Heereweg 277 – Pastorie Agathakerk

De grote pastorie past goed bij de kerk in neogotische stijl.

Kadaster: D 7939. Monumentnummer: 516103. Bouwjaar: 1902. Architect J.H. van Groenendael.

De pastorie vormt met het kerkgebouw een duidelijke eenheid. Architect Jean H. van Groenendael was als architect verantwoordelijk voor de bouw van beide. Het gebouw is ontworpen in neo-gotische stijl. Bouwperiode 1902-1903.

Boven de voordeur van de pastorie stond als opschrift een dichtregel van Paulus Potter: Dije dit niet an mocht staen, moet maar voor bije gaen!. De toenmalige burgemeester vond dit aanstootgevend en dus moest deze regel verdwijnen. En zo kwam er gewoon Anno Domino MCMII te staan.

Het is een hele grote pastorie waar vroeger een pastoor met vier kapelaans en huishoudsters woonden. De plafonds zijn bijna 4 m hoog.Pastorie Agathakerk

De pastorie

 

Heereweg 273 – Agathakerk

De Kathedraal van de Bollenstreek was 75 m. hoog. De neogotische kerk heeft fraaie glas-in-lood ramen.

Kadaster: D-7939. Monumentnummer: 516102. Bouwjaar: 1902. Architect J.H. van Groenendael.

In 1902 wordt begonnen met de bouw van de nieuwe kerk. De afmetingen zijn niet mis: 60 meter in de lengte en een transept van 29 meter. Op 7 augustus 1903 wordt de ‘Kathedraal van de Bollenstreek’ geconsecreerd door mgr. Van de Wetering, bisschop van Utrecht. De bijnaam ‘Kathedraal’ kwam doordat de toren met zijn 75 meter de hoogste van de streek werd.
Na de scheiding van kerk en staat uit 1796 moest er voor rooms-katholiek Lisse weer een kerk in het dorp komen. Sterker nog, met eiste de dorpkerk aan het Vierkant terug. Een godsdiensttwist in Lisse. De oplossing liet lang op zich wachten, maar met financiële steun van koning Willem I kon een kerk gebouwd worden. Het is dan 1842. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie wordt Lisse weer een zelfstandige parochie. De parochie van Sint Agatha groeit snel. Plannen uit 1877 om een nieuwe kerk te bouwen stranden nog om financiële redenen. Het geld voor een nieuwe kerk moest vervolgens beetje bij beetje door de parochieleden bijeengebracht worden.

Architect was Jean H. van Groenendael uit Amsterdam. Het ontwerp werd een neogotische kruisbasiliek. De kapiteelstructuur en de gewelfbeschildering zijn uitgevoerd in de Jugendstil.

De kerk heeft fraaie glas-in-lood ramen.

Niet alleen wordt de kerk gebouwd, ook de jongensschool wordt gebouwd in 1905 en het “Piusgesticht” in 1909.

De kruiswegstaties, die tussen 1903 en 1911 door diverse parochianen worden geschonken, zijn geschilderd door Jan Dunselman in Amsterdam. Op 15 augustus 1914 wordt het nieuwe orgel (van P.J. Adema en Zonen) ingewijd, juist op het 40-jarig priesterjubileum van pastoor Klekamp. In 1923 krijgt de kerk de fraaie koperen lichtkronen gemaakt in het atelier van fa. Brom te Utrecht, en in 1924 de fraaie preekstoel. Het beeld van St. Agatha, de patrones van de kerk, wordt geschonken in 1925.

De oorspronkelijke toren dreigt naar verloop van tijd scheef te zakken en moet worden vervangen. (De torenhaan is al naar beneden gekomen). In 1902 werd de bouw voor FL.136.051 aangenomen. In 1929 wordt de toren voor zo’n FL 30.594 vervangen. Een tweede kleinere toren waarin de Angelusklok is opgehangen, staat midden op de kruisbeuk. Ook deze is een vervanger van een vroegere veel spitser torentje.

In 1938 is bij graafwerk in de kerk aan het Vierkant een stuk zandsteen gevonden met een in gotische stijl gemodelleerde kelk waarboven een hostie. Deze steen werd aan de Agathaparochie geschonken in omstreeks 1950 ingemetseld in een kerkmuur.

Na het Tweede Vaticaans Concilie vinden in de jaren zestig van de twintigste eeuw ingrijpende veranderingen plaats in de kerk: het priesterkoor wordt vergroot en er komt een houten altaartafel in het midden van de kerk, de priester keert zich naar de gelovigen.

In 1992 wordt duidelijk dat de kerk hard toe is aan een grondige restauratie. Zowel van binnen als van buiten. Gedurende de periode september 1993 t/m februari 2002 ondergaat de St. Agathakerk een zeer ingrijpende restauratie. Om de geld bij elkaar te krijgen wordt een beroep gedaan op de inwoners van Lisse. Om ze van de stand van zaken op de hoogte te houden staat een immense “geldmeter” voor de kerk. De totale restauratiekosten bedragen 3.564.000 €.

In het dwarsschip van de kerk bevinden zich 4 kleine ruimtes die als biechtstoelen zijn ingericht. Bij oplevering in 1903 zijn drie ervan voorzien van een eikenhouten front. De vierde komt pas aan de beurt na de laatste grote restauratie. Bij de restauratie wordt het timpaan boven de ingang verluchtigd met een bronzen relief: een afbeelding van de heilige Agatha. De heilige Agatha is een Siciliaanse heilige(225-251). Zij wilde haar christelijke geloof en leefwijze niet verloochenen en daarop werd ze gemarteld: haar beide borsten werden afgesneden en heel haar lichaam werd verminkt. De heilige Agatha wordt vaak afgebeeld met haar borsten op een soort presenteerblaadje. Ook op dit timpaan: de heilige is verbeeld compleet met nijptang en borsten op een schotel.

Na de restauratie maakt een schenking het mogelijk de doopkapel van glas-in-lood ramen te voorzien.

In oude luister kan men in 2004 het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw vieren.

 

Een ansichtkaart van de Agathakerk

De foto is genomen vanaf het gemeentehuis

 

Rooversbroekdijk 100 – Lisserpoelmolen

De Lisserpoelmolen is een achtkante poldermolen met een kap en riet gedekt.

Kadaster: E-2264. Monument: 25907. Bouwjaar: 1667.

De Grote Poelmolen of de Lisserpoelmolen is een rijksmonument en mag dus niet zomaar worden veranderd. De molen is gebouwd in 1676 voor de bemaling van de Lisserpoelpolder, die van origine 235 ha groot is.  In 1986 kwam de molen in handen van de Rijnlandse Molenstichting.  De molen is niet zo erg groot, maar wordt zo genoemd omdat hij 2 kleine molentjes aan het einde van de 2e Poellaan verving. Deze waren bij de drooglegging van de Poelpolder in 1624 gerealiseerd, maar konden de waterafvoer niet aan. Het is een forse houten, achtkantige bovenkruier met riet gedekt en met lage veldmuren van 0,50 meter hoog. De molen heeft een vlucht van 26,90 m. Het water wordt met een vijzel 3,40 m omhoog gebracht. Een vijzel is een schroefachtig mechaniek. Bij de bouw van de molen werd de vijzel al gemaakt. Dit was toen nog een erg experimenteel werktuig. Hoewel de molen nog steeds functioneel is wordt hij niet meer gebruikt voor het op peil houden van de waterhuishouding van de gecombineerde Poel- en Rooversbroekpolder. Deze functie van de molen is overgenomen door een elektrisch gemaal net ten noorden van de molen. Daar wordt het overtollige water van de Poelpolder omhoog gepompt en gespuid in het restant van de Achterringsloot, dat in open verbinding staat met de Ringvaart. Deze Achterringsloot tussen de Rooversbroek en de Poelpolder is in 1959 gedempt.  De molen kan in noodgevallen dus nog steeds water omhoog brengen. Dat water gaat vanaf de molen rechtstreeks naar de Ringvaart. Daarom is er in het fietspad een bruggetje over dit water gerealiseerd. In het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’ uit 2016 worden ook dit bruggetje en de molen beschreven. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de Vereniging Oud Lisse.

 

3e Poellaan – Tuin- en parkaanleg Buitenplaats Ter Leede

Een gedeelte van het park van landgoed Ter Leede ligt in de gemeente Lisse.

Kadaster: B 2434, B 553, B 554, B 555, B 556, B 557. Monument: 52840.

Het buiten Ter Leede werd rond 1660 gesticht door de Amsterdammer Nicolaas Dragon. Hij bouwde een voornaam herenhuis dat vanaf de straatweg via een lange oprijlaan was te bereiken.
Na 1928 werd Ter Leede niet meer permanent bewoond. Het werd daarna onder meer gebruikt als opleidingsinstituut van de Katholieke Gidsenbeweging in Nederland. Na de restauratie in 1981 is Huis Ter Leede weer in particuliere handen gekomen en woonhuis geworden. Ter Leede is niet te bezichtigen.
Ter Leede ligt in Sassenheim, maar delen van de parkaanleg liggen in Lisse. Het huis en delen van de parkaanleg zijn rijksmonument.
Begin 20e eeuw werd het park aangelegd in de late landschapsstijl, ook wel gardenesque stijl genoemd. Kenmerkend is dat de lijnen in de tuin zich zowel naar punten binnen als buiten de aanleg richten. Bij Ter Leede zijn er o.a. zichtlijnen naar het omliggende weidelandschap. Afwisseling is belangrijk. Ter Leede heeft een slingerende vijver.
Er is nog een oude eikenlaan uit de 18e eeuw die in de latere parkaanleg is opgenomen. Op een minuutkaart van 1819 blijkt deze laan al ingetekend te zijn.

De entree van het park van landgoed Ter Leede

Keukenhof 1 – Lageveense Wipwatermolen

De Lageveense molen staat aan de Leidsevaart.

Kadaster: A-1272. Monumentnummer: 25903. Bouwjaar: 1890.

In 1654 een polder gesticht op een deel van de “Laege Veenen”. De polder wordt sinds 1654 bemalen door een wipmolen met scheprad. Verscheidene malen werd de molen verbouwd en herbouwd.

Bij de aanleg van de Leidsevaart werd de molen naar het oosten verplaatst. In 1815 wordt de afbraak van deze molen verkocht en vermoedelijk een nieuwe molen gebouwd.

Door de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Leiden veranderde de situatie opnieuw, omdat het traject langs de noordwestelijke rand op korte afstand evenwijdig aan de Leidsevaart gepland was.

Een overeenkomst tussen de polder en de “Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij” van 28 januari 1842, goedgekeurd door Rijnland op 14 mei van dat jaar, bepaalde dat de molen op kosten van de Maatschappij zou worden verplaatst, zodat hij voortaan uit kon slaan op een nieuw gegraven sloot met een grondduiker onder de spoorbaan.

Op 25 juli 1890 verbrandde de molen. De molen werd door het bedrijf van de weduwe J. A. Melman te Warmond weer herbouwd en moest volgens het bestek op 19 september 1890 maalvaardig zijn.

In 1950 werd in het Keukenhofbos voor noodgevallen een gemetseld vijzelgemaaltje gezet. In 1990 werd er een pomp ingezet en kwam de molen goeddeels buiten gebruik.

De molen is sinds 1990 in eigendom van de Rijnlandse Molenstichting en kan nog voor bemaling worden ingezet. Molenaars van het Gilde van Vrijwillige Molenaars zorgen er voor dat de molen af en toe draait.

Er volgde nog een restauratie in 1995.

Lange Rack 2 – Stolpboerderij van Langeveld

De stolpboerderij Langeveld is grondig gerestaureerd. Voorheen was het adres Ooievaarstraat 289.

Kadaster E-1981. Monument: 25905. Bouwjaar: 1647.

Boerderij van Langeveld met het adres ’t Lange Rack 2, voorheen Eerste Poellaan 102. Bij de aanleg van de wijk Poelpolder was het adres eerst ook nog Ooievaarstraat 289.
De boerderij werd in 1642 gebouwd, tegelijk met buitenplaats Uytermeer.
Vermeldenswaardig is de ingebouwde steen met opschrift “1818 den 4e maand, 4de dage eers gelegen. C. Langeveld”. Deze eerste steen werd gelegd door Cornelis Claesz. Langeveld. De boerderij kreeg toen de vorm van de huidige stolpboerderij.
Het woongedeelte is aangebouwd aan de boerderij. Daardoor heeft het rieten dak de vorm van een zadel (zadeldak). De boerderij had in het midden een grote ruimte voor het hooi. Dit werd het vierkant genoemd. Om het vierkant waren de bedrijfsruimten en de woning gesitueerd. Achter de keuken was de kaasmakerij met een grote kelder. Er was een dubbele koestal. Aan de voorkant was de paardenstal en de dorsvloer.
Door deze vorm is het een Noord-Hollandse stolpboerderij. Stolpboerderijen komen bijna alleen boven het Noordzeekanaal voor. Een stolpboerderij in Lisse is dus heel bijzonder.
Op een plattegrond van Lisse is duidelijk te zien, dat deze boerderij, gezien vanaf de Heereweg, schuin achter de donjon Dever ligt. De boerderij, Dever en Uytermeer zijn vroeger heel bewust op die plek gebouwd. Vóór de aanleg van de Poelpolder liep het land van Dever veel verder naar het oosten door dan de huidige Rijnsloot. De oorspronkelijk Poel had een grillig lopende oever. Deze Poel bestond namelijk uit diverse met elkaar verbonden meren: hier ter plekke Zuidpoel en Geestwater genaamd. De Rijnsloot volgde die grillige lijn niet, maar sneed grote stukken land af om een nette, wat rechtere ringsloot te krijgen. Hier ter plekke werd een groot stuk land afgesneden. Daardoor verloor Dever maar liefst 939 roeden (meer dan een hectare) aan de Poelpolder, volgens een uitvoerig verbaal uit die tijd.
Boerderij en donjon zijn gebouwd op een (ondergrondse) duinrug, die vanaf de Heereweg diep doorloopt in de Poel. Zo’n oost/west duinrug werd een ‘horn’ genoemd. Deze horn heette in de 14e en 15e eeuw Reynershorn, waarschijnlijk vernoemd naar Reinier D’Ever (1346-1417), die de donjon gebouwd heeft.
Omdat de fundering van de boerderij op zand rust, is deze in de loop van de eeuwen niet
verzakt en zo goed gebleven, dat het in 1980 een rijksmonument is geworden.
Woningbouw in de buurt betekende het einde van het boerenbedrijf.
De boerderij is in 2002 grondig gerestaureerd en is nu een woonboerderij. Daarbij werd een buitenstal en de beide bouwvallige schuren afgebroken. Daarvoor in de plaats kwam een L-vormige woning met een puntdak.

Stolpboerderij Langeveld voor de renovatie

De zuidkant van de boerderij na de renovatie


de oostkant van boerderij Langeveld na de renovatie

 

Heereweg 443 – Boerderij Heemskerk

De gebouwen worden Boerderij Heemskerk genoemd. Vroeger heette de boerderij De Willemshoeve.

Kadaster: B-3189, B-3288, B-3291, B-3292, B-3294. Monumentnummer: 25896.

 

De boerderij van Heemskerk
Vroeger heette de boerdrij De Willemshoeve

 

 

Heereweg 349a – ’t Huys Dever

Reinier d’Ever bouwde Dever rond 1370 in een U-vorm. Later was de donjon een ruïne.

Kadaster: B-1962. Monumentnummer: 25895. Restauratie vanaf 1973.

De naam d’Ever is zeer oud, van voor 1221. Waarschijnlijk heeft het geslacht Ever gewoond op de locatie waar het huis Dever staat.

Reinier d’Ever bouwt Dever rond 1370. Dever is gebouwd in een U-vorm. De voorzijde is rond. Dat maakt de toren uniek in Nederland. De ronde vorm maakt de constructie sterk en zo kon de toren het in een belegering langer volhouden. De achterzijde, die op het zuidoosten is gericht, is vlak. Daar waren in de middeleeuwen moerassen, die het eventuele vijanden vrijwel onmogelijk maakten om Dever van die zijde te benaderen. Een ronde vorm was daar dus niet nodig.

Het huis is vergroot in 1628 en in 1631 of 1634 komt er een groot herenhuis bij. Bij het huis staat op de voorburcht het bakhuis, bouwhuis en braadhuis.

Tijdens de reformatie wordt in de muur van de bovenverdieping een kapelletje gehakt.

In 1703 waait tijdens een zware stom het dak van de oude Dever. De schade wordt in 1767 hersteld en er wordt een huurder gezocht. De houten ophaalbrug wordt vervangen door een stenen brug. Maar een nieuwe bewoner wordt niet gevonden. In 1848 stort een deel van het herenhuis in. (De bouwsporen met o.a. een trap in de ronde zijde zijn uit die periode). Er was gefundeerd in de oude slotgracht.

Iedereen die stenen nodig heeft haalt in die periode bouwmateriaal bij Dever. In 1862 storten ook de kapelgewelven van de donjon in.
Omstreeks de tweede helft van de 19e eeuw was er van Dever niet meer over dan een grote klomp metselwerk.

In 1945 werd de Nederlandse staat eigenares van Dever omdat Dever als vijandig bezit werd geconfisqueerd. Al in de twintiger jaren van de twintigste eeuw waren er stemmen opgegaan om Dever te restaureren.

In 1963 werd de Stichting Dever opgericht, die er voor ging ijveren om vorm te geven aan een zorgvuldige restauratie van de toren. Jaren heeft het geduurd, maar met behulp van de gemeente Lisse en Monumentenzorg kon er dan eindelijk, in 1973, worden begonnen aan een intense restauratie van de woontoren Dever.

De restauratie van de woontoren heeft vijf jaar in beslag genomen. Ook verdere plannen ter restauratie werden gemaakt en gerealiseerd.
De fundamenten van de voorhof zijn opgetrokken. De grachten zijn gegraven en het realiseren van de beide bruggen maken het weer tot een complete ridderhofstad.

Op de brug naar de voorhof staat een kunstwerk van Marie-Claire Witjes.
`t Huys Dever is een rijksmonument en een museum dat de geschiedenis van deze woontoren vertelt.

Donjon Dever in 2017

Dever 2002

donjon Dever in 2002

 

Ansichtkaart van de ruïne

Tekening van Schoemaker

Kapvergunning aangevraagd voor Heereweg 27 en 29

In december 2017 is een kapvergunning aangevraagd.

Eind vorig jaar is er een kapvergunning afgegeven voor de waardevolle beuk (op de lijst nr 294) aan de Heereweg 27.

De VOL heeft besloten geen zienswijze in te dienen.

Heereweg 347c – Voormalige poortwachterswoning

De voormalige poortwachterswoning bij Dever staat aan de oprijlaan naar ’t Huys Dever.

Kadaster: B-2743. Monumentnummer: 25897. Restauratiejaren: 1978-1981.

De poortwachterswoning aan de oprijlaan naar ’t Huys Dever (Deverlaan) heeft één verdieping plus zolder met zadeldak, de nok staat haaks op de Deverlaan. De topgevels hebben boerenvlechtwerk. Achter aan de oostzijde van het huis is een lange aanbouw, deels van hout. Het poortwachtershuisje is gebouwd tussen 1631 en 1634 door Johan van Schagen, eigenaar en bewoner van de ridderhofstad ’t Huys Dever, toen deze een groter voorhuis aan Dever realiseerde. In de jaren 1950-1978 is de woning onbewoond en zeer vervallen. In 1971 is het huis in gebruik als opslag bij bloembollenkweker P. Schoorl van nummer 349. In 1978-1981 wordt de poortwachterswoning fraai gerestaureerd en verbouwd met C.B.F. Schoorl als opdrachtgever. (bron beeldbank Lisse.nl).

 

Het poortwachtershuisje van ’t Huis Dever