HUIS HALFWEG 150 JAAR GELEDEN GESLOOPT

Op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

10 oktober 2017

door Nico Groen 

Het was in de 17e eeuw beroerd gesteld met de wegen en waterwegen in de Bollenstreek. Vele wegen waren onverhard en zaten vol kuilen. Het reizen per postkoets was dus geen pretje. Als men per boot vanuit Leiden naar Haarlem of Amsterdam wilde, moest men gebruik maken van het Haarlemmermeer. Dat was bij stormachtig weer natuurlijk levensgevaarlijk voor de vaak kleine bootjes.

Daarom werd een trekvaart gegraven en op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor, een dienstwoning, een paardenstal en een herberg . Het complex stond iets ten zuiden van de Halfwegsebrug in de huidige Stationsweg, ongeveer ter hoogte van Leidsevaart 10. Er hoorden 5 ha land bij, waarop de paarden konden grazen. Hier, halverwege Haarlem en Leiden, werden namelijk de trekpaarden gewisseld en de dieren konden hier uitrusten, eten en drinken. Het buurtschap Halfweg is naar Huize Halfweg of Halfwegen vernoemd.

Gevelstenen in de voorgevel
De kosten van het kopen van de grond, de bouw en het onderhoud waren gelijk verdeeld over  de steden Haarlem en Leiden. Het huis was ontworpen door de Leidse architect Willem van der Helm. In de voorgevel zaten 2 gevelstenen: een van de stad Haarlem en een van de stad Leiden.
Deze gevelstenen waren gemaakt door de bekende beeldhouwer Rombout Verhulst.
De dienstwoning werd bewoond door de trekvaartcommissaris. Hij moest er voor zorgen, dat de dienstregeling  van de trekschuiten goed werd uitgevoerd. Hij moest ook toezicht houden op de gang van zaken wat het wisselen van de paarden betreft. Het was een drukte van belang, want er werden veel passagiers en goederen vervoerd. Zo waren er in 1677 148.000 passagiers. Hetgeen neerkomt op  zo’n 2900 per week.
In 1695 brandde het gebouw af. Op de oude fundamenten werd een jaar later een nieuw huis gebouwd. De gevelstenen werden hersteld en opnieuw ingebouwd in de voorgevel.

In 1842 werd de spoorlijn Haarlem-Leiden gerealiseerd. De komst van de trein betekende het einde van de trekschuiten omdat reizen per trein veel sneller en comfortabeler was. Door de komst van de trein duikelde het aantal passagiers van de trekschuiten door de “Treckvaert” naar 2000 in 1843.
In 1860 waren het pand en de grond overbodig geworden voor de trekvaartdienst. Daarom werd het geheel verkocht aan Baron van Pallandt, eigenaar van Landgoed Keukenhof. Hij liet Halfweg slopen in 1867, dus dit jaar precies 150 jaar geleden. De gevelsteen met het Leidse stadswapen met de 2 sleutels liet hij inbouwen in de muur van de moestuin  om Frederikshof. De gevelsteen van het stadswapen van Haarlem is terecht gekomen in de poort van het Magdalenaklooster aan de Kinderhuisvest 17 in Haarlem.

Bovenstaande gegevens komen uit het boek ‘Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart, 1657-2007, geschiedenis, betekenis en toekomst’ uit 2007.

Foto: Halfweg met daarachter een binnenhof. Dáár achter de stallen. Op de voorgrond de trekvaart. Foto: Beeldbank Lisse.nl

BETEKENT LISSE TOERNOOI?

Een toernooi in 1182 zou in Lisse gehouden kunnen zijn. Lis zou toernooiveld kunnen betekenen net als het Franse lice.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

12 september 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze vragen houden de gemoederen in Lisse al tientallen jaren bezig, zo niet langer. Er zijn volgens de deskundigen meerdere betekenissen mogelijk voor deze namen. Dit met soms felle discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaalde gedachtegang. Deze keer gaan we in op de mogelijkheid dat Lis naar een gehouden toernooi vernoemd is.

In 1182 was er een groots toernooi
Het staat niet vast, dat Lisse met Lux of Liusna te maken heeft, zoals vaak wordt aangenomen. Waar kan de naam dan wel vandaan komen? Ter gelegenheid van het feit dat Lisse in 1998 800 jaar geleden voor het eerst genoemd werd, heeft Aad van der Geest toen een groot artikel geschreven. Dit verscheen in 5 achtereenvolgende weken paginagroot in het weekblad de Lisser. Het artikel ging over de oorsprong en historie van de plaatsnaam Lisse. Hij gaat ook in op de mogelijke herkomst en betekenis van Lisse. Een van de mogelijkheden die hij noemt is toernooi. Dit omdat er in de annalen van de abdij van Egmond in 1182 gesproken wordt over een prachtig toernooi naar aanleiding van een huwelijk. In 1182 trouwde Margaretha van Holland, dochter van graaf Floris III en Ada van Schotland met graaf Diederik van Kleef. Waar het huwelijk gesloten werd is onbekend, maar het feest zou volgens de tekst van de annalen gehouden kunnen zijn in het huidige Lisse. Naar aanleiding van dit huwelijk wordt een prachtig toernooi of steekspel gehouden; ‘Magnifice Lis Celebratis’. Lis zou toernooiveld kunnen betekenen net als het Franse lice.

In 1198 werd Lis voor het eerst genoemd
Misschien werd het toernooi “in ’t Viercant” gehouden of op het meer westelijk gelegen Berkhouterduin, dat al lang is afgegraven. Blijkbaar was het hier  een favoriete plaats met een goed onderkomen om een toernooi te houden voor de Hollandse graven. Graaf Floris III, die internationaal  aanzien genoot en getrouwd was met de zus van de Schotse koning zal op de trouwdag van zijn dochter zeker niet met de minste entourage genoegen hebben genomen.
Zou de plaatsnaam Lisse bedoeld zijn dan had er een andere tekst moeten staan; Magnifice Celebratis apud Lis (apud=op). De annalen uit die tijd zijn echter overduidelijk, evenals de kronieken: tijdens het bruiloftsfeest van 1182 is er een toernooi gehouden. In 1198 wordt ‘apud Lis’ genoemd in een oorkonde, uitgevaardigd door graaf Dirk VII en getekend  door veel familieleden, waaronder zijn zus Margaretha (van de bruiloft in 1182) en andere eerbiedwaardige edelen.
Betekent Lis inderdaad toernooi dan moet de naam in 16 jaar van toernooi getransformeerd zijn tot een plaatsaanduiding. In 1198 is de naam blijkbaar al ingeburgerd als de plaats Lis of als zodanig geregistreerd.

Veel van wat hierboven beschreven is, is ontleend aan het  artikel van Aad van der Geest van 10 juni 1998 in het weekblad de Lisser.

Het oud heuvelfort Old Sarum in Salisbury, Zuid Engeland

Het oud heuvelfort Old Sarum in Salisbury, Zuid Engeland Foto: www.visitwiltshire.co.uk

OP OPENMONUMENTENDAG DOET DE POELMOLEN MEE

De Poelpoldermolen is in 1676 gebouwd voor bemaling van ‘De Bedijkte Lisserpoel’.  Het rijksmonument wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

29  augustus 2017

door Nico Groen 

Op 9 september wordt weer de Openmonumentendag georganiseerd. Er zijn maar liefst 20 deelnemende monumenten in Lisse.  Één daarvan is de Grote Poelmolen aan het einde van de 3e Poellaan (Rooversbroekdijk 100). Molenaar Jan van Schalkwijk, vrijwillig molenaar en bewoner laat de molen dan graag zien.
Hij hield op 12 juni jl. een leuke lezing voor de VOL over vele wetenswaardigheden van de molen. Een vijftigtal belangstellenden hoorde in de Vergulde Zwaan aan de Havendwarsstraat 4 bijvoorbeeld hoe de wiekentaal werkt.
 
Het rijksmonument is gebouwd in 1676
De Grote Poelmolen of de Lisserpoelmolen is een rijksmonument en mag dus niet zomaar worden veranderd. De molen is gebouwd in 1676 voor de bemaling van de Lisserpoelpolder, die van origine 235 ha groot is.  In 1986 kwam de molen in handen van de Rijnlandse Molenstichting.
De molen is niet zo erg groot, maar wordt zo genoemd omdat hij 2 kleine molentjes aan het einde van de 2e Poellaan verving. Deze waren bij de drooglegging van de Poelpolder in 1624 gerealiseerd, maar konden de waterafvoer niet aan. Het is een forse houten, achtkantige bovenkruier met riet gedekt en met lage veldmuren van 0,50 meter hoog. De molen heeft een vlucht van 26,90 m. Het water wordt met een vijzel 3,40 m omhoog gebracht. Een vijzel is een schroefachtig mechaniek. Bij de bouw van de molen werd de vijzel al gemaakt. Dit was toen nog een erg experimenteel werktuig. Hoewel de molen nog steeds functioneel is wordt hij niet meer gebruikt voor het op peil houden van de waterhuishouding van de gecombineerde Poel- en Rooversbroekpolder. Deze functie van de molen is overgenomen door een elektrisch gemaal net ten noorden van de molen. Daar wordt het overtollige water van de Poelpolder omhoog gepompt en gespuid in het restant van de Achterringsloot, dat in open verbinding staat met de Ringvaart. Deze Achterringsloot tussen de Rooversbroek en de Poelpolder is in 1959 gedempt.
De molen kan in noodgevallen dus nog steeds water omhoog brengen. Dat water gaat vanaf de molen rechtstreeks naar de Ringvaart. Daarom is er in het fietspad een bruggetje over dit water gerealiseerd. In het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’ uit 2016 worden ook dit bruggetje en de molen beschreven. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de Vereniging Oud Lisse.

Sponsors in 2018 nodig
Het comité Openmonumentendag Lisse organiseert de dag dit jaar voor de laatste keer onder leiding van Emma Schuuring.  De organisatie wordt overgenomen door een werkgroep van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud-Lisse”. Om ervaring op te doen lopen enkele leden van de VOL al een paar jaar mee met het comité. Wat dat betreft worden er daarom in 2018 geen problemen verwacht. Wat wel spannend wordt zijn de financiën. De gemeente Lisse heeft in al haar wijsheid besloten om volgend jaar voor het organiseren van de Open Monumentendag geen subsidie meer beschikbaar te stellen. Wil de VOL één en ander goed organiseren dan is er echter wel geld nodig. Dat heeft de VOL zelf niet. Om onder andere een goede folder te kunnen maken zijn dus sponsors nodig. Men kan zich nu reeds als sponsor aanmelden voor volgend jaar.

Het bruggetje en de Grote Poelmolen Foto uit het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’

IS LISSE VERNOEMD NAAR EEN PLANT?

Lisse zou naar de planten gele Lis of lisdodde vernoemd kunnen zijn. Argumenten voor en tegen worden aangedragen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

1 augustus 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze vragen houden gemoederen in Lisse al tientallen jaren bezig, zo niet langer. Er zijn volgens de deskundigen meerdere betekenissen mogelijk voor deze namen. Dit met soms felle discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaalde gedachtegang. Deze keer behandelen we vraag of Lisse een relatie heeft met een plant, maar er kan wel een andere relatie zijn.
 
Er zijn Lissers, die menen dat Lisse naar de plant gele lis is vernoemd. Ook lisdodde oftewel rietsigaar is een mogelijkheid. De woordovereenkomst is natuurlijk overduidelijk.
Als men vroeger de nederzetting naar gele lis of lisdodde zou hebben vernoemd, dan moeten deze planten zo’n belangrijke rol hebben gespeeld, dat het heel logisch was deze plaats Lis te noemen. Zowel gele lis als lisdodde zijn waterplanten, die in moerasgebieden, natte veengebieden of waterkanten groeien. Dat zou betekenen dat de nederzetting toentertijd in een laag, nat en drassig gebied gelegen moet hebben en niet op of nabij ’t Vierkant. Het natte veengebied begon pas ten oosten van de huidige Molenstraat. Op de eerste kaarten van begin 1600 is te zien, dat Lisse alleen maar uit ’t Vierkant bestond, met een paar boerderijen ten noorden en ten zuiden daarvan. Er zijn geen aanwijzingen, dat Lisse in de twaalfde eeuw of eerder meer naar het oosten gelegen zou zijn. Het is ook niet logisch dat de mensen daar zijn gaan wonen. Het was veel veiliger om zich hoog en droog te vestigen op de plek van het Vierkant of het westelijker gelegen Berkhouterduin, dat al lang is afgegraven. Om Lisse naar gele lis of lisdodde te vernoemen is daarom erg onwaarschijnlijk vanwege de groeiplaats van gele lis en lisdodde.

Goudgele kleur van gele lis
De kleur van gele lis is goudgeel en lijkt met een beetje fantasie op de kleur van vuur en zonnegloed. Het is dus mogelijk dat gele lis vroeger vuur, helder of lichtgevend betekende. De gele lis behoort tot de familie van de irisachtige of in het Nederlands de lissenfamilie. Zoals iedereen weet heeft een oogiris ook alles met licht te maken. De naam iris is ontleend aan een Griekse god, de bode van de andere goden. Deze bode Iris kwam met de regenboog vanaf de goden naar beneden op aarde. Zij werd regelmatig afgebeeld met een blinkende stralenkrans om haar hoofd, die het licht van de regenboog weerkaatste.

Lisdodde gebruikt als toorts
Ook de plant lisdodde zou een relatie met Lis kunnen hebben. Het zaad van de lisdodde lijkt op een sigaar. Als het zaad rijp is ontstaat er een wollige dot, die gedrenkt in brandbare vloeistof zoals olie, aangestoken kan worden. De naam lisdodde kan met vuur te maken hebben, omdat de sigaren als toorts (een brandende dot) gebruikt werden. In Zeeland werden ze daarom stalkaarsen genoemd.

In eerder columns hebben we gesteld dat Lisse, Lux en Liusna  mogelijk met vuur, licht, blinken, stralen of helder te maken kunnen hebben. Geconcludeerd kan worden dat Lisse niet vernoemd is naar gele lis of lisdodde, maar dat zowel Lisse, Lux en Liusna mogelijk dezelfde betekenis hadden als gele lis en lisdodde.

 

Een lisdodde in olie gedrenkt kan een half uur blijven branden Foto: Nico Groen

 

EEN VUURBAAK OP LIS

Argumenten worden genoemd waarom ’t Vierkant een vuurtoren of vuurbaak geweest kan zijn. 

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

11 juli 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? In vorige columns werd gesteld dat ’t Vierkant de betekenis kon hebben van vuurbaak. En dat het woord lis met vuur te maken kan hebben. Nu worden argumenten genoemd, die onderschrijven waarom er  een vuurtoren of vierbaak geweest kan zijn.
 
In vroegere tijden was het vervoer per wagen in het algemeen en over de duinwegen in het bijzonder, geen pretje. Rulle zandpaden langs de duintoppen over de strandwallen en slingerende, vaak natte wegen door de strandvlaktes vergden veel van paard en wagen.
In Lisse is zo’n weg bijvoorbeeld nog te zien aan de noordkant van manege Puntenburg in het Keukenhofbosch. Dit rulle zandpad was vroeger een gedeelte van de Spekkelaan, die bij de begraafplaats rechtdoor liep tot de Oude Loosterweg in het Keukenhofbosch.
Vanwege bovengenoemde moeilijkheden is het vervoer van materialen en personen al bij de Romeinen over rivieren, binnenzeeën en beken gegaan. Ook later maakte men bij voorkeur gebruik van boten.
Waarschijnlijk was er in het begin van onze jaartelling lang niet zo veel veen als in de 13e eeuw. Menno Dijkstra vermeld in zijn dissertatie namelijk dat er veel veen tussen de 3e en de 6e eeuw is gevormd. Dat is ook rondom Dever geconstateerd. Het veen moet in de loop van de tijd vanuit het oosten zijn opgerukt. Vanuit het westen zal langzaam een kleine strook veen gevormd zijn. Bij Lisse begint dit veen juist bij de Molenstraat richting het oosten.
Er waren toen diverse veenstroompjes, die naar het noorden en zuiden water afvoerden. Menno  stelt in zijn dissertatie dat de waterlopen aan de oostzijde van de strandwallen  met elkaar verbonden zouden kunnen zijn geweest. Deze kunnen als verbindingsmogelijkheid tussen meerdere op de strandwallen gelegen nederzettingen gediend hebben. Menno: “Door de geringediepgang van de toen gebruikte schepen (doorgaans niet meer dan één meter) kunnen deze kleinere waterlopen als verbindingsweg van groter belang zijn geweest dan men op het eerste gezicht denkt”.

Romeinse vaarroute?
De Romeinen hadden daarom mogelijk al een vaarroute langs Lisse tussen Valkenburg of Roomburg bij Leiden-zuid en Velserbroek. In Velserbroek zijn namelijk 2 Romeinse forten gevonden. Bekend is dat de Romeinen al over vuurbakens beschikten, om de goede route aan te geven.
Het kan ook een landvuurbaak zijn geweest tussen Valkenburg of Roomburg  bij Leiden en de 2 forten bij Velserbroek. Een landvuurbaak kan gebruikt zijn om berichten over te seinen of om de goede richting aan te geven bij het reizen over land. De afstand tussen Valkenburg en Lisse bedraagt 12 km. De afstand tussen Lisse en Velserbroek is 24 km. Dit impliceert dat, als er een landvuurbaak in Lisse is geweest, er in de buurt van slot Heemstede nog zo’n landvuurbaak moet zijn geweest.
Niets van hierboven is bewezen door bijvoorbeeld archeologische vondsten of geschriften. Een volgende keer gaan we in op mogelijke andere betekenissen van Lisse.

Links het slot Heemstede en rechts de herbouwde stenen vuurbaak. Het bouwjaar van zijn voorganger is onbekend. Tekening door Gijsbert Boomkamp uit 1732

BETEKENT LISSE VUUR?

Argumenten worden gegeven waarom Lisse vuur of bij het vuur zou kunnen betekenen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 juni 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze vragen houden gemoederen in Lisse al tientallen jaren bezig, zo niet langer. Er zijn volgens de deskundigen meerdere betekenissen mogelijk voor deze namen. Dit met soms felle discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaalde gedachtegang.
In een vorige column hebben we gezien dat lux en liusna mogelijk vuur resp. in de buurt van het vuur zouden kunnen betekenen. We kijken nu verder naar de mogelijke betekenis van Lisse.

Tot de 15e eeuw werd Lisse geschreven als Lis, Lisse, Lys of Lysse. De plaats Lis wordt voor het eerst genoemd in 1198.Het betreft een oorkonde die in Lis werd ondertekend. Vanwege die ondertekening door respectabele edelen moet Lisse toen al een goed onderkomen hebben gehad en dus een vrij belangrijke plaats zijn geweest. Het moet in ieder geval goed bereikbaar zijn geweest, ook via de waterwegen voor vervoer van personen en materialen.  Mogelijk hadden de graven van Holland hier toen al een soort slot tot hun beschikking.

Woordenboeken
Als we het Latijnse woord lux vertalen naar het Nederlands, dan blijkt lux in het Nederlands kunstlicht te betekenen. Dit kan vroeger niets anders geweest zijn dan vuur, kaarslicht, brand en toorts. Als we het Latijnse woord lux vertalen naar andere talen, dan blijkt lux in het Deens lys te zijn. Het Deense lys betekent ook kaars. Volgens een Deens woordenboek betekent lyse verlichten of lichtgeven. Deze beide woorden lijken toch erg veel op Lisse. Temeer, omdat Lisse vroeger ook als Lys of Lysse geschreven werd.
Het Ouddeense woord voor licht is in de 16e eeuw lius. In 1836 wordt het volgens een woordenboek echter al geschreven als lys.
Opvallend is, dat in datzelfde woordenboek het Latijnse lux vertaald wordt in licht en vlammen.

Wat verder opvalt is de vertaling van lux in het Zweeds. Dit blijkt ljus te zijn. Dit lijkt natuurlijk erg veel op het eerste gedeelte van Liusna.
Volgens een Zweeds woordenboek betekent ljus naast licht ook kaars. Het Zweedse woord lys betekent verlichting, dat dus met kunstlicht te maken heeft. Lysa betekent belichten.
Het Oudzweedse woord voor licht is lusn.

Conclusie
Al met al kan de conclusie worden getrokken dat het Latijnse lux, het Ouddeens ljus, het Oudzweeds lusn en het Deense en Zweedse woord lys in de betekenis van vuur of brand mogelijk met de plaatsnaam Lisse te maken  kunnen hebben. Evenals Liusna en Lux uit de goederenlijst uit de 9e en 10e eeuw van de Sint Maartenskerk in Utrecht.

In een vorige column hadden we al eens geconcludeerd, dat ’t Vierkant (het Vuurkant) en Vuursteeglaan met vuur of brand te maken kunnen hebben. Dat zelfde geldt dus voor Lisse. In een volgende column gaan we in op mogelijkheden, waar dat vuur of brand op zou kunnen slaan.

Waar de blanke top der duinen, schittert in de zonnegloed. Zo kan Liusna er hebben uitgezien Foto: Nico Groen

 

100 JAAR BLOEMBOLLENONDERZOEK IN LISSE

De oprichting van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek door van Slogteren en wel en wee hiervan wordt  besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

30 mei 2017

door Nico Groen 

Op 12 april 1917 werd Egbert van Slogteren aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar in ‘Wageningen’. Hij werd toen gedetacheerd in Lisse. Dit was het begin van het wetenschappelijk onderzoek in de bloembollen in Lisse. Precies 100 jaar geleden dus.
Wetenschappelijk onderzoek was noodzakelijk vanwege de aaltjesproblematiek. Vooral bij partijen die uit Engeland werden geïmporteerd, kwamen deze aaltjes veel voor in de bollen.

Van Slogteren kreeg de beschikking over een lokaal in de tuinbouwschool met gebruikmaking van de tuin voor proeven. Ook deed hij experimenten bij telers in de Bollenstreek. Hij kreeg ook de beschikking over een bollenschuur van bollenkweker Bergman bij de Engel langs de Beek. Zijn eerste publicatie in 1918 en lezingen over een warmwaterbehandeling van de narcissenbollen vielen heel goed in de praktijk. Daarmee was zijn naam gevestigd.
De Landbouwhogeschool in Wageningen kreeg in 1920 de benodigde gelden van het ministerie van Landbouw en Visserij om een Laboratorium voor Bloembollenonderzoek (LBO) onder leiding van Van Slogteren in Lisse te bouwen. Dit gebouw verrees naast de tuinbouwschool en was in 1922 gereed. Architect was Cornelis Jouke Blaauw, die in Wageningen meerdere gebouwen in dezelfde stijl (Amsterdamse school) heeft gerealiseerd. Drie van deze gebouwen zijn nu rijksmonument.
 
Rond 1940 had Van Slogteren al meer dan 70 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Daarmee stond het LBO op de wereldkaart. Eind 1958 nam hij afscheid. Bij zijn vertrek als ‘plantendokter’ waren er bijna 60 personeelsleden in dienst. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren er meer dan 100 medewerkers. Daarna liep dit aantal terug. Door bezuinigingen moesten de laatste jaren veel medewerkers weg. Zonder al het onderzoek zou de Nederlandse bollenteelt niet op zo’n hoog niveau zijn gekomen als ze nu is.

In het nieuwste Nieuwsblad van de VOL, het Lentenummer 2017, staat een uitgebreid artikel over 100 jaar Bloembollenonderzoek in Lisse. Dit Lentenummer krijgt u gratis als u lid wordt van de VOL. Het is ook te koop tijdens de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen op de Eerste Havendwarsstraat 4.

Sloop monumentaal LBO-gebouw en nieuwbouw aan de overkant
In 1998 werd door PPO Bloembollen en bomen (zoals het instituut inmiddels heette) besloten tot nieuwbouw vanwege de verouderde kasopstanden en de inefficiënte manier van werken door de vele losse gebouwen. Dat werd in 2003 gerealiseerd met de bouw van een nieuw complex aan de overkant van de Heereweg tegenover de oude gebouwen. De nieuwbouw had tot gevolg dat de oorspronkelijke gebouwen en kassen met de grond verkocht werden. Het eerste gebouw van architect Blaauw was een gemeentelijk monument. Op 2 december 2003 besloot het college van B&W van Lisse dit monument van de gemeentelijke monumentenlijst te halen. Ondanks alle protesten van onder andere de VOL werd dit gebouw uiteindelijk toch in 2005 gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van de veiling CNB. Deze laatste perikelen staan uitgebreid beschreven in een artikel in het Winternummer 2017 van de VOL.

In het Lentenummer 2017, het nieuwste kwartaalblad van de VOL in full couleur op A4 formaat, leest u meer over 100 jaar bloembollenonderzoek in Lisse.

NIEUWE PLANNEN VOOR GEMEENTELIJK MONUMENT ‘DE ZON’ NODIG

Op 13 april 2017 zijn de verdere plannen rond het vroegere ‘Warenhuis De Zon’, Kanaalstraat 33, in de commissie Ruimte en Infrastructuur van de gemeente Lisse uit de doeken gedaan om aan de bezwaren tegemoet te komen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

16 mei 2017

door Nico Groen 

Dit heeft u in het Lisser Nieuws kunnen lezen. De Raad van State had namelijk het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning, die de gemeente Lisse had vastgesteld, vernietigd. Dit, omdat onder andere de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” met succes beroep had aangetekend bij de Raad van State.
 
Bezwaren van de VOL
Naar de mening van de VOL was het geplande bijna 13 meter hoge liftgebouw pal naast Kanaalstraat 33, dat een gemeentelijk monument is,  een aantasting van de monumentwaardigheid van dit pand. Ook de derde bouwlaag van de nieuwbouw pal tegen de noordgevel  is een aantasting van de monumentale waarde. Ook waren er juridische bezwaren.
“Het gebouw is een gaaf voorbeeld van de bouwstijl van de dertiger jaren van de vorige eeuw” is de conclusie bij dit gebouw, zoals vermeld op de gemeentelijke monumentenlijst. De architect was L. Tol jr. uit Lisse en het is gebouwd in opdracht van de familie Tissing in 1938. Het heette ‘Warenhuis de Zon’, net als de winkel die hiervoor op deze plaats stond, ook van de familie Tissing. De nieuwe winkel werd echter nog eens zo groot als de oude. Tissing had meer ruimte nodig voor de manufacturenwinkel (textiel).
Het is een rechthoekig gebouw geworden met op de eerste verdieping kleine raampartijen. De gevels zijn opgemetseld in gele baksteen in zogenaamd kettingverband. Het meest prominent is een afgeschuinde hoek op de hoek met de Van der Veldstraat, die tot de zolderverdieping doorloopt en in de vorm van een stompe toren eindigt. Deze hoek wordt op de eerste en zolderverdieping geaccentueerd door pilasters van rode baksteen aan de zijkanten. Deze pilasters worden ondersteund en afgedekt met vierkante betonplaten. Op de eerste verdieping langs de Van der Veldstraat worden de rechthoekige vensteropeningen door een latei en baksteenbanden omsloten. Deze baksteenbanden zijn aan de kant van de Kanaalstraat weggelaten. Daarom zijn de vensteropeningen hier groter.
De gevels worden afgesloten door ver uitstekende houten, zogenaamde bakgoten. Alle vensters op de eerste verdieping zijn van staal met roedeverdeling in verschillende afmetingen. Het pand heeft een afgeknot schilddak, gedekt met tuile du Nord pannen. Er zijn 8 kleine dakkapellen onder een overstekend plat dak.
De etalagevensters op de begane grond zijn in de loop van de tijd vernieuwd. Toen zijn ook de oorspronkelijke bovenlichten afgedekt.

Hoe nu verder?
Prof Ir. Wytze Patijn heeft op verzoek van B&W na de vernietiging van de omgevingsvergunning gesprekken gevoerd met alle belanghebbenden, waaronder de VOL. Hij kwam tot de conclusie dat er wel mogelijkheden liggen tot een compromis tussen de verschillende partijen. De gemeente Lisse heeft hem daarom aangesteld als onafhankelijke  mediator om de gesprekken te begeleiden. Hopelijk komt er een plan, waarbij het gemeentelijk monument goed tot zijn recht komt. De VOL hoopt ook, dat de oorspronkelijke ramen op de benedenverdieping weer geheel of gedeeltelijk in ere worden hersteld.

De bakstenen banden om de westelijke ramen zijn goed te zien, evenals de rode pilasters langs de schuine hoek. Foto: Nico Groen

WAT BETEKENT KANT VAN ’t VIERKANT?

Beschreven wordt wat kant vroeger betekende. Cant werd onder andere gebruikt in de betekenis van verhoogde rand, zoals bank.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

2 mei 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze vragen houden gemoederen in Lisse al tientallen jaren bezig, zo niet langer. Er zijn volgens de deskundigen meerdere betekenissen mogelijk voor deze namen. Dit met soms felle discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaalde gedachtegang.
 
Aan het einde van de 19e eeuw werden bijna alle woorden met vier in de betekenis van vuur herschreven als vuur. Zo is ook de officiële straat de Viersteeg hertaald naar Vuursteeg.
In de vorige column stond dat ‘t Vierkant hertaald zou moeten worden naar ’t Vuurkant. Maar dit is niet gebeurd omdat ‘t Vierkant geen officiële naam was.
Nu gaan we in op de mogelijke betekenis van kant in relatie tot vuur.
Het Middelnederlands woordenboek geeft voor het huidige kant meestal cant aan. Het woord cant had vele betekenissen. Cant werd onder andere gebruikt in de betekenis van verhoogde rand, zoals bank (van rechtbank of vierschaar). Het betekende bijvoorbeeld ook waterkant of dakrand. Ook kanteel is van cant afkomstig. Een van de betekenissen van cant was stapel. Ook dit kan relevant zijn in dit verband.
Een andere betekenis van cant was ook nabij of ‘in de buurt van’. Denk daarbij aan ‘De Zwartelaan ligt de kant van Hillegom op’.

Vuurbaken
Het Vierkant kan gezien worden als verhoogd vuur, oftewel vuurbaken, tegenwoordig vuurtoren genoemd. Vroeger werd dit ook als vierbaak en vierboet geschreven.
Vast staat, dat ‘t Vierkant aan het begin van onze jaartelling een stuk hoger en het water van het binnenmeer zich veel dichter bij ’t Vierkant bevond dan nu. Dit blijkt uit onderzoek waarbij gekeken is wanneer het huidige veen is ontstaan.  In zo’n binnenmeer wordt in de loop der tijd veen gevormd. Bij Lisse begint dit veen juist bij de Molenstraat richting het oosten. In dit binnenmeer, waarvan de westoever dus bij de Molenstraat lag, werd vanaf de Romeinse tijd steeds meer veen gevormd en ontstond de Lisserbroek.
Dit meer was van belang voor transport van Zuid naar Noord, van de Oude Rijn richting het Oer-IJ en omgekeerd. Daarom kan ‘t Vierkant worden gezien als verhoogd vuur, oftewel vuurbaken. Het kan echter ook een land vuurbaken geweest zijn, bijvoorbeeld om berichten over te seinen.
Brandstapel
Ook zou de betekenis van ‘t Vierkant brandstapel of nabij het vuur/de brand kunnen zijn geweest. Het kan dan vroeger een offerplaats geweest zijn. Ook een plek waar mensen werden gecremeerd is een mogelijkheid.  Ook is mogelijk dat er misdadigers of heksen werden verbrand.
Geen van bovenstaande en hiervoor beschreven mogelijke betekenissen van ’t Vierkant is echter bewezen, zodat de betekenis of herkomst van de naam nog steeds een mysterie is. Wie het weet mag het zeggen!!!

Het niet vierkante Vierkant in ongeveer 1913 Foto: Beeldbank Lisse

BETEKENDE DE VIER VAN ’t VIERKANT VUUR?

Aannemelijk wordt gemaakt, dat ’t Vierkant met vuur te maken kan hebben.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

18 april 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze vragen houden gemoederen in Lisse al tientallen jaren bezig, zo niet langer. Er zijn volgens de deskundigen meerder betekenissen mogelijk voor deze namen. Dit met soms felle discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaalde gedachtegang.
We hebben eerder de mogelijke relaties met gewoon plein of square, de vierschaar en Groenevelt besproken. Nu is vuur aan de beurt. Vorige keer is de betekenis van de Vuursteeglaan aan de orde gekomen. Liep deze laan, die vroeger Viersteeg heette, met een bocht naar ’t Vierkant?

‘T Vierkant was een hoge duintop
‘t Vierkant is het onofficiële oude centrum van Lisse. ’t Vierkant ligt op een hoge duintop de meest oostelijke strandwal, die van Velsen tot Oegstgeest loopt. De oude duinen werden vanaf 7000 jaar geleden gevormd. Door een kustgericht zandtransport werden zandbanken afgezet, evenwijdig aan de kust. Door aanvoer van zand via de lucht werden in die tijd de strandwallen steeds hoger. De aangroei en vorming van deze zandbanken ging door tot de Romeinse tijd. De meest oostelijke strandwal lag gemiddeld zo’n 10 meter boven NAP met natuurlijke uitschieters naar boven. Vanaf de Romeinse tijd werden de oude duintoppen niet hoger, integendeel; door erosie en verstuiving werden ze juist steeds lager. Het Vierkant ligt nu op ongeveer 3 meter boven NAP. De nieuwe duinen werden in de vroege middeleeuwen gevormd, maar deze kwamen niet verder dan het Langeveld en waren dus niet van invloed op duinvorming in Lisse.
 
Vroegmiddelnederlands woordenboek
Het Vroegmiddelnederlands woordenboek is duidelijk. Het tegenwoordige vuur werd in de 13e eeuw en later op diverse manieren geschreven, o.a. fier, vier en vir. De betekenis van deze woorden wordt naast het getal vier omschreven als vuur, brand(stapel) en hartstocht. Aan het einde van de 19e eeuw werden bijna alle worden met vier in de betekenis van vuur herschreven als vuur. Zo is ook de officiële straat de Viersteeg hertaald naar Vuursteeg.
Omdat ‘t Vierkant geen officiële naam was, werd dit niet hertaald. Het behield in de volksmond de naam ’t Vierkant, maar kan toch vuur of brand hebben betekend. In een volgende column gaan we in op de mogelijke betekenis van kant in relatie tot vuur.

Is ’t Vierkant een viersprong?
Nu hebben we het nog over een mogelijke andere herkomst van de naam ’t Vierkant. Er zijn Lissers, die stellig menen dat ’t Vierkant de betekenis van viersprong had. Dit, omdat er op het Vierkant een viersprong van wegen was. Op een viersprong kan men alle kanten uit. Naar het noorden richting Haarlem.  De weg naar het oosten was maar kort. Deze eindigde volgens de vroegste kaarten na 200 meter bij de korenmolen. De weg kan dan wel kort zijn geweest, maar de vaarweg (de Gracht en de Greveling) was van groot belang voor vervoer naar het vroegere Leydse Meer (Haarlemmermeer) en vandaar naar Haarlem, Amsterdam en Leiden. De Achterweg/Oude Heereweg was van oudsher de weg naar Rijnsburg en Valkenburg. De Heereweg liep van oudsher richting Oegstgeest en Den Haag. Allebei over een oude strandwal. Vanaf Haarlem was er een brede strandwal, die zich bij Lisse in tweeën splitste.

Komt het bordje Vierkant nog terug na de renovatie van het plein? Foto van Vereniging Oud Lisse