage) vermoedens van Berbee, ofwel dat hij gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was geweest. Pech gehad dus! En dit laatste kwam helaas, met name bij het minder welgestelde deel van de bevolking, maar al te vaak voor…

Bronnen: Gemeentearchief Lisse inv.nr. 1115. R.J. Pex, Wassergeest te Lisse (Lisse 2004), pp. 151,152. (Over de familie Berbee).

1) Een graaf is een oudhollands woord voor schop. Delven en spitten betekenen beide graven. Delven kan echter ook uitgraven of opgraven betekenen. Bijvoorbeeld aardappels uitgraven. Spitten is dan meer een kuil of greppel in de grond graven. Zo kunnen de “spitgraaf” en de “delfgraaf” toch nog voor verschillende doeleinden gebruikt zijn. Belangrijk gereedschap voor een tuinder!

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

DE ENEVERENDE GESCHIEDENIS VAN CNB IN LISSE: VAN VEILEN TOT BEMIDDELEN

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 2 april 2006

 

Dankzij de ‘loze beloftes’ der notarissen

De bloembollenveiling en bemiddelingsbureau CNB met vestigingen in Lisse en Bovenkarspel staat voor een nieuw hoofdstuk in zijn geschiedenis. De Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale verlaat de Grachtweg en bouwt een nieuw pand aan de Heereweg. Op grond met een geschiedenis. Dat geldt in feite ook voor de grond die CNB aan de Grachtweg achterlaat.

Het begon allemaal op een koude februari-avond in 1918 toen secretaris Jan Buishand van de afdeling Andijk van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur een brief op de post deed waarin aan zusterafdeling Bovenkarspel het voorstel werd gedaan om ”gezaamelijk ene of meerdere veilingen te houden”. Indirecte aanleidingen vormden de ”loze beloften der notarissen”. Die werden zo genoemd nadat in 1914 duidelijk was geworden, dat een prompte betaling van de kooppenningen niet gegarandeerd kon worden. Bovendien werd men in die overtuiging gesterkt door de misstanden die toen heersten in de groentehandel. De brief van Jan Buishand resulteerde op 16 januar 1919 in de officiële oprichting van Bloembollenveilingsvereniging West-Friesland door de KAVB-afdelingen Andijk, Bovenkarspel en Enkhuizen. In de zomer van 1919 werd de daad bij het woord gevoegd en vonden de eerste veilingen plaats. Omdat West-Friesland nog geen eigen gebouw had, werden de veilingen gehouden op de kolfbanen (een soort kegelen) van de diverse café ’s in Bovenkarspel, waarbij een speciale plaats werd ingenomen door restaurant ”Het Roode Hert”.

Het kantoorpand van de CNB toen nog HBG geheten, aan de Grachtweg in Lisse in 1932. Ruimte genoeg voor de aan- en afvoer van bollen en een fraai perkje met jonge boomaanplant voor de deur.

 

Eigen stijl
Het stekje, dat op die koude februari-avond door Jan Buishand werd geplant, bleek aan te slaan en de Westfriezen hadden hun veiling veilig. Een veiling met een eigen stijl, hetgeen onder meer tot uiting kwam in het feit, dat de leden het bestuur kozen. Het bestuur koos vervolgens een voorzitter die met de dagelijkse leiding van de coöperatie belast werd en derhalve een directiefunctie bekleedde. De algemene vergadering had dus over veel zaken het laatste woord en hoewel dat niet altijd en onder alle omstandigheden een voordeel zou blijken te zijn, democratisch was het wel. In 1925 kreeg West-Friesland de beschikking over een eigen veilingzaal die direct gelegen was achter restaurant ”Het Roode Hert”, alsmede een eerste aanvoerhal. Na de bouw van een tweede hal volgde in 1951 de oplevering van een nieuw kantoor. In 1963 maakte de nog steeds groeiende veilingaanvoer de bouw van weer een nieuwe hal noodzakelijk. Achter het bestaande complex verrees een enorme hal van 4400 vierkante meter die tevens onderdak zou bieden aan de jaarlijks terugkerende Westfriese Flora. Die is na de affaire met de uitbraak van legionella inmiddels omgedoopt tot Holland Flowers Festival en vindt nu plaats in het complex van The Greenery in Zwaagdijk.

HBG
Voor het HBG (Hollands Bloembollen Genootschap) in Lisse werd op 13 juni 1906 de basis gelegd toen in de bestuursvergadering van de afdeling Lisse van het Hollandsch Bloembollenkweekers Genootschap (een organisatie die in 1895 werd opgericht om de rechten van kwekers te behartigen) besloten werd niet langer gebruik te maken van de diensten van ”veilingdirecteuren van groene veilingen”, maar als kwekersvereniging zelf…. ”eene gelegenheid te scheppen, waarin de voor verkoop in voorraad zijnde bloembollen van de kweekers kunnen worden aangevoerd en door deskundigen in publieke veiling te koop gepresenteerd kunnen worden, zodat de prijswaarde van dat ogenblik wordt verkregen. Ook mogen de risico’s voor de kweekers voor eventuele wanbetaling bij verkoop door hen uit de hand, niet uit het oog verloren worden”… Op 8 augustus van datzelfde jaar werd op het terrein van het etablissement ”De Witte Zwaan” aan het Vierkant in Lisse in de open lucht de eerste droge bloembollenveiling gehouden onder directie van de heren Rotbard en Reydon. Later in dat seizoen volgden nog drie veilingen en dat beviel de initiatiefnemers kennelijk zo goed, dat op 2 augustus 1907 door het afdelingsbestuur een reglement werd behandeld en goedgekeurd ”regelende de door of vanwege de afdeling Lisse van het HBG te houden droge bloembollenveilingen”. In de jaren nadat het HBG de eerste veilingen organiseerde, ontstonden ook in andere dorpen in de Bollenstreek veilingkringen, zoals in Roelofarendsveen, Beverwijk, Hillegom, Sassenheim, Warmonderhek, Piet Gijzenbrug (Noordwijkerhout) en Wassenaar-Voorschoten. Dat gebeurde ook daar naar aanleiding van de ”loze beloften der notarissen”.

Gewoonste Zaak
Het ontbreken van financiële middelen om loodsen en eigen fust aan te schaffen – de methode van afrekenen met de klanten stond niet toe, dat er winst gemaakt werd of reserves gebouwd werden – deed de een na de andere veilingkring de das om. ”Lisse” had die ruimte wel in de vorm van het gebouw van de R.K. Volksbond aan de Schoolstraat (later het Trefpunt en thans De Gewoonste Zaak) en later een tweetal vaste gebouwen op het aanpalende terrein van de Christelijke Schoolvereniging aan de Schoolstraat en nu ‘De Akker’ geheten. Dat stelde de veiling in staat met succes het hoofd te bieden aan het in 1921 opgerichte Hollands Bloembollenhuis (Hobaho). Een particulier initiatief van de heren Homan, Bader en Hogewoning met tot doel het houden van leverbare veilingen van bloembollen in ”De Witte Zwaan”.

Coöperatie
In 1924 hadden omzet en aanvoer bij HBG zo’n aanzienlijke omvang aangenomen, dat men deze helemaal niet meer vond passen in het kader van de kwekerskringen. Besloten werd toen de activiteiten onder te brengen in een aparte coöperatieve vereniging, waarvan de oprichtingsakte op 27 november 1924 voor notaris A. van Pelt te Lisse werd verleden.Het werd de Coöperatieve Veilingvereeniging voor Bloembollenkweekers van het  “Hollands Bloembollenkweekersgenootschap”. Van de firma Gerrit van Parijs & Zn werd een terrein – de zogenaamde Kapellewei – in eigendom verkregen. Daar verrees in het jaar na de oprichting een veilingloods annex kantoorruimte met een frontbreedte van 60 meter. Dat de kwekers van toen -de eerste leden waren met name afkomstig van de Lisserdijk en de Rooversbroekpolder – het nog niet zo slecht gezien hadden, blijkt wel uit de omzetcijfers. Bedroeg de omzet bij de oprichting in 1924 het lieve sommetje van f. 625.000,-; in 1927 was de omzet reeds verdubbeld en werd besloten een tweede houten veilingloods te bouwen. Op 24 september 1929 werd zelfs de drie miljoen gulden gepasseerd. Reden genoeg om de vlag met dit magische getal erop geschreven in top te hijsen. Kort daarna stortte de wereldeconomie in en kwam een einde aan de stormachtige groei van de veiling. Niettemin slaagde HBG erin de recessie te overleven, want in 1937 werd op ingetogen wijze het 12,5 jarig bestaan gevierd. Die opleving bleek overigens van korte duur te zijn .In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit en dat had onder meer tot gevolg, dat de veilinggebouwen gevorderd werden voor de inkwartiering van de paarden van het Nederlandse leger en later van de Duitse bezetter. In de daaropvolgende vijf jaar stond het veilen op een bijzonder laag pitje en beperkte het zich hoofdzakelijk groenten en allerlei andere artikelen De gezamenlijke omzet van de bij de Bond van Bloembollenveilingen aangesloten veilingen schommelde in die donkere jaren tussen de 1 en 3 miljoen gulden en ook in het eerste bevrijdingsjaar -1946- spreken de cijfers boekdelen: een gezamenlijke omzet van 4,8 miljoen gulden en er werd voor 24 miljoen gulden aan bloembollen doorgedraaid’!

Intrede der In-en verkoopbureaus
Met het herrijzen uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog kroop ook het bedrijfsleven uit het diepe dal omhoog. Zo ook de HBG. En een nieuw fenomeen kreeg de kans zich te ontwikkelen. De in- en verkoop van bloembollen via bemiddelaars werd namelijk geïntroduceerd. Deze verkoopmethode houdt in, dat de bollen niet voor de veilingklok verschenen, maar los van het oogsttijdstip via tussenkomst van de veiling(vertegenwoordigers) rechtstreeks van de kweker aan de handelaar/exporteur werden verkocht. Daarmee werd ingespeeld op de wensen van kwekerij en handel die hun risico’s wensten te spreiden en niet langer afhankelijk wilden zijn van het veilingseizoen met al z’n prijsschommelingen. De overeenkomst werd in het vervolg vastgelegd op een koopbriefje en voor de verdere (financiële) afwikkeling werd zorggedragen door de veiling. Wat HBG betreft kwam het systeem in 1936 als een eenmanszaakje van de grond. In het Kerstnummer van het door HBG uitgegeven Kweekersblad van 22 december 1938 is een officiële aankondiging te vinden van de oprichting van een ”In- en Verkoopbureau voor de betere soorten”. Dat ging kennelijk niet helemaal van harte want het bestuur liet weten daarmee …”noodgedwongen gevolg te geven aan de aandrang van enigen aanvoerders die meenen dat den handel in nieuwigheden daarmee beter gediend zou zijn dan via den vrijen handel”. …
Het enthousiasme droop er dus niet bepaald vanaf, maar het bureau voorzag kennelijk toch in een behoefte want tien jaar later – in het seizoen 1948/49 -volgde er een grote reorganisatie en werd de basis gelegd voor de In- en Verkoopbureaus zoals die vandaag de dag functioneren. Wat het HBG (nu dus CNB) betreft kan worden gesteld dat op dit moment een aanzienlijk deel van de omzet door dit bureau wordt gegenereerd. En het is vooral aan dit verkoopkanaal te danken geweest, dat de veilingen zo’n belangrijke positie zijn gaan innemen als schakel tussen kwekerij en handel. De Lissese coöperatieve veiling HBG mocht zich althans in een constante groei verheugen, om in het jaar van de fusie een voorlopig hoogtepunt te behalen met een omzet van 140 miljoen gulden.
Een laatste bouwactiviteit die onder HBG-vlag werd uitgevoerd voordat de veiling in 1976 door de fusie met West-Friesland opging in de Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (CNB), was de realisatie in dat jaar van een modern Handelscentrum aan de Grachtweg in Lisse.

Heden
De start van de Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale werd gevormd door een periode die duidelijk maakte, dat het coöperatieve karakter van beide fusiepartners wezenlijk verschilde. West-Friesland was een echte kwekersveiling met een sterke ledenbinding, HBG een veiling die meer het bemiddelend optreden tussen koper en verkoper voor ogen stond. Er waren talloze besprekingen nodig om op dezelfde lijn te komen, maar de doelstellingen die de fusiepartners voor ogen hadden, werden gehaald. In de jaren die volgden bereikte de omzet regelmatig nieuwe recordhoogten. Vandaag de dag zijn de cijfers minder rooskleurig, hetgeen mede is toe te schrijven aan de economische ontwikkelingen en het feit dat er op dit moment wereldwijd kennelijk minder aandacht is voor bloembollen en er ook minder voor wordt betaald. Desalniettemin is het omzetcijfer toch nog respectabel en heeft men er alle hoop op dat de markt weer zal aantrekken en de situatie verbetert. Om zelf het nodige aan die situatie te verbeteren hebben de bemiddelaars reorganisaties en kostenbesparingen ingang gezet. Een van de gevolgen daarvan is dat de veiling, de basisactiviteit waarmee het indertijd allemaal is begonnen, inmiddels is afgestoten. Er zullen geen bloembollen meer via de veilingklok worden geveild en daarmee is een uniek fenomeen (op de hele wereld waren er maar twee bloembollenveilingen) naar de geschiedenisboeken verwezen. Daarmee is echter nog geen einde gekomen aan de veranderingen. Nadat vorig jaar Hobaho het domein aan de Haven heeft verlaten en zich aan de overkant daarvan vestigde heeft ook CNB sinds kort voor het laatst bloembollen geveild en maakt zich op om te verkassen. Inmiddels is gestart me de nieuwbouw op het voormalige laboratoriumterrein. Na de ingebruikname daarvan breekt de tijd aan voor geheel nieuwe ontwikkelingen in het centrum van Lisse. De tijd zal leren in hoeverre men in staat is en de wil heeft om voor het nageslacht iets van de geschiedenis te bewaren.

 

Na de dood van de pastoor startte de bouw van de nieuwe R.K. kerk deel 1

De oude kerk, de noodkerk en de nieuwe kerk wordt beschreven. Op 24 mei 1902 werd de eerste steen van de nieuwe kerk.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 2 april 2006

Uit de geschriften van chroniquer Arie Raaphorst (3)

Reeds lang vóór dat er eindelijk eene nieuwe kerk werd gebouwd, was het oude kerkgebouw veel te klein voor de steeds toenemende bevolking van de R.K.Kerkgemeente. De uitgebreide en omvangrijke werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk waren echter véél te zwaar voor de zwakke schouders van de beminnelijke herder der parochie, de Zeer Eerwaarde Heer H.Th. van Vlasselaar.  Eenieder ondervond het dat de kerk veel te klein was, maar ook eenieder was er ten volle van overtuigd dat de werkzaamheden van den bouw eener nieuwe kerk niet gelegd mochten worden op de steeds in krachten afnemende schouders van Pastoor van Vlasselaar, en daarom wachtte men de tijd af ….
De tijd was eindelijk daar, want op 8 januari 1901 ging de droeve mare door het dorp: “Pastoor van Vlasselaar is dood.” Hij die 32 jaren lang de zachtmoedige en beminnelijke herder was geweest van de Parochie van de H.Agatha, was niet meer. Zelden is er een mensch geweest die oprechter beweend is geworden dan hij; beweend niet alleen door de katholieken zelf, maar evenzeer door de niet-Katholieken van allerlei rang en stand. Met hem daalde ten grave een raadgever voor iedereen en een vriend voor allen, zonder onderscheid en bovendien een weldoener der armen zonder weerga.
Zijne nagedachtenis zal dan ook blijven voortleven in de harten van allen die hem hebben gekend.

Hemelsche glimlach
Geen wonder dan ook dat een ontelbare menigte zijn lijk hebben bezocht; dat lijk wat daar stil en onbeweeglijk neerlag in zijn laatste rustplaats maar met dezelfde Hemelsche glimlach om de lippen als altijd. Hij is begraven in het priestergraf, rustend in de schaduw van het kruis. Eene eenvoudige blauwe zerk siert zijn graf. Dat zijne ziel de hemelsche rust geniet is de hoop van mij, maar ik ben er verzekerd van. Ook van allen die hem ooit hebben gekend. Pastoor van Vlasselaar werd opgevolgd door de Zeer Eerwaarde Heer B.J. Klekamp, pastoor te Oude Tonge. Zoodra de opvolger van de oude pastoor benoemd was, werden er plannen ontworpen voor een nieuwe kerk.

Noodkerk
Doordat de nieuw te bouwen kerk gesticht moest worden op dezelfde plaats waar de oude stond, moest er vooraf een noodkerk worden gebouwd.
In het voorjaar van 1902 werd er ter plaatse waar nu de Bondstraat is, een groot houten gebouw opgetrokken. Zoodra deze noodkerk gereed was werd zij plechtig ingewijd door de Pastoor-Deken van Warmond De Zeer Eerwarde Heer Smeulders. De oude kerk werd spoedig daarna voor afbraak verkocht en gesloopt. Niet lang daarna werd begonnen met de storting van het beton, want paalfundering was niet noodig. Het werk vorderde voorspoedig, want op 24 mei 1902 had de plechtige eerste-steenlegging plaats door de Zeer Eerwaarde Heer Smeulders, Pastoor-Deken van Warmond.
De gedenksteen waarin zich de oorkonde bevindt van de eerste-steenlegging is geplaatst in de hoekpilaar van het Zuidertransept tegen de kant van de H.Jozephkapel. Het opschrift luidt als volgt:
Hunc primarium lapidum
Posuit R.adm Ds.Nicolaus
Johannes Smeulders Dec._s
Novic_s.. a.d.VI kal.Jun.
MCMII
Wij hebben tot op heden steeds gesproken van den bouw eener nieuwe kerk, maar eigenlijk dient gesproken te worden van Kerk en Pastorij.
De Pastorij, een groot gebouw in Oud-Hollandche stijl opgetrokken, was vóór de kerk reeds afgewerkt, omdat de Pastoor was gehuisvest in het pas voltooide St.Agathagesticht, en de beide kapelaans bij de kerkmeester J.Riggel.

Uitdagend opschrift
In verband met den bouw van de pastorij willen wij nog opmerken dat er een kwestie ontstond tusschen de Pastoor en de Burgemeester over het opschrift in den steen boven de portiek en de hoofdingang. De Pastoor had hier later in bijtelen het volgende:
Dije dit niet an mogt staen
Moet maer voorbije gaen.
Deze spreuk was genomen uit de dichtwerken van Paulus Potter. De Burgemeester nu meende dat dit opschrift eene uitdaging was voor de andere kerkelijke gezindten en stond er daarom op dat dit opschrift zou worden verwijderd.
Ik voor mij heb het altijd een zeer kleinzielig idee gevonden van de Burgemeester, hoewel ik van de andere kant moet getuigen dat dit opschrift enigszins onbegrijpelijk was en ook absoluut met geen enkele gebeurtenis hieromtrent in verband was te brengen.
Enfin, de steen werd weer glad gehakt en de volgende dag prijkte deze met een ander opschrift en van de volgende inhoud namelijk
Anno Domino MCMII
Eindelijk was de kerk zelve gereed en op Donderdag 6 augustus 1903 werd zij door Z.D.H. Mgr. van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht, plechtig ingewijd.

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

De schrijnende armoede in de jaren dertig

BEZIT: 17 ARE TULPEN INKOMSTEN 1940: f. 4,02
In de crisis van de jaren dertig hadden de bollenkwekers het erg moeilijk. Door het afgeven van vergunningen werd de productie verminderd. Daardoor werd veel groente geteeld. Kleine tuinders kregen later een financiële tegemoetkoming. En lijst met namen van telers, die een vergoeding kregen, wordt vermeld