Artikelen die betrekking hebben op de geschiedenis van Lisse en haar bewoners

PARELTJE: Kronieken en kaarten van J. B. van Loenen

Wandelroutes zijn nu erg in, maar uit dit Pareltje blijkt dat wandelen rond de voorlaatste eeuwwisseling ook in trek was. Wandelen is een gezonde bezigheid, zo kom je nog eens ergens en leer je wat over een andere plek.

Door Ria Grimbergen

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

J. B. van Loenen moet niet veel hebben van de automobielen en fietsen, die de zo aangename weg tussen Lisse en Hillegom afrazen. Het monstervervoermiddel auto doet hem denken aan de vuurspuwende beesten uit het bijbelboek Openbaring. Nee, liever wandelt hij van Lisse naar het onderwerp van zijn boek, Hillegom.

Detail uit de bovenste kaart met Lisse en omgeving uitvergroot

In 1916 verschijnt bij de stoomdrukkerij firma H. Hamberg Jz. Van Loenens ‘Beschrijving en kleine Kroniek van de Gemeente Hillegom’, opgedragen aan jhr. dr. J. Six, ambachtsheer van Hillegom. Mijn meer dan een eeuw oude exemplaar ziet er nog schitterend uit. Het is gedrukt op hoogwaardig papier en de vele afbeeldingen, prenten en foto’s, zijn van hoge kwaliteit. Gebonden in linnen met goudbestempeling kostte het boek ƒ. 4,-. De Hillegomse uitgevers/drukkers H. Hamberg Jz. en C. Velthuys toonden met deze uitgave waartoe ze als boekdrukkers in staat waren. Voor Lissers is het boek interessant omdat Van Loenen zijn wandeltocht begint in het ‘stedeke’ Lisse met zijn ‘niet vierkant’ Vierkant, dat hem doet denken aan een stadskwartier. Vervolgens gaat hij over wat toen de Rijksstraatweg heette naar Hillegom en vult al wandelende bijna tien procent van zijn boek met informatie over Lisse. Rosendaal met zijn twee grimmige zittende leeuwen, rechts een eigenaardige blanke gevel met fraai lofwerk versierd van architect J. London (Huize Maria), de bollenschuur Welbedrogen, Wildlust, Veenenburg en koffiehuis de Nachtegaal beschrijft hij. Hij betreurt de afzandingen en de verdwijning van de buitenplaatsen, maar geeft toe dat de buitenhuizen voor de lucky few waren en de intensieve bloembollencultuur en de kalkzandsteenfabriek ‘Arnoud’ werk aan velen bieden. Het was niet Van Loenens eerste kroniek.

Wandelkaart ‘Van Vogelenzang tot Scheveningen’. Collectie ELO.

Zeil- en IJskaart uit 1894.Collectie ELO.

In 1890 schrijft hij met assistentie van de student J. J. Hasselbach een ‘Gids voor Leiden en omstreken’, een werkje dat in twee drukken een oplage kent van tweeduizend exemplaren en nu zeldzaam is. Volgens Van Loenen is het succes vooral te danken aan de ‘omstreken’ uit de titel; over Leiden is al zoveel geschreven. Het is wat haastwerk geweest. Van Loenen is niet tevreden en wil graag een uitgebreidere versie publiceren. Een derde en zeer verbeterde druk verschijnt dan in 1905 als ‘Gids voor en kleine kroniek van Leiden en omstreken’. Ingenaaid in een papieren omslag ligt het voor een bedrag van ƒ 0,75 in de boekhandel. Van Loenen neemt ons hierin mee op een tocht buiten Leiden die naar Lisse en verder voert, waarbij de weg die wij nu kennen als Eerste Poellaan door hem de Derde Poellaan wordt genoemd en vice versa. ‘Wij vervolgen onzen tocht weder (…) en zien rechts de Eerste Poellaan, zijnde de weg naar den Haarlemmermeer polder, de Kaag enz. 350 meter daar voorbij de Beekbrug, 600 meter verder de Engelenbrug over het Lisser Mallegat, 350 meter verderop rechts de Tweede Poellaan, 700 meter daarna de Ruïne van het huis Deveren. Ruïne van Deveren heet zij op de tegenwoordige kaarten en Huis te Deveren op de kaart van Rijnland van 1647. Op de kaart van Rijnland van 1610 ligt evenwel juist op dezelfde plaats het Huis te Lis. Bij de bedijking van den l.isserpoelpolder in 1622 vond men minstens 400 meter van de tegenwoordige ruïne, de overblijfselen van een achtkanten toren van “reuzenmoppen” gemetseld (dus vermoedelijk zeer oud) die gezegd werd van het aloude kasteel te Dever (van vóór 1300 dagteekenende) afkomstig te zijn. Deze ruïne van kleine steenen gemetseld, is dus zoo goed als zeker van jongeren datum en vermoedelijk afkomstig van het Huis te Lis. 350 meter voorwaarts de Jannetjesbrug over de Vennesloot, 250 meter verder, rechts, de Derde Poellaan en een weinig meer vooruit, links, de Spekkenlaan die naar het schoone ongekunstelde Reigersbosch leidt. Nu zijn wij reeds tot de voorposten van Lisse (4500 inwoners) genaderd, dat blijkens den bijbouw van nette, flinke huizen vooruit gaat en waarvan wij weldra rechts, de fraaie, monumentale Gothische R. K. kerk en pastorie kunnen bewonderen. Weinige schreden verder kunnen wij, links, de oude Herv. kerk aanschouwen, die in 1640 tot parochiekerk verheven is. De kom van het dorp Lisse doet aan een marktpleintje eener stad denken, op den voorgrond, links, heeft men het van ouds, ook uit het studentenleven van vroegere dagen door luisterrijke gastmalen en promotie-partijen, bekende koffiehuis en logement De Zwaan, waar men thans naar modernen trant de stoomtram afwacht, maar alle geriefelijkheden van een stadskoffiehuis en restauratie met nette behandeling aantreft. De nieuwe R.K. kerk is gebouwd (op de plaats, ten deele van de in 1843 gewijde kleine R.K. kerk) door de architect-aannemer J. van Groenendael, voor ƒ.170.000,— en gewijd 6 Aug 1903; men vindt reeds in het priesterkoor 5 gebrandschilderde ramen van Nicolas & Zn te Roermond, in de hoofdbeuk 2 ramen van antiek glas, voorstellende de apostelen, in den voorgevel een raam van antiek glas met een uit de hand gemetselde rozet. Verdere opluistering volgt nog. Omtrent de Herv. kerk geen inlichtingen bekomen. [Van Loenen schreef mensen aan en verzocht om inlichtingen, maar niet iedere adressant reageerde]. Wij zetten onzen tocht voort, gaan aan het eind van het plein, links om den Delfweg op, waar ons al spoedig het hoog opgaand geboomte van het schoone buitengoed Keukenhof in het oog valt, dat na 1600 is aangelegd. Naderbij gekomen stelt het onze verwachting waarlijk niet te leur en wandelen wij met genoegen den 500 meter langen, grootsch overschaduwden weg af, die deze schoone buitenplaats in tweeën deelt, passeeren de schilderachtige boschwachterswoning, rechts, en komen aan een viersprong met de noodige handwijzers; wij gaan linksom, en zien dan het sierlijk in kasteelvorm gebouwde huis van hetKeukenhof voor ons. Wij scheiden noode van deze aangename omgeving, gaan evenwel bezijden het gebouw en de boerderij om en volgen dan de schoone laan van mooie hooge boomen, gaan het Reigersbosch, links, voorbij, loopen voorts dezen Loosterweg (in de 16e eeuw Lijtweg geheeten, herdoopt naar den naam der plaats „de Looster”, er aangelegen bij ‘t Mallegat) ten einde, tot wij ruim 3/4 uur verder de Teilingerlaan, links, met het schilderachtig in het bosch gelegen koffiehuisje Drechsberg in onze nabijheid, een paar honderd meter verder den ‘s Gravendamschen weg en aan het eind daarvan het Spoorwegstation Piet Gijzenbrug bereiken’. Na het succes van zijn toeristische gids voor Leiden en omstreken verschijnt in 1908 van zijn hand een schitterende in kleuren gelithografeerde wandelkaart van het kustgebied door hem ‘op terrein verkend’, waarop ook Lisse te zien is. Eerder al had Van Loenen als cartograaf een ‘zeil- en ijskaart’ getekend van de waterwegen rond Leiden, in 1894 in kleur uitgegeven met aan de bovenkant reclame voor de levensverzekeringsmaatschappij ‘The Gresham Life Assurance Society Limited’. Dit is een van de eerste Nederlandse ijskaarten. In 1907 verschijnt een ‘Nieuwe Stoomvaart-, Zeil- en IJskaart, Aalsmeer-Leidschendam-Lisse-Gouda-Katwijk-Bodegraven’ in zwart-wit. Een prachtboek als ‘Beschrijving en kleine kroniek van Hillegom’ verdwijnt niet bij het oud papier, maar gaat over naar volgende generaties. De kwetsbare ijskaarten hebben tijdens zeil- en schaatstochten veel te lijden en zijn nu zeer zeldzaam.

 

Ziekenzorg in Lisse. De jaren zestig: de Poelpolder, een grote wijk met veel nieuwe, jonge gezinnen.

Huisartsen kregen het druk met al die nieuwe gezinnen in de Poelpolder. Er moest versterking komen. Ook op het gebied van de kraamzorg was er genoeg werk aan de winkel. Paul Stelder geeft een inkijkje in de zorgverlening rond die tijd.

door  Paul Stelder

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Sinds begin jaren zestig wordt in Lisse een grote nieuwe woonwijk in de Poelpolder ontwikkeld. Door deze uitbreiding van het dorp zal het inwonertal in twintig jaar stijgen tot rond de 20.000. Er komen ook veel mensen van buiten Lisse te wonen. Lange tijd wordt de Poelpolder door geboren Lissers gezien als een buitenwijk: je hoort er niet echt bij als je niet in de oude dorpskern woont. Ondanks een eigen winkelcentrum, een kerk, lagere scholen en een mavo willen veel Lissers na een aantal jaren terug naar het oude centrum.

In het prille Poelpolderbegin
De 1e Poellaan was de enige toegangsweg tot de nieuwe woningen, later vormt de Ruishornlaan de verbindingsader met de oude woonkern. Het stijgend aantal inwoners van het dorp betekent voor de zittende huisartsen meer werk en ook meer bevallingen begeleiden. Klaas Bet is in 1957 als jonge arts in het dorp begonnen, maar ondervindt zeker in de eerste jaren niet de volle instemming van de groep artsen die zich allen al voor de Tweede Wereldoorlog hier gevestigd hadden. Door een dramatische gebeurtenis wordt snel uitbreiding van de groep gezocht.

Dr van Dijk

Gert van Dijk (geboren 2 mei 1934 te Haarlem – overleden 18 februari 2014 te Lage Vuursche) groeit op, samen ongeveer 50 jaar oud en hij heeft een grote praktijk. Gert geeft aan dat hij nog in militaire dienst moet, maar dat hij er wel positief tegenover staat. Hij wordt als dienstplichtig marineofficier uitgezonden naar Curaçao en overweegt om na zijn verplichte diensttijd bij te tekenen. In die periode doet zijn oom echter een klemmend beroep op hem om niet bij te tekenen. Hij vraagt Gert om zo snel mogelijk naar Lisse te komen om hem te helpen in de praktijk. Gert besluit om samen met zijn vrouw Nanke van Dijk-Vernooijs (geboren 11 juni 1938 te Middelharnis) en hun pasgeboren dochter naar Lisse te komen en hij vestigt zich daar op 1 oktober 1963. Oom Marius en de vader van Gert kiezen voor Gert het huis Heereweg 316, een strategische plek voor de patiënten uit de nieuw te bouwen wijk Poelpolder. Gert blijft zijn hele actieve leven in het huis op de Heereweg wonen. De praktijk van Marius van Dijk wordt gesplitst en Gert en Marius werken ieder op hun eigen adres. Gert krijgt met name de aanwas van de nieuwe bewoners van de Poelpolder erbij. Het aantal patiënten in zijn praktijk neemt snel toe en zijn huis wordt te klein voor het groeiende gezin en de patiënten die op de bovenverdieping van het woonhuis worden ontvangen. In 1965 wordt een geheel nieuwe praktijkvleugel bijgebouwd, zodat de patiënten niet meer door hun woonhuis hoeven te lopen. De aanleiding om Gert met grote spoed naar Lisse te ontbieden is een heel dramatische. Hannah, de oudste dochter van Marius van Dijk, is in verwachting van haar eerste kind als blijkt dat zij een hersentumor heeft, die inoperabel is. Zij bevalt van een dochter en ook die dochter krijgt als naam Hannah. Na de bevalling blijven zij in het huis van de ouders wonen. Moeder Hannah overlijdt op 25-jarige leeftijd op 15 maart 1964. Haar dochter is dan bijna een jaar oud. Het moet voor het gezin van Marius van Dijk een vreselijk moeilijke periode zijn geweest, waarin de hulp van Gert noodzakelijk en onontbeerlijk was. Marius van Dijk is een hardwerkende huisarts, die een grote praktijk heeft en goed aangeschreven staat bij zijn patiënten. Hij is 21 jaar lang voorzitter van het Groene Kruis, daarnaast is hij bestuurslid van het plaatselijke Rode Kruis. Hij speelt mee in de toneelvereniging van de IJsclub Lisse en hij heeft modelspoorbouw als hobby. Na het overlijden van zijn dochter is er iets in hem geknakt en het huisartsenwerk valt hem steeds zwaarder. Op 1 oktober 1972 draagt hij, als eerste van de groep oudere huisartsen, zijn deel van de praktijk over aan een nieuwe huisarts, Vincent de Vroomen. Hij krijgt bij zijn afscheid van zijn patiënten een set tuinmeubelen, een schemerlamp en een reis naar Zwitserland aangeboden. Hij is dan 64 jaar oud en 36 jaar huisarts geweest. Hij verhuist naar Nijverdal waar hij op 18 september 1982 overlijdt. Neef Gert heeft in die beginjaren heel hard gewerkt. Door de snelle groei van de Poelpolder en de goede naam die hij opbouwt neemt zijn patiëntenbestand snel toe en hij kan het werk nauwelijks aan. Met bijna honderd bevallingen per jaar heeft hij te weinig (nacht)rust. Zijn oom wil niet voor hem waarnemen. Daarom huurt hij soms een waarnemer in, om alsnog met zijn gezin enkele weken op vakantie te kunnen gaan. Gert heeft geen tijd voor hobby’s. Als hij 44 jaar oud is, koopt hij een weekendhuis in Lage Vuursche. Het echtpaar gaat er ieder weekend naar toe, omdat Gert zich daar pas kan ontspannen. Dit huis bewoont zijn vrouw in de zomer nog steeds.

Eindelijk weer een verloskundige in het dorp

Bartha Waagmeester

Het is opmerkelijk dat meer dan honderd jaar lang, de bevallingen vrijwel allemaal door de huisartsen zijn begeleid. Van 1818 tot 1843 is er in Lisse een vroedvrouw actief. Daarna is er geen verloskundige meer in Lisse, tot zich in 1960 een verloskundige, mw. C. A. G. Hiddink- Morsink, aan de Kapelstraat 5 vestigt. Zij werkt tot 1966 in Lisse en verdwijnt dan weer uit de annalen. In dat jaar 1966 houdt mw. B. Scholtens-Sinoo, verloskundige in Sassenheim, ook spreekuur in Lisse. Tot 1977 staat haar naam in het adressenboekje van Lisse vermeld, omdat ze er een spreekuur houdt. In juni 1973 vestigt zich verloskundige Bartha Waagmeester (geboren 25 maart 1942 te Oosterzee, Friesland). Zij is verpleegkundige in Groningen en volgt daarna in Rotterdam de opleiding tot verloskundige. Na haar afstuderen is ze één jaar assistente en verloskundige bij gynaecoloog dr. F. L. A. de Bruïne in het Diaconessenhuis te Heemstede. Ze werkt ook twee jaar in Afrika. Daar zet ze klinieken op voor geboortecontrole, begeleidt veel bevallingen en doet zo veel ervaring op. Na terugkeer in Nederland neemt zij contact op met haar vroegere werkgever De Bruïne. Deze houdt inmiddels ook spreekuur in Lisse en hij attendeert haar op deze snel groeiende gemeente, die geen eigen verloskundige heeft. Wanneer zij zich voorbereidt op haar vestiging in Lisse, heeft ze contact met verloskundigen uit Noordwijk (mw. Mathôt) en uit Sassenheim (mw. B. Scholtens-Sinoo), die beiden soms bevallingen doen in Lisse. Zij heeft haar voorgangster mw. Hiddink nooit gesproken, want die is enkele jaren daarvoor al vertrokken. Bartha Waagmeester houdt eerst spreekuur in een pand in de Bondstraat, later aan huis in de Kievitstraat, gevolgd door praktijk aan huis in het Agathapark. Later in een praktijkpand in de Julianastraat en uiteindelijk op de Lisserdijk in Lisserbroek. Het onderzoek van de vrucht gebeurt in die begintijd alleen met een houten stethoscoop, later met de doptone en de echo. Bartha schoolt zich in het gebruik ervan, zodat ze deze apparatuur ook in haar eigen praktijk kan toepassen. Er zijn jaren dat ze meer dan tweehonderdvijftig bevallingen doet! Vanuit haar vestiging in Lisse begeleidt ze aanvankelijk ook bevallingen in Hillegom en De Zilk. Dat deel van haar praktijk draagt ze in 1981 over aan een collega die zich daar wil gaan vestigen. In 1986 komt er in Lisse een tweede verloskundige bij: de huisartsen doen dan nagenoeg geen bevallingen meer. In 2004 draagt zij haar praktijk in zijn geheel over aan Simone Vermeulen.

Klaas Bet in de politiek
In het Lisse van rond 1900 maken de plaatselijke notabelen goeddeels de dienst uit. De huisartsen behoren in die tijd ook tot die groep. De huisartsen Nieuwenhuisen, Van Ewijk (hij is zelfs wethouder) en De Graaf, hebben allen deel uitgemaakt van het gemeentebestuur. In 1962 kent de lokale politiek turbulente tijden. Het katholieke deel van de inwoners voelt zich nog sterk met elkaar verbonden en de Katholieke Volkspartij (KVP) heeft negen van de vijftien zetels in de gemeenteraad. Voor de nieuwe verkiezingen van 1962 wordt een kieslijst opgesteld met daarop als nieuwe namen o.a. architect ir. Aad Paardekooper, Klaas Bet en Nic. Mens. Na een scherpe discussie en interne onenigheid binnen de KVP worden ze in tweede instantie op niet verkiesbare plaatsen gezet. Zij besluiten daarop tot een publieksactie en zij brengen huis aan huis folders rond om zich te presenteren. Dat leidt tot een groot succes, want zij behalen samen in totaal 1800 voorkeurstemmen van de 3600 stemmen op de KVP. Daarmee komen ze alle drie met glans in de gemeenteraad. De KVP heeft mede hierdoor opnieuw negen van de vijftien zetels bemachtigd. Het blijft wringen tussen de nieuwe fractieleden van de KVP en de overige KVP-raadsleden. Uiteindelijk loopt het conflict zo hoog op dat Bet en Paardekooper in augustus 1966 hun zetel beschikbaar stellen en terugtreden uit de fractie. Het is echter geen blijvend afscheid, want bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 staan beiden opnieuw op de kieslijst en komen terug in de gemeenteraad. Klaas Bet neemt in 1974 echter vervroegd afscheid van de gemeenteraad omdat zijn drukke werkzaamheden als huisarts niet zijn te combineren met zijn raadsverantwoordelijkheid.

Praktijkvoering in de jaren zestig
In de jaren zestig is de praktijkvoering niet te vergelijken met die van tegenwoordig. Binnen de reguliere gezinnen is de rolverdeling in het algemeen nog traditioneel: de man is kostwinner en de vrouw zorgt voor het gezin. De gezinnen zijn vaak nog groot. In de gezinnen van de huisartsen hebben de echtgenotes er behalve de zorg voor het gezin nog een taak bij: zij moeten ook helpen om de praktijk draaiende te houden. Dat betekent dat zij altijd thuis moeten zijn als de huisarts visites aflegt. De spreekuren zijn iet op afspraak. Er is voor de werkenden ’s morgens een spreekuur van 7.30 uur (sommige artsen beginnen reeds om 7.00 uur) tot 9.00 uur en ’s middags is er een spreekuur, vaak alleen voor particulier verzekerden, van 13.30 uur tot 14.30 uur. De overige tijd is nodig voor de vele visites die de huisartsen moeten afleggen, soms wel twintig per dag. Bevallingen en medische zorg na ongevallen komen daar nog bij. Aanvankelijk hebben nog niet veel patiënten een telefoon. Er komen dus regelmatig mensen aan de deur om te vragen of de dokter langs wil komen. De echtgenote van de huisarts moet al deze mensen te woord staan en een oplossing bieden voor een probleem, wanneer de huisarts niet aanwezig is. Pas vanaf midden jaren zeventig zijn artsen dankzij de semafoon bereikbaar wanneer ze onderweg zijn. Het medisch beleid is in die tijd veel meer een afwachtend beleid: na een hartinfarct wordt, bij ouderen zeker, het verloop rustig thuis afgewacht. In thuissituaties worden geen reanimaties gedaan. De ambulance van de firma Eigenbrood is een soort taxi voor liggend vervoer waarmee snel gereden mag worden en waar geen verpleegkundige, maar een EHBO’er hulp moet bieden. Een infuus wordt nooit ingebracht. Kijkonderzoeken van maag en darmen bestaan nog niet. Wel worden er na inbrengen van contrastmiddel, röntgenfoto’s gemaakt van de maag en darmen. Bij maagzweren worden patiënten zes weken op bed gelegd en krijgen een dieet en ook na hartinfarcten is rust het advies. Na een bevalling blijven de kraamvrouwen drie dagen in bed liggen (met alle risico’s van een trombosebeen en longembolieën) en zij krijgen twaalf dagen kraamhulp. De huisartsen bezochten al deze patiënten soms dagelijks thuis! Begin jaren zeventig treden kort na elkaar drie van de vier oudere huisartsen terug. Er komt een nieuwe generatie jonge artsen en de tweede Frans Haase, die nu ‘Frans senior’ is gaan heten, wil het ook wat rustiger aan gaan doen. Zijn oudste zoon Frans is inmiddels klaar met zijn artsenstudie.

Bronnen:
Gesprekken en/of mailcontact met Nanke van Dijk, Joke de Vroomen, Ajo Duymaer van Twist, Sake Holl, Hans Bet en Dieuwke van der Mark-Bet.
Diverse regionale kranten.
Herman van Amsterdam: ‘Tussen Engel en Kerk, 75 jaar Engelbewaardersparochie’. Lokaal Boek, 2004.
Cees Paardekooper: ‘Architect in de Bollenstreek: Ir. A. H. J. Paardekooper, een biografie’. Lokaal Boek, 2010.

Anekdote

Anekdote over dr. van Dijk

Rectificatie

In ons vorige nummer schreven we dit in het bijschrift: Vier huisartsen aan de thee, nadat de onenigheid was bijgelegd. v.l.n.r.: Henk Holl, Lex Duymaer van Twist, Marius van Dijk en Klaas Bet. Helemaal links zit niet zoals geschreven Henk Holl, maar de heer Jan Kraak, de dierenarts.
Rechts de enige echte huisarts Henk Holl !

EEN REIS DOOR DE TIJD: Een ingezonden brief van Bas Romeyn

Naar aanleiding van de artikelen in het vorige Nieuwsblad zette Bas Romeyn zijn gedachten op papier.

Bas Romeyn

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Als je, zoals ik, tachtig bent (het nieuwe zestig wordt het wel genoemd) en geboren en getogen in het Centre of the Bulbdistrict, zoals dat ooit, nogal hovaardig, op het poststempel van Lisse stond, is het niet onlogisch dat je heel wat herinneringen kunt ophalen bij het lezen van ons onvolprezen Nieuwsblad. Temeer omdat ik volgens mijn dochter nogal associatief ben. Zoveel raakpunten dienaangaande als in het laatste
nummer heb ik echter waarschijnlijk niet eerder gezien. Het was gewoon bizar! Nu leek het mij wel aardig om u eens mee te nemen op reis met de hink-stap-sprong-gedachten die bij mij opwellen bij bepaalde onderwerpen of foto’s. Misschien steekt u er nog wat van op, al is het maar een mooie sigaar! Daar gaan we, in willekeurige volgorde: het begon al met dat fraaie fotootje van die vier keurig in het pak gestoken
Lissese huisartsen. We zien daar, in een van die zeer leesbare stukken van Paul Stelder, dokter Van Dijk en de nog jonge, zo gemaltraiteerde Klaas Bet, van wie we tientallen jaren buren zijn geweest. Toen we naast hem kwamen wonen, zal ik een jaar of drieëndertig zijn geweest en we zaten precies tussen de ouders en hun oudste kinderen in. Vooral met die laatsten hebben we veel contact gehad. De jonge Leo Persoon
kwam vrijwel elke dag uit school even bij ons langswippen. Marijke Bet en Dennis en Dieuwke en Robert van der Mark waren ook altijd van de partij. Hij en Roef Ragas kwamen vaak boeken lenen. Er werd muziek gedraaid (hard) en we speelden heel vaak een potje Risk, waarbij de oorlog van het bord vaak, vooral bij ‘alles over’, oversloeg naar de verhitte spelers. Ook gingen we wel eens met z’n allen naar de drie-oktoberkermis in Leiden. Dokter Van Dijk was onze huisarts. Hij reed toen in een grijze Volvo met zo’n hoge ronde rug. Hij kwam nog wel eens bij ons in de straat en dan was ik iedere keer weer gefascineerd door die in- en uitklapbare, verlichte richtingaanwijzers. Ik zal een jaar of vier, vijf geweest zijn toen, op zekere dag, de zon zijn stralen uitbundig liet schijnen over dat kleine bollendorpje en een vage geur van hyacinten menigeen een vrolijke oogopslag gaf. In de verte hoorde je legioenen kikkers in de eindeloze reeks sloten in de weilanden richting Sassenheim kwaken, dwars door de harde bonk van de draaibrug van brugwachter Wesselius, over het ‘kanaal’. Dan stond de brug evenwijdig met de boorden van het water en konden twee schepen tegelijk passeren. Soms, als het rustig weer was, konden we op de Heereweg ’s nachts een auto over de brug horen rijden. Dan hoorde je elke plank van het wegdek, stuk voor stuk, rammelen, maar ik dwaal af. Toen ik die auto zag trok die me als zwarte materie aan en zag ik een van die mooie richtingaanwijzers al als schemerlampje op mijn slaapkamer staan en pardoes trok ik dat juweel naar buiten en brak het af. Aan de consternatie daarna heb ik geen acute herinneringen meer. Later, na het overlijden van mijn moeder, vond ik tussen vele knipsels een artikeltje uit ‘Ons Weekblad’ met als kop: ‘Het wordt al te bar’, waarin op hoge toon mijn misdaad beschreven stond. Ook bij het kopje ‘Succes voor D.O.K.’ moest ik direct denken aan een vriendje van mij die me eens toefluisterde dat op dat clubje zulke leuke meisjes zaten. Ik werd meteen lid! Lang heb ik daar niet op gezeten…
Natuurlijk heb ik het interessante stukje van Ria Grimbergen over de firma H. de Graaff & Zonen in het vorige nummer gelezen. Weer kreeg ik een déjà vue-aanval! Ook nu kwam dit bedrijf weer ter sprake. In 1968 trouwde ik met mijn mooie Janny. We gingen wonen in  het heerlijke huis Heereweg 87. Onze drie zonen zijn daar nog geboren. Naast ons bleken de dames Mastenbroek te wonen, zusters van de eigenaar van H. de Graaff. We konden het uitstekend met elkaar vinden. Na hun overlijden kwamen de alom in de streek bekende Jan Willem Plug en zijn gezin in hun huis te wonen. Hij was directeur bij de Hobaho. Hij is veel te vroeg, plotseling overleden. Het was een beste vent. Ik was net voor mijzelf begonnen in ons woonhuis. De kamer links van de voordeur was het kantoor. Het liep meteen. Waar weet ik niet meer, maar op een gegeven moment hoorde ik iets ‘blowen in the wind’, als dat de firma De Graaff ophouden zou te bestaan. Ik eropaf! Nu had ik net een samenwerkingsverband (Bamaro) met de BAM, een groot bouwbedrijf, gesloten. Als eerste project met hen verkocht ik De
Graaff aan de BAM. Ook verkochten wij de woningen. Een mooie opsteker voor een jong kantoor! Nu deed de Hobaho ook wel eens wat onroerend-goedzaken. Met name bollenland en alles wat daarbij hoort. Mijn buurman keek er toch wel van op toen ik betrokken bleek te zijn
bij de transactie van onze achterbuurman. Er bleek dus goud te blinken in deze sector! Ook de Hobaho ging toen makelen. Ze pakten het meteen groots aan met meerdere vestigingen, Heemborgh genaamd. Goed voorbeeld doet goed volgen. Dat gold ook voor Harry Mens, een neef van de onvergetelijke Martien Zwaan, mijn voormalige baas. Eigenlijk was die boekhouder en ik moest de makelaardij opbouwen. Dat is
heel goed gelukt! Harry kwam met enige regelmaat bij mij langs om te kijken hoe het met me ging. Ook hij was werkzaam bij de Hobaho. Hij liet mij weten dat hem de onroerendgoedwereld veel interessanter leek dan ‘die bollen’. Dat was ik volmondig met hem eens. Zeker in die tijd! Ook  hij stapte over. Tja, en dan lees ik dat stuk over ‘De Gewoonste Zaak’. Het bestuur van het CDA hield daar altijd z’n vergaderingen. Ik ben daar 2×4 jaar lid van geweest en denkend aan die periode kan ik een glimlach niet onderdrukken. Wat hebben we daar een plezier gehad! Over een van de hoogtepunten van de vergaderingen in ‘De Gewoonste Zaak’ heb ik op 3 april 2011 nog een artikel in de NRC geschreven onder de omineuze titel: ‘Hoog bezoek in Lisse’. Ik ga daar verder niet op in omdat ik de indruk heb dat het al eens eerder in het Nieuwsblad heeft gestaan. Ook het Politiek Café is daar ontsproten. Alle partijen deden mee, ook de SGP. De ‘vergaderingen’ werden in ‘Den Ouden Heere’ gehouden. Voor de zekerheid kwamen de meesten op de fiets.. U weet wel waarom mevrouw!
U ziet, lezer, wat ‘ons’ Nieuwsblad wel niet teweeg kan brengen. ‘En nog is het einde niet broeders en zusters!’ Bij het stuk van Liesbeth Brouwer over Huize Maria overviel mij een schier fantasmagorische quantumsprong die ‘de overhand op mij kreeg’, om het maar eens met de psalmdichter te zeggen. Ik zat in de vijfde klas van de School met den Bijbel (zo heette die toen nog) in de Schoolstraat bij meester Van der Spek. Of ik toen de korte broek inmiddels ontgroeid was, weet ik niet precies meer. Halverwege het schooljaar kregen we een nieuwe leerling in de klas. Ze heette Mirjam (haar achternaam ben ik vergeten) en ze kwam uit het voormalige Nederlands-Indië. Ze was erg beschaafd en had mooie krullen. Het spreekt voor zich dat ze nog moest wennen, niet alleen wat betreft het klimaat, maar ook aan de gewoonten van een klein dorpje, gelegen tegen blonde duinen en niet heel ver van de zee. Ze woonde tijdelijk in Huize Maria, volgens mij toen Pension Irene geheten. (Deen Boogerd wees mij erop dat Pension Irene afgebroken is ten faveure van de aansluiting van de Nassaustraat op de Heereweg. Ik zat in de buurt!) Ze zat, met een looppad tussen ons in, in de bank naast mij. In die tijd kon je bij Van der Geest (of was het Warenhuis
Sterk?) knalerwten kopen. Zoals niet onbekend was ik nogal geoefend in het maken van mijn eigen vuurwerk, en die erwten (toen nog goed gevuld) spraken mij zeer aan! Ik had er altijd wel een paar op zak. Zo ook op die bewuste dag! We waren hard ‘aan het werk’, sommigen staken zelfs het puntje van hun tong naar buiten, en op zeker moment vroeg Mirjam of ze mijn gum even mocht lenen. Natuurlijk mocht dat! Ik gaf, ja lezer, u begrijpt het al, een knalerwt. Na vergeefs wat gestuft te hebben, gooide ze hem terug en riep: ‘Hij werkt niet’. Deze woorden werden teniet gedaan door een enorme knal in dat afgesloten lokaal. Wat een schrik! De twee interlokale deuren naar de vierde en de zesde klas vlogen open en de meesters van die klassen renden naar binnen. ‘Wat is er aan de hand!’ Ik moest nablijven. Ik zat nog keurig op mijn plaats toen meester Van der Spek dreigend, dacht ik, op mij afkwam. Wat zou er voor me zwaaien? ‘Bas’, zei hij, ‘vond je dat nou leuk?’ Ik antwoordde eerlijk: ‘Ja meester. Ik vond het heel leuk.’ ‘Nou’, zei-die, ‘ik ook, je mag naar huis!’ Geweldig toch! U begrijpt het al, lezer, mijn lidmaatschap van de Vereniging Oud Lisse, zeg ik nooit op!

EEN REIS DOOR DE TIJD
Een ingezonden brief van Bas Romeyn

KIJK NOU EENS: Rosendaal

 

 

Kijk nou eens! Dat is natuurlijk een aansporing om eens goed om je heen te kijken. Soms ben je al heel vaak ergens langs gelopen zonder een bepaald detail op te merken. Met deze rubriek hebben we voor ogen dat we juist een detail laten zien om u uit te dagen te bedenken om welk pand het gaat. In het volgende Nieuwsblad gaan we iets over het pand of de geschiedenis van de locatie schrijven. Met ook een beetje de hoop dat een lezer ons aanvullende informatie over het pand kan geven. Heeft u verhaal, laat het ons weten via: redactie@oudlisse.nl Deze keer zelfs 2 details! U bent weer uitgedaagd!

De raadselachtige tegeltjes op een gevel ergens in Lisse krijgen een plekje. Of wist u het al? Liesbeth Brouwer geeft uitleg over een stuk Lissese geschiedenis. Eerder in dit blad is ook aandacht voor deze plek. Toevallige meerwaarde!!

Door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Kwamen de details u bekend voor, maar kon u het toch niet thuisbrengen? Dan bent u echt niet de enige. Je gaat vaak achteloos aan iets voorbij, terwijl het toch rg leuk is om iets meer achtergrond te weten.

Tijdgeest

Rosendaal met op de achtergrond het LAB

Dirk Floorijp vertelt op blz.13 t/m 15 over de bewoners van landgoed Rosendaal. Dit verhaal gaat over het appartementengebouw Rosendaal en haar voorgeschiedenis. In het begin van de vorige eeuw kondigden zich voor het ooit zo fraaie landgoed Rosendaal, de eerste veranderingen aan. In februari 1914 bericht het Leidsch Dagblad: ‘De oude steenen muur bij het huis “Roozendaal” zal dan eindelijk moeten verdwijnen, omdat daar ter plaatse een autogarage met werkplaats zal worden gebouwd voor den heer van Werkhoven alhier’. In mei 1913 adverteerde Van Werkhoven nog voor zijn Lisser Auto-Garage op het Vierkant (naast Lissesche Bank). Hij heeft telefoonnr. 82. In september 1914 beslist de gemeenteraad dat ‘de perseelen op den Rijksstraatweg’ die de firma huurt, worden bestraat. Van Werkhoven zal de tijd meegehad hebben, de markt voor automobielen groeit en voor motorliefhebbers is belangrijk dat hij een agentschap voor Harley-Davidson heeft. Hij houdt zich  ook nog bezig met rijwielen. Toch loopt niet alles op rolletjes. In 1917 staat er van hem een ingezonden stuk in de krant. Wat blijkt, er is een schrijnend tekort aan rijwielbanden en de firma Vredestein levert niet aan plaatselijke rijwielhandelaren. Tekorten als gevolg van de Eerste Wereldoorlog zijn duidelijk ook in Lisse voelbaar! Toch gaan de zaken goed. Van Werkhoven verwerft de vertegenwoordiging van General Motors, dus voor Cadillac, Buick, Oakland, Chevrolet, Oldsmobile en G.M.C. vrachtwagens moet je aan de Heereweg zijn.

 

De benzinepomp van Werkhoven

In 1928 breidt de zaak, gelegen op de voormalige tuinen van landgoed Rosendaal, verder uit. Een benzinepompmeter In 1923 bereikt een verzoek van petroleummaatschappij “De Automaat” het gemeentebestuur om voor de garage van Van Werkhoven een benzinepompmeter te plaatsen. B&W stellen voor dit af te wijzen omdat de provinciaal ingenieur negatief oordeelde. Dat ging de raad echt te ver. Dat iets afgewezen zou worden omdat een of andere ambtenaar daartoe adviseert.Een verhitte discussie volgt met termen als: ‘Laat ze “het ding” maar vast plaatsen, de gemeente kan er nooit kwaad bij, en de oliemaatschappij is rijk genoeg. Als er wat van komt zal zij het wel betalen’ en ‘een welkome gelegenheid om te protesteren tegen deze aantasting van de gemeentelijke autonomie’. Logisch gevolg: er wordt toch positief beslist. In 1934 verleent de gemeente “The Texas Cy” verlof om deze pomp te vervangen door een elektrische. Op deze locatie bleef lang een pomp: er zijn vast nog wel Lissers die zich pompbediende Gerrit Lubbers herinneren.
Kwamen de details u bekend voor, maar kon u het toch niet thuisbrengen? Dan bent u echt niet de enige. Je gaat vaak achteloos aan iets voorbij, terwijl het toch
erg leuk is om iets meer achtergrond te weten.

Naamswijziging
De fraaie foto met de mooie advertenties op de blinde muur toont het pand van schilder Bemelman met daarnaast de panden van Van Werkhoven met daarvoor de benzinepomp. Daarachter is nog iets te zien van de tuinen die bij het restant van landgoed Rosendaal horen. Bemelman was naast huisschilder ook rijtuigschilder. Dat de firma zich in later jaren ook bekwaamde in het autospuiten is een logische stap en natuurlijk heel handig vlak bij een garagebedrijf. De incassobank was er nog niet. Dat tuingedeelte van het landgoed Rosendaal lag jaren braak. De bank opende in 1939 op de hoek van de Heereweg/Veldhorststraat de deuren. Begin dertiger jaren komt het garagebedrijf negatief in het nieuws. Er zijn malversaties gepleegd in de jaren 1931, 1932 en 1933. In december 1933 wordt de boekhouder in Heemstede aangehouden en naar Lisse overgebracht. Mogelijk heeft dat te maken met de naamswijziging. In het handelsregister wordt begin 1935 een naamswijziging bekendgemaakt naar Lisser Automobielbedrijf N.V., hoewel de naam Van Werkhoven ook nog gebruikt wordt. Het bedrijf heeft gelukkig een goede naam.

Naoorlogse periode
De crisisjaren en de periode van bezetting zullen voor het bedrijf moeilijk zijn geweest. 24 februari 1945 werd, door het Nederlands Militair Gezag in Nijmegen, een verordening registratie motorrijtuigen van kracht. Lisse was toen nog bezet, maar in oktober 1945 staat er een oproep in de krant voor die registratie.

De muurreclame van J.P. Bemelman

Dat kan bij Lisser Autobedrijf, Heereweg 130. Waren er in oorlogstijd steeds minder auto’s, daarna gaat het hard met het autobezit. In 1946 adverteert Lisser Automobielbedrijfal dat ‘The kings of road: Buick en Chevrolet’ weer geleverd kunnen worden. Het LAB zal geen gebrek hebben gehad aan klandizie. In het Leids Dagblad van 15 oktober 1962 staat dat het oude Rosendaal onder de slopershamer  gaat vallen. Koper het LAB zou er een toonzaal willen neerzetten.  In Nederland was een enorm gebrek aan woningen. In 1962 werd de woningnood tot volksvijand no.1 verklaard. In Lisse leidde dat tot het grootse plan om te bouwen in de Poelpolder. Daar was voor bouw en infrastructuur een gigantische hoeveelheid zand nodig. Dat kwam vanaf de Ruigenhoek, Noordwijkerhout. Dus een eindeloze reeks vrachtauto’s kwam vanaf de Veldhorststraat, maakte de bocht naar rechts over de Heereweg en vandaar naar de 1e Poellaan. Allemaal langs het complex van het LAB op het voormalige landgoed Rosendaal. De Heereweg was toen nog lang geen eenrichtingsweg. Verkeerstechnisch een onhoudbare situatie. In 1972 komen de gemeente en het LAB tot een afspraak. Een deel van het terrein wordt verkocht zodat een reconstructie Veldhorststraat/Westerdreef gerealiseerd kan worden. Een gedeelte van het LAB-gebouw wordt afgebroken, maar er komen een nieuwe showroom en benzineverkoopstation bij. In 1987 wordt het 75-jarig bestaan van het LAB groots gevierd met een inruilwagenfestival in de HOBAHO-hallen.

Woningbouw in gebied Rosendaal

Details bij de juiste plek.

Leek in de jaren zeventig het gebied nog een geschikte locatie voor bedrijfspanden als garages, een tiental jaren later waren de inzichten aanzienlijk veranderd. De gehele infrastructuur, maar ook de wat rommelige aanwezigheid van bedrijven midden in het dorp vroeg om een andere oplossing. Verkeersstromen moesten worden aangepast en voor bedrijven ontstonden specifieke bedrijfsterreinen. Verhuis bedrijven naar een geschikter omgeving en creëer daarmee ruimte voor woningbouw. Het terrein van het voormalige buiten Rosendaal tussen de Westerdreef en de Heereweg was zo’nvgebied dat vroeg om een nieuwe ontwikkeling. De plannen voor de Westerdreef en de Heereweg, het voormalige Rosendaal/LABgebied, werden gelijktijdig ontwikkeld. Het huis van Bemelman en de Incassobank bleven staan.

De Jong Hoogveld

De Kat architecten uit Utrecht ontwierpen de woningen aan de Westerdreef in een strakke, wat stadse stijl. Aan de Heereweg moest sociale woningbouw komen. De grond daarvoor werd aan woningbouwvereniging Het Gezinsbelang verkocht. Zij waren gevestigd aan de Catharijnelaan 14 in buurtschap De Engel. Via diverse fusies is het nu onderdeel van de organisatie Stek. Ook voor de woningen aan de Heereweg maakte het genoemde architectenbureau een ontwerp. Maar het bestuur van Het Gezinsbelang vond het moderne, strakke gevelontwerp niet passen aan de Heereweg. Ook over de indeling van de appartementen kon men geen overeenstemming bereiken. Het kwam tot een breuk en men ging in zee met architect Henri Stol uit Sassenheim. Dit leidde tot een bijzonder gebouw: de gevel aan de Heereweg, met de verschillende frontons die we in het vorige Nieuwsblad toonden, is passend bij de historische panden die nog aan de Heereweg staan. De gevel aan de achterzijde sluit aan bij de stadse woningen aan de Westerdreef. In dit ontwerp konden ook nog drie woningen meer gerealiseerd worden dan in het eerdere plan. Aannemer werd Bouw Partners uit Zwijndrecht. Wethouder Prins van de gemeente Lisse en voorzitter Van der Lans van woningbouwvereniging Het Gezinsbelang sloegen op 2 september 1998 de officiële (eerste) paal. Op 9 juli 1999 kon feestelijk de eerste sleutel worden overhandigd. De 21 appartementen zijn levensloopbestendig gebouwd, wat destijds het beleid was van de woningbouwvereniging. Voor de eerste verhuur zijn zowel woningen aan ouderen als jongeren toegewezen met het idee dat men elkaar kan helpen. De woningen zijn destijds dus niet specifiek als seniorenwoning gelabeld. Bij het ontwerp was er een ruimte op de begane grond gepland als ontmoetingsruimte voor de bewoners. Nu is dat een bedrijfsruimte. Inmiddels is het nieuwe Rosendaal al weer 25 jaar oud. Zou de tijd ook weer rijp worden voor een ontmoetingsplek voor bewoners?

Bij de voorplaat: Zemelbrug door Blok

Deze prachtige kleurenfoto kon wel eens precies 100 jaar geleden op de lichtgevoelige plaat zijn vastgelegd. Lang geleden en  toch was Leendert Blok zijn tijd ver vooruit.

Redactie

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Zijn het onze opa’s die daar heerlijk zitten te chillen op de rand van het muurtje. Is het de boer van de Poeleway die de brug over gaat richting dorp om melk bij de stoomtram af te leveren. Deze prachtige kleurenfoto kon wel eens precies 100 jaar geleden op de lichtgevoelige plaat zijn vastgelegd. Lang geleden en toch was Leendert Blok zijn tijd ver vooruit. Leendert, de zoon van huisarts Blok, (beschreven in nr 3-2023 pag. 9), experimenteerde rond 1920 al met het autochroom procedé, een kleursysteem in de fotografie door de gebroeders Lumière uitgevonden dat hij naar zijn hand zette met het zgn. spectracolorsysteem. Men ziet steeds meer in dat Leendert Blok een belangrijke voortrekkersrol heeft vervuld in de fotografie. Leendert maakte ook stereofoto’s, waardoor wij ons dorp van 100 jaar geleden in kleur en met diepte kunnen bekijken. Er zijn niet veel plaatsen die dat voorrecht hebben, uniek toch? Over deze Lissese knappe kop wordt momenteel een uitgebreid artikel gemaakt dat in één van onze komende nummers zal worden gepubliceerd.

Zemelbrug door Blok

NIEUW LICHT OP LIQUIDATIES IN 1944 (3)

Over WOII raken we ook niet uitgepraat. Nieuwe feiten over executies zonder medeweten van het verzet worden aan het licht gebracht. Ed Olivier schrijft dit keer over Heinrich Anton Tiben. Was hij een dubbelspion?

door Ed Olivier

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

‘Lissese politieman gaf opdracht om Waasdorp en Tiben uit de weg te ruimen’.

Heinrich Anton Tiben, dubbelspion in een web van leugens en bedrog.

Na de liquidatie van Jaap Waasdorp (Nieuwsblad 2024/1 en 2) gaf de Lissese politieman Piet B. zijn handlanger Heinz Hartung in december 1944 opdracht om Heinrich Anton Tiben dood te schieten. Ook deze executie werd verricht zonder toestemming of medeweten van de leiding van het verzet.

Carrière als spion

Heinrich Anton Tiben
Portretfoto collectie
NIOD/37800

Het zag er naar uit dat de in Lisse wonende Heinrich Anton Tiben (36) droomde van een carrière als spion voor de Engelse òf de Duitse geheime dienst. Maar op 5 december 1944 maakte een pistoolschot op de Lisserweg in de Haarlemmermeer een einde aan zijn leven. Dader: de ondergedoken Duitse deserteur Heinz Hartung. Opdrachtgever: opperwachtmeester Piet B. van de Lissese politie. Heinrich Anton Tiben verhuisde met zijn vrouw en twee dochters in 1941 van Rauwenhoffstraat 14a in Rotterdam naar Veldhorststraat 37 in Lisse. Na de bevrijding verklaarde politieman Piet B. in zijn verhoor door de Leidse recherche dat verzetsman graaf van Lynden hem in december 1944 gevraagd had Heinrich Anton Tiben uit de weg te ruimen, maar Van Lynden ontkende dat. Tiben woonde met vrouw en drie kinderen in de Lissese Veldhorststraat en was geregeld in het gezelschap van de Duitse Ortscommandant gezien. ,,Hij stond bekend als Gestapo-agent en was zeer gevaarlijk, want hij had gezegd de burgemeester van Lisse te zullen doodschieten, zodra hij de kans had”, zo motiveerde opperwachtmeester Piet B. de liquidatie. Een reconstructie achteraf levert het beeld op dat Tiben misschien wel een charlatan was die het slachtoffer is geworden van zijn eigen praatjes. Tiben droeg bij voorbeeld altijd een NSB-lidmaatschapskaart bij zich, maar was helemaal geen lid van deze organisatie. In het dossier van de Leidse recherche zit een brief van het NSB-hoofdkantoor in Utrecht: ,,H.A. Tiben, geboren 8 -11-1908, wonende te Lisse, heeft zich in oktober 1941 opgegeven als lid bij de NSB in Utrecht, maar het lidmaatschap is hem en zijn vrouw geweigerd op basis van informatie van de Rotterdamse politie.” NSB-medewerker Anton Peters somt de bezwaren tegen Tiben op: ‘onbetrouwbaar, fantast; heeft zich uitgegeven als schrijver; heeft zich uitgegeven als  Gestapo-agent; verdacht van flessentrekkerij; in Duitsland gearresteerd wegens spionage en uitgezet naar Nederland’.

‘Short storyschrijver’

Heinrich Anton Tiben verhuisde met zijn vrouw en kinderen in 1941 naar Veldhorststraat 37 in Lisse.

Heinrich Anton – roepnaam Heini of Anton – Tiben is op 8 november 1908 in het Duitse Gelsenkirchen geboren. Hij heeft een Nederlandse vader en een Duitse moeder. In 1929 verhuist Anton naar Rotterdam; hij trouwt in 1936 met Barbara Klaartje (Bets) Dedert. Het echtpaar krijgt drie dochters, de jongste wordt in Lisse geboren. Tiben bezoekt geregeld zijn ouders die dichtbij de grens in Münster wonen. Hij werkt in Rotterdam onder andere in delicatessenwinkels, als journalist en reclamemaker en vaart als lichtmatroos ook op de scheepslijn
Bremerhaven-New York.

Nederlandse kranten maken in 1938 melding van de arrestatie in Duitsland door de Gestapo in Münster van de Nederlander Heinrich Tiben, ‘short storyschrijver’ van beroep. Hij wordt verdacht van communistische sympathieën en zou in 1936 door de Nederlandse dubbelspion Anton Helmes in Café Centraal aan de Rotterdamse Coolsingel in contact zijn gebracht met de Engelse geheim agent A. G. J. Vrinten, zo is terug te lezen in Gestapo-documenten. Tiben heeft de aandacht van de Duitse geheime politie getrokken met een sollicitatie op een vacature, waarin wordt gezocht naar een ‘Duitsch-schrijvende’ medewerker van een tijdschrift op luchtvaartgebied. Uit het verhoor na de bevrijding door de Leidse recherche van Anton Helmes blijkt dat Tiben inderdaad informatie uit Duitsland heeft verstrekt aan Vrinten: ,,Hij komt nu herhaaldelijk met foto’s van vliegvelden, kazematten, fabrieken en dergelijke. Verschillende hiervan zijn echt, andere blijken later afkomstig te zijn uit tijdschriften.” Vrinten zou hem hiervoor in de periode 1936-1938 ook geregeld hebben betaald. ,,Maar de Engelsen vertrouwen Tiben niet”, aldus Helmes. ,,Later blijkt dat Tiben een belangrijke schakel is geweest in de Duitse spionage, hoewel hij ook de Engelsen wel originele inlichtingen heeft verschaft. Hij heeft als SS-man dienst gedaan en is in die functie gestorven of geliquideerd.”

Uitgewezen

Het voormalige kantoor van de Gestapo in Münster (Gutenbergstraße 17 – 18) is tot 2015 in gebruik gebleven als politiebureau en daarna verbouwd tot opvangcentrum voor vluchtelingen.
Foto Wikimedia / bewerkt met AI

Tiben is echter geen Duitse spion en hij staat ook niet bij de SS op de loonlijst. In mei 1941  verhuist de familie naar de Lissese Veldhorststraat. In de vijf jaar daarvoor heeft het gezin in Rotterdam op maar liefst elf adressen gewoond, zo blijkt uit de Rotterdamse bevolkingsadministratie 4). Tiben staat in de Maasstad ingeschreven als constructietekenaar, maar het grote aantal verhuizingen doet geen stabiele inkomenssituatie vermoeden. Kort na de Duitse bezetting heeft Tiben zich bij de Sicherheitspolizei in Den Haag gemeld met het verhaal dat hij als Nederlands soldaat uit krijgsgevangenschap is ontslagen, maar dat hij voor de oorlog gewerkt heeft voor de Staatspolizeileitstelle in Münster 5). Einsatzkommando 3 van de Sicherheitspolizei vraagt vanuit Amsterdam op 19 juni 1940 informatie over Tiben bij de collega’s van de Gestapo in Münster.

‘V-mann’
De Gestapo schrijft terug dat Tiben in 1936 heeft aangeboden inlichtingen over de Engelse en Franse veiligheidsdienst te verstrekken. Hij biedt zich aan als Vertrouwensman (‘V-mann’) en is in 1937 ook daadwerkelijk enkele maanden als contraspion ingezet vanuit Hamburg. ,,De inlichtingen waren echter waardeloos. Een aan hem uitgereikt fototoestel ‘versetzte er im Pfandhaus’.” Na zijn ontslag als V-mann in Hamburg biedt Tiben zijn diensten aan bij de Gestapo in Berlijn. Zijn vriend Anton Helmes probeert hetzelfde in Düsseldorf. Bij een derde poging van Tiben in juli 1939 in het Duitse Oldenburg wordt hij direct gearresteerd en op 18 november 1939 ‘nach Holland abgeschoben’.

Het EL DE-haus, hoofdkantoor van de Geheime Staatspolizei Köln van 1935 tot 1945, thans het Documentatiecentrum Nationaalsocialisme.
Foto Wikimedia Commons/ Raimond Spekking.

Daarna zou hij gehoor hebben gegeven aan de mobilisatie-oproep van de Nederlandse regering en als boordschutter weer zijn ingedeeld bij de Nederlandse luchtmacht. Dat Tiben na de capitulatie op 15 mei 1940 behoorde tot de krijgsgevangenen is volgens de Duitse geheime dienst ook direct het enige dat klopt aan zijn verhaal: ,,Seine Angaben, dass er sich in deutscher Kriegsgefangenschaft befand, sind  zutreffend. Bei Tiben handelt es sich um einen äussert raffinierten Burschen, vor dem gewarnt wird.” (Zijn verklaring dat hij een Duitse krijgsgevangene was klopt. Tiben is een uiterst geraffineerde man, voor wie gewaarschuwd wordt).

Landverraad
Tijdens de bezetting komen de Gestapo-agenten in hun zoektocht naar de Engelse spion Vrinten op 13 februari 1942 in Amsterdam Heinrich Tiben weer tegen. Hij wordt gearresteerd op verdenking van landverraad en een dag later overgedragen aan de Gestapo in Keulen. Hij blijft bij zijn verklaring dat hij tijdens een bezoek aan zijn ouders in 1936 is benaderd door een Duitse geheim agent met het voorstel om voor de
nazi’s te spioneren in Rotterdam. Allemaal onbekend, schrijft Kriminalsekretär Lynen van de Gestapo in Münster. Tibens contactpersoon Anton Helmes is overigens wel bekend als V-mann. Hij heeft van november 1937 tot maart 1938 gewerkt ‘für einen Deutschen Militärdienststelle’ en van april 1938 tot mei 1940 voor de Staatspolitie in Hamburg. Er wordt een strafzaak wegens spionage voorbereid voor de Oberreichsanwalt in Berlijn, maar na veertien maanden voorarrest komt Tiben op 21 april 1943 weer vrij. Na zijn vrijlating biedt Tiben
zijn diensten aan bij de Duitse Ortscommandant in Lisse.

Niet vertrouwd
,,Tiben werd niet vertrouwd. Hij zat altijd bij de Duitsers”, herinnert oud-politieman D. Pater zich na de oorlog.6) ,,Na een schietpartij in de Kanaalstraat kwam hij ’s nachts met tien Duitse soldaten naar het politiebureau om te zeggen dat het voltallige politiepersoneel zich de volgende dag om zeven uur ’s morgens in De Witte Zwaan bij de Ortscommandant moest melden. We waren op van de zenuwen, maar uiteindelijk liep dat met een sisser af; de Duitsers wilden alleen een praatje met ons maken. Voordat we er naartoe gingen hebben we met een paar collega’s de wapenkast op het politiebureau opengebroken. We hadden afgesproken onze huid duur te verkopen.”

Sollicitatie kamp Zeist
In de zomer van 1943 heeft Tiben gesolliciteerd bij de Wachtabteilung van het kamp Zeist, thuisbasis van de Landwirtschaft, een paramilitaire organisatie die voor het Duitse leger agrarische activiteiten verricht. Voor die sollicitatie heeft Tiben een bewijs van goed gedrag nodig, maar burgemeester Van Rijckevorsel weigert dit te verstrekken: ,,Het is mij van verschillende kanten ontraden u een dergelijk bewijs te verstrekken”, schrijft de burgemeester op 30 augustus 1943 aan Tiben. Twee weken later doet Ortsgruppenleiter Becker van de NSDAP te Leiden een vergeefse interventiepoging. Van Rijckevorsel houdt echter voet bij stuk en de baan gaat niet door .

Liquidatie
De Lissese opperwachtmeester Piet B. geeft Heinz Hartung op 2 december 1944 opdracht Tiben te liquideren. Het moet – om onbekende redenen – vóór 6 december gebeuren en bij voorkeur buiten Lisse. Op de avond van 5 december lokt Hartung in Duits uniform gestoken de ‘zeer gevaarlijke SD agent’ per fiets mee naar de Haarlemmermeerpolder. Op de Lisserweg schiet hij zijn slachtoffer dood, waarna het stoffelijk overschot met hulp van de vaste handlangers van B. met stenen verzwaard in de Ringvaart wordt gedumpt. B. betaalt Hartung 100 gulden voor zijn diensten en de onderduiker mag de sigarettenaansteker van Tiben houden. B. neemt zelf de rest van de persoonlijke bezittingen van het slachtoffer mee, waaronder de vervalste lidmaatschapskaart van de NSB. Drie maanden later – op 28 maart 1945 – wordt het stoffelijk overschot van Tiben door spelende kinderen in het water van de Ringvaart ontdekt. Hij wordt begraven in Nieuw-Vennep. 8)

Uit de weg

Arrestatie van Lissese NSB’ers na de bevrijding. De arrestanten worden verzameld in het schoolgebouw van De Akker aan de Schoolstraat en overgebracht naar de Doelenkazerne in Leiden.
Foto Collectie Van Woerden, Documentatie 10, Erfgoedhuis Leiden

Het blijft de vraag waarom Heinrich Anton Tiben uit de weg moest worden geruimd. De Britse en Duitse geheime diensten zullen daar de Lissese opperwachtmeester en zijn ondergedoken metgezel niet voor nodig gehad hebben. Het is ook niet erg waarschijnlijk dat hij serieuze plannen had om de burgemeester van Lisse iets aan te doen. Net als zijn lotgenoot Waasdorp heeft Tiben vermoedelijk de Lissese politieman
Piet B. in de weg gelopen bij diens illegale handeltjes en heeft hem dat het leven gekost. Het feit dat de regionale en lokale verzetsleiding niets blijken te weten van de liquidatie wijst ook in die richting.

Arrestatie Bets Tiben
Na de bevrijding wordt de weduwe van Tiben gearresteerd wegens haar vermeende lidmaatschap van de NSB en drie maanden later, op 25 augustus 1945 weer vrijgelaten. Lissenaar Ben Ragas (85) kan zich de familie Tiben uit zijn jeugd in de Veldhorstraat nog goed herinneren: ,,We waren buren. Zij woonden op nr. 37; wij op nr. 39. Aan de andere kant – op nr. 41 zaten ook Duitsers. Mevrouw Tiben was een strenge, bazige moeder. Als haar kinderen buiten op straat niet met ons mochten meespelen, dan stond ze boven uit het slaapkamerraam op ons te schelden. Verderop woonde nog een ander NSB-gezin. Aan onze kant waren in het najaar van 1944 de rest van de huizen – tot en met de hoek bij dokter Holl – gevorderd door de Duitsers. Het was met de komst van een V1-installatie in het Keukenhofbos bepaald geen rustig straatje. Tegenover ons woonde een gezin met joodse onderduikers in huis. Het is een wonder dat dat allemaal goed is afgelopen.”

Verhuizing
Op 24 januari 1946 verhuist de weduwe Tiben uit Lisse en trekt met haar drie kinderen in bij haar zus aan de Rotterdamse Tidemanstraat 33b. Ze wordt in de gaten gehouden door de Rotterdamse Inlichtingendienst: ,,De vrouw staat bekend als onbetrouwbaar en leugenachtig, maar houdt veel van haar kinderen en zou goed voor ze gezorgd hebben. Het zijn trouwe kerkgangers. Ze was het voor de oorlog wel eens met haar echtgenoot, maar heeft nu geen interesse meer voor politiek. De vrouw is reeds enige jaren ziek, vertoefde de laatste jaren verscheidene malen in een ziekenhuis en wordt momenteel verpleegd in het Academisch Ziekenhuis te Leiden. De kinderen zijn met financiële steun van de Hervormde Diaconie ter verzorging opgenomen in Huize Bloesem, Persijnstraat 8, alhier”, aldus een brief aan het hoofd van de Centrale Veiligheidsdienst, gevestigd aan de Javastraat 68 in Den Haag. Kort nadat de Rotterdamse politie haar uit het oog verliest moet de weduwe Tiben weer zijn opgeknapt. Uit een berichtje van de burgerlijke stand in de Leeuwarder Courant blijkt dat zij naar Friesland is verhuisd en in juni 1950 op 40-jarige leeftijd is hertrouwd met de 36-jarige A. Dusselaar.Barbara Klaartje (Bets) Dedert is op 6 juni 1999 op 89-jarige leeftijd in Dordrecht overleden.

Voetnoten
1 Nationaal Archief: Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, CABR (toegang 2.09.09) – inventarisnummer 109435
2 Nationaal Archief: Ministerie van Binnenlandse Zaken-Binnenlandse veiligheidsdienst Persoonsdossiers 1946-1998-inv.nr. 26361
3 Leidse Courant 10 mei 1941
4 Bevolkingsregister van Rotterdam, boek Gezinskaarten, met dank aan Ria Grimbergen
5 Nationaal Archief: Documenten van US Army Regional Support Group US Mission Berlin 23 juni 1958
6 ‘Wat toch een tijd’ (2005) p.69
7 ‘Wat toch een tijd’ (2005) p.98
8 ‘Wat toch een tijd’ (2005) p.68 en de overlijdensakte van de gemeente Haarlemmermeer d.d. 25 november 1945.

PARELTJE: Ode aan het leven binnen de dijken van de Poelpolder, een pareltje van Klaas Hulsbos

Ria Grimbergen heeft weer een alleraardigst boekje opgedoken met de titel “In de polder”. Het lag al in de doos van de weggevertjes. Net op tijd zag zij dat het over de Poelpolder ging. Het is geschreven door en met foto’s van Klaas Hulsbos.

Ria Grimbergen

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

Als in 1973 het boek ‘In de polder’ verschijnt, is de eerste steen van de woonwijk Poelpolder alweer acht jaar daarvoor gelegd. De schrijver is zich ervan bewust dat de polderlandschappen waar hij zo van houdt in toenemende mate gedomineerd zullen worden door flats en woonwijken.

Naamloos poldertje

Het veelzijdige leven binnen de dijken is de ondertitel van het boek. Het vogelleven in de polder wordt beschreven, maar ook de plantengroei en het leven rond een boerderij, waar de vrouwen nog zelf kaasmaken. Schrijver Klaas Hulsbos schetst de ligging van wat hij liefkozend het poldertje noemt, grenzend aan de geestgronden met de bollenvelden en hij beschrijft zeer kort de geschiedenis van de droogmakerij eeuwen geleden. De polder blijft met opzet naamloos; het natuurleven erin is representatief voor dat in vele andere polders. Maar uit de beschrijving en het beeldmateriaal met foto’s van de ruïne van Dever en de boerderij van Langeveld valt moeiteloos de Poelpolder te herkennen. ‘In de
polder’ beschrijft de loop van de seizoenen, beginnend met een kwakkelwinter en eindigend met een strenge winter, met schaatsvertier op de bochtige Ringsloot.

Een kerkuil in Dever
In het boek staat een prachtige foto van een sneeuwlandschap met vaag zichtbaar aan de einder Dever. Als Hulsbos zijn waarnemingen doet, is Dever nog niet gerestaureerd en het uilenleven in de stomp van de woontoren geeft hij weer in zijn onderhoudende stijl, waarvan hier twee passages. In torens en ruïnes vindt de kerkuil vaak een goed onderkomen. Zo ook in Dever. Iedere avond komt hij op zijn zachte vleugels vandaar aanglijden om in de polder op jacht te gaan. Laag vliegend met een soepele, onhoorbare vleugelslag zwiert hij over polder en dijk, op zoek naar buit. Jaar-in-jaar-uit heeft de kerkuil daar, onbereikbaar voor de camera, zijn eieren en jongen in een nauwe, meterslange horizontale koker, die eeuwen her om een of andere onbegrijpelijke reden in de dikke muur van het kasteel werd uitgespaard. Duisternis heerst daar ook bij dag en alleen met veel moeite en een zaklantaarn kan men een glimp van de familie te zien krijgen, die aan het eind van die pijp ligt samengepakt.

Broedseizoen in de Poelpolder
Op vrije dagen en in vakanties trekt Hulsbos in het broedseizoen naar de Poelpolder en zet daar zijn schuiltent op in het land. Urenlang observeert hij het gedrag van vogels in de balts- en nesttijd en schrijft in lyrische bewoordingen over het verleidingsspel van de weidevogels. De boer, die evenals het poldertje naamloos blijft, geeft hem de gelegenheid drie weken lang zijn tent op te slaan bij een nest scholeksters, waarvoor Hulsbos hem zeer dankbaar is. Het nest ligt op hooiland en niet iedere boer is blij met gras vertrappende vogelaars. Naast de toestemming  van de boer is gastvrijheid van de vogel belangrijk. Om in alle rust het nest te kunnen bestuderen, is een list noodzakelijk. Ziet de vogel een mens naar de schuiltent gaan, dan ziet hij gevaar. De vogelaar laat zich dan wegbrengen door een medemens en als die weer wegloopt is voor de vogel het gevaar geweken. Dit gaat niet op bij de slimme kraaiachtigen en roofvogels, die beter kunnen tellen. Dan heeft men meerdere wegbrengers nodig. Hulsbos heeft lang een jongere vriend die als meeloper fungeert, soms de boer of een van diens zoons of dochter en later zijn eigen vrouw.
Cor Langeveld, die op boerderij Langeveld opgroeide, herinnert zich dat zijn vader onder de indruk was van het uithoudingsvermogen van Hulsbos. De anonieme boer, een hartstochtelijk jager, is mogelijk zijn opa Johan.

Behoedzame vogelfotograaf

Als jongen zwerft hij door de Lissese polders, maar ook het woeste duinlandschap van de Amsterdamse waterleidingduinen fascineert hem in zijn jeugdjaren. In ‘Het wondere leven in onze duinen’ beschrijft hij later het landschap, en de flora en fauna van de duinen. Een zeer succesvolle uitgave die in drie drukken een oplage van veertigduizend exemplaren haalde. In 1974 verschijnt onder de titel ‘In de duinen’ hiervan een herziene en sterk uitgebreide druk. Maar daarvoor al zijn talrijke artikelen verschenen in de vooroorlogse natuurbladen ‘De wandelaar’ en ‘In weer en wind’. Hij ontwikkelt zich tot een succesvol amateurfotograaf en sleept veel prijzen in de wacht met zijn natuurfoto’s. In ‘Het vogeljaar’ van Jac. P. Thijsse zijn foto’s van hem opgenomen. In ‘Focus’, het blad voor fotografen, verschijnt in mei 1934 een artikel van Hulsbos over de kunst van het fotograferen van broedende vogels. De fotograaf moet zeer behoedzaam te werk gaan, nooit mag een foto leiden tot verstoring van het nest en het teloorgaan van het broedsel. Zijn in deze tijd schuiltentjes in soorten en maten online te
bestellen, Hulsbos maakte ze zelf in de schutkleur van het terrein. Zijn tentje heeft een kubusvorm van 1 m3, waarin hij zijn lange gestalte opvouwt en rugzak en camera’s opbergt. De tent staat twee meter van het nest en heeft twee openingen, een om te observeren en een voor de camera.

Getalenteerde bankmedewerker
Klaas Hulsbos wordt op 30 juni 1904 in Lisse geboren als derde kind van een timmerman. Hij is 16 jaar oud als hij gaat werken bij de Twentsche Bank op het Vierkant in Lisse. Hij heeft een mooie zangstem en zingt in het Lissese koor Excelsior. In 1936 en 1938 treedt de bas-bariton met pianist Henk Hermans op voor de radio met een liederenprogramma. De omroepgids plaatst een foto van de twee bebrilde muzikanten. Wanneer hij kantoor Lisse verruilt voor dat van Leiden is niet met zekerheid te zeggen, maar als hij op 12 april 1945 trouwt met Johanna Bitter is dat in zijn geboorteplaats. Zijn zus werkt eveneens bij de Twentsche Bank en verhalen over zijn fotografische talenten doen jaren daarna nog de ronde op het kantoor. In 1948 woont hij in Leiden en later verhuist hij naar Leiderdorp. Hij eindigt zijn carrière als directeur van kantoor Heemstede van de Algemene Bank Nederland, die in 1964 fuseerde met de Twentsche Bank, maar hij blijft in Leiderdorp wonen, waar hij op 13 januari 1989 overlijdt. Zijn drukke baan belet hem later veel tijd aan zijn hobby te wijden, maar na zijn pensionering neemt hij de pen weer op en schrijft ‘In de polder’. Het Leidsch Dagblad plaatste een gesprek met hem over zijn boek op 31 oktober 1973. In een van zijn artikelen voor ‘Focus’ beschrijft hij hoe hij zijn foto’s en aantekeningen archiveert. Waar zou dat archief gebleven zijn? Het zou fantastisch zijn als mensen van de VOL zijn in Lisse gemaakte opnamen konden opnemen in de Beeldbank.

Weidevogels nu
Hulsbos zou tevreden zijn over Pieter van der Zon en Mart Duineveld, die nu boeren in de Poelpolder en beiden het belang van bescherming van de weidevogels inzien en hun maaibeleid daarop aanpassen. Meer daarover in het boek ‘De Lisserpoelpolder 1624-2024’, dat binnenkort verschijnt en wordt uitgegeven door de VOL.

HET BRUINE CAFÉ (2): Van Bondsgebouw naar uitgaansgelegenheid

Er is weer een bruin café minder in Lisse. Blijven er nog wel over? De Gewoonste Zaak is met de grond gelijk gemaakt. Hier wordt niet meer gefeest. Een ereplek op de cover en Louise Kerkvliet -van Kampen denkt even terug.

Door Louise Kerkvliet-van Kampen

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

Het dorp Lisse is een progressief dorp, er staan nog weinig gebouwen van voor of uit de 19e eeuw. Het grootste deel van de bebouwing is van de 20e eeuw. De laatste jaren zorgen nieuwbouwplannen voor een verandering van het straatbeeld omdat een aantal gebouwen, die in ons collectief geheugen gegrift staan, zijn verdwenen.

Zo is een nieuwe wijk ontstaan waar ooit de HoBaHo heeft gestaan en is het gebied rond de Haven en Grachtweg in ontwikkeling. De Zeeheldenbuurt, de Heereweg nabij de Kanaalstraat en Berkhoutlaan, en de Greveling zijn anders geworden om maar een paar projecten te noemen. Begin 20e eeuw is er ook veel veranderd in het dorp. Er zijn veel bedrijfskundige en economische veranderingen, waardoor er werkgelegenheid ontstaat. Er verrijst een nieuwe r.-k. kerk. De Pius, waar ‘ouden van dagen’ kunnen wonen, wordt gesticht en rond 1918
wordt het Patronaatsgebouw in de Bondstraat gebouwd. Er worden huizen gebouwd en woningcorporaties worden gevormd. Mensen uit ‘arme’ gebieden in Nederland komen naar Lisse vanwege de werkgelegenheid en betere leefomstandigheden voor gezinnen. In 1914  besluit het bestuur van de Lisser afdeling van ‘den Ned. R.K. Volksbond’, vallend onder het bisdom Haarlem, dat het een nieuw gebouw nodig heeft voor alle activiteiten. Zij kopen een stuk grond van weduwe J. Vreeburg naast de pas gebouwde school die nu De Akker heet. Een bouwbestek voor een bakstenen gebouw met bestektekeningen wordt gemaakt door Joh. v. Velzen uit de Wagenstraat. Op 26 maart 1914 start de inschrijving. De indeling voor het gebouw op Schoolstraat 11 wordt beneden een conversatiezaal aan de Schoolstraatzijde met een oppervlakte van 13.15×8 meter, daarachter een toneelzaal die een oppervlakte heeft van 15,90×10.40Het hele gebouw heeft een totale lengte  37 meter. Aan de zuidwestzijde is een woning voor een conciërge. Aan de noordoostzijde en op de bovenverdieping komen verschillende zalen en ruimtes die geschikt zijn voor vergaderingen en bijeenkomsten. Op de bovenverdieping een galerij die plaats biedt aan 75 personen. Alle ruimtes, groot en klein, dienen ruim voorzien te zijn van licht en lucht. Er is aan de voorzijde van de bovenverdieping een ruimte voor een Spaarkas, met een afzonderlijke ingang aan de voorzijde van het gebouw. In de 19e eeuw ontstaan Spaarkassen in Nederland Mensen kunnen geld inleggen ten behoeve van toekomstige uitgaven. Veel seizoenarbeiders spaarden voor de wintermaanden waarin er weinig inkomsten waren. Er zijn 9 inschrijvingen van aannemers, maar uiteindelijk besluit het bestuur de opdracht te gunnen aan J.H. Suijkerland uit Lisse die had ingeschreven voor fl. 11.144,- . Aannemer Suijkerland is vrij succesvol in Lisse; hij heeft in 1921 o.a. ook de Beurs aan de Haven gebouwd. Waarschijnlijk is er direct gestart met de bouwwerkzaamheden, want op 14 september 1914 wordt het gebouw opengesteld voor bezichtiging aan de Lissese bevolking. De snelheid waarmee er gebouwd is, zou nu ondenkbaar zijn. In 1914 is er een dramatische gebeurtenis die ook voor het kleine Lisse gevolgen heeft. Op 28 juni 1914 werd de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, prins Frans Ferdinand, doodgeschoten in Sarajevo, provincie Bosnië en Herzegovina. Door de heersende alliantiepolitiek en diverse gevoelige onderwerpen in verschillende Europese landen ontstaat er in korte tijd een wereldwijde oorlog. Nederland en België zijn begin augustus 1914 neutraal en hopen dat dit wordt gerespecteerd.

De enige foto die herinnert aan het verblijf van de Belgen in Lisse: vluchtelingen op de trap van het Gemeentehuis. Part. Coll Het is voor zover bekend de enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk in het dorp hebben gewoond.

Vanwege de strategische ligging van België volgt echter op 4 augustus in België een inval door Duitsland waardoor een miljoen mensen op de vlucht slaat naar Nederland. Allerlei leegstaande gebouwen in Nederland worden gebruikt om vluchtelingen op te vangen en zo ook in Lisse. Op 12 oktober arriveren 468 vluchtelingen bij het treinstation in Lisse. Zij worden ondergebracht in diverse gebouwen in Lisse, waaronder het nieuw opgeleverde bondsgebouw aan de Schoolstraat. Na aankomst zijn er een aantal Belgische herrieschoppers die zorgen voor enige onrust in diverse cafés van het dorp. Er worden maatregelen genomen door het gemeentebestuur zoals een verbod om vluchtelingen sterke drank te verstrekken en een vroege sluitingstijd wordt ingesteld. In België en vooral in Antwerpen ontstaat een economische ramp vanwege het vertrek van zoveel inwoners. Er volgt een proclamatie met garanties dat zij veilig kunnen terugkeren. Op 21 oktober zijn er nog 200 vluchtelingen in Lisse. Rond de jaarwisseling zijn de meeste mensen elders ondergebracht of teruggekeerd naar België. Terug naar het Bondsgebouw. Er zijn veel vergaderingen van de Bond en verenigingen maken gebruik van de voorzieningen. Vergaderingen en feestavonden, toneelvoorstellingen, biljartwedstrijden worden er gehouden. Een rijk verenigingsleven ontstaat. In 1926 wordt er bijgebouwd, waarschijnlijk betreft het de toiletten. Jeroen Koelewijn (1883-1949 Lisse) was waarschijnlijk de eerste beheerder van het nieuw opgeleverde Bondsgebouw. Volgens zijn kleindochter Ada was zijn  beroep toneelspeler en heeft hij niet alleen gezorgd voor mooie voorstellingen, maar er ook voor gezorgd dat diverse verenigingen zich er thuis voelden. In de volksmond wordt de naam ’t Trefpunt. Het is onbekend wanneer hij gestopt is, maar het is aannemelijk dat het rond de oorlogsjaren is geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in 1942 bij decreet alle arbeidersbonden in Nederland opgeheven. Het gebouw aan de Schoolstraat wordt in beslag genomen. Bezittingen en vermogen worden ondergebracht bij de nieuwe vakcentrale Het Nederlandsche Arbeidsfront. Na de oorlog worden in 1950 alle bezittingen teruggegeven en ’t Trefpunt valt als gebouw van de KAB, de Katholieke Arbeidersbeweging, weer onder het bisdom Haarlem. Voor de oudere Lissers is de bekendste conciërge en latere eigenaar en uitbater wel Willem (W.P.) Slootbeek (1917-1971 Lisse) met zijn echtgenote ‘Tante Jo’ (J.M.) van der Klauw (1917-2000 Haarlemmermeer-Sassenheim). In 1968 kopen zij het gebouw en opstallen van het bisdom Haarlem. Zij zijn al conciërge sinds 1952 en hebben met ’t Trefpunt vele jaren invulling gegeven aan het sociale leven van de Lissese bevolking. In ons collectief geheugen zijn zij voor altijd verbonden aan het gebouw.
In 1990 koopt Teun Oosthoek met compagnon Philip Hogervorst het gebouw en gaat verder als ‘de Gewoonste Zaak’, de uitgaansgelegenheid van de regio voor veel jongeren. Vele bekende dj’s, popgroepen en artiesten traden hier op, verenigingen en families gaven er hun feestavonden. Met de feestweek en het carnaval is het echt ‘the place to be’ in Lisse.

Voor de sloper was dit werkje d Bondsgebouw, KAB-trefpunt en De Gewoonste Zaak e gewoonste zaak van de wereld

Na 110 jaar is het gebouw nu gesloopt om plaats te maken voor een appartementencomplex. Het gebouw was al die jaren een thuis voor allerhande sociale aspecten van het leven. Een opvangplaats
voor vluchtelingen, een rijk verenigingsleven, een geweldig sociaal uitgaansleven, een uitgaansleven waar veel jeugd elkaar heeft leren kennen. Nu wordt het huisvesting in een tijd van woningnood. Het is verdrietig te moeten opmerken dat naast het verdwijnen van bruine cafés er minder zalencomplexen zijn voor verenigingen, feestavonden en uitgaansgelegenheden voor de Lissese inwoners. Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” heeft eerder artikelen gepubliceerd over het KAB gebouw, de opvang van Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog en de geschiedenis van gebouwen en hun bewoners in ons dorp. Deze zijn na te zien in vroegere uitgaves van het Nieuwsblad, in de bibliotheek en op de website van de vereniging.

Nog een jaar dan staat dit gebouw er: “de Commissionair”

 

Bondsgebouw, KAB-trefpunt en De Gewoonste Zaak

 

NIEUW LICHT OP LIQUIDATIES IN 1944 (2)

Met Ted Cobelens doet Ed Olivier nog een boekje open over de oorlogsjaren. Een stel rovers die de boel in onze buurt nogal onveilig maakte. Geheimzinnige toestanden bij het Leeghwater-gemaal aan De Kaag.

Ted Cobelens en Ed Olivier

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

‘Lissese politieman gaf opdracht om Waasdorp en Tiben uit de weg te ruimen’
Deel 2: Een groep roovers die Lisse in de oorlog onveilig maakte

Met de opdracht voor de liquidatie van Waasdorp en Tiben handelde opperwachtmeester Pieter B. van de Lissese politie in 1944 op eigen gezag (zie: VOL-Nieuwsblad 1/2024). Na de bevrijding ontdekte de politieke recherche van de Leidse politie ook de nodige diefstallen en berovingen, waarbij zelfs burgemeester Van Rijckevorsel en graaf Van Lynden betrokken leken.

Pieter B.

Bij de Kalkzandsteenfabriek tussen Lisse en Hillegom werden vaten olie buitgemaakt. (Detail uit RAF verkenningsfoto maart 1944)

Burgemeester jhr. mr. F.J.C.M. van Rijckevorsel is blij als hij in 1943 Pieter B. – een niet-NSB’er – kan opnemen in het Lissese politiekorps. De burgemeester wordt namelijk onder druk gezet om ‘Schalkhaarders’ aan te nemen, NSB’ers die in het Overijsselse Schalkhaar een spoedopleiding tot hulpagent hebben gekregen. Piet B. komt uit een vooroorlogs politienest. Hij is de zoon van een bekende adjunct groepscommandant van de Rotterdamse politie. De 31-jarige B. – geboren in Hillegom – heeft na de lagere school privé-avondlessen gevolgd en achtereenvolgens bij een kruidenier, een slager en een houthandel gewerkt. In 1934 krijgt hij een aanstelling als volontair agent van politie in Naaldwijk. Vanaf 1938 werkt hij bij de politie in Nieuw-Vennep; bij zijn aanstelling in Lisse wordt hij gepromoveerd tot opperwachtmeester.

Zwarte handel
Cor van Stam, verzetsleider in de Haarlemmermeer, maakt Piet B. mee in Nieuw-Vennep, maar verklaart na de oorlog dat hij vrij snel ontdekte dat de politieman sjoemelde met de bonkaarten die hij via het verzet in handen kreeg. Het verzet merkt ook dat B. tarwe voor onderduikers ophaalt bij de Haarlemmermeerse boeren, maar achteraf niet kan verantwoorden wat hij daarmee heeft gedaan. ,,B.’s activiteiten op het gebied van den zwarten handel namen toe”, schrijft verzetsman en plaatsvervangend commandant Eddy van Vollenhoven
in een rapport van het Gewest Haarlemmermeer. ,,Hij breidde zijn arbeidsveld uit van motorvoertuigen alleen, tot zaken in tarwe, peulvruchten, kaas, benzine en oliën.” Het Haarlemmermeerse verzet besluit Piet B. links te laten liggen, maar ziet dat hij gevaarlijk is, omdat hij zoveel weet en zoveel mensen kent. ,,Met zijn vriend S., een autohandelaar te Lisse, maakt hij ook deel uit van de GDN¹ , zodat hij ‘ondergronds’ van twee wallen tracht te eten. Met deze man heeft B. menig zwart zaakje ondernomen, steeds onder het voorwendsel, dat de goederen noodig waren voor ondergedokenen of illegale werkers.”

‘Een groep roovers’
Uit de processtukken van het Bijzonder Gerechtshof uit 1948 blijkt dat de opperwachtmeester ‘de leider was van een groep roovers die Lisse en omgeving onveilig maakte’. Met een aan tal handlangers die dachten dat ze verzetswerk deden, pleegtde politieman een nachtelijke overval op de kalkzandsteenfabriek tussen Hillegom en Lisse. Nadat de bewaker is overmeesterd en gekneveld nemen de mannen 10 vaten olie mee, ongeveer 1.700 liter in totaal.

Verzet in Lisse

Jan Carel Elias graaf van Lynden

Er is in Lisse wel getwijfeld over de vraag of Jan Carel Elias vgraaf van Lynden deel uitmaakte van het Lissese verzet, maar districtscommandant Cor van Stam van het verzet in de Haarlemmermeer sprak wel degelijk met hem als contactpersoon van Lisse. De moeder van de graaf, Aurelia Elisabethb gravin van Lynden-van Limburg Stirum heeft in de oorlog als koerierster wapens en springstoffen naar Haarlem gebracht. De familie Van Lynden onderhield contact met de familie De Clercqbvan De Olmenhorst, destijdsbhoofdkwartier van het regionalevverzet. Toen het daar te gevaarlijk werd voor kinderen, werd de vier jaar oude Steven de Clercq ondergebracht bij de familievVan Lynden aan de Lissese Achterweg. Graaf van Lynden woonde daar met zijn moeder en dochter, nadat de Duitsers kasteel Keukenhofbhadden gevorderd.

Overval op de Kaag
Half december 1944 vraagt de politieman aan graaf Carel van Lynden of hij diens boot kan lenen. Op De Kaag bij Warmond kent B. namelijk een zwarthandelaar die 300 tot 400 liter jenever verstopt heeft. Hij wil de jenever gaan ‘ophalen’. Van Lynden en Van Rijckevorsel voelen er wel wat voor.bNiet alleen voor eigen gebruik; jenever is ook een belangrijk ruilmiddel in de onderhandelingen met de Duitse nOrtscommandant. Om herkenning te voorkomen – op de boot van de graaf staat met koeienletters de naam van zijn dochter Irene – geeft Van Lynden zijn huisknecht opdracht op de afgesproken avond voor twee roeiboten te zorgen bij het Leeghwater-gemaal aan De Kaag.

Het Leeghwater-gemaal bij de Buitenkaag

De medewerker roeit B., de Duitse deserteur Heinz Hartung en twee andere Lissenaren – allemaal in Duits uniform gestoken – naar de bewuste handelaar in Warmond. Onderweg wordt een boerengezin beroofd van 17 kazen, enkele lappen stof, flessen stroop, een baangebroken fles jenever en enkele sierraden. Bij de vermeendebzwarthandelaar steelt de bende een keur aan voor die tijd luxe goederen, zoals zeep, suiker, thee en sigaretten. Maar de voorraad jenever wordt niet aangetroffen; wèl negen flessenbbwijn, waaronder drie flessen zoete Spaanse wijn.

Complot
De betrokken inwoners van Lisse zijn na de oorlog voor hun brutale rooftocht bestraft, met uitzondering van de medewerker van graaf Van Lynden, die er min of meer met de haren bijgesleept was. Of burgemeester Van Rijckevorsel en de graaf ook in het complot zaten is achteraf niet vast komen staan. De twee notabelen stonden wél op de verdachtenlijst van de politieke recherche en zijn na de bevrijding ook verhoord. Van Rijckevorsel had twee flessen wijn en een portiebkaas van de politieman aangepakt, maar zegt niet geweten te hebben waar het vandaan kwam. ,,Ik wist niet dat het een particulier rooverijtje was”, staat in het proces-verbaal. Graaf Van Lynden heeft volgens de opperwachtmeester vriendelijk bedankt voor de aangeboden wijn. Hij had liever jenever willen hebben.

Illegaliteit

Burgemeester Van Rijckevorsel en dierenarts Jan Kraak op het bordes van het gemeentehuis na de bevrijding

Uit de processen-verbaal van de Politieke Recherche blijkt dat dierenarts Jan Kraak, leider van het Lissese verzet, en burgemeester Van Rijckevorsel met de eigengereide politieman in hun maag zitten. Ze willen aan het eind van de oorlog van hem af, maar zijn ook bang dat hij hen en veel andere verzetsmensen zal verraden. Kraak: ,,Ik kwam tot de conclusie dat B. niet in de illegaliteit paste, maar in dien tijd was hij een der leidende figuren.” Van Lynden wil B. het liefste ook ‘langzamerhand laten afvloeien’. ,,Vanwege zijn handelingen was B. buiten de Binnenlandse Strijdkrachten gesloten”, aldus Cor van Stam. De Haarlemmermeerse districtscommandant zegt dat de Lissese verzetsleiding hem heeft gevraagd of Piet B. uit de weg kan worden geruimd. Maar graaf Van Lynden ontkent dit: ,,Ik heb nooit gevraagd om hem uit de weg te ruimen. Indien Stam zulks verklaart, vergist hij zich. Wel is erover gesproken Heinz Hartung uit den weg te ruimen, daar die ook teveel van de illegaliteit wist.”

Ziekteverlof
Van Rijckevorsel heeft B. beloofd dat hij hem na de bevrijding zal benoemen tot politiecommandant, na het ontslag van de NSB-chef van de politie. Maar de burgemeester ziet daar tot woede van de opperwachtmeester van af. Van Rijckevorsel vraagt de lokale BS-commandant stappen te ondernemen tegen de omstreden politieman, maar die weigert dat. Hierop wordt B. door het gemeentebestuur met ziekteverlof gestuurd. Van Rijckevorsel: ,,Kort daarop (op 15 augustus 1945-red.) heeft hij ontslag genomen als politieman te Lisse om in dienst
te treden bij de Rijksverkeersinspectie.” Een half jaar later, op 27 november 1945 om 18.45 uur,vwordt B. alsnog door de Leidse recherche gearresteerd in zijnvwoning aan de Lissese Wagenstraat op basis van artikel 27vvan het Besluit Buitengewoon Strafrecht . ,,Ondanks het feit
dat hij lid was van de verzetsbeweging pleegde B. overvallenvzonder bevel van zijn superieuren en gebruikte het geroofde ten eigen bate”, schrijft de Leidse rechercheur F. J. Teunissen in zijn proces-verbaal.

Heinz Hartung
Heinz Hartung heet in werkelijkheid Boris Petrovski, geboren uit Duits-Russische ouders op 3 november 1922 in het Duitse bKoningsbergen. De jonge Boris is op z’n 12e al wees en brengt een flink deel van zijn jeugd door in opvoedingsgestichten. Met de papieren van de gesneuvelde Duitse soldaat Heinz Bob Karl Hartung treedt hij in 1942 in dienst van de Luftwaffe en via het Oostfront komt hij uiteindelijk in Nederland terecht, ook nog verdacht van sabotage en hoogverraad. Opperwachtmeester Piet B. leert de Duitse deserteur kennen op diens onderduikadres in de Lissese Prinsessestraat. ,,Hartung was zeer anti-nazi”, zei B. in zijn verhoor. ,,Iemand die door den K.P. (knokploeg-red.) behoorlijk te gebruiken zou zijn.” Hartung zelf ziet de politieagent als zijn opstapje naar het Nederlandse verzet en wil graag klusjes voor hem doen. Via B. komt Hartung ook in contact met verzetsman J.C. van Woerden, die hem aan een bonkaart helpt en een ander onderduikadres. Als de gastvrouw van Hartung hoort dat haar onderduiker Jaap Waasdorp heeft doodgeschoten wil zij de deserteur namelijk niet langer in huis hebben. Van Woerden regelt een nieuw onderduikadres in de Lissese Prins Hendrikstraat.

Niet vervolgd
Pieter B. en Heinz Hartung zijn na de oorlog niet berecht voor de moord op Jaap Waasdorp en Heinrich Tiben. De politieke recherche van de Leidse politie spant zich vooral in om beide mannen en hun Lissese handlangers veroordeeld te krijgen voor de diefstallen. In de processen-verbaal voor het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag worden de twee liquidaties genoemd als verzetsactiviteit, hoewel de noodzaak van
die executies allesbehalve vaststaat. ,,De weduwe Waasdorp uiteraard dat haar echtvriend een goed Nederlander was en nimmer zaken deed met moffen”, schrijft een betrokkene, ,,maar zij deelt ook mede dat haar man geruimen tijd vrijwillig voor de Wehrmacht gewerkt heeft, zoodat er aan Waasdorp heusch wel een steekje los geweest zal zijn.” Een zitting van het Hof zou uitsluitsel hebben kunnen geven over de rechtmatigheid van deze daden, maar tot een rechtszaak tegen beide mannen is het nooit gekomen. B. is door de procureur-fiscaal bij het Gerechtshof op 19 februari 1948 ‘voorwaardelijk buiten vervolging’ gesteld. Hartung is dan hoogstwaarschijnlijk al vrijgelaten en het land uitgezet. Op 28 oktober 1947 informeert de minister van buitenlandse zaken al bij het Bijzonder Gerechtshof of er bezwaar is om Hartung
als ongewenste vreemdeling uit te zetten.

Vrijlating
Voorafgaand aan zijn vrijlating in januari 1947 brengt Piet B. 14 maanden door in detentie. Daarna werkt hij bij een expeditiebedrijf. In september 1948 wordt het besluit waardoor hij gedurende vijf jaar niet bij de politie of als militair mag werken in hoger beroep door het Gerechtshof vernietigd. Kennelijk lukt het hem ook om weer een baan bij de politie te krijgen. In een krantenverslag van de Nieuwe
Leidsche Courant op 28 oktober 1954 wordt B. genoemd als politieadjudant bij de oefening van de reservepolitie in Noordwijkerhout en Voorhout. Piet B. is op 21 oktober 1975 op 63-jarige leeftijd overleden in Delft.

In het volgende VOL Nieuwsblad: Heinrich Anton Tiben, dubbelspion in een web van leugens en bedrog.

Voetnoten
1 Geheime Dienst Nederland, een groep verzetsmensen die militaire gegevens verzamelde en die via Zwitserland en Spanje of via geheime radioverbindingen doorgaf aan de Nederlandse regering in Londen.
2 Art.27 B.B.S. geldend vanaf 4 september 1944: Hij, die gedurende den tijd van den huidigen oorlog opzettelijk gebruik maakt of dreigt te maken van macht, gelegenheid of middel, hem door den vijand of door het feit der vijandelijke bezetting geboden, om een ander in zijn vermogen wederrechtelijk te benadeelen of om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.

BIJ DE HARTPAGINA: Luchtfoto van uit 1974 van sportveld Ter Specke

Weer zo’n prachtige vogelvluchtopname. We vliegen nu over sportpark Ter Specke en we kijken richting Lisse. Ga er maar even voor zitten, want er is weer genoeg te zien. Even lekker herinneringen ophalen uit de tijd dat je zelf nog een balletje trapte.

Redactie

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

“Ter Specke” is de naam van ons nu zeer uitgebreide sportpark. Specke is een oude naam voor een speciaal soort veen dat in lagen is opgebouwd. Het veen dat hier als turf gedolven werd, was gelaagd veen. Door verzanding van de Rijnmonding bij Katwijk kon het overvloedige water uit de bergen niet of nauwelijks de Noordzee in stromen en zocht het water een andere weg naar de lagere delen van ons gebied. Zo zocht het water tussen de oude en nieuwe duinen zijn weg en nam veel organisch materiaal mee dat hier achterbleef. In de droge tijd stoof er duinzand overheen. Dit proces herhaalde zich jaarlijks,  zo vormde gelaagd veen ons veengebied. Lisse had turf van topkwaliteit. Het was geen baggerzooi omdat het zand tussen de veenlagen zorgde voor goede afwatering. De Achterweg is een oude Veendersweg.

Op de hartpagina zien we ons sportpark in 1974, de Spartaan liep nog hard om het hoofdveld van de beide voetbalclubs, Sportclub Lisse (tot 1968 RKVV Lisse) en Lisser Boys. Op de Spekkelaan werd toen nog de ‘Tour de Lisse” verreden. Altijd een spannende aangelegenheid! Toen de hardloopbaan nog uit sintels bestond waren er motor-speedwayraces, hazewindhondrennen, er was altijd van alles te doen.
Het corso maakte er wat showrondjes voor ze aan de grote optocht begonnen. Voor onze sportcultuur wordt nog steeds goed gezorgd
met al die mooie accommodaties. Wij van Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” zouden ook wel eens een beetje verwend willen
worden door de gemeente. Straks zijn we dakloos, waar wordt dan de geschiedenis van Lisse onderzocht en bewaard?
Een wijs man schreef eens; “Wie zijn geschiedenis niet waardig vindt, gaat onwaardig de toekomst tegemoet”.

Kampioenen van toen.

Hazewindhondrace.

Rondje voor de show.

“Tour de Lisse” team aan de start.