Het park rond kasteel Keukenhof is een Rijksmonument

Landgoed Keukenhof heeft maar liefst 20 Rijksmonumenten. Een daarvan betreft het park rondom het kasteel zelf. Onderstaande tekst over dit park is hoofdzakelijk ontleend aan de officiële beschrijving uit 1999 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen  Rijksdienst voor de Monumentenzorg).

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                             

18 juni 2019

door Nico Groen

Aan de 17de eeuwse tuinaanleg in vlakken herinneren alleen nog de 4 geknotte linden in een vierkant geplant aan de westkant van het Washuisje.

Van de klassieke Franse aanleg uit ca. 1725 resteert alleen de structuur van twee kunstmatig opgeworpen aarden wallen en de heuvel ‘Meer Zicht’ aan het einde van die wallen. Dit werd gerealiseerd door de toenmalige eigenaar Van Heemskerck. Zij boden in de 18de eeuw waarschijnlijk plaats aan een collectie ‘tuinsieraden’. Deze aanleg werd de Nieuwe Plantage genoemd. De heuvel ‘Meer Zicht’ is het einde van een van de zichtassen vanuit het kasteel.

 

De historische tuinaanleg, die stamt uit het einde van de 18de eeuw is deels nog gaaf aanwezig. Dit geldt zowel wat structuur als wat details betreft. Deze ruimtelijke structuur bestaat uit een tuin in landschapsstijl in de directe omgeving van het kasteel. Verder hoort een van oorsprong middeleeuws jachtbos of lusthof aan de oostzijde op de hoek van de Van Lyndenweg en de Stationsweg tot het Rijksmonument Park Keukenhof. Ook het coulissenlandschap met een eendenkooi achter de Hofboerderij hoort tot dit Rijksmonument.

 

De hoofdstructuur van de landschappelijke aanleg rondom het huis, te weten het verloop van de paden, de boomgroepen en de vijver in het gazon om bluswater te hebben, komt in grote lijnen  overeen met de situatie op de kadasterkaart uit 1818. Deze aanleg van het park in Engelse landschapsstijl is vanaf het midden van de 19de eeuw door vader en zoon J.D. en L.P. Zocher verder uitgewerkt. De Zochers hebben in 1857 de publieke weg (Stationsweg), die vlak langs het huis liep, met een bocht om het huis verlegd. De Stationsweg liep daarvóór helemaal recht. Het oude tracé is nog enigszins te herkennen aan enkele oude eiken en beuken als de vroegere laanbeplanting langs de voormalige weg in het gazon vóór het kasteel..

De oprijlaan vanaf de Stationsweg is in 1861 met een bocht om het kasteel heen gelegd naar een nieuwe hoofdingang in de westgevel ter vervanging van de rechte oprijlaan. Oorspronkelijk stond die haaks op de noordgevel. Van daar uit keek men uit op de idyllische schaapskooi. De beuken aan het begin van de oprijlaan uit 1861 dateren uit die tijd aanleg. In 2019 waren er nog 6 over. (Enkele jaren geleden is deze hoofdingang afgesloten en is er meer naar het westen een nieuwe hoofdingang gerealiseerd).

In de directe omgeving van het kasteel staan nog steeds  losstaande bomen en struikgroepen uit het midden van de 18e eeuw Vanaf het kasteel lopen verschillende zichtassen, namelijk een zichtlijn naar het oosten tussen de reeds genoemde aarden wallen eindigend bij de heuvel ‘Meer Zicht’, een brede zichtas in westwaartse richting die eindigt bij de voormalige boerderij Sixenburg en 2 zichtassen richting Stationsweg: een eindigend bij de al genoemde Schaapskooi en de ander loopt vlak langs het nieuwe museum LAM.

Foto: De vijver in het gazon is van vóór 1818, aangelegd voor noodzakelijk bluswater. Foto: Nico Groen

 

Aagje Deken- en Betje Wolffstraat

Betje Wolff en Aagje Deken zijn femistische schrijvers uit de 18e eeuw.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

4 juni 2019

door Nico Groen

De Vrouwenpolder is een wijk met straatnamen van bekende Nederlandse dames. De Gemeente Lisse heeft deze wijk ‘Vrouwenpolder’ genoemd. Dat is een heel misleidende naam. De wijk ligt niet in een speciale polder met die naam, Het is gewoon een wijk van Lisse en zou eigenlijk ‘Vrouwenwijk’ of ‘Vrouwenbuurt’ moeten heten. Hopelijk wordt dit nog eens veranderd. Maar wie zijn al die vrouwen in de Vrouwenpolder?

De kruising van de Betje Wolffstraat met de Aagje Dekenstraat.

Zo is er bijvoorbeeld de Aagje Dekenstraat, een zijstraat van de Ruishornlaan richting het oosten naar de Rooversbroekdijk en de Betje Wolffstraat, die de Aagje Dekenstraat kruist. Aagje Deken was een bekende schrijfster. Agatha Pieters werd geboren in 1741 in Nes aan de Amstel in het huidige Amstelveen en overleed in 1804 op 62-jarige leeftijd. Volgens Wikipedia waren haar ouders arm en al jong overleden. Daarom werd zij opgevoed in een weeshuis van de Collegianten, een vrijzinnige stroming waar geestelijke literatuur op een hoog niveau stond. Ook werd daar gediscussieerd over theologie en filosofie. Zij verbleef daar tot 1767, toen zij al 26 jaar was. In 1769 werd zij doopsgezind.

In één van haar 9 boeken schrijft zij over dit weeshuis: “De meisjes hebben het daer voor hunnen stand in de waereld al te wel: men leert haer daer denken!” In het weeshuis is dus de grondslag voor haar latere literaire werk gelegd. Ze had eerst verschillende dienstbetrekkingen. Later begon ze een koffie- en theehandeltje.

Haar eerste boek ‘Stichtelijke gedichten’, uitgegeven in 1775, schreef zij samen met Maria Bosch, die in 1773 was overleden. Aagje was enkele jaren mantelzorgster geweest voor Maria, die ernstig ziek was.

Aagje ontmoette in 1776 Betje Wolff-Bekker. Zij wisselden literaire informatie uit. Betje had een onstuimig karakter en wilde ideeën. Haar moeder had ze al jong verloren en haar vader was haar opvoeder. Ze trouwde op 21 jarige leeftijd in 1759 met de 52-jarige dominee en weduwnaar Adriaan Wolff uit de Beemster. Zijn enige dochter uit zijn eerste huwelijk ging toen het huis uit. Het nieuwe echtpaar bleef kinderloos.

In 1763 debuteerde Betje met de bundel ’Bespiegelingen over het genoegen’. In 1777, na de dood van haar echtgenoot, ging Betje samenwonen in De Rijp met Aagje Deken en begonnen zij gezamenlijk te publiceren. Hun eerste gemeenschappelijke werk was ‘Brieven’. In 1781 erfde Aagje ruim 13.000 gulden en de twee gingen in het buiten ‘Lommerlust’ in Beverwijk wonen. Ze schreven daar samen nog de ‘Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’, dat een groot succes werd, en de ‘Historie van den heer Willem Leevend’.

Vanwege hun patriottische sympathieën en uit onvrede met de situatie in eigen land (na het neerslaan van de opstand van de patriotten in 1787) verhuisden zij in 1788 naar Trévoux bij Lyon. In 1789 verscheen ‘Wandelingen door Bourgogne’. Door financiële nood moesten zij in 1797 terugkeren naar Holland, waar ze in Den Haag gingen wonen. Aagje Deken stierf daar uiteindelijk, op 14 november 1804, negen dagen na Betje Wolff, die in 1738 was geboren. Beiden werden begraven op de begraafplaats’Ter navolging’ in Scheveningen.

Zowel in Amstelveen als in Vlissingen (geboorteplaats van Betje) zijn monumenten opgericht; respectievelijk een bronzen beeld van een zittende en staande vrouw die samen een boek lezen en een fontein. Ook is er sinds 1952 in de Beemster een Betje Wolffmuseum in de pastorie waar zij en haar en haar man van 1759 tot 1777 hebben gewoond.

Foto: De kamer van Betje Wolff in het Betje Wolffmuseum in De Beemster
Foto: Historisch Genootschap Beemster

Kruising van de Aagje Dekenstraat met de Betje Wolffstraat.