LISSE HEEFT NÓG EEN HOFJE: AAN DE PRINSESSESTRAAT

door Arie in ‘t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

Gebouwd voor ouderen, maar nu vooral bewoond door jongeren
Er is veel commotie rond het voortbestaan van het Hofje van Six aan de Kanaalstraat. Maar Lisse heeft nog een hofje! Niet zo oud als het Hofje van Six en ook niet direct in het centrum, maar in de Prinsessestraat. Ruim een halve eeuw geleden, om precies te zijn op 19 juni 1951, metselde burgemeester Mr. Th. M. J. de Graaf de eerste steen.

Dit hofje werd ontworpen door architect Van Tol en gebouwd in opdracht van de woningbouwvereniging Volksbelang die later met de woningbouwvereniging Het Gezinsbelang fuseerde en het huidige Trias vormde. De woningen waren voor de “ouden van dagen” zoals het plaatselijke blad ‘Ons Weekblad’ indertijd meldde. Dat de eer voor het leggen van de eerste steen aan burgemeester De Graaf werd gegund was niet zo vreemd omdat hij zich enorm bij het ministerie van Volkshuisvesting en wederopbouw (…) had ingespannen om in een tijd waarin een bouwstop gold toch deze woningen te realiseren. Het plan om die huizen te bouwen kwam overigens van Leen Tibboel die als gebaar de tweede steen metselde, gevolgd door wethouder J.W.A. Lefeber met de derde steen en woningbouwvoorzitter M. van der Lans de vierde. Een half jaar later werden de huisjes opgeleverd.

Kolenkist bij de achterdeur
Het hofje omvat 23 kleine woningen die rond een fiks plantsoen zijn geformeerd en dankzij het feit dat die binnenplaats slechts beperkt vanuit de omliggende straten bereikbaar is, is er sprake van een zekere geborgenheid. Een rustig stukje in het alsmaar drukker wordende Lisse. Aanvankelijk waren de huisjes dus gebouwd voor de oudere dorpelingen, inclusief een kolenkist bij de achterdeur want er werd nog op kolen gestookt en dan was het voor de oudere Lissers wel zo prettig als zij bij slecht weer niet al te ver de deur uit hoefden om kolen te scheppen. De woningbouwvereniging had er echter geen flauw idee van of het plan zou slagen. De bejaarden zouden wellicht opzien tegen het verhuizen van het vaste vloerkleed of de kans op scheuren van het linoleum bij de verhuizing! Aan de ongetwijfeld hogere huursom was wel een mouw te passen. Maar of men bereid was de oude, vertrouwde stek en omgeving te verlaten was een vraag waarop alleen de tijd het antwoord zou kunnen geven. Het plan van de woningbouwvereniging pakte echter goed uit, want alle woningen konden aan mensen uit de doelgroep worden toegewezen. Met in de plaatselijke pers de kantekening dat men daarbij nu ook weer niet moest denken dat de bewoners uitsluitend bestonden uit mensen met zilvergrijze haren die met behulp van een wandelstok van de ene kamer naar de andere kreunden., maar wel door mensen die geen wieg en geen luiers meer nodig hadden. Het plan was dus geslaagd, maar anno 2006 voldoen de huisjes niet meer aan de eisen die nu aan woningen voor ouderen worden gesteld. Inmiddels wordt een aantal huisjes dan ook bewoond door jongeren, die daar een schitterende plek hebben gevonden.

Volksbelang
De woningbouwvereniging Volksbelang werd opgericht in een tijd waarin het gros van de Lissese inwoners het bepaald niet breed had. Het was de tijd van lage weeklonen (minder dan een tientje) en hele lange werkdagen van ’s morgens zes tot ’s avonds zeven uur en op zaterdag kon men ook nog eens een keertje aan de bak tot in de middag. Huizen waren er in Lisse uiteraard wel maar niet al te veel en als we dan de kapitale villa’s langs de Heereweg maar even wegdenken, was het allemaal nog zeer eenvoudig ook. Welnu, het allereenvoudigste was goed genoeg voor met name de groep bloemistknechts waaruit zo ongeveer heel werkend Lisse bestond, maar het bleek een hele klus om een dergelijke woning in bezit te krijgen. Bekend is, dat zelfs menigeen in een schuur de nacht doorbracht of er zelfs totaal woonde. Het kon dan ook niet uitblijven dat in de rijen van de Volksbond eens nadrukkelijk over dit onderwerp werd gesproken en ziedaar, men boekte resultaten. Onder leiding van de geestelijk leider van de Volksbond en de heer H. v.d. Lans werd een oprichtingsvergadering gehouden en meldden zich gelijk al 26 leden voor de nieuwe woningbouwvereniging Volksbelang. Een vereniging die weliswaar op Rooms-Katholieke leest was geschoeid, doch steeds voor alle gezindten bereikbaar is gebleken hetgeen het sociale streven van deze vereniging weerspiegelt. Wel, de vereniging was er in 1907, maar men had nog geen enkel huis om uit te delen. Zelfs nog geen plekje grond en geen enkele steen om de eerste arbeiderswoning te gaan bouwen. Er werd, voordat het uiteindelijk zover was, nog heel wat vergaderd.

Vijftig vergaderingen
Na zo’n dikke 50 bestuursvergaderingen was het dan eindelijk zover. De woningbouwvereniging Volksbelang kreeg de kans om een aantal huizen voor haar wachtende leden te gaan bouwen. Het was toen inmiddels al zeven jaar na de oprichting, dus 1914, en met gezwinde spoed ging men er tegenaan. 25 Woningen werden gebouwd in de Julianastraat, te weten de nummers 102 tot en met 124 en 103 tot en met 125. Huizen die inmiddels zijn gesloopt in het kader van de vernieuwing van de Oranjebuurt, tegenwoordig Vorstenhove genoemd. Voor de eerste 25 huizen van de vereniging kwamen ook de eerste 25 leden in aanmerking en dat gaf weinig moeilijkheden bij het verdelen. De oorspronkelijke huur bedroeg een gulden 85 per week en werd iets later verhoogd naar twee gulden tien. En dat op bouwgrond die voor twee kwartjes per meter werd gekocht…..
De explosie in de woningbouw door en voor Volksbelang kwam in de na-oorlogse jaren. Eerst werd de Koningstraat en omgeving gebouwd, alsook de Prinsessestraat en omgeving. Inclusief het hofje dat er na 55 jaar nog altijd in puike conditie bij staat en waarvan de huisjes erg gewild zijn. Al was het alleen al vanwege de rustieke ligging……

Entree van het Hofje in de prinsessestraat

 

De tuin met huisjes van het Hofje

DE BRUGGEN VAN LISSE

Alle bruggen in Lisse worden beschreven. Pex pleit voor een naambordje op iedere brug.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 1, januari 2006

 

Is de Venneslootbrug (1570) de oudste?

In Lisse zijn in het verleden al heel wat bruggen aangelegd. Dat heeft ook wel een reden. Vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw zijn namelijk diverse zandsloten gegraven. Via deze sloten of vaarten werd het zand afgevoerd dat afkomstig was van de (wat hoger gelegen) geestgronden, die ten zuiden en noorden (het zogenaamde Oosteinde) van het dorp Lisse waren gelegen.

Momenteel bevinden zich in Lisse minstens een veertiental bruggen. Het zijn:
» In de Heereweg:
De Lisserbrug nabij Hillegom. Komt al voor op de kaart van Rijnland uit 1615. De brug was tegelijk met het graven van de zogenaamde Verhoogervaart aangelegd. Door deze vaart, genoemd naar een zekere Verhoog, werd het zand afgevoerd afkomstig van het Berkhouterduintje dat zich aan de westzijde van het dorp bevond. Ook achter de huizen in het noordelijk deel van Lisse die toen deel uitmaakten van de zogenaamde Vlaamse Buurt, is zand afgevoerd. In 1810 wordt deze brug de Zandvlieterbrug genoemd. Vernoemd dus naar de buitenplaats Zandvliet die zich hier vlakbij bevond.
De Jannetjesbrug. Waarschijnlijk een verbastering van Zandertjesbrug. Deze naam dateert uit 1768 en slaat waarschijnlijk op het zand dat onder deze brug door werd vervoerd naar steden als Amsterdam en dat afkomstig was van het Keukenduin (in de buurt van het latere Reigersbos). Eigenaar van zowel de brug als de vaart die eronder door liep was toen Cornelis Jacob van der Lijn (1730-1799). De brug en de vaart maakten deel uit van de buitenplaats Grotenhof. Later, maar dan is de naam al Jannetjesbrug, zou de brug deel uit gaan maken van het landgoed Wassergeest. (1
De Staalbrug. Deze maakte deel uit van de buitenplaats Wassergeest en bevond zich even ten zuiden van Dever en het huidige tuincentrum Overvecht. Hij was aangelegd in 1594 door Dignum Jansz de Roo, ook weer met het doel om via de sloot die eronder door liep zand af te voeren. Het zand was in dit geval afkomstig van de gronden tussen de Heereweg en Achterweg. De buitenplaats Wassergeest bestond toen nog niet. Deze werd pas gesticht omstreeks 1660 door jhr. Adriaen van der Laen. Deze kocht de afgegraven percelen en legde hier een aantal boomgaarden aan. De zogenaamde Wassergeesterbrug kocht hij aan in 1662. Later is men deze brug de Staalbrug gaan noemen, naar een eigenaar uit de eerste helft van de negentiende eeuw: D.P.J. van der Staal van Piershil. In 1843 is de brug aan het Rijk afgestaan.
De Engelenbrug. Gelegen bij de buurtschap De Engel en reeds aangelegd in 1589, toen het Mallegat gegraven werd. Ook deze brug is in 1843 aan het Rijk afgestaan. Toen was inmiddels ook de brug lager gemaakt. Voorheen waren de meeste bruggen in de Heereweg namelijk vrij hoog gelegen, waardoor met name de postkoetsen van Van Gend & Loos er bijna niet overheen konden rijden. (De koetsen waren tamelijk zwaar beladen).

Engelenbrug 1900

De Engelenbrug

Engelenbrug 1900

De Beekbrug. Iets verderop gelegen nabij de huidige Engelenkerk. Vernoemd naar de Beek die eronder door loopt.
» In de Achterweg:
De brug over de Vennesloot zuidelijk van Ter Specke. Deze brug heeft nooit een naam gehad. Wel vrij vroeg aangelegd, namelijk rond 1570. In dat jaar is de Vennesloot door de Achterweg getrokken tot achter het Huys ter Specke. Vermoedelijk heeft men dit gedaan om meubels en dergelijke aan te kunnen voeren, als de Van der Laens – de eigenaren en bewoners van Ter Specke – zich hier in de zomermaanden vanuit Haarlem kwamen vestigen. Ook deze brug is later verlaagd en wel in 1853.
De brug over het Mallegat nabij buurtschap De Engel. Aangelegd in 1589. Helaas vrij weinig over bekend.
» In de Loosterweg-Noord.
De brug vlakbij de bloemententoonstelling Keukenhof.
» In de Loosterweg-Zuid.
De brug over het Mallegat.
» In de Delfweg.
De brug over de Leidsevaart. De Leidsevaart is gegraven in 1657, doch reeds daarvóór was hier al een waterloop aanwezig. Het kan dus goed zijn dat hier reeds vóór dat jaar al sprake was van een brug. Waarschijnlijk was hij van hout vervaardigd. Ook op de prent van Samuel Ireland uit 1790 van het Huis te Halfweg zien we ter plaatse een eenvoudige houten brug.
» In de Kanaalstraat:
De brug over de Ringvaart. Eerst een draaibrug, later – in de jaren ’70 – vervangen door een ophaalbrug. Aangelegd omstreeks 1848 toen men met het droogmalen van de Haarlemmermeer begon.
» In de Ruishornlaan.
De brug over de Ringsloot van de Poelpolder. Van vrij recente datum. Op kaarten uit de zeventiende en achttiende eeuw niet aanwezig.
» In de Eerste Poellaan.
De Zemelbrug over de Ringsloot van de Poelpolder . Deze is al veel ouder, vermoedelijk van rond 1623, toen men, ten behoeve van de droogmaking van de Lisser Poelpolder, de Ringsloot heeft gegraven. De brug moest zodanig zijn aangelegd, volgens een stuk uit laatstgenoemd jaar, dat men er gemakkelijk met een schuit met koeien of beladen met hooi onderdoor kon varen. Na een overstroming in 1804 werd ook de zwaar beschadigde Zemelbrug hersteld. Doch, te laag! De zandschepen die het zand vervoerden dat afkomstig was van het Reigersbos en het via de Ringsloot en de Haarlemmermeer afvoerden naar Amsterdam, konden nu niet meer onder de brug door komen! Uiteindelijk heeft men de brug wat hoger gemaakt, maar op kosten van de eigenaar van de betreffende zanderij, de al genoemde D.P.J. van der Staal van Piershil.
» In de Tweede Poellaan.
De brug over de Ringsloot van de Poelpolder. Vermoedelijk – evenals de volgende brug – aangelegd rond 1623.
» In de Derde Poellaan.
De brug over de Ringsloot van de Poelpolder.
Opgemerkt dient te worden dat het hier slechts bruggen betreft gelegen in openbare wegen.

Vroeger hadden veel bruggen een naambordje. Tegenwoordig ontbreekt dat veelal en zijn veel bruggen dus “anoniem”. Een idee misschien voor de toekomst?

(1. Over beide buitenplaatsen, dus Grotenhof en Wassergeest, zijn publicaties uitgebracht onder de titels Knappenhof of Grotenhof te Lisse en Wassergeest te Lisse. Nog steeds verkrijgbaar bij Grimbergen Boeken. Daarin kan men ook een en ander vernemen over de Jannetjesbrug maar ook over de volgende twee bruggen

 

COÖPERATIE ONDERLING BELANG SLUIT DE DEUREN, MAAR HET WERK GAAT DOOR

De Coöperatie Onderling Belang sluit de deuren, maar het werk gaat door. De huuropbrengsten van de winkels komt ten bate van de Lissese gemeenschap. De historie begon in 1918.

door S. Smakman

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

.

Huuropbrengst winkels ten bate van Lissese gemeenschap

Coöp Cooking op de hoek van de Kapelstraat en de Kanaalstraat. Dit gemeentelijk monument is reeds verhuurd aan een Lissese ondernemer

Om maar meteen het grootste misverstand uit de wereld te helpen: met de sluiting op 1 juni van dit jaar is de Coöperatie Onderling Belang géén verleden tijd. Maar, beaamt secretaris René Elfering meteen, in de beleving van de Lissers komt op die dag wel degelijk een einde aan een historie die begon op 27 september 1918. ‘Met het vermogen van de meubelzaak en de luxe kookwinkel, kunnen we nu dingen gaan doen in de geest van de oprichters.’

Vlak voor het einde van de Eerste Wereldoorlog – ‘Waarschijnlijk in de kermisweek,’ grapt voorzitter Kees van der Zwet – kreeg Lisse zijn Rooms-Katholieke UA (die letters staan voor uitgesloten aansprakelijkheid) Onderling Belang. De plaats van vestiging was een klein winkeltje in de Kapelstraat. Die plaats heeft de coöperatie nooit meer verlaten, ook al beschikt de winkel daar sinds jaar en dag over 1200 vierkante meter.
De coöperatie, zegt Van der Zwet, kwam niet zozeer voort uit de angst van de confessionele zuilen voor het socialisme, waartegen via het opbouwen van eigen zuilen een solide tegenmacht moest worden geschapen, maar kwam eerder overgewaaid uit Engeland. Daar bloeiden de verbruikscoöperaties op waarmee de arbeiders een einde wilden en konden maken aan de gedwongen winkelnering. De arbeiders werden daar door hun werkgevers niet zelden verplicht om hun salaris bij bepaalde winkels te besteden.
Van der Zwet: ‘Die coöperaties zorgden ervoor dat de arbeiders zich vrij konden bewegen. En je moet het zien in de tijd: in die tijd paste het coöperatieve denken. Dat zie je aan bijvoorbeeld de kredietcoöperaties, wat de enige manier was om geld bij elkaar bij te krijgen. En in de agrarische wereld zie je de coöperatieve veilingen opkomen.’

‘In Nederland,’ zegt Henk Elfering – zoon van oprichter Hein Elfering en 39 jaar actief geweest in het bestuur van Onderling Belang – ‘was het idee achter de verbruikscoöperaties vooral: een tegenwicht te vormen tegen het grootwinkelbedrijf dat langzaam maar zeker opkwam: Albert Heijn, De Gruijter en de Spar.’
Voor een paar gulden kon je lid worden. Dat was niet voor iedereen direct te betalen in een tijd waarin een volwassen man met 6 of 7 gulden in de week thuis kwam en daarvan een groot gezin van moest onderhouden. Daarom was er mogelijkheid om in termijnen te betalen. Langzaam maar zeker kwam dat geld terug, herinnert Henk zich: ‘Er stond een grote kast op kantoor en daar werden alle bonnen van de kassa ingedaan. Aan het einde van het jaar werden de bonnen opgeteld en ieder lid kreeg dan een dividend van 1, 2 of 3 procent over het geld dat hij in de winkel had besteed. Iedereen kon kopen, maar alleen de leden kregen dat dividend uitgekeerd.’
Maar er gebeurde meer. Op een gegeven moment deed het bestuur het voorstel aan de leden om de Agathakerk een beeld cadeau te doen van Sint Nicolaas. Een paar leden waren daarop tegen: de kerk was al mooi genoeg en bovendien ging dat ten koste van de winst en daarmee van het dividend. Uiteindelijk is het beeld er ook nooit gekomen: de toenmalige pastoor wilde het beeld alleen aannemen als de leden daar met algemene stemmen achter stonden. Ondanks de oorlog ging de coöperatie door. Henk: ‘Ik herinner me nog hoe er een juffrouw de hele dag niets anders deed dan bonnen plakken. Met de volgeplakte vellen gingen we dan naar de distributie om nieuwe voorraad te halen. Ik weet nog wat een feest het was toen aan het einde van de oorlog het Zweedse wittebrood werd uitgedeeld.’

Jaren vijftig en zestig: bloeiperiode

De echte bloeiperiode van de coöperatie ligt in de jaren vijftig en zestig. In die tijd van de wederopbouw leefde het coöperatieve denken nog volop en waren de zuilen nog volledig intact. De protestanten hadden bijvoorbeeld hun eigen coöperatie Ons Belang aan de Heereweg. Na de manufacturenhandel en de kruidenierswaren had Onderling Belang een bakkerij, een steenkolenhandel en uiteindelijk de tot op de dag van vandaag bestaande meubelhande. Dat laatste was overigens geen bewuste keuze, vertelt Henk: ‘In die tijd hadden de chef van de manufacturenwinkel en de tweede man een probleem met elkaar en daar moest een oplossing voor komen. Toen zijn ze met meubelen begonnen. In een weekeinde werden een paar wanden in het pand getimmerd en vervolgens verkocht de coöperatie meubelen.’
In die hoogtijdagen telde Onderling Belang 1900 leden: vrijwel alle katholieke arbeiders in Lisse waren lid. Maar toen braken de jaren zestig aan. Het streng gereguleerde Nederland ging op de schop. Het coöperatieve denken maakte plaats voor meer individualisme, de welvaart nam toe en een paar loongolven overspoelden Nederland. Mijnders begon een zelfbedieningszaak in de Kanaalstraat (‘Wat van Mijnders komt is goed.’) en een paar jaar later werd de aardgasbel bij Slochteren werd ontdekt. De steenkolenhandel verdween en de opkomst van de supermarkten werd onderschat.
Van der Zwet: ,,We hebben heel laat ingeschoven op de zelfbediening en daarmee hebben we de slag gemist. Maar los daarvan: de winkel was er ook niet geschikt voor.’’
René, de derde generatie Elfering in Onderling Belang die zes jaar geleden aantrad in het bestuur, toen er alleen nog meubelen werden verkocht: ‘Het punt is dat we zijn begonnen met een aantal klanten en dat we met die klanten zijn meegegaan. Een van de eerste vragen die ik stelde bij mijn aantreden was: wat is de doelgroep van de coöperatie? Ik kreeg te horen: 40 procent van onze klanten zit in Berkhout. Dan moet er een bel gaan rinkelen en moet je je afvragen: ben ik wel goed bezig? Een van de eerste dingen waar ik ook achter kwam: de klant had al besloten om te gaan kopen voor dat hij bij de coöperatie binnenstapte. Dat is wel leuk, alleen: hoeveel klanten komen op die manier binnen?’

Mondigheid van de klant

Henk: ‘Ik woon in Vorstenhove. Als je ziet hoeveel meubel- en andere leveranciers daar komen en waar die vandaan komen…. niet uit Lisse in ieder geval. Paul Windt heeft er een showappartement ingericht. Als hij twee of drie appartementen heeft geïnstalleerd, dan is het op.’
René: ‘De mondigheid van de klant is ook toegenomen. Vroeger ging je naar de coöp, je kocht daar je hele interieur en twintig jaar later kocht je er een nieuw interieur. Je ouders deden dat, dus jij deed dat ook. Dat was normaal.’’
De coöp moest dus veranderen, vond het bestuur. De etalage van het bedrijf, het pand op de hoek Kanaalstraat-Kapelstraat, moest de entree worden van de grote winkel. René: ‘We hebben daar wel veel aan gedaan door verbouwingen en interieur-aanpassingen. Cooking had puur als doel om meer klanten te trekken. Het zou de entree worden van de grote winkel, ooit. Maar hoever moet je gaan als je vier, vijf jaar geen zwarte cijfers draait? Dan moet je de beslissing nemen om door te gaan met de lijn die je eigenlijk al vele jaren had: activiteiten afstoten. Waarbij het schrijnende in dit geval is dat het de laatste zichtbare activiteit is. En het is natuurlijk heel schrijnend voor de mensen die er werken. We hebben voor negen mensen ontslag moeten aanvragen, maar gelukkig heeft een aantal van hen al weer een andere baan gevonden.’

Coöperatie blijft actief

Maar het einde van de meubelzaak en de cooking-afdeling, benadrukt hij, is níet het einde van de coöperatie zelf. ‘We kunnen nu dingen gaan doen in de geest van de oprichters.We hebben nu vastgelegd dat het vermogen in de winkelpanden niet verder wordt aangetast en dat we met die winkeloppervlakte weer geld kunnen generen en dat weer ter beschikking kunnen stellen aan de gemeenschap voor bepaalde doelen.’
Niet aan de leden, zoals weleer, zegt Van der Zwet: ‘Waar alle coöperaties mee zitten, ook bijvoorbeeld de Rabobank, is dat je het contact met je leden langzaam bent kwijtgeraakt. Al jarenlang is er geen uitkering meer geweest aan de leden en vanaf dat moment is de band ook steeds losser geworden. Ook als je kijkt naar de ledenvergaderingen: het is voornamelijk personeel dat er zit. Officieel zijn er 200 leden, maar ook van een grote groep weten we niet weten of ze nog leven. Het lidmaatschap vererft wel naar de partner, maar niet naar de kinderen.’

Bijdrage aan de gemeenschap

Hoe het geld teruggaat naar de gemeenschap, is volgens Elfering en Van der Zwet iets waar het bestuur zich de komende tijd over zal gaan buigen. Van der Zwet: ‘Daarbij moeten we denken: wat is in de geest van de oprichters? Dat kan iets wezen op het gebied van ouderen of van de jeugd. Maar het kan ook best zijn dat je ergens een bijdrage kunt leveren aan het dorp. Maar laten we eerst maar eens zorgen dat de zaak gezond is.’

 

HALFWEG DE TREKVAART VAN LEIDEN NAAR HAARLEM

Aad van Kampen heeft een artikel geschreven over de historie en plaats van de Halfscheidpaal, de grenspaal van Halfweg.  Tot op de dag van vandaag markeert een eeuwenoude, in de berm van de Leidsevaart, de trekvaart, stenen paal het punt halfweg tussen Leiden en Haarlem

door Aad van Kampen

Geo-Info, meinummer 2010

Stenen paal uit 1820 markeert ‘halfscheid’

. Toen de trekschuit nog voer, stond hier een herberg waar ook de paarden werden gewisseld. De pleisterplaats was eigendom van de gemeente Haarlem. Eerst kortgeleden is dit stukje grond teruggegeven aan Lisse

De 29 kilometer lange trekvaart tussen Leiden en Haarlem werd in 1657 in een recordtijd gegraven. Al in 1640 had een aantal Leidse textielhandelaren een verzoek ingediend voor een directe verbinding over water met Haarlem. Tot 1656 kon de aanvraag worden tegengehouden, bang als de concurrentie was voor andere vormen van vervoer. Maar de trekvaart was vooral bedoeld voor passagiersvervoer.
Waarom was de trekschuit zo’n populair vervoermiddel? Dat had te maken met het comfort van deze vorm van vervoer. De schuit – een lange, smalle boot met kajuit waarin zo’n vijfendertig passagiers konden worden vervoerd – had een constante snelheid van 7 kilometer per uur. De zitplaatsen waren voorzien van kussens en een ijzeren pot met brandende turf zorgde voor wat warmte. Vrouwen konden hun stoofjes gebruiken en de mannen konden een pijpje opsteken. Gespuugd werd er in een gezamenlijk potje of kwispedoor, dat op een gemeenschappelijke tafel stond.

Dampige reizen

Er werd overigens stevig gerookt tijdens de reis, dus het moet een dampige atmosfeer zijn geweest in het ruim. Ter ventilatie zaten er vier raampjes in de roef, bij regen en wind afgedekt met zeildoek. De reis nam overdag zeven en ’s nachts negen uur in beslag en kostte, omstreeks 1750, zeventien stuivers. Doordat bij iedere boerderij, bij elk dorp en iedere buitenplaats werd gestopt om passagiers in en uit te laten stappen of om goederen uit of in te laden, was deze vorm van vervoer niet altijd even efficiënt. Diligences en postkoetsen waren echter duurder en gingen minder frequent. En er waren ook nog weinig verharde wegen. Dat werd pas beter na 1806 tijdens de Franse bezetting, toen Lodewijk, de broer van Napoleon, tot koning van Holland werd benoemd. Iedereen lachte om zijn gevleugede woorden: ‘Iek ben Konijn van Olland.’
Halverwege lange trajecten werd even halt gehouden. De passagiers konden dan de stramme ledematen strekken, het gemak (toilet) bezoeken of een hapje eten. Dat deden ze op de route Haarlem-Leiden in Halfweg, een huisje dat vlak aan de vaart lag. Het is helaas is afgebroken.
Iedere trekschuit had drie man personeel: een schipper, een knecht en een jagertje. Dit jagertje, een jong ventje, mende het trekpaard dat over het smalle jaagpad liep en de boot voort trok. Alleen wanneer de boot een brug naderde werd het paard losgekoppeld. De schipper boomde dan de schuit door de openstaande brug, waarna het paard aan de andere kant weer werd ingespannen.

Weilanden en duinen

Omstreeks 1750 ging de trekschuit om de twee uur. Om half zeven ’s avonds vertrok de laatste boot. De reis was niet zo boeiend. Volgens de Engelse toerist avant la lettre Robert Cooper stonden er bijna geen buitenhuizen langs het traject, hooguit wat kalkovens. Daarna hoofdzakelijk lage weilanden met op de achtergrond de duinen. In de buurt van Haarlem werd het terrein weer wat hoger, maar door de rijen knotwilgen, elzen en beuken had je vanaf de trekvaart nauwelijks uitzicht.
Door verharding van de doorgaande wegen, de betere diligences, maar vooral door de komst van de spoorlijn in 1842 werd de trekschuitdienst steeds minder rendabel. Dat leidde in 1860 tot het opheffen ervan. In het topjaar 1677 werden 148.397 personen vervoerd. In 1811 waren het er 32.520 en in 1844 maakten slechts 5.128 personen gebruik van de trekschuit.

Jubileum in 2007

Volgend jaar bestaat de Trekvaart 350 jaar. Het Cultuur Historisch Genootschap Duin- en Bollenstreek werkt aan een boek en een expositie. Ook Uw vereniging wil samen met Museum de Zwarte Tulp een tentoonstelling inrichten. Er bestaan ook plannen om een oude trekschuit opnieuw te laten varen tussen Haarlem en Leiden.

 

Een eeuw sociale woningbouw in Lisse.

door Arie in ’t Veld

Woningbouwvereniging Trias viert jubileum

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Dit jaar viert de woningbouwvereniging Trias het honderdjarige bestaan. Trias zelf bestaat nog slechts enkele jaren als het gevolg van een fusie tussen twee woningbouwverenigingen uit Lisse en een uit Voorhout. En van die drie verenigingen zou dit jaar de woningbouwvereniging Volksbelang uit Lisse het eeuwfeest vieren. Honderd jaar sociale woningbouw in Lisse. Trias zal dit jubileum op gepaste wijze vieren.

Kijkend in de geschiedenisboeken van de vereniging wordt duidelijk dat Volksbelang werd opgericht in een tijd waarin het gros van de Lissese inwoners het bepaald niet breed had. Het was de tijd van lage weeklonen (minder dan tien gulden per week) en heel lange werkdagen. Van ’s morgens zes tot ’s avonds zeven uur en op zaterdag kon men ook nog eens een keertje aan de bak tot in de middag.
Huizen waren er in Lisse uiteraard wel maar niet al te veel en als we dan de kapitale villa’s langs de Heereweg maar even wegdenken, was het allemaal nog zeer eenvoudig ook. Dat allereenvoudigste was goed genoeg voor met name de bloemistknechts waaruit zo ongeveer heel werkend Lisse bestond, maar het bleek een hele klus om een dergelijke woning in bezit te krijgen. Bekend is, dat menigeen in een schuur de nacht doorbracht of er zelfs totaal woonde. Het kon dan ook niet uitblijven dat in de rijen van de plaatselijke afdeling van de Volksbond eens nadrukkelijk over dit onderwerp werd gesproken en ziedaar, men boekte resultaten. Onder leiding van de geestelijk leider van de Volksbond en de heer H. v.d. Lans werd een oprichtingsvergadering gehouden en meldden zich gelijk al 26 mensen als lid van de nieuwe vereniging die Volksbelang ging heten. Een vereniging die weliswaar op Rooms-Katholieke leest was geschoeid, doch steeds voor alle gezindten bereikbaar is gebleken, wat het sociale karakter van deze vereniging weergeeft. Welnu, de vereniging was er in 1907, maar men had nog geen enkel huis om uit te delen. Zelfs nog geen plekje grond en geen enkele steen om de eerste arbeiderswoning te gaan bouwen. Er werd, voordat het uiteindelijk zover was, nog heel wat vergaderd. Na zo’ n dikke vijftig bestuursvergaderingen was het dan eindelijk zover: De woningbouwvereniging Volksbelang kreeg de kans om een aantal huizen voor haar wachtende leden te gaan bouwen. Wel was het toen inmiddels al 1914, dus zeven jaar na de oprichting en met gezwinde spoed ging men er tegenaan. 25 Woningen werden gebouwd in de Julianastraat, te weten de nummers 102 tot en met 124 en 103 tot en met 125. Woningen die in het kader van de grote vernieuwing van de Oranjebuurt inmiddels zijn gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.

Huur per week f. 1,85

Voor de eerste 25 huizen van de vereniging kwamen ook de eerste 25 leden in aanmerking en dat gaf weinig moeilijkheden bij het verdelen. De oorspronkelijke huur bedroeg f. 1,85 per week die iets later werd verhoogd naar f. 2,10 per week. De huurpenningen werden wekelijks geïnd door de bestuursleden, die zo ongeveer alle voorkomende baantjes voor hun rekening namen. Een ander saillant detail uit die beginjaren is dat men de activiteiten startte op grond die voor twee kwartjes per vierkante meter van de hand ging. Dat is nu wel een beetje anders.

Groei

De woningbouwvereniging had spoedig de smaak te pakken en het voorbereiden en het bouwen van een tweede complex woningen liet niet meer zo lang op zich wachten. De groei kwam er in en in de jaren voorafgaande aan de tweede wereldbrand telde het woningbezit van de vereniging 140 huizen in een tijd dat er aan woningen geen gebrek meer was, maar wel aan geld om daar in te kunnen wonen en leven. De explosie in de woningbouw door en voor Volksbelang kwam echter in de na-oorlogse jaren.
Eerst werd de Koningstraat en omgeving gebouwd en vervolgens richtte men de blikken naar Meer en Duin zoals men de wijk toen noemde, maar die nu Meerzicht heet. De zeeheldenbuurt dus. Dat was in het begin van de zestiger jaren.
Daarna gebeurde er iets in Lisse dat veel stof deed opwaaien en heel wat discussies losmaakte: Volksbelang ging namelijk in de Poelpolder zo’n 550 flats bouwen en dat stapelen van die konijnenhokken wilde er bij de Lissers niet in. Dat dacht men tenminste, want binnen de kortste keren waren alle flats bewoond. En tot volle tevredenheid van de bewoners. Daarna volgde de wijk Meerenburgh waar de tweeduizendste woning van de vereniging een feit werd en na die tijd is er in Lisse nog heel veel meer aan de hand geweest op woningbouwgebied. In De Blinkerd, in het oude centrum, in de Poelpolder zuid en op wat losse plaatsen en natuurlijk recent in Vorstenhove zoals de Oranjebuurt inmiddels heet.

Gezinsbelang

Een andere speler op de markt van de sociale woningbouw kwam later dan Volksbelang aan de bak, maar was zeker zo actief. Dat was de woningbouwvereniging Het Gezinsbelang. Nadat Volksbelang uit de startblokken was gegaan bleek dat op een plekje grond buiten Lisse-dorp ook behoefte aan woonruimte was. In De Engel dus, op de grens van Lisse en Sassenheim en met van ouds af aan het stempel van: “Er tussen hangen”. Op 8 maart 1935 kwam daaraan wat de woningbouw betreft een einde. In het verenigingsgebouw De Beekbrug kwamen namelijk mensen uit De Engel bij elkaar om te horen wat de mogelijkheden zouden zijn voor het oprichten van een woningbouwvereniging. Het plan bleek goed aan te slaan, want het was die avond bijzonder druk in het verenigingsgebouw en de oprichting van “Het Gezinsbelang”‘ werd een feit.

De drang om zelf wat meer aan het bouwen van huizen te gaan doen kwam vooral doordat er op dat terrein in het gebied tussen Lisse en Sassenheim eigenlijk totaal niets gebeurde. Er werd weliswaar af en toe een huisje gebouwd, maar dat was bij lange na niet voldoende om het aantal woningzoekenden te huisvesten. En voor de Engelbewoners (Engelaars zeggen ze zelf…) restte er niet veel anders dan te verhuizen naar elders. Met pijn in het hart, want men vertrok niet graag uit de hechte woongemeenschap en als het maar enigszins mogelijk was, keerde men zo snel mogelijk weer naar de bakermat terug. Een goede basis voor een nieuwe woningbouwvereniging dus, die al snel na de oprichting de eerste bouwplannen ontwikkelde. Dat had tot gevolg dat reeds in 1937, dus twee jaar na de oprichting, de eerste huizen aan het Engelplein en de Nic. Damesstraat in gebruik genomen werden. 37 Stuks in totaal en dat was alvast een fors begin. Maar daar bleef het niet bij. Een volgende bouwstroom kwam op gang en ditmaal betrof het 32 huizen in het verlengde van de Nic. Damesstraat. Daarna moest men vijf jaar alle plannen in de kast leggen vanwege de oorlog, maar nauwelijks was die voorbij of in De Engel ging men er wat woningbouw betreft weer flink tegenaan. De J.C. de Haanstraat ontstond en er werd gebouwd op het Engelplein. Daarna volgde er nog 73 huizen en…. : plots bleek de koek voor wat de bouw in dit gebied betreft helemaal op te zijn. Het provinciebestuur nam namelijk de beslissing dat er in De Engel niet meer gebouwd mocht worden. Geheel tegen de zin van de oudere bestuursleden in, meldde de jeugd uit dat bestuur zich vervolgens bij burgemeester de Graaf om te praten over de bouwmogelijkheden in Lisse dorp. Ondanks de eerdere bestuurlijke tegenwerpingen werden de plannen doorgezet en werd de eerste steen gelegd voor huizen in de Evertszenstraat en de Van Speykstraat. Het Gezinsbelang was vanaf dat moment niet langer meer puur de woningbouwvereniging die zich alleen in De Engel druk bezig hield, maar was temidden van Lisse en de Lissers gekomen. En de Poelpolder werd ontsloten. Een groot gebied diende volgebouwd te worden en Het Gezinsbelang hielp daarin daadwerkelijk mee. De bouw van 44 woningen aan de Zwaluwstraat-Reigerstraat-Ooievaarstraat en Sperwerstraat werd gerealiseerd. Huizen die lang opvielen, maar dan helaas in negatieve zin, want het bleken huizen te zijn die ‘vraten’ aan de geldkist van de vereniging. Er werd vervolgens gebouwd rond het winkelcentrum Poelmarkt en in de componistenbuurt. Daarna werd het tijd om de oversteek naar Meerenburgh te maken. Voor Het Gezinsbelang betekende dat bouwen aan het Zuiderkruis en de Voerman en daarmee was de koek in dit gebied voor de vereniging op. Dat betekende echter geenszins dat Het Gezinsbelang stilletjes aan de kant ging zitten toekijken hoe de zaken zich verder zouden ontwikkelen. In De Engel werd een aanzienlijk deel van het oude huizenbestand gerenoveerd en dat ging op bijzonder degelijke wijze. Het Gezinsbelang bleek ook de aangewezen vereniging om Vreewijk, ofwel het ‘Peujepark’, onder handen te gaan nemen en ook in deze straat zowel als in Klein Vreewijk, verrezen aantrekkelijke huizen. Aan de Heereweg verrezen appartementen, alsook in Kanaalstraat tegenover de winkelgalerij De Heul en ook in de Blinkerd kreeg Het Gezinsbelang ruimte om te bouwen. Intussen werd tevens een prima eigen kantoor aan de Catharijnelaan gebouwd en wijdde het bestuur zich aan het bouwen in de Poelpolder zuid II nadat eerst het project Ter Beek was gerealiseerd. Daarmee was men dan (tegen alle verwachtingen in) toch weer terug vlakbij de bakermat van de vereniging in De Engel.

Op 17 februari 2000 werd een fusie tussen de drie woningbouwverenigingen (eentje uit Voorhout dus) een feit en ontstond Trias Woondiensten. De vereniging heeft nu een bezit van rond de 3400 woningen waarvan 659 in Voorhout. Een van de grootste projecten van de laatste tijd is ongetwijfeld de renovatie van de Oranjebuurt” in Lisse die gelijk werd omgedoopt in “Vorstenhove”. In de komende tijd wordt in Lisse het nodige op stapel gezet, zoals het bouwen in het plan ‘Geestwater’ in de Poelpolder. De vereniging wil daar van de ongeveer 300 te bouwen woningen 65 woningen in de sociale sector en 30 starterswoningen realiseren. Verder wordt bestudeerd of op de plek van het voormalige kantoor aan de Nassaustraat 20 sociale woningen en 20 koopwoningen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast zal van een aantal complexen worden bekeken of ze in de huidige markt nog aantrekkelijk genoeg zijn voor het doel waarvoor die woningen zijn gebouwd. Want dat het werk van verenigingen als Trias, ofwel het bouwen van woningen in de sociale sector, is nog bij lange na niet vervuld!