Artikelen die betrekking hebben op de geschiedenis van Lisse en haar bewoners

Burgemeester aangerand op de publieke weg

Uit de politierapporten van 1833 tot 1879 wordt in dit eerste deel verslag gedaan over een aanranding van burgemeester J.C van Rosse door een zekere van Doorn. Deze laatste werd kwaad toen de burgemeester geen secretariezaken op straat met hem wilde bespreken.

door Rob Pex

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 4, oktober 2005

Uit de politierapporten van Lisse 1833-1879 deel 1.

In het gemeentearchief van Lisse bevindt zich een pak met politierapporten uit de jaren 1833/1897(zij het met enige hiaten). Ze bevatten velerlei onderwerpen, zoals geweldpleging, diefstal en soms trof de nietsvermoedende boer of boerin ook weleens een dode zwerver in de hooiberg aan. Allemaal zaken die men in de archieven slechts mondjesmaat aantreft. Vandaar dat we in de komende nummers van dit nieuwsblad ons licht hierop willen laten schijnen. In dit eerste deel ontmoet de burgemeester van Lisse een uitermate lastig persoon op de Delfweg (huidige Stationsweg).

Een en ander speelde zich af in 1846.

Burgemeester J.C. van Rosse. Uit: A.M. Hulkenberg, Lisse Rommeling, p. 13.
Op 18 februari van dat jaar was burgemeester J.C. van Rosse op de Stationsweg wat aan het wandelen. Het was half vijf in de middag toen hij aangeschoten werd door een zekere Van Doorn met de vraag of hij hem even kon spreken. De burgemeester had weinig zin om secretariezaken op straat af te handelen en verzocht hem dus de volgende morgen op zijn kantoor te komen. Toen de burgemeester echter even verderop met de heer Wolff * wat aan het keuvelen ging, kwam opnieuw Van Doorn naar hem toe met dezelfde vraag. En opnieuw kreeg hij als antwoord dat hij weigerde op de weg secretariezaken af te handelen. De burgemeester liet hem dus staan, liep door en sloeg even verderop de Loosterweg in. Van Doorn pikte het echter niet en schreeuwde hem na dat hij de burgemeester vervolgen (!) zou, tot alles in staat was en dat Van Rosse hem niet ontlopen kon.

Verder dat “hij hem aanvallen zou en zulks onder het herhaalde uiten van G.. verdomme “.

“Ik ben tot alles in staat!”
Van Doorn werd steeds nijdiger en rende tenslotte op hem af. De burgemeester zal zich onder dit alles wel heel ongemakkelijk hebben gevoeld, des te meer daar de latere Stationsweg en vooral de Loosterweg in 1846 nog vrij eenzame landwegen waren. Van Doorn snelde steeds dichterbij en uiteindelijk draaide de in het nauw gedreven burgemeester zich om met de woorden dat hij zich schuldig maakte aan aanranding op de publieke weg. Maar zijn belager was zo over zijn toeren dat hij zich van die waarschuwing niets aantrok en hem onder een hele hoop gevloek en geschreeuw met beide handen bij de kraag vatte. En dat bij een burgemeester in die tijd!

Dergelijke gezagsdragers genoten toch, vooral op het platteland, heel wat aanzien. Op zijn eis hem los te laten viel Van Doorn echter in herhaling: “Ik ben tot alles in staat!” De burgemeester trachtte zich van hem los te maken door met zijn stok om hem heen te slaan. Daarbij raakte Van Doorn gewond. Op zijn geschreeuw waren inmiddels een aantal mensen afgekomen. Van Rosse schrijft: “Ik heb nog een oogenblik met die menschen gesproken, maar gevoelende dat ik niet wel werd, heb ik mij verwijderd”.

Afloop
Thuisgekomen liet de burgemeester Van Doorn door de veldwachter opbrengen. Hij was echter bedlegerig (vanwege die stokslagen?) en verzocht aan de veldwachter zijn verontschuldigingen over te brengen aan de burgemeester. Het proces-verbaal eindigt met de woorden: ‘Met de wonden hem reeds overkomen en vertrouwend dat den afloop hem voor het vervolg wel zou afgeschrikt hebben en niet aanmoedigend voor navolgers was, heb ik de zaak bij provisie geschorst”.

J.C. van Rosse (1801-1875) en Anthonie van Doorn (ca. 1795-?)
Johannes Cornelis van Rosse was in 1801 in Leiden geboren. Toen hij in 1844 burgemeester van Lisse werd, kwam hij met zijn dienstmaagd (Maria Valk) van Leiden over naar Lisse, naar de Grachtweg. Getrouwd was hij niet. Wel “woonde” hij “samen” met de in 1810 eveneens te Leiden geboren Catharina J. Overdijk. Toen Van Rosse in 1875 overleed, zijn mevrouw Overdijk en zijn dienstmaagd verhuisd naar een ander adres in Lisse. Inmiddels was hij reeds in 1866 in zijn burgemeestersfunctie opgevolgd door D.C. Vreede. Catharina Overdijk is pas op de hoge leeftijd van 81 jaar in 1891 overleden.

Van Van Doorn weten we niet zo heel veel, zoals meestal het geval is bij de wat armere mensen. Zijn voornaam luidde Anthonie. Hij was omstreeks 1795 te Haarlem geboren. Op 28 mei 1826 huwde hij te Lisse met Agatha van der Zwel. Zij was vier jaar ouder dan haar man en werkster van beroep. Als beroep van haar man wordt dat van kleermaker opgegeven. Als in februari 1829 een kind wordt geboren, blijken ze op Heereweg nummer 75 te wonen, waarschijnlijk in het dorp.

Conclusie
Helaas is onbekend waarom Anthonie de burgemeester zo graag wou spreken. Iets wat vaker gebeurt met processen-verbaal van getuigenverklaringen en dergelijke: een deel van het verhaal is altijd in nevelen gehuld. Gelukkig weten we hier wel de afloop van het gebeurde: Van Doorn bood zijn verontschuldigingen aan en daar het pak slaag dat hij had opgelopen andere lieden die in de voetsporen van Van Doorn wilden treden voldoende zou afschrikken besloot burgemeester Van Rosse zijn belager niet verder te vervolgen. Een opvallend besluit overigens, daar vele van zijn tijdgenoten dat in zijn plaats waarschijnlijk wél zouden hebben gedaan! Je kon immers de burgervader niet zomaar bij de kraag vatten! Dat is tegenwoordig al een probleem, maar anno 1846 zeker.

De stationsweg

* Waarschijnlijk Caspar Heinrich Wolff, eigenaar van boerderij De Wolff aan de Stationsweg.

Bronnen
Gemeentearchief Lisse, inv.nr. 1115.
Idem, doop-, trouw- en begrafenisregisters.
A.M. Hulkenberg, Lisse rommeling (tweede druk, Lisse/Alphen aan den Rijn 1989), p. 13/14.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

De boeiende geschiedenis van Nicolaas Dames deel 5

Nicolaas Dames was een van de eerste die met kerstmis hyacintenbloemen in bloei had. Hij maakte veel reclame in het buitenland.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 4, oktober 2005

Het geheim van de vroegbloei: hyacintenbloemen rond de kerst

In de geschiedenis over Nicolaas Dames is het in bloei hebben van hyacinten rond de Kerstperiode het onderwerp waarom het eigenlijk allemaal is begonnen. Rond de vorige eeuwwisseling was het al een groot vraagstuk hoe men hyacinten met kerstmis in bloei zou kunnen krijgen. Vraag niet waarom, maar die vraag keerde steeds terug.

Wat er door de oude hyacintenkwekers van gezegd is en hoe dikwijls men ook meende het ei van Columbus gevonden te hebben, daarover zou men boekdelen kunnen schrijven. In oude prijscouranten deed men weliswaar aanbiedingen van hyacintensoorten die geschikt waren om met Kerstmis in bloei getrokken te worden, doch de meeste jaren lieten de zogenaamde “Kerstmisbroeiers” de cliënt in de steek en kwam de bloei pas later.
In de nieuwe eeuw zou de wetenschap de ontdekking doen hyacinten een voorbehandeling te laten ondergaan, waardoor men met volstrekte zekerheid kon zeggen: “Deze bollen zullen tegen Kerstmis in volle bloei zijn.” Dat werd dus de kennis om hyacinten te prepareren voor vroegbloei. Onder die naam is deze wetenschap nu algemeen bekend en het is nu helemaal geen kunst meer. En die wetenschap is hoofdzakelijk te danken aan Nicolaas Dames.

Gewas in de schuur
Wat was de eerste aanleiding waardoor Dames op de gedachte kwam om hyacinten te prepareren? Wel: hij wist evenals de hyacintenkwekers, dat bollen die vroeg waren afgestorven, het jaar daarop veel vroeger in bloei kwamen. Ook had hij de ervaring dat wanneer men die bollen op een droge, warme plaats in de schuur bewaarde, dit een vroege bloei nog meer in de hand werkte. (Zijn gezegde “Het gewas ligt in de schuur” werd vermaard en te pas en onpas gebruikt. Ook vandaag de dag nog.) Met die wetenschap begon hij proeven te nemen. Dames nam enige bollen van verschillende soorten en bestudeerde die op verschillende tijdstippen tijdens de groei. Hij bewaarde de bollen op een droge plaats in de schuur, zette ze vervolgens weer op en kwam tot het verrassende resultaat dat zij zich veel gemakkelijker en vroeger in bloei lieten trekken. Teleurstellingen van verschillende aard zijn hem natuurlijk niet bespaard gebleven; dit kwam vooral voor met de keuze van soorten. Na verloop van slechts enkele jaren had hij een lijst bijeen van voor preparatie geschikte soorten. Behalve zijn jaarlijks terugkerende proeven, die hij steeds voor alle belangstellende vakgenoten ter beschikking stelde, hield hij in 1910 in Lisse op zijn bloemisterij een expositie van door hem geprepareerde hyacinten. Met Kerstmis was de expositie te bezichtigen. De belangstelling enorm en de verwondering en waardering navenant.

Geeft geen profijt
De lezer kan ervan overtuigd zijn, dat toen Dames zijn wetenschap van het prepareren tot een algemeen domein maakte, hij zeker wist dat falen niet meer mogelijk was. Hij hield zich daarbij aan de spreuk, die hij vaak hanteerde: ,,Wat je doe, doe dat goed, half werk is geen werk, het kost je tijd, geeft geen profijt.”

T3entoonstelling

Dames spande zich in om geprepareerde hyacinten populair te maken. Over de gehele wereld. Zo schreef hij in een in 1921 uitgegeven Amerikaanse prijscourant van de firma Dames & Wekhoven: “Voor 1910 konden hyacinthen met Kerstmis in bloei getrokken worden als zij gegroeid waren in Frankrijk of Duitschland gedurende een of meer jaren, teneinde klaar te maken voor vroegbloei. Deze bollen echter zijn zeer duur en dikwijls niet betrouwbaar wat ziekte betreft, die ze in deze warme landen hebben opgedaan, zoodat ze vaak omkomen door ziekte. Bovendien is de keuze van variëteiten zeer gering. Na veel proefnemingen, die jaren in beslag namen, kon ik voor den handel aanbieden, voor het eerst in 1910, geprepareerde hyacinthen, die in Holland groeien, welke ik garandeer voor Kerstmisbloei, niet alleen in sommige variëteiten, maar in eene groote collectie. Dit aanbod was oorzaak van een beweging onder de bollenkweekers en handelaars, zoodat de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur besloot om een jaarlijksche tentoonstelling van hyacinthen omstreeks Kerstmis te houden, wat vroeger nooit gebeurd was, zelfs niet voor tulpen en andere bolbloemen. Sindsdien hebben wij vele Kerstmistentoonstellingen gehad en hun succes nam elk jaar toe. Nu is de tijd gekomen, na jaren proefnemingen, dat mislukken van Kerstbloei niet meer voor komt, als ze aldus geprepareerd zijn. Het gebruik van geprepareerde bollen neemt ieder jaar op enorme schaal toe. Geprepareerde hyacinthen zijn niet alleen geschikt voor Kerstbloei, maar zijn ook schitterend voor Januari en Februari en geven gedeeltelijk grootere bloemen dan niet geprepareerde hyacinthen. Iedereen is er over verwonderd, dat zij zoo gemakkelijk trekken en dat er zoo weinig onfortuin is bij den groei, zoodat gevallen van mislukking zelden voorkomen.”

Proefveld
Hoewel het prepareren wel de hoofdzaak kon worden genoemd van wat door Dames tot is stand gebracht, het is niet hierbij gebleven. Wanneer men hem bezocht en – het was begrijpelijk – over het vak sprak, dan hoorde men altijd de klacht: hoe jammer toch dat zoveel soorten uit de cultuur verdwijnen omdat zij bijna of geheel niet meer te kweken zijn. Dames wilde weten of dat nu eigenlijk wel zo was en legde een proefveld aan om soorten vast te houden die naar zijn mening niet uit de handel moesten verdwijnen. Zij, die gedurende de bloeitijd bij Dames een kijkje gingen nemen, hebben toen ongetwijfeld opgemerkt, dat zijn kraam steeds op de hoogte was van de tijd, maar ook dat er kleine partijtjes van oudere soorten waren. En wanneer men Dames dan vroeg: “Waarvoor heb je nog die oude soorten?” dan gaf hij altijd lachend ten antwoord: “Dat zal ik u later wel eens vertellen”.

Promotie
Dames had ook een eigen manier om zijn product onder de aandacht te brengen. Zo verscheen hij op de wekelijkse beurs in de maanden juli en augustus met een bloeiende hyacint in het knoopsgat. Dit was dus een bewijs, dat hij de kunst verstond om de bloei van hyacinten later te doen plaats vinden dan tot dat moment gewoon was. Dames had voor ogen om de bloeitijd zodanig te kunnen wijzigen, dat de bollen ook geschikt zouden worden voor het zuidelijke halfrond, dus uitbreiding van het afzetgebied. Hij wist dat voor elkaar te krijgen en in de prijscourant van 1920 kon hij daarvan aanbieding doen. Deze aanbieding ging vergezeld van de volgende omschrijving: “Het is altijd moeilijk Hollandsche bollen met succes naar de zuidelijke streken te zenden en ze in bloei te hebben in Mei en Juni. Zelfs in Europa. Om dit te bereiken zijn er verschillende proeven genomen, sommigen met meer, anderen met minder succes. Ondervinding en meer kennis van den aard der bollen hebben ons de beste wijze getoond, speciaal voor hyacinthen. Deze bol is zeer geschikt voor het gebruik in de zuidelijke streken en ze bloeien in Mei of Juni als ze op de goede wijze behandeld worden. Een voornaam punt om succes te hebben is, dat de orders binnen komen voor het einde van Augustus of beter nog voor einde Juni, omdat hyacinthen eene vroege behandeling vereischen om te maken, dat ze voor Mei of Juni kunnen bloeien en geschikt zijn voor de zuidelijke streken. Daarom is ook voor andere bollen eene vroege bestelling zeer wenschelijk. Aanwijzing voor verdere behandeling van de bollen zijn ingesloten bij elke order en zijn gemakkelijk op te volgen.”

Mest
Dames had een groot gezin, met zoons in de toekomst zoals dat heet. Hij had zich voorgesteld om naast zijn eigen, meer wetenschappelijk werk, ook een grote kwekerij met daaraan verbonden exporthandel op te richten. Om aan het eerste deel van dit plan gevolg te geven, kocht hij in de Anna-Paulownapolder, bij Breezand, een vrij grote bloemisterij, waarvan hij de schuur naar het nieuwe systeem deed inrichten. Het was vooral op deze kwekerij waar hij de bemesting met kunstmest in het groot toepaste. De ervaringen, die hij daarvan te Lisse had opgedaan, kwamen geheel tot hun recht en menig kweker in de ,,noord” profiteerde van zijn ondervinding. Toen aan het begin van de vorige eeuw de bekende overstroming van Breezand plaats vond, behoorde Dames tot de slachtoffers. Het bedrijf leed grote schade. Dames verloor de moed echter niet. Hij pakte de draad op en zei: ,,De boom valt niet van een klap, ik heb op tegenspoed gerekend en daarbij, voor een tegenslag ben ik voldoende gewapend, eenige jaren later kunstmest gebruiken en dan ben ik dezen ramp wel weer te boven.”

Wordt vervolgd

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

De geschriften van Arie Raaphorst

Arie Raaphorst (1880-1948) heeft een aantal geschriften tien jaar lang de geschiedenis van Lisse genoteerd. Het Nieuwsblad heeft toestemming om uit het werk te publiceren.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

Minutieus historicus van Lisse

Arie Raaphorst (1880-1948) uit Lisse heeft een aantal geschriften nagelaten waarin hij tien jaar lang minutieus de Lissese geschiedenis noteerde. Uw Nieuwsblad heeft toestemming gekregen uit het werk te publiceren. 
Arie Raaphorst Hz (Heerezoon) was handelscorrespondent van de Leidsche Courant. Hij woonde in Lisse in het Hulletje, een rijtje piepkleine huisjes aan de Kanaalstraat tussen de Molenstraat en de Tulpenstraat. In zijn vrije tijd schreef hij zijn Lissese Historiën in het houten schuurtje in zijn tuin onder de titel ‘Aanteekeningen op het Dorp en de Gemeente Lisse’. Voor zover valt na te gaan deed hij dit tussen 1911 en 1920.
Hij vulde drie dikke kartonnen schriften en besloot op een bepaald moment al zijn aantekeningen te herschikken, over te schrijven, te ontdoen van niet meer ter zake lijkende informatie of uit te breiden met nieuwe feiten. Daarna had hij er kennelijk geen tijd meer voo deze bijzondere hobby. Hij was medeoprichter en directeur van de HBG, de eerste bloembollenveiling van Lisse, die later opgegaan is in de CNB. Arie Raaphorst was getrouwd met Huberta van der Slot uit Sassenheim. Ze hadden twee dochters.
Arie Raaphorst was in het dorp ook bekend omdat hij veel goed deed. Zo betaalde hij de studie in St.Michelsgestel van twee doofstomme jongens.
Het literair erfgoed van Arie Raaphorst is thans in het bezit van de weduwe Elly Maarschalk-van der Westen, wier man Aad een kleinzoon van Raaphorst was.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

Algemeende begraafplaats

Uit de notulen van de gemeenteraad uit 1873 wordt verslag gedaan over de afspraken ten aanzien van de Algemene begraafplaats bij de Grote Kerk. De kerk stelt 120 m2 ter beschikking aan de gemeente Lisse. Ook wordt vrije toegang verleent tot de gemeenteklok. De kerk houdt het recht voor om bomen op het kerkhof te planten of te verwijderen.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

Wijlen de heer J.P Segers heeft vele markante bijzonderheden uit de geschiedenis van Lisse voor het nageslacht bewaard. Onder meer groef hij in heel oude raadsnotulen, die, voorzover we weten, voor een deel niet meer in de archieven van de gemeente Lisse terug te vinden zijn. We tekenden uit zijn geschriften het volgende op:

22 september 1873.
P. Veen wordt op zijn verzoek ontslagen als hulponderwijzer. De hoofdonderwijzer verzoekt verandering van schooltijden gedurende de vacature en wel van 9-11 uur, van 11.30-1.20 uur en van 2-4 uur, zullen slechts de leerlingen van een lokaal gelijk worden toegelaten; wordt toegestaan.

Klok, orgel en brandspuit
De kerk-kwestie-commissie legt een concept over door haar en het kerkbestuur samengesteld. Het kerkbestuur stelt 120 meter grond ter beschikking van de gemeente als algemeende begraafplaats, ten westen van de toren, onder toezicht van het gemeentebestuur. Het kerkbestuur zal de afscheidingsmuren daar stellen. De gemeente moet hiervoor 20 gulden per jaar betalen en tevens zorgen voor een uitgang met hek naar de Achterweg, voor toegang tot de grond, alsmede voor de klokkenist en de brandspuit.
Het gemeentebestuur stelt beschikbaar voor gemeenschappelijk gebruik het door de gemeente opgerichte lijkenhuis. Het kerkbestuur stelt zijn kerkhof ten alle tijden open als begraafplaats op dezelfde wijze als dat tot heden heeft plaats gehad.

Vrije toegang
Het kerkbestuur verleent vrije toegang tot de gemeenteklok, terwijl wederkerig de gemeente vrije toegang verleent tot het orgel. Het kerkbestuur zal voortaan weer gebruik mogen maken van het luiden der klok voor hun Godsdienstoefeningen. Het kerkbestuur zal de beschikking hebben over ruimte beneden in de toren tot het opbergen van baren, planken enz. Het kerkbestuur verbindt zich voor een en ander f. 20,- per jaar te betalen. Het gemeentebestuur erkent het recht van het kerkbestuur op de bomen, verleent het recht van boomplanten om het kerkhof en wordt na gehouden ,,delibiratie” besloten deze overeenkomst goed te keuren en op te zenden aan Ged.. Staten.

Voordracht
8 october 1873.
Met algemene stemmen wordt benoemd tot hulponderwijzer uit een voordracht van 3 de heer W.Tysma van IJlst.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

De boeiende geschiedenis van Nicolaas Dames deel 4

 

Lisse dankt de Tuinbouwschool aan Nicolaas Dames. Het handelsspel met nieuw soorten van Dames en van der Horst wordt uit de doeken gedaan. Helaas overleed van der Horst te vroeg.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

LISSE DANKT TUINBOUWSCHOOL AAN NICOLAAS DAMES

In vorig afleveringen is geschetst hoe Herman van der Horst en Nicolaas Dames gezamenlijk optrokken en hun vakkennis tentoonspreidden. Toen de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur een tweetal tentoonstellingen hield ter opnaamstelling van enkele (Cottage) tulpen, bleek dat Van der Horst en Dames velen reeds voor waren. Er ontstond na die opnaamstelling een levendige handel in deze tulpen en de beide heren hebben daarvan op handige wijze gebruik gemaakt.

Het is bekend, dat toen die handel enigszins begon te verflauwen, de beide kramen in hoofdzaak in andere handen waren overgegaan. Dames en Van der Horst zaten dus op goud en konden een aardig winstje boeken. Van der Horst kweekte door en breidde zijn kraam weliswaar uit, maar op een wijze zoals men dat van een vooruitstrevende kweker verwachten mag. Hij zocht meer zijn kracht in nieuwe soorten die hij, op bij vele nog bekende wijze, wist aan te prijzen en ze aan de man bracht. Na nog enkele jaren te hebben gekweekt, ging hij ertoe over om zijn gehele zaak te liquideren. Hij verkocht land en bollen en veranderde tegelijk van woonplaats. Van der Horst verliet Lisse om in Bennebroek met zijn beide dochters in een mooie villa te gaan wonen.

Handelsspel
Onder de soorten die Van der Horst kweekte, behoorde de algemeen bekende dubbele tulp Scarlet Cardinal, een zaailing van de heer De Ruyter te Uitgeest. Hij had deze soorten meermalen vervroegd en de goede eigenschappen daarvan in wijde kring bekend gemaakt. Hij was reeds in het bezit van een mooie partij en was daar (zo dachten velen) zeer aan gehecht. Dit was echter schijn, hij deed dit om daar ter gelegener tijd goede munt uit te slaan en deze gelegenheid bood zich vrij spoedig aan. Er boden zich serieuze kopers aan en de eigenaar, die nooit iets vergat, maakte van de bemiddeling van een oude vriend gebruik om de hoogst mogelijke prijs te bedingen. Hij had aan deze vriend, toen deze ooit in geldverlegenheid verkeerde, geld geleend. Uit oude vriendschap, die hij steeds van elk naar waarde wist te schatten, gaf hij de schuldbekentenis op het zilveren huwelijksfeest van zijn vriend als geschenk terug. Maar hij maakte er toch de navolgende bepaling bij: “Amice, hierbij uw schuldbekentenis met de kwitantie der betaalde rente als herinnering aan oude vriendschap op uw heugelijk feest cadeau. Maar ik verwacht van u als dank slechts, dat wanneer het soms te pas mocht komen, gij me uw medewerking wel zult willen verlenen.”

Briefkaart
In de bloeitijd van de tulpen kreeg deze vriend van Van der Horst een briefkaart: “Kom aanstaande maandag voormiddag in café Brinkman te Haarlem, ik wil u gaarne spreken.” De vriend, die reeds vermoedde dat de tijd was aangebroken om zijn dankbaarheid te tonen, voldeed aan dat verzoek. Hij kwam op de aangewezen tijd en plaats en na de gebruikelijke begroeting zei Van der Horst: “Jammer, de auto is juist weg met een drietal liefhebbers om naar mijn Scarlet Cardinal te gaan kijken. Het zijn gegadigden voor de partij.” Een ogenblik van nadenken en toen sprak hij: “Ik bestel direct een wagen en gaat gij dan ook de partij eens bezichtigen en onder voorbehoud dat indien uw oordeel gunstig is, geef dat dan onomwonden te kennen.” Het vermoeden bestaat dat Van der Horst het handelsspel goed opzette en de aanstaande kopers een duwtje in de rug wilde geven door een nieuwe geïntereseerde te laten opdraven. De vriend, een toenmalig bekend tussenhandelaar, ging naar Hillegom, waar hij het drietal bij de uitgang van de tuin ontmoette en zij hem vroegen: “Gaat gij ook naar Scarlet Cardinal kijken?” “Ja”, antwoordde deze, “ik heb een opdracht de partij te kopen.”

Toekomstsoort
Een kwartier nadat de gegadigden in Haarlem terug waren, kwam ook de vriend terug en op de vraag “Hoe vindt gij de soort?”, gaf deze ten antwoord (en het was ook zijn mening): “Deze soort voldoet aan alle eisen en kan een toekomstsoort genoemd worden.”
Van zaken doen was voor de vriend geen sprake en daar was het hem die dag ook niet om te doen geweest. Van der Horst zei tegen hem: “Kom om één uur terug, dan zullen wij verder spreken.” De vriend ging naar de toenmalige beurs en kwam precies op tijd terug, nieuwsgierig naar het verdere verloop van de zaak. Van der Horst klopte de vriend op de schouder en zei: “Kom wij gaan naar de andere zijde van het restaurant en daar gaan wij eens lekker eten. Onze lunch en ook uw obligatie zijn boven Pampus. Juist uw komst was de oorzaak dat ik op de vraag kon inspelen. Ik heb mijn aanvankelijke vraagprijs namelijk verhoogd en zij namen de bollen toch!”

Het monument voor Nicolaas Dames staat nu in de voortuin van de opvolger van het bollenlaboratorium, PPO, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving aan de Heereweg te Lisse. Het is na de verhuizing uit de tuin van de voormalige Rijkstuinbouwschool grondig gereinigd

Vaarwel
Nog slechts korte tijd genoot Van der Horst van wat hij noemde zijn rust. Steeds meer openbaarde zich de kwaal die hem ten grave zou doen dalen. Hij vertrok naar Haarlem naar de Mariastichting, waar hij bewust zijn naderend einde tegemoet zag. Zijn talrijke vrienden bezochten hem daar geregeld en nadat hij enkele ogenblikken met hen gesproken had over zijn ziekte, kwam de oude bollenkweker weer boven en kon hij, hoe zwak ook, nog spreken over bloembollen en nog eens bloembollen. Steeds vond men in zijn kamer een vaas, bij voorkeur met bolbloemen en toen de laatste tulpen hun bladeren lieten vallen, schreef hij in dichtmaat de volgende ontboezeming:
“Vaarwel mijn schoone bloemen, Vaarwel mijn schat van goud, Vaarwel de kracht mijns levens, Waardoor mijn welstand werd gebouwd, Door het beoefenen van u te kweeken, In het bewond’ren uwer pracht, Heb ik rampspoeden kunnen trotseeren, Waarmede God mij ruimschoots heeft bedacht.”
Op 8 maart 1920 overleed G.F. Van der Horst, die op 15 augustus 1862 te Haarlem geboren was. Zijn stoffelijk overschot werd te Lisse in het familiegraf, in de onmiddellijke nabijheid van de grafplaats van zijn vriend Dames, ten ruste gelegd.

Nicolaas Dames
Nicolaas Dames was dus al niet meer op dit ondermaanse. Hij was bloembollenvakman in hart en nieren, ter wiens nagedachtenis nog altijd bij het nieuwe Laboratorium van Bloembollen Onderzoek (nu PPO geheten, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving) zijn buste een prominente plaats inneemt. Wanneer ooit het bekende spreekwoord “Eenvoud is het kenmerk van het ware” goed toegepast wordt, dan geldt dat beslist wanneer gesproken of geschreven wordt over Nicolaas Dames. Dames was ongetwijfeld een bolleboos op bollengebied, maar aan niets was te merken dat hij dat zelf ook wist. Een eenvoudig, bescheiden mens dus en dat was ook tijdens zijn leven en werken zo, want in niets onderscheidde hij zich van bijvoorbeeld de bloemistknechts die bij hem werkten. Opmerkelijk dus, vooral als in aanmerking wordt genomen dat we het hebben over pakweg begin 1900, toen de baas nog patroon heette en menige patroon zich huizenhoog boven het werkvolk verheven wist en dat dus vaak liet blijken ook. Dames dus niet. Hij stond ook bovenop de barricades toen het om het stichten van een Tuinbouwschool in Lisse ging. De school die nu, pakweg een eeuw later niet meer als zodanig dienst doet, maar nog wel als monument behouden is gebleven.

Strijd
En er was indertijd een grote strijd over de vestiging van de school. De een wilde de school te Haarlem en de ander was voor de vestiging in één der plaatsen van de bloembollenstreek, bij voorkeur Lisse. Er werd een algemene vergadering van de kwekersvereniging uitgeschreven waarop zou worden uitgesproken in welke plaats men de school wilde vestigen. Namens de regering was de heer van Hoek, inspecteur van het Land- en Tuinbouwonderwijs, aanwezig, die opdracht had om de regering verslag te doen van de gevoerde debatten en naar aanleiding daarvan een besluit te nemen. Het hoofdbestuur was in meerderheid voor de vestiging te Haarlem en de woordvoerder daarvan, de heer E.H. Krelage (die ook bepaald geen kinderachtige reputatie had opgebouwd) verdedigde de vestiging in Haarlem op waardige en welsprekende wijze. Geen argument liet hij ongebruikt om het pleit voor Haarlem te winnen. Het was een mooie gedocumenteerde rede, die niet naliet indruk te maken, hetgeen later ook bleek.

Gejuich
Voor de afdeling Lisse was de voornaamste woordvoerder de heer Nicolaas Dames. Deze, hoewel geen redenaar en bijna nooit op een vergadering optredend, trachtte op zakelijke gronden de argumenten van Krelage te ontzenuwen. Maar hoe hij ook pleitte, de meerderheid bleef aan de zijde van Krelage staan. Ieder verwachtte dus dat de school in Haarlem gevestigd zou worden. Het tegendeel kwam echter uit! Na korte tijd kwam de beslissing van de regering en deze besloot tot de vestiging van de school in Lisse. Een gejuich ging op bij de voorstanders van Lisse en niet het minst bij Dames zelf. Uit geen enkel geschiedenisboek blijkt het, maar aangenomen wordt nog altijd dat het mede aan de argumentatie van Dames te danken is geweest dat de Tuinbouwschool op het grondgebied van Lisse werd gevestigd. En de school had ongetwijfeld baat bij het feit dat in de onmiddellijke nabijheid één der kwekerijen van Dames was gevestigd en meer nog de onmiddellijke nabijheid van de persoon zelf: Hij, de man die beter dan wie ook wist dat de praktijk een bijl is zonder steel en de theorie een steel zonder bijl. Graag zag hij beide hand aan hand werken en daarvoor heeft hij zich ingezet tot zijn laatste snik. 
Wordt vervolgd

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

De Kapelsteeg werd in 1910 ‘eene straat’

De Kapelsteeg of het Slop was indertijd een voetpad en ontleent zijn naam vrijwel zeker aan de Kapellewei. De steeg werd omstreeks 1864 bestraat. Er mogen geen paard en wagens door de steeg. In 1910 is de Kapelsteeg verbreed tot 7 meter.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

De Kapelstraat, beter bekend onder de naam van Het Slop, was voorheen een smalle steeg van circa 2½ meter breedte. Zijn naam ontleent hij zeer zeker van de Kapellewei, waarover of waarlangs deze steeg indertijd is aangelegd als een voetpad van de Gracht naar de Broekweg.*
De Kapelsteeg werd in of omstreeks het jaar 1864 bestraat. In vroeger jaren schijnt men deze smalle gang ook al gebruikt te hebben voor rij- en voertuigen, want in het jaar 1845 werd het rijden met paard en wagen, op verzoek van de aangelande eigenaren, door Burgemeester en Assesoren van Lisse verboden.
In het jaar 1910 is de Kapelsteeg zoodanig verbreed dat het eene straat werd van 7 meters breedte. Deze verbreeding vond zijn oorzaak in het feit dat de heer M.J.Guldenmond eigenaar was geworden van de villa en de bloembollenschuur van de geliquideerde firma Maathuis & van Alphen, op de hoek van de Heerenweg en de 1e Poellaan. Naar aanleiding daarvan wilde hij zijne bezittingen aan de noordwestzijde van de kapelsteeg en langs de Grachtweg verkoopen.
Dientengevolge bood hij de gemeente Lisse te koop aan eene strook grond ter breedte van 4½ meter, gerekend uit het hart van de Kapelsteeg, voor eene eventueele verbreeding dezer steeg.
In verband met het steeds drukker wordende verkeer naar de haven, die slechts langs ééne straat, namelijk de Grachtweg, te bereiken was voor rij- en voertuigen, besloot de Raaad om met de heer Guldenmond te onderhandelen, en te trachten eene strook grond aan te koopen van voldoende breedte om eene verkeersweg te verkrijgen, die in eene lang bestaande behoefte zou voorzien.
Na verschillende onderhandelingen besloot de raad, in zijn vergadering van 28 mei 1910, om van de heer Guldenmond aan te koopeneene strook grond ter breedte van 51/2 meter, gerekend uit het hart van de kapelsteeg, voor de som van f. 4.790,-
Met deze gelegenheid heeft men ook getracht de Kapelsteeg aan de Zuidoostzijde te verbreeden, maar de eischen die aan die zijde gelegen eigenaren, namelijk de heeren Gebr. Malta en C. van Parijs, waren zoo hoog dat daar ter plaatse eene verbreeding in afzienbare tijd niet mogelijk is.
Men heeft echter toen aan de zuidoostzijde van de kapelsteeg een bouwverbod gelegd waardoor bij eventueele verbouwing, de rooilijn zoodanig moet worden teruggebracht, dat deze komt op 4 1/2 meter uit het hart van de oorspronkelijke Kapelsteeg.
Voor de verbreeding van meergenoemde Kapelsteeg moest het woonhuis van de heer Guldenmond worden gesloopt, alsmede eene steenen bollenschuur en de steenen muur die het erf van de heer Guldenmond langs de oorspronkelijke steeg afsloot.
Het nog overige terrein werd verkocht voor bouwterrein, hetgeen binnen zeer korte tijd was bebouwd. Met de verbreeding van de kapelsteeg is een verbetering aangebracht, die tot in lengte der dagen zal worden toegejuicht.
De eerste versie van dit verhaal in Boek I van de Aantekeningen van Raaphorst vermeldt ook nog:
Het terrein op den hoek van de Gracht kocht de heer P. Verzijde die daar een goud- en zilverwinkel bouwde en later in de Kapelsteeg nog twee woonhuizen waarvan een winkelhuis. De twee overige gedeelten werden verkocht aan de heeren Th. Van der Wiel, kleermaker en de heer J.Overduin, vleeschhouwer. Eerstgenoemde bouwde daar een winkelhuis en laatstgenoemde een naar de eischen des tijds ingerichte slachterij en vleeschhouwerij.
* De Kanaalstraat heette in die tijd Broekweg.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

De gracht van Lisse boordevol rootend vlas

Jaarlijks lag in de tweede helft van augustus de Gracht vol met vlasschepen. Ook het roteren en het opzetten in kapellen van het vlas en de turfwinning komt aan de orde.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 2, april 2005

Lisse is bekend, zeg maar wereldberoemd, om zijn bloembollen. Dat is echter lang niet altijd zo geweest. Zelfs nadat de eerste tulpen naar Nederland waren gebracht, was Lisse voor de bloembollenteelt nog niet in beeld. In het arme Lisse had men andere dingen omhanden in een pogen het dagelijkse brood op de plank te brengen.
De dorpsschrijver onderkende dat en schreef: “Voorheen gaf Lisses veenderijen de turf aan onze winterhaard”. In de middeleeuwen schijnt het uitdelven en uitbaggeren van het veen inderdaad een goede bron van inkomsten zijn geweest. In 1494 wordt naast de landbouw en veeteelt het turf delven ook nog genoemd, maar enkele jaren later was de veenderij over het hoogtepunt heen en richtte men zich voornamelijk op de veeteelt.
Ook vlas was hier bekend. Jaarlijks lag in de tweede helft van augustus de (nu gedempte) Gracht vol ‘vlasschepen’. Dat vlas werd door kooplieden als Johannes van de Vijver en Leendert Suyker op de wal aan de meest biedenden verkocht om daarna in de heldere duinbeken en het Haarlemmer Meer te worden ,geroot’. Door dat roten rotten de zachtere stengeldelen weg, zodat de sterke vezels overblijven. Het vlas liet men met modder of stenen verzwaard in het water zakken. Veel werd dus geroot in de Gracht. Na ongeveer drie weken is het vlas geroot en wordt het in ‘kapellen’ (schoven, vandaar wellicht de oude naam ,Kapellenwei’ voor het stuk land waarop nu nog de gebouwen van Hobaho staan) op het land gezet om te drogen.
De schoven werden veelal als brandstof gebruikt. Daar hadden schout en schepenen van Lisse echter groot bezwaar tegen, omdat zwevende, gloeiende schoven gevaarlijk zijn en ‘door achteloosheid en verzuimenisse’ grote brand konden doen ontstaan, ‘indien niet door Gods genade de begonnen brand tijdelijken waard uitgeblust’. Het is omstreeks 1770 verkeerd gegaan met de vlasserij in Lisse…

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

OORLOGSDAGBOEK VAN LISSENAAR HENK VAN RUITEN

Bewerking: Hans Smulders

Nieuwsblad  Vereniging Oud Lisse.

Jaargang 4 nummer 2, april 2005

“MIJN TANTE IS IN LEVEN, VERDER HOUDT HET NIET OVER”

Henk van Ruiten was aan het begin van de hongerwinter (1944) een jongeman van 25 jaar. Hij woonde nog bij zijn ouders en zijn halfbroer Koos in de Wagendwarsstraat, tegenover De Taveerne. Zoals dat toen de gewoonte was, was hij onmiddellijk na de lagere school, de katholieke St.Jozefschool, aan het werk gegaan bij zijn vader, een bollenkweker die anderhalve bunder beste bollengrond bezat aan de Oranjelaan. Er stond een bollenschuur op en een schaftschuur. Vanaf november 1944 tot aan de Bevrijding in mei 1945 hield Henk een dagboek bij. Hij gebruikte kleine blocnotevelletjes die hij aan twee zijden met groene inkt dicht beschreef. Voor de laatste twee velletjes gebruikte hij vuurrode inkt, omdat de groene kennelijk op was. Henk van Ruiten trouwde in 1952 met Lies Jany en verhuisde in 1977, nadat het bollenland aan de gemeente Lisse was verkocht voor de bouw van de nieuwe woonwijk Meerenburgh, naar Nederweert bij Weert in Limburg. Daar had hij in 1939 zijn mobilisatie doorgebracht en in die tijd veel vrienden opgedaan. Hij woonde er tot aan zijn dood in 1998. Zijn executeur testamentair stuurde het dagboek naar het Gemeente Archief van Lisse. Een medewerker van dit archief, Erwin de Mooy, maakte een transcript van de tekst die sterk fonetisch is geschreven, omdat Henk van Ruiten niet had doorgeleerd. Uw Nieuwsblad publiceert exclusief dit dagboek, dat Van Ruiten schreef voor zijn Limburgse vrienden. Het is ingekort en bewerkt.

De eerste bladzijde van het dagboek van Henk van Ruiten. Op eenvoudige, maar daardoor boeiende manier schreef hij recht uit zijn hart op wat hem belangrijk leek. Door gebrek aan scholing schreef hij bijna fonetisch.

21 Nov. 1944 Heel Zuid- en Noord-Holland en Utrecht hebben geen licht meer. 22 Nov. Ook wij hebben geen licht meer. Je zit te turen en te gluren bij een klein petrolie-lampje. Een gezellige tijd voor de jongelui, die er een vrijer op na houden. Die kunnen nu scharrelen in het duister. Ik heb wat geprakkizeeerd en op mijn slaapkamer een jampotje vol gedaan met water en op het water heb ik fietsenolie gegoten met een drijvertje er op. Dat gaat best. Het rookt wel wat, maar dat mag hem niet hinderen. De Duitsers stelen en roven wat af! In Lisse is het verschrikkelijk. Je bloed kookt. Ik vertrouw maar op God. Die heeft het stuur in handen. 21-22 Nov. De Duitsers hebben weer razzia’s gehouden. In Den Haag haalde de Hollandsche SS de jongens uit de huizen. Ze schieten door de vloeren. 23 Nov. Ik weet dat Weert bevrijd is, ik heb het gelezen! Wat is het alledag slecht weer ! De menschen in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht krijgen geen boter meer, maar in plaats daarvan olie. Er gaat geen dag om of ik denk aan jullie allemaal. Op zaterdag 25 Nov. heeft het bij ons in de buurt gespookt. Een paar dagen eerder wisten wij, dat er in de Bollenstreek een razzia gehouden zou worden. ’s Morgens om 5 uur hoor ik een leven op de straat! Het ritselde van de Duitsers. Ik uit bed en iedereen wakker gemaakt. Gauw aangekleed. Ik had de avond tevoren de schuur achter in de tuin opengemaakt. Daar kon ik nog in komen. Ik deed de deur achter mijn hielen op slot. Naar mij konden ze fluiten. De Duitsers rammelden aan de deur en ik liet ze maar rammelen. Ik was nog geen tien minuten de deur uit of er werd hard gebeld, ze trokken de bel er zowat uit. Ze waren in enkele seconden boven, maar ze konden niet zien of er iemand in het bed had geslapen. ’s Morgens om tien uur was het afgelopen. Toen kwamen wij weer te voorschijn. Wij hebben een paar dagen bij andere menschen geslapen. Mijn broer (Koos – red.) was er een week ziek van. Hij trekt het zich teveel aan. En hij heeft ook kou gevat. Zondag 3 Dec. waren de Duitsers ’s avonds weer bezig. Ze hadden gefuifd en je begrijpt een heel beetje teveel gedronken. Ze schoten op een dame in een hoedenwinkel, dwars door de winkelruit. En op het Vierkant op een elektrische klok enzovoort. Ze moesten de andere dag toch naar het front. Op 4 Dec. zijn ze uit Lisse en omstreken vertrokken. God zij dank! Het was me een roversbende! Tot nu toe heb ik mijn fietsen nog. Allebei! ’s Middags kwamen er drie Tommies over en die gooiden bommen af. Een hoop ruiten kapot, menschen gewond en 4 doden. Wat is er toch een armoe en een hongersnood! De menschen uit de stad lopen de deur plat om eten. Ze hebben van alles bij zich om te ruilen voor voedsel. Het is al zover, dat de stadsmenschen uit Leiden, Den Haag, Voorburg met een handkar of een bakfiets naar de Wieringermeer lopen. Bij ons is het hopeloos, je kunt niets kopen, maar dan ook niets! Op 6 Dec. hebben de Duitsers razzia’s gehouden in Haarlem en Aerdenhout. Ze hebben 1400 menschen gegrepen. Van 7 tot 12 Dec. zijn er weer Duitsers in Lisse gekomen. Maar liefst 1200 man valschermtroepen.

Henk van Ruiten

Boot ondergedoken
Bij ons in Lisse is een groot bosch en dat word leeggehaald door de burgers, omdat ze geen kolen en hout meer hebben. De Duitsers zagen daar ook hout, want zij hebben zelf ook geen brandstof meer. Wij vrezen voor de bomen in onze tuin, want die ligt zo vrij, dat je ’s morgens blij bent als er niets weggehaald is of opengebroken. Onze boot heb ik laten onderduiken, want er ging geen nacht voorbij of ze waren er mee naar het bosch om hout te halen. Op 19 Dec. waren er in Lisse en omstreken weer razzia’s op fietsen. Ik was op het land aan het werk en wij hoorden het en ik heb dus mijn fiets in de schuur op het land laten staan. Lopend naar huis. God zij dank, tot op heden heb ik mijn twee fietsen nog. Je leeft elke dag in het onzekere. Het is nu zo ver, dat er voerbieten worden gegeten en aardappelenschillen. In Den Haag geven de menschen 40 cent voor één kilo aardappelschillen. 23 Dec. De Duitsers zijn in Lisse volop aan het slepen om enkele zalen te versieren waarin ze Weihnacht willen vieren. Bij ons in de straat is een groot café en daar gaan ze ook Weihnacht vieren. Zodoende hebben wij met de kerstdagen ook licht! 24 Dec. De Duitsers hebben de Weihnacht gehouden en om 12 uur ’s nachts was het afgelopen. Ik werd er wakker van. Zij gingen knap te keer. ’s Morgens om 5 uur ging ik naar de nachtmis. Toen ik terug kwam was het licht. Je had de straat eens moeten zien. Vol met braaksel van de Duitsers. Prachtig op 1ste Kerstdag! Het is al een paar dagen prachtig winterweer.

Een rustige dag, met angst
25 Dec. Een rustige dag. 29 Dec. ’s Avonds om kwart over negen een lawaai! Ik lag al op bed. Ik het bed uit. Ineens, pats! een gerinkel in de straat. Ik de straat op. Was er een V2 in Lisse op open bollenland gevallen, zo’n 1½ k.m. van ons dorp af. In het dorp een hoop winkelruiten kapot. De menschen kunnen geen ruitje meer kopen, want het is er niet. Ze zetten er een plankje voor of een schut. 31 Dec. In alle Kerken werd een brief voorgelezen over hongersnood in de steden en over de zwarthandelaren. Onmenschelijk. Het oude en het nieuwjaar hebben wij niet gevierd. Er is tegenwoordig toch niets aan, de moed raakt uit de menschen. 1 Jan. Een rustige dag. 2 Jan. Een rustige dag, met angst. 3 Jan. Een rustige dag, met angst. 4 Jan. Een rustige dag, met angst. 5 Jan. De bulletins aan de muren: mannen tussen 16 en 40 jaar moeten zich komen melden. 6 Jan. ’s Morgens hangt er blaadje onder van de verzetbeweging, dat je je niet moet melden. Op weg naar mijn werk hoorde ik, dat de burgemeester en de ambtenaren met de burgerpapieren ondergedoken zijn!!! 7 Jan. Een rustige dag met angst. Ik ben vandaag naar Voorburg geweest met de fiets, naar mijn tante , wat eten brengen. Ik ben weer goed thuisgekomen. Mijn Ouders hebben er een hekel aan, maar ik ben niet zoo bang. Ik vertrouw altijd op de H. Maria. In de stad breken de menschen het asfalt uit de straat, omdat er niets geen brandstof meer is. De bomen langs de weg zijn allang omgezaagd! Wij hadden op het land nog 16 wilgebomen staan en die hebben wij ook om moeten zagen voor de kachel. 8 Jan. een rustige dag met angst. 9, 10 en 11 Jan. Een rustige dag, met angst. In de stad willen de menschen f 2,00 geven voor 1 kg hout. Er zijn huisgezinnen die de deuren en de planken uit hun huis breken om het eten te kunnen koken en nog wat warmte te krijgen. In de centrale keukens worden al bloembollen gebruikt voor het voedsel, zelfs suikerbieten. Ze doen ook al suikerbieten door het brood en crocussen.

Zonder pardon de kogel
12 Jan. Een rustige dag, met angst. De burgers mogen niet meer in het bosch bomen omhakken. De SS houd de wacht. Je mag ook geen bomen omzagen in de straten. Als de Duitsers het zien, krijg je zonder pardon de kogel. 13 Jan. Een rustige dag. De angst der bevolking zakt. Vandaag hebben wij bloembollentaart gegeten. Het viel mij honderd procent mee. Het ruikt niet naar marsepein en het is machtig, en voedzaam. De taart is op zijn lekkerst, als hij koud is. Het is hier winterweer met sneeuw. Ik ben nu en dan op de weg, dan weer thuis aan het zagen en als het me te koud is, heb ik schrijfwerk of leeswerk of bollen schoonmaken voor de bollentaart. Die smaakt beter dan pulppannekoek of pulpbrood. Die heb ik vandaag ook gegeten, maar dat is geen eten. Ik word onjens van binnen en ik moet er ’s nachts mijn bed voor uit om naar nummer 100 te lopen. Geef mij maar een Weerter Vlaatje! 26 Jan. Een rustige dag. Erg koud. 27 Jan. De honger en de kou zijn een grote ramp. Ik kwam bij de groenteboer om aardappelen en zij hadden niets, de hele winkel was leeg. Ik zie er moord en doodslag van komen. Je kunt geen korreltje tarwe kopen. Ze vragen ijskoud f.1300 tot f.1600 gulden, maar het liefst ruilen ze voor kolen die geen mensch meer heeft. 28 Jan. Vandaag Zondag. Zij vroegen in de kerk of er menschen zijn die nog kinderen kunnen opnemen. Het gaat erom ze in leven te houden. Waar het naar toe moet, ik weet het niet. Eén ding weet ik wel, het gaat aan het front best. Dat geeft de mensch moed. 3 Febr. Alles rustig. Een zomerse dag. Er word dagelijks gestolen, hier een geit, daar een koe, daar konijnen. 4 Febr. Alles rustig. 5 Febr. Alles rustig. 6 Febr. Alles rustig. 7 Febr. Alles rustig. De Duitsers en de groenjakken gaan Lisse uit naar de zeeduinen. 8 Febr. Alles heel rustig. Je kunt op straat zien, dat de Duitsers weg zijn. Er zijn veel menschen op straat. Je ziet fietsen met luchtbanden, maar ook fietsen zonder banden rijden. Je ziet meisjes met een jongens plusfour aan! Je kunt tegenwoordig geen verschil meer zien tussen een meisje en een jongen! De Engelsen bombarderen IJmuiden. Ik ben thuis aan het delven in de grond. Dat valt niet mee op de 900 gram brood per week. ’s Avonds ga je naar bed met een waterbuik van de aardappelen. Je moet er 3 a 4 keer uit bed, je word er beroerd van.

Op 7 maart 1945 was er een razzia in Lisse

In de kerktoren
7 Maart. Er is razzia in Lisse. Ik was om 7 uur de deur uitgegaan, naar de Kerk, want het was Sint Jozefdag. In de Kerk werd gewaarschuwd. Ik bleef tot het einde van de mis en toen ging ik er uit. Maar het was niet gunstig, ze hadden al wat jongens te pakken! Ik de Kerk weer in en toen kwam er een kapelaan naar mij toe en die zei: Ga naar de toren! Ik naar de toren en daar waren meer jongens. Op het eind zaten wij met zijn zessen in de toren. Een prachtig uitzicht. Je zag de vloepers op de straat lopen, maar zij zagen ons niet. Thuis wisten ze dat ik in de Kerk zat. Ik heb van 8 uur tot 5 uur in de toren gezeten! De Duitsers hebben een heleboel fietsen, frames, banden en onderdelen meegenomen, de buit was groot.
8 Maart. 0 ja, nog wat vergeten. Donderdag 8 Maart hebben wij van het Zweedse Roode Kruis ons cadeau gehad en dat was per persoon 8 ons wittebrood en 125 gram margarine. Het smaakte heerlijk. Je zou er je tong bij inslikken! Wij zijn er uiterst zuinig mee, elke dag nemen wij er twee sneetjes van. 10 Maart. Een rustige dag, maar nu krijgen wij een beurt van de Tommies. In het bosch is een startbaan van de V2. De Tommies kwamen vandaag met enkele lichte bommetjes. Het knalt wel erg, maar de uitwerking is klein. 21 Maart. De Tommies zijn niet rustig. De hele dag, hebben zij gebombardeerd met één jagertje dat één bommetje kon meenemen. Vandaag zijn er meer dan dertig bommetje in de bollenstreek afgegooid. Huizen in elkaar en ook doden. Het is vandaag een zeldzaam zomerse dag, Vannacht om half twaalf begon het lawaai buiten. De Duitsers waren het nieuwe wapen in het bosch aan het afschieten, 5 à 6 keer. Er zijn er vier op de grond ontploft. Vandaag hebben wij weer brood gehad van het Zweedse Rode Kruis, per man 400 gram. Het was nu roggebrood, het smaakt heerlijk. 29 Maart. De NSB burgemeester heeft vandaag de benen genomen.

Startbanen de lucht in
30 Maart. De Duiters in het bosch hebben vandaag alles in de lucht laten springen, de startbanen en de wapens die niet afgeschoten waren. Het gebeurde precies om twaalf uur. De eerste klap was geweldig, je schrok best ervan. Er zijn veel ruiten kapot gegaan. In de namiddag zijn de Duitsers het bosch gaan verlaten. De burgers zijn er toen gauw heengegaan om hout te zagen. 31 Maart. Er heeft zich vanmorgen een drama afgespeeld in het bosch. Een boschwachter heeft een burger doodgeschoten. Maar de boschwachter zit nu achter slot en grendel. Ik vermoed dat het een NSB boschwachter is, want geen één boer of boschwachter heft een geweer! De Duitsers gebruiken nu pas hun geheime wapen. Dat is De Witte Vlag! Goed hè!!! 15 April. Een reuze gezellige dag gehad. Mijn zus To was jarig en zij heeft best getracteerd. De koek was vooroorlogs en de gebakjes die zij zelf gemaakt had, waren heerlijk. Het cadeau van haar beminde was schitterend: een slaapkamer ameublement en een huiskamer ameublement, allebei vooroorlogs. To was overgelukkig. Maar het jammere was dat haar wederhelft plat op bed ligt. Hij kon niet komen, maar ’s avonds is To naar hem toe geweest. 23 April. Wat is het toch hopeloos met alles. Als je nu een broodje laat bakken, dan moet je 1 kg hout er bij leveren! 28 April. De Duitsers zijn het hier zat. Ze rammelen van de honger. Ze vragen aan de burgers: Hoe staat de toestand. En als de burger zeg: Berlijn is omsingeld, dan wrijven de Duitsers in hun handen. Het gaat goed, zegt de Duitser dan. Zo moet het ook gaan voor ons. Ik heb vandaag weer in het bosch gewerkt, een stronk rooien en een goeie ook. 29 April. Het gaat reuze best in Duitsland. Berlijn wordt plat geschoten. Hitler ligt op sterven. Himmler neemt de macht over. De Tommies hebben vandaag pakketten uitgeworpen op het vliegveld Valkenburg. Zij vlogen 40 meter van de grond af.

Vuiltje uit de tuin
1 Mei. Dag van de arbeid! Hitler is dood (Een groot vuiltje uit de tuin is opgeruimd). 4 Mei. ’s Avonds was ik thuis. Het werd negen uur. Een rumoer op straat! Ik zeg: Ik geloof vast dat wij vrij zijn. Ik de weg op en, jawel, het was om kwart voor negen doorgekomen, dat Nederland vrij is. HOERA! HOERA!
5 Mei zaterdag. ‘sMorgens vroeg naar de Kerk om God bedanken voor het behoud van ons Vaderland en voor mijn eigen leven. De Kerk was om half zeven stampvol. Alle menschen zijn zo blij! Vandaag werd ik geroepen door een van de meisjes bij wie mijn zus dient. Of ik zo goed wilde zijn om de fietsen in orde te maken. Had ik me daar 4 fietsen op te knappen! Henk aan het werk, dat begrijp je. Ik had het best van eten en drinken en roken en toen ik klaar was, kreeg ik een worstje en een klein roggebroodje en een paar kilo erwten. Ik was de prins te rijk en ik was blij dat ik voor thuis wat mee kon brengen. Moeder was groos, toen ik het haar gaf . We hebben vanavond pannekoek gegeten en een vooroorlogse wijn gedronken. Daar kun je beter op slapen. Ik heb vandaag mijn nieuwe fiets weer gebruikt. Hij glimt nog schitterend, je kwijlt ervan! De Lissese burgemeester en de ambtenaren zijn vandaag ook weer boven water gekomen.
Verder, heel Nederland Vlagt (Rood-Wit-Blauw) en Duitsland mag halfstok vlaggen.
LEVE DE VRIJHEID! LEVE DE KONINGIN!

Schieten in het wilde weg
6 Mei. De Engelsen zouden vandaag Zuid-Holland komen bezetten, maar ik heb ze nog niet gezien. De ondergrondse staat hier op wacht. De Duitsers zijn vanavond om 10 uur weggegaan. Ze waren erg kalm, maar vanmorgen zijn er auto’s voorbij gekomen met furieuze Duitsers erin en maar schieten in het wilde weg. 7 Mei. Vrijheid, Blijheid. De Tommies hebben weer volop gevlogen om voedsel te brengen. De N.S.B.-ers van Lisse zijn vandaag opgehaald, vrouwen en kinderen ook. En de moffenmeiden hebben ook een baard gehad. Die zijn kaal geknipt. Laat ie goed zijn!!! 8 Mei. Vrijheid, Blijheid. De Canadezen heb ik vandaag de gezien! ’s Avonds muziek door het dorp en alles liep mee. Wij hadden de grootste lol, dat begrijp je. Wij liepen door elke straat en als wij bij een huis kwamen waar een moffenmeid woonde, dan riepen wij allemaal: Kaal, kaal, kaal! En bij het huis van een NSB-er: Hooi, hooi, hooi! Het was prachtig weer. Leve de vrijheid. Leve de Koningin! 12 Mei. Gecostumeerde optocht door het dorp, vreugdevuren en vuurpijlen. Het krioelde van de menschen in Lisse. Vandaag hebben we voor het eerst wat gehad van de vliegtuigen: margarine, wat eigeel, wat echte chocoladetabletten en een blik met spek. Het was heerlijk! 13 Mei. Zondag. Vandaag ben ik naar Voorburg geweest naar mijn tante. Onderweg pech gehad: een lekke band in Sassenheim en verder vijf spaken uit het voorwiel van mijn nieuwe fiets. Mijn tante maakt het nog goed en gezond. Erg slecht gehad, zei ze, maar we zijn er gelukkig overheen. Mijn tante heeft ook aardappelschillen gegeten en suikerbieten. Ze is in leven en verder houdt het niet over. 16 Mei. Een heleboel mensen hebben dysenterie. Ik ben vandaag ook helemaal niet goed in mijn buik. En aan de diarree. Ik crepeerde van de pijn. ’s Avonds is het gelukkig een beetje gezakt. 19 Mei. Vandaag per man neen half pond boter gehad. Je voelde je ineens rijk. 20 Mei. Pinksterfeest .Prachtig weer. Ik ben erg nieuwsgierig hoe jullie het maken. Hier eindigt mijn dagboek. Het offer heb ik volbracht. Ik hoop dat jullie kunt begrijpen wat wij meegemaakt hebben.

De Laatste bladzijde: Het offer heb ik volbracht

 

De boeiende geschiedenis van Nicolaas Dames deel 3

De periode van 1890 tot 1900 wordt besproken. De tijd waarin van der Horst en Dames verhuisden van Heemstede naar Lisse en de beëindiging van de samenwerking

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 2, april 2005

VAN DER HORST EN DAMES ZOEKEN SAMEN FORTUIN
De vorige keer vertelden we dat kweker Gerrit van der Horst in de voorste gelederen was te vinden als het ging om het vervroegd in bloei trekken van hyacinten. Met in zijn onmiddellijke nabijheid Nicolaas Dames, wiens vakmanschap en inzicht alom werden gewaardeerd. We spreken dan over de periode van af pakweg 1890 tot kort na 1900.

Gerrit van der Horst verplaatste zijn bedrijf naar Heemstede en maakte daar kennis met Nicolaas Dames. Deze was daar geboren, de zoon van een bloembollenkweker, uit een geslacht dat vele vakgenoten leverde. Hij was ouderloos en naast het bezit van een kleine bloembollenkraam en niet geheel van kapitaal ontbloot, ofschoon dit niet zo bijzonder van betekenis was. Nu meenden beiden dat samenwerking tot verbetering van hun positie kon leiden. Daarbij kwam nog dat Dames een tuin in huur had, die groot genoeg was om voor beider kraam te kunnen kweken.

Het eerlijke woord
De vennootschap werd aangegaan, geen N.V., dat was toen nog geen gebruik. Nog veel minder werd een notarieel contract opgemaakt. Alles ging op het eerlijke woord en alles ging voornamelijk op raad en advies van de in het vorige artikel al genoemde heer Melman. Deze laatste was tevens de bankier van de nieuwe firma “Van der Horst en Dames”. De bedoeling was dat elk der firmanten op zijn beurt naar Amerika zou gaan om bloembollen te verkopen. De kennis der taal was voor hen geen bezwaar, want beiden hadden in hun jeugd engels geleerd. Dat was in die jaren een vrij algemeen gebruik. De jongelieden die in het vak kwamen, leerden allen zonder uitzondering de taal, om later in het land der dollars hun fortuin te zoeken. Voor de bijverdiensten hield Van der Horst zijn betrekking bij de firma J.W. Paardekoper & Co. als reiziger op Duitsland aan. De eerste reis maakte Van der Horst met goed succes. De firma kreeg terstond een goede naam, maar dan ook uitsluitend bij de vakgenoten; zij kochten en was het nodig dan betaalden zij, tegen een billijke korting, zelfs contant. Hun bankier, die over geld kon beschikken, had kapitaal. Het spreekt bijna vanzelf dat ook hun kraam onder deze omstandigheden aanzienlijk werd uitgebreid. Het tweede jaar ging Dames naar Amerika en breidde daar de zaken nog wat meer uit.

Andere gewassen

Dit was een van de redenen waarom de firma ook begon met de teelt van tulpen en andere gewassen. Het volgende jaar, in de herfst van 1892, trok Van der Horst weer naar Amerika en aanvankelijk verkocht hij daar veel meer dan de beide voorgaande jaren. Al zijn brieven waren opgewekt en vol goede moed voor de toekomst. Toen kwam er echter een kink in de kabel. Zijn echtgenote, die een zeer zwakke gezondheid had, was van Heemstede tijdelijk naar Beverwijk verhuisd om bij haar ouders te gaan vertoeven, zolang haar echtgenoot op reis was. Dit werd voor haar gezondheid gedaan, maar ook omdat dit voordeliger was. Aan onnodig geld uitgeven had Van der Horst een bijzondere afkeer. Hij was op de terugreis naar het vaderland, toen zijn echtgenote ernstig ziek werd. Op voorzichtige wijze werd hij daarvan in kennis gesteld. Maar deze voorzichtige wijze baatte niets. Hij ontving die tijding in New-York, verkocht daar zijn plaatsbewijs op een der Nederlandse schepen, om met een snelvarende boot via Plymouth naar Nederland terug te keren. Telegrafisch gaf hij daarvan kennis aan zijn vennoot.

Onrust
Op 19 maart 1893 overleed zijn echtgenote en ofschoon de kans zeer klein was dat hij nog tijdig genoeg zou aankomen, werd het stoffelijk overschot tot 24 maart boven aarde gehouden. Zeer verstandig had de heer Dames, die alle zorgen op zich genomen had en dit op zijn eigen kalme, goed overlegde wijze regelde, van het overlijden geen bericht gezonden. Men kan zich wel enigszins de gemoedstoestand van de echtgenoot voorstellen. In het bezit van de zo zeer gewenste bestellingen, vol verwachtingen aanvaardde hij de thuisreis. De avond voor de begrafenis kwam er een telegram bij Dames aan waarin stond dat Van der Horst de volgende morgen in Haarlem zou aankomen. Door onrust gedreven nam Van der Horst evenwel in Rotterdam de trein. Die stopte echter niet in Haarlem, zodat hij er pas in Amsterdam uit kon. Hier ontmoette hij zijn zwager die niet wist of zijn vrouw overleden was of nie! De hoop herleefde. Hij had zich de hele reis voorgesteld dat zijn vrouw gestorven zou zijn en hij begon nu te hopen haar nog in leven te zullen vinden. In Haarlem aangekomen kwam zijn compagnon met enige vrienden hem per rijtuig afhalen om hem naar Beverwijk te brengen. Het bericht van het overlijden schokte hem zeer en men bracht hem rechtstreeks naar de door hem zo zeer beminde echtgenote. Hij die reeds de eerste stap gezet had op de ladder der maatschappelijke vooruitgang en zich verheugde zijn vrouw deelgenoot te kunnen maken van hun beider geluk, zag op dat ogenblik al zijn verwachtingen de bodem ingeslagen.

Geestkracht
Zij die meenden dat de geestkracht van Van der Horst voor lange tijd geschokt zou zijn, hadden zich deerlijk vergist. Met gelatenheid legde hij zich neer bij de wil van Hem, die Heer is van leven en dood en na enige weken bleek Van der Horst dezelfde geestkrachtige man te zijn, waarvan hij altijd blijk had gegeven. Het jaar waarin het treurige feit voor Van der Horst plaatsvond, was het laatste waarin hij voor de firma J.W. Paardekoper & Co. op reis naar Duitsland ging. Met de geestkracht hem eigen, legde hij zich toe op de uitbreiding van de handel en kwekerij van de firma van der Horst & Dames. Vooral de kwekerij eiste beider toewijding en men besloot dus deze te verplaatsen naar Lisse. Deze verplaatsing ging met nog al wat moeilijkheden gepaard. De eigenaar van de tuin wilde van een verbouwing van de boerderij niets weten. Zij mochten er aan veranderen wat zij wilden, maar voor eigen rekening. Daarbij kwam nog dat elke verandering een verbetering moest zijn en deze bleef na het beëindigen van de huurtijd het eigendom van de verhuurder. Ook moesten zij elk huurjaar voor de aanvang daarvan de jaarlijkse pacht betalen. Of zij hier te doen hadden met plaatselijke naijver, dan wel met een zeker soort wantrouwen, is niet bekend. De bezwaren werden echter wel gemakkelijk overwonnen, want hun bankier, de heer Melman, opende zijn kas en daaruit kon de firma vrijelijk putten. De ondernemers begonnen met in het dak van de boerderij dakvensters aan te brengen, ramen werden er in gebouwd en ook schoorstenen. Er werd een gebouwtje neergezet dat dienst deed als kantoor en bergplaats van geholde en gesneden bollen. Ook kleine partijtjes van fijne tulpen vonden daar hun bergplaats. En toen begon de nieuwe cultuur van hyacinten.

Holkamer
Het was een vreemde aanblik. In de zomermaanden werd met geopende ramen de schuur verwarmd. En in de zogenoemde holkamer heerste een bijna tropische warmte. Aan belangstelling geen gebrek natuurlijk. Met de hem eigen openhartigheid vertelde Dames, die meer in hoofdzaak de leider van de kwekerij was, aan elk die het weten wilde, het hoe en waarom zij de bollen zo behandelden. Laat in het najaar zag men daar dan de geholde bollen waarvan de zich daarin bevindende jonge bolletjes groter waren dan bolletjes die na een jaar groeien in de bol zouden ontstaan. Het ei van Columbus was, wat de hyacinten betrof, door hen gevonden. Ook hadden zij met Kerstmis door Van der Horst vervroegde hyacinten in volle bloei. Navolgers waren er vrij spoedig in verschillende plaatsen van de bloembollenstreek. Maar er waren ook meerderen, en vooral onder de exporteurs, die al die nieuwigheden met een schouderophalen beoordeelden en veroordeelden. En er waren er zelfs enkelen die, bij de aankoop van hyacinten, de bepaling maakten dat zij niet gestookt mochten zijn en dit zelfs op hun koopbriefjes noteerden… Tot op zekere hoogte was het prepareren dus uitgevonden en daarmee is men in het bollenvak vandaag de dagzover dat het gebruik van geprepareerde hyacinten vrij algemeen is.

Eigen weg

De tijd was echter aangebroken dat Dames en Van der Horst elk hun eigen weg zouden gaan. Zonder een kwaad woord overigens, want zij zijn altijd vrienden en zeer goede collega’s gebleven. De verdeling van de kraam ging op zeer eenvoudige wijze. Elke partij werd door een draad in tweeën verdeeld en door het opgooien van een gulden werd uitgemaakt, wie de rechter of de linkerpartij zou hebben. Op dezelfde wijze werd de tuin verdeeld, ook de schuur. Maar elk der firmanten kocht er een tuin bij en konden zo hun kwekerij uitbreiden, elk naar zijn keuze. Nu ontplooiden bij beiden hun aangeboren eigenschappen. Dames werd de kweker bij uitnemendheid en heeft het daarin bijzonder ver gebracht. Van der Horst bleef kweker van hoofdzakelijk nieuwigheden. Beiden hebben aan de vervroeging van hyacinten en tulpen het hunne bijgedragen om de kennis van het vak te vergroten.

Aan het begin van de vorige eeuw was het in de winter in bloei hebben van hyacinten iets uitzonderlijks. Vandaag de dag lijkt het allemaal zo gewoon, maar niet vergeten moet worden dat het van de kwekers veel vakmanschap vergt om de producten op het gewenste tijdstip in bloei te krijgen. Zoals voor deze vak expositie van 16 februari jongstleden!

Wordt vervolgd

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

De prijscourant van de Graaff

Bollenbedrijf De Graaff en Zn. maakte als een van de eersten een internationale prijscourant in 1793.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 1, januari 2005

De vorige keer vertelden we dat in het gebied van de Constantijnstraat en omgeving ooit een vermaard bloembollenbedrijf resideerde. Dat was H. de Graaff en Zn. dat in latere jaren ook nog het predicaat ‘Koninklijke’ veroverde hetgeen niet kon voorkomen dat in 1978 de slopershamer een abrupt en definitief einde aan dit bedrijf maakte. Daarmee werd een punt gezet achter een stuk bloembollengeschiedenis in Lisse. Welnu: het is bekend dat bloembollen exporteurs niet voor een kleintje vervaard waren als het er om ging bloembollen te verkopen. De bollenreizigers dwaalden over de hele wereld en meer en meer kwam de prijscourant in zwang. Ook De Graaff ontdekte de kracht van de gedrukte boodschap en in het jaar onzes Heren 1793 zond het Lissese bedrijf voor het eerst een prijscourant van bloembollen naar liefhebbers in het buitenland….Dat staat er simpel. Ogenschijnlijk een gebeurtenis van weinig importantie. Zeker in verhouding tot andere zaken die zich in die periode afspeelden. Dit laatste decennium van de achttiende eeuw verkeerde zowel het oude Europa als het nieuwe Amerika in staat van heftige beroering. In Parijs bestegen de al te goedige Lodewijk XVI en de schone Marie Antoinette het schavot; in Zweden doodde Anckarström op een gemaskerd bal zijn vorst, de despotische Gustavus II. In het pas vrijgevochten Amerika aanvaardde George Washington zijn tweede ambtstermijn als president en moest zowel de binnenlandse moeilijkheden het hoofd bieden als zijn houding bepalen in een Frans-Engelse oorlog en in Holland nam in 1795 de Prins van Oranje op een vissersboot de wijk naar Engeland uit angst voor zijn republikeinsgezinde landgenoten….In die fel bewogen strijd sturen De Graaff en Zn., kwekers van bloembollen te Lisse, een internationale prijscourant het koortsige Europa in. Want bloembollen moesten er worden verkocht!


Ziekzoekers aan het werk. Ze verwijderen abnormaal groeiende hyacinten (kwaadbodems) met een houtje, snotkoker, emmers en afgedekte kruiwagens. De foto werd gemaakt in mei 1923.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse