POELPOLDER Wonen in de Leeuwerikstraat

Ina van Leeuwen  verhaalt over de afgelopen 50 jaar over het wel en wee van Poelpolder.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 14 nummer 3, juli 2015

Poelpolder 50 jaar is aanleiding voor een paar artikelen over dit deel van Lisse. In dit julinummer het verhaal van Aad en Ina van Leeuwen die in 1967 in de Poelpolder kwamen wonen. Zowel Aad als Ina zijn Lisser van geboorte. Voor ze trouwden woonde Ina aan de Broekweg en Aad woonde in de Engel aan de 3e Poellaan.

Brug bij de Zemelpoldermolen, met de tijdelijke bovengrondse elektriciteitsvoorziening. De vogelbuurt is in ontwikkeling. 1966

In hun jeugd was de Poelpolder nog het gebied van de veetelers. Ina kwam er niet vaak. Maar ze herinnert zich nog wel dat ze met vriendinnen en zusjes naar de Poel trokken om er margrieten te plukken. In juni waren die er volop te vinden. Ze moesten er wel een heel stuk voor lopen. Van de Broekweg naar de Heereweg, dan de 1e Poellaan op en verder via de brug bij de Zemelmolen de Poelpolder in. Fietsen hadden ze niet. Hun jeugd viel in de oorlogstijd. Uit die tijd herinnert Ina zich ook nog dat haar vader wel eens bij boer Verdegaal langs ging. Er lag een roeiboot in de Greveling aan het verlengde van de Broekweg, waarmee werd overgevaren naar boer Verdegaal. Ina mocht dan wel eens mee, ze haalden daar wel biest. Wanneer het gevroren had was de Poelpolder ineens heel dichtbij. En de winters in Ina’s jeugd, de oorlogswinters, waren erg streng. Gerrit Verdegaal haalde dan zijn arreslee te voorschijn voor een tochtje naar de Kagerplassen. Aad kwam wel vaker in de Poelpolder. Wanneer je aan de 3e Poellaan woont ligt dat ook meer voor de hand, maar bovendien had hij een fiets. Zelf verdiend nog wel. Zijn broer had naast zijn gewone werk als timmerman een handeltje opgezet. Hij kocht schapenhuiden op. En daar profiteerde Aad weer van, want die kon heel goed wol spinnen. Dat leverde een aardig zakcentje op. En een enkele keer was er nog een meevaller voor thuis. Soms waren er verse schaapsvachten waar aan de huid hier en daar kleine vetstukjes aan waren blijven zitten. Met uiterste zorg werden die er dan nog van af gehaald. Elk stukje vet was van de hoogste waarde, de oorlogstijd was bepaald geen vetpot.
Na de oorlog volgde de opbouwperiode, maar ook een enorme woningnood. Er werd wel fiks gebouwd om de achterstand, ontstaan door de oorlog, in te halen, maar dat ging niet zo vlot. In 1962 werd de woningnood ‘officieel’ tot volksvijand nummer 1 verklaard.

Buurhuis met poortje naar de kolenopslag

Toen was men in Lisse al ver gevorderd met de plannen voor de bebouwing van de Poelpolder. Ina en Aad waren inmiddels in 1960 getrouwd. Ze hadden mazzel, want Aad was al lang daarvoor ingeschreven voor een woning en daardoor werd hen een bovenhuis toegewezen. Zij kwamen te wonen aan de Heereweg, schuin tegenover de Veldhorststraat waar toen op de hoek de dames Reeuwijk een kruidenierswinkeltje hadden. De ingang van de kruidenierswinkel was aan de Heereweg. De Incassobank was toen nog een echte bank waar de directeur boven woonde. Aad en Ina woonden boven bloemenzaak Stroet. Best een mooie woning. Twee kolenkachels waren er. Voor de kolen was een opslagplaats achter de zaak van Stroet. Dat betekende buitenom kolen gaan halen, weer via het poortje, voor de winkel langs naar de opgang naar de bovenwoning en dan naar boven. De bovenste verdieping was afgewerkt met kraalbeschot, maar natuurlijk ook erg koud, want daar werd niet gestookt. In de strenge winter van 1963 vond hun zoontje, wakker geworden in zijn ledikantje, het prachtig om het ijs van het beschot te krabben.

Dat de voorbereidingen voor het bebouwen van de Poelpolder in volle gang waren merkten ze op de Heereweg maar al te goed. Steeds kwamen er zware vrachtauto’s langs die vanuit de Veldhorststraat de bocht namen naar de Heereweg en zo door naar de Poel gingen. Bij iedere vrachtwagen schudde het hele huis en rammelden de kopjes bijna van tafel en de schilderijtjes van de muur. Het duinzand dat gebruikt werd voor wegenaanleg en bebouwing in de Poel kwam van de Ruigenhoek en geloof maar dat er heel wat nodig was! Het bovenhuis aan de Heereweg was prachtig, maar wel onpraktisch voor een gezin met kinderen. Op straat spelen met dat zware vrachtverkeer: veel te gevaarlijk. En op het plaatsje waar het kolenhok stond kon ook niet want dat was van Stroet en andere gebruikers. Naar buiten met 2 kinderen was een hele onderneming. De kinderwagen stond beneden. Dus de beide kinderen naar beneden dragen. Even snel een boodschap doen was er niet bij. Maar gelukkig had oma Groen in ‘t Woud aan de Broekweg een tuin met een zandbak. Natuurlijk wilden ze graag een eigen huis. Maar dat ging zo maar niet.

Aad was in 1962 gaan werken aan een school voor grafisch onderwijs in Den Haag. En in die tijd was wonen in de plaats waar je werkte min of meer verplicht. Er mocht alleen afgeweken worden van die regel wanneer de werkgever toestemming gaf en daar waren vaak voorwaarden aan verbonden. Maar gelukkig, die afspraak kon gemaakt worden en dus werd er in 1965 ingeschreven voor een te bouwen woning in de vogelbuurt in de Poelpolder. Het was het eerste project, een blokje van 4 straten, van koopwoningen in de Poelpolder. Ze werden gebouwd in opdracht van Eurowoningen, Den Haag. Kosten fl.32.000-, met een subsidie van fl.2000,- onder voorwaarde dat men er 10 jaar zou blijven wonen. Nu, dat hebben Ina en Aad inmiddels ruimschoots gehaald want ze wonen nog steeds op hetzelfde adres in de Leeuwerikstraat. Het waren eenvoudige en relatief kleine woningen. Met een vlizotrap naar de bovenste verdieping en nog steeds met een kolenhok, want cv zat er niet in. Die cv heeft Aad zelf aangelegd in een tijd dat doe-het-zelf nog niet in de mode was. De Gamma en Karwei moesten nog uitgevonden worden. Maar hier had Aad baat bij zijn werkkring. Daar waren ook specialisten op het gebied van leidingwerk e.d. dus die cv die kwam er wel. Net als veel andere verbeteringen in de loop van de jaren. Als je dat vergelijkt met het oorspronkelijk opgeleverde huis dan is het verschil enorm.
Toen de woning in maart ’67 werd opgeleverd waren ze er dolgelukkig mee. En de kinderen ook. Die konden eindelijk buiten spelen. De verhuisdozen waren nog niet uitgepakt of de oudste kwam al drijfnat thuis want hij was in het water gekieperd. De oudste ging nog naar de Jozefschool in het dorp, maar z’n jongere broer kon al naar de (nood) kleuterschool in de Poel, die achter de Uitermeer lag. In het blok van Ina en Aad kwamen voornamelijk Lissers wonen.

Bouw in de Leeuwerikstraat in de zomer van 1966

Maar  huizen er vlak bij kwamen mensen van buiten wonen, bijv. in de Kievitstraat veel Shellmensen en in de Kwartelstraat en Uitermeer oneven kwamen mensen van de marine, van vliegveld Valkenburg wonen. Ook in de huurwoningen achter de Uitermeer woonden o.a. marinemedewerkers. En dat merkten ze in de buurt! Regelmatig werd er een rondje laag overgevlogen voor het thuisfront. Ook kwamen in de woningen van de woningbouwvereniging veel Lissers wonen die in de bollen werkten. De mechanisatie in de bollen moest toen nog helemaal op gang komen, er waren dus nog veel arbeidskrachten nodig op de bollenbedrijven.
Een buurtgevoel was er in die tijd nog niet echt. Lissers blijven Lissers en de anderen waren toch vreemde eenden in de bijt. In de begintijd was het nog een beetje pionieren. Noodwinkels, zoals supermarkt Hogeboom, waren in de garages achter de Uitermeer. De vuilnisbelt lag toen nog tegen de Ringvaart aan en op de belt woonde toen Jan Ponsioen. Later kwam deze vreemde vogel aan de Roversbroekdijk te wonen. Deze excentrieke maar vriendelijke figuur met zijn wetenschappelijke boeken en onverzadigbare verzamelwoede maakte het de gemeente nog wel eens moeilijk waarbij hij z’n eisen wel wist te stellen.
In juni ’67, een paar maanden na de verhuizing, werd er weer een zoon geboren in huize Van Leeuwen. De Poel was een woongebied voor veel jonge gezinnen. Dus kwamen er scholen bij en zo langzamerhand kwam er meer samenhang in de Poelpolder. Het gemeenschapscentrum De Poel werd opgericht. Daar werd ook gekerkt (hoorde bij de Agathaparochie) en werd ook een kerkkoor gesticht met Huug Tielemans als dirigent.
De moeder van Ina kwam in de eerst opgeleverde flat aan het Rembrandtplein te wonen. Zij had gezondheidsproblemen gekregen, de Broekweg ging niet meer. Gelijkvloers wonen was noodzakelijk. Het was een mooie flat met vrij uitzicht over de nog onbebouwde polder richting Leiden. Ze woonde tussen de Leidenaren. In Leiden was een enorme woningnood en er was de afspraak dat Lisse een grote hoeveelheid Leidenaren zou huisvesten in de Poel. Lissers moesten eigenlijk niets hebben van een flat. Die wilden een stukje grond bij het huis. Mevrouw Groen in ’t Woud heeft niet lang in de Poelpolder gewoond. Haar gezondheid werd minder en in het dorp werd Eikenhorst gebouwd. Een woonvorm speciaal voor ouderen waar in de begintijd ook een tanende belangstelling voor was. Mevrouw Groen in ’t Woud was nog geen 70 toen ze daar kwam wonen. Maar ze woonde nog zelfstandig. De generatie daarvoor trok meestal bij de kinderen in. Aad vertelt hoe bij zijn ouderlijk huis aan de 3e Poellaan eerst een grootouder van vaderskant kwam inwonen en later nog een grootouder van moederszijde. Maar die laatste bracht ook nog een weeskind mee dat bij hen in huis geplaatst was vanuit St. Vincentius, het weeshuis in de Engel. En dat terwijl het huis van Aad’s ouders niet groot was en ze er met 7 kinderen woonden!
Dat waren andere tijden. Ina en Aad hebben heel veel zien bouwen in de Poel. Het lawaai van de zware vrachtwagens van de Heereweg werd vervangen door lawaai van de heimachines. Wanneer er nu gebouwd wordt is er praktisch geen overlast meer van heimachines. Inmiddels hebben ze naast opbouw ook al weer afbraak meegemaakt. De school waar hun zoons op waren, de Flamingoschool, was geen lang leven beschoren. En dat, terwijl de school in de Engel waar Aad zelf op zat nog steeds springlevend is. De Poelpolder is ontworpen met oog voor het groen. Ook het groen is al vaak vervangen en onderwerp van protest geweest bij dreigende kap. De laanbeplanting van de Ruishornlaan is al een keer, of misschien wel meerdere keren, opnieuw ingeplant. Zo verandert er voortdurend wat, maar blijft het een levendige wijk waar Aad en Ina het nog steeds naar de zin hebben. Ina brengt al jaren het Nieuwsblad van de vereniging in haar wijk rond. We hopen dat ze dat nog jaren kan blijven doen. Net als wonen in de Leeuwerikstraat in de Poelpolder.

Herdenking bemanning van de bommenwerper

In Lisse wordt  op 4 mei ook stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk. Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper, die 75 jaar geleden neerstortte bij de Engel. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

7 mei 2019

door Nico Groen

Ieder jaar is op 4 mei in Lisse aandacht voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze openbare dodenherdenking wordt afgesloten met de  kranslegging bij het ´Monument voor de gevallenen´. Dit monument staat midden op de kruising van de Oranjelaan en de Heereweg. Dit is niet de enige herdenking op 4 mei, die de Stichting Oranje-comité Lisse en de Werkgroep Nationale Herdenking 4 mei Lisse organiseren. Op dezelfde middag is er voor genodigden ook een bezoek aan de oorlogsgraven in Lisse en wordt stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk.

 

De tekst op het monument is als volgt:
“8TH AIR FORCE, 457TH BOMB GROUP, 749TH BOMB SQUADRON.
OP 26 SEPTEMBER 1944 STORTTE, IN HET LAND ACHTER U, DE AMERIKAANSE B-17 BOMMENWERPER ‘JAYHAWK’ NEER. DE B-17 BOMMENWERPER KEERDE TERUG VAN EEN MISSIE NAAR OSNABRUCK (DUITSLAND) ALS HET NABIJ DE KUST VAN IJMUIDEN TWEEMAAL WORDT GERAAKT DOOR DUITS LUCHTAFWEERGESCHUT. TWEE BEMANNINGSLEDEN OVERLEEFDEN DE CRASH NIET.
MET DIT MONUMENT HERDENKEN WIJ DE DAPPERE BEMANNING VAN DE ‘JAYHAWK’ DIE VOCHT VOOR ONZE VRIJHEID!”

Daarna volgen de namen van de bemanningsleden.

Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper.

Zoals de tekst op het monument al zegt was de bommenwerper geraakt door afweergeschut. Het vliegtuig was zwaar beschadigd. Wanhopig probeerde de bemanning het toestel in de lucht te houden om naar het al bevrijde zuiden te ontkomen. Toen ze nabij Lisse waren, werd de beslissing genomen het toestel te verlaten. Het toestel zou niet langer blijven vliegen en iedereen sprong er uit. De bemanning kwam verspreid neer en probeerde zo goed als het ging bescherming te vinden tegen de Duitsers. Vier bemanningsleden werden geholpen door omstanders. Later werden zij door het verzet geholpen aan onderduikadressen. Twee braken hun rug tijdens de landing met hun parachute en werden krijgsgevangen gemaakt. Een derde wilde zijn helpers niet in gevaar brengen en besloot zich over te geven aan de Duitsers. Eén bemanningslid kwam neer in een meer en verdronk. Zijn lichaam werd weken later teruggevonden. Een ander bemanningslid was al dodelijk getroffen in het toestel.

In 2012 is ook het boek ‘Broken Wings: The True Story of a B-17 Bomber Crew Lost Over Holland in September 1944’ uitgegeven. Daarin is door Harold Jansen en Erwin de Mooy  de geschiedenis van de Bommenwerper Jayhawk en zijn bemanning opgetekend.

Grootse herdenking in september 2019

In september is het dus 75 jaar geleden dat de bommenwerper neerstortte. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019. Deze herdenking zal plaatsvinden in en nabij de H.H. Engelbewaarderskerk in de Engel. Vlakbij het monument dus. Erwin de Mooy is de aanjager voor deze herdenking, waarbij hopelijk ook nabestaanden van de bemanning aanwezig kunnen zijn. De VOL verleent zijn medewerking. Het programma is nog niet rond, maar te zijner tijd hoort en leest u hier ongetwijfeld meer over.

Dit monument is in 2012 aangeboden door Damo Natuursteen uit Hillegom.
Foto: Nico Groen