Gemeentelijke monumenten

Heereweg 451 – Villa ‘Gerarda’

Eenvoudige, maar stijlvolle detailering met een erker met afgeschuinde hoeken. Gebouwd voor dhr. Rijsburger.

Kadaster: B-1823. Bouwjaar: 1913.

De woning staat naast de Beek

Heereweg 034 – Villa ‘Rutsbo’

Deze villa behoorde bij het bollenbedrijf van de fa. Driehuizen

Kadaster: C-2868. Bouwjaar: 1925. Architect: Leen Tol sr.

Het huis is vernoemd naar mevrouw Ruth Driehuizen-Heurgren. Mevrouw Driehuizen kwam oorspronkelijk uit Zweden. Het huis is naar haar genoemd. Rutsbo betekent huis van Rut.
Het huis werd gebouwd in 1925 aan wat toen nog de Rijksweg heette. Op de eerste steen staat vermeld dat Alf Driehuizen, 7 jaar oud, de steen gelegd heeft op 4 februari 1925. De kwekersvilla maakte deel uit van het bloembollenbedrijf firma Driehuizen. Tot dit complex behoorden ook villa Somalo en de inmiddels tot appartementencomplex omgebouwde bollenschuur.

Het huis is gebouwd door architect Leen Tol Sr. Het huis ontleent zijn karakter aan het portaal en de beide serres, waardoor een markante symmetrie verkregen is.
In het midden van de voorgevel bevindt zich een portaal dat volgens de klassieke voorschriften is opgebouwd: Dorische zuilen, rustend op hardstenen basement, ondersteunen het fries en het fronton. Op het fries is de naam ‘Rutsbo’ aangebracht. Er zijn nog vele originele glas-in-lood ramen. Het huis werd tot 1976 bewoond door de familie Driehuizen. Daarna werd een stuk aan de villa aangebouwd en werd het geheel een gezinsvervangend tehuis.
Inmiddels zijn de bijgebouwen weer afgebroken en wordt er sinds 2007 weer particulier gewoond.

Rutsbo vanaf de zijkant

Huize Rutsbo

De entree

De daggoot

 

 

Grachtweg 01 – Villa

Deze villa in de bocht van de Grachtweg is een voorbeeld van chaletstijl.

Kadaster: D-3151. Bouwjaar: ca. 1905.

000 Lijst gemeentelijke monumenten in 2013

Hieronder vindt u de complete lijst met omschrijving uit 2013 van de Gemeente Lisse van alle gemeentelijke monumenten op dat moment.

Klik op onderstaande link om de lijst te openen.

Complete lijst gem monumenten Lisse def

De Zemelpoldermolen is één van de gemeentelijke monumenten

Achterweg-Zuid 86 – Woonhuis met bollenschuur

De bollenschuur is aan het woonhuis vastgebouwd.

Kadaster: B-1338.

Een bollenschuur met een woning er tegen aan

Achterweg-Zuid 52 - Koetshuis Huys Ter Specke

Achterweg-Zuid 52 – Koetshuis van ’t Huys Ter Specke

Het koetshuis is bewaard gebleven na afbraak van het huis rond 1740.

Kadaster: A-1239. Bouwjaar: rond 1600.

Op deze plaats stond ooit het 15e eeuwse ‘Leengoed Ter Specke’. De naam Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend. In 1416 is sprake van een ‘woningh’.
Rond 1600 werd er een nieuw huis gebouwd, dat rond 1730 werd verbouwd en uitgebreid met twee bouwhuizen. Op een anonieme tekening van circa 1730 is de voorzijde weergegeven. Te zien is een herenhuis dat op het eerste gezicht een achttiende-eeuwse indruk maakt, maar de kruisvensters met daarboven ontlastingsbogen zijn terug te voeren op het gebouw van rond 1600. Het huis zou, gezien de onderkeldering van het zuidelijke gedeelte, een boerderij met herenkamer kunnen zijn geweest. Op de tekening staat direct ten zuiden van het huis een boerderij.
Kort na 1740 is het complex afgebroken

Wat van het oude complex nog rest is het koetshuis. Het is nu een woonhuis.

Tekening uit de Rijnlandse gezichten

Achterweg-Zuid 52 - Koetshuis Huys Ter Specke

Het koetshuis van ‘Huys Ter Specke’ is al heel oud

Klik hier voor een uitgebreide beschrijving op de  gemeentelijke  monumentenlijst op website van de gemeente Lisse.

Achterweg 4 - 'Villa Johanna'

Achterweg 04 – Villa ‘Johanna’

Deze woning heeft natuurstenen elementen.

Kadaster: C-2152. Bouwjaar 1913.

Villa ‘Johanna’ werd gebouwd in 1913. Het pand heeft typische bouwelementen uit de tijd waarin de villa is gebouwd, zoals een daklijst met gootklossen en een roedeverdeling in de bovenlichten. De stijl wordt wel ‘Um 1800’ of nieuw historiserend genoemd.‘Um 1800’ is een conservatieve stijl, die teruggrijpt op de bouwstijl van eind 18e eeuw. Bij deze woning zijn ook Jugendstil invloeden te zien als bijvoorbeeld de natuurstenen sierelementen met zuiltjes boven het portiek.

Achterweg 4 - 'Villa Johanna'

Achterweg 4 – ‘Villa Johanna’

1ste Poellaan 65 - Poldermolen van de Zemelpolder

1ste Poellaan 65 – Poldermolen van de Zemelpolder

De molen is een achtkantige bovenkruier op een onderbouw van bakstenen.

Kadaster: D-8293. Bouwjaar: waarschijnlijk 1743, herbouw 2003.

In het bovenwiel stond het jaar 1743 ingekerfd. De molen werd gebruikt om de Zemelpolder droog te houden. In 1999 is de molen afgebrand, in 2003 herbouwd.

Het is een achtkantige bovenkruier, een grondzeiler. De gemetselde onderbouw is van rode baksteen. De bovenbouw is van hout, gedekt met riet. Het kruiwerk bestaat uit een overring en een onderring. Het kruiwerk is m.b.v. de staart en het kruirad vanaf de grond te bedienen. Bovenwiel met kammen en een vang. De vlucht van de molen is ~ 19.30 m (oorspronkelijk was dit minder, nl 17.90 m en later 18.60m)

Oorspronkelijk was het een schepradmolen, later werd een vijzel gebruikt.

Midden 17e eeuw waren er 2 kleine poldertjes in het gebied waar nu de zemelmolen ligt.(samen niet groter dan 50 morgen). Ieder met een eigen watermolen. In 1662 werd besloten om de polders samen te voegen en voortaan door 1 molen te laten bemalen.

Op een oude kaart uit 1687 staat de polder vermeld als Hemelpolder, maar op andere kaarten staat Zemelpolder. Mogelijk is de naam een verwijzing naar “kleine” polder. Een oude betekenis van het woord zemel schijnt klein te zijn.

Wanneer de eerste molen na het besluit van 1662 is gebouwd is niet bekend. Het oudste zekere jaartal is het jaar 1743 wat in het bovenwiel gekerfd stond.
In het archief van Rijnland staan in 1806 gegevens over de molen bekend. Het is een wipwatermolen en de maten van o.a scheprad en wachtdeur worden in duimen omschreven. De te bemalen polder is 42 morgen en 489 roe groot ( 45 ha).
In 1871 (na de Franse tijd waarbij het metrisch stelsel wordt ingevoerd) wordt een meting in cm. opgegeven.
Uit 1904 zijn weer metingen bekend en gaat het om een polderoppervlak van 71 ha.
Tussen de beide laatste metingen zijn grote verschillen. Mogelijk zijn er grote reparaties verricht of is de molen zelfs vernieuwd.

Oorspronkelijk werd de molen alleen door één van de landeigenaren, of hun knechten, in werking gezet wanneer dat nodig was.

Tot 1928 is de molen in bedrijf als schepradmolen. Dan wordt een elektrisch aangedreven vijzel geplaatst. Geleverd door machinefabriek Spaans uit Haarlem. Met ijzeren roeden van 19.30 meter en een gietijzeren as. Voor deze aanpassing moesten de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland toestemming geven, aldus schrijft de toenmalige polderbestuursvoorzitter J.W.A. Lefeber.

In 1943 kocht de gemeente de molen. Voor een symbolisch bedrag van 1 gulden. Grote herstelwerkzaamheden aan het kruiwerk werden hierna uitgevoerd.
Toen er in het voorjaar van 1945 geen elektriciteit meer geleverd werd heeft men de polder met behulp van een automotor bemalen.
In 1973 was er, door het lange stilstaan ( sinds 1928 was er elektrisch bemalen), weer een restauratie nodig. Vanaf die tijd werd de zemelpoldermolen bemalen door leden van het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Jan van der Veek en later Pieter van der Veek en zijn vrouw Helga zijn zeer betrokken bij de molen. Er wordt regelmatig gewezen op het feit dat de molen vanaf de 60er jaren van de vorige eeuw steeds meer omsloten wordt door bebouwing en begroeiing.

De molen was rijksmonument, maar werd na de brand in 1999 van de monumentenlijst geschrapt. Alleen de veldmuren bleven na de brand over.
De molen werd weer naar zijn oorspronkelijke vorm gereconstrueerd, dus geen elektrisch aangedreven vijzel, maar weer als vanouds met een scheprad.

Dit kon ook omdat de vijzel in 1928 in de watergang van het scheprad was geplaatst.

De wederopbouw van de molen was mede mogelijk door een inzamelingsactie onder de burgerij. (april 2000). In 2003 was de molen weer herbouwd. Molenmaker was Verbeij. In het gras naast de molen ligt de bovenas van zijn voorganger, die na de brand is afgekeurd.

De molenwerf is redelijk oorspronkelijk. De molenbiotoop is aangetast door omliggende bebouwing en beplanting. Er is te weinig ruimte om de molen.
Vrijwilligers zorgen er voor dat de molen geregeld draait. De molen staat sinds 2008 op de gemeentelijke monumentenlijst.

De Zemelpoldermolen in 1935

De Zemelpoldermolen verloor zijn wieken in 1950 door een storm

1ste Poellaan 65 - Poldermolen van de Zemelpolder

De molen na de herbouw in 2003

Achterweg 2 - Woonboerderij

Achterweg 02 – Woning

Het is een woonhuis van een voormalige boerderij.

Kadaster: C-0962. Bouwjaar: ca 1900.

 

Vroeger stond hierachter een boerderij

Acacialaan 1 - schuur Lefeber

Acacialaan 1 – Voormalige bollenschuur

Dit was de bollenschuur van de woning vanJ.W. Lefeber op Achterweg 14

Kadaster: C-3469. Bouwjaar: 1887.

Deze bollenschuur, oorspronkelijk behorend bij Achterweg 14, werd in 1886-1887 gebouwd voor bollenkweker J.W. Lefeber. De schuur kreeg een herbestemming als woonhuis. De schuur is van buiten geheel gerestaureerd en werd van binnen geschikt gemaakt als woonhuis. Daarbij is op een uitstekende manier rekening gehouden met de karakteristieke elementen van de bollenschuur, zoals de openslaande ventilatiedeuren en de naam Lefeber op de gevel. Om de toegang tot de nieuwe wooneenheid te regelen is een speciale brug gebouwd die uitkomt in de Acacialaan. Hoewel dus niet meer gelegen aan dezelfde straat blijft aan het gebouwde geheel de vroegere combinatie van wonen en werken in een bollenbedrijf goed af te lezen De initiatiefnemers kregen in 2003 als waardering voor hun inspanning om dit bollenerfgoed te behouden als eersten de Zwarte Tulpprijs uitgereikt. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend en is bedoeld om de aandacht te vestigen op het behouden en herbestemmen van bollenschuren.

Acacialaan 1 - schuur Lefeber

De bollenschuur van bollenteler J.W. Lefeber