De boeiende geschiedenis van Nicolaas Dames deel 6 (slot)

In 1917 nam Nicolaas Dames de heer Werkhoven als vennoot in de zaak. Dat verbaasde veel kennissen. Maar het pakt goed uit. Op 2 januari 1920 overleed Nicolaas Dames op 57-jarige leeftijd.

Door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 1, januari 2006

‘IK BEN VOLDOENDE BELOOND MET DE ACHTING, DIE IK BIJ LEVEN GENOOT’

Nicolaas Dames was een bloembollenvakman in hart en nieren. Hij spande zich in ‘voor kunde en gemeenschapszin’ en die leuze staat op de buste die voor nieuwe PPO-gebouw aan de Heereweg is geplaatst. Deze tekst staat overigens ook op de zogenoemde Nicolaas Dames medaille. Een erepenning die wordt gegeven aan mensen die op de een of andere manier van bijzondere betekenis voor het bloembollenvak zijn geweest.

In 1917 nam Nicolaas Dames de heer Van Werkhoven als vennoot in de zaak. Deze daad heeft menigeen, ook onder zijn meest vertrouwde kennissen, verbaasd. Hij zei dat hij dit had gedaan omdat hij een sterk bedrijf wilde. Hij had dus iemand nodig die hem een gedeelte van die zware taak van de schouders kon nemen. Dames dacht de juiste man gevonden te hebben in de persoon van de heer Van Werkhoven en hier bleek het opnieuw dat hij een scherpe kijk op mensen had. Reeds in 1918 trok Van Werkhoven naar Scandinavië, om het afzetgebied van het bedrijf te vergroten. Omdat hij nu een jonge vennoot had, die toegerust was met werkkracht en werklust, kon Dames zich meer wijden aan hetgeen hij noemde zijn liefhebberij. De studie der bolgewassen dus en het winnen van nieuwe variëteiten. Hij strekte deze liefhebberij zelfs uit tot de gladiolen, een cultuur die eigenlijk nooit door hem beoefend was. Ook op dat terrein heeft Dames het vrij ver gebracht en zeer vele nieuwe variëteiten werden door hem ,gewonnen’, zoals dat in vakjargon heet, doch de meeste daarvan verkocht hij reeds voor hij er partijen van enige betekenis van had. Meermalen raadde bevriende vakgenoten hem aan om eerst eens een partijtje te kweken voordat de nieuwe cultivar in de handel werd gebracht. Daarvoor was Dames echter nooit te vinden. “Gladiolen kweeken mij veel te snel en het gaat te gemakkelijk om nieuwe verscheidenheden te winnen, dus voor ik partijtjes heb van eenige beteekenis, heeft deze of gene vakgenoot er weder anderen gewonnen, welke de door mij gewonnen soorten overtreffen.”

Eer
Zoals gewoonlijk liet Dames ook telkens blijken het totaal niet op prijs te stellen dat hij op enigerlei wijze op de voorgrond zou treden. Een vriend van hem zei later: “Wanneer Dames het geweten had, dat men ter ere van zijn nagedachtenis, na zijn heengaan een monument zou oprichten, hij gezegd zou hebben: “Laat nu toch die verheerlijking uit je hoofd, ik ben voldoende beloond voor hetgeen ik in het belang van ons vak deed, met de achting, welke ik bij mijn leven genoot en met de financiële voordelen, welke die mij hebben opgeleverd. Wanneer ge nu toch wat doen wilt, geef dan dat geld maar aan de armen of aan degenen, die daar behoefte aan hebben”.

Rerum novarum
Dames was een persoon met een warm voelend hart voor elk die behoefte had en hij trachtte dat op verschillende wijzen in de praktijk te brengen. Daarvan is nog een mooi voorbeeld bekend, dat we gaarne aan de vergetelheid ontrukken en dat tot lering zou kunnen strekken voor velen onder ons. Lange jaren beschouwde Dames zijn arbeiders eenvoudig door de bril zoals vrij algemeen elk patroon in die dat tijd deed. Wanneer hij ze zaterdagsavonds betaalde, dan was hij van hen af. Klaar. Op een gegeven moment kreeg hij bezoek van een der geestelijken der parochie. Al spoedig kwam het gesprek op de maatschappelijke toestanden der arbeiders. Dames verschilde met de geestelijke van mening en deze raadde hem aan om de Encycliek Rerum Novarum eens te bestuderen en de daarin neergelegde lessen ter harte te nemen. “U zijt mijn geestelijke raadsman en daarom zal ik in uw raad volgen”, zei Dames en hij voldeed eraan. Het lezen bracht hem ertoe om anders te gaan denken over zijn arbeiders en ze te beschouwen als degenen, die hem terzijde stonden bij het vooruitgaan op de maatschappelijke ladder. Dames waardeerde dit niet alleen, maar hij liet hen in het vervolg ook delen in de resultaten van hun werk. Het karakter van Dames is daarmee onderstreept. Op 2 januari 1920 overleed Nicolaas Dames op 57-jarige leeftijd. Zijn talrijke kinderen liet hij gelukkig niet onverzorgd achter.

Het in bloei trekken van hyacinten nam kort na uitvinding een grote vlucht. Ook de particulier ontdekte mogelijkheden. Bijvoorbeeld door een hyacint in bloei te trekken door de bol op een glas water te zetten. De glasindustrie haakte daar perfect op in en produceerde speciale hyacintenglazen in alle mogelijke vormen, maten en uitstraling. De sortering was enorm en daarvan is het nodige te zien in het Museum De Zwarte Tulp, waar ongeveer vierhonderd verschillende hyacintenglazen worden tentoongesteld.

 

In een vorig Nieuwsbrief stond aan artikel over Nicolaas Dames .Maarten Timmer geeft  in Niewsblasd jaargang 5 nummer 2 april 2006 een aantal aanvullingen.

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse

De boeiende geschiedenis van Nicolaas Dames deel 5

Nicolaas Dames was een van de eerste die met kerstmis hyacintenbloemen in bloei had. Hij maakte veel reclame in het buitenland.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 4, oktober 2005

Het geheim van de vroegbloei: hyacintenbloemen rond de kerst

In de geschiedenis over Nicolaas Dames is het in bloei hebben van hyacinten rond de Kerstperiode het onderwerp waarom het eigenlijk allemaal is begonnen. Rond de vorige eeuwwisseling was het al een groot vraagstuk hoe men hyacinten met kerstmis in bloei zou kunnen krijgen. Vraag niet waarom, maar die vraag keerde steeds terug.

Wat er door de oude hyacintenkwekers van gezegd is en hoe dikwijls men ook meende het ei van Columbus gevonden te hebben, daarover zou men boekdelen kunnen schrijven. In oude prijscouranten deed men weliswaar aanbiedingen van hyacintensoorten die geschikt waren om met Kerstmis in bloei getrokken te worden, doch de meeste jaren lieten de zogenaamde “Kerstmisbroeiers” de cliënt in de steek en kwam de bloei pas later.
In de nieuwe eeuw zou de wetenschap de ontdekking doen hyacinten een voorbehandeling te laten ondergaan, waardoor men met volstrekte zekerheid kon zeggen: “Deze bollen zullen tegen Kerstmis in volle bloei zijn.” Dat werd dus de kennis om hyacinten te prepareren voor vroegbloei. Onder die naam is deze wetenschap nu algemeen bekend en het is nu helemaal geen kunst meer. En die wetenschap is hoofdzakelijk te danken aan Nicolaas Dames.

Gewas in de schuur
Wat was de eerste aanleiding waardoor Dames op de gedachte kwam om hyacinten te prepareren? Wel: hij wist evenals de hyacintenkwekers, dat bollen die vroeg waren afgestorven, het jaar daarop veel vroeger in bloei kwamen. Ook had hij de ervaring dat wanneer men die bollen op een droge, warme plaats in de schuur bewaarde, dit een vroege bloei nog meer in de hand werkte. (Zijn gezegde “Het gewas ligt in de schuur” werd vermaard en te pas en onpas gebruikt. Ook vandaag de dag nog.) Met die wetenschap begon hij proeven te nemen. Dames nam enige bollen van verschillende soorten en bestudeerde die op verschillende tijdstippen tijdens de groei. Hij bewaarde de bollen op een droge plaats in de schuur, zette ze vervolgens weer op en kwam tot het verrassende resultaat dat zij zich veel gemakkelijker en vroeger in bloei lieten trekken. Teleurstellingen van verschillende aard zijn hem natuurlijk niet bespaard gebleven; dit kwam vooral voor met de keuze van soorten. Na verloop van slechts enkele jaren had hij een lijst bijeen van voor preparatie geschikte soorten. Behalve zijn jaarlijks terugkerende proeven, die hij steeds voor alle belangstellende vakgenoten ter beschikking stelde, hield hij in 1910 in Lisse op zijn bloemisterij een expositie van door hem geprepareerde hyacinten. Met Kerstmis was de expositie te bezichtigen. De belangstelling enorm en de verwondering en waardering navenant.

Geeft geen profijt
De lezer kan ervan overtuigd zijn, dat toen Dames zijn wetenschap van het prepareren tot een algemeen domein maakte, hij zeker wist dat falen niet meer mogelijk was. Hij hield zich daarbij aan de spreuk, die hij vaak hanteerde: ,,Wat je doe, doe dat goed, half werk is geen werk, het kost je tijd, geeft geen profijt.”

T3entoonstelling

Dames spande zich in om geprepareerde hyacinten populair te maken. Over de gehele wereld. Zo schreef hij in een in 1921 uitgegeven Amerikaanse prijscourant van de firma Dames & Wekhoven: “Voor 1910 konden hyacinthen met Kerstmis in bloei getrokken worden als zij gegroeid waren in Frankrijk of Duitschland gedurende een of meer jaren, teneinde klaar te maken voor vroegbloei. Deze bollen echter zijn zeer duur en dikwijls niet betrouwbaar wat ziekte betreft, die ze in deze warme landen hebben opgedaan, zoodat ze vaak omkomen door ziekte. Bovendien is de keuze van variëteiten zeer gering. Na veel proefnemingen, die jaren in beslag namen, kon ik voor den handel aanbieden, voor het eerst in 1910, geprepareerde hyacinthen, die in Holland groeien, welke ik garandeer voor Kerstmisbloei, niet alleen in sommige variëteiten, maar in eene groote collectie. Dit aanbod was oorzaak van een beweging onder de bollenkweekers en handelaars, zoodat de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur besloot om een jaarlijksche tentoonstelling van hyacinthen omstreeks Kerstmis te houden, wat vroeger nooit gebeurd was, zelfs niet voor tulpen en andere bolbloemen. Sindsdien hebben wij vele Kerstmistentoonstellingen gehad en hun succes nam elk jaar toe. Nu is de tijd gekomen, na jaren proefnemingen, dat mislukken van Kerstbloei niet meer voor komt, als ze aldus geprepareerd zijn. Het gebruik van geprepareerde bollen neemt ieder jaar op enorme schaal toe. Geprepareerde hyacinthen zijn niet alleen geschikt voor Kerstbloei, maar zijn ook schitterend voor Januari en Februari en geven gedeeltelijk grootere bloemen dan niet geprepareerde hyacinthen. Iedereen is er over verwonderd, dat zij zoo gemakkelijk trekken en dat er zoo weinig onfortuin is bij den groei, zoodat gevallen van mislukking zelden voorkomen.”

Proefveld
Hoewel het prepareren wel de hoofdzaak kon worden genoemd van wat door Dames tot is stand gebracht, het is niet hierbij gebleven. Wanneer men hem bezocht en – het was begrijpelijk – over het vak sprak, dan hoorde men altijd de klacht: hoe jammer toch dat zoveel soorten uit de cultuur verdwijnen omdat zij bijna of geheel niet meer te kweken zijn. Dames wilde weten of dat nu eigenlijk wel zo was en legde een proefveld aan om soorten vast te houden die naar zijn mening niet uit de handel moesten verdwijnen. Zij, die gedurende de bloeitijd bij Dames een kijkje gingen nemen, hebben toen ongetwijfeld opgemerkt, dat zijn kraam steeds op de hoogte was van de tijd, maar ook dat er kleine partijtjes van oudere soorten waren. En wanneer men Dames dan vroeg: “Waarvoor heb je nog die oude soorten?” dan gaf hij altijd lachend ten antwoord: “Dat zal ik u later wel eens vertellen”.

Promotie
Dames had ook een eigen manier om zijn product onder de aandacht te brengen. Zo verscheen hij op de wekelijkse beurs in de maanden juli en augustus met een bloeiende hyacint in het knoopsgat. Dit was dus een bewijs, dat hij de kunst verstond om de bloei van hyacinten later te doen plaats vinden dan tot dat moment gewoon was. Dames had voor ogen om de bloeitijd zodanig te kunnen wijzigen, dat de bollen ook geschikt zouden worden voor het zuidelijke halfrond, dus uitbreiding van het afzetgebied. Hij wist dat voor elkaar te krijgen en in de prijscourant van 1920 kon hij daarvan aanbieding doen. Deze aanbieding ging vergezeld van de volgende omschrijving: “Het is altijd moeilijk Hollandsche bollen met succes naar de zuidelijke streken te zenden en ze in bloei te hebben in Mei en Juni. Zelfs in Europa. Om dit te bereiken zijn er verschillende proeven genomen, sommigen met meer, anderen met minder succes. Ondervinding en meer kennis van den aard der bollen hebben ons de beste wijze getoond, speciaal voor hyacinthen. Deze bol is zeer geschikt voor het gebruik in de zuidelijke streken en ze bloeien in Mei of Juni als ze op de goede wijze behandeld worden. Een voornaam punt om succes te hebben is, dat de orders binnen komen voor het einde van Augustus of beter nog voor einde Juni, omdat hyacinthen eene vroege behandeling vereischen om te maken, dat ze voor Mei of Juni kunnen bloeien en geschikt zijn voor de zuidelijke streken. Daarom is ook voor andere bollen eene vroege bestelling zeer wenschelijk. Aanwijzing voor verdere behandeling van de bollen zijn ingesloten bij elke order en zijn gemakkelijk op te volgen.”

Mest
Dames had een groot gezin, met zoons in de toekomst zoals dat heet. Hij had zich voorgesteld om naast zijn eigen, meer wetenschappelijk werk, ook een grote kwekerij met daaraan verbonden exporthandel op te richten. Om aan het eerste deel van dit plan gevolg te geven, kocht hij in de Anna-Paulownapolder, bij Breezand, een vrij grote bloemisterij, waarvan hij de schuur naar het nieuwe systeem deed inrichten. Het was vooral op deze kwekerij waar hij de bemesting met kunstmest in het groot toepaste. De ervaringen, die hij daarvan te Lisse had opgedaan, kwamen geheel tot hun recht en menig kweker in de ,,noord” profiteerde van zijn ondervinding. Toen aan het begin van de vorige eeuw de bekende overstroming van Breezand plaats vond, behoorde Dames tot de slachtoffers. Het bedrijf leed grote schade. Dames verloor de moed echter niet. Hij pakte de draad op en zei: ,,De boom valt niet van een klap, ik heb op tegenspoed gerekend en daarbij, voor een tegenslag ben ik voldoende gewapend, eenige jaren later kunstmest gebruiken en dan ben ik dezen ramp wel weer te boven.”

Wordt vervolgd

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

De boeiende geschiedenis van Nicolaas Dames deel 4

 

Lisse dankt de Tuinbouwschool aan Nicolaas Dames. Het handelsspel met nieuw soorten van Dames en van der Horst wordt uit de doeken gedaan. Helaas overleed van der Horst te vroeg.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

LISSE DANKT TUINBOUWSCHOOL AAN NICOLAAS DAMES

In vorig afleveringen is geschetst hoe Herman van der Horst en Nicolaas Dames gezamenlijk optrokken en hun vakkennis tentoonspreidden. Toen de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur een tweetal tentoonstellingen hield ter opnaamstelling van enkele (Cottage) tulpen, bleek dat Van der Horst en Dames velen reeds voor waren. Er ontstond na die opnaamstelling een levendige handel in deze tulpen en de beide heren hebben daarvan op handige wijze gebruik gemaakt.

Het is bekend, dat toen die handel enigszins begon te verflauwen, de beide kramen in hoofdzaak in andere handen waren overgegaan. Dames en Van der Horst zaten dus op goud en konden een aardig winstje boeken. Van der Horst kweekte door en breidde zijn kraam weliswaar uit, maar op een wijze zoals men dat van een vooruitstrevende kweker verwachten mag. Hij zocht meer zijn kracht in nieuwe soorten die hij, op bij vele nog bekende wijze, wist aan te prijzen en ze aan de man bracht. Na nog enkele jaren te hebben gekweekt, ging hij ertoe over om zijn gehele zaak te liquideren. Hij verkocht land en bollen en veranderde tegelijk van woonplaats. Van der Horst verliet Lisse om in Bennebroek met zijn beide dochters in een mooie villa te gaan wonen.

Handelsspel
Onder de soorten die Van der Horst kweekte, behoorde de algemeen bekende dubbele tulp Scarlet Cardinal, een zaailing van de heer De Ruyter te Uitgeest. Hij had deze soorten meermalen vervroegd en de goede eigenschappen daarvan in wijde kring bekend gemaakt. Hij was reeds in het bezit van een mooie partij en was daar (zo dachten velen) zeer aan gehecht. Dit was echter schijn, hij deed dit om daar ter gelegener tijd goede munt uit te slaan en deze gelegenheid bood zich vrij spoedig aan. Er boden zich serieuze kopers aan en de eigenaar, die nooit iets vergat, maakte van de bemiddeling van een oude vriend gebruik om de hoogst mogelijke prijs te bedingen. Hij had aan deze vriend, toen deze ooit in geldverlegenheid verkeerde, geld geleend. Uit oude vriendschap, die hij steeds van elk naar waarde wist te schatten, gaf hij de schuldbekentenis op het zilveren huwelijksfeest van zijn vriend als geschenk terug. Maar hij maakte er toch de navolgende bepaling bij: “Amice, hierbij uw schuldbekentenis met de kwitantie der betaalde rente als herinnering aan oude vriendschap op uw heugelijk feest cadeau. Maar ik verwacht van u als dank slechts, dat wanneer het soms te pas mocht komen, gij me uw medewerking wel zult willen verlenen.”

Briefkaart
In de bloeitijd van de tulpen kreeg deze vriend van Van der Horst een briefkaart: “Kom aanstaande maandag voormiddag in café Brinkman te Haarlem, ik wil u gaarne spreken.” De vriend, die reeds vermoedde dat de tijd was aangebroken om zijn dankbaarheid te tonen, voldeed aan dat verzoek. Hij kwam op de aangewezen tijd en plaats en na de gebruikelijke begroeting zei Van der Horst: “Jammer, de auto is juist weg met een drietal liefhebbers om naar mijn Scarlet Cardinal te gaan kijken. Het zijn gegadigden voor de partij.” Een ogenblik van nadenken en toen sprak hij: “Ik bestel direct een wagen en gaat gij dan ook de partij eens bezichtigen en onder voorbehoud dat indien uw oordeel gunstig is, geef dat dan onomwonden te kennen.” Het vermoeden bestaat dat Van der Horst het handelsspel goed opzette en de aanstaande kopers een duwtje in de rug wilde geven door een nieuwe geïntereseerde te laten opdraven. De vriend, een toenmalig bekend tussenhandelaar, ging naar Hillegom, waar hij het drietal bij de uitgang van de tuin ontmoette en zij hem vroegen: “Gaat gij ook naar Scarlet Cardinal kijken?” “Ja”, antwoordde deze, “ik heb een opdracht de partij te kopen.”

Toekomstsoort
Een kwartier nadat de gegadigden in Haarlem terug waren, kwam ook de vriend terug en op de vraag “Hoe vindt gij de soort?”, gaf deze ten antwoord (en het was ook zijn mening): “Deze soort voldoet aan alle eisen en kan een toekomstsoort genoemd worden.”
Van zaken doen was voor de vriend geen sprake en daar was het hem die dag ook niet om te doen geweest. Van der Horst zei tegen hem: “Kom om één uur terug, dan zullen wij verder spreken.” De vriend ging naar de toenmalige beurs en kwam precies op tijd terug, nieuwsgierig naar het verdere verloop van de zaak. Van der Horst klopte de vriend op de schouder en zei: “Kom wij gaan naar de andere zijde van het restaurant en daar gaan wij eens lekker eten. Onze lunch en ook uw obligatie zijn boven Pampus. Juist uw komst was de oorzaak dat ik op de vraag kon inspelen. Ik heb mijn aanvankelijke vraagprijs namelijk verhoogd en zij namen de bollen toch!”

Het monument voor Nicolaas Dames staat nu in de voortuin van de opvolger van het bollenlaboratorium, PPO, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving aan de Heereweg te Lisse. Het is na de verhuizing uit de tuin van de voormalige Rijkstuinbouwschool grondig gereinigd

Vaarwel
Nog slechts korte tijd genoot Van der Horst van wat hij noemde zijn rust. Steeds meer openbaarde zich de kwaal die hem ten grave zou doen dalen. Hij vertrok naar Haarlem naar de Mariastichting, waar hij bewust zijn naderend einde tegemoet zag. Zijn talrijke vrienden bezochten hem daar geregeld en nadat hij enkele ogenblikken met hen gesproken had over zijn ziekte, kwam de oude bollenkweker weer boven en kon hij, hoe zwak ook, nog spreken over bloembollen en nog eens bloembollen. Steeds vond men in zijn kamer een vaas, bij voorkeur met bolbloemen en toen de laatste tulpen hun bladeren lieten vallen, schreef hij in dichtmaat de volgende ontboezeming:
“Vaarwel mijn schoone bloemen, Vaarwel mijn schat van goud, Vaarwel de kracht mijns levens, Waardoor mijn welstand werd gebouwd, Door het beoefenen van u te kweeken, In het bewond’ren uwer pracht, Heb ik rampspoeden kunnen trotseeren, Waarmede God mij ruimschoots heeft bedacht.”
Op 8 maart 1920 overleed G.F. Van der Horst, die op 15 augustus 1862 te Haarlem geboren was. Zijn stoffelijk overschot werd te Lisse in het familiegraf, in de onmiddellijke nabijheid van de grafplaats van zijn vriend Dames, ten ruste gelegd.

Nicolaas Dames
Nicolaas Dames was dus al niet meer op dit ondermaanse. Hij was bloembollenvakman in hart en nieren, ter wiens nagedachtenis nog altijd bij het nieuwe Laboratorium van Bloembollen Onderzoek (nu PPO geheten, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving) zijn buste een prominente plaats inneemt. Wanneer ooit het bekende spreekwoord “Eenvoud is het kenmerk van het ware” goed toegepast wordt, dan geldt dat beslist wanneer gesproken of geschreven wordt over Nicolaas Dames. Dames was ongetwijfeld een bolleboos op bollengebied, maar aan niets was te merken dat hij dat zelf ook wist. Een eenvoudig, bescheiden mens dus en dat was ook tijdens zijn leven en werken zo, want in niets onderscheidde hij zich van bijvoorbeeld de bloemistknechts die bij hem werkten. Opmerkelijk dus, vooral als in aanmerking wordt genomen dat we het hebben over pakweg begin 1900, toen de baas nog patroon heette en menige patroon zich huizenhoog boven het werkvolk verheven wist en dat dus vaak liet blijken ook. Dames dus niet. Hij stond ook bovenop de barricades toen het om het stichten van een Tuinbouwschool in Lisse ging. De school die nu, pakweg een eeuw later niet meer als zodanig dienst doet, maar nog wel als monument behouden is gebleven.

Strijd
En er was indertijd een grote strijd over de vestiging van de school. De een wilde de school te Haarlem en de ander was voor de vestiging in één der plaatsen van de bloembollenstreek, bij voorkeur Lisse. Er werd een algemene vergadering van de kwekersvereniging uitgeschreven waarop zou worden uitgesproken in welke plaats men de school wilde vestigen. Namens de regering was de heer van Hoek, inspecteur van het Land- en Tuinbouwonderwijs, aanwezig, die opdracht had om de regering verslag te doen van de gevoerde debatten en naar aanleiding daarvan een besluit te nemen. Het hoofdbestuur was in meerderheid voor de vestiging te Haarlem en de woordvoerder daarvan, de heer E.H. Krelage (die ook bepaald geen kinderachtige reputatie had opgebouwd) verdedigde de vestiging in Haarlem op waardige en welsprekende wijze. Geen argument liet hij ongebruikt om het pleit voor Haarlem te winnen. Het was een mooie gedocumenteerde rede, die niet naliet indruk te maken, hetgeen later ook bleek.

Gejuich
Voor de afdeling Lisse was de voornaamste woordvoerder de heer Nicolaas Dames. Deze, hoewel geen redenaar en bijna nooit op een vergadering optredend, trachtte op zakelijke gronden de argumenten van Krelage te ontzenuwen. Maar hoe hij ook pleitte, de meerderheid bleef aan de zijde van Krelage staan. Ieder verwachtte dus dat de school in Haarlem gevestigd zou worden. Het tegendeel kwam echter uit! Na korte tijd kwam de beslissing van de regering en deze besloot tot de vestiging van de school in Lisse. Een gejuich ging op bij de voorstanders van Lisse en niet het minst bij Dames zelf. Uit geen enkel geschiedenisboek blijkt het, maar aangenomen wordt nog altijd dat het mede aan de argumentatie van Dames te danken is geweest dat de Tuinbouwschool op het grondgebied van Lisse werd gevestigd. En de school had ongetwijfeld baat bij het feit dat in de onmiddellijke nabijheid één der kwekerijen van Dames was gevestigd en meer nog de onmiddellijke nabijheid van de persoon zelf: Hij, de man die beter dan wie ook wist dat de praktijk een bijl is zonder steel en de theorie een steel zonder bijl. Graag zag hij beide hand aan hand werken en daarvoor heeft hij zich ingezet tot zijn laatste snik. 
Wordt vervolgd

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

3e Poellaan 62 – Boerderij ‘Ouderzorg’

Boerenwoonhuis met aangebouwde stal en wagenschuur.

Kadaster: E-3561. Bouwjaar: 1925. 

Het woonhuis heeft een symmetrische voorgevel en een bouwmassa van één bouwlaag met borstwering. Mansarde schilddak met de nok haaks op de weg. De stal is veel lager en heeft een bouwlaag onder een zadeldak. De gevel van het woonhuis bestaat uit rood-grauwe baksteen in halfsteensverband op een trasraam. Op de penanten ter weerszijden van de ramen op de verdieping zijn drie gepleisterde vlakken aangebracht. In die vlakken is de tekst aangebracht: OUDER 1925 ZORG.

Boerderij Ouderzorg  met 2 fraaie hekpeilers

Lisbloemstraat 26 _ Voormalig kantoor HBG (CNB)

 

De vraag is of dit gebouw een gemeentelijk monument is. Het vroegere directeurskantoor is in de Bossche stijl ontworpen met veel reliefs in muren. 

Kadaster: ? Bouwjaar: 1954, verbouwing tot woning 2016. Architect: A. Paardekooper. 

Bij de sloop van de CNB hallen werden 2 panden bespaard. Het hoofdgebouw, dat nu Floralis (of is het Flora Lis?) heet, is bij iedere Lisser wel bekend. Minder bekend is het gebouw op de hoek van de Tulpenstraat en de Lisbloemstraat. Dit gebouw was het vroegere directeurskantoor van de  HBG, later CNB. Floralis en dit directeurskantoor werden in 1954 gebouwd, nadat een brand het hele complex van de HBG verwoestte.

Wat aanspreekt aan dit ontwerp van Aad Paardekooper (1918-1991) is de afmeting, de details, de stoere uitstraling, een gebouw met een ziel en het gezellige ontwerp.

Melssen, de eigenaar, over de verbouwing: “Er moesten 2 gevels aan de kant van de hallen worden opgemetseld. We hebben ‘à la Paardekooper’  gemetseld. We hebben nieuwe stalen kozijnen gezocht met rond gebogen profielen om in de togen te passen. De glas-in-lood ‘gevel’ is totaal gerestaureerd door  nieuw lood en isolatieglas in de profielen te laten zetten in Frankrijk. Een nieuw geïsoleerd dak ligt er op met dakpannen, die op de originele pannen lijken. Ik heb zelf ook een paar elementen ontworpen, die aansloten bij de visie van Paardekooper. Zoals ruitprofielen in het metselwerk boven de nieuwe voordeur. Rondom zijn zinken goten en afvoeren geplaatst. Bovendien heb ik 4 gelaagde ruiten van de originele haldeuren weten te bewaren en deze in de nieuwe haldeuren teruggeplaatst. Qua indeling heb ik het hele gebouw een open karakter gegeven. Overal ervaar je nog steeds het authentieke ontwerp. Met name boven is de open nok een fraai gegeven met originele balken partijen. Ook is de smeedijzeren trapleuning intact gebleven. Bewust heb ik  voor het oude industriële draadglas gekozen”.

Al met al is het een gebouw gebleven en geworden waar Lisse trotst op kan zijn en dat de erepenning, die in 2016 door de VOL werd uiitgereikt, meer dan waard is.

Achterweg 09 – Villa ‘Solsiden’

Solsiden betekent zonzijde. Het dak is bijzonder.

Kadaster: C-3001. Bouwjaar ca 1910.

Villa ‘Solsiden’ werd rond 1910 gebouwd. Solsiden is Zweeds voor zonzijde. Het pand heeft een nagenoeg vierkante plattegrond. Het is twee bouwlagen hoog. De dakconstructie is samengesteld uit drie zadeldaken die in elkaar steken. De zadeldaken hebben kleine wolfeinden, die met een decoratieve piron bekroond worden. De gevels zijn opgemetseld uit rode baksteen in kruisverband en beschikken over enkele opvallende details, zoals grote houten kozijnen, geel geprofileerd glas in de bovenlichten en brede ontlastingsbogen. Het pand heeft een fraaie ingang.

In het rijkstelefoonnet van 1915 staat vermeld: ”67 Tuymelaar, J., Notaris, “Solsiden”, Achterweg. Notaris Tuymelaar was blijkbaar de 67e die in deze streek telefoon kreeg.(Haarlemmermeer, Hillegom, Nieuw Vennep, Noordwijkerhout, Sassenheim en Voorhout hoorden ook bij het Rijkstelefoonkantoor van Lisse)

Het huis heeft een bijzonder dak

Solsiden betekent zonzijde

Achterweg 14 – Woonhuis met bollenschuur

Woonhuis met achterliggende bollenschuur ( nu Acacialaan 1) van bollenteler J.W. Lefeber.
Kadaster: C-4546. Bouwjaar: ca 1920.

Van het oorspronkelijke complex van bollenschuren en woonhuis voor de familie Lefeber is rond 1920 het woonhuis vervangen door het huidige pand. Het woonhuis heeft een afgeknot overstekend schilddak. De voorgevel is symmetrisch.
Er zijn mooie originele schuifvensters met glas-in-lood in de bovenlichten. Boven de vensteropeningen dubbelsteens strekken met natuurstenen sluitsteen en gele baksteen. Een ijzeren hekwerk, voorzien van Franse lelies, vormt de erfafscheiding met de openbare weg. Op de erfafscheiding langs de vaart staat een oude beukenhaag.

De voorgevel heeft een symmetrische vorm

Achterweg-Zuid 50 – Woonhuis ‘Ter Specke’

Op deze plaats stond ooit het 15e eeuwse ‘Leengoed Ter Specke. Bij nieuwbouw in 1954 werden de oude stenen gebruikt.

Kadaster: A-1265. Bouwjaar: 1954. Architect: Leen Tol Jr.

De naam Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend. In 1416 is sprake van een ‘woningh’.
Rond 1600 werd er een nieuw huis gebouwd, dat rond 1730 werd verbouwd en uitgebreid met twee bouwhuizen. Op een anonieme tekening van circa 1730 is de voorzijde weergegeven. Te zien is een herenhuis dat op het eerste gezicht een achttiende-eeuwse indruk maakt, maar de kruisvensters met daarboven ontlastingsbogen zijn terug te voeren op het gebouw van rond 1600. Het huis zou, gezien de onderkeldering van het zuidelijke gedeelte, een boerderij met herenkamer kunnen zijn geweest. Op de tekening staat direct ten zuiden van het huis een boerderij.
Kort na 1740 is het complex afgebroken

Wat van het oude complex nog rest is het koetshuis (nr. 52)

Achterweg Zuid 50 is gelegen op een restant van een binnenduin gelegen.
In 1954 werd hier door architect Leen Tol Jr een woning neergezet. Hierbij werd gebruik gemaakt van de stenen van de oude boerderij die er stond.

De voorgevel bestaat uit een tuitgevel met asymmetrische gevelindeling. Rechts in de voorgevel bevindt zich een verhoogde ingang, die door middel van een bakstenen trap bereikbaar is. Boven de vensteropeningen zijn ontlastingsbogen met geboorte- en sluitstenen verwerkt. De zijgevels zijn eveneens asymmetrisch opzet van met gevelopeningen op verschillende hoogteniveaus.
De gevels zijn opgebouwd uit rode baksteen in onbekend verband. Op de begane grond zijn links in de gevel twee vensteropeningen aangebracht, door een smalle muurdam van elkaar gescheiden. Rechts in de voorgevel bevindt zich een verhoogde ingang met brede houten deuromlijsting. Op de eerste verdieping zijn drie vierkante vensteropeningen aangebracht. Op de zolderverdieping bevindt zich een kleine vensteropening. Boven het zolderraam is de steen met de naam Huijs Ter Specken ingemetseld. Deze steen in in 1946 bij opgravingen teruggevonden. De steen is afkomstig van het statige huis dat voor de boerderij op het binnenduin stond.

Tekening uit de Rijnlandse gezichten

Het keermuurtje is nog authentiek

Rechts is de woning, links het voormalige Koetshuis

Achterweg-Zuid 51 – Woonhuis met bollenschuur

Woonhuis en bollenschuur vormen één bouwmassa. Het is een mooi voorbeeld van bloembollenerfgoed.

Kadaster: B-2952 en B-2953. Bouwjaar: 1909.

De symmetrische voorgevel is opgetrokken in rode baksteen in kruisverband. Er zijn gepleisterde spekbanden ter hoogte van de boven-, wissel- en onderdorpels. In de voorgevel anderhalfsteens rollagen met gepleisterde aanzetstenen boven de gevelopeningen. Eenvoudige rechte muurankers in de zijgevel. De dakgoot is op klossen.
In de top ter weerszijden van het venster het bouwjaar (1909) op een gepleisterd vlak.
Het pand is al lang in de familie en puntgaaf onderhouden. De heer Romijn ontving in 2009 de erepenning van de Vereniging Oud Lisse voor zijn pand.
Deze penning wordt jaarlijks toegekend aan personen die hun historische pand op een buitengewone manier hebben opgeknapt en daardoor een bijdrage leveren aan het behoud van historisch waardevolle panden in Lisse.

Deze woning is uit 1909 is puntgaaf onderhouden

Deze woning staat aan de bollenschuur vast