Artikelen die betrekking hebben op de geschiedenis van Lisse en haar bewoners

Zemelpoldermolen geen Rijksmonument

De nieuwe Zemelpoldermolen kan geen Rijksmonument worden.

Nieuwflitsen

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 4, oktober 2006

De Zemelpoldermolen aan de Eerste Poellaan in Lisse staat niet meer op de lijst van Rijksmonumenten. Tot de fatale brand in 1999 was het wel een Rijksmonument. Na de herbouw met giften van de Lissese gemeenschap vond de Rijksdienst voor de Monumentenzorg het geheel te weinig authentiek geworden. Men informeerde de gemeente dat schrapping van de Rijksmonumentenlijst dreigde. Lisse had echter nog

wel de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Men was van mening dat bezwaar aantekenen succes zou kunnen hebben, omdat nogal wat restanten bij de herbouw waren gebruikt en er in het land meerdere voorbeelden zijn van op eenzelfde manier herbouwde objecten die wel in aanmerking kwamen voor de status van monument. De formulieren werden evenwel een dag te laat ingediend. Daardoor verdween de molen automatisch en voorgoed van de monumentenlijst. Wethouder Guus Mesman (PvdA), die Monumentenbeleid in zijn portefeuille heeft, vindt dat jammer. ‘Maar,’ zei hij, ‘elk nadeel heeft zijn voordeel: het betekent dat Lisse minder geld kwijt is aan onderhoud.’ Om erkend monument te worden zouden in de wijde omgeving van de molen bomen geveld moeten worden zodat de wind vrij baan zou krijgen. (Bron: Witte Weekblad/De Lisser).

De Zemelpoldermolen is één van de gemeentelijke monumenten

OORLOGSPARELTJE: Dagboekje van Anneke Ruys 1943 – 1945

Van het dagboek is een boekwerk gemaakt met de naam ‘T WORDT VAST GAUW VREDE. Anneke, geboren in 1929, was de dochter van de bekende dochter van dominee Ruys.

Jaargang 19 nummer 2, 2020

door Ria Grimbergen

Kinderen Ruys; het oudere meisje links is Anneke.

“Het is tien minuten over twaalf. Veel heb ik dus nog niet beleefd in het nieuwe jaar. Nu ga ik slapen”.

Deze zinnetjes vormen het begin van het dagboek van de Lissese predikantsdochter Anneke Ruys, geschreven in de nacht van 1 januari 1943. Anneke is dan bijna veertien jaar oud. Zij is een van de vele
Nederlandse meisjes die in de donkere oorlogsjaren de pen oppakken om hun belevenissen op te schrijven.
Het dagboekje geeft een onopgesmukt beeld over hoe het is in oorlogstijd op te groeien. Anneke is het derde kind in het gezin van acht van Theodorus Ruys en Alberdiena Belgraver. Het oudste jongetje overleed al in 1932 op zevenjarige leeftijd. Vader is predikant bij de Gereformeerde Kerk. Hij werd in 1920 beroepen en zou tot zijn dood in 1953 hier in functie blijven. Niet verwonderlijk dat het kerkje aan de Heereweg 105 wel ‘Het kerkje van Ruys’ werd genoemd.  Nu heeft mem  het over de Klister, naar het gemeenschapsgebouw dat bij de kerk is gebouwd.

Het gezin Ruys woonde op de Heereweg 103. In de eerste anderhalf jaar van het dagboek kabbelt het dagelijks leven van de familie ondanks de oorlog rustig door. De verjaardagen van de kinderen worden gevierd met taart en een versierde stoel en cadeautjes voor de jarige. Anneke heeft pianoles, tekent
en kleurt en speelt kaartspelletjes als ‘zestienen’ en ‘pang’. Haar neus snuit ze in een oranje zakdoek. Ze is dol op de avonturen van ‘Joop ter Heul’ in de meisjesboeken van Cissy van Marxveldt en wilde dat ze zo leuk kon schrijven als Joop dat doet in haar dagboek. Ze bewondert de tekeningen van Rie Cramer en verzamelt haar boekjes over de maanden van het jaar. Een grote gebeurtenis is de geboorte van zusje Truusje op 2 april 1943. Ook uitstapjes blijven tot ver in de oorlog tot de mogelijkheden behoren: naar Groenendaal, roeien op de Kagerplassen, naar het zwembad in Velsen. Een fietstochtje naar Bloemendaal op 3 mei 1943 met haar broers loopt uit op een angstig avontuur als ze getuigen zijn van een hevig luchtgevecht tussen Britse bommenwerpers en Duitse jachtvliegtuigen, waarbij boven Bennebroek een bommenwerper wordt neergeschoten en brandende brokstukken op het dorp neervallen. De Engelsen verloren tien van hun elf bommenwerpers. ‘Vlak boven ons liet een vliegtuig wat
vallen, ik zei: “Dat is een bom”. ’t Is gewoon niet in te denken hoe angstig. Aan alle kanten vliegtuigen om je heen, geschiet’. ‘Het vliegtuig is over heel Bennebroek verspreid. Overal is wat neergekomen, ik weet niet of het een stuk vleugel of een parachute was die ik voor een bom aanzag. Half acht waren
we thuis’.
Een half jaar voordat Anneke haar dagboek begon was vader Ruys gevangen gezet in de beruchte Scheveningse gevangenis het Oranjehotel wegens belediging van de Duitse bezetter. Hij heeft daar vastgezeten van 16 juni 1942 tot 22 juni 1942 en werd daarna in vrijheid gesteld. Deze ingrijpende gebeurtenis droeg later bij aan de beslissing de radio in te leveren.
Donderdag 17 juni 1943 schrijft Anneke: ‘Het radio inleveren is ook een probleem. Eerst zeiden vader en moeder: “Niet doen, je bent wel gek als je het doet”. Maar bij mevrouw Montagne hebben ze moeder
weer bang zitten maken. “Straks zit dominee weer in de gevangenis en dan trekt u de haren uit uw hoofd, dat is die radio niet waard”. Nou vader wilde het wel doen, maar toen moeder dat zei: “Je wilt natuurlijk eens een eind hebben aan dat toegeven, maar iedereen laat je in de steek”, nou toen kwam er een telephoontje van de burgemeester dat G. [een NSB’er, R.G.] de lijsten aan wie hij een radio geleverd had, gegeven had, en dat vaders naam er ook op stond. Ze hadden de burgemeester [Van Rijckevorsel] al gewaarschuwd met strafkampen voor hen die ze niet inleverden. Dus nou doen we het’. Anneke’s sociale leven speelt zich af in familiekring en op school. Zij is leerlinge op de Nederlands Hervormde ULO-school in de Lisbloemstraat, waar meester L. Bunt de leiding heeft, die zij als pubermeisje een ‘petvent’ vindt. Anneke zwerft in de oorlogsjaren met haar klas van het ene gebouw naar het andere. Dinsdag 12 mei 1943 is de school gevorderd en tekent ze op waar ze sinds september 1939 heeft schoolgegaan. Dat zijn achtereenvolgens de hervormde kleuterschool, de openbare kleuterschool, de Tuinbouwschool, het patronaatsgebouw, het kantoortje bij Van Zanten [waarschijnlijk het bloembollenbedrijf Veldhuyzen van Zanten], de HBG, de openbare school en een huis op de Von Bönninghausenlaan. Een jaar later heeft ze van 25 april tot 11 mei op de hervormde school les gehad, maar dan wordt het gebouw gevorderd door de SS en gaat ze weer naar de tuinbouwschool. Haar ervaringen sluiten aan bij die van Puck de Vroomen, die hiervan aan de Verhalentafel verslag deed (zie pag. 21).

De volgende gebeurtenis van maandag 19 april 1943 zal zich op de locatie in de Lisbloemstraat hebben afgespeeld: ‘De paarden zaten op ’t schoolplein en toen zo’n hoge op een paard aan ’t slaan was met zo’n zweep en ’t beest op z’n kop en overal met die gemene zweep sloeg, nou toen ging mijnheer [Bunt] voor ’t raam staan en hij dacht niet meer aan ons en wij allemaal voor ’t raam kijken. Even later toen we weer zaten, begon hij (mof) weer en ik vond ’t zo gemeen. ’t Paard stond notabene stil’.
Op 12 juli 1944 legt ze haar mondeling examen af in Den Haag en slaagt voor haar ULO-diploma. Dinsdag 9 februari 1943 werden door het hele land jongens en mannen van twintig tot dertig jaar opgepakt. De volgende dag is Anneke getuige van een gesprek tussen haar ouders. ‘s Morgens kwam ik thuis en toen hadden Moeder en Vader ’t ergens zo druk over, ik vroeg wat er nu weer was gebeurd. Moeder zei dat ze van de hoogste klassen van de gymnasia en lycea de jongens wegpikten (’t is oppikken of weghalen, maar nu heb ik van allebei maar wat genomen.) Vader was niet zo bang voor Jan maar moeder wel. Vader moest naar Amsterdam en toen werd moeder na ’t eten door Dominee Kuiper [Ds. P. D . Kuiper, predikant in Sassenheim, R.G.] opgebeld dat de overvalwagen in Sassenheim was en dat hij zodirect in Lisse kwam, dus we moesten zorgen dat Jan niet thuis was. Maar Jan was nog niet thuis uit school. Moeder in de piepzak. Maar gelukkig, daar kwam hij aan. Toen ging ik naar de familie Montagne om te waarschuwen voor die jongens daar’.
Eind augustus 1944 lijkt de bevrijding nabij en schrijft Anneke ‘Het wordt vast gauw vrede’. Op 4 september ‘Er is hier zo wat geen enkele mof meer. Wat zullen we feesten. Bjour!’ Dinsdag 5 september, ‘de gekke dinsdag’ [nu bekend als Dolle Dinsdag], ‘Breda is vrij. Ik geloof dat ik gek word. Rotterdam hebben ze. In de buitensteden van Leiden vlaggen ze al en Delft zijn ze al voorbij. Als het goed gaat kunnen ze om 3 uur hier zijn’. De teleurstelling dat de opmars van de bevrijders gestuit is, is groot. De familie Ruys gaat als alle Lissers een zware tijd tegemoet. In haar dagboek houdt Anneke het verloop van de oorlog bij. De sfeer wordt steeds grimmiger. In september worden de fietsen gevorderd en op zondag 16 september schrijft Anneke: ‘Erge dingen: we hebben zowat geen gas meer. Over veertien dagen krijgen we een gaarkeuken. We hebben vandaag het laatste pond zout gehad tot na de oorlog’. ‘Elke dag wordt er geschoten op treinen en trams. Eerst waarschuwen de Engelsen door er een keer over heen te vliegen en dan kunnen de mensen uitstappen’. ‘Wat een tijd. Als je het huis uitgaat moet je opletten dat je niet opgepikt wordt en je fiets is nergens meer veilig. Zit je in de tram dan mag je blij zijn als je levend thuiskomt (wij zitten er niet meer in)’ ‘Vanmiddag zijn we hout wezen halen in het bos. Vreselijk gevlogen en treinen en nog wat beschoten. Onder de bomen gezten voor dekking. Gerrie bang [Gerrie is het broertje van zes]. Allemaal trouwens.’ In november wordt de elektriciteit afgesloten. Spinaziebrood, tulpenbrood en bietenbrood staan op het menu. Haar zestiende verjaardag op 21 februari 1945 wordt gevierd met vele zelfgemaakte cadeautjes: zakdoekjes, een vingerdoekringetje, een doosje door
moeder beschilderd, plantjes en van vader een gouden ringetje dat van moeder is geweest. Een feestmaal met pannenkoeken met appelmoes en pudding met peertjes en een tante die een taart brengt. Anneke heeft dan een baantje bij de gaarkeuken, de Centrale Keuken. ‘Verdien 5 gulden en minstens twee
porties eten’.

Huis en kerk van Ruys aan de Heereweg en het ‘Klisterlaantje’. Er stond niets tussen hun huis en de v1 lanceerinstallatie.

Woensdag 7 maart is een angstige dag als er een razzia wordt uitgevoerd. Anneke’s oudere broer Jan is thuis. ‘Opeens, even na het “koffie” drinken liepen er twee moffen langs de ramen en toen weer terug naar voren. Vader en moeder vlogen meteen naar de deur en vader riep naar boven: “Jan, naar boven”. De serre wordt overhoop gehaald. Anneke haalt een foto van de kinderen Ruys, waarop broer Jan er al
volwassen uitziet, van de piano en uit de lijst en zegt tegen Juffie: “Stop in uw broek”. ‘Helemaal verfomfaaid is ie er weer uitgekomen. Jan is in elk geval niet gepakt. Wel die jongens van Nieuwenhuis en Cammenga. In het geheel een stuk of veertig’. Het bos is afgezet en voorbereidingen voor de installatie van een V1-lanceerinstallatie, die projectielen zal afschieten naar Engeland, worden getroffen. ‘We hebben een nieuwe burgemeester van 28 jaar’ schrijft Anneke. Het is de Limburgse NSB’er H. J. Vandeberge, in september gevlucht uit het bevrijde Limburg. Hij vervangt burgemeester Van Rijckevorsel, die eind januari onderdook in het broederklooster in de Engel. In huis ben je niet langer veilig. Bommen vallen op het spoor en door de luchtdruk springen twee ruiten. Oma, die voor een ruit zit, wordt door de luchtdruk op de grond gegooid. ‘Ik ben de laatste dagen zo vervelend. Niets is er wat eigenlijk nog mooi is. Nergens is een stukje bos of iets moois waar je kunt genieten en naar toe vlucht. En toch heb je hulp. Ook het verlangen helpt, als je er naar kijkt’. Eind maart blazen de Duitsers de
V1-lanceerinstallatie in Keukenhofbos op en sneuvelen in het huis aan de Heereweg vijf ruiten. Het glas-in-lood in de tussendeuren is door de luchtdruk verwrongen.
Dinsdag 10 april noteert Anneke: ‘Zo dat is weer lelijk tegengevallen. ’t Is weer hopeloos mis. De moffen zitten hier nog’. ‘Ze schreven gisteren ook inde Oranje-koerier: Als er geen kans op grotere narigheid in West-Nederland en kans op bittere strijd in Noord-Oost Nederland bestond, zouden we uiting kunnen geven aan onze vreugde over de ineenstorting van het derde Rijk, wat nu werkelijkheid begint te worden. Een paar dagen zijn we dan ook aards-pessimistisch geweest. Moeder vooral en toen werd ik ’t ook. Nergens was meer uitkomst. Straks Duitsland veroverd en hier nog oorlog, geen eten, geen water’.
‘Maar vandaag is ’t een beetje over. want moeder is bij iemand geweest die zei: “’t wordt nu juist beter want alles blijft nu in Nederland”. Dat is ook zo, want we hebben volop verse groenten, We worden haast doodgegooid met lof.

Dus we hebben weer hoop’.
‘Vrijdag 4 mei om half 9 vrij!! ’t Is vandaag zaterdag. Gisteravond (ik was vroeg naar bed gegaan) er weer uitgetrommeld want we waren vrij. Op straat met half Lisse gedraafd en ’t Wilhelmus gezongen. Vanmorgen om 8 uur is de capitulatie eindelijk begonnen. Nu wachten op de Canadesen’. Dinsdag 8 mei ‘Gisteren NSB’ers oppakken geweest en naar de Gereformeerde school gebracht. ’s Avonds meiden oppakken, maar pas één geknipt’. Maandag 14 mei 1945: ‘Zaterdag groot feest gehad. De hele week was het ’s avonds iets, bijvoorbeeld muziek en dan iedereen er achteraan, Woensdag is de bijeenkomst geweest. Zaterdag hadden wij het ponniekarretje versierd. Gerrie, Jenneke, Willie en Ajo zijn er in
mee geweest achter de stoet. Allemaal wagens en kinderen en grote mensen. Daarna een vreugdevuur. Corrie en ik zijn steeds samen geweest’ ‘Ik ga een boek voor Truusje schrijven en hou hier mee op. Ik wil niet graag gauw oud worden, als ik dit overlees als ik oud ben, wat een gek gevoel zal ik dan hebben. Nu is alles nog voor me en dan weet ik alles hoe het gegaan is’. Anneke Ruys publiceerde haar dagboekje in 2005 bij uitgeverij Kirja, met enige aarzeling, maar in de hoop dat het voor ouderen herinneringen zou
oproepen aan een gezamenlijk beleefde geschiedenis en dat jongeren door haar verhaal begrip voor deze periode zouden krijgen. We hebben ervoor gekozen Anneke door letterlijke aanhalingen uit haar dagboek zelf zoveel mogelijk vorm te laten geven aan dit Pareltje uit de bibliotheek van de VOL. Aanvullende informatie kwam uit het boek van Herman van Amsterdam en Peter van der Voort: ‘Een bollendorp bezet, Lisse ’40-‘45’.
Anneke is geboren te Lisse op 21-02-1929. Zij overleed op 12-04-2016 op 87-jarige leeftijd in Purmerend.

De Grote Kerk op het Vierkant in 1800: DE KERK VOOR DE GELOVIGEN, DE TOREN VOOR DE GEMEENTE

Allerlei perikelen tussen de Hervormde Gemeente en de burgerlijke gemeente van Lisse worden besproken, evenals de problemen tussen de katholieken en de protestanten rond 1800. Zo gaat het er over wie eigenlijk het eigendom heeft van de grote kerk. De gemeente wil bijvoorbeeld de armoedebeleid van buitenkerkelijken overdragen aan de Hervormde Gemeente. Ook over het gebruik van de toren ontstaan problemen met de gemeente Lisse

NIEUWSBLAD Jaargang 4 nummer 1, januari 2005

Redactie

Na de Reformatie, de grote her­vorming in de christelijke kerk, en de furieuze Beeldenstorm in het begin van de 16e eeuw, waar­bij vele katholieke kerkgebouwen in protestantse handen overgin­gen, waaronder ook de in 1461 gebouwde Sint Aagtenkerk aan het Vierkant in Lisse, konden de rooms-katholieken in ons land hun geloof slechts uitoefenen in schuilkerken. Dat veranderde mondjesmaat nadat de Nationale Volksvergadering in 1796 zich had uitgesproken voor de scheiding van kerk en staat.

Hoe verging het in die tijd de protestanten en katholieken in Lisse?

In Lisse hebben de predikanten de aantijgingen tegen de ‘Religie der Papisten Stouticheyt’ zo’n beetje gestaakt. Dat de burgerlijke autoriteiten de rooms-katholieken — tegen betaling — laten begaan in hun schuilkerk aan ’t Mallegat, is de gereformeerde (later hervormde) predikanten al die jaren een doorn in het oog geweest. Rond 1680 is er in de hele streek een soort gedoogbeleid ingetreden ten aanzien van het houden van bijeenkomsten door rooms-katholieken. Vanaf die periode durven rooms-katholieke priesters ook weer doop- en trouwboeken te gaan bijhouden.

Ironisch genoeg staan de Lissese ambachtsheren, die altijd rooms-katholiek zijn gebleven, aan het hoofd van de protestantse kerk. De heren van Dever controleren de kerkrekening en beslissen formeel over de benoeming van een nieuwe predikant. In zijn tijd heeft ambachts­heer Johan van Schagen een privékapel laten inrichten in ’t Huys Dever. De ambachtsheer wil de kerkenraad kennelijk niet voor het hoofd stoten door de mis bij te wonen in de kerk aan ’t Mallegat. Lisse heeft een dichter en troubadour, Jan de Graaf, die geen ‘papen-hater ‘ heet te zijn. Na een bezoek aan de rooms-katholieke schuilkerk schrijft hij verzoenend:

‘k Zie de Roomsche kerk haar deuren opgedaan Nu vlijt mijn plicht om binnen in te gaan Mijn ziel verrukt, mijn oor gestreeld, mits deezen Vermits Gods naam zo hooglijk wordt geprezen’.

Het loopt niet goed af met Jan de Graaf. Hij is in 1795 betrokken bij een aanslag tegen de Franse troepen, wordt gevangen genomen en sterft in een Leidse kerker. Tegen betaling van 600 gulden krijgt zijn weduwe uiteindelijk toestemming om hem bij de Lissese dorpskerk te laten begraven. Dat de rooms-katholieke kerk weer wat meer armslag krijgt, blijkt ook uit het feit dat pastoor Cornelius van der Valck in 1798 in het oorspronkelijke priestergraf in de oude dorpskerk mag worden begraven.

Nu de ‘heerschende kerk’ heeft afgedaan maken de Lissese rooms­-katholieken aanspraak op het oorspronkelijke kerkgebouw aan het Vierkant. Koning Lodewijk Napoleon wijst de dorpskerk echter toe aan de gereformeerden en de toren aan de burgerlijke gemeente. De toren wordt door de koning als strategisch uitkijkpunt liever niet in handen van de goed met ‘Oranjeklanten’ bemande kerkenraad gegeven. Er moet in Lisse worden onderhandeld over een afkoopsom. Na een hoog opgelopen ruzie die kennelijk doorklinkt in Den Haag, reist assessor (assistent-rechter) Van Hoogstraten naar Lisse en roept ‘enige wynige der Notabelste Ledematen’ in het Reghthuys —de Witte Zwaan— bijeen. Daar doet de gereformeerde kerkenraad een bod van 1000 gulden, wat door de rooms-katholieken wordt afgewezen. De rechter is echter van mening dat de gereformeerden niet meer ‘konden lijden’ en stelt de Koning voor de Lissese rooms-katholieken een geld­bedrag te schenken voor een nieuw kerkgebouw. Dit zal overigens in 1842 pas daadwerkelijk zijn beslag krijgen. De parochie laat een eigen kerk bouwen op ‘De Mossenhof’ schuin tegenover de oorspronkelijke Agathakerk.

Buyten-armen

De eerste schermutselingen tussen kerk en gemeentebestuur van Lisse betreffen de armenzorg. De kerk maakt van oudsher onderscheid tussen ‘diaconie-armen’ en ‘buytenarmen ‘. De zorg voor de ‘buyten-armen \ die geen lid zijn van de kerk, wordt overgelaten aan de burgerlijke gemeente. Maar de municipaliteyt besluit op 30 maart 1795 de ‘buytenarmen’ met ‘overgaan van de effecten en goederen’ aan de Diaconie van Lisse over te dragen, inclusief de ambtenaren (de (buyten-armmeesteren’) die met de zorg voor deze armen zijn belast. Dit is nog niet zo slecht bekeken van het gemeentebestuur, want de bezittingen zijn al lang niet meer toereikend om daarvan de ‘buyten-armen’ te onderhouden. Als het gemeentebestuur deze verliespost kan afschuiven naar de kerk, raakt de burgerlijke gemeente op eenvoudige wijze een hardnekkig begrotingstekort kwijt. De kerk ziet er echter weinig heil in om de failliete boedel over te nemen en meldt dit ook fijntjes aan de burgerlijke gemeente. In de brief aan de ‘Provisioneele Municipaliteyt’ schrijft de kerkenraad dat zij wel bereid is de zorg van de ‘buyten-armen’ op zich te nemen, als ook de middelen waaruit die armen bedeeld moeten worden, op het vereiste peil worden gebracht en meldt: ‘Indien de lusten aan de Diaconie zouden worden ont­nomen, zy zig ook van de lasten zal ontdoen’ en de ‘Buyten-armen in dat geval weer aan de municipaliteyt zal overlaten.

De municipaliteyt dreigt uiteindelijk met strenge maatregelen: ‘De Municipaliteyt refereert zig daarom by haare genoomene en aan den Kerkeraad toegezondene Order, zullende by hun, in geval van non-voldoe­ning aan dezelve zoodanige maatregelen worden genoomen, als zy vermeenen zullen te behoeven’.

De in de hoek gedreven kerkenraad slaat keihard terug. Is het jarenlang gebruikelijk geweest dat de ambachtsheer de boeken van de kerk contro­leert, nu mag de kerk (ook de rooms-katholieke kerk) ‘op Dorpsrekening’: uit naam van het volk de gemeentefïnanciën controleren. Deze zitting is vooral bedoeld als een notabel borreluurtje, maar de kerkenraad bestaat het niettemin om de gemeenterekening met een protestnota—van acht bladzijden—af te wijzen. In de aanhef staat: ‘De Kerkeraad zal dan met die cordaatheyd die een waar vaderlander eygen is, onder het oog van de Provisioneele Municipaliteyt de navolgende remarqués brengen’.

Remarqués

En de ‘remarqués’ liegen er niet om. Zo vraagt de kerkenraad onder ande­re opheldering over de schuld aan de gemeente van de juist overleden gemeente-ontvanger Sennepart, wegens het aanwenden van gemeentegelden ten eigen bate. Over de declaraties van de schout en de secretaris schrijft de kerkenraad: ‘welke in die Reekeninge zoo menigvuldig zyn, dat dezelve een goed gedeelte van die reekeningen uytmaaken, merkelijk ten voordeele van bet dorp en ambagt zouden kunnen vermindert worden’. Van de municipaliteyt wordt voorlopig niets vernomen. Kerk en gemeente zijn door de splitsing van het bezit van kerk en toren echter tot elkaar veroordeeld. Dit leidt pas na enige tijd tot noemens­waardige problemen. De kerk eist zeggenschap over de bomen rond de — toen enige — begraafplaats bij de kerk. Het kerkbestuur wenst verder alleen mee te werken aan de begrafenis van niet-hervormden, als men bergruimte krijgt in de gemeentelijke toren en het recht op onbeperkt klokluiden.

Als het kerkbestuur alvast een begin laat maken met het snoeien van de bomen, besluit de burgemeester het snoeigereedschap in beslag te nemen en vaardigt bij een verbod uit op het klokluiden. De gemeente wil name­lijk niet dat de toren wordt gebruikt voor kerkelijke doeleinden. De berg­ruimte in de toren is gereserveerd voor de gemeentelijke brandspuit. Het blusvoertuig moet daar bij epidemieën kunnen worden geparkeerd, als de vaste ruimte voor de brandspuit wordt gebruikt om de doden te bergen.

De gemeenteraad vindt het allemaal een beetje triviaal en onder aanvoe­ring van het raadslid Van Stockum (tevens notaris) wordt met de kerkenraad het volgende compromis gesloten: het kerkbestuur stelt 120 meter grond ten westen van de toren beschikbaar als algemene begraafplaats. De gemeente zorgt voor een achteruitgang naar de Achterweg, toegang voor de klokkenist en brandspuit. Kerk en gemeente verlenen elkaar vrije toe­gang tot de kerkklok en het orgel. De hervormden krijgen hun bergruimte in de toren en mogen naar eigen inzicht de (gemeentelijke) bomen rond de begraafplaats snoeien. Aan te nemen valt dat ook het in beslag genomen snoeigereedschap weer is teruggegeven.

De toren is op 2 juli 1997 voor het symbolische bedrag van een gulden door de gemeente Lisse verkocht aan de Hervormde Gemeente. Daarbij heeft de burgerlijke gemeente ook subsidie toegezegd voor noodzakelijk onderhoud in de toekomst.

* De tekst is afkomstig uit hoofdstuk 6, ‘Kerk en kerkelijk leven’, uit het kortgeleden ver­schenen boek De Duin- en Bollenstreek in vogelvlucht, landschap, leven en werken omstreeks 1800 onder redactie van Jan Beenakker en Reinout Rutte, uitgave 2003 Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek, Lisse,  in samenwerking met Primavera, Leiden.

De penning van de Vereniging Oud Lisse ging in 2004 naar de Hervormde Gemeente in Lisse vanwege de prachtige renovatie van het oude kerkgebouw aan het Vierkant. De penning werd in ontvangst genomen door Flip van Hoven, voorzitter van de Kerkvoogdij, IJsbrand de Klerk, 2e voorzitter en Thomas ’t Wout, bouwkundig adviseur.

 

VAN WILDLUST IS ALLEEN EEN SLAKKENHUIS OVER

De geschiedenis van buitenplaats Wildlust wordt besproken. Het geheel bestond uit een ‘herenhuizing, tuinmanswoning, schuur en verder getimmerte en met de landerijen, bossen en duinen groot 14 morgen. Coenraad Jacob Temminck kocht het in 1819 van Casparus Henricus Wolff.

Hulkenberg, A.M.

NIEUWSBLAD Jaargang 4 nummer 1, januari 2005

De villa Wildlust op de hoek van de Zwartelaan en de Heereweg moet van de Provincie gesloopt worden om plaats te maken voor een verkeersrotonde. Dat is jammer voor dit fraaie en beeldbepalende pand, dat overigens geen status heeft van gemeentelijk of rijksmonument. In feite doet dan ook alleen de naam nog denken aan het buiten dat hier in de eerste helft van de 18e eeuw werd gebouwd.

door A.M.Hulkenberg

In 1733 bestond Wildlust nog niet. Toen was ter plaatse aan de Zandsloot ten noordwesten van de Lisserbrug op het huidige bollenland van Grullemans een bleekveld met een bouwhuis ( een boerenhuisje). Dit bleekveld behoorde met alle duinen ten noorden van de Zandsloot aan de eigenaar van het Hof van Hillegom, Jhr. (Cornelis) Ascanius van

Sijpesteyn. Op dit bleekveld, doorsneden door veel slootjes met helder duinwater werd door regelmatig “hozen” in het zonlicht de was gebleekt. Iets verder van de weg stond op het gras een fraaie tuinvaas, waarop de bewoonster van Zandvliet, Jkvr. Adriana C. Sohier de Vermandois (“de Mammesel”) uit haar zijraam een fraai uitzicht genoot. De rest bestond uit “houtbos”.

Buitenplaats van apothecar

In 1742 was de “blekerij” al niet meer in gebruik en beplant met “wilgeplanten”. Later vindt men aldaar de tuinen van “de buitenplaats genaamd Wildlust”, die op 2 augustus 1814 “bij titel van koop bij gerechtelijke uit­winning” in handen was gekomen van “de Heer Casparus Henricus Wolff, chirurgijn en apothecar” te Lisse. Wolff ging echter niet zelf op Wildlust wonen; het was verhuurd aan “den WelEdelGeboren Heer Coenraad Jacob Temminck, landeigenaar, wonende te Amsterdam op de Herengracht bij de Leidsegracht”, aan wie Wolff op 30 januari 1819 Wildlust voor f 10.000 verkocht.

Het geheel bestond uit een “herenhuizing, tuinmanswoning, schuur en ver­der getimmerte en met de landerijen, bossen en duinen groot 14 morgen tot de gemelde buitenplaats behorende en om en bij dezelve gelegen.” De verkoper verklaarde “niet in te staan voor de tegenwoordige staat der gebouwen”, hetgeen erop wijst, dat ze al niet nieuw meer waren.

Roemrijke bioloog

Het oog der liefde ziet niet ver: Temminck trouwde met Anna Agnetha Smissaert, de dochter van Marinus A.P. Smissaert, de eigenaar van (het buiten) Veenenburg en van de duinen die aan de noord- en westzijde Wildlust omsloten.

Coenraad Jacob Temminck, geboren te Amsterdam op 31 maart 1778, was een verdienstelijk dierkundige. Op achttienjarige leeftijd aanvaardde hij een winstgevende betrekking bij de Oostindische Compagnie, legde zich tevens met ijver toe op de beoefening der biologie, werd door koning Lodewijk benoemd tot kamerheer en ridder van de Orde der Unie, nam in 1813 als luitenant bij een vrijkorps te paard met geestdrift deel aan de afschudding van het Franse juk en zag zich in 1820 benoemd tot directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden. Nu werden op zijn aandringen geleerde mannen naar verschillende werelddelen uitgezon­den om exemplaren uit het dierenrijk voor het museum te verzamelen. Met onvermoeibare volharding bleef bij daarvoor werken, totdat hij op de 30ste januari 1858 door de dood werd weggerukt.

Wijngaardslakken

Ook op Wildlust bleef hij de biologie trouw. In 1827 kwamen daar wijn­gaardslakken voor, waarvan nog steeds een schelp te Leiden bewaard wordt. “Professor Temminck” heeft veel voor de uitbreiding en verfraaiing van Wildlust gedaan. In 1828 kocht hij boer­derij en landerijen van het voormalige Zandvliet en hij bestelde voor Wildlust duizenden eiken en honderden sierheesters bij de firma, die toen “Cornelis de Graaff en Zn” heette. Zo bracht onze Jan hem posthuum nog een laatste groet:

Geachte Heren, die U ’s zomers komt vermeien

In dit district, en aan de groene weiden

In ’t lommer van Uw lustpaleizen woont

En uwe gunst aan deze plaats betoont,

Verheug u lang nog in het buitenleven,

Totdat hij in een lustplaats wordt verheven

Daar nooit geen damp of gore noorden wind

U aan uw huis of enge kamers bindt,

Maar waar de zon en d’heldere zomerdagen                        .

Steeds zonder eind verschijnen met behagen,

Daar nooit geen druk ofscheidgalm zich verspreidt.

Leef zaliglijk tot in de eeuwigheid!

Slakkenhuis in museum

Na de dood van de Weduwe Temminck in 1865 viel Wildlust toe aan haar tweede zoon Marinus, naar wie de boerderij Oud-Zandvliet later “Marinus” werd genoemd. Hij liet enige tijd later het oude Wildlust slopen en vervangen door een nieuw huis, dat met de tuinen omstreeks 1930 (correct is 1924 – redactie Nwbl) verdween.’ Van (de buitenplaats) Wildlust is niets meer over, behalve dan een slakkenhuis in het Museum van Natuurlijke Historie te Leiden.

Slotopmerking

Tot zover het relaas van Fons Hulkenberg zoals dat gedrukt staat in zijn broek ’t Roemwaard Lisse, 1971, 2e druk 1998. Het door Marinus Temminck gebouwde huis kwam in het bezit van de Graaf van Lynden en is in 1924 gesloopt. De fami­lie Grullemans liet in dat jaar de huidige villa bouwen. Die is in 1964 gekocht door de familie A. de Regt, waarvan thans nog weduwe De Regt in het huis woont.

Het buiten Wildlust. Tekening in Oostindische inkt door P.J.Lutgers (1808-1874). GemeenteArchief Leiden

De statige villa Wildlust die in 1924 werd gebouwd en nu van de provincie gesloopt moet worden ten behoeve van een verkeersrotonde.

Archeologie via internet

De cultuurhistorische waarden van archeologie, landschappen en nederzettingen in ZH worden gedigitaliseerd door de provincie. Zij zijn te zien op www.zuid-holland.nl/GS.

Nieuwsflitsen

NIEUWSBLAD Jaargang 4 nummer 1, januari 2005

In 2002 heeft de provincie Zuid-Holland de cultuurhistorische waarden van de archeologie, landschappen en nederzettingen in Zuid-Holland inge­tekend op kaarten en voorzien van toelichtingen, ook die van de Duin- en Bollenstreek. Tot nu toe waren ze alleen in gedrukte vorm beschikbaar. De provincie heeft ze nu gedigitaliseerd en op internet gezet: www.zuid-holland.nl/chs. Hierdoor zijn ze nu voor iedereen gemakkelijk toegankelijk. De Provincie wil met deze activiteit stimuleren dat de cultuurgeschiedenis een grotere rol gaat spelen bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.

Archeologische kaart Lisse

 

Archeologische kaart Lisse legenda

BIJ DE HARTPAGINA: De bevrijding 75 jaar

Redactie

Jaargang 19 nummer 2, 2020

Het hele land vierde feest, wat een opluchting! Vlaggen uit de mottenballen wapperen in alle straten. Verkleedpartijen 0veral. Optochten, bijeenkomsten, het kon allemaal weer. Legervoertuigen van de bevrijders rijden nu over de Heereweg. Iedereen wilde wel zien wat de Duitsers hadden achtergelaten
in het bos. Al wat eerder hadden ze zelf de V1 lanceerinstallatie opgeblazen, een hoop verwrongen staal was het resultaat. Burgemeester Van Rijckevorsel was blij dat hij nu uit zijn schuilplaats kon komen. Hij was zolang als broeder in het klooster getreden, en voelde zich weer vrij zonder de pij en deed zijn ambtsketen weer om de nek. Kapelaan Wuijster was juist blij bevrijd te zijn van de ketens van Dachau, in zijn pij voelde hij zich juist weer vrij. Victorie, vrede, vier de vrijheid. Samen zingen, huldezangen en uit volle borst het Wilhelmus. E n ‘Op de hoek van de straat, staat een NSB’er, ‘t is geen man, ‘t is geen vrouw, ’t is een farizeeër. Met een krant in de hand, staat hij daar te venten. Hij verkoopt zijn vaderland, voor vijf losse centen.’ Niet zachtjes of stiekem neuriënd, zo hard als je maar kon terwijl het over het schoolplein galmde, waar de kapper grijnzend jonge dames kaal knipte die verliefd waren geworden op een Heinz of Günter. De meesten van hen waren ook liever bij hun moeder thuis was gebleven. Ach en neem nu Trees, die deed het liever met een Canadees. Misschien waren al die verliefde meisjes een beetje in de war. ‘Make love, not war’, zou Misschien waren al die verliefde meisjes een beetje in de war. ‘Make love, not war’, zou Churchill hebben kunnen zeggen. Na 75 jaar vrijheid kunnen we wel vergeven, vergeten doen we niet, als de vrijheid je lief is.

Foto’s van 75 jaar bevrijding

ZESKAMP OLYMPIADE 1971-1972

Lisse wilde graag mee doen met Zeskamp van de NCRV. Dat lukte in het seizoen 1971/72. De VOL heeft een plakboek van deelneemster Wilmy Hazelaar gegeven. Zij heeft voor het artikel mondeling toelichting gegeven. Het is een mooi overzicht geworden.

Inhoud Jaargang 19 nummer 2, 2020

door Liesbeth Brouwer

Dick Passchier en Barend Barendse
een geweldig duo! Zorgden samen
voor veel kijkplezier bij de NCRV

Deze titel stond op de eerste bladzijde van een mooi verzorgd plakboek dat onze vereniging ontving. In totaal kregen we 3 plakboeken. Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig. Wilmy Hazelaar, die ons de plakboeken schonk, was zo vriendelijk om ook persoonlijk nog wat toelichting te geven.

De Zeskamp show
In 1964 startte de NCRV met deze grote spelshow. Teams van bewoners van diverse plaatsen, eerlijk verdeeld over het noorden, zuiden, oosten, midden en het westen van ons land, namen het tegen elkaar op in een soort sportieve spektakelstrijd. In die tijd had nog lang niet iedereen een tv. In 1964 kreeg je een tweede net en had je uitzendingen van Nederland 1 en Nederland 2. Kleuren-tv kregen we in 1967 in Nederland. Ongekend populair waren de rechtstreekse uitzendingen van de show op de zaterdagavond. Daar bleef je voor thuis en daar keek je dan met de hele familie naar. Spannend, komisch en altijd enthousiast van commentaar voorzien door Barend Barendse en Dick Passchier.

Lisse wil ook meedoen
In de regio hadden de shows nog extra bekendheid, want er was altijd wel een opnamedag in de Groenoordhal in Leiden. Bovendien had Alphen a/d Rijn in 1970/71 succesvol meegedaan. Dus toen er van de NCRV een uitnodiging naar Lisse ging toog men voortvarend aan het werk. Want om
succesvol mee te kunnen doen heb je wel een goed team en een actieve achterban nodig. De gemeenteraad moet er achter staan, steun van de sportclubs is onontbeerlijk en ook de financiën moeten
op orde zijn. De koppen worden bij elkaar gestoken en op 3 aug. 1971 valt in restaurant Warong
Djawa het besluit dat Lisse mee zal doen met de NCRV Zeskamp olympiade. De toevoeging olympiade werd gebruikt omdat het jaar erop de eerstvolgende Olympische Spelen in München zouden worden gehouden. De sportclubs van Lisse zegden hun medewerking toe, de gemeente doneert fl 3500 en bovendien werd financiële steun toegezegd door de middenstandsvereniging en de harddraverijvereniging. Er moet hard gewerkt worden want voor 4 september moet de kernploeg gereed zijn. De technische commissie, met o.a. de heren Osephius en Timmer, zal zich over de selectie buigen.
Selectie sporters Lisse had enkele actieve sportverenigingen; atletiekvereniging de Spartaan natuurlijk en zwemvereniging de Watervrienden. Bovendien was in ’69 Sportclub Lisse opgericht met een actieve volleybal- en basketbalvereniging. De NCRV stelde aan meedoen wat vaardigheidseisen zoals: kracht, durf, lenigheid en inventiviteit. Je moest bovendien minstens 18 jaar zijn om mee te mogen doen. Wilmy
Hazelaar, actief in de volleybalclub, was nog maar 17 toen de selectie begon maar werd in oktober 18
jaar dus ze mocht zich opgeven. Eind augustus was er een voorlichting in een zaal van het Indische restaurant Warong Djawa aan het Vierkant. Er zou veel getraind moeten worden was de waarschuwing. Op 1 september startten de selectiewedstrijden waar zo’n 100 mensen zich voor hadden opgegeven. Eén avond competitie in het oude zwembad, de overige selectie was in de sporthal. Daar was op 3 sept. een heel hindernisparcours uitgezet met o.a. horden, ringen en voor de dames nog balslingeren. Daarna was het aan de commissie om de kernleden te selecteren. Na lang wikken en wegen kwam men er uit en werden de kernleden per brief uitgenodigd om zich de maandag erna te melden. 13 dames, waaronder Wilmy, en 18 heren kregen deze uitnodiging. Daarna volgt een periode van intensieve training. Iedere werkdag trainen, meestal ’s avonds van 7 tot 9 uur in de sporthal of in het zwembad, maar ook wel op het strand bij Langevelderslag.

De uiteindelijke selectie die Lisse ging vertegenwoordigen. Ze waren gewaarschuwd dat het hard trainen zou worden. Uit deze selectie werden telkens mensen gehaald die het best bij een wedstrijdonderdeel pasten. Iederéén is wel een keer aan de beurt geweest om de naam van Lisse hoog te houden.

Opgaven bekend
De NCRV maakt 2 weken voor de live-uitzending bekend hoe de wedstrijd er uit zal gaan zien en hoe de man/vrouw verdeling per onderdeel moet zijn. De onderdelen zijn al een beetje afgestemd op de
komende Olympische Spelen. Zo zullen er bijvoorbeeld zijn: een fakkelrace, olympische ringen en
medailles ophangen. Ook met welk soort hindernissen de sporters te maken gaan krijgen wordt summier uitgelegd. Dat betekent dat er gericht getraind kan worden. Naast een uur conditietraining volgt een uur training gebaseerd op de spellen. Tijdens die trainingen wordt dan gekeken wie uit de kernploeg het meest geschikt is om bij een bepaald onderdeel mee te doen. Uiteindelijk mogen dan 16 personen uit
de kernploeg meedoen met de wedstrijden. De hele kernploeg is natuurlijk wel bij de uitzendingen aanwezig om de ploeggenoten aan te moedigen.

Mascotte Fredje, genoemd
naar Fred Timmer de trainer,
was er natuurlijk altijd bij!

Ondersteuning
Intussen is om de kernploeg een heel circus van ondersteuning ontstaan. Drukkerij Graficus verzorgt speciale 6Kamp-uitgaves. Van Rossen, de wagenmaker op de hoek van de Kanaalstraat/Wagenstraat, stelt een ruimte beschikbaar voor de technische commissie. Daar kunnen de attributen gebouwd worden. De VVV ondersteunt en er zijn verkoopadressen voor de kaartjes om de tv-opnames bij te wonen. De eerste wedstrijd wordt gestreden in Rotterdam op 9 oktober. Supporters kunnen er met de
bus naar toe. Naar Rotterdam vertrekken er zo’n 400 mensen vanaf het Vierkant met bussen. Dat werd een drukte van belang.

Lisse had zelfs een eigen yell: L punt, I punt, dubbel S, E, bolle, bolle, bolle, olé. Rotterdam, de eerste Zeskampwedstrijd De NCRV stelde voor het hele team de outfits beschikbaar. Voor Lisse waren die gemaakt in een soort donker wijnrood, met Lisse of een fikse L erop. De sporters gingen op vrijdagmiddag al naar Rotterdam. Om 5 uur was er een diner, waar ook instructies voor de volgende wedstrijddag werden gegeven. Alle deelnemende teams overnachtten in een hotel. Op zich al een hele ervaring voor Wilmy, de jongste deelneemster. Wilmy is dan al van school en werkt bij de ABN op het Vierkant. De bank staat vierkant achter de Zeskamp en van directeur Broxterman hoeft Wilmy geen verlof op te nemen voor reisdagen naar de Zeskamp. Op de zaterdagochtend wordt er ter plekke getraind. Je hebt dan wel tevoren de opzet gekregen, maar op die zaterdagochtend zie je de echte opstelling voor het eerst. Met ook de vakken waar de supporters straks zullen zitten. Dus oefenen maar, zelfs op de opkomst met zwaaien naar de nog lege tribunes aan toe! Dan volgt de generale repetitie, dit keer wel met de pakken en attributen. Dan is ook duidelijk waar de cameramensen staan. In die tijd staat de opnametechniek nog in de kinderschoenen. Overal staan cameramensen om voor de directe tv-uitzending de mooiste beelden te kunnen schieten. Gevraagd aan Wilmy of dat niet zenuwachtig maakt antwoordt ze dat je zo in het spel zit dat je ze eigenlijk niet opmerkt. Op de verschillende onderdelen gaan 9 ploegen met elkaar de strijd aan. Per onderdeel kon je 9 punten verzamelen.
Op 1 onderdeel haalde Lisse dit maximum. “Gewichtsheffer” Fred Prins moest zijn gewichten
naar de overkant dragen terwijl Lia en Marga Kortekaas op het traject zandzakken in de gewichten moesten gooien. In totaal haalde Lisse 33 punten waarbij nog protest werd aangetekend omdat bij sommige onderdelen de regels niet gevolgd waren. Oneerlijk, maar ondanks dat werd Lisse vijfde.

 

De aanloop naar Groningen en de wedstrijd

Lisse komt helemaal in Zeskampsfeer. Dick Passchier, voor de tv-opnames gestoken in het enorme schuimplastic reuzentenue van de Fakkelrace, bezoekt Lisse en maakt een praatje met de ontwerper van het “racewagentje’, de heer Mesman, en met mevr. Zuiderduin die samen met haar man in het wagentje de strijd aangaat. Allemaal promotie voor Lisse en de Bollenstreek, zal de Lisser organisatie gedacht hebben. Maar er moest nog wel wat meer financiële ondersteuning komen. De winkeliers startten een St. Nicolaasactie en er kwam een stickeractie. Huis-aan-huis werden ze voor fl.1,- verkocht.
5 november vertrekken de spelers naar Groningen. In de Martinihal zal de directe tv-uitzending zijn. Het gaat weer goed. Op 2 onderdelen zelfs 9 punten gehaald, maar soms is er pech. Lisse op stelten gaat tijdens de repetitie geweldig, maar helaas bij de directe uitzending liep het niet zo. Maar evengoed na 2 directe uitzendingen staat Lisse nummer drie.

Leiden Groenoordhal
Op 4 dec. zal de strijd in Leiden losbarsten. Er meldden zich wel 1000 supporters aan om de Lisser ploeg aan te moedigen. Helaas is er maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Als goedmakertje zal de ploeg na afloop van de spellenavond naar Warong Djawa komen. Daar hopen ze met de supporters te vieren dat ze naar de volgende ronde gaan. Want aan het eind van de avond zal bekend zijn welke 3 ploegen afvallen. De volgende wedstrijden worden door 6 ploegen gestreden. Lisse zit niet direct in de gevarenzone, maar het blijft spannend. Het lachnummer is die avond een Sinterklaas en Zwarte Pieten wedstrijd. Na een parcours moeten ze een helling opklimmen, die is natuurlijk met zeep ingesmeerd. Hilarisch en heel moeilijk want de baan gaat steeds meer schuimen en wordt gladder en gladder. Wat hadden ze het moeilijk, Meindert Tjoelker, Jan Eichhorn, Peter Kortekaas, Peet Sprokkelenburg, en Fred Prins. Helaas, slechts 2 punten waard. Maar niet getreurd, in het eindklassement werd Lisse die avond vierde en dus kon er in Warong Djawa feest gevierd worden omdat we door waren.

Op naar 29 januari, weer in de Martinihal
Lisse is dan wel door naar de volgende spellenreeks, maar het kasboek van de organisatie is lang niet op orde. Met hun plaatsing bij de beste 6 ploegen op 4 dec. hebben ze ook een deelname bij het internationale “Spel zonder Grenzen” verdiend. In ieder geval moet gestreden worden in Groningen, Arnhem en Leiden. Als Lisse dan bij de laatste 3 hoort volgen nog 3 wedstrijden. De kas moet dus goed gevuld raken. Voor een grote inzamelingsactie zullen 120 collectanten ten met bedelbus en flambouwen de huizen langs gaan. Het geheel werd ondersteund door megafoons, fanfares, herauten met bazuinen en de nodige toeters. Zo’n inzet moet natuurlijk beloond worden. In 2 uur tijd werd ruim fl. 7000 opgehaald. De eerste zeskampronden hadden fl.11.000 gekost. Het opgehaalde bedrag was een fraai resultaat, maar nog niet genoeg. Er komt ook hulp van bedrijven: Vrienden van Zeskamp wordt opgericht. De sporters zijn volop in training. Lisse gaat zich in Groningen ook weer presenteren als bloemenplaats. Een week voor de wedstrijd is het programma bekend, worden de attributen ervoor gemaakt en wordt daar specifiek op getraind. Dit keer o.a. een droogroeiwedstrijd (boot gemaakt door fa. Verdoes), snelwandelen met voeten aaneengebonden en tussenruimte ~20 cm, een schermbalanswedstrijd die iets met water en evenwichtsbalk belooft. Uit België huurt het comité
zelfs een enorm luchtkussen om te kunnen trainen voor de geplande “rugby-wedstrijd”. Kortom er
wordt niets aan het toeval overgelaten en het programma zal weer de nodige hilariteit opleveren. Op
29 januari is het leeg in Lisse. Velen zijn bij het spektakel in Groningen en thuis wordt massaal voor de
buis meegeleefd. Dat valt niet mee, de Lissers moeten genoegen nemen met de laatste plaats.

Volgende strijdperk Arnhem en Leiden
Groningen verliep dramatisch en de kritiek was niet van de lucht. Er werd zelfs aangedrongen op een andere samenstelling van de ploeg. Ook aan de leiding wordt getwijfeld. Heel vervelend al die kritiek, terwijl het team toch het uiterste gegeven heeft. De predikant van de kerk in de Veldhorststraat, ds. Biesma, besteedt in zijn preek zelfs aandacht aan dit negativisme. Er wordt gewikt en gewogen maar de ploeg blijft, terecht natuurlijk, hetzelfde. Ze zijn zeer gemotiveerd om revanche te nemen op 26 febr. in de Rijnhal.

Het gaat niet slecht in Arnhem.

Het team eindigt daar op de derde plaats. Maar Groningen is daarmee niet uitgewist. In Leiden zal Lisse een buitengewone prestatie moeten behalen om bij de laatste drie te eindigen en mee te kunnen dingen in de finale. De deelnemers zijn weer zeer gemotiveerd.

Het is nu of nooit!

Arnhem was ook wel een gevalletje van pech hebben. De diskwalificatie bij het boksen voelde toch oneerlijk. Maar helaas is de achterstand in het klassement voor Lisse wel erg groot. Lisse zal ook in Leiden weer een pr-offensief inzetten. De vereniging van tulpenkwekers zal gratis tulpen ter beschikking stellen. Er wordt weer geoefend op nummers als: olympisch ringbal, touwklimmen aan een touw dat gestaag zakt. Dat touw hangt boven water en nat is nat. De spanning is groot, maar helaas, de ploeg wordt in Leiden definitief uitgeschakeld. Supporters en sporters kwamen die avond samen in ’t Trefpunt. Voorzitter Henk van der Kroft dankte iedereen en merkte nog op dat het nog niet gedaan was met de strijd, er wacht nog een sportieve uitdaging, nl. deelname aan Spel zonder Grenzen.

Lisse is dus niet door naar de finale van de Zeskamp olympiade, maar heeft wel vooruitzicht mee te
mogen doen met Spel zonder Grenzen. Voor de Zeskampfinale komen alle deelnemende plaatsen nog
op de buis met hun gebruikte wagentjes. De trap-car-race wordt gehouden in Deventer. Het regende
die dag pijpenstelen. Per plaats was er een damesen een herenploeg. Voor Lisse deden mee Marian
Snaar, Lia Kortekaas, Corien Kaufmann, Wilmy Hazelaar, Fred Timmer, Fred Prins, Herman Zuiderduin en Hans Hoogervorst. Het leverde mooie plaatjes op. Maar winst was er voor de Lissers niet te halen. Na afloop van de Zeskampfinale in Rotterdam is er voor alle deelnemers feest in het Hilton-hotel.

Het Lisser Zeskampteam blijft dus volledig in training. Die training is allround, want in de internationale wedstrijd wordt geloot wie aan een bepaald onderdeel meedoet. Bij de afgelopen wedstrijden was de keuze welke sporter een onderdeel zou doen aan de ploegleider. Spel zonder Grenzen is een uitzending van de Europese Radiounie (EBU). De opzet van de spellen is hetzelfde als bij de Zeskamp. Sportieve duels waar voor de kijkers veel te lachen valt. Er doen 7 landen mee. Lisse zal ons land vertegenwoordigen in Sheffield (Engeland) op 2 augustus in de 6e ronde van deze landenwedstrijd. Er is een directe uitzending in ieder van de deelnemende landen. Naast ons land zijn dat: Zwitserland, België, Frankrijk, Italië, West-Duitsland en Engeland. De kernploegleden reizen per Fokker Friendship naar Engeland. In Sheffield verblijven de ploegen in Ranmoor House. De studenten die er normaal verblijven zijn nog niet terug van hun vakantie dus is het gebouw voor deze periode gehuurd door de BBC voor It’s a knock-out, zoals

Spel zonder Grenzen in Engeland
heet. De officiële ontvangst door de gaststad was in de Townhall van Sheffield door Lord Mayor (burgemeester), mrs. Stafford. Daar werden ook de cadeaus uitgewisseld. De burgemeester van Sheffield kreeg van onze burgervader Berends een zilveren tulp met de belofte een pakket bloembollen voor het komende voorjaar. Het Lisser team gaf de andere captains een pakket met: o.a. kaas, Delfts blauw bord en een klomp. Natuurlijk deelden de andere deelnemers ook geschenken uit. Zo kreeg Wilmy o.a. een sjaaltje en een fles lavendel. In Ranmoor House hadden alle deelnemers een eenpersoonskamer, maar dat was wat ongezellig. Liever gezellig bij elkaar en zo sliepen Wilmy, Anke en Truus bij Corien op de kamer.

De wedstrijd in Sheffield
Op maandagochtend begonnen de trainingen. Een demonstratieteam deed de spelletjes voor. Daarna mocht ieder team een paar minuten oefenen op de onderdelen. ’s Avonds begon de eerste training met belichting en camera’s. De volgende dag zou de generale repetitie zijn, maar vanwege het slechte weer, raining cats and dogs, werd dat verschoven naar de volgende dag. Na die training volgde de loting. Voor de uitzending worden de ploegen met bussen naar het Norfolk park gebracht. Daar laten ze weer zien uit de Bollenstreek te komen: er worden gladiolen weggegeven. De spellen stonden in het teken van koning Arthur. Lisse moest op 7 spellen uitkomen, bijv. bij “ridder te paard”, “kasteel met glijbaan” en uiteraard water, “gevecht tegen de ridders”. Het is werkelijk een enorm spektakel. Duizenden meters kabels zijn gelegd, tientallen auto’s van Eurovisie en de BBC zijn paraat. Speciale lichtmasten zijn gebouwd met een platform voor de cameramensen. Er zijn complete bouwwerken met poorten, alles in het teken van een kasteel. Ter plaatse waren zo’n 35.000 toeschouwers, maar de tv-uitzending kon volgens onze plaatselijke krant wel door 300 miljoen paar ogen bekeken worden. Na de ridderlijke en spannende wedstrijd werd er gefeest in de Top Rank Suite en volgde de prijsuitreiking: de derde prijs voor Lisse. Terug in het vliegtuig feliciteerde gezagvoerder Vos uit Sassenheim via de boardradio het team met de behaalde 3e plaats. Bovendien kreeg hij het voor elkaar om toestemming te krijgen voor een andere aanvliegroute naar Schiphol, gepland was via Zandvoort, gevlogen werd over Lisse. Het was voor de ploeg een fantastische week geweest in Sheffield! Volgens de pers was er een klein minpuntje. Dat lag niet bij het team, maar bij de dorpelingen. Waar in een plaats als IJsselstein het hele dorp uitgelopen leek om de sporters aan te moedigen toen zij vertrokken naar hun deelname in Spel zonder Grenzen (ze kwamen uit in Zwitserland) was het toen onze ploeg vertrok heel leeg op het Vierkant. Bij terugkomst met de 3e plaats op zak was er ook maar matig belangstelling van de Lissers.

Delft toneel voor Spel zonder Grenzen
Ook Nederland is een keer gastland voor het spel. Deze mogelijkheid om het mooie Holland op de kaart te zetten wordt natuurlijk benut. Delft is gekozen als locatie en in die competitie zal Nederland vertegenwoordigd zijn door Bladel. De Grote Markt van Delft wordt getransformeerd voor alle spellen. De tribune voor de taptoe, die dat jaar even in de wacht moest vanwege Spel zonder Grenzen, kon gebruikt worden voor de vele toeschouwers. 6000 kijkers in Delft. Het aantal tv- kijkers zal dankzij de eurovisie rond de 80 miljoen liggen. Prachtige promotie voor ons land. De spelen staan in het kader van onze folklore; haringtenten, koe melken, orgeldraaien op een zeepbaan. Op internet zijn nog filmpjes te vinden waaruit blijkt dat men bij de NCRV goed was in het bedenken van dwaze spelletjes. Ook wordt duidelijk dat het maken van zo’n directe tv-uitzending een technisch hoogstandje was. Een aanrader om eens terug te kijken. Bladel bezorgt Nederland een 2e plaats in Delft.

Afsluiting Spel zonder Grenzen in Lausanne
De finale van Spel zonder Grenzen werd gedraaid in Lausanne. Venray moest het opnemen tegen de
andere landen. Er werd weer een 2e plek binnengesleept. Voor de NCRV werd hiermee weer een succesvolle reeks tv-uitzendingen afgesloten. Er zouden nog heel veel seizoenen volgen. Voor de ploeg van Lisse was er nog een slotavond. Die wordt gehouden in het Trefpunt. Henk van der Kroft bladerde terug in het boek van Zeskamp Lisse, captain Fred Timmer memoreerde de goede teamgeest. De thuiszitters werden ook bedankt, want die hadden zich toch maar een jaar lang moeten schikken naar de trainings- en wedstrijddagen. Een sportief avontuur werd hiermee succesvol afgesloten.

Terugblik
Wilmy Hazelaar maakte mooie plakboeken van het jaar dat in het teken stond van de spelshow.
Zelf ging ze weer terug naar de ABN. De bank vertrekt naar het Blokhuis en wordt ABN AMRO.
Intern maakt zij promotie en werkt later voor de bank in Hoofddorp. Ze eindigt haar loopbaan bij de
gemeente Amstelveen, natuurlijk wel op de financiële afdeling. Wanneer de spelshow eindigt gaat ze
weer sportief verder bij de volleybalclub. Dat had ze tijdens de spelen ook zo veel mogelijk volgehouden,
maar soms moest het volleybal wijken. Ze speelt op hoog niveau, haalt haar scheidsrechtersdiploma en is heel lang actief als scheidsrechter. Het jaar van de spelshow was een prachtig, maar ook zwaar
jaar. Alles moest er voor aan de kant gezet worden. Een normaal privéleven was er niet meer. Het heeft haar zeker gevormd. Zeventien als je begint aan zo’n avontuur met al die aandacht op je gericht, dat maakt je zelfverzekerd en zelfstandig. Maar die plakboeken, daar werd niet meer in gekeken. Zo belandden ze bij Oud Lisse, dus dankzij Wilmy ontstond er weer een verhaal over een stukje Lisser geschiedenis voor het VOL-Nieuwsblad.

Zeskamp

VELDHORSTSTRAAT 100 JAAR

De VOL feliciteert de bewoners met het eeuwfeest van de Veldhorststraat

In 1913 is het plan voor de straat van start gegaan, eerst niet meer dan een idee om de Stationsweg te ontlasten.  Honderd jaar geleden werden de eerste huizen gebouwd door bouwbedrijf Gebr. Moolenaar. Het eerste blokje huizen links van de straat; vanuit het dorp komend. De landerijen waren van de familie Veldhorst.

door Deen Boogerd

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

In 1913 is het plan voor de straat van start gegaan, eerst niet meer dan een idee om de Stationsweg te ontlasten. De enige doorgang van het dorp naar het station was de Stationsweg, in de volksmond ook “De Steeg” genoemd. De weg liep vanaf de Heereweg bij het postkantoor tot aan het station. Van de Von Bönninghausenlaan was nog lang geen sprake. De Veldhorststraat werd met een diepe bocht om de tuinen van landgoed Rosendaal geprojecteerd richting villa Veldhorst.

Ruim 12 jaar was de situatie zoals hierboven vermeld, in 1940 was het huis van dokter Holl klaar en kreeg de punt een heel ander gezicht

Honderd jaar geleden werden de eerste huizen gebouwd door bouwbedrijf Gebr. Moolenaar het blokje huizen links aan de straat; van het dorp komend. De eerste paar huizen werden gebouwd en verkocht en dan was er weer geld voor de volgende huizen, zo kreeg langzaam maar zeker de Veldhorststraat zijn bewoners. Uitschieters: het huis “In de bocht”, het kerkgebouw van de Christelijk Gereformeerd gemeente en huize Panorama waren in het begin zeer
gezichtsbepalend voor deze nieuwe straat. Maar later natuurlijk ook nr. 50 van huisarts Holl op de punt waar de Stationsweg en de Veldhorststraat samen kwamen. Dat was een prachtige entree als je over de drempel Lisse binnen kwam. De andere entree zien we bij “zoek de tien verschillen”.

Zomer 1927. De nog prille straat vanaf de Heereweg met een doorkijkje naar de bollenschuur van Gerrit van der Mey bij zijn villa Veldhorst

Op de foto hiernaast zien we villa “In de bocht”, gebouwd door Leen van Tol, voor directeur Bert van der Nat van H. de Graaff & Zn. Rechts daarvan in de verte de bollenschuur van G. van der Mey & Zn. Links is het huis van Tissing, het kleine gebouwtje naast de drukkerij  van Reeuwijk was een fotoatelier.

De Gebr. Moolenaar hebben flink hun best gedaan bij het tot stand komen van de Veldhorststraat, maar dit was wel hun grootste project.
De vier geweldige houten spanten zijn op hun plek gezet, na negen maanden stevig door timmeren werd de kerk in gebruik genomen. foto 1928

Er werd heel wat afgebouwd in de beginjaren van de Veldhorststraat. Zo werd er door ds. Simon van der Molen de eerste steen gelegd voor de nieuw te bouwen Christelijk Gereformeerde kerk. Die gemeente was uit haar jasje gegroeid en moest wat groter gaan wonen. Het oude kerkje werd garage Eigenbrood aan de Kanaalstraat. Er werden gigantische spanten aangeleverd bij de haven op een schuit van Van Parijs en door

het dorp vervoerd op een mallejan van de firma Van Rossen. Dat vervoer was al een

bezienswaardigheid op zich. In
amper 9 maanden tijd verrees de kerk en op 14 september 1928 werd de kerk in gebruik genomen. Huisarts Holl, die de praktijk van dokter De Graaf overnam en een tijdje in huize Rosendaal trok, had ook bouwplannen en kocht uiteindelijk het nog braakliggend stukje grond op de driesprong. Dat gaf een heel ander beeld bij deze entree.

Op de hartpagina zijn de bouwers nog druk bezig met het bouwen van de ‘bloemenhuizen’. Deze kregen de namen Scilla, Dahlia, Crocus, Tulipa, Narcis en Hyacint, zo een beetje alles wat er op de landerijen van Gerrit van der Mey groeide kwam hier nu uit de grond. Deze bloemetjes verwelken niet, die staan voor eeuwig. Alleen huize Panorama heeft het moeten ontgelden. Nummer 51 deed haar naam eer aan want wat een prachtig uitzicht hebben die mensen gehad over de bollenvelden tot aan het Keukenhofbos. Van het panorama is niet veel meer over, verder dan de geluidswal van de Randweg kun je niet kijken. Er is een mooi huis voor in de plaats gekomen, helaas is het nu nr. 41 Von Bönninghausenlaan geworden. Zou de Prins Bernhardboom nog wel bij de Veldhorststraat horen? Deze linde werd in 1939 geplant ter ere van het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard.

Huize Veldhorst, de naamgever van deze mooie straat, staat tegenwoordig genoteerd als Von Bönninghausenlaan 56
en stond vroeger nog aan de Stationsweg. In een volgend nummer komen we erop terug en zoomen we in op gebeurtenissen in en rond de oorlogstijd want er gebeurde daar nogal wat.

Veldhorststraat in 1927

Bij de hartfoto

100 jaar Veldhorststraat. Op deze foto gaat ze al weer een paar jaartjes mee. Deze vogelvluchtopname is in het voorjaar van 1927 geschoten. De bollenvelden staan nog net niet helemaal in bloei. Er is nog geen spoor te zien van de christelijk gereformeerde kerk. De bouw van de kerk op de punt begon datzelfde jaar nog. Het stuk land is gekocht van Gerrit van der Mey van villa Veldhorst. Achter de villa zien we de bijbehorende bollenschuur. De burgemeesterswoning ‘In de bocht’ is bijna klaar voor oplevering. Het had weinig gescheeld of daar had de eerder genoemde kerk gestaan, maar die grond was net even te duur. Wie goed kijkt ziet toch een kerk op de hartpagina. De gereformeerde kerk ‘Klisterkerk’ maar hier nog zonder toren en een stuk kleiner. Helemaal links boven zie je de bollenschuur van Beelen in de Nieuwstraat. De dakspanten van de in aanbouw zijnde huizen Julianastraat 176 t/m 182 zijn duidelijk te zien. Op de gevel staat 1927, het jaar dat de huizen zijn opgeleverd en het jaar van deze foto. Op de Heereweg zie je nog net één huisje behorende bij het rijtje huizen bij het zgn. “Poortje van Kleef “. Wel goed kijken hoor, ze waren heel klein, een paar maanden later werden ze gesloopt. De schuur van Guldemond langszij de Heereweg met aan de overkant het grote bollenbedrijf van firma H. de Graaff & zn. die een graaf als embleem hadden op de gevel. Op de foto was hun kantoor nog via het ‘Klisterlaantje’ naast huize Cornoelje (later Maria) te bereiken. Het land van Blokhuis lag tegenover huize Irene waar de familie Blokhuis woonde. Op de plek van dat huis kwam later de ingang van de Nassaustraat. Bij de Bloksloot bond je je schaatsen onder en kon je langs de Keukenhof onder de spoorbrug door naar de Leidsevaart en nog veel verder de wijde wereld in. Het bovenste gedeelte van de hartpagina zit vol verhalen! Naast Kroon is het huis van melkboer Koot waar koningin Juliana een lekker bakkie kwam drinken. Scheepmaker parkeerde zijn auto’s op het veldje waar later de incassobank kwam. En kijk daar staat een echte muziektent op het grasveldje vlakbij het Lisser Automobiel Bedrijf. De Blinkerd, Berkhoutwijk, plan de Graaff en Blokhuis waar benne de bollen gebleven? In de tuin van landgoed Rosendaal stonden fruitbomen, de appeltjes en peertjes vonden gretig aftrek bij kinderen uit de buurt, ja, ook de kinderen van de Veldhorststraat!

Voorplaat

Bij de Voorplaat

In 1922 werden de eerste huizen gebouwd in de net aangelegde Veldhorststraat. Op de voorplaat ziet u het eerste huizenblok. In het midden zien we tussen het bladerdek van de nog jonge bomen villa Veldhorst doorschemeren. Het huis is in opdracht van bloembollenteler Gerrit van der Mey omstreeks 1915 gebouwd, op het perceel waar ook hun bedrijf gevestigd was. Het adres was toen nog Stationsweg 158. De naam Veldhorst is ontleend aan Gerrrit Veldhorst. Hij was herbergier in de “Witte Zwaan” en ook eigenaar van diverse landerijen in Lisse. Naar hem is het huis van de familie Van der Mey genoemd en later ook de Veldhorststraat die nu 100 jaar bestaat

 

Ansichtkaart ca. 1920 met de Stationsweg en Huize Veldhorst. Hier kwam later de aansluiting met de Veldhorststraat

Erepenning voor oude politiebureau , Heereweg 304

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 2, april 2003

Nieuwsflitsen

Na de vergadering reikt Frits Treffers de erepenning van de vereniging uit aan de familie Jurgens, bewoners van het voormalige politiebureau aan de Heereweg. Het pand stond anderhalf jaar geleden op de nominatie om gesloopt te worden. Gelukkig kocht de familie Jurgens het en restau­reerde het zoveel mogelijk in oude stijl. Oud Lisse waardeert de manier waarop de restauratie is uitgevoerd en de inspan­ningen van de familie Jurgens.

Veldhorststraat met een linde (op de hoek met de Von Bönninghausenlaan)

Boomgegevens en adres

Prins Bernardboom

Boom 419 op Veldhorststraat met een linde (op de hoek met de Von Bönninghausenlaan)
Contactgegevens
Naam eigenaar: Gemeente Lisse
Contactadres: Heereweg 254, 2161 BS Lisse
E-mailadres: bomen@lisse.nl
Telefoonnummer: 140252

Boomgegevens in 2016
Boomsoort: Gewone linde
Wetenschappelijke naam: Tilia x europaea
Stamdiameter: 55 cm
Hoogteklasse: 12 – 18 m
Plantjaar: 1939
Boomtype: Niet vrij uitgroeiende boom

Bevindingen boomveiligheidscontrole in 2016
Kroon: Voldoende
Stam: Voldoende
Stamvoet: Voldoende
Conditie: Voldoende
Gebrek: Geen
Technische levensduur: > 5 jaar
Veiligheidscategorie: Boom zonder noemenswaardige afwijkingen
Maatregel: Geen veiligheidsmaatregel.

Aanwijscriteria in 2016
Beeldbepalend: Ja. Positieve bijdrage aan karakter, herkenbaarheid straat, wijk of dorp. Zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied.
Ecologisch waardevol: Nee.
Cultuurhistorisch waardevol: Ja. Herdenkingsboom.
Duurzame groeiplaats: Nee.
Zeldzaam, uniek of dendrologisch waardevol: Nee.

status in 2016
Vastgesteld in: 2005
Huidige status = waardevol
Gewenste status = waardevol

v