WAAR WAS DE VOORDE VAN DE AKERVOORDERLAAN?

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                               4 november 2014

door Nico Groen

In de grafelijke kanselarij (1284-1287) wordt voor het eerst melding gemaakt over Akervoort, nog geen 100 jaar nadat voor het eerst over Lisse wordt geschreven. De Akervoort is dus al heel oud. Voorde wordt dan geschreven als ‘vort’.
De vroegere betekenis van ‘voorde’ was ‘doorgang’,vaak in relatie tot water, maar niet altijd. Het kon ook ‘doorgang’ zonder water betekenen (bijvoorbeeld door de duinen). Waar lag deze doorgang?
De Akervoort kan in de Heereweg zelf gelegen hebben. We weten niet of er toen een brug over de beek bij de kerk was. De beek werd mogelijk al in de 13e eeuw gegraven. Het water kan over de zandige, onverharde Heereweg richting de Poel gestroomd hebben.
De Heereweg ligt aan de oostkant van de oude strandwal (oude duinen) van Lisse naar Sassenheim. Deze strandwal liep vanaf de Heereweg naar het westen tot Akervoorderlaan 6 (aannemer Van der Hulst). Op deze plek was volgens de morgenboeken in 1544 al een boerderij. Mogelijk was de strandwal zo hoog, dat een doorgang gemaakt moest worden om daar te komen. Deze duinen werden in 1561 afgegraven.
Vanaf hier naar het westen tot de Oude Heereweg/Achterweg lag een strandvlakte. Ten westen van de Engel en ten noorden van de Akervoort was het toentertijd erg nat. Dit werd het Liesbroek genoemd. Het water van het Liesbroek kon niet naar het oosten, noorden of westen stromen. Het moest daarom naar het zuiden stromen naar de latere Beekpolder. Was de strandvlakte ter plaatse van de Akervoort wat hoger dan moest het water hier in een voorde de weg over.
Tussen de huidige Oude Heereweg en de Loosterweg lag weer een strandwal. Was voor een westelijk gelegen huis een doorgang nodig? Het oostelijk gedeelte is in 1604 afgegraven.
Ten westen van deze strandwal lag weer een strandvlakte. Vanuit deze strandvlakte, de Lage Venen, werd het water naar het zuiden afgevoerd via de Maandagse Wetering van Voorhout net oostelijk van de huidige Haarlemmertrekvaart . Volgens de kaart van 1615 heeft de Akervoort hier doorgelopen naar het zuidwesten tot over het water, waar toen een huis stond. Hier kan dus ook een voorde hebben gelegen. Het huidige laantje naar hovenier Hoek, vanaf de Loosterweg naar het westen , is waarschijnlijk nog een restant van bovengenoemd gedeelte van de weg.
Het is dus niet duidelijk waar de voorde gelegen heeft. Bovenstaande staat in een artikel over de Akervoort in het Nieuwsblad nr. 3 van juli 2014 van de Vereniging Oud Lisse. In een volgend stukje gaan we in op de betekenis van Aker.

Op deze kaart uit 1615 van F. Balthasar is te zien, dat de Akervoort veel verder doorliep naar het westen. Kaart: Hoogheemraadschap Rijnland

MIJNZAAL EN VOORGEVEL CNB BEHOUDEN BIJ KOMST FLORALIS

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            21 oktober 2014

door Nico Groen

Binnenkort wordt Floralis geopend. Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de Coöperatieve veiling HBG (de voorloper van CNB) in as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lisser architect Paardekooper werd in datzelfde jaar een nieuw kantoor/veilingzaal gerealiseerd. Dit bouwwerk is nu dus verbouwd tot theater en bioscoop. Hierdoor blijft dit cultuurhistorisch pand behouden.
Hoe kwam het Hollands Bloembollen Genootschap in dit gedeelte van Lisse terecht? Het HBG werd in 1895 opgericht met als doel de rechten van de bollenkwekers te behartigen. Omdat de verkoop tussen kwekers en handelaren veel problemen gaf, besloot de afdeling Lisse, net als veel andere afdelingen, zelf de verkopen te organiseren. In 1907 werden de eerste droge bollenveilingen gehouden. De bollen werden aangevoerd en verkocht in het gebouw van de R.K. Volksbond aan de Schoolstraat. Dit gebouw werd later het Trefpunt en nog weer later De Gewoonste Zaak.
De aanvoer en de omzet groeiden in de loop der jaren gestaag. De organisatie, de opslag en verwerkingshoeveelheden werden te groot. Daarom werd de Coöperatieve veiling HBG van de afdeling Lisse opgericht op 27 november 1924. De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond, de Kapelleweide. Daar aan de Grachtweg werd in 1925 een veilingloods met kantoorruimte gebouwd. Het geheel had een breedte van 60 m. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht. Dit kantoorgebouw is dus in 1954 door brand vernield.
Het huidige kantoor is in 1954 op dezelfde plek gebouwd door architect ir. A. (Aad) H. J. Paardekooper (1918–1991) in de Delftse en Bossche stijl. Paardekooper hanteerde een herkenbare stijl door het gebruik van natuurlijke materialen (baksteen) en de toepassing van reliëfs. Deze stijl is ook te herkennen aan het ook behouden voormalige directeurskantoor op de hoek van de Lisbloemstraat en de Tulpenstraat. Het HBG kantoor is in 1976 grondig verbouwd na de fusie van de veilingen HBG in Lisse en West-Friesland (Bovenkarspel) tot één veilingcoöperatie (CNB). De bovenvoorgevel van de veilingzaal (mijnzaal) bleef toen gelukkig zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat. De ramen op de begane grond werden toen veel groter gemaakt. Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: Floralis.

HBG vóór 1954

Oude ansichtkaart met links het kantoor, dat nu Floralis is geworden.

NIEUWE INDEX OP DE WEBSITE VAN VERENIGING OUD lISSE

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            7 oktober 2014

door Nico Groen

Op de website van de Historische Vereniging Oud Lisse (www.oudlisse.nl) staat veel informatie over de Cultuur Historie en de geschiedenis van Lisse. Daar zijn dan ook vele mooie verhalen, oude foto’s en interessante artikelen over het verleden te vinden. Er zijn echter veel boeken en publicaties beschikbaar, waarvan de informatie niet op de website staat. Denk bijvoorbeeld maar aan de vele boeken van Alfons Hulkenberg, Herman van Amsterdam of Erik Vergunst. Het kwartaalblad van de Historische Vereniging Oud Lisse komt al jarenlang 4 keer per jaar uit. Alle leden krijgen dit Nieuwsblad thuisbezorgd. Het staat steeds weer vol nieuwe informatie over het verleden van Lisse en de Lissers. Deze meeste artikelen uit de Nieuwsbladen staan echter ook niet op de website. De informatie is dus, net als eerder genoemde publicaties, niet beschikbaar via internet.
Rob Pex, een actieve vrijwilliger bij Vereniging Oud Lisse, is bezig een speciale index te maken op persoonsnamen, straatnamen, waterwegen, veldnamen en dergelijke. Een index is een lijst van eigennamen (topografisch of van personen) in alfabetische volgorde. U vindt zo’n index vaak achterin de betreffende publicatie. Indien u op zoek bent naar een bepaalde persoon, dan hoeft u niet het hele boek door te nemen, maar kunt u volstaan met het raadplegen van de index achterin het boek. Daar staan alle persoons- of topografische namen die in het boek genoemd worden, met een verwijzing naar de paginanummers. De index van Pex, die u aantreft op de website van de vereniging, is echter een bijzondere. Deze is namelijk bedoeld om de indexen van alle publicaties over het verleden van Lisse samen te vatten.

Tot dusver betreft dat zo’n 8 boekwerken.

In de toekomst wordt dit verder aangevuld met andere boeken en publicaties over het oude Lisse. Ook voor de Nieuwsbladen van de vereniging heeft hij al een begin gemaakt met indexeren. Pex is daar dus nog druk mee bezig, maar er is al erg veel te vinden in de index en de index wordt regelmatig bijgewerkt.
Indien u vragen of opmerkingen over de index heeft, kunt u mailen naar de vereniging.
Als u iets gevonden heeft wat u nader wilt bestuderen, dan kan het betreffende boek of Nieuwsblad ingezien worden op de maandelijkse inloop van de vereniging in de Vergulde Zwaan, Havendwarsstraat 4 in Lisse. Deze inloop is iedere eerste dinsdag van de maand van 9.30 tot 12.00 uur en u kunt zo naar binnen wandelen.

De Vergulde Zwaan, Havendwarsstraat 4 in Lisse. Foto Nico Groen

TSAAR ALEXANDER I WAS 200 JAAR GELEDEN IN LISSE

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            23 september 2014

door Nico Groen

Precies 200 jaar geleden kreeg het etablissement De Witte Zwaan in Lisse hoog bezoek.
Na de zege op Napoleon keerde tsaar Alexander I als overwinnaar terug . Hij maakte een zegetocht door Frankrijk, Engeland en de nieuw gevormde staat der Nederlanden, met aan het hoofd de door hem gesteunde soevereine vorst Willem I.
Zijn reis door de Nederlanden vormde een ware triomftocht: overal werd hij met egards overladen en waren er triomfbogen opgericht. Overal stonden juichende menigten langs de weg en werden er feesten gegeven. Op 2 juli 1814 reisde Alexander I van Den Haag naar Katwijk om de Katwijkse Uitwatering te bezoeken. Na dit werkbezoek ging te tocht via Haarlem naar Amsterdam. Zo kwam de stoet ook door Lisse. Zoals bij veel gelegenheden in die tijd, werd een gedeelte van de paarden bij de Witte Zwaan gewisseld. Ook werd er gegeten en gedronken. Het was zeker geen klein gezelschap, gezien de gepeperde rekening, die de toenmalige, zeer populaire herbergier Gerrit Veldhorst (de Veldhorststraat is naar hem vernoemd) naar de gastheer, de latere koning Willem I, opstuurde. Die nota is bewaard gebleven en was te zien op een tentoonstelling ter gelegenheid van het 800-jarig bestaan van Lisse in 1998.
De keizer reisde met 12 rijtuigen, waarvoor een bespanning van 51 paarden nodig was. Alexander zat in een open calèche, bespannen met 6 paarden. De glorieuze intocht met ontvangst in het Koninklijk Paleis in Amsterdam, de eerste staatsontvangst van Willem I, vormde een hoogtepunt van deze dag.
De Kozakken van de tsaar, die een belangrijke rol speelden bij de overwinning op Napoleon, hebben een onuitwisbare en niet altijd positieve indruk op de Nederlanders gemaakt.
Dat blijkt ook uit het dagboek van Cornelis van der Zaal, molenmaker aan het Vierkant die in november/december1813 over de doorreis door Lisse van prins Willem vertelt.
In het boek “Lisse, rommeling” van Hulkenberg staat het volgende van Van der Zaal, opnoteerd op 3 december 2013. “Om één a twee uur kwamen eenige rijtuigen van den Prins door en daarna de coezakken, 32 in getal. Zij hielden halt en vroegen hooi en haver voor de paarden en vleesch en brood en drank voor zichzelf. …… Het was een aardige middag en er geschiedde geen mensch leed”.

Het logement de Zwaan te Lisse’ waar in 1814 de tsaar gegeten en gedronken heeft. Steendruk van L. Springer (1848) uit het Regionaal Archief Leiden.

DE TREKVAART WAS VROEGER ZEER BELANGRIJK ALS REISVERBINDING

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           10 september 2014

door Nico Groen

Geen fietsen, geen scooters, geen auto’s, geen bussen en geen treinen. Ook geen doorgaande wegen. Eeuwenlang ging het reizen voornamelijk over water, maar het was bijzonder moeilijk om tussen twee steden te reizen. De komst van de trekvaarten en trekschuiten in de gouden eeuw, zo omstreeks 1650, verbeterde de verbindingen tussen steden enorm. Zo ook de trekvaart tussen Haarlem en Leiden. Door de aanleg van deze trekvaart in 1657 ontstond een aaneengesloten verbinding tussen Amsterdam en Rotterdam. Zonder vertragingen konden de passagiers in één dag heen en weer tussen beide steden. Rond 1700 was er zo’n 600 kilometer aan trekvaarten. De trekschuit was weliswaar niet snel maar wel zeer degelijk. Dankzij een zeer strakke dienstregeling was de nieuwe manier van reizen direct een groot succes. In het topjaar 1671 maakten maar liefst gemiddeld ruim 400 passagiers per dag gebruik van de trekvaart tussen Haarlem en Leiden.
De opening van de spoorlijn tussen Haarlem en Leiden in 1842, vrijwel parallel aan de trekvaart, was de doodsteek voor het trekschuitenvoer. Daardoor werd de trekschuit dienstregeling in 1860 opgeheven.
De staten van Holland en West-Friesland gaven op 6 april 1656 toestemming onder voorwaarden voor het graven van een trekvaart tussen Leiden en Haarlem. De vaart werd 28,4 km lang, 15 tot 20 m breed met een minimale diepte van 2 m. het bijbehorend jaagpad werd 6,5 m breed. De noordelijke helft van Haarlem tot Halfweg bij Lisse ging ‘Leidse trekvaart’ heten, de andere helft van Lisse tot Leiden ‘Haarlemmer trekvaart’. Er moesten 425 grondeigenaren afstand doen van hun grond. Op 27 februari 1657 vond in de Doelen in Haarlem de aanbesteding plaats. Op 25 april 1657 werd met het graven begonnen en al een half jaar later, op 1 november 1657 werd de trekvaart opengesteld voor het verkeer. “Een onmoogelyk wonder!” Het graafwerk werd verricht door naar schatting 770 arbeiders die voor het merendeel waren gerecruteerd uit West- Brabant en het oosten van Zeeuws-Vlaanderen..
In Halfweg bij Lisse werd de ‘scheydtpaal’ geplaatst en Huis Halfweg gebouwd voor overleg tussen de commissarissen van Leiden en Haarlem. Ook werd daar een herberg gebouwd, evenals een stal voor het verwisselen van de paarden.
In 200709 was het 350 jaar geleden, dat de trekvaart tussen Leiden en Haarlem in gebruik werd genomen. Ter gelegenheid hiervan werd een indrukwekkend herdenkingsboek , een DVD en een expositie gemaakt, die dat jaar in Lisse in het museum de Zwarte Tulp te bezichtigen was. Het herdenkingsboek en de tentoonstelling heet ’Blauwe ader van de Bollenstreek’. De prachtige expositie bestaat uit maar liefst 18 panelen vol foto’s, kaarten en andere informatie.
Omdat het thema van de Open Monumentendag ‘reizen’ is, laat de Historische Vereniging Oud Lisse de toen gemaakte informatiepanelen zien tijdens de Open Monumentendag op 13 september aanstaande in de Vergulde Zwaan, Havendwarsstraat 4.

Huize Halfweg tussen Haarlem en Leiden.

EEN SCHOOL SLOPEN UIT 1885 MET EEN RIJK VERLEDEN?

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            26 augustus 2014

door Deen Boogerd

Zelfs als Erfgoedvereniging Heemschut deze school kwalificeert als een zeldzame monumentale openbare lagere school uit die tijd. Het gebouw is zeker het behouden waard, maar er is meer! Om te voorkomen dat men na de sloop van het zoveelste pareltje onder de Lissese monumenten gaat beweren daar niets van te hebben geweten gaan we even
terug in de geschiedenis.
Het is 1879, een jonge man uit Kruisdorp (Hoofddorp) heeft zojuist te horen gekregen dat hij
unaniem verkozen is uit vier kandidaten als hulponderwijzer aan de openbare school van Lisse. Die jonge man was Cornelis Johannes Kieviet en heeft hier de fijne kneepjes van het schoolmeestersambt geleerd. Later is hij één van de meest gelezen schrijvers van Nederland geworden. Wie kent niet de boeken over Dik Trom en zijn dorpsgenoten.
Wat heel veel mensen niet weten is dat deze Johannes Kieviet hier zijn vrouw Gezina
Veldhuijzen van Zanten heeft leren kennen. Johannes en Gezina zijn in 1883 te Lisse getrouwd. Hij heeft de nieuwe Openbare school gebouwd zien worden en ongetwijfeld er met meester Visser over gepraat. Hij was vast één van de genodigden om de feestelijke verhuizing bij te wonen, naar de school die nu met sloop bedreigd wordt. Zijn band met Lisse is altijd gebleven. Hier woonde immers zijn schoonfamilie. Twee van zijn boeken “De hut in het Bosch” en “Nog niet te Laat” spelen zich af rond Lisse. Niet alleen de omgeving, maar ook de diverse personen zoals Marinus Veldhuijzen van Zanten zijn schoonvader is herkenbaar
in de figuur van opa Bolland van de Heuvel. De villa “Woudzicht” is ontegenzeggelijk Klein
Veenenburg aan het einde van de Zwartelaan wat uitkeek op het oor hem beschreven “Zandvliet”, toen nog bos. Het is allemaal een groot halfuur gaans van uit het dorp “Bloemenhoven”. U mag één keer raden welk dorp hij hier bedoelt. De titel van één van
zijn boeken zou nu een slogan kunnen zijn, “Nog niet te laat”,
Burgers van Lisse alsook politici,zolang de school er staat is het NOG NIET TE LAAT en
kunnen we nog hopen op een bestuur dat tot inzicht komt. Deze oude stenen hoeven niet
in de grote muil van de vergruizer te verdwijnen. De prachtige oude bomen zijn nog niet toe
aan de groenversnipperaar! Er zijn mensen bezig met alternatieve plannen die zo als het er nu
naar uitziet voor alle partijen een win-win-winst-situatie op zouden kunnen leveren. ‘Burgerparticipatie’ gebruik het en geef uw burgers de tijd. Bewaar toch wat tastbare geschiedenis voor de toekomst. Het is heel goed om deze zeldzame monumentale Openbare
school te behouden, juist hier op deze plek waar de Roomse en de Protestantse kerk elkaar begroeten zo dicht bij het Gemeentehuis. Er is geen plek in Lisse die zo duidelijk alle gezindten herbergt als juist deze plek! Wij van Vereniging Oud Lisse vragen met klem de Lisser bestuurders: kijk nog eens goed naar de weg die u bent ingeslagen voor u onherstelbare schade rijdt, stukje achteruit, misschien? Het is NOG NIET TE LAAT!


09

Johannes Cornelis Kieviet

De hut in het bosch.

Nog niet te laat

MOETEN DE MONUMENTALE LINDEN WIJKEN VOOR DE FACTORIJ?

Uit de plannen voor de nieuwbouw , met de quasihistorische naam ‘De Factorij’, blijkt, dat ook de 6 oude monumentale linden zouden moeten verdwijnen. gepleit wordt voor behoud

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)            15 juli 2014

door Nico Groen

De gemeenteraad van Lisse heeft de nieuwbouwplannen op de plaats van de Openbare Lagere School en de Voorhof goedgekeurd. Niet alleen de monumentale karakteristieke Openbare Lagere School uit 1885 moet verdwijnen, maar ook de eeuwenoude beeldbepalende eik tussen de school en de Voorhof moet het lootje leggen. Verplaatsen schijnt veel te duur te zijn. Bovendien moeten hiervoor al een paar jaar tevoren de wortels rondom de kluit worden los gestoken. De boom heeft dan de tijd om binnen de te verplaatsen kluit, nieuwe wortels te maken, die na het verplanten verder uit moeten lopen om voedingsstoffen en water op te kunnen nemen . Helaas, maar waar geen wil is, is ook geen weg.
Uit de plannen voor de nieuwbouw , met de quasihistorische naam ‘De Factorij’, blijkt, dat ook de 6 oude monumentale linden zouden moeten verdwijnen. In het boek ‘ Wandel- en fietsroutes langs bomen in Lisse’ van de Vereniging Oud Lisse worden deze linden als volgt omschreven ”Tegenover de grote Kerk staat een imposante rij oude linden. Deze zijn heel bepalend voor de sfeer in dit gedeelte van de Heereweg”.
De gemeente Lisse heeft al jarenlang een lijst met monumentale bomen. Hierop staan deze linden prominent vermeld. Wat is de waarde van deze monumentale bomenlijst als zomaar gekapt mag worden? Als particuliere eigenaren een boom van de lijst willen kappen voor nieuwbouw, vindt de gemeente terecht dat er maar om de boom heen gebouwd moet worden. Denk maar aan de huizen aan de Heereweg bij het Velthuyzen van Zantenpark. Een en ander is toch met 2 maten meten? Hopelijk komt de Gemeenteraad of aannemer Horsman en Co nog tot inkeer, wat de bomen en de naam Factorij betreft.
Tenslotte missen wij in dit project ook voorbereidend archeologisch onderzoek.
Dit gedeelte in de historische dorpskern is namelijk een archeologisch waardevol gebied. Bij zo’n gebied is bij bodemingrepen van meer dan 30 cm vroegtijdig archeologisch onderzoek verplicht.

De oude linden bij de groet kerk moeten niet weg! Foto: Nico Groen

VAANDEL VAN RK MIDDENSTANDSVERENIGING SINT JOZEF

In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            1 juni 2014

door Koos van der Zwet

In de doelstelling van de Vereniging Oud Lisse wordt onder andere het behoud van het culturele erfgoed in de gemeente genoemd.
Het begrip cultureel erfgoed is breed, het laat zien waar we vandaan komen en scherpt aldus de blik op de toekomst.
Naast onroerende zaken, zoals gebouwen en landschappen, zijn er de onroerende culturele zaken. Daaronder vallen klederdrachten, kunstwerken zoals schilderijen en beeldhouwwerken en nog veel meer.
In deze column gaat het om onroerend cultureel erfgoed.
Tot de jaren zestig paste het in de rooms-Katholieke traditie dat men zich aansloot bij een katholieke organisatie. Nederland was verzuild, ook andere gezindten hadden hun eigen organisaties.
Een RK arbeider werd lid van een RK Vakbond, met de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) als de grote bond, zoals nu de Federatie Nederlandse Vakbeweging. Middenstanders sloten zich aan bij een RK Middendstandsvereniging.
Iedere RK vereniging, corporatie of bond had een eigen beschermheilige.
De landarbeiders bij Sint Deusdedit en voor de metaalbewerkers was Sint Eloy de beschermheilige
In Lisse werd in maart 1912 de RK Middenstandsvereniging Sint Jozef opgericht. De ondertitel van de vereniging was De Hanze.
Sint Jozef werd gezien als een kleine zelfstandige, een middenstander ergo de beschermheilige voor de middenstanders.
Veel verenigingen werden vanuit de parochie opgericht. In Lisse was dat lange tijd alleen de Agathaparochie. Vanuit de parochie werd voor iedere vereniging een geestelijk adviseur aangewezen, die had nogal wat invloed op het beleid van de vereniging had.
Het gaf ook de sterke binding met de kerk aan.
Deze binding kwam tot uiting in de vaandels die door vele verenigingen werden gebruikt. De meeste vaandels stonden in de kerk. In de Agathakerk stonden ze tegen pilaren aan. Bij processies werden de vaandels meegedragen. In Zuid-Nederland zichtbaar buiten de kerk. In Noord-Nederland vooral binnen de kerk.Na de jaren zestig zijn vele vaandels uit de kerk verdwenen. De vraag is: Waar zijn ze gebleven?
In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.
De restauratie is uitgevoerd door mevrouw Corrie Swinkels, een groot deskundige op het gebied van borduren en andere textiele vormgevingen.
Over het vaandel is niet veel meer bekend dan wat we uit het opschrift kunnen halen.
Er zijn meer vaandels geweest, niet alleen van RK verenigingen maar ook van anderen, zoals muziekverenigingen.
Deze vaandels behoren tot het culturele erfgoed, ze geven aan hoe men in het verleden was georganiseerd in verenigingen. In het leven van de mens waren verenigingen zeer belangrijk.
Bedenk er was geen televisie, alleen radio, films waren meestal zwart-wit, er was geen computer met internet.
De Vereniging Oud Lisse is benieuwd of er nog vaandels zijn. Het is bekend dat bij een aantal verenigingen de vaandels nog in goede staat zijn en goed bewaard worden, waarvoor alle lof.

Het vaandel

3e Poellaan 62 – Boerderij ‘Ouderzorg’

Boerenwoonhuis met aangebouwde stal en wagenschuur.

Kadaster: E-3561. Bouwjaar: 1925. 

Het woonhuis heeft een symmetrische voorgevel en een bouwmassa van één bouwlaag met borstwering. Mansarde schilddak met de nok haaks op de weg. De stal is veel lager en heeft een bouwlaag onder een zadeldak. De gevel van het woonhuis bestaat uit rood-grauwe baksteen in halfsteensverband op een trasraam. Op de penanten ter weerszijden van de ramen op de verdieping zijn drie gepleisterde vlakken aangebracht. In die vlakken is de tekst aangebracht: OUDER 1925 ZORG.

Boerderij Ouderzorg  met 2 fraaie hekpeilers

Lisbloemstraat 26 _ Voormalig kantoor HBG (CNB)

 

De vraag is of dit gebouw een gemeentelijk monument is. Het vroegere directeurskantoor is in de Bossche stijl ontworpen met veel reliefs in muren. 

Kadaster: ? Bouwjaar: 1954, verbouwing tot woning 2016. Architect: A. Paardekooper. 

Bij de sloop van de CNB hallen werden 2 panden bespaard. Het hoofdgebouw, dat nu Floralis (of is het Flora Lis?) heet, is bij iedere Lisser wel bekend. Minder bekend is het gebouw op de hoek van de Tulpenstraat en de Lisbloemstraat. Dit gebouw was het vroegere directeurskantoor van de  HBG, later CNB. Floralis en dit directeurskantoor werden in 1954 gebouwd, nadat een brand het hele complex van de HBG verwoestte.

Wat aanspreekt aan dit ontwerp van Aad Paardekooper (1918-1991) is de afmeting, de details, de stoere uitstraling, een gebouw met een ziel en het gezellige ontwerp.

Melssen, de eigenaar, over de verbouwing: “Er moesten 2 gevels aan de kant van de hallen worden opgemetseld. We hebben ‘à la Paardekooper’  gemetseld. We hebben nieuwe stalen kozijnen gezocht met rond gebogen profielen om in de togen te passen. De glas-in-lood ‘gevel’ is totaal gerestaureerd door  nieuw lood en isolatieglas in de profielen te laten zetten in Frankrijk. Een nieuw geïsoleerd dak ligt er op met dakpannen, die op de originele pannen lijken. Ik heb zelf ook een paar elementen ontworpen, die aansloten bij de visie van Paardekooper. Zoals ruitprofielen in het metselwerk boven de nieuwe voordeur. Rondom zijn zinken goten en afvoeren geplaatst. Bovendien heb ik 4 gelaagde ruiten van de originele haldeuren weten te bewaren en deze in de nieuwe haldeuren teruggeplaatst. Qua indeling heb ik het hele gebouw een open karakter gegeven. Overal ervaar je nog steeds het authentieke ontwerp. Met name boven is de open nok een fraai gegeven met originele balken partijen. Ook is de smeedijzeren trapleuning intact gebleven. Bewust heb ik  voor het oude industriële draadglas gekozen”.

Al met al is het een gebouw gebleven en geworden waar Lisse trotst op kan zijn en dat de erepenning, die in 2016 door de VOL werd uiitgereikt, meer dan waard is.