Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Nog een maand naar schilder Koster in museum De Zwarte Tulp

Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 maart 2018 

door Nico Groen 

In het Museum De Zwarte Tulp zijn schilderijen over de bloembollenvelden van Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. U heeft dus nog een maand de tijd om te genieten van deze expositie. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Wie was Anton L. Koster?

Anton L. Koster was een kunstschilder, die in 1858 in Terneuzen werd geboren. Hij is overleden in Haarlem in 1937. Vanaf 1880 volgde Koster de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar Breitner, Verster en Isaac Israëls studiegenoten waren. Hij werd daar gevormd door Mesdag. Daar maakte hij naam door stadstekeningen van het oude Den Haag te maken. Koster woonde na zijn huwelijk in 1890 in Haarlem, later in Heemstede.  Dicht bij het centrum van Haarlem, dat toen nog een stuk kleiner was dan de huidige stad, waren vele bollenvelden. Koster was zeer onder de indruk hiervan Hij was vóór 1890 al kunstschilder, maar vanaf die tijd legde hij zich toe op het schilderen van bloemen van bollen en bollenvelden. Het werd zijn specialiteit. Er zijn meer dan 150 schilderijen over bollenvelden van zijn hand bekend. Ieder voorjaar ging Koster met zijn schildersspullen op pad om schetsen van bloeiende bollen en bollenvelden te maken. Later werkte hij  deze schetsen uit tot grotere schilderijen. Bollenkwekers kochten de werken van Koster als relatiegeschenk voor hun klanten, waardoor de schilderijen en krijttekeningen verspreid raakten over de gehele wereld, van Rusland tot de Verenigde Staten.

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Foto: Museum De Zwarte Tulp is te vinden op ’t Vierkant in Lisse met als adres Heereweg 219.

ONTWIKKELINGEN ROND PLAN ‘DE ZON’

De chronologische  ontwikkelingen van de plannen rondom magazijn ‘De Zon wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 maart 2018

door Nico Groen 

Magazijn ‘De Zon’ op de hoek van de Kanaalstraat (nr 33) en de Van der Veldstraat (nr 2) was vroeger de winkel van Tissing, later van Herenmode Ruud Slot en daarna van Herenmode Schulte. Het pand staat al enige jaren leeg. Het is een gemeentelijk monument.
In het herfstnummer 2017 van het Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” staan de ontwikkelingen rondom dit pand in chronologische volgorde vermeld. Dit staat bij de rubriek Nieuwsflitsen. Hieronder volgt een uitgebreide samenvatting van deze Nieuwsflits.

Door de initiatiefnemer Blokhuis B.V. is op 29 januari 2015 een bestemmingsplanwijziging met bijbehorende omgevingsvergunning voor de bouw van acht nieuwe woonappartementen op deze locatie aangevraagd. Ook de functie van warenhuis verandert hiermee.
Tegen de wijziging is echter door de omwonenden en door Vereniging Oud Lisse beroep aangetekend, waarop de Raad van State op 30 december 2015 heeft gereageerd met de vernietiging van het voorgestelde bestemmingsplan ‘Kanaalstraat 33’ met bijbehorende omgevingsvergunning. Uit het onderzoek van prof. ir. W. Patijn zijn een aantal knelpunten naar voren gekomen. In april 2017 zijn deze toegelicht in de Raadscommissie van Lisse. Een van de punten betreft het feit dat de monumentenstatus door de schaalvergroting aan de achterzijde te weinig wordt gerespecteerd. Ook de schaalverschillen tussen de nieuwbouw op de bestaande laagbouw en de lage bebouwing in de Van der Veldstraat zijn discutabel. Patijn constateerde dat het aantal parkeerplekken onvoldoende was en dat de geplande liftschaft een aantasting van het gemeentelijk monument was.

In het kort samengevat moet het gebouw voldoen aan het straatbeeld, met een subtieler aansluiting op het omliggend stedelijk weefsel, waarbij de monumentale waarde van het gebouw gewaarborgd blijft. In 2017 heeft de heer Patijn gesprekken gevoerd met de initiatiefnemer Blokhuis B.V. en belanghebbenden over het voortzetten en de ontwikkeling van de plannen. De initiatiefnemer wil wel iets doen maar heeft geen haast. Daarom heeft Gemeente Lisse in overleg met Blokhuis B.V zelf in 2017 het Werkboek ’Kanaalstraat 33’ opgesteld m.b.v. eerder gedaan historisch onderzoek door Rob Pex, gepubliceerd in het Nieuwsblad van de VOL, en de gebeurtenissen in de afgelopen jaren. Op 5 oktober 2017 heeft gemeenteambtenaar Maarten Bosman dit  Werkboek ‘Kanaalstraat 33’ besproken met de Monumentencommissie. De heer Bosman vroeg de Monumentencommissie om advies voor de plaatsing van de liftschacht van de nieuwbouw naar het monumentale pand. Ook de locatie van de mogelijke buitenruimte aan de Kanaalstraat bij het appartement op de eerste verdieping kwam aan de orde.
Voor de kwaliteit van woningen is het gewenst om een buitenruimte te maken. Het is echter niet verplicht. De Monumentencommissie  kon zich een liftschacht in het monument wel voorstellen, maar de schacht mag  de gevel in de steeg niet raken. Ook kan de commissie zich voorstellen dat aan de Kanaalstraatzijde van het gebouw een buitenruimte op de eerste verdieping mogelijk is, maar wel op een manier die past bij de architectuur van de gevel. De kracht van het gebouw zit namelijk in de gesloten baksteengevelarchitectuur en is daarmee een mooi voorbeeld van deze bouwstijl uit de vooroorlogse periode.
Het advies van de Monumentencommissie zal worden besproken met de initiatiefnemer Blokhuis B.V. t.b.v. de uitwerking van het plan.
Bovenstaande is een goed voorbeeld van het functioneren van de Vereniging Oud Lisse voor het verdedigen van de belangen van monumentale gebouwen en van omwonenden. Dit kan alleen als er veel mensen lid van de Vereniging zijn.

Het vroegere magazijn ‘De Zon’, de winkel van Tissing, is een gemeentelijk monument. Foto: Nico Groen

KONIJNEN- EN PLUIMVEESPORT VERENIGING 100 JAAR

De bloemenstreekshow in de HoBaHo hallen werd altijd druk bezocht. De geschiedenis wordt besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 februari 2018

door Nico Groen 

Welke Lisser heeft in zijn jeugd of met zijn kinderen in de glazen hal van de HoBaHo niet naar konijnen, cavia’s, hoenders, duiven, siervogels en watervogels staan gapen. Later was deze Bloemenstreekshow in Hal 2, waar nu het nieuwe appartementengebouw ‘De Veilingmeester’ staat. Sinds Hal 2 niet meer mocht worden gebruikt, is de tentoonstelling naar Bloembollenbedrijf de Ree Holland BV  in Lisserbroek verhuisd.
Op 6 januari 1918 is de ‘Kleindieren Sportvereniging KPV Lisse’ opgericht. Dat is dus 100 jaar geleden. Een eerbiedwaardige leeftijd voor zo’n soort vereniging. Een mooi moment om de geschiedenis te beschrijven. Vanaf het begin was de heer F.W. Daudey voorzitter. Dat bleef hij heel lang, namelijk tot 1950. In het begin waren voornamelijk mensen lid, die in hun achtertuin enkele kippen of konijnen hielden voor de eieren en voor de slacht. De sierlijkheid en de kleur van de dieren kwam op de tweede plaats. Toch bleek er behoefte te zijn aan tentoonstellingen om de dieren met elkaar te kunnen vergelijken. Later werden kleur en uiterlijk belangrijker.Vanaf 1923 werd jaarlijks een tentoonstelling gehouden.
In de oorlog zijn de tentoonstellingen gewoon doorgegaan, behalve in 1945. In 1943 mocht vanwege het 25-jarig bestaan van de vereniging de nationale tentoonstelling in Lisse worden georganiseerd. Dit was de 21ste tentoonstelling. In het Haarlems Dagblad van 18 januari 1944 staat een uitgebreid verslag van deze geslaagde nationale tentoonstelling in de hallen van de HBG, de latere CNB. Met ruim 1600 inzendingen was het aantal inzendingen veel groter dan de jaren daarvoor. De meeste prijzen werden gewonnen door de voorzitter W.F. Daudey, toen woonachtig in Hillegom. Hij kreeg ook de wisselbeker voor het hoogst aantal punten van de hele tentoonstelling. Toen heette de vereniging ‘Konijnen- en Pluimveesport Vereniging (KPV) Lisse en omstreken.
De burgemeester van Lisse jhr. mr. F. van Rijckevorsel bracht hulde aan de vereniging en aan W.F. Daudey vanwege zijn 25-jarig jubileum als voorzitter. Vermeldenswaardig is dat de heer J.C. de Haan, gemeentesecretaris en oorlogsslachtoffer, beschermheer van de vereniging was. In de Engel is een straat naar hem vernoemd.
Van vóór 1945 is verder weinig bekend. Het archief is namelijk in de oorlog verloren geraakt. Dit komt volgens de site van de KPV doordat muizen het archief hebben opgevreten. Het was veilig voor de bezetter opgeborgen op een zolder aan de Achterweg.
Het 75-jarig jubileum in 1993 was groots opgezet in hotel de Nachtegaal met dank aan de directie. Het feest was onvergetelijk, evenals de problemen om een en ander financieel rond te krijgen. Voor de financiering van dit festijn zijn ongeveer 1200 bedrijven benaderd en werd een loterij georganiseerd.
Hans Dol was van 1950 tot 1975 voorzitter. Zijn hobby was het houden van kippen en hoenders. Onder zijn leiding is het een echte hoendervereniging geworden.  Hans Dol was postbode in Lisse en had daardoor met veel mensen contact. Mede hierdoor werd hij ook wel de kippendokter van Lisse genoemd. In 1975 is het voorzitterschap overgenomen door Jan van Leeuwen uit Sassenheim. In 1988 is Leen Hogervorst voorzitter geworden en in 2004 heeft Co Korsuize het stokje van hem overgenomen. In die 100 jaar heeft de vereniging dus maar 5 voorzitters gehad.

Bij de jubileumtentoonstelling is vorige week, 22 en 23 februari, groots uitgepakt bij Tuincentrum TuineXtra in Noordwijk.

De laatste Bollenstreekshow was in 2012, daarna heette de tentoonstelling de Clubshow. Foto: KPV

 

Ernst Krelage en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een geweldig boek geschreven over de bekende bollenman Kralage

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 februari 2018

door Nico Groen 

Ernst H. Krelage (1869-1956) uit Haarlem heeft veel betekend voor de bloembollenteelt en -handel in Nederland. Na jarenlang historisch en archiefonderzoek heeft Maarten Timmer, een expert in bloembollenhistorie, een geweldig boek geschreven over leven en werk van Ernst Heinrich Krelage. In twee rijk geïllustreerde delen geeft hij een gedetailleerd en uniek overzicht van leven en werk van deze bekende Haarlemmer en grondlegger van de moderne bloembollensector in Nederland. Deel 1 is nu uitgekomen en heeft als ondertitel ‘Burger, publicist en bestuurder’. Het 2e deel, handelend over Krelage als ondernemer, zal binnenkort verschijnen. Deel 1 is een lijvig boekwerk geworden van 21×26 cm met een harde omslag. Dit boek van 282 pagina’s heeft ISBN 9781389270109.
 
Lezing Maarten Timmer
Naar aanleiding van de publicatie van het boek heeft de Vereniging Oud Lisse  Maarten Timmer weten te strikken voor een lezing over de betekenis van Krelage voor Lisse.
Na een schets van een jaar uit het leven van Ernst Krelage (1910) waarin Lissenaar Nicolaas Dames een rol speelt, wordt nader ingegaan op de geschiedenis van de bloembollensector in Lisse. Aan de orde komen waarom Lisse het ‘kerkhof der hyacinten’ werd genoemd en wat Lissers zijn en waren. In Lisse werd in 1897 de Amerikaanse Verzendersbond opgericht en die kwam in conflict met de vader van Ernst, Jacob Krelage. Dames was zijn tegenstrever, net als tien jaar later Dames de handschoen opnam tegen Ernst Krelage waar het ging om de vestigingsplaats van de Rijkstuinbouwwinterschool. Ingegaan wordt op de stichting van het Proefstation voor de Bloembollencultuur en het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek en de rol van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren. Na behandeling van de stichting van de  bloemententoonstelling Keukenhof, wordt afgesloten met een schets van de huidige situatie (‘hoe staat het met de erfenis van Krelage, Dames, Volkersz en Van Slogteren?’).

Onderzoeker in Lisse
Maarten Timmer (1942) komt uit een familie van bloembollenkwekers. Hij studeerde in Wageningen en werkte daarna van 1967 tot 1981 bij het toenmalige Laboratorium voor Bloembollenonderzoek als onderzoeker en afdelingshoofd. Daarna heeft hij tot zijn pensionering diverse beleidsfuncties bij het Ministerie van Landbouw bekleed. Van huis uit en tijdens zijn werkzame leven heeft hij veel te maken gehad met bloembollen. Timmer deed historisch onderzoek naar de tuinbouw en naar de bloembollenteelt in het bijzonder. Van de hand van Timmer zijn diverse belangrijke stukken over de historie van de bloembollenteelt verschenen.

Middag bijeenkomst
De lezingen van de VOL zijn altijd op de 3e dinsdag van de maand in de avond. Omdat Maarten Timmer op leeftijd is wilde hij ’s avonds niet van Hoorn naar Lisse komen. Daarom is de lezing deze keer ‘s middag in De Vergulde Zwaan, 1ste Havendwarsstraat 4, Lisse. De datum van deze bijeenkomst is 20 februari 2018, De zaal is open vanaf 13.30 uur en de lezing begint om 14.00 uur. Iedereen, leden en niet leden, zijn van harte welkom. Niet leden betalen € 3,00 entree.

De voorkant met Ernst Krelage van deel I van het boek.

VLEESWARENFABRIEK PERSOON 100 JAAR

Het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon is een goede gelegenheid om de geschiedenis van het bedrijf eens voor het voetlicht te halen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws) 

30 januari 2018

door Nico Groen 

In 1917 begon Leo Persoon (1894-1956) uit Monster een eigen slagerij in Lisse. Dat was het begin van wat later een van de grootste bedrijven van Lisse zou worden.
De slagerij werd in 1917 gevestigd in het pand van toen Heereweg 166. Later is het huisnummer veranderd in 194. Het werd hier al gauw te klein. Daarom werd in 1925 het gebouw gesloopt. Er herrees een dubbel woonwinkelpand met daarachter een slagerij. De eerste steen werd op 12 maart 1925 gelegd door Helena Persoon, toen 6 jaar oud. Op Heereweg 194 is nu Ristorante Italiano Il Mulino gevestigd.

De slagerij werd op een gegeven moment weer te klein. Bovendien moest aan nieuwe wettelijke regels worden voldaan. Daarom werd in 1931 door bouwbedrijf Schuit uit hillegom een nieuwe vleeswarenfabriek gebouwd aan de Grachtweg op de huidige locatie in wat toen buitengebied van Lisse was. De verhuizing van de slagerij was maar goed ook, want de slagerij op de Heereweg gaf veel stankoverlast voor de buren en regelmatig verstopping van het riool door ophoping van vet. In de buurt was ook een schillenboer gevestigd. Dat waren dus ideale omstandigheden voor ratten. Er werden daar dan ook veel ratten gevangen. Daarom werd het buurtje ’t Rottenest genoemd.
Vleeswarenfabriek Persoon werd grossier voor slagers in West-Nederland. Langzamerhand groeide het aantal slagerijen als afnemer van de vleeswarenfabriek van Persoon. In 1940 werd het pand voor de eerste keer verbouwd en vergroot. Dit werd gerealiseerd door het timmer- en aanneembedrijf Th v.d. Hoorn en zonen.
Begin jaren vijftig van de vorige eeuw legde Persoon zich steeds meer toe op de export naar vooral Engeland. Het assortiment bestond voor een groot deel uit leverpastei, ham en gehaktballen, allemaal in blik. Het bedrijf heette toen L.J. Persoon, Vleeshouwerij en Spekslagerij.
In 1956 overleed Leo Persoon en werd opgevolgd door zijn zoon, die ook Leo heette en geboren was in 1930. Rond 1958 werd het allemaal weer te klein en moest het bedrijf aan scherpere regels voldoen. Er werd weer nieuwbouw gepleegd op de huidige locatie aan de Grachtweg. De Gladiolenstraat en de brug over de Gracht waren net een paar jaar klaar. Tussen de Grachtweg en de Gladiolenstraat werd de nieuwbouw gerealiseerd. In die jaren slachtte het bedrijf nog steeds zelf. Dat bleef zo tot eind jaren zeventig. Toen werd het slachten afgestoten en de slagerij verkocht aan de Vleeschmeesters. Dat was maar goed ook, want de omwonenden klaagden steen en been over stankoverlast van rottend vlees in de open afvalbakken en meeuwen die met restafval de lucht in gingen. Het bedrijf zelf concentreerde zich steeds meer op de fabricage van bacon.
In 1965 kwam een eerste uitbreiding. Later volgden er nog diverse uitbreidingen tot de grootte, die het bedrijf nu heeft. In 1992 overleed Leo Persoon. Zijn zoon Leo nam zijn taken over en werd algemeen directeur. Daarmee staat de derde generatie Leo Persoon aan het roer.

In het Winternummer 2018 , het nieuwsblad van de Cultuur Historische Vereniging “Oud Lisse” dat eerdaags uitkomt, staat een uitgebreid artikel over het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon.

Een van de uitbreidingen van de fabriek. Foto: Arie in ‘t Veld

NA 90 JAAR IS ‘DE VLINDER’ GESTOPT

Bernard van Stijn kocht in 1926 de winkels, waar nu ‘De Vlinder’ zit. de geschiedenis wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

16 januari 2018

door Nico Groen 

Lisse is één van zijn meest markante winkeltjes aan de Kanaalstraat kwijt. De eigenaresse, Ria van Grimbergen-van Stijn van de Verlichting- en Kadoshop De Vlinder heeft al meer dan een jaar geleden vanwege haar leeftijd besloten om te stoppen met de winkel. Dat is nu dus werkelijkheid geworden. Dat zullen heel wat Lissers ervaren met nostalgische gevoelens. Wie heeft er niet in zijn kinderjaren voor de etalage gestaan om het treintje rondjes te zien rijden? Dit is een goede gelegenheid om eens naar de geschiedenis van het vele malen verbouwde pand te kijken.

Bernard van Stijn (1867-1944) heeft in 1926 de woningen Kanaalstraat 47 en 49 gekocht van R. G. Smakman. Het waren 2 woningen van een rijtje van 10 (Kanaalstraat 47 t/m 65). De huisjes zonder bovenverdieping, maar wel met een zolder, hadden gezamenlijk een pannendak evenwijdig aan de Kanaalstraat. Zij zijn in 1898 gebouwd in opdracht van Albert en Bram Moolenaar.
Na de koop in 1926 werden aan de achterkant een serre, een wc en een washok aangebouwd. In 1928, nu dus 90 jaar geleden, werden de 2 panden (nr. 47 en 49) samengevoegd. In de voorgevel van nr. 47 werd een winkelpui gezet met 2 etalages en een deur in het midden. Op nr. 49 woonde de familie van Stijn. Bernard was de uitvinder van de eerste machinale sorteermachine voor bloembollen, die de Vlinder heette. Het bedrijf en de winkel zijn daar naar vernoemd. In 1936 werd het woongedeelte te klein. Het werd verbouwd en aan de achterkant werd de gevel verhoogd. Twee jaar later neemt zijn zoon Harrie (1903-2000) de winkel en het woongedeelte over. Na de oorlog werd het woongedeelte opnieuw verbouwd en kreeg ook dit gedeelte een winkelpui. Daar was toen Machinefabriek De Vlinder, Landbouwwerktuigen en Elektronische Reparatie-inrichting van Harrie van Stijn gevestigd.

Tijdens de 2e wereldoorlog was de groentecentrale van N. Nederstigt in nr. 47 gevestigd. Ook na de oorlog was hier nog een groentehandel te vinden. Deze was van A. van der Slot. In 1952 kocht Van Stijn het naastgelegen pand nr. 51 aan. Dit was ook een winkel, die na aankoop door Van Stijn verhuurd werd.
In 1958 werd de winkel van nr. 47 verbouwd met een verhoogde achtergevel. De winkel heette toen officieel Electro-Technisch Bureau De Vlinder.

In 1977 werd over de hele lengte van nr. 47, 49 en 51 een moderne winkelpui geplaatst. Nr. 51 had en heeft echter nog het oude dak. Daarom werd vóór het dak een nepgevel aangebracht. De winkel op nr. 47 en 49 heette toen al Verlichting- en Kadoshop De Vlinder en werd gerund door Maria, de vrouw van Harrie van Stijn. Rond die tijd is de winkel door Ria Grimbergen-van Stijn van haar moeder overgenomen. In de winkel op nr. 51 kwam later Van Best Schoenen ’Best Shoes’ en daarna dierenspeciaalzaak Discus Lisse, die nu dus de winkel van De Vlinder bij zijn zaak gaat betrekken.
 
Www:beeldbankLisse.nl
Veel van bovenstaande is ontleend aan website BeeldbankLisse.nl. Dit is een samenwerkingsverband van de gemeente Lisse, foto Mieloo en de VOL. Deze website geeft veel informatie en foto’s over panden en zijn bewoners. Iemand die iets wil weten over een bepaald pand in Lisse en zijn bewoners door de tijd kan hier goed terecht.

De 10 huisjes op een rij, gebouwd in 1898. De voorste 2 kocht Van Stijn in 1926. Foto: Beeldbank Lisse.nl

HOFJE VAN SIX WEER BEWOOND

U leest over geschiedenis vanaf 1741 en 4 van de 5 woningen zijn gerenoveerd en ondertussen al weer bewoond.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

2 januari 2018

door Nico Groen 

Op 8 december j.l. kregen de 4 nieuwe bewoners de sleutel van hun nieuwe woning in het Hofje van Six. De renovatie van 4 van de 5 woningen is in 2017 voortvarend en grondig aangepakt, om deze weer verhuurbaar te maken. Alleen de buitenmuren en het dak bleven staan. Maar het voorste huis (Kanaalstraat 34) is niet gerenoveerd. Dat is in 2017 door de Diaconie van de Hervormde Gemeente verkocht om de renovatie van de 4 andere woningen voor een deel te bekostigen. Het complex van het Hofje van Six is 134 jaar oud.
De renovatie is een mooie gelegenheid om de geschiedenis eens te bekijken.
 
De Diaconie krijgt in 1741 een legaat van Pieter Six jr.
Pieter Six jr (1686/1755) was een telg uit de rijke koopmansfamilie Six uit Amsterdam. Zij verdienden hun geld onder andere met de lakenververij. Zij belegden hun geld in landerijen en huizen. Zo waren zij bijvoorbeeld in het bezit van Grotenhof aan de Achterweg in Lisse. Pieter was Schepen van Amsterdam en daar later zelfs burgemeester. Hij was in 1720 ook medebewindvoerder van de VOC.
Pieter Six jr koopt in 1740 2 huisjes aan de Kanaalstraat op de locatie rond de poort naar de nu gerestaureerde panden. Daar woonden toen al 4 personen. Hij is niet lang in het volledige bezit gebleven. In 1741 legateerde Pieter Six jr de helft  aan de Diaconie van de Gereformeerde Kerk (later Hervormde Gemeente geheten). Er mochten 4 oudere personen wonen, “mits zij behoeftige ledematen van Gereformeerde Christelijke Religie waren”. Per huis woonden er dus 2 personen. Zij mochten daar voor niets wonen en kregen nog ieder 100 gulden per jaar als leefgeld. Ook de  Diaconie kreeg voor onderhoud en toezicht 100 gulden per jaar. Na het overlijden van Pieter Six in 1755 wordt op basis van een bijzondere bepaling in het testament de Diaconie pas in 1797 volledig eigenaar van het Hofje. Zij ontvangt dan bovendien 10.000 gulden, mogelijk voor nieuwbouw, want in 1809 zijn er 6 hoofdbewoners.
Nog eens zo’n bedrag bleef beschikbaar bij de Amsterdamse Weeskamer.
 
Nieuwbouw in 1883
In 1883 werd het westelijk huisje gesloopt. Daar werd toen een nieuw pand met aparte wooneenheden voor 7 gezinnen van een of meer personen onder één dak gebouwd. Bij een renovatie in 1968 werd een nieuwe, ruimere indeling gemaakt, waardoor er 5 hoofdbewoners overbleven. Deze situatie is na het groot onderhoud in 2017 zo gebleven. De buitenkant, zoals die er nu uit ziet, is nog vrijwel hetzelfde als bij de nieuwbouw uit 1883.
Het oostelijk huisje, daar waar later het sigarenwinkeltje van Ligtenberg was, (Kanaalstraat 44), is in 1912 gesloopt en weer herbouwd. Aan de zuidkant waren daar ook 2 eenkamer woningen aangebouwd. Er konden toen 3 gezinnen met een of meer personen wonen. Totaal in het Hofje dus 10 hoofdbewoners.
In 1926 werd Kanaalstraat 44 gekocht door de hoofdbewoner Dirk Schrier en hoorde het eigenlijk niet meer bij het Hofje. De Diaconie had geld nodig en daarom werd het verkocht.
Helaas is na de verkoop van Kanaalstraat 44 door de fam. Ligtenberg aan een projectontwikkelaar dit pand in 2006 gesloopt en vervangen door een modern hoog pand. Hierdoor is de monumentwaardigheid van het Hofje van Six volgens de uitspraak van de rechter ernstig aangetast en is het Hofje van Six niet meer monumentwaardig.
Een werkgroep van Vereniging Oud Lisse is momenteel aan het inventariseren wat de familie Six in Lisse van doen had en wat zij voor Lisse hebben betekend. Na deze inventarisatie zal hierover een artikelenreeks of een boek worden gemaakt.

 

Het Hofje van Six in vroegere tijden Foto uit ‘Het Hofje van Six te Lisse’ van Rob Pex.

 

IS LISSE NAAR EEN WATERLOOP VERNOEMD?

Aannemelijk wordt gemaakt, dat Lisse naar een beek Lys is vernoemd, die richting Leiden De Leede werd.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

21 november 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan?  Hieraan zijn de afgelopen periode heel wat columns gewijd met uiteenlopende theorieën. Deze column is waarschijnlijk de laatste uit de rij van mogelijke verklaringen. Deze keer gaan we in op de mogelijkheid dat Lys naar een waterloop of het brongebied van een riviertje vernoemd zou kunnen zijn.

In de zomereditie 2017 van het Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” staat een uitgebreid artikel met de titel “Meer hondjes die Fikkie heten!” over de mogelijke betekenis van Lisse als een heldere beek.
In het artikel worden vele plaatsen, watertjes en bergen in West-Europa genoemd met Lys of Lis in hun naam. In veel gevallen is de betekenis helder in de vorm van onaangetast, klaarheid en rein te herleiden.
De rivier la Lys spreekt daarbij het meest tot de verbeelding. Zij ontspringt in Nord du Calais bij Lisbourg in het Frans of Liegesboort in het Vlaams, wat beiden bron van de Leie betekent. Bij Gent stroomt de Leie uit in de Schelde. De Leie werd voor het eerst vermeld in een Latijnse akte uit 694 als ‘super fluvio Legia’.  Dat betekent ‘boven de stroom Leie’. In Frankrijk heet ze La Lys, in België de Leie, wat niet veel meer dan waterloop betekent. Als watertje komt Leie, Lee, Lei, Liede, Leede veel voor in Nederland. Als Leie en Lys hetzelfde betekenen, zou Lys/Lisse dan net als Lisbourg het brongebied van de Leede kunnen zijn? Leede, Lee, Warmonderlee, Hoflee en de Mare hebben allen de betekenis van waterloop/vloed, zelfs de naam Leiden (Leie) zou die betekenis kunnen hebben.
 
Was er een beek van Lisse via Warmond naar Leiden?
Op oude kaarten is te zien dat vanuit het Berkhouterduin drie beken ontspringen en oostelijk van Lisse samenkomen om verderop in de Lisserpoel uit te stromen. Eén van deze beken stroomde rechtstreeks door het dorp, ongeveer waar nu de Berhoutlaan en Kanaalstraat liggen. Lisse lag dus dicht bij de bron van deze beekjes, hierdoor zal het helder water zijn geweest.
Jan de Graaff beschrijft de Kerksloot, die toen nog de Beeck heette, in 1765 in zijn Lisser Arkadia als volgt: “…terwijl een beekje stroomt dat als kristal vertoont in zuivere klaarheid…” . Bij Lisse was het water dus nog lys of helder. Meer naar het oosten en zuiden werd het water door het veen steeds donkerder en minder lys. Lisse zou dus naar dit heldere water genoemd kunnen zijn. De schrijver van het artikel in het Nieuwsblad maakt het aannemelijk dat dit riviertje via  de Poelpolder, Sassenheim, de Kaagzoom, Warmond, Oegstgeest naar de Oude Rijn in Leiden liep.
Menno Dijkstra geeft in zijn boek “Rondom de mondingen van Rijn&Maas” ook aan dat Lisse weleens naar een riviertje genoemd zou kunnen zijn.

De zomereditie 2017 van het Nieuwsblad is nog verkrijgbaar tijdens de inloop van de VOL op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan. Ook is het via info@oudlisse.nl te bestellen. Het blad kost in de losse verkoop € 5,-.  Wordt u lid  van de Vereniging dan krijgt u het blad 4 keer per jaar. Het lidmaatschap bedraagt voor 2019 € 20,- per jaar.

De zomereditie 2017, het full colour kwartaalblad in A4-formaat van de VOL

LISSE , HET GROENSTE DORP VAN NEDERLAND

De historische organisaties hadden er een groot aandeel in. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

7 november 2017

door Nico Groen 

Lisse deed mee met de Nationale Groen Competitie 2017, Entente Florale. De jaarlijkse wedstrijd waarbij de groenste stad en het groenste dorp worden uitgekozen. Bij de kleine gemeentes won Lisse, maar ons dorp eindigde bijna gelijk met nummer twee. Niet alleen het aanwezige groen is beoordeeld, ook het gemeentelijk beleid en de invloed van organisaties en burgers waren van belang. Volgens de jury was de enthousiaste participatie van organisaties en burgers in Lisse van doorslaggevende betekenis bij de uiteindelijke uitslag.

Zeven historische organisaties
Naast de logische groene organisaties werden ook een zevental historische organisaties in Lisse door de jury geroemd om hun enthousiaste en relevante inbreng. De fietstocht die de jury bij de beoordeling van het Lisser groen maakte, startte bij Dever met de Tuin Der Zinnen. Ook het overige goed onderhouden groen rondom de donjon, zoals de oprijlaan, gaf het geheel een historische uitstraling. Binnen de donjon werd aan de jury onder andere uitleg over de ontstaansgeschiedenis van de bollenteelt gegeven.

Onderweg werd onder andere de Zemelpoldermolen door de jury aangedaan. De molen is na de brand in 1999 herbouwd na acties van onder andere de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Zij zorgde er ook voor dat het een gemeentelijk monument werd. De vereniging was betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe Beleidsplan Bomen van de Gemeente Lisse in 2016, eveneens  is zij vertegenwoordigd in de bomenadviesgroep om waardevolle bomen zoveel mogelijk binnen de gemeente te beschermen.
In de gemeentelijke brochure, aangeboden aan de jury van de Groencompetitie, staat dat gemeente Lisse zich in wil zetten voor herstel van regionale groene, ecologische verbindingen met onder andere beukenhagen. Uitbreiding en behoud van bestaande beukenhagen vinden regionale organisaties als de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond (ANLVG) en het Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (Het CHG is het regionale platform voor alle historische organisaties in de Duin- en Bollenstreek) heel belangrijk. De  vele oorspronkelijke beukenhagen tussen de bollenvelden zijn namelijk grotendeels verdwenen.
In de brochure worden ook de wandel- en fietsroutes langs monumenten, bomen en bruggen geroemd. Van deze routes zijn door de VOL 3 boeken in full couleur gemaakt. Deze boeken zijn nog steeds verkrijgbaar tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat. In de brochure wordt ook de Lissese Monumentencommissie genoemd.

De lunch was in Museum de Zwarte Tulp, waar men de historie van de Bollenstreek kan bekijken. Na een bezoek aan de cultuurhistorisch belangrijke begraafplaats Duinhof beëindigde  men de fietstocht op landgoed Keukenhof met zijn vele rijksmonumenten en zijn historisch belangrijke park.
Al met al hebben de historische organisaties een belangrijk aandeel gehad in het behalen van de eerste plaats in deze Groencompetitie. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Een oude beukenhaag met de skyline van Lisse Foto uit het boek Wandel- en fietsroutes langs bomen in Lisse

GEVOLGEN VAN DE REFORMATIE IN LISSE

De katholieken moesten uit de grote kerk. De schuilkerk aan de Achterweg wordt beschreven. Wat zijn Klopjes? 

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

24 oktober 2017

door Nico Groen 

Op 31 oktober 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg in Duitsland. Dit is het symbolisch begin van de Reformatie. Dat is dus precies 500 jaar geleden. De Reformatie is de afscheiding van de protestanten van de R.K. Kerk. Er heerste grote armoede en er was veel onvrede binnen de R.K. Kerk, onder andere door de vervolging en verbranding van ketters. Voeg hieraan toe het mislukken van de oogst in 1565 en de daarop volgende voedseltekorten dan zijn alle ingrediënten aanwezig voor een volkswoede. Dit ontaardde in 1566  in de Beeldenstorm. Het gevolg was de tachtigjarige opstand tegen Spanje, die in 1568 begon. Onder andere Leiden (1573/74) en Haarlem (1572/73) werden belegerd door de Spanjaarden.  Dat had tot gevolg dat ook in Lisse de kerk, boerderijen en woningen werden vernield.
 
Schuilkerk bij de Engel
De katholieken in Lisse kerkten in de Dorpskerk op ‘t Vierkant. Tijdens de Beeldenstorm werden de beelden van de heilige Agatha en van Maria vernield en verwijderd. De sieraden, zoals rozenkransen werden gestolen en later verkocht. In 1579 werd bepaald, dat de Nederduitse Gereformeerde Kerk in de Noordelijk Nederlanden voortaan de publieke kerk moest zijn. De R.K. Kerk werd verboden. De protestanten namen de kerk in bezit evenals de pastorie op ’t Vierkant.
De katholieken kwamen in het geheim bij elkaar. Zo was er op landgoed Meerenburgh een kapel, waar een kapelaan de mis deed. Ook werden daar monniken opgevangen.
Na een aantal jaren werden de verhoudingen tussen de twee geloofsgemeenschappen gestabiliseerd. Omstreeks 1630 werd oogluikend toegestaan, dat ten westen van de Achterweg, net ten noorden van het Mallegat, bij de Engel een schuurkerk of schuilkerk werd gebouwd. Dit tegen een jaarlijkse betaling van zogenaamde recognitiegelden voor een officiële vergunning. Van deze kerk is geen afbeelding bekend, maar in 1710 wordt op dezelfde plaats een nieuwe kerk met een fraaie pastorie gebouwd. De nieuwe kerk werd bijna 10 meter diep en twintig meter breed aan de voorkant. De kerk werd gebruikt tot 1843 en later gesloopt. Op de tekening hiernaast is rechts de kerk en links het pastoorshuis te zien, met linksvoor een bijkeuken of iets dergelijks. De tekenaar stond ten westen van de kerk, omdat aan de kant van Achterweg niets te zien mocht zijn wegens mogelijke aanstoot. Daar waren bosschages, boomgaarden en een schutting. Op het binnenplaatsje voor de pastorie is een muur te zien met een soort tuinhuisje en daarnaast een poortje, waar  mogelijk een geestelijke dochter, een zogenaamd Klopje, staat. Er waren daar meerdere Klopjes. Klopjes zijn alleenstaande vrouwen, die een kuisheidsgelofte hebben afgelegd. De Klopjesbrug ter plaatse over het Mallegat is naar hen vernoemd, evenals boerderij Klopjeshoven, die aan de overkant van het Mallegat stond.
In Lisse was veel corruptie, waarbij ambtenaren en bestuurders tegen betaling een oogje dichtknepen. In Lisse was de eigenaardige situatie ontstaan dat de katholieke ambachtsheer van Lisse de protestante dominees moest aanstellen. Dit gaf vele onverkwikkelijke situaties.

Het meeste van bovenstaande is ontleend aan het boekje ‘De Aagtenkerk van Lisse’ van A.M. Hulkenberg uit 1960.

Rechts de achterkant van de schuurkerk aan de Achterweg bij het Mallegat Foto: Beeldbank Lisse