Gemeentelijke monumenten

Het pand van de Coöp is een gemeentelijk monument

Het pand van de honderdjarige  COOP op de hoek van de Kanaalstraat en Kapelstraat is gebouwd in 1929. Het gebouw wordt beschreven.

Sporen van vroeger   (Lisser Nieuws)                                              

20 november 2018

door Nico Groen

In een vorige column van Sporen van Vroeger ging het over de oprichting op 27 september 1918 van de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen”. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol zit) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid  met een groot pand van 1200 m2  op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd (Kapelstraat 2).

Dit laatste pand is gebouwd in 1929. De winkel met bovengelegen woonhuis is een gaaf voorbeeld van de architectuur uit die tijd. Architect C.W. Barnhoorn uit Lisse ontwierp dit pand in de stijl van de Amsterdamse School. Naast het winkelpand stond in de Kapelstraat oorspronkelijk de woning van de bedrijfsleider. Dit pand is in 1969 gesloopt. Daar wordt nu gebouwd om er bovenwoningen te realiseren.

Het hoekpand heeft een rechthoekige plattegrond en bestaat uit twee bouwlagen onder een samengesteld schilddak. Dat is een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige dakvlakken aan de lange kant van het gebouw. De muren van het noordelijk gedeelte (aan de Kanaalstraat) zijn iets hoger opgemetseld, waardoor de vensteropeningen in het hogere muurvlak op de 1e verdieping groter zijn. Het dak is hier ook hoger. Dat is ook de reden, dat het een samengesteld schilddak wordt genoemd. Het zijn eigenlijk twee daken.
De gevels zijn opgebouwd uit rode baksteen in kettingverband. De vensteropeningen op de begane grond worden omlijst door bakstenen pilaren voorzien van decoratief metselwerk. Deze zijn aan de bovenkant afgesloten door natuurstenen ornamenten. Een horizontale doorlopende, ronde latei boven de vensteropeningen verbindt het geheel met elkaar.

Er waren 3 winkels in het pand

Rechts in de kopgevel aan de Kanaalstraat is de toegang tot de bovenwoning (Kanaalstraat 56). In de afgeschuinde hoek bevindt zich de entree met een deuromlijsting van betonnen blokken. Vroeger was er aan de kant van de Kapelstraat een portiek met 2 haaks op elkaar staande deuren. Op de foto is het portiek te zien. Links was de deur naar conservenafdeling en rechts naar de kruidenierswinkel. Er waren  oorspronkelijk dus 3 winkels in het pand. Aan de kant van de Kanaalstraat verkocht men manufacturen. In 1959 is het portiek vervangen door een raam en werd het geheel één kruidenierszaak. De verkoop van manufacturen verhuisde toen naar Kapelstraat 6, waar nu Roobol zit. In 2006 stopte de Coöp met de verkoop van alles.

Nieuwe website van de VOL 

Bovenstaande gegevens komen voor een deel van de nieuwe website van de VOL: www:oudlisse.nl. Bij aanklikken van het hoofdstuk Monumenten  vindt u bij de gemeentelijke monumenten o.a uitleg over Kanaalstraat 56. Op de website staat bij het hoofdstuk Nieuws ook een uitnodiging voor een lezing voor vanavond, 20 november om 20.00 uur over archeologisch onderzoek in de Bollenstreek, met nadruk op Lisse.

Het pand uit 1929, daarachter het huis van de beheerder met daarachter het eerste winkeltje. Foto: OudLisse.nl

Winkelcoöperatie 100 jaar geleden opgericht

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

6 november  2018

door Nico Groen

Op 27 september 1918 werd officieel de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen” opgericht. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Het was net voor de afloop van de Eerste Wereldoorlog. Er was armoede, honger en weinig  beschikbaar voor de eerste levensbehoeften. Er werden die jaren heel veel coöperaties in het leven geroepen om gezamenlijke voordelen te behalen. Het was een katholieke coöperatie. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol staat) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid tot totaal 1200 m2  met een groot pand op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd. Dit gebouw is in 1929 gerealiseerd in de stijl van de Amsterdamse School. C.W. Barnhoorn was de architect. Het is nu een gemeentelijk monument.

 

Voor arbeidersgezinnen

Zo’n verbruikscoöperatie was vooral bedoeld voor arbeidersgezinnen. Voor een paar gulden konden katholieke arbeiders lid worden. Dat bedrag hoefde niet in één keer te worden betaald. Door in termijnen te betalen kon ieder arbeidersgezin lid worden. Omdat het een coöperatie was werd de winst als dividend uitbetaald. De winkel bewaarde alle bonnetjes. Aan het einde van het jaar kregen de leden over het totaal van de bonnetjes een paar procent dividend.

 

De grote bloeiperiode van de Coöp, zoals de coöperatieve vereniging genoemd werd, lag in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. In die tijd leefde het coöperatief denken nog volop en waren de zuilen ook nog volop aanwezig in het dagelijks leven. Zo was er aan de Heereweg ook een protestante verbruikerscoöperatie, die ‘Ons Belang’ heette.

De RK Coöp begon met een kruidenierswinkel. Al gauw werd dit uitgebreid met een  manufacturenhandel. Daarna kwam er een bakkerij, een steenkolenhandel en een meubelhandel bij. In de hoogtijdagen telde de Coöp (Onderling Belang) 1900 leden. Vrijwel alle katholieke arbeiders in Lisse waren lid.

 

In de jaren zestig hechtte men  meer aan individualisme en de verzuiling werd  minder. De winkels van Onderling Belang gingen onvoldoende met hun tijd mee. De gebouwen waren daar ook niet echt geschikt voor. Er waren steeds minder leden, ook door het overlijden van trouwe leden. De meubelzaak en de cooking-winkel hielden het het langst vol. In 2006 sloten de winkels echter hun deuren.

 

Subsidie van voorheen de Coöp

Daarmee was het echter niet afgelopen. Als steunfonds werd de ‘Stichting voorheen Coöp Onderling Belang’ opgericht. Dit werd gedaan om in de geest van de oprichters in 1918 voor de Lissese gemeenschap iets te betekenen. De netto huuropbrengsten komen in het steunfonds terecht. Dit geld is beschikbaar als subsidie voor doelen met algemeen belang voor Lisse, zoals bijvoorbeeld het Oranje-Comité en het Comité Open Monumentendag. De VOL kreeg voor het maken van het boek ‘Wandel en Fietsroutes langs bomen in Lisse’ ook subsidie. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de VOL.

 

Het voormalig pand van de Coöp is een gemeentelijk monument. Foto: BeeldbankLisse.nl

 

 

Heereweg 451 – Villa ‘Gerarda’

Eenvoudige, maar stijlvolle detailering met een erker met afgeschuinde hoeken. Gebouwd voor dhr. Rijsburger.

Kadaster: B-1823. Bouwjaar: 1913.

De woning staat naast de Beek

Heereweg 034 – Villa ‘Rutsbo’

Deze villa behoorde bij het bollenbedrijf van de fa. Driehuizen

Kadaster: C-2868. Bouwjaar: 1925. Architect: Leen Tol sr.

Het huis is vernoemd naar mevrouw Ruth Driehuizen-Heurgren. Mevrouw Driehuizen kwam oorspronkelijk uit Zweden. Het huis is naar haar genoemd. Rutsbo betekent huis van Rut.
Het huis werd gebouwd in 1925 aan wat toen nog de Rijksweg heette. Op de eerste steen staat vermeld dat Alf Driehuizen, 7 jaar oud, de steen gelegd heeft op 4 februari 1925. De kwekersvilla maakte deel uit van het bloembollenbedrijf firma Driehuizen. Tot dit complex behoorden ook villa Somalo en de inmiddels tot appartementencomplex omgebouwde bollenschuur.

Het huis is gebouwd door architect Leen Tol Sr. Het huis ontleent zijn karakter aan het portaal en de beide serres, waardoor een markante symmetrie verkregen is.
In het midden van de voorgevel bevindt zich een portaal dat volgens de klassieke voorschriften is opgebouwd: Dorische zuilen, rustend op hardstenen basement, ondersteunen het fries en het fronton. Op het fries is de naam ‘Rutsbo’ aangebracht. Er zijn nog vele originele glas-in-lood ramen. Het huis werd tot 1976 bewoond door de familie Driehuizen. Daarna werd een stuk aan de villa aangebouwd en werd het geheel een gezinsvervangend tehuis.
Inmiddels zijn de bijgebouwen weer afgebroken en wordt er sinds 2007 weer particulier gewoond.

Huize Rutsbo

De entree

De daggoot

 

 

Grachtweg 01 – Villa

Deze villa in de bocht van de Grachtweg is een voorbeeld van chaletstijl.

Kadaster: D-3151. Bouwjaar: ca. 1905.

Villa Somalo 1914

000 Lijst gemeentelijke monumenten in 2013

Hieronder vindt u de complete lijst met omschrijving uit 2013 van de Gemeente Lisse van alle gemeentelijke monumenten op dat moment.

Klik op onderstaande link om de lijst te openen.

Complete lijst gem monumenten Lisse def

De Zemelpoldermolen is één van de gemeentelijke monumenten

Achterweg-Zuid 86 – Woonhuis met bollenschuur

De bollenschuur is aan het woonhuis vastgebouwd.

Kadaster: B-1338.

Een bollenschuur met een woning er tegen aan

Achterweg-Zuid 52 - Koetshuis Huys Ter Specke

Achterweg-Zuid 52 – Koetshuis van ’t Huys Ter Specke

Het koetshuis is bewaard gebleven na afbraak van het huis rond 1740.

Kadaster: A-1239. Bouwjaar: rond 1600.

Op deze plaats stond ooit het 15e eeuwse ‘Leengoed Ter Specke’. De naam Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend. In 1416 is sprake van een ‘woningh’.
Rond 1600 werd er een nieuw huis gebouwd, dat rond 1730 werd verbouwd en uitgebreid met twee bouwhuizen. Op een anonieme tekening van circa 1730 is de voorzijde weergegeven. Te zien is een herenhuis dat op het eerste gezicht een achttiende-eeuwse indruk maakt, maar de kruisvensters met daarboven ontlastingsbogen zijn terug te voeren op het gebouw van rond 1600. Het huis zou, gezien de onderkeldering van het zuidelijke gedeelte, een boerderij met herenkamer kunnen zijn geweest. Op de tekening staat direct ten zuiden van het huis een boerderij.
Kort na 1740 is het complex afgebroken

Wat van het oude complex nog rest is het koetshuis. Het is nu een woonhuis.

Tekening uit de Rijnlandse gezichten

Achterweg-Zuid 52 - Koetshuis Huys Ter Specke

Het koetshuis van ‘Huys Ter Specke’ is al heel oud

Klik hier voor een uitgebreide beschrijving op de  gemeentelijke  monumentenlijst op website van de gemeente Lisse.

Achterweg 4 - 'Villa Johanna'

Achterweg 04 – Villa ‘Johanna’

Deze woning heeft natuurstenen elementen.

Kadaster: C-2152. Bouwjaar 1913.

Villa ‘Johanna’ werd gebouwd in 1913. Het pand heeft typische bouwelementen uit de tijd waarin de villa is gebouwd, zoals een daklijst met gootklossen en een roedeverdeling in de bovenlichten. De stijl wordt wel ‘Um 1800’ of nieuw historiserend genoemd.‘Um 1800’ is een conservatieve stijl, die teruggrijpt op de bouwstijl van eind 18e eeuw. Bij deze woning zijn ook Jugendstil invloeden te zien als bijvoorbeeld de natuurstenen sierelementen met zuiltjes boven het portiek.

Achterweg 4 - 'Villa Johanna'

Achterweg 4 – ‘Villa Johanna’

1ste Poellaan 65 - Poldermolen van de Zemelpolder

1ste Poellaan 65 – Poldermolen van de Zemelpolder

De molen is een achtkantige bovenkruier op een onderbouw van bakstenen.

Kadaster: D-8293. Bouwjaar: waarschijnlijk 1743, herbouw 2003.

In het bovenwiel stond het jaar 1743 ingekerfd. De molen werd gebruikt om de Zemelpolder droog te houden. In 1999 is de molen afgebrand, in 2003 herbouwd.

Het is een achtkantige bovenkruier, een grondzeiler. De gemetselde onderbouw is van rode baksteen. De bovenbouw is van hout, gedekt met riet. Het kruiwerk bestaat uit een overring en een onderring. Het kruiwerk is m.b.v. de staart en het kruirad vanaf de grond te bedienen. Bovenwiel met kammen en een vang. De vlucht van de molen is ~ 19.30 m (oorspronkelijk was dit minder, nl 17.90 m en later 18.60m)

Oorspronkelijk was het een schepradmolen, later werd een vijzel gebruikt.

Midden 17e eeuw waren er 2 kleine poldertjes in het gebied waar nu de zemelmolen ligt.(samen niet groter dan 50 morgen). Ieder met een eigen watermolen. In 1662 werd besloten om de polders samen te voegen en voortaan door 1 molen te laten bemalen.

Op een oude kaart uit 1687 staat de polder vermeld als Hemelpolder, maar op andere kaarten staat Zemelpolder. Mogelijk is de naam een verwijzing naar “kleine” polder. Een oude betekenis van het woord zemel schijnt klein te zijn.

Wanneer de eerste molen na het besluit van 1662 is gebouwd is niet bekend. Het oudste zekere jaartal is het jaar 1743 wat in het bovenwiel gekerfd stond.
In het archief van Rijnland staan in 1806 gegevens over de molen bekend. Het is een wipwatermolen en de maten van o.a scheprad en wachtdeur worden in duimen omschreven. De te bemalen polder is 42 morgen en 489 roe groot ( 45 ha).
In 1871 (na de Franse tijd waarbij het metrisch stelsel wordt ingevoerd) wordt een meting in cm. opgegeven.
Uit 1904 zijn weer metingen bekend en gaat het om een polderoppervlak van 71 ha.
Tussen de beide laatste metingen zijn grote verschillen. Mogelijk zijn er grote reparaties verricht of is de molen zelfs vernieuwd.

Oorspronkelijk werd de molen alleen door één van de landeigenaren, of hun knechten, in werking gezet wanneer dat nodig was.

Tot 1928 is de molen in bedrijf als schepradmolen. Dan wordt een elektrisch aangedreven vijzel geplaatst. Geleverd door machinefabriek Spaans uit Haarlem. Met ijzeren roeden van 19.30 meter en een gietijzeren as. Voor deze aanpassing moesten de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland toestemming geven, aldus schrijft de toenmalige polderbestuursvoorzitter J.W.A. Lefeber.

In 1943 kocht de gemeente de molen. Voor een symbolisch bedrag van 1 gulden. Grote herstelwerkzaamheden aan het kruiwerk werden hierna uitgevoerd.
Toen er in het voorjaar van 1945 geen elektriciteit meer geleverd werd heeft men de polder met behulp van een automotor bemalen.
In 1973 was er, door het lange stilstaan ( sinds 1928 was er elektrisch bemalen), weer een restauratie nodig. Vanaf die tijd werd de zemelpoldermolen bemalen door leden van het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Jan van der Veek en later Pieter van der Veek en zijn vrouw Helga zijn zeer betrokken bij de molen. Er wordt regelmatig gewezen op het feit dat de molen vanaf de 60er jaren van de vorige eeuw steeds meer omsloten wordt door bebouwing en begroeiing.

De molen was rijksmonument, maar werd na de brand in 1999 van de monumentenlijst geschrapt. Alleen de veldmuren bleven na de brand over.
De molen werd weer naar zijn oorspronkelijke vorm gereconstrueerd, dus geen elektrisch aangedreven vijzel, maar weer als vanouds met een scheprad.

Dit kon ook omdat de vijzel in 1928 in de watergang van het scheprad was geplaatst.

De wederopbouw van de molen was mede mogelijk door een inzamelingsactie onder de burgerij. (april 2000). In 2003 was de molen weer herbouwd. Molenmaker was Verbeij. In het gras naast de molen ligt de bovenas van zijn voorganger, die na de brand is afgekeurd.

De molenwerf is redelijk oorspronkelijk. De molenbiotoop is aangetast door omliggende bebouwing en beplanting. Er is te weinig ruimte om de molen.
Vrijwilligers zorgen er voor dat de molen geregeld draait. De molen staat sinds 2008 op de gemeentelijke monumentenlijst.

De Zemelpoldermolen in 1935

De Zemelpoldermolen verloor zijn wieken in 1950 door een storm

1ste Poellaan 65 - Poldermolen van de Zemelpolder

De molen na de herbouw in 2003