Artikelen die betrekking hebben op de geschiedenis van Lisse en haar bewoners

Veldnamen in Lisse

door A. de Koning

25 november 2018

VELDNAMEN ZO ALS VAN OUDS GEBRUIKT IN LISSE

BEEKCAMP: gelegen in de Lisserbroek
ZO Broekweg, ZW Bredeweg, NW Lisserbeek, NO wed. Adriaen Willems.

BENTCAMP: gelegen in de Lisserbroek

BOODCAMP: gelegen in de Lisserbroek.

BOSCAMP: ZO de Cruijsweg, NW de Schouwbeek

CALFCAMP: gelegen in de Lisserbroek

CRUIJSCAMP:

DONKERE CAMP:

GARSTCAMP: gelegen in de Lisserbroek
ZO de Schouwsloot, ZW de Kwadeweg, NW de Broekweg

GEESTCAMP: gelegen in de Lisserbroek
NW de Broekweg

GERRIT AVENWEG: noordelijke grens Lisse – Hillegom

GREVELINGCAMP: gelegen in de Roversbroek

HELLECAMP: gelegen in de Sassemerbroek
3 morgen land gelegen op Hellegat, NO Gravewater

HONGERCAMP: gelegen achter het Huijs te Lisse

KOECAMP: gelegen in de Lageveen

LOOSTERCAMP: 13 ½ hont land in de Mosveen

MIDDELWEIJ:gelegen in de Lageveen

NESSE VAN DE PASTORIE VAN LISSE: ZO de Lisserbroekweg

POELCAMP:

SANT TOOM:gelegen op Hellegat

SMALLE CAMP: gelegen bij de Broekweg

SMALLECAMP:

SIJMON WITZESCAMP:

VENNETGEN: gelegen in Oosteinde

ZWADDELCAMP: gelegen in Sassemerbroek

 

In de serie Briljante Lissers: Professor Wander Johannes de Haas (1878-1960)

door A. de Koning

29 oktober 2018

In de serie Briljante Lissers: Professor Wander Johannes de Haas (1878-1960)

Wander Johannes de Haas, natuurkundige, geboren in Lisse op 2 Maart 1878 en overleden in Bilthoven op 26 April 1960. Zoon van Albertus de Haas, hoofd van de Middelburgse Rijksleerschool, en Maria Efting. Gehuwd op 22 December 1910 in Leiden met Geertruida Luberta Lorentz, geboren in 1885 in Leiden, dochter van Hendrik Antoon Lorentz en Aletta Catharina Kaiser. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

De Haas doorliep de lagere school en de HBS te Middelburg en ving in 1895 een studie voor kandidaat-notaris aan. Na van het examen twee van de drie onderdelen te hebben afgelegd en enige tijd werkzaam te zijn geweest op een notariskantoor, besloot hij alsnog natuurkunde te gaan studeren, waartoe het vereiste staatsexamen werd afgelegd. In 1900 begon zijn studie te Leiden.
Van 1905 tot 1911 was De Haas als assistent verbonden aan het natuurkundig laboratorium bij H. Kamerlingh Onnes en J.P. Kuenen. Ondertussen legde hij op 10 maart 1910 het doctoraal examen af.
Van 1911 tot 1913 werkte hij als assistent bij prof. H.E.J.G. du Bois op het Bosscha-Laboratorium in Berlijn. In deze periode vond op 11 juli 1912 zijn promotie bij Kamerlingh Onnes plaats op een proefschrift, getiteld Metingen over de compressibiliteit van waterstof, in hel bijzonder van water stofdamp bijen beneden het kookpunt. In dat zelfde jaar heeft De Haas, samen met P. Drapier een vernuftige methode bedacht voor de bepaling van de diamagnetische susceptibiliteit van water. Het resultaat behoort tot de standaardbepalingen van deze grootheid. Van 1913 tot 1915 werkte hij als ‘wissenschaftlicher Mitarbeiter’ aan de Physikalisch Technische Reichsanstalt, eveneens in Berlijn.

In verband met de Eerste Wereldoorlog verliet De Haas Duitsland en werd in het cursusjaar 1915-1916 leraar in de natuurkunde aan de HBS en het gymnasium te Deventer. In 1916 kwam daarop de aanstelling tot conservator aan het natuurkundig laboratorum van Teyler’s Stichting in Haarlem, waar prof. H.A. Lorentz toen curator was.

Reeds in 1915 begon De Haas met Einstein een onderzoek, dat het bewijs moest leveren van het bestaan van de moleculaire stroompjes van Ampère, aanleiding gevende tot permanente moleculaire magneetjes. Deze proeven leidden tot wat tegenwoordig het Einstein-De Haas-effect wordt genoemd. Doordat met het magnetisch moment, het gevolg van een rondlopend stroompje, noodzakelijkerwijze ook een mechanisch draaimoment moet zijn verbonden, zal een ferro- of paramagnetische stof, waarvan het magnetisch moment verandert, ook een hiermee evenredige impuls-momentverandering ondergaan; bij de betreffende proef wordt een cilindertje van de magnetische stof opgehangen in een wisselend magneetveld evenwijdig aan de cilinderas.
Als gevolg hiervan gaat het cilindertje schommelingen om de as uitvoeren in hetzelfde ritme als het wisselende veld. Om dit zeer zwakke effect waarneembaar te maken diende de frequentie van het wisselende veld gelijk te worden genomen aan de eigen torsieslingertijd van het cilindertje aan zijn ophangdraad. Naar aanleiding van deze subtiele proeven werd door de Weense Academie van Wetenschappen in 1917 aan Einstein en De Haas de Baumgärtnerprijs verleend.

In hetzelfde jaar werd De Haas benoemd tot hoogleraar in de theoretische en toegepaste natuurkunde aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij zijn ambt aanvaardde met een rede over Het magnetisme. Een professoraat aan de Universiteit van Groningen werd in 1922 aanvaard met een oratie, getiteld Grepen uit den ontwikkelingsgang der atoomtheorie.
Op grond van zijn wetenschappelijke werk werd hij op 23 mei 1922 gekozen tot lid van de afdeling natuurkunde van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen en in 1923 tot lid van de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen. Op 3 december 1924 volgde zijn ordinariaat in de natuurkunde en de meteorologie aan de Leidse Universiteit met een intreerede over Electrische en andere stroomen.

Als opvolgers van Kamerlingh Onnes en Kuenen hebben De Haas en de in 1923 benoemde W.H. Keesom tot na de Tweede Wereldoorlog het – sinds 15 maart 1932 (ter gelegenheid van de officiële ingebruikneming van de grote magneet van het laboratorium) naar Kamerlingh Onnes genoemde natuurkundig laboratorium geleid. Het werd in twee afdelingen gesplitst: afdeling I onder Keesom met voornamelijk thermodynamische onderzoekingen en afdeling II onder De Haas, waar hoofdzakelijk werd gewerkt aan elektrische en magnetische verschijnselen. Tot 1923 was Leiden de enige plaats ter wereld waar helium vloeibaar kon worden gemaakt en de ermee te bereiken zeer lage temperaturen beschikbaar waren. Kamerlingh Onnes en daarna zowel Keesom als De Haas hebben op voortreffelijke wijze van de mogelijkheden gebruik gemaakt en op vele gebieden der lage temperatuur fysica prachtig pionierswerk verricht. Ook kwamen vele buitenlandse geleerden onderzoekingen verrichten in Leiden, dat zodoende een centrum werd van het natuurkundig onderzoek bij lage temperaturen. De Haas behoorde in de eerste helft van deze eeuw, ondanks zijn zwakke gezondheid (o.a. verbleef hij al voor de Eerste Wereldoorlog geruime tijd in een sanatorium in Putten), tot de belangrijke lage temperatuur fysici.

Hoewel het hier niet de plaats is om uitgebreid in te gaan op het wetenschappelijk onderzoek van De Haas, moeten er toch enkele opmerkingen over worden gemaakt, o.a. om uit te doen komen, van welk een opmerkelijke gevarieerdheid dit was. Hoewel het werk vrijwel steeds werd verricht in samen werking met een of meer medewerkers, buitenlandse onderzoekers of leerlingen, van wie de bijdrage soms van overwegende, soms van ondergeschikte aard was, moet zijn eigen invloed zeker niet worden onderschat. Hij wist zijn medewerkers te inspireren en door zijn opmerkingen tot resultaten te leiden, die zonder zijn fysisch inzicht waarschijnlijk niet zouden zijn verkregen.
De namen van deze medewerkers zullen hier op een enkele na niet worden genoemd; zij kunnen in de publikaties worden gevonden. Vele onderzoekingen werden verricht op het gebied van het magnetisme. De paramagnetische metingen gaven een duidelijker beeld dan tevoren over de atoombouw en de wisselwerking der magnetische momenten der ionen in kristallen met hun omgeving. Deze onderzoekingen leidden o.a. in 1932 tot de proeven over adiabatische demagnetisatie, samen met E.C. Wiersma, volgens een door P.J.W. Debije en W.F. Giauque aangegeven methode. Bij deze proeven werden temperaturen verkregen in het millikelvin gebied. Gedurende enkele jaren werden deze bijzonder lage temperaturen alleen in het laboratorium van De Haas gerealiseerd. Hierbij werden weer diverse eigenschappen der betreffende zouten onderzocht. Zeer sterke, kort durende magneetvelden werden door kort durende stromen verkregen. Magnetisatie van paramagnetische verbindingen geeft aanleiding tot magnetorotatie, draaiing van het polarisatievlak van een lineair gepolariseerde lichtstraal. Prof. J. Becquerel uit Parijs heeft samen met De Haas vele zeer nauwkeurige metingen op dit gebied verricht. Zo werd de theoretisch voorspelde evenredigheid tussen paramagnetische susceptibiliteit en magnetorotatie (constante van Verdet) bevestigd. Samen met de Russische fysicus L. Schubnikow werd de invloed van een magneetveld op de weerstand van bismut, o.a. in afhankelijkheid van de richting van dit veld, onderzocht (Schubnikow-De Haas-effect). Deze metingen hingen ook samen met het zoeken naar relaties tussen elektrisch geleidingsvermogen en diamagnetische susceptibiliteit. Op het gebied van het diamagnetisme werd het De Haas-Van Alphen-effect gevonden, nog altijd van veel belang voor het inzicht in de elektronenstructuur der metalen. Bij de warmtegeleiding was het mogelijk in bismut de bijdragen van de elektronen en het rooster te scheiden met behulp van een magnetisch veld en werd o.a. het vormeffect gevonden.
Bij de elektriciteitsgeleiding werd bij een aantal metalen een minimum in de weerstand aangetroffen, tegenwoordig bekend als Kondo-effect naar degeen die een theoretische verklaring gaf. Veel onderzoekingen werden ook verricht in het gebied van de supergeleiding, o.a. de indringing van een magnetisch veld in supergeleiders. Met duurproeven van een aantal dagen over de sterkte van een kringstroom resp. van de diamagnetische susceptibiliteit werd de maximaal mogelijke waarde van een eventuele weerstand van een supergeleider resp. van de elektronen in hun banen in bismut tot een uiterst lage waarde teruggebracht.

De Haas’ wetenschappelijke kwaliteiten vonden zowel in binnen- als buitenland erkenning. Zo werd hij in 1921 en 1930 uitgenodigd voor het Solvay Congres en in 1932 om als ruilhoogleraar colleges te geven in Brussel, waar men hem de eremedaille van de Vrije Universiteit toekende. In 1934 ontving hij de gouden Rumford medaille van de Royal Society in Londen. De Haas was membre honorair van de Société française de physique. Als Scott lecturer hield hij in 1937 een aantal voordrachten aan de Universiteit van Cambridge. In dat zelfde jaar ontving hij ook zijn benoeming tot corresponderend lid van de Academie van Technische Wetenschappen van de Universiteit van Warschau en in het jaar daarop van de Franse Academie van Wetenschappen. Zijn voorkeur ging overigens niet uit naar grote wetenschappelijke bijeenkomsten, zoals congressen, die hij dan ook vrijwel nooit bezocht.

De Haas had een sterk gevoel voor humor en in het natuurkundig onderzoekingswerk speelde zijn intuïtieve visie een belangrijke rol. Zijn ideeën getuigden vaak van een grote oorspronkelijkheid. Dikwijls kwam hij op ongebruikelijke uren in zijn werkkamer om samen met een amanuensis allerlei onderzoekingen te doen. Maar hij liet zich nooit verleiden om onvoldoend geverifieerde metingen te publiceren. Ook t.a.v. de nauwkeurigheid van de onder zijn leiding door zijn medewerkers verrichtte metingen had hij een zeer kritische instelling en pas nadat allerlei fouten in bronnen waren nagegaan en de metingen eventueel waren herhaald om de reproduceerbaarheid te controleren, mocht tot publikatie worden overgegaan.

Zijn intuïtie bracht hem er o.a. toe, de Nederlandse regering in 1939 te adviseren, een hoeveelheid uraniumoxide, die op de markt verscheen, te kopen, welk advies werd opgevolgd. Gedurende de oorlog kon deze aankoop in een Delfts laboratorium verborgen worden gehouden en na de bevrijding werd hiermee de grondslag gelegd voor de Noors -Nederlandse samenwerking op het gebied van de kernenergie. Voor het ‘Joint Establishment for Nuclear Energy Research’ in Kjeller leverde Nederland het uranium, Noorwegen het zware water.

Gedurende de oorlog onderhield De Haas, enerzijds om iets over de activiteiten van de bezetters te weten te komen, anderzijds om zich een grotere bewegingsvrijheid, ook buiten Nederland, te verschaffen, relaties met de voor de Duitsers werkende organisatie Cellastic, die zich o.a. met de verrijking van uranium bezighield. Van deze bewegingsvrijheid heeft hij met zijn echtgenote gebruik gemaakt om via Zwitserland naar Engeland te ontsnappen. Na de oorlog veroorzaakte de ‘operation Cellastic’ ook voor De Haas enige opspraak. Hij diende zijn hoogleraarfunctie van 18 juni tot 19 oktober 1945 voor een nader onderzoek te staken, maar kon daarna tot zijn emeritaat op 20 september 1948 zijn ambt ongemoeid uitoefenen.

De waardering en bewondering, die De Haas ook na de oorlog ondervond, waren behalve aan zijn wetenschappelijke verdiensten mede aan zijn karakter en persoonlijkheid te danken. Ook buiten de natuurkunde had hij een zeer brede belangstelling. Zijn sociale bewogenheid kwam o.a. tot uitdrukking in zijn houding t.o.v. de leerlingen van de Leidse Instrumentmakerschool. Van 1926 tot 1951 was hij voorzitter van de Vereniging tot bevordering van de opleiding tot Instrumentmaker, die deze school beheert. Voor zijn gezin en ook voor degenen, die onder zijn leiding werkten had hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel; voor velen van zijn leerlingen trad hij niet slechts als leermeester, maar evenzeer als vriend en helper op.

Vanaf zijn studententijd heeft De Haas een zwakke gezondheid gehad en hij kon dan ook vaak niet op zijn laboratorium zijn. Maar hij was grenzeloos toegewijd aan de wetenschap, de Leidse Universiteit en vooral het Kamerlingh Onnes Laboratorium. Ook als hij ziek thuis was, bleven de problemen van zijn medewerkers – naar eigen zeggen – hem geen tien minuten uit zijn gedachten. Dat De Haas, ondanks zijn vele kwalen, zo veel wetenschappelijk werk van hoog niveau heeft kunnen doen, dankte hij ook aan de voortdurende zorgen van zijn vrouw. Om zijn warme, originele persoonlijkheid en zijn toewijding droegen zijn vele assistenten en leerlingen hem op handen.

Het onderhoud en bestraten van de wegen in Lisse.

door Arie Koning

9 oktober 2018

Het onderhoud en bestraten van de wegen in Lisse.

In de vroege jaren van de 18e eeuw kon men nauwelijks van wegen of straten spreken in Lisse, zo was de Heereweg niets meer dan een karrepad van zand en puin zoals deze er al eeuwen bij gelegen had. Er was een onderhoudsplicht voor de inwoners van het dorp. Ieder moest zijn gedeelte waar zijn huis of boerderij aan lag begaanbaar en schoon houden en als het erg droog werd moest de weg nat gehouden worden om verstuiving van het droge zand te voorkomen. iedere inwoner van Lisse welke paarden bezat moest bij toerbeurt “puin karren” om de grootste gaten te dichten en weer af te vlakken met zand, welke in ruime massa aanwezig was in Lisse. Als vergoeding hiervoor mochten de paardenbezitters hun paarden laden grazen in het duin van de wildernis. De animo voor deze weg werkzaamheden was zoals men begrijpt niet erg groot, ook bij de bewoners zonder paarden. Men had het druk genoeg en het kwam er meestal op neer dat vrouwen en kinderen zomers de weg nat hielden. Dit werd gecontroleerd en verzaakte men hierin, werd er een boete gegeven.

’s Winters was de weg meestal onbegaanbaar door diepe karrensporen welke volstonden met regenwater. De dagelijkse postwagens uit Leiden en Haarlem, welke rond het middaguur elkaar in Lisse ontmoetten en elkaars post overdroegen en tevens de poststukken bestemd voor Lisse bezorgden, hadden met veel moeite en uiterste stuurmanskunst Lisse weten te bereiken.

De bestuurders van Lisse onder leiding van de Schout Jacob van Dorp, besloten dat er voor eens en altijd begaanbare wegen in het dorp moesten komen en besloten dat het tijd werd om de wegen van Lisse te bestraten. Dit was een zeer ambitieus plan en men besloot eerst te kijken of de financiering rond te krijgen was en men besloot een handtekeningen actie te houden waarmee men kon aangeven bereid te zijn om bij te dragen aan de realisatie van de bestrating. (Door deze lijst kunnen wij als geschiedvorsers mooi even meekijken welke inwoners niet konden lezen en schrijven. De analfabeten zetten namelijk een merkteken in plaats van een handtekening). De bestuurders hadden al gauw in de gaten dat het door vrijwillige bijdragen alleen niet haalbaar was en er dus via belastingen geld vrijgemaakt moest worden. Men had gedacht om een omslag op te leggen aan alle inwoners welke land in bezit hadden van 35 stuivers per morgen land. Maar dan kwam je op het terrein van het Hoogheemraadschap van Rijnland en daar moest je, als het even kon verre van blijven. Er werd een verzoek, een zg. Requeste, aan het Hoogheemraadschap van Rijnland gestuurd met het verzoek om te mogen bestraten. Dit verzoek werd op 20 februari 1723 verzonden maar er kwam geen antwoord. Nou was de Schout van Lisse een geduldig maar ook een zeer vasthoudend man dus een tweede Requeste werd geschreven, maar ook daarop werd geen antwoord gegeven. Pas na de vierde Requeste op 21 April 1725 kreeg men de gewenste toestemming en werd in Lisse de bestrating gerealiseerd. Dat werd een succesverhaal want Lisse werd nu met respect beschreven door voorbeeld de geschiedschrijvers Mattheus Brouërius van Nidek en Isaac Le Long als:
“Men heeft dit dorp in het jaar 1725 geheel bestraat. Onder deselfs straten loopt er één met een kromme bogt naar eene haven, welke de Graft genoemd wordt, en zyne uitwatering heeft door de Ringsloot van de Lisserpoel tot in het Haarlemmer meïr, alwaar dit water de naam van de Greveling aanneemt”
Anderen noemen Lisse een schoon en weelderig dorp welke geheel bestraat is. Niettemin bleef de verplichting van onderhoud van de wegen en voetpaden bestaan. Vuil, paardenpoep, stuifzand en rommel van afgevallen lading moesten door de aangrenzende bewoners schoon gehouden worden, de boetes waren even hoog als voor de bestrating. De bevolking welke normaal gewend waren hun afval overal neer te gooien, werden bewust gemaakt dat het ook anders kon. Dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Lissers stonden bekend om enorme rotzooimakers. Overal werd huisvuil gestort, tot op het Kerkhof aan toe. In bijvoorbeeld de Resolutie Boeken van Schout en Burgemeesteren komt het item vervuiling van het dorp veelvuldig ter sprake, maar de aanhouder, in dit geval Schout Jacob van Dorp, heeft dit gevecht glansrijk gewonnen

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26088-26089 pag. 76

Alsoo Henrik Janse Korsten, overleden, ende bij deselfs nagelaten wed: Cornelia Huberts Heemskerk afgestaan was aan de Delfweg.
Soo hebben Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, van des Ambagtswegen besteed, ende Pieter Engelse van Schie, schilpkarder, ende bouman aan de Delfweg in Lisse, voors: van deselve aangenomen, de vermelde Delfweg na vereijs, ende ten genoegen, ende prijs van de besteders, mitsgaders van den ingelanden, ende ingesetenen, soo als Schout ende Ambagtsbewaarders, in der tijd, sulks sullen ordenneren tot een bekwame Rijweg ’t elkens alle daags slenken, ende dellen te vereffenen uijt de bij gelegen hoogtens, ofte ribbens, ook ter bekwamer plaatse de Gruppen, ende afloopen van water te maken, ende als ’t vereijst Spijkers aan de hekken te slaan, soo lange den aannemer aan de Delfweg sal blijven wonen, sullen de Besteders bij gebreke van den aannemer, na voorgaande waarschouwinge, ende verloop van 24 uren tijd, ‘t selve tot des aannemers kosten, selfs tot haar genoegen mogen laten doen, waar voren den aannemer alleen sal geniete de beweijdinge van deselve delfweg, ende sal den aannemer boven ’t voors: Onderhout, alle jaren aan ’t Ambagt nog moeten betalen, op den Tweeden kersdag, een somme van eene Gulden, onder verband van den Aannemers persoon ende goederen, gene uijtgesondert, onderwerpende deselve de Geregtsdwang van allen Keuren, Regten ende Regteren, ende wel Specialijk de Judicature van de WelEd: Heeren Dijkgrave ende Hoogheemraden van Rijnland. Des blijft het sandkarren, ende verder onderhout der hekken op de voors: weg hier buijten gehouden, ende den aannemer daartoe niet verpligt.

Aldus gedaan tot Lisse in ’t Regthuijs op den 14 Junij 1720.

Handtekening Gerrit Hendrikse Hoogkamer
J. van Dorp Leendert Willemse Oote
1720

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26172-26176 pag.177

Aan de WelEdelen Heeren Dijkgraaf ende Hoogheemraden van Rijnland,

Geven met Eerbiedigheijt te kennen, Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, dat de Rijweg in Lisse, voor soo verre deselve Wedersijds betimmert is, tot nog toe is opgekarret ter bede bij beurten door alle de Lisseijselieden die paarden houden, soowel die wonen in de Lisserpoel, als daar buijten, ende den Weder sijdse Voetpaden, ende palen bij de gehuijsdens, ijder sooverre hare Erven strekken, gelijk den heereweg buijten de wedersijdse huijsens bij de gelandens aan den Heereweg, werd gemaakt en onderhouden bij die geland sijn, aan eene sijde de Rijweg, ende bij die geland sijn aan de andere sijde het voetpad met de palen, dat de gemelde rijweg in Sonderheijt tusschen de huijsen, door het menigvuldiger berijden, van de Postwagens, ende andere Rijtuijgen, als voor desen van tijd, tot tijd is vervangen, ende bij supplianten geen ander genoegsaam middel en kunnen uijtvinden, om de Rijweg tusschen den huijsen op te maken, ende onderhouden, als met deselven te bestraten, dat den heere van Lisse, ende andere heeren Ingelanden, Soo in als buijten de Lisserpoel,hadden getekend, daar tot Vrijwillig sekere Somme van penningen te sullen betalen, als den straat geleijd was, maar dat de tot nog toe ingetekende Somme op verre na soo veel niet bedragen, als de onkosten soude Lopen, waarom de supplianten met Verwilliginge van den heere van Lisse, ende den anderen Ingelanden, hen keerden tot UwelEd:, Ootmoedelijk versoekende UwelEd: consent om den Heereweg in Lisse, beginnende besuijdwesten den kerk, noordoost op, tot soo verre deselve met huijsen aan weder sijden betimmert is, te mogen bestraten, ende het gene het bestraten meerder sal komen te kosten als de Vrijwillige beloofde ofte nog te belooven, ofte anders te verkrijgen,onderstandig ende te ontfangen giften bedragen, te mogen brengen ten laste van alle de morgen talen van ’t Ambagt, soo als die in den binnelanden kosten Contribueren,mitsgader van de landen in den Lisserpoel onder Lisse, ende die afgesande landen, die in den jare 1666, in den verpondinge sijn aangeslagen, des dat den Ingelanden, soo ’t haar gelieft, hare Vrijwillige beloofde Sommen tegens haarlieder quiote in den ommeslagen soude mogen Rescontreren,te betalen den gemelde ommeslag, gereed op UwelEd: Consent, ofte bij die gene die sulks ongelegen mogten komen, ofte liever in termijnen soude betalen, in vijf jaar Termijnen, ’t elkens een opregte vijfde part, dog met bijvoeginge van Interest, van ’t agterstal, tegens vier percento, ’s Jaars, de gemelde termijn ’t elkens te verschieten bij de bruijkere ende voor den helft bij de Eijgenaars te korten.
Wijders dat UwelEd: gelieve te ordonneren dat alle de gehuijsdens, tot conservatie van de te leggen Straatweg, soo verre haar erven strekken, elks aan sijne sijde deselve Straatweg tot op het midden van, en tegens malkanderen aan sullen moeten onder ’t Sand ende bij droogte nat houden,als ook dat deselve ende alle andere gehuijsdens, ende inwoonders, aan den heere ende andere wegen in Lisse het bij de ordinaris schouwen tegenwoordig Subject, ofte niet, soo verre hare erven strekken een bekwaam voetpad sullen moeten onderhouden, ende de palen, die sij tot behoud van het voetpad gehouden sijn te stellen, ende houden op alle ordinaris schouwdagen, aan ’t bovenste, ende een halve Elle lang te laten verwen, verder dat niemand wie sig bij hem van nu voortaan sullen te vervoederen, den Heereweg, soo voetpad als Rijweg, als ook alle anderen gemene wegen, ende landen in Lisse, gene uijtgesondert, tot bewerpen, bestroojen ofte beleggen, met eenige vuijle materie, ’t sij drek, ofte schoven, hooij, stroo, potten, scharen, spaanderen, krullen ofte lappen, water, takken, ruijgten, bladeren, glas, ofte eenige dingen, daar mede deselve ontsiert ofte verergerd, souden kunnen worden, Elk poene op de ordinaris verbeurte van 12 stuijvers, ten behoeve van de Schout voor de Eerste reijs, ende van vier en twintig stuijvers voor de tweede reijs, ende van 10 gulden ten behoeve van den Heere Dijkgrave, voor 2/3 , ende van den Schout voor 1/3 voor de derde reijs, ende dat boven dien den overtreders ende de gebrekige gehouden sijn de straat te sanden ofte nat te maken, de Wegen en paden van de ingeworpe ende verbode materialen, te ontruijmen, de palen te laten Wit verwen, ende voetpaden te sanden, en gelijken, binnen 24 uur na gedane waar schouwinge, ofte dat de Ambagtsbewaarders gehouden sullen sijn, sulks te laste doen, tot kosten van de gebrekige, ende deselve kosten te laten Uijtleggen door den Schout, om die te innen na den Dijkregte, ’t welk doende was ondertekend, Fred: Heereman v: Suijdwijk, T.w de Wassenaar, A: G: Sohier de Vermandois, Vrij:hr van Warmenhuijse, Nicolaas Tjark, Pieter Tjark, L:L: van Dam, W: A: van der Stel, Johannis Kruijs, J. van Dorp, Schout, Lenard Willemsz Oote, ambagtsbewaarder, Dirk Janse van de Voord, ambagtsbewaarder, Johannis van ’t Hoog, Burgemeester, Herman Tijdeman, Burgemeester, Cornelis Jansz van der Jagt, Burgemeester, Jeremias Rouwens, MP dit merk is gestelt bij Dirk Maartense uijt den Hemel, Jan Vlaanderen, dit merk V is gestelt bij Mathijs Hubertse Erffort, Jan Saarse Krook, Jan Pieterse Verham, Klaas van der Does, Reijmpje Klaas, Adriaan Mathijsse, dit merk V is gesteld bij Barend Jansz van Bispik, dit merk C is gestelt bij Henrik Leonards van Roon, dit merk ^ is gestelt bij Cornelis Pieterse van Roon, Pieter van Aarle, Jacob Vranken Kats, Sijmen de Graaf, Rutgert Veldhuijse, Dirk van der Horst, Jan van der Jerk, dit merk ¥ is gesteld bij Jan Cornelisse Langeveld, Caterijna Jans Ammeraal, dit merk T is gestelt bij Adriaan Jacobsz de Goede, Cornelis Stellingwerf, Pieter de Bok, Jacob van ’t Hoog, Pieter Lenardse Brero, Frans Gerritse Brero, Benjamin Stellingwerf, dit merk + is gesteld bij Lenard Henrikse van Roon, Pieter Sijmonse Langendam, Barend Jochems Stellingwerf, dit merk T is gestelt bij Engel Dirkse van Steijn, dit merk Ö is gestelt bij Abraham Cornelisse van der Kluft, dit merk ñ bij Cornelis Adriaanse van der Wolf, dit merk X bij Gerrit Huijgense van den Bos, dit merk L is gestelt bij Willem Jans Slootman, Jacob Cornelisse van der Kluft, Jan Vlaanderen, Otto Jacobse Kranenburg, Sijmon Berkhout, Gerrit hendrikse Hoogkamer, Cornelis Onnosel, Jan Bekke, Warbout Jurriaans Vreburg, Jacob Florisse van Bourgondien, Huijbert Jans van de Voord, Elias Adriaanse van Geel, Crijn Cornelisse Geel, Cornelis van der Saal, Arent Meuse Velsbrugge, Tomas van Wetteren, Bart Jans Klinkenberg, Jochum Willemse Geel, Herman Schuurman, Willem Willemse Mens, Jacob Maarse Verduijn, Lenard Claasse van der Poel, Claas Janse ’s Gravenmade, Cornelis Verdel, dit merk X is gestelt bij Jan Jacobs Naardenburg, Jan Jacobs van der Hoven, Claas Arisse van der Helder, Andries Cornelisse Ploeg, Jan Arisse van der Wolf, Jan van Koorn, Jan Cornelisse Moerkerken, Jan Arisse van Sprokkelenburg, Lenard van den Bos, Jan Jans Vlaanderen, Jacobus Rek, Jan Jans van der Plas, Maartje Sijmons, dit merk X is gestelt bij Huijgh Jorisse Naardenburg, Jan Jans van der Jerk, Tieleman Stroom, Claas van Steijn, dit merk C is gestelt bij Dirk van Santen, Willem Philipsz, Catharina Verrijn, Gerrit Sijmonsz, David Panter, Pieter Arendse van Wateringen, Pieter Jansz Kok, Dirk Harmansz, Willem Cornelisse Dekker, dit merk B is gestelt bij Cornelis Cornelisse Geervlied, dit merk L is gestelt bij Joris Janse van Haastregt, dit merk C.d. is gestelt bij Cornelis Dirkse Huijgsloot, Joris [….], Cornelis van Dalen, Pieter van Velsen, Cornelis Huijgs, Cornelis Blok, voor de Diaconij, Jan Jansz van der Jagt, Maartje Arijs, Lourens Klaverweij, Jacob Willemse Akersloot, Maarten Korssen, dit merk (hij) is gestelt bij Henrik Jacobse van Boomen, dit merk X is gestelt bij Jacob Jans van Naardenburg, Cornelis Pieterse Akersloot, dit merk IB is gestelt bij Jacob Dirkse van Bruijnen, dir merk ß is gestelt bij Jan Philipsz van Velsen, dit merk CD is gestelt bij Pieter Cornelisse Larum. Dirk Claasse Klaver, dit merk Ü is gestelt bij Jan Jochemsz Stellingwerf, dit merk Å is gestelt bij Isaak Maartensz Verduijn, Mees Gerritse Outshoorn, Gerrid Burger, Gerrid Dirkse van Wateringen, Meijndert Huijgen, Jan Wassenaar, Jacobus van ’t Hoog, Dirk Cornelisse Oostdam, Clement Paulisse, Maarten van Outshoorn, Louwrens Jorisse van sGravenmade, Jan Tijs, dit merk X is gestelt bij Christina Dirks van Doelen, dit merk Ñ bij Anna Gerrits van Egmond, Maartje Jans Kok, Geertje van Adrichem, Cornelis Pieterse Gravendijk, dit merk Ü is gestelt bij Cornelis Pieters Barnhorn, Jacob Pieterse Wassenaar, Michiel Michielse, dit merk IWVM is gestelt bij Willem Willemse van der Moor, Arij Dirkse van Steijn, Trijntje Pieters de Jong, Elbertina Molleris, Trijntje Tijdeman, dit merk ÇÇ is gestelt bij Cornelia Jans Kok, Sijmon Langeveld, Jan Arisse SGravenmade, dit merk ¥ is gestelt bij Cornelis Gerrits SGravenmade, Albert Klaasse, Marij Pieterse, dit merk X is gestelt bij Henrik Pieters Arkshoek, voor mijn moeder: Cornelia Heemskerk, J.D: Graaf, Jan Pieters Langeveld, dit merk X is gestelt bij Anna Maartens Duijndam, wed: van Lenard Gerritse Brederoe, Jacob Cornelisse Warmond, dit merk X is gestelt bij Geertje Pieters Spitsbergen wed: van Willem Jansz Entepoel, Jacob Jans Fits, voor de kinderen van Cors Barendse van der Hoeven, Jacob Cornelisse Warmond, Sijmon Cornelisse de Graaf, Cornelis Pieterse van Schagen.

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26177-26178 pag.180

Aan de WelEdele Heeren Dijkgraaf ende hoogheemraden van Rijnland,
Geven met eerbiedigheijt te kennen, Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, dat sij supplianten, op den 20 Februarij 1723, aan UwelEd:, met verwilliginge van den Heere van Lisse, ende ’t meerendeel van den Ingelanden, soo in als buijten de Lisserpoel, bij Reqt: om reden, bij denselve Regt geallegueert hadden, versogt UwelEd: Consent, om den heereweg in Lisse te mogen bestraten, ende het gene het bestraten soude komen te kosten, als bij den vorigen, als bij den voorn: Regten, mede versmald was, te mogen brengen tot lasten van alle de morgen talen van ’t Ambagt, soo buijten als in de bedijkte Lisser poel, ende verders, soo ten Reguarde van het maken ende onderhouden van den Heereweg, buijten de huijsen, ende ook van de voet paden, als bij den voorsz; Reqt: breeder vermeld, tot het welke de Supplianten, hen alhier refereren dat UwelEd: alvoren op de voorsz: Requeste Finalijk te disponeren op den 27 Februarij kerkgebod hebben geordonneert, sig tegens het verlenen van het versogte Consent alleen geopposeert hadden Eijgenaars van den Landen in Lisse, ter Nombre van omtrent 120 morgen, en van omtrent 40 morgen binnen de voorsz: Lisser poel, ende de voorsz: opposanten, dat de voorsz: heereweg wel door inkarren van peuijn ende land konde worden gemaakt ende onderhouden, sonder bestraten, tot welke peuijn sij opposanten hun quote dan wel soude willen betalen, dat het Sant van de Duijnheeren wel, om niet te krijgen soude sijn, ende bruijkers wel souden willen karren, ter bede, en de Supplianten het Contrarie hadden gesustineerd, ende bij hun versoek hadden gepersisteert, gelijk ook de opposanten bij hare Weijgeringe gedaan hadden, dat UwelEd: sig selve inspectie oculair hadden mondeling gelieven tot ordonneren, dat tot lasten van de gene die verpligt waren, tot het maken van den voorsz: Heereweg, deselve Heereweg met peuijn, ofte besandige specie souden hebben in te laste vallen, ende ophoogen, tot gelijke hoogte als waren de drempels van de huijsen, aan de voorsz: Heereweg, ende sulks door die landmeter van Rijnland, hadden laten afbakenen, alle ’t welke gekomen sijnde tot kennisse, van de heere van Lisse, ende van de Ingelanden, soo die de gepresenteerde voorsz: Regte, benevens de Supplianten, ende getekend hadde, als die welke niet getekend hadden, maar door hun Vrijwillige beloofde giften, ende niet appelleren, tegen het gemelde kerkgebod, in der Suppliante voorsz; versoek, hadden geconsenteerd, soo hadden deselve ingelanden, aan de Supplianten, hun ongenoegen, wegens het inkarren van peuijn in den voorsz: Heereweg, te kennen gegeven, ook weten de supplianten geen raad, om soo grooten kwantiteit peuijn, of andere bestandige stoffen, als daartoe van Nooden soude sijn, te bekoomen, sijnde wijders niemand van de Bruijkers genegen peuijn te karren in de weg, en sullende over sulks, het karren alleen veel geld beloopen, ende het peuijn bijna soo veel kosten, als het bestraten ende van geen duur wesen, dat sij supplianten en bijna alle de ingelanden oordelen, dat den Heereweg met peuijn niet goed gemaakt, veel mins goed gehouden, Sal kunnen worden, ende het daarom, dog Eijndelijk tot bestraten sal moeten komen, ende mitsdien het peuijnen Vergeefse onkosten soude sijn, Ja dat bevonden soude worden, dat de peuijn Weder uijt de weg soude moeten worden ontruijmt, eer men een Goede weg soude kunnen maken, ende wijle het Ambagt, het sij in het peuijnen, het sij in ’t bestraten, seer Importante kosten souden moeten ondergaan, ende ingelanden, ende bruikers, die de kosten daar van dragen sullen moeten, vermeden billijker te wesen, dat gevolgd word de Neijging van Eijgenaars van omtrent 1260 morgen, ende van alle de bruijkers, soo buijten als binnen de bedijkte Lisser poel, die sijn, ofte gehouden moeten worden voor het bestraten, ende tegens het peuijnen, als van de Eijgenaars van omtrent 120 morgens buijten ende omtrent 40 morgens in deselve bedijkte poel, soo menen de supplianten weder om met verwilliginge van den heer van Lisse, de Vrijheijt van UWelEd: nogmaals te versoeken, van de supplianten bij haar voorsz: eerste gepresenteerde Regt gedaan, soo als dat leijd te consenteren, en hen van het gemelde en bij UwelEd: geordonneerde peuijningen te ontheffen.

’t welk doende

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26179-26182 pag.182

Alsoo Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, Aan den Wel Edelen heeren Dijkgrave ende hoogheemraden van Rijnland, met verwilliginge van den heere van Lisse, ende van den grootsten, ende ’t meerendeel van de Ingelanden, soo in, als buijten den Lisser poel, bij Reqt: op den 20 Februarij 1723, om redenen bij deselve Requeste geallignieert, versogt hadde om Consent, om den Heereweg in Lisse te mogen bestraten, ende het gene het bestraten soude komen te kosten, invoegen als bij den voorsz; Reqt: mede vermeld was, te mogen brengen ten laste van alle de morge talen van ’t Ambagte soo buijten als in de bedijkte Lisserpoel, ende verders, soo ten Reguarde van ’t maken, ende onderhouden van den heereweg, buijten de huijsen, ende ook van de voet paden, als bij den voorsz: requeste breeder staat vermeld, dat haar WelEdele als vooren op de voorsz: requeste
Finalijk te disponeren, op den 27 Februarij kerkgebod hebben geordonneert, sig teegens het verlenen van het versogte consent alleen geopposeert hadden den heeren Directoires van de Poelpolder, besittende te samen omtrent 41 morgens, voor soo verre als er versogt wierd, den ommeslag over den Landen in de Lisserpoel, en wijders ook Eijgenaars van Landen buijten de Lisserpoel, ter Nombre van omtrent 120 morgens, Sustineeren de voorsz: opposanten dat de voorsz: Heereweg, wel door inkarren van peuijn ende sant konde worden gemaakt ende onderhouden, Sonder bestraten, tot welke peuijn sij opposanten hun quote dan wel souden willen betalen, dat het sant van de Duijnheeren wel om niet te krijgen soude sijn, ende de bruikers wel souden willen karren, ter bede, ende de voorsz Impetranten het contrarie hadden gepersisteert , gelijk ook de opposanten bij haar Weijgeringe gedaan hadden dat haar WelEdele na genomen inspectie oculair, op den 1 October Seventien hondert drie en twintig mondeling hadden gelieven te ordonneren, dat Schout en Ambagtsbewaarders, tot Lasten van die gen die verpligt waren tot het maken, van de voorsz: Heereweg, deselve Heereweg met peuijn ofte bestendige specie souden hebben te laten vullen, ende ophoogen, tot gelijke hoogte als waren de drempels van de huijse, aan de voorsz: heereweg, ende sulks door den land meter van Rijnland hadden kunnen laten af bakenen, alle ’t welke gekomen sijnde tot kennisse van den heere van Lisse, ende van den ingelanden, Soo die den voorsz: gepresenteerde Requeste, benevens Schout ende Ambagtsbewaarders, mede getekend hadde, als die wel niet getekend, maar door hun Vrijwillig beloofde giften, ende niet appelleren ’t gene het gemelde kerkgebod in ’t voorsz: versoek, van Schout ende Ambagtsbewaarders, hadden geconsenteert, deselve ingelanden aan Schout ende Ambagtsbewaarders, hun ongenoegen wegens het inkarren van peuijn, in de voorsz: heereweg hebbende, te kennen gegeven, Schout ende Ambagtsbewaarders, ook geen Raad wetende, om soo grote quantiteijt peuijn, ofte andere bestendige stoffen, als daar toe van nooden souden sijn, te bekomen, bij nader Requeste aan haar WelEdele gepresenteerde, nog meer dringende redenen in deselve nader requeste, geexamineert, tot welke beijde Requesten beijde alhier gerefereert word nogmaals versogt hadden, dat U WelEdele het versoek van Schout ende Ambagtsbewaarders, bij haar voorschreve eerst gepresenteerde Requeste gedaan,soo als dat leijd, geliefde te Consenteren, ende hen van ’t gemelde bij haar WelEdele geordonneerde peuijnen te ontheffen, ende dat den voorsz: opposanten op die nader Requeste in het gemelde eerste gedane versoek, wel hadden willen Consenteren, ende van de oppositie dog mits ontheven wordende, van de reparatie, soo hebben wij Burgemeesteren van Lisse op de tusschen spraak van wel gemelde heeren Dijkgraaf ende hoogheemraden van Rijnland beloofd, ende beloven bij desen dat soo wanneer haar Wel Edele, het voorschreven, bij de voorgeschreve Requeste gedane versoek, om den Heereweg in Lisse te mogen bestraten, ende de onkosten van het zelver bestraten, te mogen omslaan, soo als dat versoek leijd, alleen de 21 morgen lands van den hoofdkerken van Leijden, ende twintig morgen lands van den voorsz: heeren Directeuren, in de voorsz: bedijkte Lisserpoel, soo het hem gelieft, van hun aandeel inden ommeslag geeximeert sijnde, aan Schout en Ambagtsbewaarders accorderen wij in dien gevallle, alle de onkosten van de reparatien die na dat de meer gemelde straat geleijd sal sijn, in tijden en wijlen van nooden, sal worden bevonden over elks van den Ingelanden, in den dorpe ende Ambagte van Lisse, voor hun aandeel in die onkosten, van den reparatie, op den Eed tot onse Bedieninge staande sullen setten, quotiseren ende invorderen ende de Ingelanden daar van ontheffen, onder verband van ’s Dorps inkomen.

Aldus gedaan tot Lisse, in ’t Regthuijs, ten overstaan, ende met goedkeur van Schout ende Schepenen ende alle de Burgemeesteren op den 24 Februarij 1724

Handtekening Elias Adriaanse Geel Cornelis Jans van der Jagt
Jacob van Dorp Cornelis van der Saal Joachim Willemse
1724 Jan Vlaanderen Jacob Fransse Kats
Otto Jacobs Cranenburg Adriaan Cornelis Plooy
Klaas van der Does

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26190 pag.194

Wij, Burgemeesteren van Lisse, nemen op het voorstel van Schout ende Ambagtsbewaarders, van wegen den WelEdele Heeren Dijkgraaf ende hoogheemraden van Rijnland, bij desen van wege ’t Dorp, te suppleren, ende over Elke van onser ingesetenen, in den Dorpe ende Ambagt van Lisse, voor hun aandeel in die vervulling, op den Eed, tot onse Bedieninge staande, te sullen setten, quotiseren, ende invorderen, alle het gene het bestraten van den Heererijweg in Lisse, Beginnende besuijdwesten de Kerk, noordoost op, tot soo verre deselve Heererijweg, met huijsen aan wedersijden betimmert is, so als die tegenwoordig is begonnen, ende afgebakend meerder sal kosten, als den vijfendertig stuijvers per morgen, de welke den voorn: haarWelEd: hadden voorgeslagen, tot kosten van den Landen in Lisse voorsz: te Consenteren, dat wij de ingelanden van de verdere Onkosten dienaangaande te vallen, sullen ontheffen onder verband van ’s Dorps inkomen.

Aldus gedaan tot Lisse in ’t Regthuijs, ten overstaan en met goedkeuring van de Schout, ende Schepenen ende bij alle de Burgemeesteren op den Eersten September 1724.

Handtekening Elias Adriaanse Geel
J. van Dorp Leendert Willemse Oote Cornelis van der Saal
Jan Vlaanderen Otto Jacobs Cranenburg
Johannis van ‘t Hoog
Sijmon Berkhout
Cornelis Janse van der Jagt
Joachim Willemse
Klaas van der Does

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26217 pag.227 – 229

Aan de WelEd. Heeren Dijkgrave
ende Hoogheemraden van Rijnland

Geven met Eerbiedigheijt te kennen Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse dat sij, Supplianten, op den 23 Februarij 1723 aan UwelEd. met verwillinge van den Weledelen heere van Lisse ende ’t meerendeel van de ingelanden, soo in als buijten de Lisserpoel bij requeste om redenen bij deselve regte geallegueert hadden versogt Consent om de Heereweg in Lisse te mogen bestraten ende het gene het bestraten soude komen te kosten invoegen als bij de voork: requeste mede vermeld was te mogen brengen tot laste van alle de Morgentalen van ’t Ambagt, soo buijten als in de bedijkte Lisserpoel, ende verders, soo ten reguarde van ’t maken en onderhouden Vanden heereweg. Buijte de huijsen ende ook Van de voetpaden als bij de voors: Requeste breeder straat vermeld.
Dat Uedelen alvoren op de voorz: Req.-ten finalijk te disponeren op den 27 Februarij kerkgebod hebben geordonneert sig tegen het verlenen van ’t versogte consent geapposeert hadden, de heeren Directeurs van de Lisserpoel besittende tesamen omtrent Een en Veertig Morgens voor soo verre, als er versogt wierd een ommeslag over de Landen in de Lisserpoel en wijders ook Eijgenaars van Landen buijten de Lisserpoel ter nombre van omtrent Hondert en Twintig Morgens.
Dat UwelEd. de redenen van Oppositie alsook de Supplianten ende opposanten ende het wedersijtse Persistit hebbende gehoord UwelEd. na genomen inspectie Oculair op den 1 Oktober 1723 hadden gelieve te Ordonneren , dat de Supplianten tot laste van degene die verpligt waren tot het maken van de voorz: Heereweg met peuijn ofte bestendige specie souden hebben te laten vullen ende ophoogen. Dat de ingelanden sulks ter ooren sijnde gekomen bij alle aan de Supplianten hun ongenoegen wegen het peuijnen hadden te kennen gegeven, dat sij Supplianten ende ’t meerendeel van de ingelanden bij een tweede requeste aan Uedele om nog meer dringende redenen nogmaals versogt hadden. Dat Uedele het versoek bij haar Supplianten voorz: eerste gepresenteertde Request gedaan soo als dat leijd geliefde te consenteren ende hen van het geordonneerde peuijnen te ontheffen dat de voork: Opposanten op die tweede Requeste in het gemelde eerste versoek, den geconsenteert ende van de opposanten gerenunciert. Dog mits ontheven werden van de Reparatie welke volgende Burgemeesteren van Lisse op de tussenspraak bij acte onder Uedele gefurneert ten behoeve van de opposanten van dato 24 Februarij 1724 belooft hadden dat soo wanneer Uedele het voork: bij de voork: requeste gedane versoek soo als dat versoek leijd alleen de een en twintig morgen lands van de hooftkerken van Leijden en de twintig morgen van de voork: heeren Directeurs in de voors: bedijkte Lisserpoel soo ’t hun geliefde van hunne aandeel geeximeert sijnde aan de Supplianten accordeerden, Burgemeesteren van Lisse, indien gevalle alle de onkosten van de Reparatie die nadat de meer gemelde straat geleijd soude sijn. In tijden en wijlen van nooden soude werden bevonden over elck van de ingesetenen in de Beede soude setten ende de ingelanden daarvan ontheffen. Dat naderhand voor Uedele nog waren opgekomen drie ingelanden welke te voren niet geopposeert en hadden, waarna door Uedele de Suppliante voorgeslagen was.
Dat de Supplianten souden beginnen te straten ende ’t Arbeijtsloon van ’t leggen te besteden op den 15 Augusti 1724 het welk ter selve dag door de Supplianten also ook was ingevolgd, Eijndelijk dat op de nader Requisitie was geopposeert hebben de ingelanden in de tussenspraak van Ued. Burgemeesteren van Lisse bij een tweede acte van dato Eersten September 1724 desen annex op haar genomen, hadden van wege ’t Dorp uijt de bede te suppleren alle het gene het bestraten
Van voork: heere Rijweg soo als die tegenwoordig was begonnen ende afgebakent meerder souden kosten dan vijf en dertig stuijvers per morge, ende aangenomen de ingelanden van de verdere dienaangaande te vallen onkosten te sullen ontheffen tot alle welke soo vorige Req-ten als actens de Supplianten hen alhier Refereren, aanbiedende de Supplianten bovendien aan de ingelanden de vrijheijt om jaarlijks als het haar gelieft ter Secretarij van Lisse Dingsdag, acht dagen voor het doen van de Ambagtskeuringen derhalve Ambagtsrekeningen ende verificatien van dien te mogen komen visiteren ende daar van desnoods dog ’t haren Redelijken kosten copien bekomen ten eijnde sij ingelanden daar uijt souden kunnen informeren ende securen dat boven die voorz: 35 stuijvers per Morgen niet [wes] meerder tot betalinge vande onkosten van ’t voorz: bestraten ofte ook van reparatie aan die straat ingebragt sal sijn, mits alle ’t welk de Supplianten hun wederom keerden tot UweEd. Ootmoedelijk versoekende Uedele Consent om tot betalinge van de onkosten van de voorsz: straat boven de vrijwillige beloofde ofte nog te beloven ende te ontfangen giften ende boven ’t gene alreeds in vorige Ambagtige rekeningen is ingebragt te mogen ommeslaan ende ontfangen wegens de alle Morgentalen van ’t Ambagt soo als die in de binnelandse kosten Contribueren mitsgaders over alle de landen van de Lisserpoel ende landen die in den jare 1666 in de Verpondinge sijn aangeslagen. De vooren gemelde vijf en dertig stuijvers per Morge, alleen de voorgenoemde Een en twintig stuijvers van de hooftklerken tot Leijden ende twintig Morge van de andere heeren Directeuren in de Lisserpoel welke geopposeert ende niet bewilligt en hadden soo ’t haar gelieft van hun aandeel onder een vrijwillige gifte, ofte andersints geeximeert sijnde. Dus dat de ingelanden ook soo ’t haar gelieft hare vrijwillig beloofde sommen tegens haar heders quote in de voork: vijf en dertig stuijvers per morgen souden Rescontreren, te betalen den gemelden ommeslag gereed op Ued. Consent, ofte bij de gene die sulks ongelegen soude mogen komen ofte liever in Termijnen souden betalen in vijf jaar Termijnen, ’t elkens een op regt vijfde part, dog met bijvoeginge van interest van ’t Agter Stal, tegens vier per Cento ’s jaars, vrij van alle lasten. Dog soo Ued. niet mogte gelieven Consent te verleenen tot den ommeslag van vijf en dertig stuijvers per morge over den landen in de bedijkte Lisserpoel, soo de Supplianten niet alleen, om dat, so als bij der Supplianten eerste request geallegueert is, de nu bestrate Rijweg bevorens die bestraat is altoos opgehart bij ter bij beurten door alle de huijslieden die paarden hielden, soo wel die woonden in de Lisserpoel als daar buiten, blijkende bij Certificatie van Schepenen van Lisse van dato 15 September 1724.
Dese mede Annex op dat de ingelanden van Lisse, buijten de bedijkte Lisserpoel die der Supplianten twee eerste requesten mede getekent hebben onder beding dat den Ommeslag ook soude moeten worden versogt ende gaan over de landen in den bedijkten Lisserpoel buijten reden van verder oppositie, klachten ofte ongenoegen souden kunnen worden gehouden. Nogtans verhopen van Ja. Dat als van UwEd gelieve te dupicieren ende bij provisie te doen gelden een andere Modique Contributie ofte gifte van die van de Lisserpoel tot onderstand van ’t Ambagt in ’t dragen van de onkosten van ’t bestraten van de Rijweg in Lisse soo als UweEd. sullen bevinden Regtmatig te wesen ende te behooren. De gemeld Termijnen ’t Elkens te verschieten bij de bruikers ende voor de helft aan de Eijgenaars te korten. Wijders dat UwEd. gelieven te Ordonneren dat alle den gehuijsdens tot Conservatie van de voors: Straatweg, soo verre hare Erven strekken, daar aan weder Sijden voetpaden ende palen sijnde Elks aan sijne sijde tot op het midden toe, en tegens malkanderen aan, ende daar geen voetpaden ende palen aan weder sijden van den weg en sijn, bij de gene die tegenwoordig geen voetpad ende palen te onderhouden heeft in ’t geheel deselve Straatweg sullen moeten onder het Sand en bij droogte nat houden, ende ten opsigte van die wonen aan de Kruijsweg ende lanen uijtkomende aan den Heereweg, elks Sijn helft voor die weg of lanen, tegens malkanderen aan, ende van die huijsen die door twee of meer huijsgesinnen bewoond worden, elks hun aandeel na Proportie van den huur penningen, bij de Ambagtsbewaarders af te delen. Alsook dat deselve gehuijsdens ende alle andere gehuijsdens aan de heere ende andere wegen in Lisse, dat sij de ordinaris Schouwen tegenwoordig Subject, ofte niet, soo verre hare Erven Strekken een bekwaam voetpad te plaatse, daar tegenwoordig een voetpad is, sullen moeten onderhouden, ende de palen die sij tot behoud van ’t voetpad te Stellen, ende houden, ende tenminste vier voeten hoog boven de grond sullen moeten wesen Uijtgeseijd die palen, die alreede op de weg Staan, wit geverft, ende drie voeten boven de grond sijn, welke sullen kunnen blijven maar verniewt mogtende worden niet lager mogen sijn, als vol uijt vier voeten boven de grond, op alle Ordinaris Schouwdagen aan ’t bovenste ende een half Elle lang, wit te laten verven. Verder dat niemand wie hij sij hem van nu voortaan sal hebben te vervorderen, den heereweg, soo voetpad als rijweg, ook als alle andere gemeene wegen, ende Lanen in Lisse, geene uijtgesondert, ofte ook de bestrate wegen te bewerpen, bestroijen ofte beleggen met Eenige vuijle Materie, ’t sij Drek ofte schoven hoij, stroo, potten scharen, spaanderen, krullen, oude lappen, water, takken Ruijgte, bladeren, glas ofte eenige andere dingen. Daar mede de straat ontsiert ofte ver Ergert soude kunnen worden, ofte ook losse ende ongelijke steen, potten, scharen, glas ofte peuijn voor hare Erven op de bestrate wegen, schoon door anderen daar op geworpen, te laten leggen tot nadeel tot het bestrate. Elk peuijnt op de ordinaris Verbruijk van twaalf stuijvers ten behoeve van de Schout voor de Eerste Reijs ende van vier en twintig stuijvers voor de tweede Reijs ende van tien Guldens ten behoeve van den heere Dijkgrave voor twee derde ende van de Schout Een Derde voor de derde Reijs ende dat niet te min ijder van de ingesetenen ende ingelanden die van de straat ofte wegen ofte lanen belend sijn, gehouden sullen wesen in als voegen en als voren de Straat bekwaam te Sanden ende bij droogte nat te maken, De wegen ende paden van de opgeworpe, ende ver bode Materialen te ontruijmen, de palen te laten Wit Verven ende voet paden te laten Sanden, ende gelijkens, ende gelijken binnen vier en twintig uren na gedane van Waarschouwinge, ofte dat de Ambagtsbewaarders, eerst gehouden sullen sijn, sulks te laten doen, tot kosten van de gebrekige, ende deselve kosten te laten uijtleggen door den Schout, voor die door Den bode van ’t Ambagt bij pondinge te innen na den Dijkregte, ’t Welk doende so.

Transcriptie Resolutieboek 2 Lisse. film 26217 pag.230-231

Vierde Requeste,
Aan de Weledele heeren
Dijkgraven ende hoogheem
raden van Rijnland

Geven met Eerbiedigheijt te kennen, Schout ende Ambagtsbewaarders van Lisse, dat Sij Supplianten op den 20 Februarij 1723 aan UwelEd. met verwilliginge van den WelEdelen heere van Lisse, en ’t meerendeel van de ingelanden, bij requeste hadden Versogt, Consent, om den heereweg in Lisse te mogen bestraten ten laste van alle den Morgentalen van ’t Ambagt, ende tot beter onderhoud van den heereweg buijten de huijsen, ende ook van de voetpaden, tot welke, alsook tot het kerkgebod oculaire inspectie , twee acten van burgemeesteren van Lisse, bestek Van ’t Arbeijtsloon van het leggen vande straat, Certificaten van Schepen van Lisse, ende tweede ende derde Requeste van de Supplianten aan UwelEd., alle dese Sake betreffende de Supplianten haar alhier refereren, dat UwelEd. tot nog toe niet goedgevonden hadde op den inhoude van alle deselve Eijndelijk te Disponeren. Ende nademaal de Leveranciers van de steen, de Arbeijtsluijden, ende gevallen onkosten, Noodwendig moeten werden betaald, soo keerden de Supplianten hen nogmaals aan UwelEd. Ootmoedelijk vesoekende UwelEd. Consent, om gedurende UwelEd. deliberatie over den verdere inhoude van voorz: Requesten, boven de vrijwillige beloofde, ofte nog te beloven giften, tot betalinge van voorsz: Onkosten Van de voorsz: Straat, ende boven ’t gene alreede in vorige geslote Ambagts rekeningen is ingebragt, ende betaalt, te mogen ontfangen, wegens alle de morgentalen van ’t Ambagt, de voorgeroerde vijf en dertig stuijvers per Morge. Des dat de ingelanden soo het haar gelieft, hare Vrijwillig beloofde , ende betaalde sommen, tegens haarlieden quote in de voorsz: vijf en dertig Stuijvers per Morge Souden mogen Rescontreren.
Te betalen den gemelden ommeslag gereed op UwelEd. Consent, of bij de gene die Sulks ongelegen mogte komen, ofte liever in Termijnen souden betalen, in vijf jaar Termijnen, ’t Elkens een opregt vijfde part, dog met bijvoeginge Van interest van ’t Agterstal, tegen vier per Cento ’s jaars. Vrij Van alle Lasten. De gemelde Termijnen ’t Elkens te Verschieten bij de bruijkers ende voor de helft aan de Eijgenaars te korten ’t welk doende so.

Antwoord
Alsoo Schout, ende Ambagtsbewaarders van Lisse, de Weledele heeren hooge heemraden van Rijnland bij requeste hadden vertoond dat Sij Suppliante op den 20 Februarij 1723 aan haar WelEd. Met verwilliginge Van den WelEd. Heer van Lisse, ende het meerendeel van de ingelanden, bij Requeste hadden versogt, Consent om den heereweg in Lisse te mogen bestraten tot laste van alle de morgentalen van ’t Ambagt ende tot beter onderhoud van de heereweg, buijten de huijsen en ook van de voetpaden, tot welke alsook tot het kerkgebod, oculaire inspectie, twee actens van burgemeesteren van Lisse, bestek Van ’t arbeidsloon van ’t leggen van de straat, Certificatie Van Schepenen van Lisse ende de tweede ende derde Requeste van de Supplianten aan haar WelEd. alle dese Saken betreffende de Supplianten haar alhier refererende dat haar WelEd. Tot nog toe niet goedgevonden hadden, op den inhoude Van alle deselve Eijndelijk te Disponeren, dog nademaal de Leveranciers van de steen, den arbeijdsluijden, ende gevallen onkosten Noodwendig moesten werden betaald, soo waren de Supplianten haar nogmaals keerende tot haar WelEd. Ootmoedelijk Versoekende haar WelEd. Consent, om gedurende haar WelEd. deliberatien over de verdere inhouden Van de voorsz: Requesten, boven de vrijwillige beloofde ofte nog te beloven giften, tot betalinge van de voorsz: onkosten van den voorsz: Straat, ende boven het gene alreede in de vorige geslote Ambagts rekeningen was ingebragt, ende betaalt, te mogen omslaan, ende ontfangen wegens alle de morgentalen van ’t Ambagt, vijf en dertig Stuijvers per morgen, des dat ingelanden, soo ’t haar geliefde, hare geloofde vrijwillige, ende betaalde sommen, tegens haarliedens quote in de voorsz: vijf en dertig Stuijvers per morgen, souden mogen Rescontreren, te betalen den gemelden Ommeslag gereed op haar WelEd. Consent, ofte bij die genen die Sulks ongelegen mogte komen, ofte liever in Termijnen souden betalen, in vijf jaar Termijnen, ’t Elkens een opregt vijfde part, dog met bijvoeginge Van interest Van ’t Agterstal, van vier per Cento ’s jaars, Vrij van alle Lasten, de gemelde Termijnen ’t Elkens te verschieten bij de bruijkers, ende voor de helfte aan de Eijgenaars te korten. (Soo is ‘t) Dat welgemelde heeren in ’t Versoek hebben overgemerkt , ’t Selve Consenteren, en toestaan gelijk haarWelEd. Doen bij desen, mits hen Regulerende na de keuren en daar van doende behoorlijke rekeninge, bewijs ende Reliqua op Poene Van te Vervallen, in de Boeten daar jegens gestatueert.
Actum in ’t gemeene Lands huijs van Rijnland binnen Leijden den 21 April 1725.
Onderstond in kennisse Van mij, was getekent,

D.V. Leijden

ERNST HEINRICH KRELAGE (1869-1956) en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een lezing op 20 februari 2018 voor de VOL gehouden over Ernst H. Krelage. Kelage was een vooraanstaand persoon in de bloembollenbranche rond 1900. Maarten Timmer schreef een dik boek over Ernst Krelage. een samenvatting staat in het Nieuwsblad 2019 nr 1. Als u op onderstaande link klikt , kunt u de hele lezing bekijken’.

Krelage oudlisse site

 

Maarten Timmer

Van jongs af aan is Maarten Timmer bekend met de bollenteelt. Na zijn studie werkte hij als onderzoeker bij het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek. Sinds zijn pensionering is hij intensief bezig met historisch onderzoek naar de tuinbouw, in het bijzonder naar de bloembollenteelt. Daar publiceert hij ook over. Zo verscheen over Ernst Heinrich Krelage (1869-1956) een werk in 2 delen. Krelage was een bekende Haarlemmer en een van de grondleggers van de moderne bloembollensector in Nederland. Op 20-02-2018 hield Maarten Timmer bij de VOL een lezing getiteld ‘ERNST HEINRICH KRELAGE EN ZIJN BETEKENIS VOOR LISSE’. Er waren intensieve contacten met Lisse, dat zich eerst bescheiden presenteerde als ‘bij Haarlem’, maar zich later afficheerde als ‘Centre of the Bulb-district’. Timmer heeft zijn lezing speciaal voor Oud Lisse verwerkt tot een uitgebreid geïllustreerd verhaal. Dit bijzonder boeiende relaas is in zijn geheel te lezen op de website van Oud Lisse: oudlisse.nl. In dit Nieuwsblad enkele wederwaardigheden hieruit. Natuurlijk is het gehele verhaal ter inzage beschikbaar op de thuisbasis van Oud Lisse. Dus kom een keer op dinsdagochtend langs, lees het interessante verhaal van Maarten Timmer en kijk er eens rond. In de bibliotheek staan aan aantal fraaie publicaties. Ook bijzondere voorwerpen uit Lisse en uit de bollenteelt zijn er te zien.

EEN UNIEKE VONDST

Het verloren gewaande Diaconie boek van de Ned. Herv. Kerk uit Lisse uit de periode 1638 tot 1651 is gevonden bij het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Dirk Floorijp

Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

Bij de werkgroep genealogie komt Jan van der Linden met een verrassing tevoorschijn dat gevonden is bij het Hoogheemraadschap van Rijnland, een unieke vondst kwam boven water uit de periode van 1638 tot 1651. Het verloren gewaande diaconie boek van de Ned. Herv.Kerk waarin honderden begrafenissen werden opgetekend met de grafrechten die ervoor betaald werden. Jammer is dat in de meeste gevallen niet de namen van de overledene erbij werden vermeld maar alleen de datum en jaar. We krijgen zo over een aantal jaren een mooi beeld van de armenzorg in de gemeente en schrijnende beelden van mensen die geheel afhankelijk waren van die armenzorg. De notities b.v. over Trijntje Jacobsdr. Molenaers, vanaf 1641 onderhouden door de armen, zij kreeg 12 stuivers per week uitgekeerd. Zij woonde waarschijnlijk in bij Dirckjen Florisdr, want die kreeg van de diaconie 26 gulden kostgeld uitbetaald voor Trijntje. De administrateur van de diaconie Achias Dammisz. betaalde 4 gld en 15 stuivers ten behoeve van Trijntgen Molenaers voor 2 linnen hemden plus maakloon in 1646. Dat gaat zo een aantal jaren door totdat ze op 14 maart 1648 in hare siekte is overleden. Jacob Martensz. Langevelt maakte haar doodkist voor 5 gulden. Het gebruik van het doodkleed verschilde nog al wat, van 9 stuivers tot 1gld en 5 stuivers. Het was er maar na in welke klasse iemand werd begraven.
Doodkleden waren vroeger standaard over de kist gelegd zodat je de kist niet kon zien, ze waren zwart met franje. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werden ze gebruikt, later kwamen er ook grijze kleden. Nadien is het in onbruik geraakt. Een wereld van leed in het gezin van Huijbert Jansz. Hollander en Lijsbetjen Arijens Doghlis. Hij overleed 22 oktober 1649. Jacob Martensz. Langevelt maakte de doodkist en tevens twee kleine kistjes voor twee van zijn kinderen voor 6 gulden. Wat zou er gebeurd zijn? Was het misschien de pest die heerste? Er waren 2 dochters van 8 en 9 jaar. Lijsbet werd voor 49 weken onderhouden door de armen, de eerste 4 weken met 1 gld en 5 st. en de 45 volgende weken met 18 st. per week. Veel rekeningen worden aan Claes Thomasz. de bakker uitbetaald voor het uitdelen van brood voor de armen. Een tonnetje butter voor Pietertjen Claes die ook regelmatig terug komt. Ook aan passanten wordt vaak een aalmoes gegeven meestal 12 tot 15 stuivers. In 1642 werd ontvangen het oortjesgeld van Leijden 65 gulden 2 st. en 4 penningen. Het oortjesgeld was ten behoeve van de armen en werd geheven over diverse transacties. Een oortje was 2 duiten, er zaten 4 oortjes in een stuiver. In Lisse werd per jaar tussen de 60 en 70 gulden opgehaald. De uitdrukking: “een duit in het zakje doen” is in onze tijd dus niet zo’n groot offer. Op 1 dec. 1651 is er maar liefst 216 gulden 10 stuivers en 8 penningen ontvangen als aalmoesen voor de armen der gemeijnte, het geld ‘twelck Barent Albertse van Hillegom mr. Smit, soon van Pietertje Claes bij de kamer tot Hoorn per saldo van rekening tot sijn verlijden in de thuijs reijse uijt Indiën, als gage verdiend had. Voor genealogen een mooie zoektocht om te achterhalen op welk schip bij de V.O.C. Barent voer.

Pietertje komen we dan regelmatig tegen als zij van de armen wordt onderhouden, een paar kousen ontvangt van 18 stuivers. Barent laat niet zijn moeder het geld na maar via de kerk laat hij haar onderhouden. Een paar keer staat er, dat er losgeld betaald is voor een man die bij de Turken gevangen is. Dan gaat het om bedragen van enkele guldens. Vaak werd er door de streek of het hele land gecollecteerd om gevangenen vrij te kopen die vaak op zee waren gekaapt. Wat te denken over een uitkering van 3 gld en 4 st. aan Engel Jacobsz. schipper, een half vat bier voor een kraamvrouw. In de periode waar dit zich afspeelt stond als predikant in Lisse dominee Johannes Romswinckel dienaer der emeijnte Jesu Cristi tot Lisse 1638 – 1661. ■

Het verloren gewaande diaconie boek van de Ned. Herv.Kerk uit 1638 tot 1651.

ARM EN NAAMLOOS BEGRAVEN

Een arm en naamloos man werd gevonden in een schuur van Willem Adrianus van der Stel. Hij werd door gemeente begraven. Een paar jaar later werd van der Stel vol pracht en praal begraven.

Dirk Floorijp

Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

Je kunt het je niet voorstellen dat er bij je begrafenis geen familie of vrienden aanwezig zijn, laat staan dat je naamloos begraven wordt.
In 1728 werd op het kerkhof bij de grote kerk aan het Vierkant een arm en naamloos man begraven. Uit het Gemeentearchief blijkt, dat hij gevonden is in de schuur van Willem Adriaan van der Stel. “Een arm en naamloze man”. De onkosten kwamen voor rekening van de gemeente. Aan Michiel Michielse van Munnikkendam voor een hemd tot de wade 1 gulden en 4 stuivers. Door de geburen op het ontwaden geconsumeert van winkelwaren 6 stuivers en 12 penningen voor brood 2 stuivers en drank 17 stuivers. Herman Andriese Tijdeman over het maken van een doodkist 4 gulden. Ende Jacob Franke Kats over leverantie van ½ vat bier geconsumeert door de geburen op de begravenisse, met de pagt 5 gulden 2 stuivers en 10 penningen. Dus te samen 11 gulden 12 stuivers en 6 penningen.Niemand bij de begrafenis, alleen degene die ambtshalve aanwezig moesten zijn. Misschien in een achteraf hoekje op het kerkhof. Wat opviel was de grote tegenstelling met de begrafenis bij degene waar hij gevonden werd, de oud gouverneur van Zuid Afrika. Hij overleed een paar jaar later dan de onbekende. Een kerk vol genodigden, begraven in de kerk in een praalgraf, een graftombe van wit Italiaans marmer, vervaardigd in Amsterdam. De
gemeente heeft zich er niet van afgemaakt, er werd een nieuw hemd gekocht en ook werd er voor eten en drinken gezorgd voor de geburen die tevens de dragers zijn. ■

Oud nieuws: Meevallertje van het pensioen en eervol ontslag

Johannes Petrus Zijlmans, geboren op 1 november 1819 was politieman in Lisse en gaat op 20 mei 1890 met pensioen. Hij was ook gemeentebode, wijkmeester en aanplakker.

door genealogiegroep

Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

In de gemeenteraadsvergadering van 20 mei 1890 wordt besloten om de gemeente veldwachter Joannes Petrus Zijlmans die door hoogen ouderdom en door de gevolgen van eene ongesteldheid waaraan hij thans lijdende is, voortaan moeilijk het politie toezicht in de gemeente naar eisch zal kunnen uitoefenen, met ingang van 1 october a.s. een pensioen te verlenen van Fl.300,00 per jaaren zulks met met oog op den veertigjarigen trouwen dienst van den genoemde veldwachter, in die betrekking aan de Gemeente bewezen. Met algemene stemming wordt besloten het bovengenoemde pensioen te verlenen, terwijl de titularis tevens in het genot zal blijven van de helft der belooningen,verbonden aan de waarneming der poste van Gemeentebode,wijkmeester en aanplakker welke post tevens door den Gemeente veldwacht worden waargenomen, terwijl de tweeden helft der belooning aan den nieuw te benoemen veldwacht zullen te beurt vallen. In de vergadering van 2 sept.1890 komt de raad hier op terug en wordt het pensioen op Fl.400,00 gebracht. Blijkens een ingekomen stuk van Gedeputeerde Staten is dat college genegen om uit de Provinciale fondsen een bedrag van Fl.200.00 te verstrekken. Tevens wordt besloten om de veldwachter vanwege 40 jaren trouwe dienst een aandenken te schenken bestaande uit een fauteuil. In het bevolkingsregister staat zijn geboorte op 01-11-1819 en woonde hij op Vierkant nr.248. Ingekomen in Lisse in 1850. Zijn vrouw Cornelia Bank is geboren in Breda 20-03-1818 en overl.Lisse 4-12-1877.(parochie St.Agatha).

Bron:

Gemeente Archief Lisse inv.nr. 518

Oud Nieuws: Cornelis Pieterse van der Saal wilde niet op wacht

Op 23 augustus 1726 krijgt Cornelis Pieterse van der Saal een boete omdat hij niet op wacht wilde. Hij was in ondertrouw gegaan in Lisse op 31 augustus 1730.

door geneologiegroep

Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

Den schout van Lisse, Jacob van Dorp, aan Burgemeesteren hebbende voorgedragen, dat Cornelis Pieterse van der Saal op den 18 augusti 1726 dorpswaakpiek, ten huijse van de schout hadde gebragt, ende daarbij geseijd dat hij niet gehouden was te waken, dat hij schout opdat geen dis orde in de wagtzeel soude komen, een ander hadde aangestelt om de beurt van de voorn. Cornelis Pieterse te waken. Hadden de schout met Burgemeesteren beraadslaagt, wat daarin best diende gedaan,waarop den schout, versogt, ende geautoriseert is om de voorn. Cornelis Pieterse voor schepenen te klagen conden make in de boeten daartoe staande te vorderen, ende de saak uijterlijk te vervolgen, ende t gene daar uijt te mogen ontstaan voor dorps rekeninge te nemen. Aldus gedaan in t regthuijs van Lisse op den 23 augusti 1726. Van Cornelis Pieterse van der Saal is alleen bekend, dat hij gedoopt is in Aarlanderveen en op 31 augustus 1730 te Lisse in ondertrouw is gegaan met Abrama Beijaart. Bron: Gemeente

Archief Lisse inv.nr. 2

Woonwagenkamp (1945-1972)

Oorspronkelijk lag het woonwagenkamp tussen de Ringvaart en de Broekweg. In 1956 ging het kamp naar de Rooversbroekpolder bij de vuilnisbelt aan de Ringvaart en in 1966 naar de Middenweg. Begin zeventiger jaren verhuisde het kamp naast de flat aan het Ruisdaelplein.

Door Rob Pex

Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 2 Lente 2017

Oorspronkelijk lag het (enige) woonwagenkamp van Lisse tussen de Ringvaart en de Broekweg. Reeds kort na de oorlog in 1945 waren er plannen voor verplaatsing daarvan in verband met de bestemming tot industrieterrein. Lange tijd gebeurde er echter niets. In 1956 werd de kwestie weer actueel met het uitbreidingsplan Meer en Duin. Het College van B&W richt dan een voorstel aan de Raad om het onderhavige woonwagenkamp te verplaatsen naar de Rooversbroekpolder aan de Ringsloot. Men ging akkoord. Deze situatie bleef gehandhaafd tot in de jaren zestig wanneer er plannen ontstaan om ook in de Poelpolder woningbouw te gaan plegen. Het ‘Bedrijf van Openbare Werken’ richtte in dat ver band in 1964 een verzoek aan het College om het kamp te verplaatsen naar de Derde Poellaan. Men ging akkoord al werd uiteindelijk voor een locatie gekozen aan de Rooversbroekdijk, nabij de Middenweg. In 1966 ging men van start met de werkzaamheden, die nog in hetzelfde jaar werden afgesloten. Openbare Werken adviseert dan het College (d.d. 1 sept. 1966) om 1): het nieuwe kamp aan de Rooversbroekdijk nabij de Middenweg aan te wijzen als woonwagenkamp en het oude kamp nabij de vuilnisbelt aan het einde van de Eerste Poellaan op te heffen en 2): de bewoners van het oude kamp aan te schrijven hun woonwagens te verplaatsen naar de nieuwe locatie vóór 15 okt. 1966. In september 1967 woont Ponsioen echter nog steeds in zijn autobus van Maarse en Kroon (volgens de brief die hij toen schreef aan zijn broer; zie verderop). Een en ander blijkt pas enige jaren later zijn beslag te hebben gekregen: omstreeks 1969. Begin jaren zeventig is ook het woonwagenkamp aan de Middenweg verhuisd. Begin zeventiger jaren verhuisde het kamp naast de flat aan het Ruisdaelplein.


Bron:

Gemeentearchief Lisse, blok 1942-1989, inv.nr. 2103 (stukken betreffende het woonwagenkamp, 1945-1972)

Groei naar VOLwaardige Historische Vereniging

Wim Bosch is vanaf het begin tot 1999 bestuurslid. Van 2004 tot 2014 was Wim voorzitter. Hij blikt terug over deze periodes.

Wim Bosch

Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 1 winter 2017

Vanaf de oprichting van de Vereniging Oud Lisse in 1991 ben ik lid van het bestuur geweest tot 1999. In die beginperiode waren we vooral met bedreigde panden bezig. Aan het einde van mijn 2e bestuursperiode nam ik als voorzitter afscheid van een complete historische vereniging

In 999 moest ik vanwege een drukke periode bij Shell en een lichte hartaanval mijn bestuurslidmaatschap opgeven. De eerste jaren hadden we het zeer druk met het behoud van het station en met protesten tegen de sloop van andere panden. In 2004, toen Ton Rouwhorst als voorzitter aftrad en ik bij Shell officieel met pensioen ging werd ik door hem gepolst of ik hem wilde opvolgen. Omdat de drukte van mijn baan achter de rug was heb ik hiermee volmondig ingestemd. Dat wil niet zeggen dat ik het minder druk kreeg. Ik kreeg met heel veel juridische procedures te doen om de sloop van monumentwaardige panden te voorkomen en werd naast voorzitter van de Vereniging ook lid van de Monumentencommissie. Na afloop van mijn 2 bestuurstermijnen van 2x 5 jaar hadden we in 2014 moeite met het vinden van nieuwe bestuursleden, maar gelukkig kon in 2015 weer een nieuw bestuur aantreden en trad Eric Prince aan als mijn opvolger. Enkele highlights uit mijn actieve bestuursperiode zal ik hieronder aangeven.

Aanwijzing van Monumenten

De Vereniging is vanaf 2003 via de Monumentencommissie, waarvan ik lid was, zeer actief betrokken geweest bij de registratie en selectie van Monumenten door Dorp, Stad en Land (DSL). De aanwijzingsprocedure van Gemeentelijke monumenten is in 2007 gestart. De registratie en selectie van Monumenten door DSL resulteerde in 2010 in de aanwijzing door de Gemeente Lisse van 93 gemeentelijke monumenten en 35 rijksmonumenten. Helaas werd om politieke redenen aan sommige monumentwaardige panden niet de monumentstatus toegekend (o.a. Villa Wildlust, Heereweg 191 en de Oude Openbare Lagere
School). De beschrijving van de monumenten en foto’s zijn te zien op de website van Vereniging “Oud Lisse”.

De Vergulde Zwaan geopend

Op 10 maart 2007 werd in de 1e Havendwarsstraat nr. 4 in Lisse het ‘Centrum voor Cultuurhistorie Duin- en Bollenstreek’ officieel in gebruik gesteld voor het Cultuur Historisch Genootschap Bollenstreek (CHG) en de Vereniging Oud Lisse. Jos Wienen, burgemeester

Vlak na de onthulling van de Vergulde Zwaan aan de gevel, van links naar rechts Joop Zwetsloot van LCB en de HollandRijnland bestuursleden, Jos Wienen, Burgemeester van Katwijk en Adri de Roon, Wethouder van de Gemeente Lisse.

van Katwijk en Adri de Roon wethouder voor o.a. Cultuur in Lisse, die in het dagelijks bestuur van de Regio Holland Rijnland de portefeuilles van respectievelijk Ruimte en Cultuur beheerden openden het centrum. Zij onthulden buiten aan de gevel een beeld van een goudkleurige zwaan van de Lissese beeldhouwer Frans van der Veld.

Servicepunt

In dit voormalige HOBAHO kantoorgebouw (drukkerij) is sinds 2007 ons servicepunt de Vergulde Zwaan gevestigd. Zwanen sierden eerder de gevel van de Hobaho veilinghal. Joop Zwetsloot van Lisse Centrum Beheer heeft het pand ter beschikking gesteld als vergader-,
werk- en documentatie ruimte aan Lissese erfgoedorganisaties, waaronder Vereniging Oud Lisse. Samen met het CHG mochten we van onze mecenas Joop Zwetsloot het pand zonder huurkosten gebruiken (alleen energie kosten ).


Opening Servicepunt
Voorheen bollenschuur, later drukkerij van de HOBAHO en nu Centrum voor Cultuurhistorie Duin- en Bollenstreek.

Voor Vereniging Oud Lisse mocht ik op 19-062007 het Servicepunt van onze vereniging openen tijdens onze eerste inloopavond in het gebouw “ De Vergulde Zwaan”. Dit gebeurde in aanwezigheid van een groot aantal geïnteresseerde leden en andere belangstellenden. Onze vereniging had heel lang uitgezien naar een vast honk en was uitermate gelukkig met deze locatie. Wij gingen hier dankbaar gebruik van maken door het Servicepunt tijdens onze inloopavonden en -ochtenden open te stellen voor al onze leden en belangstellenden. Ook als archiefruimte en vergaderlocatie voor onze werkgroepen en het bestuur was het een uitkomst.

Inloop

Chris Balkenende ging de inloopavonden en -ochtenden coördineren. We kunnen zeggen dat dit al vanaf de start zeer succesvol verliep. Ook bood hij de vereniging mede namens oud aannemer Carl Daudey, een authentieke trapleuning aan van het voormalige gemeentehuis van Lisse die Carl, na de sloop in 1981, nog had weten te bewaren. Deze leuning werd in het Servicepunt vast opgesteld, omgeven door oude foto’s van het voormalige gemeentehuis. Er werden tijdens de eerste inloopavond veel boeken en prenten door leden meegenomen en ter inzage gelegd. Via de beamer werd een groot aantal unieke oude kaarten en ansichtkaarten van de Vereniging Oud Lisse getoond. Ook de tweede inloopochtend op 3 juli verliep zeer goed met 20 aanwezigen. Een traditie was geboren.

Subsidie

Subsidieaanvraag afgewezen, maar alsnog door de Raad toegekend! Onze Vereniging had t.b.v. de inrichting van ons Servicepunt €9000 subsidie aangevraagd voor o.a. aanschaf van wissellijsten voor exposities, een scanner t.b.v. digitalisering gemeentearchief, een laptop PC en archiefkasten. Helaas was het college van oordeel dat onze subsidieaanvraag afgewezen moest worden omdat het niet zou passen in het cultuurbeleid. Na intensief lobbyen heeft de toenmalige raad in haar vergadering een motie aangenomen om de Vereniging toch van de gevraagde subsidie te voorzien!

Werkgroepen

Doordat we de beschikking kregen over het servicepunt ontstond de mogelijkheid om de vereniging om te vormen tot een historische vereniging met een bredere opzet. Dit proces werd, met vallen en opstaan, ingezet. Diverse werkgroepen ontstonden en ontplooiden hun eigen activiteiten. De werkgroep genealogie is een zeer actieve groep en onderzoekt de historie van Lissers. Heel regelmatig worden resultaten van dit onderzoek gepubliceerd in ons Nieuwsblad. Het Lisser Kwartiertje, veelal met een bijbehorend verhaal, is daar een voorbeeld van.

Lezingen

Sinds de opening van de inloop worden in de inloop regelmatig, ca. 4-6 keer per jaar, cultuurhistorische lezingen georganiseerd die veelal goed bezocht worden. Ook verzorgen de leden van “Oud Lisse” zelf lezingen. Zoals Bert Kölker in 2012 een lezing hield over zijn “Kroniek van de Lisser Timmerman en Molenmaker, Cornelis van der Zaal 1762-1839” en Frits Treffers in 2013 een verhaal hield over zijn villa “Somalo” tijdens de tentoonstelling “Een rijk verleden” over de bollenvilla’s in de streek.

Fotomateriaal

Vanaf de opening van het servicecentrum werd er fotomateriaal en ander historische documentatie aan de vereniging geschonken. Theo van der Meij en Maarten Rueb begonnen met het vastleggen en beschrijven van het fotomateriaal. Later kwam de vraag van de gemeente om mee te werken met de ontsluiting van het gemeentelijk fotoarchief. Het ontsluiten en beschrijven van dit materaal is een blijvende uitdaging voor de leden. Deen Boogerd en Ted Freriks houden daarom goed contact met de mensen van het gemeente archief, waarmee nauw wordt samengewerkt.

Uitdragen van kennis

Het Nieuwsblad is sinds 2002 het middel om bekendheid te geven aan zaken waar Oud Lisse zich mee bezig houdt. Daarnaast zijn er ook de specifieke projecten die leiden tot het uitgeven van boeken. Dat deed “Oud Lisse” al met het uitgeven van de boeken “Registratie van Waardevolle Panden in Lisse “uit 1995 en “Bomen van Lisse” in 2000. In mijn 2e bestuursperiode volgden de hierna beschreven boeken.

Grenspalen te Lisse, uit 2010

Omdat veel historische grenspalen in Lisse zijn verdwenen kwam de Vereniging Oud Lisse in 2006 tot de conclusie dat een beschrijving en mogelijke bescherming van de overgebleven grenspalen in Lisse hoog nodig was. De Vereniging was bijzonder verheugd dat dr. Bert Kölker, voormalig provinciaal archiefinspecteur van Noord Holland, deze taak op zich wilde nemen. Ik mocht hand-en spandiensten verrichten als het maken van foto’s van de grenspalen. In 2007 werd besloten om de palen aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het geeft veel voldoening wanneer er naar aanleiding van het VOL-onderzoek weer een verloren gewaande grenspaal opduikt die, na een opknapbeurt, weer herplaatst kan worden. In 2010 werd het door de Vereniging uitgegeven grenspalenboek voltooid.

Kroniek van de Lisser Timmerman en Molenmaker

Cornelis van der Zaal (17621839), was lid van een zeer bekende molenmakers familie die aan het Vierkant woonde. Op de locatie van zijn voormalige werkplaats is nu Museum de Zwarte Tulp gevestigd. Hij maakte aan het einde van zijn leven een compleet overzicht (kroniek) voor zijn zoon van de door hem verrichte werkzaamheden aan alle (ca 22!) door hem gebouwde en/of onderhouden molens in Lisse, Hillegom, Sassenheim, Noordwijkerhout en Voorhout. Om de uitgave op te pakken heeft Vereniging Oud Lisse in januari 2007 het zeer actieve lid Dr. Bert Kölker benaderd. In september 2007 startte de heer Kölker dit project, waarbij hij assistentie kreeg van een aantal andere vrijwilligers. Na een deskundige transcriptie en aanvullend archiefonderzoek is het uit te geven boek in november 2011 voltooid.

Serie Wandel- en Fietsroutes
  1. In 2010 is de Vereniging Oud Lisse begonnen met de uitgave van de serie en wel met de uitgave van het boek Wandel- en Fietsroutes langs Monumenten in Lisse n.a.v. de aanwijzing door de Gemeente Lisse van 93 Gemeentelijke en 35 Rijksmonumenten.
  2. Het volgende project, in 2014, was de uitgave van het boek Wandel- en Fietsroutes langs monumentale en bijzondere bomen in Lisse. Hiermee wordt terecht de aandacht gevestigd op de vele prachtige bomen die Lisse nog heeft, juist toen de Gemeente Lisse zich wilde inzetten om een bomenbeleidsplan en groenbeheersplan te ontwikkelen.
  3. Tenslotte in 2016, en daar was ik als redactielid opnieuw nauw bij betrokken, heeft de Vereniging het boek Wandel- en Fietsroutes langs Bruggen in Lisse doen uitkomen. In al deze boeken speelt de plaatselijke geschiedenis een hoofdrol. Zo kan Oud Lisse haar kennis uitdragen en de lezers mee laten genieten van de plaatselijke historie.
Door de VOL uitgebrachte boeken

Exposities

Om anderen kennis te laten maken met onze voorgeschiedenis is het organiseren van exposities of het meehelpen aan exposities van
andere organisaties heel geschikt. Ik noem het meedoen aan Open Monumentendagen en aan exposities van Museum de Zwarte Tulp. Het hebben van een eigen locatie maakte eigen exposities mogelijk. Wat mij betreft springt er één expositie uit.

Herdenking 350 jaar

Trekvaart Mei 2007 werd in Museum de Zwarte Tulp onder grote belangstelling de expositie ‘Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmer Trekvaart’ geopend door de Commissaris van de Koningin in Zuid Holland, Dhr. Jan Franssen. Het herdenkingscomité, met vertegenwoordigers van Provincie en Erfgoedhuis ZH, het CHG, Vereniging Oud Lisse en Museum de Zwarte Tulp, had een schitterende tentoonstelling ingericht. In 1657 werd de Trekvaart Haarlem-Leiden in het tijdsbestek van ruim een half jaar gegraven. De vaart werd onmiddellijk een uiterst belangrijke ader in het trekvaartennetwerk, dat rond die tijd in Holland ontstond. Voordat de trein zijn intrede deed, was de trekschuit het massavervoermiddel bij uitstek. Gedurende de twee eeuwen die volgden, vertrokken vanuit Haarlem en Leiden negen trekschuiten per dag. In het topjaar 1677 werden in totaal 148.000 passagiers tussen beide steden vervoerd. Ook werd een prachtig gelijknamig jubileumboek uitgegeven. Vanuit Oud Lisse was ik medeverantwoordelijk voor de beeldredactie van het boek. In het jubileumboek belichten zeven auteurs diverse aspecten van de Trekvaart. Naast de vaart als onderdeel van het trekvaartennetwerk dat vanaf de zeventiende eeuw als een eerste openbaarvervoersysteem in Nederland tot stand kwam komen ook de aanleg, het gebruik en het beheer ter sprake. Daarnaast wordt ingegaan op ‘wonen en werken langs de trekvaart’, het Leidse Tolhuis te Oegstgeest en ‘natuur, milieu en ecologie’ aspecten nu. Voor het Nieuwsblad schreef drs. Brigitte Rink een drietal artikelen getiteld “Herdenking 350 jaar Trekvaart met huize Halfweg”.

Plaatsing en onthulling van borden bij buurtschap Halfweg

De Vereniging Oud Lisse had het verzoek op de VOL jaarvergadering van 2007 om plaatsing van plaatsnaamborden bij Halfweg doorgegeven aan het College van B&W. Ook waren er eerder verzoeken daartoe gericht aan het college door Aad van Kampen, amateur historicus en oud bewoner van Halfweg, en door het Cultuur Historisch Genootschap. Het college ging hiermee akkoord zodat op 29 september 2007 de borden met aanduiding ‘Halfweg’ feestelijk werden onthuld door burgemeester Corrie Langelaar. Op 29 en 30 september voer, ter afsluiting van de herdenking 350 jaar Haarlemmer Trekvaart, een vlootschouw met westlanders, hagenaars, sloepen, schuiten en andere lage schepen, voorbij Halfweg op weg van Haarlem naar Leiden.

Ten slotte

Zoals gezegd: wat highlights. Er had nog een hele reeks namen van actieve vrijwilligers genoemd kunnen worden. Want zij zorgden er voor dat de vereniging zich ontwikkelde tot een volwaardige historische vereniging, een vereniging waar ik als vrijwilliger nog steeds actief in mag zijn. ■