Glas-in-lood raampjes in gemeentehuis.

Else Wesseling onthulde de  glas-in-lood raampjes in het gemeentehuis. Zij zijn gerestaureerd door van der Meij. De raampjes komen uit het VVV-gebouw  aan de Grachtweg. Ze verwijzen naar een belangrijke bedrijfstak in Lisse;  de beurtschipperij. De laatste beurtschipper was Martinus van der Linden.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 4, oktober 2012

 

Dit raampje is mooi gerestaureerd.

De glas-in-lood raampjes die op initiatief van Else Wesseling werden gerestaureerd, zijn een maand lang te zien in het gemeentehuis van Lisse. Voor de onthulling zei Else Wesseling: “Ze zijn maar klein, maar best groot waar het de betekenis ervan aangaat; ze verwijzen naar een eens belangrijke bedrijfstak in Lisse; de beurtschipperij.” De laatste beurtschipper was Martinus van der Linden, in wiens huis de raampjes naast de haard zaten. Ze legde uit dat ze heel veel had opgestoken van mevr. Van der Linden en de heer Theo van der Linden. Ook zei ze: “Deze raampjes moesten dus bewaard worden voor het nageslacht; dat stelde de V.V.V. heel nadrukkelijk en dat vond ook de Vereniging Oud Lisse. Het nageslacht ? Wie is dat? Zijn dat de generaties die na ons komen? Ongetwijfeld. Maar, WIJ zijn dat net zo goed; wij zijn het nageslacht van TOEN. Het lijkt mij van het grootste belang dat aspecten van het verleden ook voor onszelf worden bewaard. Als je ouder wordt is HERBELEVEN namelijk steeds waardevoller. De Vereniging Oud Lisse creëert hiervoor een kader en ik hoop dat meerdere dorpsgenoten geïnspireerd worden ook op zo’n manier naar het verleden te kijken en ook actie ondernemen om te behouden voor straks, maar ook voor NU.”

Na de restauratie ziet het schip er weer mooi uit

Nadat ze nog allen die hadden meegewerkt aan dit project bedankte kon ze samen met wethouder De Roon de onthulling verrichten. Restaurateur Van der Meij wees nog op de verschillende kleuren van de zeilen en de golven in de raampjes en vertelde hoe moeilijk het was geweest om voot de restauratie weer het juiste antieke glas te krijgen. De raampjes verluchten dus voor een periode van 4 weken de raadszaal, maar kunnen vanuit de gang prachtig bekeken worden. Je zou er bijna een extra bezoek aan de gemeentewinkel voor gaan afl eggen.

Else Wesseling en Arie de Roon bij de net onthulde raampjes.

Een handgemeen bij boerderij Klopjeshoven, 1847

Op een schilderij is boerderij Klopjeshove te zien. In 1847 was Hermanus Wubben daar boer. Anthonie van der Vossen was de baas van het personeel. Er was een gerucht dat van der Vossen geld schuldig was aan zijn werknemer Toon van der Linden. Het werd slaande ruzie, waarvan aangifte werd gedaan.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 11 nummer 4, oktober 2012

Uit het politierapport van Lisse, deel 14

Wie is wie?
In deze alweer veertiende aflevering van de Lissese politierapporten spelen de volgende personen een rol. Allereerst is dat Manus, ofwel Hermanus, Wubben. Hij was boer op boerderij Klopjeshoven aan de Achterweg bij het Mallegat. Tijdgenoten noemen Manus een rare kwast, ‘rauw en raar’.

De koeien in de stal stonden altijd omgekeerd en het melkgerei rammelde.
Anthonie van der Linden, de ‘bouwmansknecht’ die hier even verderop een flink pak slaag krijgt van Van der Vossen, was in 1825 geboren te Hillegom. In het jaar dat zich het incident met Van der Vossen voordeed, had zijn echtgenote, Alida Westerhoven, een kind ter wereld gebracht, genaamd Adrianus. Het is niet duidelijk waar en wanneer Anthonie met haar in het huwelijk was getreden. In 1853 treedt hij te Warmond opnieuw in het huwelijk met Hendrika Westerhoven, mogelijk familie van zijn eerste vrouw. Het jaar daarop vinden we hem woonachtig in Oegstgeest. Later woont hij in de gemeente Haarlemmermeer, waar zijn tweede echtgenote in 1868 overlijdt. Zijn derde echtgenote werd Catharina Klein. Anthonie overleed in 1897. Catharina in 1917. Het lijkt aannemelijk dat het welstandsniveau van het gezin van Anthonie, of ‘Toon’, nooit erg hoog is geweest. Dat kan ook verklaren waarom ze steeds van het ene dorp naar het andere verhuisden.
De derde persoon die in dit verhaal een (nogal kwalijke) rol speelt, is Anthonie van der Vossen. Hij was geboren in 1816. In 1845 huwde hij met Wilhelmina Alkemade. Hij staat te boek als ‘arbeider’ maar had waarschijnlijk een leidinggevende functie. Uit het hiernavolgende politierapport blijkt namelijk dat hij ‘baas’ was van het personeel dat Manus Wubben op zijn boerderij in dienst had. Daar hoorde ook Toon van der Linden bij en een zekere Doris Alkemade. Laatstgenoemde was een zwager van Van der Vossen. Wilhelmina Alkemade, met wie Van der Vossen in 1845 in het huwelijk was getreden, was namelijk een zuster van Doris. We zullen zien dat deze familierelatie één van de oorzaken kan zijn geweest waarom Doris zich zo teruggetrokken opstelde bij het geven van een getuigenis over het hele voorval en eigenlijk zijn zwager gewoon napraatte.

Boerderij Klopjeshove

Dit schilderij stelt boerderij Klopjeshoven voor. Het water op de voorgrond is het Mallegat. Zoals bekend loopt deze onder een brug door in de Achterweg. Inderdaad is links de leuning van een brug weergegeven. We kijken tegen de achterzijde van de boerderij aan, waar waarschijnlijk ook het handgemeen plaatsvond. Datering is helaas onbekend. Het schilderij is in bezit van mevrouw Van der Voort-van Rijn in Spanje. Met dank aan haar en de heer Do van Rijn te Lisse.

Het gerucht…
In het dorpje Lisse van het midden van de negentiende eeuw dat wij inmiddels zo goed kennen, draait de roddelmachine weer op volle toeren. Welk gerucht deed nu weer de ronde? Welnu, Anthonie van der Linden zou het verhaal verspreid hebben dat zijn naamgenoot Anthonius van der Vossen, zijn baas op boerderij Klopjeshoven, hem nog salaris schuldig was. Wat een schande! De tijden waren in economisch opzicht toch al zo ongunstig.

En een gezin onderhouden was moeilijk. Er moesten zoveel monden gevoed worden. Van der Vossen zal dus wel het nodige te horen hebben gekregen.

De confrontatie
Op een dag staat Van der Linden te praten met zijn baas, Van der Vossen, en zijn collega Doris Alkemade. De plaats van handeling is de dorsvloer, die zich waarschijnlijk bevond in een schuur niet ver van de boerderij, bewoond door Manus Wubben. Op zo’n dorsvloer lag het koren uitgespreid. Door er op te slaan met een zogenaamde dorsvlegel werd het fijngemaakt. Na een tijdje te hebben staan praten, kwam het gesprek – onvermijdelijk – uit op het bovengenoemde gerucht, wat er dus op neer kwam dat Van der Vossen geld schuldig was aan Van der Linden. Echter, Van der Linden was zich van geen kwaad bewust. Van der Vossen duwde hem daarop naar buiten op het erf ‘en hem een stomp voor de oogen had gegeven, zoo dat hij achterover tegen een bargroede (de roede van een hooiberg) was geslagen en een buil op’t achterhoofd bekomen hebbende’. Na hem nog getrakteerd te hebben op een paar laatste klappen, trok Van der Vossen zich weer terug en ging gewoon weer aan het werk. Van der Linden stond op, terwijl hij nog sterretjes zag, en liep naar Van der Vossen. Hij trok stevig van leer met de harde woorden ‘dat het lelijk stond iemand zoo te mishandelen’.

Doris laat het afweten
Doris Alkemade had alles gezien en stond er een beetje beteuterd bij. Het slachtoffer met het blauwe oog en de buil achterop zijn hoofd vroeg hem of hij inderdaad wel had gezegd dat Van der Vossen hem geld schuldig was. Doris begon zich steeds ongemakkelijker te voelen. Wat moest hij nu zeggen zonder de betreffende agressor tegen de haren in te strijken? Hij had geen zin in een pak slaag, nu hij gezien had hoe zijn baas Toon had aangepakt. Bovendien was Doris, zoals we reeds eerder vermeldden, een zwager van de man met de losse handjes. Dus stamelde hij: ‘Ik wil er niets van zeggen. Anders valt er alleen nog maar meer voor’.

Er wordt rapport opgemaakt…
Toon van der Linden begaf zich naar het raadhuis op ’t Vierkant, teneinde het hele voorval vast te laten leggen. Drie dagen later roept de burgemeester Van der Vossen op het matje. Ook daarvan wordt rapport opgemaakt. Eerst wordt hem het vorige rapport, dat was opgemaakt naar aanleiding van het relaas van Toon van der Linden, voorgelezen. Vervolgens wordt hem, keurig volgens de procedure, gevraagd wat zijn reactie hierop is. Natuurlijk weet hij nergens van af. Maar dan gooit hij het over een andere boeg. Het verhaal is dat hij nu wél geld schuldig is aan Van der Linden, maar het gaat om slechts twee dubbeltjes voor een halve dag werk. Twintig cent, dat valt waarachtig toch mee! Dan komt ook Doris Alkemade binnen met de staart tussen zijn benen. Hij was nog steeds niet van plan zijn zwager voor het hoofd te stoten en zei dus dat hij ‘evenzeer van al het bovenstaande niets af weet’. En hij praatte zijn zwager helemaal exact na door ook het verhaal van de twee dubbeltjes te bevestigen.

Conclusie
Ook hier zien we weer wat de gevolgen konden zijn van een roddeltje voor de betrokken personen. Zeker als het om nog te betalen salaris ging. Want behalve redelijk welgestelde mensen, telde Lisse in die dagen toch ook heel wat armen. Het lijkt er inmiddels een beetje op, wanneer we de politierapporten doorlezen, dat er heel wat psychisch zieke of gestoorde mensen rondliepen in het Lisse van die dagen. Maar we moeten bedenken dat er ook nog geen psychiatrische ziekenhuizen waren en van psychiatrische aandoeningen was nog niet veel bekend. En dus liepen deze mensen gewoon op straat.

Bronnen
Gemeentearchief Lisse, inv.nr. 1115 (politierapporten)
Gemeentearchief Lisse, bevolkingsregisters.
www.genlias.nl

In de naam Klopjeshoven betekent ‘klopjes’ ‘nonnetjes’. De naam zal gekozen zijn vanwege de nabijheid van de Roomse schuilkerk.
A.M. Hulkenberg, De Aagtenkerk van Lisse (Lisse, 1960), p. 139
De lezer van nu zou iets hardere woorden verwachten, maar opgemerkt dient te worden dat men anno 1847 net iets andere woorden koos.

Copyright © 2012 Vereniging Oud Lisse