Aad van der Geest beschrijft in het blad ‘Entree’ van okt. 1988 het ontstaan en de activiteiten van verzetsgroep ‘Zwaantje’ in Delfzijl tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onder leiding van dokter Oosterhuis werden via de zogenaamde ‘Zweedse weg’ berichten, mensen en goederen zoals insuline en radiozenders naar en vanuit Zweden gesmokkeld. De groep kreeg haar naam vanwege hotel De Witte Zwaan.
Door: Aad van der Geest
okt. 1988
het blad ‘Entree’
Codenaam ‘Zwaantje’, Het zou de titel kunnen zijn van een flitsende James Bondfilm of het begin van een spannende detective. Toch is deze codenaam in werkelijkheid gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verzetsgroep ‘Zwaantje’ smokkelde mensen naar de vrijheid en redde hen zo van een wisse dood. De groep dankt zijn naam aan een hotel dat in Lisse stond. Hier speelde een van de helden ooit een ontspannen potje biljart zonder notie van de ingrijpende gevolgen.
Rond 1940 ontstaat in Delfzijl in de noordoostelijke punt van de provincie Groningen een verzetsgroep die later de codenaam ‘Zwaantje’ krijgt. Deze verzetsgroep smokkelt, via kleine zeewaardige vrachtschepen of ‘coasters’ berichten naar het neutrale Zweden. Mei hulp van de Hollandse consul-generaal De Jong in Stockholm komen deze berichten in Londen terecht, waar onze regering in de oorlogsjaren zetelt. Op dezelfde manier smokkelen de Groningers berichten terug naar het binnenlands verzet en importeren zij insuline, zeep en zelfs radiozenders uit Zweden. Eind 1941 beginnen verzetsleden ook mensen de bezette gebieden uit te smokkelen langs deze route die bekendstaat als ‘De Zweedse weg’.
Verzetsgroep ‘Zwaantje’ krijgt naam na een potje biljart

De Witte Zwaan rond 1900
Tijdens de mobilisatie van 1940 moeten veel mannen in dienst in het Nederlandse leger. Deze troepen worden verspreid door Nederland gelegerd. Een deel van hen komt in het bollendorp Lisse terecht. Onder hen is Allard Oosterhuis, officier bij de landmacht. In het dagelijks leven werkt hij als huisarts in Delfzijl. Overdag trainen de manschappen, maar vooral ’s avonds blijft genoeg vrije tijd over voor een potje biljart in Hotel De Witte Zwaan aan Het Vierkant. Oosterhuis zit samen met andere officieren ingekwartierd in dit hotel dat door de militairen kortweg “t Zwaantje’ wordt genoemd. Tijdens de inval van het Duitse leger in mei 1940 zet Oosterhuis zich in voor de verzorging van de gewonden van vliegveld Valkenburg. Nadat het Nederlandse leger verslagen en ontbonden is, keert ‘Dok1 Oosterhuis huiswaarts. Terug naar zijn praktijk in Delfzijl waar zijn vrouw Stientje de apotheek runt.
‘De Zweedse weg’
In de herfst van 1941 belt een voormalig medeofficier | uit de mobilisatiedagen van Lisse bij ‘Dok’ Oosterhuis aan, met het verzoek hem te helpen ontsnappen naar Zweden. Deze De Vries, een Joodse man die vaak met Oosterhuis aan het biljart in ‘De Witte Zwaan’ heeft gestaan, is de eerste die eind 1941 op de coaster ‘Corona’ naar Zweden weet te ontkomen. Later gaat De Vries werken op de Britse ambassade in Stockholm. Aan hem stuurt Oosterhuis de laatste inlichtingen bestemd voor Londen. Om zijn eigen identiteit te houden ondertekent hij al zijn brieven met: ‘Je biljartkameraad in ’t Zwaantje.’ ‘Zwaantje’ wordt al gauw de aanduiding voor een hele verzetsgroep. In de loop van 1943 wordt op aandrang van de Nederlandse consul-generaal De Jong in Stockholm de coasterkapitein Aben aan ‘Zwaantje’ toegevoegd. Dit zeer tegen de zin van Stientje Oosterhuis in die hem intuïtief niet vertrouwt.
Strafvermindering
Terecht naar later blijkt, want deze Aben is een NSB’er. Hij gooit het met de Duitsers op een fataal akkoord waardoor verzetsgroep ‘Zwaantje’ in de tweede helft van 1943 wordt opgerold. Aanvankelijk krijgen de verzetsmensen de doodstraf. Deze wordt later, in 1944, omgezet in tewerkstelling in het land van de vijand. De strafvermindering heeft de groep onder meer te danken aan de hardnekkige inspanning van doktersvrouw Stientje Oosterhuis. Eén contactpersoon die vanuit Amsterdam opereert wordt gefusilleerd. De Amerikanen bevrijden uiteindelijk de in Duitsland tewerkgestelde leden van ‘Zwaantje
Monument
Een kwart eeuw na de verschrikkingen van de oorlog, wordt op 6 mei 1970 in Delfzijl een monument onthuld dat een zijn wieken uitslaande zwaan voorstelt. Een ode aan de moedige verzetsgroep die onder meer gespecialiseerd was in mensensmokkel. Onder de genodigden bevinden zich de overlevende leden van ‘Zwaantje’ en Stientje, weduwe van de inmiddels overleden Oosterhuis, Prins Bernhard en consul-generaal De Jong die er indirect de oorzaak van was dat ‘Zwaantje’ werd ‘gekortwiekt’.
Engelandvaarders
De eerste jaren na de oorlog waren voor de leden van Zwaantje en hun familie niet de gemakkelijkste geweest. Een aantal coasterkapiteins, de zogenaamde Engelandvaarders, was destijds met zijn schepen rechtstreeks naar Engeland ontkomen. Zij voelden zich verheven boven hun collega’s die onder de bezetter waren blijven varen en lieten dit merken ook. Ondanks het feit dat een aantal van deze kapiteins van de nood een deugd had gemaakt en meewerkte aan verzetsacties.
Symbool

In Delfzijl staat een oorlogsmonument genaamd ’t Zwaantje’
Sommigen werd deze kritiek teveel. Een van de schippers weigerde bijvoorbeeld de aan hem per post toegestuurde onderscheiding te aanvaarden en stuurde het eerbetoon terug. De onthulling van het monument heeft de pijn wellicht verzacht, want hieruit bleek dat de bevolking ‘Zwaantje’ waardeerde. Het beeld, een zwaan vliegend naar de vrijheid, werd vervaardigd door een smid uit Delfzijl; plaatsgenoot van dokter Oosterhuis. Het monument is opgedragen aan de mannen en vrouwen die gehoor gaven aan ‘de wet’ van het verzet. Een symbool voor een onverschrokken verzetsgroep die in Lisse zijn naamsoorsprong vond.
Met dank aan: Paul en Jantje Jansen, Sassenheim *
Gemeentearchief Delfzijl •
Dhr. Martens van het ‘Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen
De Witte Zwaan rond 1900
Mensensmokkel in de Tweede Wereldoorlog door ’t Zwaantje
/in Nieuws, Publicaties /door Nico GroenAad van der Geest beschrijft in het blad ‘Entree’ van okt. 1988 het ontstaan en de activiteiten van verzetsgroep ‘Zwaantje’ in Delfzijl tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onder leiding van dokter Oosterhuis werden via de zogenaamde ‘Zweedse weg’ berichten, mensen en goederen zoals insuline en radiozenders naar en vanuit Zweden gesmokkeld. De groep kreeg haar naam vanwege hotel De Witte Zwaan.
Door: Aad van der Geest
okt. 1988
het blad ‘Entree’
Codenaam ‘Zwaantje’, Het zou de titel kunnen zijn van een flitsende James Bondfilm of het begin van een spannende detective. Toch is deze codenaam in werkelijkheid gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verzetsgroep ‘Zwaantje’ smokkelde mensen naar de vrijheid en redde hen zo van een wisse dood. De groep dankt zijn naam aan een hotel dat in Lisse stond. Hier speelde een van de helden ooit een ontspannen potje biljart zonder notie van de ingrijpende gevolgen.
Rond 1940 ontstaat in Delfzijl in de noordoostelijke punt van de provincie Groningen een verzetsgroep die later de codenaam ‘Zwaantje’ krijgt. Deze verzetsgroep smokkelt, via kleine zeewaardige vrachtschepen of ‘coasters’ berichten naar het neutrale Zweden. Mei hulp van de Hollandse consul-generaal De Jong in Stockholm komen deze berichten in Londen terecht, waar onze regering in de oorlogsjaren zetelt. Op dezelfde manier smokkelen de Groningers berichten terug naar het binnenlands verzet en importeren zij insuline, zeep en zelfs radiozenders uit Zweden. Eind 1941 beginnen verzetsleden ook mensen de bezette gebieden uit te smokkelen langs deze route die bekendstaat als ‘De Zweedse weg’.
Verzetsgroep ‘Zwaantje’ krijgt naam na een potje biljart
De Witte Zwaan rond 1900
Tijdens de mobilisatie van 1940 moeten veel mannen in dienst in het Nederlandse leger. Deze troepen worden verspreid door Nederland gelegerd. Een deel van hen komt in het bollendorp Lisse terecht. Onder hen is Allard Oosterhuis, officier bij de landmacht. In het dagelijks leven werkt hij als huisarts in Delfzijl. Overdag trainen de manschappen, maar vooral ’s avonds blijft genoeg vrije tijd over voor een potje biljart in Hotel De Witte Zwaan aan Het Vierkant. Oosterhuis zit samen met andere officieren ingekwartierd in dit hotel dat door de militairen kortweg “t Zwaantje’ wordt genoemd. Tijdens de inval van het Duitse leger in mei 1940 zet Oosterhuis zich in voor de verzorging van de gewonden van vliegveld Valkenburg. Nadat het Nederlandse leger verslagen en ontbonden is, keert ‘Dok1 Oosterhuis huiswaarts. Terug naar zijn praktijk in Delfzijl waar zijn vrouw Stientje de apotheek runt.
‘De Zweedse weg’
In de herfst van 1941 belt een voormalig medeofficier | uit de mobilisatiedagen van Lisse bij ‘Dok’ Oosterhuis aan, met het verzoek hem te helpen ontsnappen naar Zweden. Deze De Vries, een Joodse man die vaak met Oosterhuis aan het biljart in ‘De Witte Zwaan’ heeft gestaan, is de eerste die eind 1941 op de coaster ‘Corona’ naar Zweden weet te ontkomen. Later gaat De Vries werken op de Britse ambassade in Stockholm. Aan hem stuurt Oosterhuis de laatste inlichtingen bestemd voor Londen. Om zijn eigen identiteit te houden ondertekent hij al zijn brieven met: ‘Je biljartkameraad in ’t Zwaantje.’ ‘Zwaantje’ wordt al gauw de aanduiding voor een hele verzetsgroep. In de loop van 1943 wordt op aandrang van de Nederlandse consul-generaal De Jong in Stockholm de coasterkapitein Aben aan ‘Zwaantje’ toegevoegd. Dit zeer tegen de zin van Stientje Oosterhuis in die hem intuïtief niet vertrouwt.
Strafvermindering
Terecht naar later blijkt, want deze Aben is een NSB’er. Hij gooit het met de Duitsers op een fataal akkoord waardoor verzetsgroep ‘Zwaantje’ in de tweede helft van 1943 wordt opgerold. Aanvankelijk krijgen de verzetsmensen de doodstraf. Deze wordt later, in 1944, omgezet in tewerkstelling in het land van de vijand. De strafvermindering heeft de groep onder meer te danken aan de hardnekkige inspanning van doktersvrouw Stientje Oosterhuis. Eén contactpersoon die vanuit Amsterdam opereert wordt gefusilleerd. De Amerikanen bevrijden uiteindelijk de in Duitsland tewerkgestelde leden van ‘Zwaantje
Monument
Een kwart eeuw na de verschrikkingen van de oorlog, wordt op 6 mei 1970 in Delfzijl een monument onthuld dat een zijn wieken uitslaande zwaan voorstelt. Een ode aan de moedige verzetsgroep die onder meer gespecialiseerd was in mensensmokkel. Onder de genodigden bevinden zich de overlevende leden van ‘Zwaantje’ en Stientje, weduwe van de inmiddels overleden Oosterhuis, Prins Bernhard en consul-generaal De Jong die er indirect de oorzaak van was dat ‘Zwaantje’ werd ‘gekortwiekt’.
Engelandvaarders
De eerste jaren na de oorlog waren voor de leden van Zwaantje en hun familie niet de gemakkelijkste geweest. Een aantal coasterkapiteins, de zogenaamde Engelandvaarders, was destijds met zijn schepen rechtstreeks naar Engeland ontkomen. Zij voelden zich verheven boven hun collega’s die onder de bezetter waren blijven varen en lieten dit merken ook. Ondanks het feit dat een aantal van deze kapiteins van de nood een deugd had gemaakt en meewerkte aan verzetsacties.
Symbool
In Delfzijl staat een oorlogsmonument genaamd ’t Zwaantje’
Sommigen werd deze kritiek teveel. Een van de schippers weigerde bijvoorbeeld de aan hem per post toegestuurde onderscheiding te aanvaarden en stuurde het eerbetoon terug. De onthulling van het monument heeft de pijn wellicht verzacht, want hieruit bleek dat de bevolking ‘Zwaantje’ waardeerde. Het beeld, een zwaan vliegend naar de vrijheid, werd vervaardigd door een smid uit Delfzijl; plaatsgenoot van dokter Oosterhuis. Het monument is opgedragen aan de mannen en vrouwen die gehoor gaven aan ‘de wet’ van het verzet. Een symbool voor een onverschrokken verzetsgroep die in Lisse zijn naamsoorsprong vond.
Met dank aan: Paul en Jantje Jansen, Sassenheim *
Gemeentearchief Delfzijl •
Dhr. Martens van het ‘Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen
De Witte Zwaan rond 1900
DEVER 650 jaar: Ridder Reinier
/in Nieuws, Publicaties /door Nico GroenSporen van vroeger (LisserNieuws)
31 maart 2026
door Nico Groen
In de jaren zeventig van de 14e eeuw is donjon Dever door ridder Reinier d’Ever gebouwd. Waarschijnlijk is de bouw gestart in 1376, nu 650 jaar geleden. Daarom wordt in Sporen van Vroeger ingegaan op de geschiedenis van Dever. Reinier d’Ever was ridder.
In zijn jeugd werd Reinier voorbereid op het ridderschap, omdat zijn voorvaderen dat ook al waren. De vader van Reinier d’Ever, Gerardus Ever ook wel Gherit van Ever genoemd, kwam in 1345 bij de slag van Warns om het leven. Hij was ridder. Ook de vader en grootvader van Gerardus, die beiden ook Gerardus heetten, waren hoogst waarschijnlijk al ridder. In 1272 kwam zijn grootvader waarschijnlijk om het leven bij de verloren veldslag van Floris V bij Heiloo tegen de Friezen. Zijn vader ging met Willen III in 1315 op het oorlogspad tegen de Vlamingen.
Reinier werd ridder in 1361
Reinier werd in 1361 tot ridder geslagen toen hij 29 jaar oud was. Hij werd waarschijnlijk geridderd door hertog Albrecht van Beieren, de opvolger als graaf van Holland en Zeeland van zijn broer graaf Willem V, met wie Reinier vaak op pad ging. De ridderslag was waarschijnlijk het hoogtepunt in het leven van een edelman. Geknield ontving hij de slag met de vlakke zijde van het zwaard op de schouder of in de nek. Meestal gebeurde dit voor of na een veldslag of een belegering. Plechtig beloofde hij dapper en moedig te zijn, trouw aan zijn heer, god te eren en de zwakken te beschermen. Daarna mocht hij zich ridder noemen. Ridderlijkheid viel uiteen in vijf hoofdwaarden; eer, kracht en moed, trouw, vrijgevigheid en eerlijkheid.
Ridder in zijn meest oorspronkelijke vorm betekende bereden soldaat. Hij moest zijn heer beveiligen en meedoen aan eventuele veldslagen en was in dienst van zijn heer. Ruiter en ridder had toentertijd dezelfde betekenis. Dat was in de vroege middeleeuwen. Later in de 13e en 14e eeuw kreeg het ridderschap meer aanzien en werden steeds meer edelen ook ridder. Toen kon men alleen ridder worden wanneer men een versterkt huis had, dat omgeven was door een gracht. Het huis moest goed verdedigd kunnen worden. Bovendien moest een ridder zijn eigen uitrusting en zijn eigen paarden betalen, evenals de pages, schildknapen en ander personeel. Reinier d’Ever en zijn voorvaderen moeten daarom in Lisse al aanzienlijke bezittingen hebben gehad, waaronder een versterk huis met daar omheen een gracht, maar de huidige donjon was nog niet gebouwd.
Familie Ever verbonden met Lisse
In het dikke boek ‘Het huis Dever te Lisse’ van A.M. Hulkenberg uit 1966 staat op pagina 10 het volgende. De eerste documenten, die de connectie tussen de familie d’Ever en Lisse beschrijft stammen uit 1281-1283. Conrard die Ever verkrijgt in 1281 verschillende inkomsten van graaf Floris V. Hij verkocht deze inkomsten al weer in 1283 aan de vrouwe van Teylingen met als handtekening ‘Ever van Lysse’. Dit laatste is zeer belangrijk omdat daaruit blijkt dat Conrard die Ever zich ook heer van Lisse noemde.
Foto: Een harnas uit de Middeleeuwen
Foto: Muiderslot.nl
Inhoud Nieuwsblad 25 nummer 1 2026
/in Nieuws, Nieuwsblad /door Nico GroenTOCH NOG EEN VERLOSKUNDIGE!
/in Historie /door Nico GroenNa het verschijnen van het laatste artikel over de medische geschiedenis van Lisse ben er op gewezen, dat mevrouw G.E. Moolenaar-van der Zaal al in de jaren vijftig als verloskundige actief is geweest in Lisse.
door Paul Stelder
Nieuwsblad 24 nummer 1 2025
Na het verschijnen van het laatste artikel over de medische geschiedenis van Lisse ben ik via twee kinderen van mevrouw G.E. Moolenaar-van der Zaal (geboren op 11 augustus 1926 te Lisse, overleden op 11 november 2011 te Lisse), Jan Albert en Geri, beiden al jaren lid van de VOL, erop gewezen dat hun moeder al in de jaren vijftig als verloskundige actief is geweest in Lisse.
Wie was deze vrouw?
Zij is als oudste dochter met roepnaam Truus geboren in het gezin van een Lissese bollenkweker en is opgegroeid aan de Heereweg 64. Toen ze drie jaar oud was, overleed haar moeder aan de complicaties van de derde bevalling. Vader hertrouwde enkele jaren later. In dat huwelijk werden geen kinderen geboren. Truus is dus grotendeels opgegroeid in een gezin met een pleegmoeder. Ze kon goed leren en heeft na de lagere school haar mulodiploma gehaald en daarna nog een jaar nijverheidsonderwijs en een jaar kinderverzorging gedaan. Na deze opleidingen heeft ze een jaar in Engeland als kinderverzorgster gewerkt. In april 1949 begint ze aan de Amsterdamse Vroedvrouwenschool met de opleiding tot vroedvrouw. In juni 1950 legt ze met goed gevolg het theoretisch examen af en op 18 april 1951 slaagt ze ook voor het praktische deel en mag zij zich als zelfstandig vroedvrouw vestigen. Daarna volgt een periode van waarnemingen verspreid door het land. Ze bewaart veel verslagen van de bevallingen van kinderen die met haar hulp ter wereld zijn gekomen en dat helpt later haar dochter Geri daarvan een prachtig overzicht te maken. In het Nieuwsblad 2024-3 heb ik geschreven dat de eerste verloskundige in de 20e eeuw in Lisse mw. C.A.G. Hiddink-Morsink was. Naar nu blijkt is deze verloskundige, Rini Morsink, een klasgenote en waarschijnlijk goede vriendin van Truus van der Zaal geweest: in maart 1951 staan zij trots en blij samen in hun uniform op de foto. In april 1952 vestigt ze zich in Lisse, aanvankelijk in haar ouderlijk huis op de Heereweg 64. Drie jaar later vindt op 7 juli 1955 haar huwelijk plaats met dr. A.J. (Bram) Moolenaar, klinisch chemicus in het Academisch Ziekenhuis in Leiden, en verhuist ze naar de Oranjelaan 10, waar ze de praktijk voortzet.
Erfgoed
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
24 maart 2026
Nieuwsblad 25 nummer 1 2026
Op de website van Oud Lisse vindt u een overzicht van de rijks- en gemeentelijke monumenten. Van de gemeentelijke objecten vindt u ook de beoordeling met omschrijving die opgesteld werd door de organisatie Dorp, Stad en Land, die indertijd de beoordelingen voor het erfgoed van Lisse verzorgde. Wij kregen als vereniging in 2008 opdracht van de gemeente om een boekje met wandel- en fietsroutes langs de monumenten samen te stellen. Naast monumenten werden ook veel andere waardevolle panden in het boekje opgenomen. Inmiddels is dat dus al weer jaren geleden. Er verandert veel in zo’n periode. Het wordt tijd voor een hernieuwde inventarisatie en beoordeling. Met dit project gaan we die uitdaging aan. Naast architectonisch waarden speelt de cultuurhistorische betekenis mee. Het zou prettig zijn om hier vrijwilligers bij te betrekken die wat kennis van architectuur, bouwhistorie en dorpsontwikkeling hebben, maar noodzakelijk is dat niet. Misschien wandelt u graag en ziet u op uw wandelingen wel objecten waarvan u denkt wat is dit, of, waarom staat dit hier. Dat is ook al een motivatie om actief te worden. Voor al deze projecten geldt: bent u nieuwsgierig, kom dan een keer langs op dinsdagochtend in de Havendwarsstraat en laat u bijpraten. Ziet u niets in deze projecten, maar hebt u zelf ideeën over de historie van Lisse, ook dan bent u daar op het juiste adres. Kortom: kom langs, proef de sfeer, doe mogelijk mee!
Beeldstroom
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
24 maart 2026
Nieuwsblad 25 nummer 1 2026
Oud Lisse heeft een digitale beeldbank met daarop een keur aan oude foto’s van Lisse. Samen vormen die foto’s het verhaal van Lisse dat steeds completer wordt doordat er nieuwe foto’s aan worden toegevoegd. Onze vrijwilligers omschrijven de beelden van de foto’s zo compleet mogelijk. U snapt dat dit nauwgezet moet gebeuren, maar ook dat dit zeer veel tijd vergt. Hoe moet zo’n collectie efficiënt ontsloten worden, hoe voorkom je (bijna) dubbele foto’s, hoe waarborg je een correcte omschrijving, kun je ontbrekende informatie alsnog achterhalen? Oud Lisse werkt aan de vernieuwing van haar beeldbank. De grote fotocollectie wordt efficiënter ontsloten. Dit moet toch een uitdaging zijn voor Lissers die van puzzelen houden! Ze kunnen bijdragen aan selectie, beeldbewerking, beschrijving, eindredactie en het testen van digitale hulpmiddelen. Zelfs deelname vanuit huis is deels mogelijk, maar natuurlijk is contact binnen de groep zeer inspirerend.
Bebouwing 1540-1830
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
24 maart 2026
Nieuwsblad 25 nummer 1 2026
Voor de invoering van het kadaster werden eigendommen natuurlijk zeker wel beschreven. Dat moest natuurlijk ook wel want anders zou dat een uitnodiging zijn tot landjepik. Helaas gebeurde dat ook nog wel en ook die gevallen zien we terug in de archieven. Toch is het vaak heel lastig om de precieze locatie van een huis of erf te achterhalen. Men schreef vaak dat iets belend (naast) een ander perceel lag en dan blijft het nog raden of er meer te vinden is in andere bronnen. Onze vrijwilligers werken met historische registers, leggen verbanden door de tijd heen en voeren gegevens in. Er wordt gewerkt aan digitale ondersteuning, zoals automatische handschriftherkenning en dataverwerking.
De Engel
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
24 maart 2026
Nieuwsblad 25 nummer 1 2026
Misschien woont u er wel en bent u alleen daarom al nieuwsgierig naar de geschiedenis van dit buurtschap. Archiefmateriaal toont aan dat er al vroeg gewoond werd in De Engel. Heel interessant om deze geschiedenis verder uit te diepen. Historische kaarten zullen helpen om de verhalen te ondersteunen en samen met archiefmateriaal kan dan een samenhangende historie gegeven worden van dit gebied. Meedoen! Hebt u materiaal of bent u gewoon alleen nieuwsgierig, kom eens langs om over dit project te horen.
Adriaen Maartensz Block
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
24 maart 2026
Nieuwsblad 25 nummer 1 2026
Er is best veel over Block geschreven en voor Lisse is hij de man die het oorspronkelijke landhuis Keukenhof liet bouwen. Ook Oud Lisse schreef eerder over hem, bijvoorbeeld over waar hij woonde (niet op Keukenhof) en over zijn relatie met de regentenfamilie Van der Laen. Block was onnoemelijk rijk en hij was beroemd en berucht in Indië. Intriges, ontslag, verhalen, allemaal fragmentarische kennis die nieuwsgierig maakt om een compleet beeld te krijgen van deze zeventiende-eeuwse Lisser. Er is nog veel werk aan de winkel om er een samenhangend verhaal van te maken
Geen straatnaam voor Bastiaan Romeijn maar wel een brug
/in Nieuws /door Nico GroenNieuwsflits
24 maart 2026
Nieuwsblad 25 nummer 1 2026
Jarenlang kwam de vraag naar voren, kunnen we de naam van Bastiaan Romeijn niet ergens in de naamgeving van een straat eren. De moeilijkheid was dat er al een Romijnstraat bestaat. Maar wat mooi dat er een oplossing is gekomen. De brug over de Ringsloot, die straks Dever-Zuid, Plan Geestwater en het Vrijheidspark gaat verbinden krijgt zijn naam. Bastiaan Romeijn, die andere jonge kerels waarschuwde voor een op handen zijnde razzia, werd zelf verraden door de groepscommandant van het gemeentelijke politiebureau. Hij werd gearresteerd en afgevoerd om in Rotterdam verhoord te worden en aldaar werd hij opgesloten in het huis van bewaring. Vervolgens via kamp Vught naar Sachsenhausen vlakbij Berlijn afgevoerd en daar gevangengehouden. Vandaar werd hij tewerkgesteld in Hamburg-Hammerbrook waar hij verzwakt door uitputting en honger overleed aan dysenterie. Na al die jaren zal vrijdag de 13e (maart 2026) door zoon Bas Romeijn jr. altijd een geluksdag genoemd worden. Omdat het misschien nog een paar jaar duurt voor de brug daadwerkelijk feestelijk geopend gaat worden met linten en vredesduiven, werd er besloten om een symbolisch voorschot te nemen op dit heugelijke feit, waarbij een naambord wordt overhandigd aan zoon Bas.