Tachtigjarige oorlog richtte veel schade aan in Lisse

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 27 augustus 2008

Toen en nu: Nederlands hervormde kerk

LISSE – Het kerkgebouw van de Nederlands Hervormde kerk aan het Vierkant is eeuwenoud. Met name de toren heeft al heel wat jaren doorstaan en dateert vermoedelijk uit de periode van rond 1500. Het kerkgebouw zelf is minder oud, maar toch ook niet meer zo piep. De geschiedenis van de kerk is overigens enigszins anders dan protestants, als wordt bedacht dat de kerk oorspronkelijk een rooms katholieke kerk was. Het hoe en het wat waardoor de kerk op een gegeven moment in protestantse handen overging is nog altijd niet echt duidelijk, doch het vermoeden bestaat dat de roerige periode van de Beeldenstorm daar wellicht het nodige mee had te maken.

Het kerkgebouw had in de Spaanse tijd veel te lijden gekregen, waardoor het bedenkelijk veel op een ruïne begon te gelijken. Zo lag het koor geruime tijd er verwoest bij, maar later heeft men alles weer hersteld en ongeveer in de staat gebracht van voor de tachtigjarige oorlog. Het zal de ware Lisser niet zo leuk in de oren klinken, maar toch is het waarschijnlijk zo dat Sassenheim in de vijftiende eeuw kerkelijk blijkbaar meer te betekenen had dan Lisse. In ieder geval had Lisse tot 1460 niet eens een kerk, maar een kapel, die door Willem, Graaf van Holland, was gebouwd, maar onder de parochiekerk van Sassenheim behoorde. Door een “bulle” van Paus Pius de Tweede is Rome op de achtste November 1462 gegeven, werd deze kapel van Sassenheim afgescheiden en tot een parochiekerk verhoogd, die aan St. Agatha was gewijd.
Overigens moet dit alles los worden gezien van de huidige Agathakerk, want die is weliswaar monumentaal, maar dateert toch altijd nog van de vorige eeuw. Na de hervorming was de rk-gemeente verenigd met die van Warmond, Voorhout en Sassenheim. In de laatste plaats hield de pastoor verblijf. In 1667 “verlangde” Lisse echter een eigen pastoor en kwam de eerste in de persoon van Johan van de Werve. Op 1 juli 1697 overleed deze, en werd opgevolgd door Lambert Schaap. Op 10 April 1709 verwisselde ook deze het tijdelijke met het eeuwige en toen kwam hier als pastoor Arnoud de Leeuw.

Veranderingen
Dat er in de loop der jaren aan de Ned. Herv. kerk het een en ander veranderd is blijkt uit de beschrijving, die in het laatst der achttiende eeuw uit een ganzenveer vloeide: “Van binnen is dezelve in alle opzichten zeer wel ingericht en van een goede preekstoel, doophek, de benodigden gestoeltens en verdere zitplaatsen vrijwel voorzien. Sieraden vindt men echter niet anders dan tegen de binnenzijde der toren. Daar is een oud bord geplaatst waarop de Wet des Heeren en het volmaaktst gebed met een goede letter staat geschreven. In het koor, hetwelk van een latere bouwing als de kerk is, vindt men een aanzienlijke begraafplaats van de familie van de heer Van der Stel, voorheen Gouverneur zijnde geweest van de Kaap de Goede Hoop. De toren is zwaar vierkant en trots gebouwd, met een lage kap gedekt op welke men een windwijzer vindt; van binnen in dezelve een uurwerk en klok en van buiten met de nodige uurwijzers voorzien. Het kerkhof is rondom met een muur omvangen en aan de ene zijde met bomen beplant”. Tot zover een deel van het geschrift van de 18e-eeuwse geschiedschrijver.
En dan de toren in. Een stenen trapje van enkele treden brengt de klauteraar naar een smal en laag poortje. En als men zich daar doorheen wurmt blijkt dat de muur ruim negentig centimeter dik is! De zolders kraken griezelig als er overheen wordt gelopen. Het nog aanwezige, maarniet meer gebruikte oorspronkelijke uurwerk is destijds gemaakt bij A.H. van Bergen in Heiligerlee. Op de volgende etage bevindt zich de luidklok. De antieke klok is in 1943 door de Duitsers weggehaald en vermoedelijk tot een of ander oorlogstuig omgesmolten. In ieder geval is de klok, die nu in de stoel hangt nog niet zo oud.
Het volgende gedicht staat er op te lezen: “De oude klok, in ‘d oorlog meegenomen vervulde eeuwenlang haar grootste taak. De nieuwe, voor haar in de plaats gekomen. Roept nu weer luid: gij die nog slaapt: ontwaakt!” 1949. Hier vindt men ook de grote ijzeren hamer, die door het uurwerk van de klok in actie wordt gebracht, wanneer de klok moet slaan. Tegen het Westelijk gedeelte der toren zit nog een zonnewijzer, die het uiteraard nog “doet”. Vermoed wordt, dat deze er in 1600 of

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Liefdevolle verzorging ouderen in ‘Piusgesticht’

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 20 augustus 2008

Toen en nu: het bejaardenhuis van Lisse

LISSE – Alhoewel in het begin van de vorige eeuw het begrip bejaardencentrum of woonzorgcentrum nauwelijks bestond, had Lisse naast de Agathakerk toch echt een centrum waar de ouden van dagen, zoals die indertijd genoemd werden, hun laatste dagen konden slijten en voor toentertijdse begrippen goed werden verzorgd. Arie Raaphorst, rond 1900 plaatselijk perscorrespondent, heeft veel over met name het centrum van Lisse in schriftjes vastgelegd en beschreef ook het ‘Piusgesticht’. De volgende tekst is in de tegenwoordige tijd gesteld, omdat daarmee de letterlijke tekst van Raaphorst wordt gevolgd.

‘Het Pius gesticht werd gebouwd in het voorjaar van 1909 door en voor rekening van het R.K. parochiaal Armbestuur. Vermeld diendt te worden dat de President der heer Hugo van Graven het leeuwendeel heeft gehad in de oprichting van deze prachtige instelling. In dit gesticht worden liefdevol verpleegd en verzorgd de ouden van dagen zoowel mannen als vrouwen en bovendien is het ingericht voor Pensionaat met eerste, tweede en derde klas bediening en huisvesting. Het is een grootgebouw en heeft langs de Heerenweg eene gevellengte van 39 meter en drie verdiepingen en in de Bondstraat eene lengte van 45 meter en twee verdiepingen.
De Hoofdingang bevind zich aan de Heerenweg op den hoek bij de Bondstraat, terwijl in de Bondstraat de ingang is voor dagelijks verkeer. Het gesticht heeft een eenvoudige maar ruime kapel.’ Raaphorst gaat verder: ‘Zooals de lezer uit het voorgaande reeds heeft kunnen opmaken heeft het gesticht den vorm van een haak. Het wordt bediend door de Eerwaarde Zusters van de orde van de H. Elisabeth. Ontwerper en architect was de heer P.J. Perquin te Leiden en Aannemer de heer A. Beugelsdijk te Lisse. Het gebouw rust, evenals de kerk, op een fundament van gewapend beton. Het gebouw heeft met inbegrip van de voor dit doel dan de wed. J. Vreeburg aangekochte 2 Hct. terrein gekost ruim f 100.000,-. Het achter het gesticht gelegen terrein werd ingericht voor moestuin, boomgaard erbij. Ook werd er gegraven een goudvissschenvijver waarin een meenigte goudvisschen werden losgelaten ten pleziere van de pensionaatsgasten. Een stalling voor koeien en varkens was mede aanwezig. Daarin bevond zich ook een gasmotor voor beweegkracht van de pompen om het water naar de hooger gelegen verdiepingen te voeren en ook eene inrichting voor centrale verwarming. Om de hoek van de gewoone ingang in den Bondstraat bevind zich het Wijkgebouw van de in het jaar 1910 opgerichte R.K. Vereeniging voor Wijkverpleging onder alle gezindten. Dit wijkgebouw is telefonisch aangesloten. Het gesticht heeft geen toren doch op de achtergevel van de kapel heeft men eene schouw aangebracht voor een later aan te brengen bel. Op de voorgevel van de kapel aan de Heerenweg prijkt een hardstenen kruis. In het voorjaar van 1911 is in de moestuin gebouwd eene druivenkas van 25 meter lengte en een breedte van 8 meters’, aldus Arie Raaphorst.
In 1972 kocht de gemeente het pand en verhuisden de bewoners naar Berkhout. Eind 1972, begin 1973 werd het pand gesloopt. En dat kostte meer dan de bouwkosten, namelijk 160.000 gulden.

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

De school van meester Strik: de Josephschool

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 13 augustus 2008

Toen en nu: St. Josephschool aan de Heereweg

LISSE – Woensdag 22 november 1978 zijn door de bij veel oudere Lissers vast nog bekende ‘Meester Strik’ de officiële handelingen gepleegd, waarmee de opening van de nieuwe St. Josefschool aan de Achterweg een feit was. De heer Strik was hoofd van deze school in de periode 1922 tot 1961 en derhalve zullen nog zeer vele Lissers hem persoonlijk kennen. Zij gingen naar school bij een hoofdonderwijzer, die tot op heden de langste periode als zodanig bij de St. Josefschool op zijn naam heeft staan. Maar dan hebben we het over de Josephschool, die sinds een aantal jaren van de aardbodem is verdwenen en ooit stond naast het Agathaklooster, op de plek waar nu de Kloosterhof staat. Bij de opening van de nieuwe school onthulde meester Strik het Josefbeeld. Hetzelfde beeld, dat vele jaren de gevel aan de Heerewegzijde van de oude school sierde en dat door vakbekwame handen op de nieuwe plaats werd gedeponeerd. 112 jaren St. Josefschool aan de Heereweg waren ten einde. Een brok geschiedenis, waarvan vele Lissers een groot gedeelte hebben meegemaakt en waar we natuurlijk graag eens op terugzien.

Indertijd was onze gids door de geschiedenis van de school de heer G. Lefeber, die zeer nauw bij de rooms-katholieke scholenbouw in Lisse betrokken was, als lid van het bestuur van de Katholieke Onderwijs Stichting. Die haalde uit de geschriften boven water, dat op 8 september 1866 pastoor Arnoldus Heuvels toestemming krijgt tot het bouwen van een eigen Katholieke School. De aanbesteding vindt plaats op 9 oktober en voor het bedrag van f. 9.545, zal in Lisse een nieuwe school verrijzen. In 1867 werd de school in gebruik genomen en voor een wedde van f. 600, ’s jaars werd de heer A.J. Blankers aangetrokken als hoofd der school, met daarbij vrij wonen. Meester Blankers had het maar wat druk met al die leerlingen en al spoedig moest een hulpkracht worden aangetrokken, die voor 375 gulden per jaar zijn opvoedende werk deed. Meester Blankers heeft niet lang de jongsten van het dorp mogen opleiden; na twee jaar hoofd der school geweest te zijn, stierf hij na een slopende ziekte in 1870, op 29-jarige leeftijd.

De Meulder
Als opvolger van de heer Blankers werd C.H. de Meulder aangetrokken. Op zijn 27ste verjaardag ontving hij het bericht van de aanstelling. De naam De Meulder is zeer bekend geworden in Lisse en de streek, ook al doordat de zoon van de hoofdonderwijzer, Fred, een bollenbedrijf stichtte, dat een wereldwijde faam verwierf. De Meulder blijft hoofd van de school tot 15 mei 1899, na in 1887 ook nog een uitbreiding van de school beleefd te hebben. Naar school gaan, was in die jaren al geen eenvoudige zaak, het geven van het onderwijs was dat evenmin. Men werkte volgens de regels, die gesteld waren in het Reglement der School voor Burgerkinderen van de Vincentiusvereniging: “Er zal bijzonder toezigt worden gehouden, dat de kinderen zedig, liefdelijk en zachtzinnig met elkaar omgaan.” “Kweekelingen die aangenomen wensten te worden dienden geen in het oog lopende ‘lichaamsgebreken’ te hebben en de kinderen der onvermogenden gaan om Godswil School.” Voor hen werd een bijdrage in de kerk bijeen gezameld.

ULO
Opvolger van de heer De Meulder was de heer F.K. Dankelman, die hele veranderingen tot stand bracht in de periode dat hij de scepter zwaaide. In die tijd werd namelijk een nieuwe Josefschool gebouwd. De leerlingen vonden zolang onderdak in leegstaande lokalen van andere scholen. In 1920 werd dit nieuwe schoolgebouw alweer uitgebreid met vier lokalen. Inmiddels wierpen nieuwe veranderingen hun schaduw alweer vooruit. Het Uitgebreid Lager Onderwijs (ULO) deed haar intrede op de Josefschool en het onderwijs daarvoor kwam voor rekening van de heer Dankelman.

Strik
Een nieuw schoolhoofd moest worden benoemd en dat werd gevonden in de persoon van meester Strik, die vanaf 1917 onderwijzer in Lisse was. Per 15 december 1922 was meester Strik als hoofd zodanig, werkzaam en dit duurde tot de dag van zijn pensionering op 13 januari 1961. Een zeer lange periode dus en de meester drukte zeer duidelijk zijn stempel op die tijd, die nog zeer veel Lissers zich zullen herinneren. Er werd in en rond de Josefschool in de loop der jaren heel wat afgebouwd en verhuisd. Zo werden in 1893 de plannen goedgekeurd voor de bouw van een meisjesschool en een klooster. De bouw van het klooster volgde in de beginjaren van de 20ste eeuw en beide (school en klooster) werden gebouwd voor het totale bedrag van f. 52.905,-. De beide scholen vloeiden op den duur weer geleidelijk in elkaar en in de zestiger jaren was de Josefschool een geheel geworden met de meisjesschool. Had de Josefschool de ULO onder de pannen, de meisjesschool bood plaats aan de kleuterschool. Deze leerplaats voor de allerkleinsten, de Luciaschool, betrok later een eigen pand en bij de opening van de nieuwe school in 1978 zijn alle onderdelen opnieuw bij elkaar gebracht in de vorm van een zogenaamde integratieschool.

Duit in het zakje
De Josefschool is een school, waarvan de basis meer dan 100 jaar geleden werd gelegd in een tijd, dat eigenlijk niemand geld had om dat onderwijs te betalen en de brave kerkgangers een duit in het zakje deden om vooral de meest behoevenden van dit onderwijs te kunnen laten genieten. Een tijd waarin de zonder wedde werkende Fransiscaner zusters de vakantieperiode hard nodig hadden om geld en goederen bij elkaar te verzamelen en daarvoor letterlijk de boer op gingen. Hoe anders is dat allemaal vandaag de dag.

Meester W. Winkelmolen plaats de vlag na de verhuizing van het beeld in 1984 (en niet meester Strik, die al in 1981 was overleden).

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Geestwater niet van deze tijd

De naam Geestwater zoals die aan een nieuw te ontwikkelen woonwijk in Lisse is gegeven, is niet van deze tijd. En dat dan in de meest letterlijke zin. Een en ander blijkt uit hetgeen Mattheus Brouerius van Nidik, R.G. en Isaac le Long in het “Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden” (tweede druk 1792) optekenden.