D.W. LEFEBER EEN LEGENDE IN HET BLOEMBOLLENVAK. DEEL 4

De veredeling van zijn tulpen wordt besproken.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 7 nummer 4, oktober 2008

Selecteren is een kwestie van durven weggooien

Vorige keer werd in het VOL blad beschreven hoe de heer Dirk W.Lefeber dacht over het winnen van nieuwe soorten en de moeite die gedaan moest worden om zo’n soort op de juiste wijze in de boeken te krijgen.
Lefeber hing het credo aan te geloven in het behoud van oude soorten.Vooral de originele in het wild voorkomende soorten die in vorm en kleur hun gelijke niet hebben. Verbeteringen vanuit die soorten komen zeer moeizaam tot stand, zoals bij de Greiggii tulpen het geval was.
‘Gedurende lange tijd kweekten we uit kruisingen van Greigii met Greigii meer dan een kwart miljoen verschillende Greigii’s in een tijd dat er een grote vraag was naar deze gemengde Greigii’s. Speciaal in de Verenigde Staten. Daarom waren we zo gelukkig een paar van de beste te selecteren. In het eerste jaar selecteerde ik er duizend uit en na een paar jaar was dat tot zeven soorten teruggebracht.’
Lefeber gaf daarmee aan dat het winnen van nieuwe soorten een goed begin is, maar dat daarna nog het moeilijkste moet komen. De hybridiseur moet het namelijk kunnen opbrengen om aan de hand van de zwaarste eisen uit de grote hoeveelheid nieuwelingen (zaailingen) alleen de allerbeste te halen. De rest gaat naar de mesthoop en elke bol die daar belandt doet pijn… Een paar van de mooiste Greigii tulpen die door Lefeber werden gewonnen waren onder andere Jury Gagarin, Opera, Academicion, Tsitsin, Gala Premiere, United Nations en Lovely Surprise. Sommige van die soorten leken op rozen en (zoals Lefeber het stelde) ‘Een ware traktatie om naar te kijken.’ Hij vertelde de kroniekschrijver verder: ‘Door vele kruisingen om deze roosachtige tulp te verkrijgen ben ik er in geslaagd ook een semi dubbele Greigii te krijgen, alsmede nieuwe Greigii’s met een andere vorm. Wanneer de bloem hiervan openstaat, is de vorm practisch vierkant en buitengewoon mooi. De kleuren zijn rood, oker met rode strepen en geel-rood gevlamd,’ aldus Lefeber die tevens vermeldde dat naar zijn smaak de Henriette Mijma tulp de fraaiste was vanwege de zuiver oranje-scharlaken kleur en een buitengewoon goede houdbaarheid.
Nadat Lefeber de kroniekschrijver uitgebreid uit de doeken had gedaan dat mutaties (spontane verlopingen uit een soort) vaak een verbetering van de soort aan het licht brengen, maar niet zelden ook een verslechtering zijn, vervolgde hij met de vaststelling: ‘Het is duidelijk dat elke hybridisatie verschillende resultaten geeft maar het is ook een feit dat twee gelijke kruisingen van bijvoorbeeld twee tulpenvariëteiten die op verschillende tijden zijn uitgevoerd met een verschil van bijvoorbeeld enkele uren en met een verschil in lichtintensiteit, totaal verschillende kruisingsresultaten te zien geven in zowel kleur als in type. Op een keer verrichtte ik kruisingswerkzaamheden gedurende de ochtend met zonnenschijn en enkele uren later in de middag met een bewolkte hemel. Er werd precies hetzelfde uitgangsmateriaal gebruikt. De beide proeven hield ik apart en bij de bloei bleken de zaailingen van de ene kruising totaal verschillend in kleur, vorm, blad en type te zijn dan van de andere zaailingen.’
Lefeber behaalde zijn beste resultaten met de uit Aziatisch Rusland geïmporteerde en in het wild voorkomende tulpen. ‘Sommige van deze in het wild voorkomende tulpen nam ik zelf mee na een reis door het zuidelijke gedeelte van de USSR. Dankzij deze tulpen heb ik mijn beste nieuwe tulpensoorten verkregen.’

D.W. Lefeber

Na de tweede wereldoorlog werd Lefeber door de minister van Landbouw van Rusland uitgenodigd om deel te nemen aan een rondreis door het zuiden van Aziatisch Rusland om verschillende botanische tuinen te bezoeken en de plaatsen waar de tulpen in het wild voorkomen. ‘Gedurende deze lange reis van twee maanden bezocht ik ook de botanische tuinen in Suchmi en verschillende andere provincies waar ik belangrijke verzamelingen aantrof. Ook van de minder bekende soorten waaronder zeer interessante variëteiten.
Bij de vele bezoeken aan Moskou was het ook zeer interessant om ,Academicion’ Tsitsin te bezoeken. Een belangrijk man op het gebied van de kwaliteitsverbetering van granen. Hij toonde mij diverse resultaten van kruisingen tussen de in het wild voorkomende planten en gecultiveerden, hetgeen resulteerde in het ontstaan van een sterk en uitgebreid aantal granenrassen. Geen wonder natuurlijk, dat ik gelijk aan mijn Darwin, Greigii en Fosteriana Hybriden dacht die ook door kruisingen van de in het wild voorkomende soorten met oude gecultiveerde soorten tot stand zijn gekomen. Met als resultaat dat de bloemen tweemaal zo groot waren en de kleur briljant was. Ik vertelde mijn Russische vriend dat niet alleen het Sovjet volk dankbaar kon zijn voor de verbetering van de granen, maar ook voor de verbetering van de bloemen en ik ben blij te kunnen zeggen dat mensen niet van brood alleen kunnen leven en dat bloemen zoiets als ,levensbrood’ zijn en mijn Russische vrienden stemden daarmee van harte in.’

‘Vele Sovjet autoriteiten toonden belangstelling voor de resultaten van de hybridisatie-arbeid. Mij is gebleken dat de originele in het wild voorkomende tulpen, ongerept en stevig als ze zijn, zich beter voor hybridiseren lenen dan de in Nederland gekweekte rassen zoals de Darwin tulpen, de vroege tulpen en bijvoorbeeld ook de Triumph tulpen. De oorspronkelijke Fosteriana en Greigii behouden voor het grootste deel hun eigen kleur. Zelfs wanneer ze gekruist worden met andere rassen en kleuren. De hybrides echter die uit deze kruisingen zijn voortgekomen zijn bijna steriel en aan de andere kant geven ze uit kruisingen tussen de oorspronkelijke Fosteriana’s, Greigii’s en Kaufmaniana’s zaad met grote kiemkracht.
Het duurde ook vele jaren voordat de geïmporteerde in het wild voorkomende tulpen aan onze omgeving gewend waren. We moesten daarom beginnen met erg kleine bollen en zwakke gewassen. Na vijf tot zes jaar was de kwaliteit goed genoeg om het stuifmeel te gebruiken.’
Lefeber stelde indertijd (en de kroniekschrijver noteerde dat…) dat het hoofddoel van het hybridisatiewerk was het kweken van een tulp met een meer briljante kleur; de bloemen te vergroten en om bollen te krijgen die sneller te vermenigvuldigen zijn. En daarin slaagde hij, want de door hem ,gewonnen’ soorten hadden en hebben grotere bloemen, zijn briljant van kleur en in het geval van bijvoorbeeld de rode tulp Apeldoorn is het zo dat als hiervan een kilogram wordt geplant, de oogst driemaal zo groot is, terwijl dat in veel andere gevallen 1 op 1 is. Overigens bloeide van Apeldoorn in 1942 de eerste bol en tientallen jaren lang werd van dit product een aanzienlijk areaal geteeld.
‘Sprekend over de hybridisatie doet dit me denken aan een van de grootste hybridiseurs in Engeland die zich, als jongeman, tot taak gesteld had een zuiver witte narcis te kweken. Zijn vader zei tegen hem dat hij nooit rijk zou worden omdat het allemaal teveel tijd en teveel geld kostte.
De zoon antwoordde daar op dat als hij zijn doel zou bereiken, hij zich dankzij die witte narcis ontzettend rijk zou voelen. ‘En deze grote expert en bloemenliefhebber is erg succesvol geweest.’


Lefeber vertelde tevens dat het hybridiseringswerk niet altijd om economische redenen wordt gerechtvaardigd. ‘Er worden teveel nieuwe variëteiten gekweekt die niet economisch zijn. Naar mijn mening moeten we goed voor ogen houden dat als we aan veredeling denken, de vraag uit de markt belangrijker is dan een certificaat of een medaille,’ aldus Lefeber pakweg veertig jaar geleden en daarmee een waarheid verkondigend die nog altijd regelmatig in het bloembollenvak terugkeert. ‘We worden in het veredelingswerk niet alleen gestimuleerd omdat het leuk is, maar vooral ook omdat het economisch gerechtvaardigd wordt.’ En soms krijgt men als hybridiseurs met uitschieters in de belangstelling te maken en kan men zich in de tijd van de windhandel wanen. Zoals de Amerikaan die zich ooit bij Lefeber meldde. ‘De man bezocht onze bollenvelden en vroeg de prijs van de beste en nieuwste variëteit. Dat was ‘Hollands Glorie’ waarvan de voorraad erg klein was. Ik vertelde hem dus dat het er te weinig waren om bollen voor de export te verkopen. We hadden er namelijk slechts een paar voor 2500 gulden per stuk verkocht voor kweekdoeleinden. De Amerikaan bleef echter aandringen. Hij wilde een bol voor zijn tuin hebben en om aan zijn vrienden te tonen en dus verkocht ik hem een kleine bol voor 750 gulden. Ik ben er zeker van dat dit de duurste tulp is die ooit werd geëxporteerd maar daarmee is het verhaal nog niet af. De Amerikaan stuurde me namelijk een brief uit Cleveland waarin hij vertelde dat een muis zijn bol had opgevreten. Dus hebben we hem later maar een nieuwe bol toegestuurd…’
In zijn ontboezemingen die bloembollen hybridiseur Dirk W. Lefeber enkele tientallen jaren geleden door een journalist op papier liet zetten komt ook de start van Keukenhof in beeld. Dat ging bepaald niet vanzelf en Lefeber moet (zo blijkt althans uit de kroniek) een van de motoren geweest zijn waardoor het initiatief toch van de grond kon komen en succesvol werd. ‘De bloembollenkwekers hadden grote behoefte aan een neutrale en een centrale plaats waar elk jaar alle geselecteerde nieuwe soorten getoond konden worden. Wij vonden zo’n plaats en noemden dit de nationale Bloemententoonstelling Keukenhof waar dus alle vooraanstaande firma’s hun nieuwe rassen kunnen tonen.


Het is geen geheim, dat er bij de start van Keukenhof veel problemen en grote moeilijkheden overwonnen moesten worden. Slechts een paar van mijn collega’s waren optimistisch over het welslagen van een dergelijke tentoonstelling. De realisatie ervan is te danken aan een klein comité dat veel problemen het hoofd bood. De problemen waren ook van financiële aard en er werd indertijd zelfs gepubliceerd dat Keukenhof startte met slechts honderd gulden in kas. Dat was natuurlijk een grap, hoewel het waar is dat zelfs geen kweker of exporteur ons plan ondersteunde.
Op een zeker moment heeft het plan daardoor aan een zijden draadje gehangen. Om de moeilijke start mogelijk te maken moest ik persoonlijk het tentoonstellingsterrein gedurende de eerste tien jaren huren. Het risico lag dus bij mij nog voordat een exposant zich had gemeld en voor er een spade in de grond was gezet. Gelukkig bleek Keukenhof een succes te zijn. Zelfs in het eerste jaar en het huurcontract werd overgezet op het Keukenhof-comité waardoor het mogelijk werd de winst te benutten voor de verbetering en uitbreiding van onze tentoonstelling.’
‘Ondertussen is gebleken dat de Nationale Bloemententoonstelling Keukenhof met z’n prachtige omgeving en natuurlijke schoonheid de meest ideale plaats is om elk jaar in kassen en park de nieuwe cultivars gedurende hun bloeitijd jaarlijks aan meer dan 800.000 bezoekers van over de gehele wereld te tonen. Meer dan vijftig procent van die bezoekers komt uit het buitenland en zij worden allemaal propagandist van de bloembollen, nadat ze deze in volle glorie op deze unieke plaats hebben zien bloeien. En dat doen ze ook middels miljoenen foto’s’, aldus de ontboezemingen van Lefeber die tevens vaststelde dat het vak zich geen betere tentoonstellingsplaats had kunnen wensen. En met die vaststelling eindigen we een korte serie waarin enkele ervaringen van Dirk W. Lefeber, de winner van talloze en beroemde nieuwe bloemen, aan de lezers van het blad van de VOL werden voorgelegd.

EXCELSIOR 100 JAAR

De geschiedenis van 100 jaar Excelsior wordt weergegeven. Na oprichting in 1909 was het eerste concert in 1911 .

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 8 nummer 4, oktober 2009

 

Op 29 oktober 1909 werd in Lisse een koor opgericht. Het kreeg de naam Excelsior, wat steeds hoger betekent. De oprichters, in die tijd zoals gebruikelijk allemaal mannen, hebben niet kunnen bevroeden dat ze daarmee de start gaven voor een bijzondere geschiedenis. De oprichters hadden een gereformeerde achtergrond. In Lisse bestond sinds 1905 al een koor op hervormde grondslag, namelijk het koor Looft den Heer. Het paste in het tijdsbeeld om voor de verschillende protestante richtingen een apart koor te hebben. Later ontstond er wel samenwerking tussen beide koren en, hoewel de samenwerking soms wat moeizaam verliep, kwam het toch meerdere keren tot gezamenlijke uitvoeringen. Dat laatste kan niet meer omdat Looft den Heer in 2004 opgeheven is.

1915: concours in Lisse, dirigent C.Herrewijn (zittend precies in het midden)

Gelukkig is Excelsior na 100 jaar nog een springlevend koor. Men is nu druk bezig met het instuderen van het jubileumconcert van 30 oktober dat in de Agathakerk wordt gegeven.
Een concert in de R.K. Agathakerk zou in de begintijd van Excelsior natuurlijk onmogelijk zijn geweest, waaruit meteen blijkt dat ook het koor met de tijd meegaat. In de jaren 60 kreeg het koor een algemener kleuring. Er zijn nu leden van allerlei gezindten. In de statuten is natuurlijk wel verankerd dat het koor gestoeld is op de bijbel.

 

Het koor was dus in 1909 opgericht en kon al in 1911 de eerste uitvoering geven. Daarin werd Psalm 8 voor vier stemmen (sopranen, alten, tenoren en bassen) ten gehore gebracht. Bij het jubileumconcert zal deze Psalm 8 ook weer vierstemmig klinken, maar wel in een moderner jasje.

Er is vrij veel over het koor bewaard gebleven. Bestuursverslagen, statuten, maar ook uitvoeringsboekjes en affiches zijn er. Maar van het 50 jarige bestaan van het koor is niets terug te vinden. Werd er geen aandacht aan besteed, is men het gewoon vergeten? Wie zal het zeggen. Er is veel mondelinge geschiedenis. Hele families zijn al van moeder op dochter en van vader op zoon lid van het koor. In de verslagen wordt regelmatig gewag gemaakt van de ontvangst van een ondertrouwkaart. Menig koorlid vond een partner op het koor. Zeker in de beginperiode was het wekelijkse oefenen voor het koor het enige uitje dat er was. In de geschiedenis van het koor zie je ook bepaalde achternamen steeds terugkeren. We zullen daaruit 2 voorbeelden noemen: Daudeij en de Kooker. Adrie Vijfhuizen-de Kooker bijvoorbeeld is al 65 jaar lid van het grote koor. Daarvoor was zij al lid van het kinderkoor en zij was ook een tijd begeleidster van het kinderkoor.

Het jeugd- en kinderkoor werd in 1928 opgericht. Eenmaal enthousiast koorlid was de stap naar het grote koor makkelijk te zetten. Van de huidige 75 leden van het grote koor hebben er maar liefst 27 op het jeugd- of kinderkoor gezeten.

1949: 40-jarig jubileum, concert in de HBG-hal in Lisse met dirigent Th.Westerdaal (staand bij de lezenaar)

Helaas bestaat het kinderkoor niet meer. In de loop der tijd kwamen er steeds meer activiteiten voor de jeugd en liep het aantal jeugdleden te veel terug. In 1994 is besloten het jeugdkoor op te heffen.
Toch kunnen we dit jaar weer van dit koor genieten. Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Excelsior zijn er oproepen gedaan aan oud leden om zich te melden. Het oudst aangemelde jeugdlid is nu al boven de 80. Zij was zelfs bij de oprichting van het kinder- en jeugdkoor! Er hebben zich vanuit het hele land oud-jeugdleden gemeld. Zo kwamen er aanmeldingen uit Dieren, uit Bolsward, uit Leersum en Almere en uit onze Bollenstreekregio natuurlijk. Met de bedoeling om op het jubileumconcert als oud jeugdleden een muzikaal intermezzo te verzorgen met stukken die eertijds op het repertoire van het kinderkoor stonden.
Voor de oorlog was dat o.a. repertoire van Catharina van Renes. Misschien kent u nog wel Het Lentelied. Wanneer het niet meer bekend is dan kan men op het jubileumconcert zijn geheugen weer opfrissen, want dan zal dit stuk ook weer klinken. Het jeugdrepertoire was natuurlijk ook aan mode onderhevig en zo werden er in de jaren 60 diverse stukken uit musicals ingestudeerd. Bij de uitvoeringen was er soms ondersteuning van het grote koor. Ook uit dat repertoire zal weer wat klinken.

Zowel het grote koor als het kinder- en jeugdkoor hebben heel veel uitvoeringen gegeven. Sinds 1928 was er jaarlijks wel een uitvoering. Die uitvoeringen waren indertijd in de HBG-hallen en ook wel in de HoBaHohallen. Begeleiding kreeg het koor dan van een orgel of een piano, maar ook werd wel gebruik gemaakt van een kleine orkestbezetting, bijvoorbeeld van het symfonie orkest van Amsterdam. Dikwijls werden concerten gegeven met ondersteuning van andere koren, zoals van het residentie mannenkoor uit Den Haag.
Later volgden concerten in de Agathakerk. Het koor is heel bekend om de uitvoeringen van de Crucifi xion. Maar ook de Deutsche Messe en delen van de Jahreszeiten stonden op het repertoire. Tijdens het jubileumconcert zal een compilatie hiervan te horen zijn.

2006: Uitvoering van The Crucifi xion in de Agathakerk, Lisse, met dirigent Aldert Fuldner

Een concertuitvoering is voor een koor een dure zaak. Dirigent en locatie moeten betaald worden. Gelukkig heeft het koor een eigen, zeer oude, vleugel (uit 1825). Normaal begeleidt de dirigent het koor tijdens het instuderen op dit instrument. Maar voor het jubileumconcert is er speciale ondersteuning van een pianist. Er wordt voor het concert een speciaal concertorgel gehuurd. Voor de repetities maakt men nu gebruik van de kerkzaal in de gereformeerde kerk. Daarvoor werd Rehoboth gebruikt en van 1966 tot 2000 werd gerepeteerd in Salvatori. Gelukkig heeft het koor voor het jubileumconcert financiële ondersteuning gekregen van een aantal sponsors en kon ook gebruik gemaakt worden van het Schipholfonds.

Wat voor het koor, naast een dankbare taak, ook een prettige manier is om de kosten iets te drukken is optreden in verzorgingshuizen. Dit wordt gefinancierd door het fonds 1818, een fonds dat financiële ondersteuning geeft aan initiatieven op het gebied van zorg, welzijn en dergelijke. Bij zo’n gelegenheid worden voor de pauze geestelijke stukken ten gehore gebracht en volgt na de pauze een populair programma. Het koor treedt ook op in het LUMC en verzorgt jaarlijks een gehandicaptendienst in de Pelgrimkerk in Haarlem.

Vroeger deed het koor ook mee aan concoursen. In de periode van dirigent Th. Westerdaal waren dergelijke concoursen heel gebruikelijk.
Excelsior deed dat niet onverdienstelijk. Begonnen werd in een lagere klasse, maar al gauw deed men mee aan de ereklasse en behaalde nog 1e prijzen ook! Dat was de tijd waarin het ledental de 100 bereikte.
Zo’n ledental is er heden ten dage niet meer. Maar gelukkig is het dieptepunt uit begin jaren 60, toen nog maar 35 leden over waren en opheffing dreigde, voorbij. De 75 leden die het koor nu telt maken een ruime keuze mogelijk uit koorrepertoire. Er is nog altijd vraag naar de Crucifixion, dus wie weet wordt dat ooit weer ten gehore gebracht. Een uitvoering van passiemuziek van J.H. Maunder (Cantate olivet to calvary) behoort tot de wensen van het koor. Een uitbreiding naar 80 koorleden, met vooral mannenstemmen, zou dan wenselijk zijn.

Behalve een te laag ledental waren er wel meer dieptepunten voor het koor. Het overlijden van dirigent Westerdaal staat een aantal koorleden nog in het geheugen gegrift. Het koor was al druk aan het studeren voor een feestelijk concert, waar meerdere koren aan mee zouden doen. Het zou gegeven worden om te vieren dat dirigent Westerdaal 50 jaar organist/dirigent was. Toen kwam het bericht dat Westerdaal op 66-jarige leeftijd was overleden.

De oorlogsperiode was voor het koor ook een negatieve tijd. De Duitsers wilden bij de repertoirekeuze een vinger in de pap hebben. Dat wilden de koorleden niet en dus ging het koor min of meer slapend verder. Uitvoeringen werden niet gegeven, gerepeteerd werd er nog wel. Maar omdat de dirigent niet in Lisse woonde moest hij, in verband met de spertijd, in Lisse blijven overnachten. Na de oorlog werd een speciaal concert georganiseerd, samen met het koor Looft den Heer.
Excelsior beleefde na deze beroerde tijd weer een bloeiperiode.

1984: 75- jarig jubileum. Foto gemaakt in Salvatori, Lisse met dirigent Pieter de Jong (zittend in het midden, tussen de dames)

Om tot een repertoirekeuze te komen heeft het koor een muziekcommissie. Veel koorleden vervullen binnen het koor ook een vrijwilligersfunctie. Dat varieert van het verzorgen van de corsages en bloemstukken tijdens een concert tot het deelnemen aan een commissie, bijvoorbeeld de kledingcommissie. Want naast een mooie klank wil het oog ook wat.
Oorspronkelijk werd er gebruik gemaakt van speciale koorkleding. Droegen de dames bijvoorbeeld een wijnrode lange rok met een crèmekleurig jasje of, zoals bij het jubileumconcert bij het 90-jarig bestaan, een zwarte lange rok met afwisselend een fel blauw jasje en een gebloemde cape.
Zo om de 7 jaar werd andere koorkleding gekozen. Na 2006 is het idee van koorkleding losgelaten en nu dragen de dames een zwarte lange broek of rok. Met allemaal een blouse in dezelfde kleur, bijvoorbeeld wit bij het jubileumconcert of rood tijdens een kerstconcert. De heren hebben het makkelijker. Zwart is het kostuum met wit overhemd variërend met verschillende kleuren strikjes en pochetjes, waarbij de kleur dan weer overeenkomt met de sjaals die de dames dragen.

Voor het jubileumconcert wordt nog hard gewerkt. Onder leiding van de eerste vrouwelijke dirigent, Marja Goudzwaard, die sinds januari 2007 de scepter zwaait bij het koor. Zij is ook dirigent bij de Noordzeezangers uit Katwijk. Wat weer prettig is omdat enkele mannenstemmen uit dit koor voor versterking zullen zorgen bij het jubileumconcert. Begin oktober is er een speciale studiedag. Voor het gelegenheidskoor van oud jeugdleden zijn er in oktober 2 repetitiedagen gepland. Het jubileumconcert is gratis te bezoeken. Het koor geeft een feestje en trakteert. Maar mogelijk is er wel een gelegenheid om het jarige koor een financieel presentje cadeau te doen. Er worden Cd-opnamen gemaakt en een jubileumboek zal verschijnen.
Misschien een leuk sinterklaascadeautje?

Mocht u eind oktober verhinderd zijn dan is er nog de gebruikelijke volkskerstzang op 18 december. Dan organiseert het Ademacomité een samenzang met ondersteuning van Excelsior en het koor van de Agathakerk.

Lisse mag zich verheugen op een eerbiedwaardige, maar levendige eeuweling.
Dat er nog maar zeer vele harmonieuze, klankrijke jaren voor Excelsior mogen volgen.

2009: Het huidige bestuur en dirigent Marja Goudzwaard-Malipaard (tweede van links)

 

Uit Nieuwsblad januari 2010

Excelsior
Gijs Overvliet reageerde op het verhaal over het 100 jarig bestaan van Excelsion. In 2004/2005 schreef hij het jubileumboek “100 jaar Crescendo in Sassenheim”, overigens samen met Aukjen Nauta uit Lisse. Hierin schrijft hij over de samenwerking van Crescendo met Excelsior in de periode dat Excelsior 40 jaar bestond. Naar aanleiding van dat 40jarig bestaan ontstaat er een unieke samenwerking tussen de koren waar dirigent J. Theo Westendaal leiding aan geeft en het, zoals het toen heette, Chr. Fanfare Corps Crescendo. In die tijd zijn er nog maaar weinig bewerkingen voor koor en blaasorkest, dus er wordt wel wat gevergd van de organisatie om de programmering rond te krijgen.
Op 20 mei 1950 is er dan het grote concertoptreden in de Hobaho te Lisse.
Daar is de foto van die in het vorige nieuwsblad staat.
De heer Overvliet herkent nog diverse muzikanten:
geheel rechts Ab Helmus (op bariton; broer van Piet Helmus die jarenlang in Lisse woonde en oom van de Lissese organist en muziekleraar A. Helmus) voor hem Rens van Duijn (sopraansax, hij is de vader van Wim van Duijn, in de jaren 70 directeur van de Muziekschool en dirigent van het Symfonieorkest). Geheel links vooraan Rinus Moolenaar (1e piston), 3de schuin naast hem Gerrit Vos (2de piston.
Het wordt zo’n groot succes dat besloten wordt om het concert te herhalen in de plaatsen van alle deelnemende verenigingen. Een heel georganiseer in een tijd zonder E-mail!
Overigens het boek “100 jaar Crescendo in Sassenheim” is nog te koop.

 

Boek ter gelegenheid van 100 jaar Excelsior