Slag bij het Manpad in Lisse?

In Heemstede op de hoek van de Manpadslaan  staat een herdenkingsnaald, waarmee de slag tussen de Vlamingen en de Hollanders wordt herdacht. Maarten van Bourgondiën meent dat de slag ook in Lisse kan hebben plaatsgevonden aan de hand van een kroniek uit de 15e eeuw, de Johan Huyssens van Kattendijke kroniek. Deze kroniek wordt uitgebreid behandeld.

door Maarten van Bourgondiën

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 4, oktober 2009

Inleiding

Op de hoek van de Manpadslaan te Heemstede bevindt zich een herdenkingsnaald waarmee onder andere wordt herdacht dat daar op 25 april 1304 strijd werd geleverd tussen Vlamingen en Hollanders. Dat Holland en Vlaanderen in deze tijd in oorlog met elkaar waren lijdt geen twijfel. Het is echter nog maar de vraag of deze zogenoemde “Slag bij het Manpad” uit 1304 ooit heeft plaatsgevonden. Daarnaast bestaat er ook onzekerheid over de locatie van deze slag. De kroniekschrijver Johannes a Leydis maakt in een uit omstreeks 1490 daterende kroniek melding van de gebeurtenissen in 1304. Hij is de eerste die expliciet spreekt over de “Slag bij het Manpad”. Johannes a Leydis was kloosterling (en later ook prior) van het klooster van de Karmelieten te Haarlem, en zal bij het schrijven van zijn kroniek het “Manpad” in Heemstede voor ogen hebben gehad. Dit oude pad wordt namelijk al in de tweede helft van de veertiende eeuw als zodanig aangeduid en stond ook in de zestiende eeuw bekend als het “Mannepat”. [1]

Herdenkingsnaald aan de Manpadslaan te Heemstede (foto auteur).

In dit artikel wil ik een andere vijftiende-eeuwse kroniek behandelen die eveneens melding maakt van de veldslag uit 1304, maar daarbij met geen woord rept over het Manpad. Er wordt namelijk een heel andere locatie genoemd: Lisse! Het gaat om de zogenoemde “Johan Huyssen van Kattendijke-kroniek”. Deze kroniek van de geschiedenis van Holland, Zeeland, West-Friesland en het Sticht Utrecht werd geschreven aan het eind van de vijftiende eeuw en was in 1614 eigendom van Johan Huyssen van Kattendijke. [2] De tekst van deze kroniek lijkt gebaseerd te zijn op het Gouds Kroniekje uit circa 1440. Dat is niet alleen de eerste kroniek waarin wordt gesproken over een veldslag in 1304 tussen Vlamingen en Hollanders op Hollands grondgebied, maar tevens de eerste kroniek waarin Lisse wordt vermeld als locatie van deze veldslag. Om de verwarring over de exacte locatie compleet te maken, wil ik tot slot nog even melden dat de uit 1517 daterende Divisiekroniek de veldslag uit 1304 niet in Lisse of bij het Manpad plaats laat vinden, maar in Hillegom. [3] Dat alle drie de bovengenoemde locaties aan de Heereweg gelegen zijn, is volgens mij geen toeval. Tijdens hun tocht door het graafschap Holland zullen de Vlaamse soldaten zeker gebruik hebben gemaakt van deze belangrijke verbindingsweg tussen Leiden en Haarlem. Een eventuele veldslag zal dan ook hoogstwaarschijnlijk op of nabij de Heereweg zijn geleverd.

Strijd om Zeeland

Nadat de Vlamingen in 1302 tijdens de beroemde Gulden Sporenslag een leger van de Franse koning vernietigend hadden verslagen, zagen zij hun kans schoon en vielen zij Zeeland binnen. De heerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde werd namelijk al eeuwenlang betwist door de Hollandse en Vlaamse graven. [4] In 1303 werd Zierikzee belegerd door de Vlamingen. Een wapenstilstand bracht tijdelijk enige rust, maar toen het bestand in maart 1304 afl iep volgde een nieuwe Vlaamse inval waarbij Zierikzee voor een tweede maal werd belegerd. Daarnaast trok een deel van het Vlaamse leger het graafschap Holland binnen en veroverde daar stad na stad zonder daarbij op al teveel tegenstand te stuiten. Ook de stad Utrecht viel in Vlaamse handen. Alleen Dordrecht en Haarlem wisten de Vlaamse soldaten buiten de poorten te houden. Ondanks deze successen vertrokken de Vlamingen nog geen maand later ineens hals over kop uit Holland. Dat zou het gevolg zijn geweest van de slag bij het Manpad, waarbij de Hollanders onder leiding van Witte van Haamstede het Vlaamse leger in de pan hakten.

Slag bij Lisse

Witte van Haamstede was een bastaardzoon van de in 1296 vermoorde graaf Floris V (verwekt bij een dochter van de heer van Heusden). Volgens de Kattendijke-kroniek wist hij tijdens het tweede beleg van Zierikzee met een bootje te ontsnappen, waarna hij met een klein aantal manschappen bij Zandvoort landde en naar Haarlem trok. Daar ontrolde hij zijn banier met daarop de rode leeuw van de graven van Holland. Volgens Witte van Haamstede was het een grote schande dat men Holland zomaar zonder slag of stoot opgaf. Zijn toehoorders waren het daarmee hartgrondig eens en ook uit de directe omgeving kwamen al snel vele mensen naar Haarlem die mee wilden helpen om de Vlamingen gewapenderhand uit Holland te verdrijven. Onder leiding van Witte van Haamstede verlieten zij Haarlem, waarna zij “te Lis” een grote groep Vlamingen tegen het lijf liepen. Er volgde een hevig gevecht dat overtuigend door Witte van Haamstede werd gewonnen. Volgens de Kattendijke-kroniek vonden daarbij zoveel Vlamingen de dood dat men de tel is kwijt geraakt. De wapenuitrusting en kleren van de gedode Vlaamse soldaten werden op een grote hoop gegooid: “Dit sel een teyken wesen dat den Vlaminghen den wech wijsen sel op een ander tijt als zij wedercommen sellen” [dit teken – de stapel wapenuitrustingen en kleren – zal de Vlamingen de weg wijzen als zij in de toekomst ooit nog eens terugkeren in Holland]. Na deze glorieus gewonnen veldslag kwamen de door de Vlamingen veroverde Hollandse steden in opstand tegen hun bezetters en duurde het niet lang voordat de laatste Vlaamse soldaten uit het graafschap verdreven waren.

Feit of mythe?

Dat is in ieder geval wat de Kattendijkekroniek en andere vijftiende-eeuwse kronieken ons willen doen geloven. Tegenwoordig wordt echter ernstig betwijfeld of de slag bij het Manpad wel heeft plaatsgevonden. Zo is het opvallend dat twee kroniekschrijvers die de Vlaamse inval van 1304 min of meer als tijdgenoten hebben meegemaakt (Melis Stoke en Willem Procurator) in hun geschiedwerken nergens melding maken van een speciale bevrijdingsslag op Hollandse bodem. Zij vertellen wel dat Witte van Haamstede naar Haarlem trok en daar vreugdevol werd ontvangen (waarna diverse Hollandse steden in opstand kwamen), maar een slag bij het Manpad wordt niet genoemd. Dat geldt eveneens voor de kort na 1346 voltooide “Croniken van den Stichte van Utrecht ende van Holland” (geschreven door Johannes de Beke). Daarin reist Witte van Haamstede wel via Zandvoort naar Haarlem, alwaar hij hulp krijgt van de Kennemers en West-Friezen, maar vervolgens wordt slechts in algemene termen verteld dat zij er met schepen en paarden op uit trokken om de door de Vlamingen gegijzelde personen te bevrijden, waarbij zij alle Vlaamse soldaten doodsloegen die zij onderweg tegenkwamen. Dit lijkt dus meer te wijzen op verschillende kleine schermutselingen en niet op één beslissende veldslag. Daarnaast is het opvallend dat in de Lissese geschiedenis nergens verhalen opduiken die (heel in de verte) verwijzen naar een beroemde slag die bij dit dorp plaats zou hebben gevonden. Volgens de kronieken uit de vijftiende eeuw moet het een indrukwekkende strijd zijn geweest: zo’n veldslag waarvan je verwacht dat die van generatie op generatie door wordt gegeven en op die manier in het collectieve geheugen van de dorpelingen blijft zitten. Tot nu toe is er in de Lissese archieven (of in de archieven van naburige dorpen) echter niets gevonden dat in die richting wijst. Doorslaggevend bewijs tegen de slag bij het Manpad is dat natuurlijk niet: archiefstukken kunnen verloren zijn gaan en er zijn wel meer belangrijke gebeurtenissen uit het collectieve geheugen van de Lissenaren gewist. Zo is het bijvoorbeeld aan de geschriften van de abdij van Egmond te danken dat wij tegenwoordig op de hoogte zijn van het feit dat in 1182 in Lisse met veel pracht en praal het huwelijk werd gevierd van Margaretha van Holland (dochter van graaf Floris III en Ada van Schotland) en Dirk van Kleef. [5] In de Lissese archieven is hierover namelijk niets meer terug te vinden. Vlaamse kroniekschrijvers uit de veertiende eeuw reppen eveneens met geen woord over een veldslag op Hollands grondgebied. Zij geven de Frans-Hollandse overwinning in de zeeslag van 10 augustus 1304 bij Zierikzee als reden voor de defi nitieve nederlaag van het Vlaamse leger. [6] Daarnaast ontbreken in de doorgaans zeer gedetailleerde Vlaamse stadsrekeningen posten die verband zouden kunnen houden met oorlogshandelingen in het graafschap Holland. Mr. J.W. Groesbeek bespreekt in zijn boek over de geschiedenis van Heemstede twee oorkonden uit 1306, waarin Haarlem en naburige dorpen verklaarden dat zij doden en gewonden te betreuren hadden in de strijd tegen de Vlamingen en dat zij daarnaast ook materiële schade hadden geleden. [7] Dat wijst wel op oorlogshandelingen, maar vormt op zichzelf geen overtuigend bewijs dat de slag bij het Manpad daadwerkelijk plaats heeft gevonden. Zo ontbreekt in de bovengenoemde oorkonden bijvoorbeeld het dorp Lisse, terwijl daar volgens diverse kronieken toch ook strijd zou zijn geleverd. Daarnaast is ook nergens iets terug te vinden over een beleg van het slot Teylingen. Dit was veruit het belangrijkste militaire steunpunt tussen Leiden en Haarlem. Zouden de Vlamingen dat zomaar zonder slag of stoot in Hollandse handen hebben gelaten? Of vormden kastelen als Teylingen misschien geen bedreiging meer omdat de garnizoensbezetting verzwakt was vanwege de strijd in Zeeland?
Een ander punt dat twijfel zaait over de betrouwbaarheid van de vijftiendeeeuwse kronieken is het zelfstandige en krachtige optreden van Witte van Haamstede. Met het kinderloos overlijden van graaf Jan I (zie onderstaande fragmentgenealogie) kwam het graafschap Holland via de zus van graaf Willem II in handen van de graven van Henegouwen uit het huis van Avesnes. Indien Witte van Haamstede door de bevolking zou worden beschouwd als de grote bevrijder van Holland bestond het risico dat de Avesnes het graafschap weer kwijt zouden raken aan deze buitenechtelijke nakomeling van graaf Floris V (die als bastaardzoon eigenlijk niet voor opvolging in aanmerking kwam). In navolging van een kroniekfragment uit de periode 1337-1350 gaat de historicus F.W.N. Hugenholtz er dan ook van uit dat Witte van Haamstede pas in Holland arriveerde nadat de steden in opstand waren gekomen. [8]

Conclusie

Hoewel het een mooi en meeslepend verhaal is, hoeven we in Lisse nog niet meteen een monument op te richten om de veldslag uit 1304 te herdenken. Wat de slag bij het Manpad betreft is er namelijk voldoende reden om aan de betrouwbaarheid van de vijftiende-eeuwse kronieken te twijfelen. Misschien was er ook niet één grote veldslag, maar ging het om een serie kleine schermutselingen, die later door kroniekschrijvers zijn samengevoegd tot één heroïsche slag bij het Manpad. Dat zou in ieder geval al die verschillende locaties verklaren. Gezien de periode waar het om draait, zal het erg moeilijk zijn om nieuwe aanwijzingen te vinden die iets meer kunnen zeggen over deze veldslag. Zolang concrete bewijzen uitblijven, kunnen we het verhaal dan ook het beste beschouwen als een leuke anekdote in plaats van een historisch feit.

Noten

[1] Mr. J.W. Groesbeek. Heemstede in de historie, leven, werken, handel en koehandel in de woonplaats van Emece (z.pl. 1972) 39.

[2] Antheun Janse en Ingrid Biesheuvel, Johan Huyssen van Kattendijkekroniek. Die historie of die cronicke van Hollant, van Zeelant ende van Vrieslant ende van den Stichte van Utrecht Rijks Geschiedkundige Publicatiën Kleine Serie nr. 102 (Den Haag 2005).

[3] F.W.N. Hugenholtz, “Historie en historiografi e van de slag aan het Manpad (1304)”, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1953-1955), 31-47, aldaar 39.

[4] Ibidem, aldaar 32.

[5] Marijke Gumbert-Hepp, J.P. Gumbert en J.W.J. Burgers, Annalen van Egmond. De Annales Egmundenses tezamen met de Annales Xantenses en het Egmondse Leven van Thomas Becket Middeleeuwse Studies en Bronnen CVII (Hilversum 2007) 277.

[6] Hugenholtz, Historie en historiografi e, 31-47, aldaar 37-38.

[7] Groesbeek, Heemstede in de historie, 23. [8] Hugenholtz, Historie en historiografi e, 31-47, aldaar 43-44. Het is overigens nog interessant om te vermelden dat Arend van Haamstede, zoon van Witte van Haamstede, vanaf 30 maart 1339 enige tijd ambachtsheer van Hillegom en De Vennip is geweest.

 

Geschiedenis van Wildlust vanaf het originele Wildlust tot Villa Wildlust

De geschiedenis van Wildlust vanaf het originele Wildlust tot Villa Wildlust wordt besproken. De oorspronkelijke buitenplaats Wildlust  is rond 1800 gebouwd. De bewoning en eigendom van de landerijen worden ook beschreven.

Nieuwflits

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 4, oktober 2009

Aanvulling op de informatie in ons Nieuwsblad van april 2009 over de in maart 2009 gesloopte Villa Wildlust.

Dat waren 3 verschillende huizen. In de 18e eeuw bestond Wildlust nog niet. De oorspronkelijke buitenplaats “Wildlust” is rond 1800 gebouwd en is op 2 augustus 1814 gekocht door “de Heer Casparus Henricus Wolff , chirurgijn en apothecar” te Lisse. (zie ‘t Roemwaard Lisse door A.M. Hulkenberg , blz. 61).

De buitenplaats Wildlust door P.J.Lutgers (1865

Het was een buitenplaats die was verhuurd aan de Weledel Hooggeboren Heer Coenraad Jacob Temminck, een verdienstelijk dierkundige en later directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden, toen wonende op de Heeregracht te Amsterdam. Op 30 jan. 1819 koopt de heer Temminck van de eigenaar Casparus Henricus Wolff, de buitenplaats Wildlust voor 1000 Gulden. De heer Temminck trouwt met de dochter van Marinus Smissaert, die in die tijd eigenaar was van Veenenburg. De heer Temminck overlijdt op 30 januari 1859 op 79 jarige leeftijd, en zijn weduwe blijft op Wildlust wonen tot haar dood in 1865. Haar tweede zoon Marinus Temminck, naar wie de boerderij Oud-Zandvliet later “Marinus” werd genoemd, verhuurt Wildlust aan Baron Snouckaert van Schauburg. Hij liet enige tijd later het oude Wildlust slopen en vervangen door het landhuis Wildlust, dat met de tuinen omstreeks 1923 is afgebroken (zie kaart hierboven en foto’s hieronder ).

Omstreeks 1890 verkoopt Marinus Temminck, Huize Wildlust aan de Graaf van Lynden (Meneer Jan), gehuwd met Gravin van Palland die later Keukenhof erft . Zij wonen er tot 1923, dan gaan ze naar Keukenhof .

Wildlust 1920 en tijdens afbraakperiode omstreeks 1923

Cornelis Marijnus Grullemans woont sinds 1900 tegenover Wildlust op de Heereweg 19 , met land erachter. In 1905 huurt Grullemans grote stukken land van de Graaf en in 1923 koopt Dhr. M. C. Grullemans Wildlust en breekt het verwaarloosde huis tot de grond toe af .(Het is nooit een schuur van Grullemans geweest ondanks hardnekkige verhalen).
Hij maakt er bollenland van en Wildlust is dan bollenland van de oude Grul zover je kon kijken vanaf de Heereweg , want erachter huurt hij er nog bij van Speelman. Zijn zoon Karel (Cees) trouwde met Annie Speelman op 12 Mei 1925. Vader Grul laat in 1925 op de hoek van het land Grullemans een huis bouwen voor het stel: “ Villa Wildlust” .

Villa of Huize Wildlust ca. 1930

Cees Grullemans overlijdt in 1968 en na vertrek van Mevr. Annie Grullemans- Speelman wordt Villa Wildlust verkocht. Het is bewoond geweest tot 2009 en is nu uiteindelijk toch afgebroken .Villa Wildlust heeft dus niets te maken met de buitenplaats “Wildlust” uit 1800 of het later gebouwde buitenhuis Wildlust. Dat was een groot landhuis, beschreven door verschillende mensen. Villa Wildlust heeft dus bestaan vanaf 1925 tot 2009. Hopende dat dit verhaal een paar vragen van lezers heeft opgehelderd. (Info uit ’t Roemwaard Lisse door A.M. Hulkenberg en met dank van Mevr. I.P. Grullemans).

 

 

Grenspalen te Lisse

Uitgave boekje over Grenspalen in Lisse

Er komt een boekje over grenspalen in Lisse, gemaakt door B. Kölker. Alle 15 nog aanwezige grenspalen, hekpalen, wapenstenen en stoeppalen worden beschreven. Helaas heeft de gemeente Lisse de grenspalen niet op de monumentenlijst geplaatst.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 4, oktober 2009

De Vereniging Oud Lisse geeft binnenkort een zeer interessant boekje uit, waarin de 15 nog aanwezige grenspalen, hekpalen, wapenstenen en stoeppalen in Lisse worden geïnventariseerd en beschreven door ons zeer geachte lid Dr.Bert Kölker, voormalig provinciaal archiefi nspecteur van Noord Holland.
Omdat veel historische grenspalen in Lisse zijn verdwenen (en nog steeds verdwijnen!) en gezien ook de aandacht die in omliggende gemeenten als Bennebroek, Hillegom, Vogelenzang geschonken wordt aan de bescherming van grenspalen, kwam de Vereniging Oud Lisse in 2006 tot de conclusie dat een beschrijving en indien mogelijk bescherming van de nog overgebleven grenspalen in Lisse hoog nodig was, teneinde deze voor het nageslacht te bewaren.
Bij de presentatie van zijn initiële inventarisatie van de grenspalen in Lisse aan de monumentencommissie in juli 2007, adviseerde Bert, gezien het verdwijnen en de slechte staat van de nog overgebleven Lisser grenspalen, om deze te beschermen als gemeentelijk monument.
Hoewel de monumentencommissie daarmee instemde, heeft het college van Lisse in augustus 2008 helaas besloten om daarvan af te zien. Wel verzocht het college de Vereniging Oud Lisse om de inventarisatie en beschrijving van de Lisser grenspalen in een brochure of boekvorm vast te leggen.
De Vereniging Oud Lisse wilde graag aan dit verzoek voldoen, om hierdoor de grenspalen meer onder de aandacht te brengen van alle inwoners van Lisse. Toch hopen wij dat deze omschrijving van de Lisser grenspalen het college en de raad alsnog doen besluiten om deze palen te beschermen door ze tot gemeentelijk monument aan te wijzen. We hopen hiermee de 15 grenspalen, hekpalen en wapenstenen in Lisse voor u op een aantrekkelijke manier in kaart te hebben gebracht.

Dhr. Nic.Dames met de grenspaal. Foto C.P. Balkenende

Op 13 september tijdens onze inloopavond meldde Dhr. Nic.Dames ons het bestaan van nog een Lisser grenspaal: N.a.v. de publiciteit over de grenspalen in Lisse, vertelde hij ons, dat hij een oude, deels gebroken Lisser grenspaal (Loosterweg- Zuid op grens Voorhout/ Lisse) veilig heeft opgeborgen in zijn bollenschuur om het gevaar van verdere beschadiging te voorkomen.
Ons bestuurslid Chris Balkenende heeft zich over deze paal ontfermd en deze geheel schoongemaakt en tijdelijk opgeborgen. Wij hebben de gemeente Lisse gevraagd of deze interessante paal t.b.v. te organiseren wandeltochten niet weer op of nabij de oorspronkelijke vindplaats kan worden herplaatst. We wachten nog op antwoord.
De Vereniging Oud Lisse is van plan om d.m.v. het organiseren van wandel- of fi etstochten de grenspalen meer onder de aandacht van het publiek te brengen.

EXCELSIOR 100 JAAR

De geschiedenis van 100 jaar Excelsior wordt weergegeven. Na oprichting in 1909 was het eerste concert in 1911 .

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 8 nummer 4, oktober 2009

 

Op 29 oktober 1909 werd in Lisse een koor opgericht. Het kreeg de naam Excelsior, wat steeds hoger betekent. De oprichters, in die tijd zoals gebruikelijk allemaal mannen, hebben niet kunnen bevroeden dat ze daarmee de start gaven voor een bijzondere geschiedenis. De oprichters hadden een gereformeerde achtergrond. In Lisse bestond sinds 1905 al een koor op hervormde grondslag, namelijk het koor Looft den Heer. Het paste in het tijdsbeeld om voor de verschillende protestante richtingen een apart koor te hebben. Later ontstond er wel samenwerking tussen beide koren en, hoewel de samenwerking soms wat moeizaam verliep, kwam het toch meerdere keren tot gezamenlijke uitvoeringen. Dat laatste kan niet meer omdat Looft den Heer in 2004 opgeheven is.

1915: concours in Lisse, dirigent C.Herrewijn (zittend precies in het midden)

Gelukkig is Excelsior na 100 jaar nog een springlevend koor. Men is nu druk bezig met het instuderen van het jubileumconcert van 30 oktober dat in de Agathakerk wordt gegeven.
Een concert in de R.K. Agathakerk zou in de begintijd van Excelsior natuurlijk onmogelijk zijn geweest, waaruit meteen blijkt dat ook het koor met de tijd meegaat. In de jaren 60 kreeg het koor een algemener kleuring. Er zijn nu leden van allerlei gezindten. In de statuten is natuurlijk wel verankerd dat het koor gestoeld is op de bijbel.

 

Het koor was dus in 1909 opgericht en kon al in 1911 de eerste uitvoering geven. Daarin werd Psalm 8 voor vier stemmen (sopranen, alten, tenoren en bassen) ten gehore gebracht. Bij het jubileumconcert zal deze Psalm 8 ook weer vierstemmig klinken, maar wel in een moderner jasje.

Er is vrij veel over het koor bewaard gebleven. Bestuursverslagen, statuten, maar ook uitvoeringsboekjes en affiches zijn er. Maar van het 50 jarige bestaan van het koor is niets terug te vinden. Werd er geen aandacht aan besteed, is men het gewoon vergeten? Wie zal het zeggen. Er is veel mondelinge geschiedenis. Hele families zijn al van moeder op dochter en van vader op zoon lid van het koor. In de verslagen wordt regelmatig gewag gemaakt van de ontvangst van een ondertrouwkaart. Menig koorlid vond een partner op het koor. Zeker in de beginperiode was het wekelijkse oefenen voor het koor het enige uitje dat er was. In de geschiedenis van het koor zie je ook bepaalde achternamen steeds terugkeren. We zullen daaruit 2 voorbeelden noemen: Daudeij en de Kooker. Adrie Vijfhuizen-de Kooker bijvoorbeeld is al 65 jaar lid van het grote koor. Daarvoor was zij al lid van het kinderkoor en zij was ook een tijd begeleidster van het kinderkoor.

Het jeugd- en kinderkoor werd in 1928 opgericht. Eenmaal enthousiast koorlid was de stap naar het grote koor makkelijk te zetten. Van de huidige 75 leden van het grote koor hebben er maar liefst 27 op het jeugd- of kinderkoor gezeten.

1949: 40-jarig jubileum, concert in de HBG-hal in Lisse met dirigent Th.Westerdaal (staand bij de lezenaar)

Helaas bestaat het kinderkoor niet meer. In de loop der tijd kwamen er steeds meer activiteiten voor de jeugd en liep het aantal jeugdleden te veel terug. In 1994 is besloten het jeugdkoor op te heffen.
Toch kunnen we dit jaar weer van dit koor genieten. Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Excelsior zijn er oproepen gedaan aan oud leden om zich te melden. Het oudst aangemelde jeugdlid is nu al boven de 80. Zij was zelfs bij de oprichting van het kinder- en jeugdkoor! Er hebben zich vanuit het hele land oud-jeugdleden gemeld. Zo kwamen er aanmeldingen uit Dieren, uit Bolsward, uit Leersum en Almere en uit onze Bollenstreekregio natuurlijk. Met de bedoeling om op het jubileumconcert als oud jeugdleden een muzikaal intermezzo te verzorgen met stukken die eertijds op het repertoire van het kinderkoor stonden.
Voor de oorlog was dat o.a. repertoire van Catharina van Renes. Misschien kent u nog wel Het Lentelied. Wanneer het niet meer bekend is dan kan men op het jubileumconcert zijn geheugen weer opfrissen, want dan zal dit stuk ook weer klinken. Het jeugdrepertoire was natuurlijk ook aan mode onderhevig en zo werden er in de jaren 60 diverse stukken uit musicals ingestudeerd. Bij de uitvoeringen was er soms ondersteuning van het grote koor. Ook uit dat repertoire zal weer wat klinken.

Zowel het grote koor als het kinder- en jeugdkoor hebben heel veel uitvoeringen gegeven. Sinds 1928 was er jaarlijks wel een uitvoering. Die uitvoeringen waren indertijd in de HBG-hallen en ook wel in de HoBaHohallen. Begeleiding kreeg het koor dan van een orgel of een piano, maar ook werd wel gebruik gemaakt van een kleine orkestbezetting, bijvoorbeeld van het symfonie orkest van Amsterdam. Dikwijls werden concerten gegeven met ondersteuning van andere koren, zoals van het residentie mannenkoor uit Den Haag.
Later volgden concerten in de Agathakerk. Het koor is heel bekend om de uitvoeringen van de Crucifi xion. Maar ook de Deutsche Messe en delen van de Jahreszeiten stonden op het repertoire. Tijdens het jubileumconcert zal een compilatie hiervan te horen zijn.

2006: Uitvoering van The Crucifi xion in de Agathakerk, Lisse, met dirigent Aldert Fuldner

Een concertuitvoering is voor een koor een dure zaak. Dirigent en locatie moeten betaald worden. Gelukkig heeft het koor een eigen, zeer oude, vleugel (uit 1825). Normaal begeleidt de dirigent het koor tijdens het instuderen op dit instrument. Maar voor het jubileumconcert is er speciale ondersteuning van een pianist. Er wordt voor het concert een speciaal concertorgel gehuurd. Voor de repetities maakt men nu gebruik van de kerkzaal in de gereformeerde kerk. Daarvoor werd Rehoboth gebruikt en van 1966 tot 2000 werd gerepeteerd in Salvatori. Gelukkig heeft het koor voor het jubileumconcert financiële ondersteuning gekregen van een aantal sponsors en kon ook gebruik gemaakt worden van het Schipholfonds.

Wat voor het koor, naast een dankbare taak, ook een prettige manier is om de kosten iets te drukken is optreden in verzorgingshuizen. Dit wordt gefinancierd door het fonds 1818, een fonds dat financiële ondersteuning geeft aan initiatieven op het gebied van zorg, welzijn en dergelijke. Bij zo’n gelegenheid worden voor de pauze geestelijke stukken ten gehore gebracht en volgt na de pauze een populair programma. Het koor treedt ook op in het LUMC en verzorgt jaarlijks een gehandicaptendienst in de Pelgrimkerk in Haarlem.

Vroeger deed het koor ook mee aan concoursen. In de periode van dirigent Th. Westerdaal waren dergelijke concoursen heel gebruikelijk.
Excelsior deed dat niet onverdienstelijk. Begonnen werd in een lagere klasse, maar al gauw deed men mee aan de ereklasse en behaalde nog 1e prijzen ook! Dat was de tijd waarin het ledental de 100 bereikte.
Zo’n ledental is er heden ten dage niet meer. Maar gelukkig is het dieptepunt uit begin jaren 60, toen nog maar 35 leden over waren en opheffing dreigde, voorbij. De 75 leden die het koor nu telt maken een ruime keuze mogelijk uit koorrepertoire. Er is nog altijd vraag naar de Crucifixion, dus wie weet wordt dat ooit weer ten gehore gebracht. Een uitvoering van passiemuziek van J.H. Maunder (Cantate olivet to calvary) behoort tot de wensen van het koor. Een uitbreiding naar 80 koorleden, met vooral mannenstemmen, zou dan wenselijk zijn.

Behalve een te laag ledental waren er wel meer dieptepunten voor het koor. Het overlijden van dirigent Westerdaal staat een aantal koorleden nog in het geheugen gegrift. Het koor was al druk aan het studeren voor een feestelijk concert, waar meerdere koren aan mee zouden doen. Het zou gegeven worden om te vieren dat dirigent Westerdaal 50 jaar organist/dirigent was. Toen kwam het bericht dat Westerdaal op 66-jarige leeftijd was overleden.

De oorlogsperiode was voor het koor ook een negatieve tijd. De Duitsers wilden bij de repertoirekeuze een vinger in de pap hebben. Dat wilden de koorleden niet en dus ging het koor min of meer slapend verder. Uitvoeringen werden niet gegeven, gerepeteerd werd er nog wel. Maar omdat de dirigent niet in Lisse woonde moest hij, in verband met de spertijd, in Lisse blijven overnachten. Na de oorlog werd een speciaal concert georganiseerd, samen met het koor Looft den Heer.
Excelsior beleefde na deze beroerde tijd weer een bloeiperiode.

1984: 75- jarig jubileum. Foto gemaakt in Salvatori, Lisse met dirigent Pieter de Jong (zittend in het midden, tussen de dames)

Om tot een repertoirekeuze te komen heeft het koor een muziekcommissie. Veel koorleden vervullen binnen het koor ook een vrijwilligersfunctie. Dat varieert van het verzorgen van de corsages en bloemstukken tijdens een concert tot het deelnemen aan een commissie, bijvoorbeeld de kledingcommissie. Want naast een mooie klank wil het oog ook wat.
Oorspronkelijk werd er gebruik gemaakt van speciale koorkleding. Droegen de dames bijvoorbeeld een wijnrode lange rok met een crèmekleurig jasje of, zoals bij het jubileumconcert bij het 90-jarig bestaan, een zwarte lange rok met afwisselend een fel blauw jasje en een gebloemde cape.
Zo om de 7 jaar werd andere koorkleding gekozen. Na 2006 is het idee van koorkleding losgelaten en nu dragen de dames een zwarte lange broek of rok. Met allemaal een blouse in dezelfde kleur, bijvoorbeeld wit bij het jubileumconcert of rood tijdens een kerstconcert. De heren hebben het makkelijker. Zwart is het kostuum met wit overhemd variërend met verschillende kleuren strikjes en pochetjes, waarbij de kleur dan weer overeenkomt met de sjaals die de dames dragen.

Voor het jubileumconcert wordt nog hard gewerkt. Onder leiding van de eerste vrouwelijke dirigent, Marja Goudzwaard, die sinds januari 2007 de scepter zwaait bij het koor. Zij is ook dirigent bij de Noordzeezangers uit Katwijk. Wat weer prettig is omdat enkele mannenstemmen uit dit koor voor versterking zullen zorgen bij het jubileumconcert. Begin oktober is er een speciale studiedag. Voor het gelegenheidskoor van oud jeugdleden zijn er in oktober 2 repetitiedagen gepland. Het jubileumconcert is gratis te bezoeken. Het koor geeft een feestje en trakteert. Maar mogelijk is er wel een gelegenheid om het jarige koor een financieel presentje cadeau te doen. Er worden Cd-opnamen gemaakt en een jubileumboek zal verschijnen.
Misschien een leuk sinterklaascadeautje?

Mocht u eind oktober verhinderd zijn dan is er nog de gebruikelijke volkskerstzang op 18 december. Dan organiseert het Ademacomité een samenzang met ondersteuning van Excelsior en het koor van de Agathakerk.

Lisse mag zich verheugen op een eerbiedwaardige, maar levendige eeuweling.
Dat er nog maar zeer vele harmonieuze, klankrijke jaren voor Excelsior mogen volgen.

2009: Het huidige bestuur en dirigent Marja Goudzwaard-Malipaard (tweede van links)

 

Uit Nieuwsblad januari 2010

Excelsior
Gijs Overvliet reageerde op het verhaal over het 100 jarig bestaan van Excelsion. In 2004/2005 schreef hij het jubileumboek “100 jaar Crescendo in Sassenheim”, overigens samen met Aukjen Nauta uit Lisse. Hierin schrijft hij over de samenwerking van Crescendo met Excelsior in de periode dat Excelsior 40 jaar bestond. Naar aanleiding van dat 40jarig bestaan ontstaat er een unieke samenwerking tussen de koren waar dirigent J. Theo Westendaal leiding aan geeft en het, zoals het toen heette, Chr. Fanfare Corps Crescendo. In die tijd zijn er nog maaar weinig bewerkingen voor koor en blaasorkest, dus er wordt wel wat gevergd van de organisatie om de programmering rond te krijgen.
Op 20 mei 1950 is er dan het grote concertoptreden in de Hobaho te Lisse.
Daar is de foto van die in het vorige nieuwsblad staat.
De heer Overvliet herkent nog diverse muzikanten:
geheel rechts Ab Helmus (op bariton; broer van Piet Helmus die jarenlang in Lisse woonde en oom van de Lissese organist en muziekleraar A. Helmus) voor hem Rens van Duijn (sopraansax, hij is de vader van Wim van Duijn, in de jaren 70 directeur van de Muziekschool en dirigent van het Symfonieorkest). Geheel links vooraan Rinus Moolenaar (1e piston), 3de schuin naast hem Gerrit Vos (2de piston.
Het wordt zo’n groot succes dat besloten wordt om het concert te herhalen in de plaatsen van alle deelnemende verenigingen. Een heel georganiseer in een tijd zonder E-mail!
Overigens het boek “100 jaar Crescendo in Sassenheim” is nog te koop.

 

Boek ter gelegenheid van 100 jaar Excelsior