Artikelen die betrekking hebben op de geschiedenis van Lisse en haar bewoners

Belgische burgervluchtelingen in Lisse in de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918)

door Laura Bemelman (Project Werkgroep Genealogie)

uit het Nieuwsblad van de VOL,  januari 2015

Dit artikel is bewerkt naar het eerder verschenen, gelijknamige artikel in het tijdschrift
voor familiegeschiedenis Gen.Magazine, nummer 4 van december 2014, pagina 36 t/m 39.

Klik op de volgende link  Belgische burgervluchtelingen – Lisse WOI (Laura)

Leidsch Dagblad 1914

Ongeveer vijfhonderd Belgische burgervluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog
werden tussen begin oktober 1914 en half januari 1915 in Lisse
opgevangen. In de aanloop naar de herdenking van het uitbreken van deze
oorlog, honderd jaar geleden, heeft de Werkgroep Genealogie van de Historische
Vereniging Oud Lisse het archiefmateriaal uit het Gemeentearchief
bestudeerd.

Aankomst en opvang

Nadat de Duitse legers België binnenvallen met het plan om Frankrijk aan
te vallen, waarmee de Eerste Wereldoorlog begint, zoeken de Belgische
burgervluchtelingen massaal een veilig heenkomen in zuidelijk Nederland.
Hun aantal bereikt een hoogtepunt na de val van de havenstad Antwerpen,
begin oktober 1914. Voor hun opvang wordt al snel een dringend beroep
gedaan op gemeenten in het noorden van Nederland.
Op zaterdagavond tien oktober 1914 staan bijna vijfhonderd mannen,
vrouwen, opgeschoten jongens, schoolmeisjes en een heleboel kleine
kinderen op het winderige station van Lisse. Een paar honderd
lotgenoten, in paniek vertrokken uit het dierbare maar zwaar getroffen
Antwerpen, vluchtend over de pontonbrug over de Schelde die achter
hen werd opgeblazen om de Duitse soldaten tegen te houden. De Lisser
dagbladcorrespondent Arie Raaphorst beschrijft de betreurenswaardige
aanblik van de stoet Belgische vluchteling die Lisse binnenkomt: ‘want
behalve wat zij aan het lijf hadden, waren ze van alles beroofd.

Alles hadden zij achter moeten laten’. Slechts een paar dieren zijn meegekomen,
zoals een poesje, drie konijntjes in een kistje, een klein smoushondje in de
armen van een van de jongetjes.
Het Steuncomité Lisse draait op dat moment al overuren. Kopstukken zijn
huisarts Dirk Blok (voorzitter), de katholieke hoofdonderwijzer Frederik
Dankelman (secretaris) en notaris Johannes Tuijmelaar (penningmeester).
Pastor Klekamp heeft bij de oprichting nog voor tumult gezorgd doordat hij
slechts katholieken in het comité wilde – dit omdat de vluchtelingen ook
katholiek zijn – maar het is toch een gemêleerd gezelschap van katholieken
én protestanten geworden.
De eerste noodopvang is vooral in de katholieke jongensschool aan de
Heereweg, maar al binnen enkele dagen worden de meeste vluchtelingen
ondergebracht bij Lissers thuis. Zij die gastvrijheid bieden, krijgen hiervoor
een vergoeding toegezegd. Dokter Blok en onderwijzer Dankelman van
het Steuncomité sturen elkaar doorlopend korte berichtjes om de opvang
goed op de rails te krijgen. De bewaard gebleven documenten geven een
behoorlijk beeld van wat hen in die dagen bezig hield.
Veel van de correspondentie heeft te maken met fi nanciën, zoals de
aanschaf van kleding en schoenen, de cokes voor de verwarming van het
gebouw van de Volksbond of de kosten van het eten. De Christelijke school
staat voor onverwacht hoge kosten voor het ook op zondag en ’s nachts
verwarmen van het beschikbaar gestelde lokaal. Voor de opvang in het
Witte Huis – dat helaas niet kon worden geïdentifi ceerd – is met regelmaat
‘versch stroo voor die menschen’ nodig.
Zo schrijft Piet Warmerdam, dat hij nog niets heeft vernomen van de
uitbetaling van de vergoeding. Hij heeft niet alleen vluchtelingen gehuisvest
en gevoed, maar zelfs schoenen voor hen betaald. De vergoeding komt

hem toe, laat hij aan het steuncomité weten, hij lijdt geldgebrek en kan niet
begrijpen waarom betaling uitblijft.
Door de oorlog is het leven ook in Lisse duurder geworden. Daarnaast
is er veel werkloosheid. Het weinige dat er wél is, moet ineens met veel
buitenstaanders worden gedeeld. Door de geldkraan voor opvang bij
particulieren uiteindelijk dicht te draaien, stimuleerde de Nederlandse
overheid de opvang van vluchtelingen in goedkopere, speciale
vluchtoorden.

Verblijf en al dan niet vrijwillig vertrek

Enkele Belgische vluchtelingen maken al kort na aankomst in Lisse een
hoop kabaal in een van de cafeetjes in het dorp. De burgemeester besluit
daarop de cafés vanaf negen uur ’s avonds te sluiten. En al de volgende dag
worden ruim veertig vluchtelingen, onder wie de grootste herrieschoppers,
op de trein naar Hillegom gezet. Later mogen de cafés weer open, maar
het blijft verboden de vluchtelingen sterke drank te verstrekken.
Er moet worden voorkomen dat zij ‘hun kostelijke centen gaan
omzetten in alcoholica’.
In de vaak chaotische vlucht zijn veel vluchtelingen elkaar kwijtgeraakt.
In dagbladen verschijnen oproepen, in treinstations worden briefjes
opgehangen en op muren en schuttingen schrijven duizenden Belgen hun
naam en tijdelijk woonadres in Nederland. Vanuit Den Haag doet een
Centrale Commissie haar best om via de Steuncomité’s in de zoektocht
te helpen. In de Lisser archiefstukken zijn hiervan voorbeelden te vinden,
zoals de jonge schoenmaker die in Lisse gevonden wordt, samen met zijn
vader en broer; of de moeder van een jonge knul die in zijn eentje in Lisse
terechtkomt en door het comité in Haarlem gevonden wordt. Maar de
vrouw van een andere vluchteling die één dag eerder vluchtte, blijft nog
vermist; enkele kinderen van een ander gezin blijven nog zoek; van een
zoon in het Belgisch leger is geen bericht meer ontvangen …
Kort na de val van Antwerpen worden de burgervluchtelingen door hun
stadsbestuur opgeroepen weer terug te keren. Daar zou het inmiddels
veilig genoeg zijn. De oproep roept bij veel vluchtelingen vragen op: is
hun huis er nog, worden ze niet als dwangarbeiders ingezet? Ze willen
graag naar huis, maar durven eigenlijk niet. Toch keren eind oktober 1914

al achtentwintig vluchtelingen vanuit Lisse naar Antwerpen terug.
Belgische mannen die kunnen en willen werken, mogen zonder
werkvergunning in Engeland aan de slag. Veel mannen zijn het
nietsdoen en afwachten beu en willen graag vertrekken. Maar als dokter
Blok een lijst met werkwillenden stuurt aan de transportcommissie in
Rotterdam, krijgt hij een teleurstellend bericht terug, omdat ‘ze mijn
Hollandsch epistel niet gesnapt schijnen te hebben’. Pas in januari 1915
mogen vijftien Belgen uit Lisse vertrekken om via Hoek van Holland de
oversteek te maken naar Engeland.
De familie Helsen geeft in Lisse zoveel last dat dokter Blok probeert
hen naar het regeringskamp Veenhuizen te laten overplaatsen. Eerst
komt daarvoor per telegram toestemming: de mensen kunnen worden
‘opgezonden’. Dan gaat dat toch niet door en wordt aanvullende motivering
verlangd. Onderwijzer Dankelman stuurt een notitie naar dokter Blok: ‘Ik
weet er nu geen eind meer aan, ik word er wanhopig van.’ Hij geeft aan
hierover al enkele malen gecorrespondeerd te hebben. Begin januari 1915
lijkt de familie Helsen dan toch naar Veenhuizen te zijn vertrokken.
De laatste in Lisse verblijvende vluchtelingen komen in vluchtoord Gouda
terecht. Zij vertrekken op zaterdagmiddag 9 januari 1915 per trein vanaf het
station van Lisse. Voor ‘vrijen overtocht’ en ‘overbrenging hunner goederen
naar het station’ wordt gezorgd. Daarmee komt er een eind aan een korte
maar turbulente periode.

Belgische vluchtelingen op de trap van het gemeentehuis

Onderzoek projectgroep Genealogie

De Werkgroep Genealogie van de Historische Vereniging Oud Lisse
heeft het archiefmateriaal uit het Gemeentearchief grondig bestudeerd.
Er zijn namenlijsten, brieven, notities en bijna vijfhonderd kaartjes
van het plaatselijk Steuncomité bewaard gebleven. De registratie van
de vluchtelingen zowel als van de mensen die onderdak gaven, is
summier. Over doorreis en terugkeer zijn nauwelijks gegevens genoteerd.
Krantenberichten geven weliswaar allerlei cijfers, maar de herkomst
daarvan is onduidelijk en ze zijn ook moeilijk controleerbaar.
Kort voor de aankomst van de grote groep vluchtelingen zijn al Antwerpse
familieleden van banketbakker Weber in Lisse aangekomen. Deels worden
zij door de bakker zelf opgevangen, de overigen – het ging om een groot
gezin – krijgen onderdak in een leegstaand huis ernaast. Het betreft vader
en moeder Goossens met zeven jonge kinderen. In het veilige Lisse
wordt op 21 oktober 1914 hun zoon en broertje Theodore geboren en
geregistreerd bij de Burgerlijke Stand. Van alle andere vluchtelingen die op
10 oktober binnenkomen, zijn slechts wat kaartjes en lijsten gemaakt met
enkele gegevens en summiere notities over hun korte verblijf in Lisse.
Er is wel een foto bewaard gebleven. ‘Uitgeweken Belgen te Lisse Oct.
1914’ staat er in witte inkt op geschreven. Op de foto zijn 32 mensen
te zien die poseren op de oude brede trap van het gemeentehuis: enkele
kinderen, parmantig of wat verlegen, twee heel kleine kindjes op de arm,
jongvolwassenen, ouderen, mannen, vrouwen. Het is voor zover bekend de
enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk
in het dorp hebben gewoond.
Uit het archiefmateriaal blijkt dat ongeveer een derde van de vluchtelingen
bestond uit kinderen jonger dan vijftien jaar. De oudste vluchteling was een
man van 78 jaar, de jongste de in Lisse geboren Theodore Goossens. De
vluchtelingen kwamen hoofdzakelijk uit Antwerpen of directe omgeving en
waren bijna allemaal katholiek. De mannen werkten vooral in de haven en
als zeeman. Daarnaast verdienden ze hun brood als ambachtsman, arbeider
en diamantslijper.
Met veel inspanning zijn ruim honderdtwintig particulieren achterhaald die
onderdak verschaften. Naast enkele notabelen waren dat o.a. de weduwe
van logement De Witte Zwaan, een veehouder, negen landbouwers en maar

liefst veertig veelal nog beginnende bollenkwekers – de echte bloei van de
bloembollensector moest namelijk nog komen. Er zaten veel mensen met
een bescheiden inkomen tussen die graag een steentje bij wilden dragen aan
de opvang van de Belgische vluchtelingen.
De werkgroep Genealogie heeft lijsten en oproepen geplaatst in kranten en
op websites in zowel Nederland als België. Ondanks alle publiciteit en de
medewerking van Familiekunde Vlaanderen (Regio Antwerpen) kwamen
er geen verhalen of foto’s uit België boven water. Misschien is het te lang
geleden, die ‘Grote Oorlog’, of verbleven de vluchtelingen te kort in Lisse
om een blijvende indruk achter te laten. Daarnaast kan het familiegeheugen
zijn ‘overschreven’ door de veel sterker in de herinnering voortlevende
Tweede Wereldoorlog.

Banketbakkerij Weber – met luifel – aan ’t Vierkant

 

 

In de serie Briljante Lissers: Professor Wander Johannes de Haas (1878-1960)

In de serie Briljante Lissers: Professor Wander Johannes de Haas (1878-1960)

Wander Johannes de Haas, natuurkundige, geboren in Lisse op 2 Maart 1878 en overleden in Bilthoven op 26 April 1960. Zoon van Albertus de Haas, hoofd van de Middelburgse Rijksleerschool, en Maria Efting. Gehuwd op 22 December 1910 in Leiden met Geertruida Luberta Lorentz, geboren in 1885 in Leiden, dochter van Hendrik Antoon Lorentz en Aletta Catharina Kaiser. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

De Haas doorliep de lagere school en de HBS te Middelburg en ving in 1895 een studie voor kandidaat-notaris aan. Na van het examen twee van de drie onderdelen te hebben afgelegd en enige tijd werkzaam te zijn geweest op een notariskantoor, besloot hij alsnog natuurkunde te gaan studeren, waartoe het vereiste staatsexamen werd afgelegd. In 1900 begon zijn studie te Leiden.
Van 1905 tot 1911 was De Haas als assistent verbonden aan het natuurkundig laboratorium bij H. Kamerlingh Onnes en J.P. Kuenen. Ondertussen legde hij op 10 maart 1910 het doctoraal examen af.
Van 1911 tot 1913 werkte hij als assistent bij prof. H.E.J.G. du Bois op het Bosscha-Laboratorium in Berlijn. In deze periode vond op 11 juli 1912 zijn promotie bij Kamerlingh Onnes plaats op een proefschrift, getiteld Metingen over de compressibiliteit van waterstof, in hel bijzonder van water stofdamp bijen beneden het kookpunt. In dat zelfde jaar heeft De Haas, samen met P. Drapier een vernuftige methode bedacht voor de bepaling van de diamagnetische susceptibiliteit van water. Het resultaat behoort tot de standaardbepalingen van deze grootheid. Van 1913 tot 1915 werkte hij als ‘wissenschaftlicher Mitarbeiter’ aan de Physikalisch Technische Reichsanstalt, eveneens in Berlijn.

In verband met de Eerste Wereldoorlog verliet De Haas Duitsland en werd in het cursusjaar 1915-1916 leraar in de natuurkunde aan de HBS en het gymnasium te Deventer. In 1916 kwam daarop de aanstelling tot conservator aan het natuurkundig laboratorum van Teyler’s Stichting in Haarlem, waar prof. H.A. Lorentz toen curator was.

Reeds in 1915 begon De Haas met Einstein een onderzoek, dat het bewijs moest leveren van het bestaan van de moleculaire stroompjes van Ampère, aanleiding gevende tot permanente moleculaire magneetjes. Deze proeven leidden tot wat tegenwoordig het Einstein-De Haas-effect wordt genoemd. Doordat met het magnetisch moment, het gevolg van een rondlopend stroompje, noodzakelijkerwijze ook een mechanisch draaimoment moet zijn verbonden, zal een ferro- of paramagnetische stof, waarvan het magnetisch moment verandert, ook een hiermee evenredige impuls-momentverandering ondergaan; bij de betreffende proef wordt een cilindertje van de magnetische stof opgehangen in een wisselend magneetveld evenwijdig aan de cilinderas.
Als gevolg hiervan gaat het cilindertje schommelingen om de as uitvoeren in hetzelfde ritme als het wisselende veld. Om dit zeer zwakke effect waarneembaar te maken diende de frequentie van het wisselende veld gelijk te worden genomen aan de eigen torsieslingertijd van het cilindertje aan zijn ophangdraad. Naar aanleiding van deze subtiele proeven werd door de Weense Academie van Wetenschappen in 1917 aan Einstein en De Haas de Baumgärtnerprijs verleend.

In hetzelfde jaar werd De Haas benoemd tot hoogleraar in de theoretische en toegepaste natuurkunde aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij zijn ambt aanvaardde met een rede over Het magnetisme. Een professoraat aan de Universiteit van Groningen werd in 1922 aanvaard met een oratie, getiteld Grepen uit den ontwikkelingsgang der atoomtheorie.
Op grond van zijn wetenschappelijke werk werd hij op 23 mei 1922 gekozen tot lid van de afdeling natuurkunde van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen en in 1923 tot lid van de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen. Op 3 december 1924 volgde zijn ordinariaat in de natuurkunde en de meteorologie aan de Leidse Universiteit met een intreerede over Electrische en andere stroomen.

Als opvolgers van Kamerlingh Onnes en Kuenen hebben De Haas en de in 1923 benoemde W.H. Keesom tot na de Tweede Wereldoorlog het – sinds 15 maart 1932 (ter gelegenheid van de officiële ingebruikneming van de grote magneet van het laboratorium) naar Kamerlingh Onnes genoemde natuurkundig laboratorium geleid. Het werd in twee afdelingen gesplitst: afdeling I onder Keesom met voornamelijk thermodynamische onderzoekingen en afdeling II onder De Haas, waar hoofdzakelijk werd gewerkt aan elektrische en magnetische verschijnselen. Tot 1923 was Leiden de enige plaats ter wereld waar helium vloeibaar kon worden gemaakt en de ermee te bereiken zeer lage temperaturen beschikbaar waren. Kamerlingh Onnes en daarna zowel Keesom als De Haas hebben op voortreffelijke wijze van de mogelijkheden gebruik gemaakt en op vele gebieden der lage temperatuur fysica prachtig pionierswerk verricht. Ook kwamen vele buitenlandse geleerden onderzoekingen verrichten in Leiden, dat zodoende een centrum werd van het natuurkundig onderzoek bij lage temperaturen. De Haas behoorde in de eerste helft van deze eeuw, ondanks zijn zwakke gezondheid (o.a. verbleef hij al voor de Eerste Wereldoorlog geruime tijd in een sanatorium in Putten), tot de belangrijke lage temperatuur fysici.

Hoewel het hier niet de plaats is om uitgebreid in te gaan op het wetenschappelijk onderzoek van De Haas, moeten er toch enkele opmerkingen over worden gemaakt, o.a. om uit te doen komen, van welk een opmerkelijke gevarieerdheid dit was. Hoewel het werk vrijwel steeds werd verricht in samen werking met een of meer medewerkers, buitenlandse onderzoekers of leerlingen, van wie de bijdrage soms van overwegende, soms van ondergeschikte aard was, moet zijn eigen invloed zeker niet worden onderschat. Hij wist zijn medewerkers te inspireren en door zijn opmerkingen tot resultaten te leiden, die zonder zijn fysisch inzicht waarschijnlijk niet zouden zijn verkregen.
De namen van deze medewerkers zullen hier op een enkele na niet worden genoemd; zij kunnen in de publikaties worden gevonden. Vele onderzoekingen werden verricht op het gebied van het magnetisme. De paramagnetische metingen gaven een duidelijker beeld dan tevoren over de atoombouw en de wisselwerking der magnetische momenten der ionen in kristallen met hun omgeving. Deze onderzoekingen leidden o.a. in 1932 tot de proeven over adiabatische demagnetisatie, samen met E.C. Wiersma, volgens een door P.J.W. Debije en W.F. Giauque aangegeven methode. Bij deze proeven werden temperaturen verkregen in het millikelvin gebied. Gedurende enkele jaren werden deze bijzonder lage temperaturen alleen in het laboratorium van De Haas gerealiseerd. Hierbij werden weer diverse eigenschappen der betreffende zouten onderzocht. Zeer sterke, kort durende magneetvelden werden door kort durende stromen verkregen. Magnetisatie van paramagnetische verbindingen geeft aanleiding tot magnetorotatie, draaiing van het polarisatievlak van een lineair gepolariseerde lichtstraal. Prof. J. Becquerel uit Parijs heeft samen met De Haas vele zeer nauwkeurige metingen op dit gebied verricht. Zo werd de theoretisch voorspelde evenredigheid tussen paramagnetische susceptibiliteit en magnetorotatie (constante van Verdet) bevestigd. Samen met de Russische fysicus L. Schubnikow werd de invloed van een magneetveld op de weerstand van bismut, o.a. in afhankelijkheid van de richting van dit veld, onderzocht (Schubnikow-De Haas-effect). Deze metingen hingen ook samen met het zoeken naar relaties tussen elektrisch geleidingsvermogen en diamagnetische susceptibiliteit. Op het gebied van het diamagnetisme werd het De Haas-Van Alphen-effect gevonden, nog altijd van veel belang voor het inzicht in de elektronenstructuur der metalen. Bij de warmtegeleiding was het mogelijk in bismut de bijdragen van de elektronen en het rooster te scheiden met behulp van een magnetisch veld en werd o.a. het vormeffect gevonden.
Bij de elektriciteitsgeleiding werd bij een aantal metalen een minimum in de weerstand aangetroffen, tegenwoordig bekend als Kondo-effect naar degeen die een theoretische verklaring gaf. Veel onderzoekingen werden ook verricht in het gebied van de supergeleiding, o.a. de indringing van een magnetisch veld in supergeleiders. Met duurproeven van een aantal dagen over de sterkte van een kringstroom resp. van de diamagnetische susceptibiliteit werd de maximaal mogelijke waarde van een eventuele weerstand van een supergeleider resp. van de elektronen in hun banen in bismut tot een uiterst lage waarde teruggebracht.

De Haas’ wetenschappelijke kwaliteiten vonden zowel in binnen- als buitenland erkenning. Zo werd hij in 1921 en 1930 uitgenodigd voor het Solvay Congres en in 1932 om als ruilhoogleraar colleges te geven in Brussel, waar men hem de eremedaille van de Vrije Universiteit toekende. In 1934 ontving hij de gouden Rumford medaille van de Royal Society in Londen. De Haas was membre honorair van de Société française de physique. Als Scott lecturer hield hij in 1937 een aantal voordrachten aan de Universiteit van Cambridge. In dat zelfde jaar ontving hij ook zijn benoeming tot corresponderend lid van de Academie van Technische Wetenschappen van de Universiteit van Warschau en in het jaar daarop van de Franse Academie van Wetenschappen. Zijn voorkeur ging overigens niet uit naar grote wetenschappelijke bijeenkomsten, zoals congressen, die hij dan ook vrijwel nooit bezocht.

De Haas had een sterk gevoel voor humor en in het natuurkundig onderzoekingswerk speelde zijn intuïtieve visie een belangrijke rol. Zijn ideeën getuigden vaak van een grote oorspronkelijkheid. Dikwijls kwam hij op ongebruikelijke uren in zijn werkkamer om samen met een amanuensis allerlei onderzoekingen te doen. Maar hij liet zich nooit verleiden om onvoldoend geverifieerde metingen te publiceren. Ook t.a.v. de nauwkeurigheid van de onder zijn leiding door zijn medewerkers verrichtte metingen had hij een zeer kritische instelling en pas nadat allerlei fouten in bronnen waren nagegaan en de metingen eventueel waren herhaald om de reproduceerbaarheid te controleren, mocht tot publikatie worden overgegaan.

Zijn intuïtie bracht hem er o.a. toe, de Nederlandse regering in 1939 te adviseren, een hoeveelheid uraniumoxide, die op de markt verscheen, te kopen, welk advies werd opgevolgd. Gedurende de oorlog kon deze aankoop in een Delfts laboratorium verborgen worden gehouden en na de bevrijding werd hiermee de grondslag gelegd voor de Noors -Nederlandse samenwerking op het gebied van de kernenergie. Voor het ‘Joint Establishment for Nuclear Energy Research’ in Kjeller leverde Nederland het uranium, Noorwegen het zware water.

Gedurende de oorlog onderhield De Haas, enerzijds om iets over de activiteiten van de bezetters te weten te komen, anderzijds om zich een grotere bewegingsvrijheid, ook buiten Nederland, te verschaffen, relaties met de voor de Duitsers werkende organisatie Cellastic, die zich o.a. met de verrijking van uranium bezighield. Van deze bewegingsvrijheid heeft hij met zijn echtgenote gebruik gemaakt om via Zwitserland naar Engeland te ontsnappen. Na de oorlog veroorzaakte de ‘operation Cellastic’ ook voor De Haas enige opspraak. Hij diende zijn hoogleraarfunctie van 18 juni tot 19 oktober 1945 voor een nader onderzoek te staken, maar kon daarna tot zijn emeritaat op 20 september 1948 zijn ambt ongemoeid uitoefenen.

De waardering en bewondering, die De Haas ook na de oorlog ondervond, waren behalve aan zijn wetenschappelijke verdiensten mede aan zijn karakter en persoonlijkheid te danken. Ook buiten de natuurkunde had hij een zeer brede belangstelling. Zijn sociale bewogenheid kwam o.a. tot uitdrukking in zijn houding t.o.v. de leerlingen van de Leidse Instrumentmakerschool. Van 1926 tot 1951 was hij voorzitter van de Vereniging tot bevordering van de opleiding tot Instrumentmaker, die deze school beheert. Voor zijn gezin en ook voor degenen, die onder zijn leiding werkten had hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel; voor velen van zijn leerlingen trad hij niet slechts als leermeester, maar evenzeer als vriend en helper op.

Vanaf zijn studententijd heeft De Haas een zwakke gezondheid gehad en hij kon dan ook vaak niet op zijn laboratorium zijn. Maar hij was grenzeloos toegewijd aan de wetenschap, de Leidse Universiteit en vooral het Kamerlingh Onnes Laboratorium. Ook als hij ziek thuis was, bleven de problemen van zijn medewerkers – naar eigen zeggen – hem geen tien minuten uit zijn gedachten. Dat De Haas, ondanks zijn vele kwalen, zo veel wetenschappelijk werk van hoog niveau heeft kunnen doen, dankte hij ook aan de voortdurende zorgen van zijn vrouw. Om zijn warme, originele persoonlijkheid en zijn toewijding droegen zijn vele assistenten en leerlingen hem op handen.

De Conscriptie

Door Arie de Koning Als in 1810 Napoleon zich, ondanks alle gesloten verdragen, bedreigd voelt door de Russische tsaar Alexander en zijn legers, besluit hij de tsaar voor te zijn en met een enorme legermacht Rusland binnen te trekken en Rusland aan zich te onderwerpen. Hiervoor waren soldaten nodig, heel veel soldaten. In het diepste […]

Het onderhoud en bestraten van de wegen in Lisse.

Het onderhoud en bestraten van de wegen in Lisse.

In de vroege jaren van de 18e eeuw kon men nauwelijks van wegen of straten spreken in Lisse, zo was de Heereweg niets meer dan een karrepad van zand en puin zoals deze er al eeuwen bij gelegen had. Er was een onderhoudsplicht voor de inwoners van het dorp. Ieder moest zijn gedeelte waar zijn huis of boerderij aan lag begaanbaar en schoon houden en als het erg droog werd moest de weg nat gehouden worden om verstuiving van het droge zand te voorkomen. iedere inwoner van Lisse welke paarden bezat moest bij toerbeurt “puin karren” om de grootste gaten te dichten en weer af te vlakken met zand, welke in ruime massa aanwezig was in Lisse. Als vergoeding hiervoor mochten de paardenbezitters hun paarden laden grazen in het duin van de wildernis. De animo voor deze weg werkzaamheden was zoals men begrijpt niet erg groot, ook bij de bewoners zonder paarden. Men had het druk genoeg en het kwam er meestal op neer dat vrouwen en kinderen zomers de weg nat hielden. Dit werd gecontroleerd en verzaakte men hierin, werd er een boete gegeven.

’s Winters was de weg meestal onbegaanbaar door diepe karrensporen welke volstonden met regenwater. De dagelijkse postwagens uit Leiden en Haarlem, welke rond het middaguur elkaar in Lisse ontmoetten en elkaars post overdroegen en tevens de poststukken bestemd voor Lisse bezorgden, hadden met veel moeite en uiterste stuurmanskunst Lisse weten te bereiken.

De bestuurders van Lisse onder leiding van de Schout Jacob van Dorp, besloten dat er voor eens en altijd begaanbare wegen in het dorp moesten komen en besloten dat het tijd werd om de wegen van Lisse te bestraten. Dit was een zeer ambitieus plan en men besloot eerst te kijken of de financiering rond te krijgen was en men besloot een handtekeningen actie te houden waarmee men kon aangeven bereid te zijn om bij te dragen aan de realisatie van de bestrating. (Door deze lijst kunnen wij als geschiedvorsers mooi even meekijken welke inwoners niet konden lezen en schrijven. De analfabeten zetten namelijk een merkteken in plaats van een handtekening). De bestuurders hadden al gauw in de gaten dat het door vrijwillige bijdragen alleen niet haalbaar was en er dus via belastingen geld vrijgemaakt moest worden. Men had gedacht om een omslag op te leggen aan alle inwoners welke land in bezit hadden van 35 stuivers per morgen land. Maar dan kwam je op het terrein van het Hoogheemraadschap van Rijnland en daar moest je, als het even kon verre van blijven. Er werd een verzoek, een zg. Requeste, aan het Hoogheemraadschap van Rijnland gestuurd met het verzoek om te mogen bestraten. Dit verzoek werd op 20 februari 1723 verzonden maar er kwam geen antwoord. Nou was de Schout van Lisse een geduldig maar ook een zeer vasthoudend man dus een tweede Requeste werd geschreven, maar ook daarop werd geen antwoord gegeven. Pas na de vierde Requeste op 21 April 1725 kreeg men de gewenste toestemming en werd in Lisse de bestrating gerealiseerd. Dat werd een succesverhaal want Lisse werd nu met respect beschreven door voorbeeld de geschiedschrijvers Mattheus Brouërius van Nidek en Isaac Le Long als:
“Men heeft dit dorp in het jaar 1725 geheel bestraat. Onder deselfs straten loopt er één met een kromme bogt naar eene haven, welke de Graft genoemd wordt, en zyne uitwatering heeft door de Ringsloot van de Lisserpoel tot in het Haarlemmer meïr, alwaar dit water de naam van de Greveling aanneemt”
Anderen noemen Lisse een schoon en weelderig dorp welke geheel bestraat is. Niettemin bleef de verplichting van onderhoud van de wegen en voetpaden bestaan. Vuil, paardenpoep, stuifzand en rommel van afgevallen lading moesten door de aangrenzende bewoners schoon gehouden worden, de boetes waren even hoog als voor de bestrating. De bevolking welke normaal gewend waren hun afval overal neer te gooien, werden bewust gemaakt dat het ook anders kon. Dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Lissers stonden bekend om enorme rotzooimakers. Overal werd huisvuil gestort, tot op het Kerkhof aan toe. In bijvoorbeeld de Resolutie Boeken van Schout en Burgemeesteren komt het item vervuiling van het dorp veelvuldig ter sprake, maar de aanhouder, in dit geval Schout Jacob van Dorp, heeft dit gevecht glansrijk gewonnen

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26088-26089 pag. 76

Alsoo Henrik Janse Korsten, overleden, ende bij deselfs nagelaten wed: Cornelia Huberts Heemskerk afgestaan was aan de Delfweg.
Soo hebben Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, van des Ambagtswegen besteed, ende Pieter Engelse van Schie, schilpkarder, ende bouman aan de Delfweg in Lisse, voors: van deselve aangenomen, de vermelde Delfweg na vereijs, ende ten genoegen, ende prijs van de besteders, mitsgaders van den ingelanden, ende ingesetenen, soo als Schout ende Ambagtsbewaarders, in der tijd, sulks sullen ordenneren tot een bekwame Rijweg ’t elkens alle daags slenken, ende dellen te vereffenen uijt de bij gelegen hoogtens, ofte ribbens, ook ter bekwamer plaatse de Gruppen, ende afloopen van water te maken, ende als ’t vereijst Spijkers aan de hekken te slaan, soo lange den aannemer aan de Delfweg sal blijven wonen, sullen de Besteders bij gebreke van den aannemer, na voorgaande waarschouwinge, ende verloop van 24 uren tijd, ‘t selve tot des aannemers kosten, selfs tot haar genoegen mogen laten doen, waar voren den aannemer alleen sal geniete de beweijdinge van deselve delfweg, ende sal den aannemer boven ’t voors: Onderhout, alle jaren aan ’t Ambagt nog moeten betalen, op den Tweeden kersdag, een somme van eene Gulden, onder verband van den Aannemers persoon ende goederen, gene uijtgesondert, onderwerpende deselve de Geregtsdwang van allen Keuren, Regten ende Regteren, ende wel Specialijk de Judicature van de WelEd: Heeren Dijkgrave ende Hoogheemraden van Rijnland. Des blijft het sandkarren, ende verder onderhout der hekken op de voors: weg hier buijten gehouden, ende den aannemer daartoe niet verpligt.

Aldus gedaan tot Lisse in ’t Regthuijs op den 14 Junij 1720.

Handtekening Gerrit Hendrikse Hoogkamer
J. van Dorp Leendert Willemse Oote
1720

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26172-26176 pag.177

Aan de WelEdelen Heeren Dijkgraaf ende Hoogheemraden van Rijnland,

Geven met Eerbiedigheijt te kennen, Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, dat de Rijweg in Lisse, voor soo verre deselve Wedersijds betimmert is, tot nog toe is opgekarret ter bede bij beurten door alle de Lisseijselieden die paarden houden, soowel die wonen in de Lisserpoel, als daar buijten, ende den Weder sijdse Voetpaden, ende palen bij de gehuijsdens, ijder sooverre hare Erven strekken, gelijk den heereweg buijten de wedersijdse huijsens bij de gelandens aan den Heereweg, werd gemaakt en onderhouden bij die geland sijn, aan eene sijde de Rijweg, ende bij die geland sijn aan de andere sijde het voetpad met de palen, dat de gemelde rijweg in Sonderheijt tusschen de huijsen, door het menigvuldiger berijden, van de Postwagens, ende andere Rijtuijgen, als voor desen van tijd, tot tijd is vervangen, ende bij supplianten geen ander genoegsaam middel en kunnen uijtvinden, om de Rijweg tusschen den huijsen op te maken, ende onderhouden, als met deselven te bestraten, dat den heere van Lisse, ende andere heeren Ingelanden, Soo in als buijten de Lisserpoel,hadden getekend, daar tot Vrijwillig sekere Somme van penningen te sullen betalen, als den straat geleijd was, maar dat de tot nog toe ingetekende Somme op verre na soo veel niet bedragen, als de onkosten soude Lopen, waarom de supplianten met Verwilliginge van den heere van Lisse, ende den anderen Ingelanden, hen keerden tot UwelEd:, Ootmoedelijk versoekende UwelEd: consent om den Heereweg in Lisse, beginnende besuijdwesten den kerk, noordoost op, tot soo verre deselve met huijsen aan weder sijden betimmert is, te mogen bestraten, ende het gene het bestraten meerder sal komen te kosten als de Vrijwillige beloofde ofte nog te belooven, ofte anders te verkrijgen,onderstandig ende te ontfangen giften bedragen, te mogen brengen ten laste van alle de morgen talen van ’t Ambagt, soo als die in den binnelanden kosten Contribueren,mitsgader van de landen in den Lisserpoel onder Lisse, ende die afgesande landen, die in den jare 1666, in den verpondinge sijn aangeslagen, des dat den Ingelanden, soo ’t haar gelieft, hare Vrijwillige beloofde Sommen tegens haarlieder quiote in den ommeslagen soude mogen Rescontreren,te betalen den gemelde ommeslag, gereed op UwelEd: Consent, ofte bij die gene die sulks ongelegen mogten komen, ofte liever in termijnen soude betalen, in vijf jaar Termijnen, ’t elkens een opregte vijfde part, dog met bijvoeginge van Interest, van ’t agterstal, tegens vier percento, ’s Jaars, de gemelde termijn ’t elkens te verschieten bij de bruijkere ende voor den helft bij de Eijgenaars te korten.
Wijders dat UwelEd: gelieve te ordonneren dat alle de gehuijsdens, tot conservatie van de te leggen Straatweg, soo verre haar erven strekken, elks aan sijne sijde deselve Straatweg tot op het midden van, en tegens malkanderen aan sullen moeten onder ’t Sand ende bij droogte nat houden,als ook dat deselve ende alle andere gehuijsdens, ende inwoonders, aan den heere ende andere wegen in Lisse het bij de ordinaris schouwen tegenwoordig Subject, ofte niet, soo verre hare erven strekken een bekwaam voetpad sullen moeten onderhouden, ende de palen, die sij tot behoud van het voetpad gehouden sijn te stellen, ende houden op alle ordinaris schouwdagen, aan ’t bovenste, ende een halve Elle lang te laten verwen, verder dat niemand wie sig bij hem van nu voortaan sullen te vervoederen, den Heereweg, soo voetpad als Rijweg, als ook alle anderen gemene wegen, ende landen in Lisse, gene uijtgesondert, tot bewerpen, bestroojen ofte beleggen, met eenige vuijle materie, ’t sij drek, ofte schoven, hooij, stroo, potten, scharen, spaanderen, krullen ofte lappen, water, takken, ruijgten, bladeren, glas, ofte eenige dingen, daar mede deselve ontsiert ofte verergerd, souden kunnen worden, Elk poene op de ordinaris verbeurte van 12 stuijvers, ten behoeve van de Schout voor de Eerste reijs, ende van vier en twintig stuijvers voor de tweede reijs, ende van 10 gulden ten behoeve van den Heere Dijkgrave, voor 2/3 , ende van den Schout voor 1/3 voor de derde reijs, ende dat boven dien den overtreders ende de gebrekige gehouden sijn de straat te sanden ofte nat te maken, de Wegen en paden van de ingeworpe ende verbode materialen, te ontruijmen, de palen te laten Wit verwen, ende voetpaden te sanden, en gelijken, binnen 24 uur na gedane waar schouwinge, ofte dat de Ambagtsbewaarders gehouden sullen sijn, sulks te laste doen, tot kosten van de gebrekige, ende deselve kosten te laten Uijtleggen door den Schout, om die te innen na den Dijkregte, ’t welk doende was ondertekend, Fred: Heereman v: Suijdwijk, T.w de Wassenaar, A: G: Sohier de Vermandois, Vrij:hr van Warmenhuijse, Nicolaas Tjark, Pieter Tjark, L:L: van Dam, W: A: van der Stel, Johannis Kruijs, J. van Dorp, Schout, Lenard Willemsz Oote, ambagtsbewaarder, Dirk Janse van de Voord, ambagtsbewaarder, Johannis van ’t Hoog, Burgemeester, Herman Tijdeman, Burgemeester, Cornelis Jansz van der Jagt, Burgemeester, Jeremias Rouwens, MP dit merk is gestelt bij Dirk Maartense uijt den Hemel, Jan Vlaanderen, dit merk V is gestelt bij Mathijs Hubertse Erffort, Jan Saarse Krook, Jan Pieterse Verham, Klaas van der Does, Reijmpje Klaas, Adriaan Mathijsse, dit merk V is gesteld bij Barend Jansz van Bispik, dit merk C is gestelt bij Henrik Leonards van Roon, dit merk ^ is gestelt bij Cornelis Pieterse van Roon, Pieter van Aarle, Jacob Vranken Kats, Sijmen de Graaf, Rutgert Veldhuijse, Dirk van der Horst, Jan van der Jerk, dit merk ¥ is gesteld bij Jan Cornelisse Langeveld, Caterijna Jans Ammeraal, dit merk T is gestelt bij Adriaan Jacobsz de Goede, Cornelis Stellingwerf, Pieter de Bok, Jacob van ’t Hoog, Pieter Lenardse Brero, Frans Gerritse Brero, Benjamin Stellingwerf, dit merk + is gesteld bij Lenard Henrikse van Roon, Pieter Sijmonse Langendam, Barend Jochems Stellingwerf, dit merk T is gestelt bij Engel Dirkse van Steijn, dit merk Ö is gestelt bij Abraham Cornelisse van der Kluft, dit merk ñ bij Cornelis Adriaanse van der Wolf, dit merk X bij Gerrit Huijgense van den Bos, dit merk L is gestelt bij Willem Jans Slootman, Jacob Cornelisse van der Kluft, Jan Vlaanderen, Otto Jacobse Kranenburg, Sijmon Berkhout, Gerrit hendrikse Hoogkamer, Cornelis Onnosel, Jan Bekke, Warbout Jurriaans Vreburg, Jacob Florisse van Bourgondien, Huijbert Jans van de Voord, Elias Adriaanse van Geel, Crijn Cornelisse Geel, Cornelis van der Saal, Arent Meuse Velsbrugge, Tomas van Wetteren, Bart Jans Klinkenberg, Jochum Willemse Geel, Herman Schuurman, Willem Willemse Mens, Jacob Maarse Verduijn, Lenard Claasse van der Poel, Claas Janse ’s Gravenmade, Cornelis Verdel, dit merk X is gestelt bij Jan Jacobs Naardenburg, Jan Jacobs van der Hoven, Claas Arisse van der Helder, Andries Cornelisse Ploeg, Jan Arisse van der Wolf, Jan van Koorn, Jan Cornelisse Moerkerken, Jan Arisse van Sprokkelenburg, Lenard van den Bos, Jan Jans Vlaanderen, Jacobus Rek, Jan Jans van der Plas, Maartje Sijmons, dit merk X is gestelt bij Huijgh Jorisse Naardenburg, Jan Jans van der Jerk, Tieleman Stroom, Claas van Steijn, dit merk C is gestelt bij Dirk van Santen, Willem Philipsz, Catharina Verrijn, Gerrit Sijmonsz, David Panter, Pieter Arendse van Wateringen, Pieter Jansz Kok, Dirk Harmansz, Willem Cornelisse Dekker, dit merk B is gestelt bij Cornelis Cornelisse Geervlied, dit merk L is gestelt bij Joris Janse van Haastregt, dit merk C.d. is gestelt bij Cornelis Dirkse Huijgsloot, Joris [….], Cornelis van Dalen, Pieter van Velsen, Cornelis Huijgs, Cornelis Blok, voor de Diaconij, Jan Jansz van der Jagt, Maartje Arijs, Lourens Klaverweij, Jacob Willemse Akersloot, Maarten Korssen, dit merk (hij) is gestelt bij Henrik Jacobse van Boomen, dit merk X is gestelt bij Jacob Jans van Naardenburg, Cornelis Pieterse Akersloot, dit merk IB is gestelt bij Jacob Dirkse van Bruijnen, dir merk ß is gestelt bij Jan Philipsz van Velsen, dit merk CD is gestelt bij Pieter Cornelisse Larum. Dirk Claasse Klaver, dit merk Ü is gestelt bij Jan Jochemsz Stellingwerf, dit merk Å is gestelt bij Isaak Maartensz Verduijn, Mees Gerritse Outshoorn, Gerrid Burger, Gerrid Dirkse van Wateringen, Meijndert Huijgen, Jan Wassenaar, Jacobus van ’t Hoog, Dirk Cornelisse Oostdam, Clement Paulisse, Maarten van Outshoorn, Louwrens Jorisse van sGravenmade, Jan Tijs, dit merk X is gestelt bij Christina Dirks van Doelen, dit merk Ñ bij Anna Gerrits van Egmond, Maartje Jans Kok, Geertje van Adrichem, Cornelis Pieterse Gravendijk, dit merk Ü is gestelt bij Cornelis Pieters Barnhorn, Jacob Pieterse Wassenaar, Michiel Michielse, dit merk IWVM is gestelt bij Willem Willemse van der Moor, Arij Dirkse van Steijn, Trijntje Pieters de Jong, Elbertina Molleris, Trijntje Tijdeman, dit merk ÇÇ is gestelt bij Cornelia Jans Kok, Sijmon Langeveld, Jan Arisse SGravenmade, dit merk ¥ is gestelt bij Cornelis Gerrits SGravenmade, Albert Klaasse, Marij Pieterse, dit merk X is gestelt bij Henrik Pieters Arkshoek, voor mijn moeder: Cornelia Heemskerk, J.D: Graaf, Jan Pieters Langeveld, dit merk X is gestelt bij Anna Maartens Duijndam, wed: van Lenard Gerritse Brederoe, Jacob Cornelisse Warmond, dit merk X is gestelt bij Geertje Pieters Spitsbergen wed: van Willem Jansz Entepoel, Jacob Jans Fits, voor de kinderen van Cors Barendse van der Hoeven, Jacob Cornelisse Warmond, Sijmon Cornelisse de Graaf, Cornelis Pieterse van Schagen.

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26177-26178 pag.180

Aan de WelEdele Heeren Dijkgraaf ende hoogheemraden van Rijnland,
Geven met eerbiedigheijt te kennen, Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, dat sij supplianten, op den 20 Februarij 1723, aan UwelEd:, met verwilliginge van den Heere van Lisse, ende ’t meerendeel van den Ingelanden, soo in als buijten de Lisserpoel, bij Reqt: om reden, bij denselve Regt geallegueert hadden, versogt UwelEd: Consent, om den heereweg in Lisse te mogen bestraten, ende het gene het bestraten soude komen te kosten, als bij den vorigen, als bij den voorn: Regten, mede versmald was, te mogen brengen tot lasten van alle de morgen talen van ’t Ambagt, soo buijten als in de bedijkte Lisser poel, ende verders, soo ten Reguarde van het maken ende onderhouden van den Heereweg, buijten de huijsen, ende ook van de voet paden, als bij den voorsz; Reqt: breeder vermeld, tot het welke de Supplianten, hen alhier refereren dat UwelEd: alvoren op de voorsz: Requeste Finalijk te disponeren op den 27 Februarij kerkgebod hebben geordonneert, sig tegens het verlenen van het versogte Consent alleen geopposeert hadden Eijgenaars van den Landen in Lisse, ter Nombre van omtrent 120 morgen, en van omtrent 40 morgen binnen de voorsz: Lisser poel, ende de voorsz: opposanten, dat de voorsz: heereweg wel door inkarren van peuijn ende land konde worden gemaakt ende onderhouden, sonder bestraten, tot welke peuijn sij opposanten hun quote dan wel soude willen betalen, dat het Sant van de Duijnheeren wel, om niet te krijgen soude sijn, ende bruijkers wel souden willen karren, ter bede, en de Supplianten het Contrarie hadden gesustineerd, ende bij hun versoek hadden gepersisteert, gelijk ook de opposanten bij hare Weijgeringe gedaan hadden, dat UwelEd: sig selve inspectie oculair hadden mondeling gelieven tot ordonneren, dat tot lasten van de gene die verpligt waren, tot het maken van den voorsz: Heereweg, deselve Heereweg met peuijn, ofte besandige specie souden hebben in te laste vallen, ende ophoogen, tot gelijke hoogte als waren de drempels van de huijsen, aan de voorsz: Heereweg, ende sulks door die landmeter van Rijnland, hadden laten afbakenen, alle ’t welke gekomen sijnde tot kennisse, van de heere van Lisse, ende van de Ingelanden, soo die de gepresenteerde voorsz: Regte, benevens de Supplianten, ende getekend hadde, als die welke niet getekend hadden, maar door hun Vrijwillige beloofde giften, ende niet appelleren, tegen het gemelde kerkgebod, in der Suppliante voorsz; versoek, hadden geconsenteerd, soo hadden deselve ingelanden, aan de Supplianten, hun ongenoegen, wegens het inkarren van peuijn in den voorsz: Heereweg, te kennen gegeven, ook weten de supplianten geen raad, om soo grooten kwantiteit peuijn, of andere bestandige stoffen, als daartoe van Nooden soude sijn, te bekoomen, sijnde wijders niemand van de Bruijkers genegen peuijn te karren in de weg, en sullende over sulks, het karren alleen veel geld beloopen, ende het peuijn bijna soo veel kosten, als het bestraten ende van geen duur wesen, dat sij supplianten en bijna alle de ingelanden oordelen, dat den Heereweg met peuijn niet goed gemaakt, veel mins goed gehouden, Sal kunnen worden, ende het daarom, dog Eijndelijk tot bestraten sal moeten komen, ende mitsdien het peuijnen Vergeefse onkosten soude sijn, Ja dat bevonden soude worden, dat de peuijn Weder uijt de weg soude moeten worden ontruijmt, eer men een Goede weg soude kunnen maken, ende wijle het Ambagt, het sij in het peuijnen, het sij in ’t bestraten, seer Importante kosten souden moeten ondergaan, ende ingelanden, ende bruikers, die de kosten daar van dragen sullen moeten, vermeden billijker te wesen, dat gevolgd word de Neijging van Eijgenaars van omtrent 1260 morgen, ende van alle de bruijkers, soo buijten als binnen de bedijkte Lisser poel, die sijn, ofte gehouden moeten worden voor het bestraten, ende tegens het peuijnen, als van de Eijgenaars van omtrent 120 morgens buijten ende omtrent 40 morgens in deselve bedijkte poel, soo menen de supplianten weder om met verwilliginge van den heer van Lisse, de Vrijheijt van UWelEd: nogmaals te versoeken, van de supplianten bij haar voorsz: eerste gepresenteerde Regt gedaan, soo als dat leijd te consenteren, en hen van het gemelde en bij UwelEd: geordonneerde peuijningen te ontheffen.

’t welk doende

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26179-26182 pag.182

Alsoo Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, Aan den Wel Edelen heeren Dijkgrave ende hoogheemraden van Rijnland, met verwilliginge van den heere van Lisse, ende van den grootsten, ende ’t meerendeel van de Ingelanden, soo in, als buijten den Lisser poel, bij Reqt: op den 20 Februarij 1723, om redenen bij deselve Requeste geallignieert, versogt hadde om Consent, om den Heereweg in Lisse te mogen bestraten, ende het gene het bestraten soude komen te kosten, invoegen als bij den voorsz; Reqt: mede vermeld was, te mogen brengen ten laste van alle de morge talen van ’t Ambagte soo buijten als in de bedijkte Lisserpoel, ende verders, soo ten Reguarde van ’t maken, ende onderhouden van den heereweg, buijten de huijsen, ende ook van de voet paden, als bij den voorsz: requeste breeder staat vermeld, dat haar WelEdele als vooren op de voorsz: requeste
Finalijk te disponeren, op den 27 Februarij kerkgebod hebben geordonneert, sig teegens het verlenen van het versogte consent alleen geopposeert hadden den heeren Directoires van de Poelpolder, besittende te samen omtrent 41 morgens, voor soo verre als er versogt wierd, den ommeslag over den Landen in de Lisserpoel, en wijders ook Eijgenaars van Landen buijten de Lisserpoel, ter Nombre van omtrent 120 morgens, Sustineeren de voorsz: opposanten dat de voorsz: Heereweg, wel door inkarren van peuijn ende sant konde worden gemaakt ende onderhouden, Sonder bestraten, tot welke peuijn sij opposanten hun quote dan wel souden willen betalen, dat het sant van de Duijnheeren wel om niet te krijgen soude sijn, ende de bruikers wel souden willen karren, ter bede, ende de voorsz Impetranten het contrarie hadden gepersisteert , gelijk ook de opposanten bij haar Weijgeringe gedaan hadden dat haar WelEdele na genomen inspectie oculair, op den 1 October Seventien hondert drie en twintig mondeling hadden gelieven te ordonneren, dat Schout en Ambagtsbewaarders, tot Lasten van die gen die verpligt waren tot het maken, van de voorsz: Heereweg, deselve Heereweg met peuijn ofte bestendige specie souden hebben te laten vullen, ende ophoogen, tot gelijke hoogte als waren de drempels van de huijse, aan de voorsz: heereweg, ende sulks door den land meter van Rijnland hadden kunnen laten af bakenen, alle ’t welke gekomen sijnde tot kennisse van den heere van Lisse, ende van den ingelanden, Soo die den voorsz: gepresenteerde Requeste, benevens Schout ende Ambagtsbewaarders, mede getekend hadde, als die wel niet getekend, maar door hun Vrijwillig beloofde giften, ende niet appelleren ’t gene het gemelde kerkgebod in ’t voorsz: versoek, van Schout ende Ambagtsbewaarders, hadden geconsenteert, deselve ingelanden aan Schout ende Ambagtsbewaarders, hun ongenoegen wegens het inkarren van peuijn, in de voorsz: heereweg hebbende, te kennen gegeven, Schout ende Ambagtsbewaarders, ook geen Raad wetende, om soo grote quantiteijt peuijn, ofte andere bestendige stoffen, als daar toe van nooden souden sijn, te bekomen, bij nader Requeste aan haar WelEdele gepresenteerde, nog meer dringende redenen in deselve nader requeste, geexamineert, tot welke beijde Requesten beijde alhier gerefereert word nogmaals versogt hadden, dat U WelEdele het versoek van Schout ende Ambagtsbewaarders, bij haar voorschreve eerst gepresenteerde Requeste gedaan,soo als dat leijd, geliefde te Consenteren, ende hen van ’t gemelde bij haar WelEdele geordonneerde peuijnen te ontheffen, ende dat den voorsz: opposanten op die nader Requeste in het gemelde eerste gedane versoek, wel hadden willen Consenteren, ende van de oppositie dog mits ontheven wordende, van de reparatie, soo hebben wij Burgemeesteren van Lisse op de tusschen spraak van wel gemelde heeren Dijkgraaf ende hoogheemraden van Rijnland beloofd, ende beloven bij desen dat soo wanneer haar Wel Edele, het voorschreven, bij de voorgeschreve Requeste gedane versoek, om den Heereweg in Lisse te mogen bestraten, ende de onkosten van het zelver bestraten, te mogen omslaan, soo als dat versoek leijd, alleen de 21 morgen lands van den hoofdkerken van Leijden, ende twintig morgen lands van den voorsz: heeren Directeuren, in de voorsz: bedijkte Lisserpoel, soo het hem gelieft, van hun aandeel inden ommeslag geeximeert sijnde, aan Schout en Ambagtsbewaarders accorderen wij in dien gevallle, alle de onkosten van de reparatien die na dat de meer gemelde straat geleijd sal sijn, in tijden en wijlen van nooden, sal worden bevonden over elks van den Ingelanden, in den dorpe ende Ambagte van Lisse, voor hun aandeel in die onkosten, van den reparatie, op den Eed tot onse Bedieninge staande sullen setten, quotiseren ende invorderen ende de Ingelanden daar van ontheffen, onder verband van ’s Dorps inkomen.

Aldus gedaan tot Lisse, in ’t Regthuijs, ten overstaan, ende met goedkeur van Schout ende Schepenen ende alle de Burgemeesteren op den 24 Februarij 1724

Handtekening Elias Adriaanse Geel Cornelis Jans van der Jagt
Jacob van Dorp Cornelis van der Saal Joachim Willemse
1724 Jan Vlaanderen Jacob Fransse Kats
Otto Jacobs Cranenburg Adriaan Cornelis Plooy
Klaas van der Does

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26190 pag.194

Wij, Burgemeesteren van Lisse, nemen op het voorstel van Schout ende Ambagtsbewaarders, van wegen den WelEdele Heeren Dijkgraaf ende hoogheemraden van Rijnland, bij desen van wege ’t Dorp, te suppleren, ende over Elke van onser ingesetenen, in den Dorpe ende Ambagt van Lisse, voor hun aandeel in die vervulling, op den Eed, tot onse Bedieninge staande, te sullen setten, quotiseren, ende invorderen, alle het gene het bestraten van den Heererijweg in Lisse, Beginnende besuijdwesten de Kerk, noordoost op, tot soo verre deselve Heererijweg, met huijsen aan wedersijden betimmert is, so als die tegenwoordig is begonnen, ende afgebakend meerder sal kosten, als den vijfendertig stuijvers per morgen, de welke den voorn: haarWelEd: hadden voorgeslagen, tot kosten van den Landen in Lisse voorsz: te Consenteren, dat wij de ingelanden van de verdere Onkosten dienaangaande te vallen, sullen ontheffen onder verband van ’s Dorps inkomen.

Aldus gedaan tot Lisse in ’t Regthuijs, ten overstaan en met goedkeuring van de Schout, ende Schepenen ende bij alle de Burgemeesteren op den Eersten September 1724.

Handtekening Elias Adriaanse Geel
J. van Dorp Leendert Willemse Oote Cornelis van der Saal
Jan Vlaanderen Otto Jacobs Cranenburg
Johannis van ‘t Hoog
Sijmon Berkhout
Cornelis Janse van der Jagt
Joachim Willemse
Klaas van der Does

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26217 pag.227 – 229

Aan de WelEd. Heeren Dijkgrave
ende Hoogheemraden van Rijnland

Geven met Eerbiedigheijt te kennen Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse dat sij, Supplianten, op den 23 Februarij 1723 aan UwelEd. met verwillinge van den Weledelen heere van Lisse ende ’t meerendeel van de ingelanden, soo in als buijten de Lisserpoel bij requeste om redenen bij deselve regte geallegueert hadden versogt Consent om de Heereweg in Lisse te mogen bestraten ende het gene het bestraten soude komen te kosten invoegen als bij de voork: requeste mede vermeld was te mogen brengen tot laste van alle de Morgentalen van ’t Ambagt, soo buijten als in de bedijkte Lisserpoel, ende verders, soo ten reguarde van ’t maken en onderhouden Vanden heereweg. Buijte de huijsen ende ook Van de voetpaden als bij de voors: Requeste breeder straat vermeld.
Dat Uedelen alvoren op de voorz: Req.-ten finalijk te disponeren op den 27 Februarij kerkgebod hebben geordonneert sig tegen het verlenen van ’t versogte consent geapposeert hadden, de heeren Directeurs van de Lisserpoel besittende tesamen omtrent Een en Veertig Morgens voor soo verre, als er versogt wierd een ommeslag over de Landen in de Lisserpoel en wijders ook Eijgenaars van Landen buijten de Lisserpoel ter nombre van omtrent Hondert en Twintig Morgens.
Dat UwelEd. de redenen van Oppositie alsook de Supplianten ende opposanten ende het wedersijtse Persistit hebbende gehoord UwelEd. na genomen inspectie Oculair op den 1 Oktober 1723 hadden gelieve te Ordonneren , dat de Supplianten tot laste van degene die verpligt waren tot het maken van de voorz: Heereweg met peuijn ofte bestendige specie souden hebben te laten vullen ende ophoogen. Dat de ingelanden sulks ter ooren sijnde gekomen bij alle aan de Supplianten hun ongenoegen wegen het peuijnen hadden te kennen gegeven, dat sij Supplianten ende ’t meerendeel van de ingelanden bij een tweede requeste aan Uedele om nog meer dringende redenen nogmaals versogt hadden. Dat Uedele het versoek bij haar Supplianten voorz: eerste gepresenteertde Request gedaan soo als dat leijd geliefde te consenteren ende hen van het geordonneerde peuijnen te ontheffen dat de voork: Opposanten op die tweede Requeste in het gemelde eerste versoek, den geconsenteert ende van de opposanten gerenunciert. Dog mits ontheven werden van de Reparatie welke volgende Burgemeesteren van Lisse op de tussenspraak bij acte onder Uedele gefurneert ten behoeve van de opposanten van dato 24 Februarij 1724 belooft hadden dat soo wanneer Uedele het voork: bij de voork: requeste gedane versoek soo als dat versoek leijd alleen de een en twintig morgen lands van de hooftkerken van Leijden en de twintig morgen van de voork: heeren Directeurs in de voors: bedijkte Lisserpoel soo ’t hun geliefde van hunne aandeel geeximeert sijnde aan de Supplianten accordeerden, Burgemeesteren van Lisse, indien gevalle alle de onkosten van de Reparatie die nadat de meer gemelde straat geleijd soude sijn. In tijden en wijlen van nooden soude werden bevonden over elck van de ingesetenen in de Beede soude setten ende de ingelanden daarvan ontheffen. Dat naderhand voor Uedele nog waren opgekomen drie ingelanden welke te voren niet geopposeert en hadden, waarna door Uedele de Suppliante voorgeslagen was.
Dat de Supplianten souden beginnen te straten ende ’t Arbeijtsloon van ’t leggen te besteden op den 15 Augusti 1724 het welk ter selve dag door de Supplianten also ook was ingevolgd, Eijndelijk dat op de nader Requisitie was geopposeert hebben de ingelanden in de tussenspraak van Ued. Burgemeesteren van Lisse bij een tweede acte van dato Eersten September 1724 desen annex op haar genomen, hadden van wege ’t Dorp uijt de bede te suppleren alle het gene het bestraten
Van voork: heere Rijweg soo als die tegenwoordig was begonnen ende afgebakent meerder souden kosten dan vijf en dertig stuijvers per morge, ende aangenomen de ingelanden van de verdere dienaangaande te vallen onkosten te sullen ontheffen tot alle welke soo vorige Req-ten als actens de Supplianten hen alhier Refereren, aanbiedende de Supplianten bovendien aan de ingelanden de vrijheijt om jaarlijks als het haar gelieft ter Secretarij van Lisse Dingsdag, acht dagen voor het doen van de Ambagtskeuringen derhalve Ambagtsrekeningen ende verificatien van dien te mogen komen visiteren ende daar van desnoods dog ’t haren Redelijken kosten copien bekomen ten eijnde sij ingelanden daar uijt souden kunnen informeren ende securen dat boven die voorz: 35 stuijvers per Morgen niet [wes] meerder tot betalinge vande onkosten van ’t voorz: bestraten ofte ook van reparatie aan die straat ingebragt sal sijn, mits alle ’t welk de Supplianten hun wederom keerden tot UweEd. Ootmoedelijk versoekende Uedele Consent om tot betalinge van de onkosten van de voorsz: straat boven de vrijwillige beloofde ofte nog te beloven ende te ontfangen giften ende boven ’t gene alreeds in vorige Ambagtige rekeningen is ingebragt te mogen ommeslaan ende ontfangen wegens de alle Morgentalen van ’t Ambagt soo als die in de binnelandse kosten Contribueren mitsgaders over alle de landen van de Lisserpoel ende landen die in den jare 1666 in de Verpondinge sijn aangeslagen. De vooren gemelde vijf en dertig stuijvers per Morge, alleen de voorgenoemde Een en twintig stuijvers van de hooftklerken tot Leijden ende twintig Morge van de andere heeren Directeuren in de Lisserpoel welke geopposeert ende niet bewilligt en hadden soo ’t haar gelieft van hun aandeel onder een vrijwillige gifte, ofte andersints geeximeert sijnde. Dus dat de ingelanden ook soo ’t haar gelieft hare vrijwillig beloofde sommen tegens haar heders quote in de voork: vijf en dertig stuijvers per morgen souden Rescontreren, te betalen den gemelden ommeslag gereed op Ued. Consent, ofte bij de gene die sulks ongelegen soude mogen komen ofte liever in Termijnen souden betalen in vijf jaar Termijnen, ’t elkens een op regt vijfde part, dog met bijvoeginge van interest van ’t Agter Stal, tegens vier per Cento ’s jaars, vrij van alle lasten. Dog soo Ued. niet mogte gelieven Consent te verleenen tot den ommeslag van vijf en dertig stuijvers per morge over den landen in de bedijkte Lisserpoel, soo de Supplianten niet alleen, om dat, so als bij der Supplianten eerste request geallegueert is, de nu bestrate Rijweg bevorens die bestraat is altoos opgehart bij ter bij beurten door alle de huijslieden die paarden hielden, soo wel die woonden in de Lisserpoel als daar buiten, blijkende bij Certificatie van Schepenen van Lisse van dato 15 September 1724.
Dese mede Annex op dat de ingelanden van Lisse, buijten de bedijkte Lisserpoel die der Supplianten twee eerste requesten mede getekent hebben onder beding dat den Ommeslag ook soude moeten worden versogt ende gaan over de landen in den bedijkten Lisserpoel buijten reden van verder oppositie, klachten ofte ongenoegen souden kunnen worden gehouden. Nogtans verhopen van Ja. Dat als van UwEd gelieve te dupicieren ende bij provisie te doen gelden een andere Modique Contributie ofte gifte van die van de Lisserpoel tot onderstand van ’t Ambagt in ’t dragen van de onkosten van ’t bestraten van de Rijweg in Lisse soo als UweEd. sullen bevinden Regtmatig te wesen ende te behooren. De gemeld Termijnen ’t Elkens te verschieten bij de bruikers ende voor de helft aan de Eijgenaars te korten. Wijders dat UwEd. gelieven te Ordonneren dat alle den gehuijsdens tot Conservatie van de voors: Straatweg, soo verre hare Erven strekken, daar aan weder Sijden voetpaden ende palen sijnde Elks aan sijne sijde tot op het midden toe, en tegens malkanderen aan, ende daar geen voetpaden ende palen aan weder sijden van den weg en sijn, bij de gene die tegenwoordig geen voetpad ende palen te onderhouden heeft in ’t geheel deselve Straatweg sullen moeten onder het Sand en bij droogte nat houden, ende ten opsigte van die wonen aan de Kruijsweg ende lanen uijtkomende aan den Heereweg, elks Sijn helft voor die weg of lanen, tegens malkanderen aan, ende van die huijsen die door twee of meer huijsgesinnen bewoond worden, elks hun aandeel na Proportie van den huur penningen, bij de Ambagtsbewaarders af te delen. Alsook dat deselve gehuijsdens ende alle andere gehuijsdens aan de heere ende andere wegen in Lisse, dat sij de ordinaris Schouwen tegenwoordig Subject, ofte niet, soo verre hare Erven Strekken een bekwaam voetpad te plaatse, daar tegenwoordig een voetpad is, sullen moeten onderhouden, ende de palen die sij tot behoud van ’t voetpad te Stellen, ende houden, ende tenminste vier voeten hoog boven de grond sullen moeten wesen Uijtgeseijd die palen, die alreede op de weg Staan, wit geverft, ende drie voeten boven de grond sijn, welke sullen kunnen blijven maar verniewt mogtende worden niet lager mogen sijn, als vol uijt vier voeten boven de grond, op alle Ordinaris Schouwdagen aan ’t bovenste ende een half Elle lang, wit te laten verven. Verder dat niemand wie hij sij hem van nu voortaan sal hebben te vervorderen, den heereweg, soo voetpad als rijweg, ook als alle andere gemeene wegen, ende Lanen in Lisse, geene uijtgesondert, ofte ook de bestrate wegen te bewerpen, bestroijen ofte beleggen met Eenige vuijle Materie, ’t sij Drek ofte schoven hoij, stroo, potten scharen, spaanderen, krullen, oude lappen, water, takken Ruijgte, bladeren, glas ofte eenige andere dingen. Daar mede de straat ontsiert ofte ver Ergert soude kunnen worden, ofte ook losse ende ongelijke steen, potten, scharen, glas ofte peuijn voor hare Erven op de bestrate wegen, schoon door anderen daar op geworpen, te laten leggen tot nadeel tot het bestrate. Elk peuijnt op de ordinaris Verbruijk van twaalf stuijvers ten behoeve van de Schout voor de Eerste Reijs ende van vier en twintig stuijvers voor de tweede Reijs ende van tien Guldens ten behoeve van den heere Dijkgrave voor twee derde ende van de Schout Een Derde voor de derde Reijs ende dat niet te min ijder van de ingesetenen ende ingelanden die van de straat ofte wegen ofte lanen belend sijn, gehouden sullen wesen in als voegen en als voren de Straat bekwaam te Sanden ende bij droogte nat te maken, De wegen ende paden van de opgeworpe, ende ver bode Materialen te ontruijmen, de palen te laten Wit Verven ende voet paden te laten Sanden, ende gelijkens, ende gelijken binnen vier en twintig uren na gedane van Waarschouwinge, ofte dat de Ambagtsbewaarders, eerst gehouden sullen sijn, sulks te laten doen, tot kosten van de gebrekige, ende deselve kosten te laten uijtleggen door den Schout, voor die door Den bode van ’t Ambagt bij pondinge te innen na den Dijkregte, ’t Welk doende so.

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26217 pag.230-231

Vierde Requeste,
Aan de Weledele heeren
Dijkgraven ende hoogheem
raden van Rijnland

Geven met Eerbiedigheijt te kennen, Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, dat Sij Supplianten op den 20 Februarij 1723 aan UwelEd. met verwilliginge van den WelEdelen heere van Lisse, en ’t meerendeel van de ingelanden, bij requeste hadden Versogt, Consent, om den heereweg in Lisse te mogen bestraten ten laste van alle den Morgentalen van ’t Ambagt, ende tot beter onderhoud van den heereweg buijten de huijsen, ende ook van de voetpaden, tot welke, alsook tot het kerkgebod oculaire inspectie , twee acten van burgemeesteren van Lisse, bestek Van ’t Arbeijtsloon van het leggen vande straat, Certificaten van Schepen van Lisse, ende tweede ende derde Requeste van de Supplianten aan UwelEd., alle dese Sake betreffende de Supplianten haar alhier refereren, dat UwelEd. tot nog toe niet goedgevonden hadde op den inhoude van alle deselve Eijndelijk te Disponeren. Ende nademaal de Leveranciers van de steen, de Arbeijtsluijden, ende gevallen onkosten, Noodwendig moeten werden betaald, soo keerden de Supplianten hen nogmaals aan UwelEd. Ootmoedelijk vesoekende UwelEd. Consent, om gedurende UwelEd. deliberatie over den verdere inhoude van voorz: Requesten, boven de vrijwillige beloofde, ofte nog te beloven giften, tot betalinge van voorsz: Onkosten Van de voorsz: Straat, ende boven ’t gene alreede in vorige geslote Ambagts rekeningen is ingebragt, ende betaalt, te mogen ontfangen, wegens alle de morgentalen van ’t Ambagt, de voorgeroerde vijf en dertig stuijvers per Morge. Des dat de ingelanden soo het haar gelieft, hare Vrijwillig beloofde , ende betaalde sommen, tegens haarlieden quote in de voorsz: vijf en dertig Stuijvers per Morge Souden mogen Rescontreren.
Te betalen den gemelden ommeslag gereed op UwelEd. Consent, of bij de gene die Sulks ongelegen mogte komen, ofte liever in Termijnen souden betalen, in vijf jaar Termijnen, ’t Elkens een opregt vijfde part, dog met bijvoeginge Van interest van ’t Agterstal, tegen vier per Cento ’s jaars. Vrij Van alle Lasten. De gemelde Termijnen ’t Elkens te Verschieten bij de bruijkers ende voor de helft aan de Eijgenaars te korten ’t welk doende so.

Antwoord
Alsoo Schout, ende Ambagtsbewaarders van Lisse, de Weledele heeren hooge heemraden van Rijnland bij requeste hadden vertoond dat Sij Suppliante op den 20 Februarij 1723 aan haar WelEd. Met verwilliginge Van den WelEd. Heer van Lisse, ende het meerendeel van de ingelanden, bij Requeste hadden versogt, Consent om den heereweg in Lisse te mogen bestraten tot laste van alle de morgentalen van ’t Ambagt ende tot beter onderhoud van de heereweg, buijten de huijsen en ook van de voetpaden, tot welke alsook tot het kerkgebod, oculaire inspectie, twee actens van burgemeesteren van Lisse, bestek Van ’t arbeidsloon van ’t leggen van de straat, Certificatie Van Schepenen van Lisse ende de tweede ende derde Requeste van de Supplianten aan haar WelEd. alle dese Saken betreffende de Supplianten haar alhier refererende dat haar WelEd. Tot nog toe niet goedgevonden hadden, op den inhoude Van alle deselve Eijndelijk te Disponeren, dog nademaal de Leveranciers van de steen, den arbeijdsluijden, ende gevallen onkosten Noodwendig moesten werden betaald, soo waren de Supplianten haar nogmaals keerende tot haar WelEd. Ootmoedelijk Versoekende haar WelEd. Consent, om gedurende haar WelEd. deliberatien over de verdere inhouden Van de voorsz: Requesten, boven de vrijwillige beloofde ofte nog te beloven giften, tot betalinge van de voorsz: onkosten van den voorsz: Straat, ende boven het gene alreede in de vorige geslote Ambagts rekeningen was ingebragt, ende betaalt, te mogen omslaan, ende ontfangen wegens alle de morgentalen van ’t Ambagt, vijf en dertig Stuijvers per morgen, des dat ingelanden, soo ’t haar geliefde, hare geloofde vrijwillige, ende betaalde sommen, tegens haarliedens quote in de voorsz: vijf en dertig Stuijvers per morgen, souden mogen Rescontreren, te betalen den gemelden Ommeslag gereed op haar WelEd. Consent, ofte bij die genen die Sulks ongelegen mogte komen, ofte liever in Termijnen souden betalen, in vijf jaar Termijnen, ’t Elkens een opregt vijfde part, dog met bijvoeginge Van interest Van ’t Agterstal, van vier per Cento ’s jaars, Vrij van alle Lasten, de gemelde Termijnen ’t Elkens te verschieten bij de bruijkers, ende voor de helfte aan de Eijgenaars te korten. (Soo is ‘t) Dat welgemelde heeren in ’t Versoek hebben overgemerkt , ’t Selve Consenteren, en toestaan gelijk haarWelEd. Doen bij desen, mits hen Regulerende na de keuren en daar van doende behoorlijke rekeninge, bewijs ende Reliqua op Poene Van te Vervallen, in de Boeten daar jegens gestatueert.
Actum in ’t gemeene Lands huijs van Rijnland binnen Leijden den 21 April 1725.
Onderstond in kennisse Van mij, was getekent,

D.V. Leijden

Uitsnede kaart Jan Pietersz Dou 1624

De overeenkomst tussen Lisse en het Vierkant: VUUR

De ondergang van het Bollenlaboratorium

Het wonderlijke avontuur van de gasfabriek deel 1

De Lissese gasfabriek is niet meer. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw velde de slopershamer de fabriek die door de komst van het aardgas niet meer noodzakelijk was. Het was een fabriek die heel wat keren over de tong der politici is gegaan en al ver voordat de eerste spade de grond inging de emoties hoog deed oplaaien.

Het wonderlijke avontuur van de gasfabriek deel 2

Lees de tweede en tevens laatste aflevering van de “Kroniek van Lisse” door Arie Raaphorst.