Artikelen die betrekking hebben op de geschiedenis van Lisse en haar bewoners

REMBRANDT EN HET BRUGGETJE VAN SIX

Schilder Rembrandt van Rijn schilderde ‘Het bruggetje van Six’ over waarschijnlijk de Elsbroekervaart. Het torentje zou dan de Maartenskerk moeten zijn.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

Tot 1867 bevond zich ten zuiden van Hillegom het uitgestrekte land­goed Elsbroek. Het bijbehorende herenhuis bevond zich net iets ten zuiden van de Elsbroekerlaan. Van 1642 tot 1801 is de naam van de familie Six onlosmakelijk aan deze buitenplaats verbonden geweest. Eén van de leden van deze familie was Jan Six (1618-1700) die zich in zijn vrije tijd naast het schrijven van gedichten en toneelstukken ook met schilderen bezighield. Misschien vanwege dit laatste stond hij op goede voet met de beroemde schilder Rembrandt van Rijn. Op een mooie lentedag in het jaar 1645, zo gaat het verhaal, logeerde Rembrandt bij zijn vriend Six op het buiten Elsbroek. Laatstgenoemde was vroegtijdig op pad gegaan om in Haarlem zaken te doen. Rembrandt toog naar buiten om in de landelijke omgeving van Elsbroek het een en ander vast te leggen in zijn schetsboek. Nu had hij ’s morgens van zijn vriend vernomen dat het de 17de juni was, de sterfdag van zijn geliefde Saskia, zodat hij die ochtend in een iet­wat droevige stemming verkeerde. Zijn tekenwerk wilde dan ook maar niet vlotten. Tegen half twaalf kwam Six de laan naar het huis op wandelen, waar Rembrandt nog steeds achter zijn schetsboek zat te mijmeren. “En”, vroeg Six, “hebt gij uw schetsboek met eenige mooie schetsen voor schoone schilderijen verrijkt ?”, waarop Rembrandt antwoordde dat hij die ochtend niets had uitgevoerd. “Alle duivels te paard op een houtvlot! Wat zijt ge dan lui geweest! Dat zijn we niet gewend. Maar het is jammer van die mooie dag”, zei Six. Zijn vriend wilde het echter niet opgeven en wilde met hem wedden om vijf gouden ducaten dat hij in een half uur tijd nog een mooie schets kon maken. Die weddenschap is door Rembrandt nog juist op tijd gewonnen en heeft ons de ets, bekend als “het bruggetje van Six” opgeleverd. Het betreffende bruggetje zou over de Elsbroekervaart gelegen hebben, terwijl dan het torenspitsje aan de horizon de Hillegomse St. Maartenskerk moet zijn. Bovengenoemd verhaal is ons overgeleverd door Van Loenen’s Beschrijving en kleine Kroniek van de Gemeente Hillegom dat in 1916 verscheen. Van Loenen dankte het verhaal op zijn beurt aan Ds. W.P. Wolters, leraar op de H.B.S. te Leiden, die het ietwat uitgebrei­der publiceerde in de Volksalmanak van “het Nut” van 1883. “Of het op historie berust is niet uit te maken”, zo lezen we aan het einde van het verhaal, al zal Rembrandt ongetwijfeld als goede vriend van Six, vaak diens buitenplaats te Hillegom bezocht hebben. In hetzelfde boek van Van Loenen lezen we verder met betrekking tot Elsbroek: “In den j are 1867 is dit groote landgoed, dat met zijn ap­en dépendenties niet minder dan 782.70.06 H.A. groot was, uiteenge-spat, door verkoop, onder leiding van den (Lissese) notaris Van Stockum”. In 1870 viel tenslotte het landhuis onder de slopershamer. Het eens zo machtige Elsbroek was niet meer…

Het bruggetje van Six door Rembrandt van Rijn. Uit: Beschrijving en kleine Kroniek van de Gemeente Hillegom door J.B. van Loenen.

LIISSE TOEN: SCHRAALHANS IN DE BOLLEN

Rond 1900 werden de vakbonden in de bloembollenteelt opgericht. De arbeiders verdienden erg weinig en konden zo maar ontslagen worden. Er was dus veel werk te doen.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

In verreweg de meeste gezin­nen van de werkers in de bol­len, de bloemistknechts, was schraalhans indertijd keuken­meester. De enige rijkdom bestond meestal uit een grote kinderschare. Die vele monden vullen was een schier onmoge­lijke taak en zo gauw zoon of dochter “werkensgereed” was, kon deze aan de slag voor de huishoudportemonnee.

Er was dus volop te doen voor de pas (rond 1900) ontsta­ne bonden, die zich middellijk na de oprichting op het fenomeen “Vrouwenarbeid in de zomer” stortten. Dan ging het dus om het bollenpellen.

Daaraan moest een einde komen “om de zedelijkheid zoo veel mogelijk te beschermen….” Wat men zich daarbij nu precies moest voorstellen, is niet duidelijk.

In 1906 zette de Lissese Bond St. Gregorius het onderwerp Jongelingenarbeid hoog op de actielijst. Men kwam tot de conclusie dat het “mest kruien, karre met een kar, rietdragen en dergelijke man’s werk is” en dat “Jongelingenarbeid” pas werd toegestaan als de jongelieden de leeftijd van twaalf jaar hadden bereikt.Wat betreft de lengte van de arbeidsdag, die wilde men beperkt zien van 06.00 tot 19.00 uur en niet meer van zonsop­gang tot zonsondergang!

Arbeiders in de bollen. De foto is omstreeks 1900 gemaakt. Er werden zo goed als geen machines gebruikt. De handen vormden het gereedschap. Foto: Archief A. in ’t Veld

HET GLAZEN HUIS AAN DE HEEREWEG

Een interview  met eigenaar Hans van Zanten van het glazenhuis of het containerhuis, Heereweg 276. Het gebouw is van architect Wiel Arts. Hij won vele prijzen. Zijn werk staat in het tijdschrift ‘de Architect’ van november 1995. Het kostte weinig moeite een bouwvergunning te krijgen. Rozenheim en schuren waren volgens van Zanten een bouwval.

door Ine Elzinga

Fotografie: Hans Smulders

Nieuwsblad Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

Het huis waarover in Lisse het meest gesproken wordt, staat aan de Heereweg 276. Het wordt door de een bewonderend Het Glazen Huis genoemd en door de ander met afschuw Het Containerhuis. Onze verslaggeefster liet zich door eigenaar/bewoner Hans van Zanten uitgebreid informeren over het bijzondere pand en de architect.

Het is een doordeweekse avond. Ik parkeer mijn auto op de Heereweg en loop welgemoed en eigenlijk wel nieuwsgierig naar Het Glazen Huis. Dé nieuwste woning aan de Heereweg, waarvan niet iedere Lissenaar het een aanwinst vindt. Het straalt vriendelijk zachtgroen licht uit door het gemat­teerde glas. “Groen is de kleur van glas,” zal eigenaar bewoner Hans van Zanten mij later vertellen. Het is even zoeken naar de voordeur. Een onop­vallend zwart plekje op schouderhoogte verraadt de aanwezigheid van een bel. Een van de glazen panelen zwaait hartelijk open en ik word enigszins overweldigd door de sobere ruimtelijkheid die ik binnentreed. Hans van Zanten gaat mij voor naar zijn werkkamer.

Op zoek

Twintig jaar lang woonde Hans van Zanten met zijn gezin in de Poelpolder: “Dat huis werd te klein met vier mannetjes, onze zonen.” Het idee om zelf een huis te bouwen groeit: “Ik heb een bouwkundige opleiding en vervul een functie als bouwkundig adviseur. Eerst heb ik zelf geprobeerd een woning te ontwerpen, maar dat werd niets, ik ben geen architect.” Van Zanten gaat op zoek naar een geschikte locatie: “We hebben heel wat kavelsbekeken. Maar de aangeboden kavels in deze streek z ijn vaak klein en er worden door de overheid veel eisen gesteld. Je moet afstand houden van de erfgrens, de auto moet in huis, oftewel een inpandige garage. De materialen van gevels en daken liggen vast, evenals de kleuren. Als je al die eisen uitte­ kent, heb je de contouren van het huis al gereed. Bovendien verdringen door die beperkte ruimte al die woningen elkaar. Er zijn best mooie huizen bij maar ze komen zo slecht tot hun recht.

* Het Glazen Huis zoals het te zien is vanaf de Heereweg. Architect Wiel Arets ontwierp het pand uitgaande van rechthoekige blokken.

Bouwval Rozenheim

Villa Rozenheim staat al jaren leeg en het is Van Zanten duidelijk dat dit pand ooit afgebroken zal worden: “Het was een bouwval, er was in geen jaren onderhoud aan verricht. De fundering was gebroken, het dak lekte op meerdere plaatsen, de wind gierde er doorheen en architectonisch bezien viel er niets aan dat pand te beleven, een pand zonder bestaansrecht. De erachter liggende bollenschuur mocht niet eens betreden worden, die stond letterlijk op instorten. Voor de woning ernaast, in handen van dezelfde eige­naar, gold hetzelfde. Het gehele perceel bestond uit vier delen en had een totaal oppervlak van 4500 vierkante meter. Het bleek onverkoopbaar, de vraagprijs was lastig. Het achterliggende gedeelte had de bestemming tuin, daar kun je dus niet veel mee. Men heeft nog overwogen er appartementen voor senioren te bouwen, maar dat idee is door de gemeente afgewezen. Dat gedeelte heeft overigens nu de bestemming maatschappelijke functie, het­geen nog altijd weinig mogelijkheden biedt. Uiteindelijk heeft aannemers­bedrijf Van der Hulst zich ermee bemoeid. Het terrein is herverkaveld en wij hebben een rechthoekig gedeelte gekocht voor de bouw van onze woning.”

 

Architect Arets

De plek is daarmee bekend, maar er moet een architect worden gezocht. Van Zanten kent door zijn werk veel architecten: “Zakelijk bezien vond ik het niet verstandig om op een van hen een beroep te doen. Mijn vrouw en ik hebben veel rondgereden en panden bekeken die ons aanspraken. De bouw­stijl van architect Wiel Arets sprak ons beiden bijzonder aan en we hebben contact met hem gezocht.”

Er moest een programma van eisen worden opgesteld: “Gedurende een halfjaar hebben we regelmatig met Arets gesproken. Die gesprekken dien­den om elkaar te leren kennen en vragen te beantwoorden zoals: hoe is ons gezin georganiseerd, welke eisen stellen wij aan onze woning. De logistiek bijvoorbeeld, zoals hoe sta je op, ga je allemaal eerst douchen of juist niet, wat gebeurt er verder in huis en waar en wanneer. Die gesprekken gaven de architect een beeld van onze wooneisen. Dat we elkaar goed begrepen werd duidelijk toen Arets ons zijn eerste schets toonde, we waren enthousiast.”

Open verbindingen

Arets heeft de woning ingedeeld, uitgaande van een drietal rechthoekige blokken, zowel op de begane grond als op de eerste verdieping. Beneden betekent dat een ruime entree en links en rechts werkruimte voor zowel de vrouw als de heer des huizes. Er zijn open verbindingen met de erachter lig­gende leefruimte die iets lager ligt en uitzicht biedt op de tuin. De indeling getuigt van ruimtelijkheid en er is overzicht, duidelijkheid. De bewoners hebben te allen tijde de mogelijkheid zich terug te trekken of elkaar op te zoeken. Boven zijn er vier “mannen” kamers op rij met uitzicht op de kas­tanjebomen: “Aanvankelijk waren die aan de andere kant gepland, maar wij vonden het uitzicht op de blinde muur van de aan de zuidkant van ons huis gelegen woning niet erg inspirerend voor de jongens, daarom is het ontwerp toen gespiegeld.” Aan de straatkant is gebruik gemaakt van gematteerd glas, vooral in verband met de privacy: “Bovendien kunnen we ons uitzicht op de achtertuinen van de woningen van het Agathapark niet zo waarderen.” aldus Van Zanten. Het huis blijkt volledig aan de wensen van de bewoners aange­past.

Mengeling van bouwstijlen

Minstens zo belangrijk is het voor Van Zanten dat het huis in zijn omge­ving past. Architect Wiel Arets woont in Zuid Limburg. Hij bezoekt Lisse diverse keren om de situatie ter plekke te bekijken, maar dat lijkt Van

Zanten niet voldoende. Hij maakt een fotocollage van beide zijden van de Heereweg, zodat de architect tijdens het ontwerpproces de locatie concreet voor ogen heeft: “De Heereweg heeft totaal geen homogene oude bebou­wing zoals vaak wordt gezegd. Waarschijnlijk is dat alleen het beeld van mensen die er met een snelheid van vijftig kilometer per uur door rijden. Als je echt kijkt, zie je dat de bebouwing heel gedifferentieerd is.”

* Het Glazen Huis zoals het te zien is vanaf de achterkant. Architect Wiel Arets ontwierp het pand uitgaande van rechthoekige blokken.

Hardop de straat doordenkend, merkt hij op: “Als je vanaf de Lindenlaan naar het zuiden loopt, kom je eerst het oude klooster tegen, vervolgens de moderne architectuur van appartementengebouw de Kloosterhof. Je passeert daarna een aantal niet erg hoge, gewone huizen. Je komt dat afschuwelijke hek tegen die de Rustoordlaan afsluit. Dan een aantal echte herenhuizen, met prachtige bomen ervoor. Het oude politiebureau vind ik persoonlijk niet erg interessant. Daarnaast staat het moderne gebouw van het Arbeidsbureau en dan tot ieders verbazing een boerderij met een weide ervoor. Dat ligt dus ook aan de ‘oude’ Heereweg. Teruglopend aan de overzijde passeer je een aantal moderne villa’s, oudere woningen en ons uitzicht bestaat uit de ach­tertuinen van de woningen van het Agathapark. Verbijsterend. En de bandenzaak daarnaast past ook niet bepaald in het beeld van een homogene his­torische Heereweg.”

Kwetsbaar materiaal

Het ontwerp van de architect voldoet volledig aan de wooneisen van de familie en past uitstekend in de omgeving, meent Van Zanten: “De eerste schets van de architect was meteen raak. Er zijn maar kleine wijzigingen aangebracht zoals genoemde spiegeling waardoor het uitzicht van de ‘man­nen’ verbeterde. Wij wilden een sober gebouw met gebruik van zo weinig mogelijk verschillende materialen en kleuren. De architect wilde spanning aanbrengen door het gebruik van ogenschijnlijk kwetsbaar en fragiel mate­riaal zoals glas in combinatie met een ‘zwaardere’ bovenkant. Dat resulteer­de in beneden glazen panelen, aan de voorzijde gematteerd, aan de achter­zijde transparant, gecombineerd met een blok van gepatineerde zink op de eerste verdieping.”

De nokhoogte van de woning vormt een overgang van de hogere wonin­gen aan de zuidkant naar de lagere aan de noordzijde gelegen huizen. Een aantal details verwijzen naar de hier voorheen gelegen villa Rozenheim: “Het pand heeft aan de straatzijde boven een kleine nis die verwijst naar het balkonnetje van villa Rozenheim. Onze woning is op hetzelfde niveau gebouwd als zijn voorganger. De bebouwing was een villa met bollenschuur en is nu een huis met flinke garage, waarmee het geheel weer in balans is gebracht.”

Behoedzame gemeente

Het kostte niet veel moeite een bouwvergunning te krijgen voor dit opmerkelijke pand: “We hebben gedurende de gehele ontwikkeling van het plan voeling gehouden met de gemeente. Meteen de eerste tekeningen kreeg de toenmalige wethouder van ondermeer ruimtelijke ordening en volkshuis­vesting D. Stapel onder ogen. Het ontwerp was erg nieuw voor Lisse en de gemeente heeft behoedzaam en zorgvuldig gereageerd. Lisse heeft als klei­nere gemeente geen eigen welstandscommissie, maar laat zich adviseren door “Stad en Land”. Een gedelegeerde komt regelmatig langs om een blik te werpen op nieuwe plannen. Dit ontwerp is meegenomen naar de zogehe­ten kleine commissie en vervolgens ook in de grote commissie van “Stad en Land” besproken. Men was unaniem erg enthousiast, een perfect plan. Ook het stedenbouwkundig advies was uiterst positief. Omwonenden hadden geen bezwaren. Er zijn alleen wat problemen geweest bij de bouw van de garage, waarin we ook de bijkeuken hebben. Volgens een nooit eerder opge­merkt artikel in het bestemmingsplan, waarmee de gemeente pas tijdens de beoordeling van de bouwaanvraag op de proppen kwam, mocht deze niet groter zijn dan vijftig vierkante meter. De timing was ongelukkig en heeft veel tijd gekost.”

Over de drempel

Voor Van Zanten is Wiel Arets een hedendaags architect, die kans heeft gezien de millennium overstap te maken: “Ik vind dat de huidige vormge­ving te vaak terugverwijst naar lang vervlogen tijden. Veel ontwerpers heb­ben er moeite mee over de millennium drempel te stappen, vooruit te kij­ken. Natuurlijk zie je altijd een zekere vorm van herhaling. Wanneer in een periode “vierkant” het beeld bepaalt, volgt onherroepelijk daarna de ronde vorm als belangrijk item. Er lijkt nu echter ook sprake te zijn van een reïn­carnatie. Ik zie architecten in hun vormgeving een stap terug doen in plaats van vooruit. Historisch lijkende huizen gebouwd anno 2000 kunnen naar mijn mening echt niet. Architectuur die een gebouw uit vroeger tijden sug­gereert, is volgens mij niet echt. Arets is voor mij een hedendaags architect die vooruitkijkt. In zijn ontwerpen vind je geen verwijzing naar het verle­den.”

Heftige reacties                                                                                                 

De omgeving reageert in eerste instantie tamelijk heftig, maar nu ook de tuin voorlopig is aangelegd, lijkt de rust te zijn weergekeerd. Paula van Zanten: “Wanneer een huis afwijkt van het gemiddelde zijn de reacties vaak extremer, of heel positief, of juist negatief, vooral in het begin. Daarbij zijn de mensen nogal snel met hun conclusies. Men spreekt zijn afkeuring uit zonder zorgvuldig te hebben gekeken. Wanneer mensen de moeite nemen het huis beter te bekijken, zijn de reacties overwegend positief. Enkele dames van Rustoord, die vanuit hun seniorenwoning de bouw van onze woning hebben gevolgd, waren nieuwsgierig en hebben gevraagd of ze eens mochten komen kijken. Ik heb hen op de thee uitgenodigd en ze reageerden heel verrast. Wat een prachtige ruimte, zo licht en zo ruim, ja ook door gematteerd glas schijnt de zon de woning in. Voor mij is ook belangrijk dat het huis heel overzichtelijk is. Voor iedereen is er ruimte om zich terug te trekken, maar ook om elkaar tegen te komen.” Wanneer de gemeente de ver­gunningverlening rond heeft, zal de tuin definitief worden aangelegd naar een ontwerp van Adriaan van Geuze van West 8, een ontwerp wat in samen­spraak met Wiel Arets tot stand is gekomen.

 

Open en sober

Na het ontwerp en de daaropvolgende bouw is het aan de familie de woning in te richten. De woonsfeer die is opgeroepen in het gesprek is tast­baar aanwezig in de leefruimtes. Ik zit hier aan de glazen tafel in de werk­ruimte, met achter mij een grote boekenwand, met boeken dus, zonder prullaria ter versiering. Als ik tijdens het gesprek even voor mij uitkijk, zie ik de kinderen door de glazen wand in het leefgedeelte bezig. Mevrouw laat mij even later de benedenverdieping zien. Open en overzichtelijk, sober ingericht. De schaarse stijlvolle meubelstukken komen daardoor volledig tot hun recht. Midden in de ruimte staat een hoge felgekleurde toren van lego-stenen. Aan de losse stukjes die over de grond verspreid liggen, is te zien dat het bouwwerk nog niet klaar is. De “mannen” hebben hun plek gevon­den. Ik krijg mijn jas aangereikt. De deur gaat open en nog even sta ik met Hans van Zanten voor het huis. Hij heeft gelijk, het uitzicht op achtertuinen aan de overzijde met de recht geschoren hagen is niet echt geweldig.

WIE IS ACRCHITECT WIEL ARETS?

Wiel Arets werd in 1955 in Heerlen geboren. Reeds een jaar na het behalen van het einddiploma aan de Technische Universiteit in Eindhoven, richt hij een eigen architectenbureau “ir Wiel Arets Architect & Associates” op. Zijn werk is niet onopgemerkt gebleven, getuige het grote aantal prijzen dat hij won. Zijn werk staat in het tijd­schrift ‘de Architect’ van november 1995 omschreven als: “Veelal zijn de gebouwen omhuld met abstracte, zwijgende gevels, monumenten van stilte in de overvloed aan beelden die het hedendaagse stadsland­schap aanbiedt. Arets probeert hardnekkig aan een betekenisloze vormwillekeur te ontkomen door het aangaan van intensieve dialogen. Zijn ontwerpen zijn momentopnames in deze dialoog, ze geven geen antwoorden, maar roepen in hun roerloze aanblik vooral vragen op. De gebouwen communiceren stilzwijgend met de gebruikers en met hun omgeving.” Goede voorbeelden van de stijl van Wiel Arets zijn de 100 appartementen en de toren op KMNS-eiland in Amsterdam, het Hoofdkwartier van het AZL Pensioenfonds in Heerlen, het kantoorge­bouw Céramique in Maastricht, het Politiekantoor in Vaals en Apotheek ‘De Waag’ in Breda.

De sloop van Villa Rozenheim

14 juli 1995 Door het provinciale selectieteam is Villa Rozenheim, een pand uit circa 1880, op de concept-Indicatieve Lijst van potentiële Rijksmonumenten geplaatst.

juni 1996 De gemeente Lisse plaatst Villa Rozenheim op de concept-Indicatieve Lijst van potentiële Rijksmonumenten.

20 november 1996 De gemeente Lisse verleent een sloopvergunning voor Villa Rozenheim.

11 december 1996 De gemeente Lisse meldt de sloopvergunning in haar berichten in de plaatselijke pers.

16 december 1996 De Vereniging Oud Lisse tekent bij de gemeente Lisse bezwaar aan tegen het verlenen van de sloopvergunning.

19 december 1996 De Vereniging Oud Lisse verzoekt de Rijksdienst voor de Monumentenzorg Villa Rozenheim voorlopig op de Monumentenlijst te plaatsen.

dinsdag 7 januari 1997 Sloopmachines rond de Villa Rozenheim. De gemeente poogt informatie te krijgen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

woensdag 8 januari 1997 14.30 uur De gemeente ontvangt een fax van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg: de sloop mag niet doorgaan.

woensdag 8 januari 1997 14.30 uur De Villa Rozenheim is voor meer dan de helft gesloopt. De sloop stopzetten heeft geen zin.

14 januari 1997 De Rijksdienst voor de Monumentenzorg bericht de Vereniging Oud Lisse per aangetekend schrijven dat haar verzoek om de Villa Rozenheim aan te wijzen als beschermdmonument is ontvangen. (Dit betekent dat het pand vanaf 14 januari 1997 formeel bescherming geniet tegen sloop.)

 

OUDEJAARSNACHT STILLE NACHT

In het jaar 1757 deden schout en schepenen van Lisse een verordening uitgaan betreffende het vieren van Oudjaar. Want er was de laatste keer met geweren en pistolen geschoten. De aanbrenger kreeg een derde van de boete.

door R. J. Pex

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

In het jaar 1757 deden schout en schepenen van Lisse een verordening uitgaan betreffende het vieren van Oudjaar. Want er was de laatste keer met geweren en pistolen geschoten.

“Schout ende Burgemeesteren van Lisse, interdiceeren, ende verbieden bij deezen het schieten op Nieuwejaars Avond offNagt, met Roers, Pistolen, off ander Schietgeweer en alle misbruijk van boskruijt, hoe genaamt, in den dorpe van Lisse, van het Huijs van Adam Vreeburg aff, tot het huijs van Barend van der Bron toe, op een boete van 42 Stuijvers, ten behoeve van den Schout van Lisse, daar van den Aanbrenger zal genieten een derde Part, onvermindert het Regt van den Heer Houtvester van Holland, ende van den Heer Bailluw. Zullende de ouders voor haare kinderen, ende de voogden voor haare weezen moeten instaan, ende betaalen. Aldus gedaan, bij den Schout, ende alle de burgemeesteren op den 29e December 1757, ende ten zelven daage na voorgaande Klokkegeslag ter Poeje (pui, voorgevel) van het Regthuijs (de Witte Zwaan) voor den volke gepubliceert ende Geaffigeert.

Zo luidde de dreigende “keure” van de schout en Schepenen van Lisse gedateerd 29 december 1757.

Het huis van Adam Vreeburg stond mogelijk daar waar tot 1913 de boer­derij van Vreeburg stond recht tegenover de sigarenzaak van John de Bruijn. Adam was een zoon van Warbout Juriaanse Vreeburg. Hij was zowel timmerman als veeboer en overleed in 1766.

Het huis van Barend van der Bron wordt ook vermeld. Waar dit huis zich bevond valt helaas wat moeilijker aan te geven. Mogelijk stond het aan de andere kant van het dorp, in het Oosteinde waar ook tot 1962 de buiten­plaats Rosendaal stond. Barend van der Bron was geen onbekende figuur in zijn dagen. We komen zijn naam in de archieven regelmatig tegen. Hij is onder meer nog schepen geweest.

Opvallend is dat de “Aanbrenger”, de verklikker dus, ook nog een deel van de boete mag opstrijken, namelijk een derde.