Artikelen die betrekking hebben op de geschiedenis van Lisse en haar bewoners

Veldhorststraat met een linde (op de hoek met de Von Bönninghausenlaan)

Boomgegevens en adres

Prins Bernardboom

Boom 419 op Veldhorststraat met een linde (op de hoek met de Von Bönninghausenlaan)
Contactgegevens
Naam eigenaar: Gemeente Lisse
Contactadres: Heereweg 254, 2161 BS Lisse
E-mailadres: bomen@lisse.nl
Telefoonnummer: 140252

Boomgegevens in 2016
Boomsoort: Gewone linde
Wetenschappelijke naam: Tilia x europaea
Stamdiameter: 55 cm
Hoogteklasse: 12 – 18 m
Plantjaar: 1939
Boomtype: Niet vrij uitgroeiende boom

Bevindingen boomveiligheidscontrole in 2016
Kroon: Voldoende
Stam: Voldoende
Stamvoet: Voldoende
Conditie: Voldoende
Gebrek: Geen
Technische levensduur: > 5 jaar
Veiligheidscategorie: Boom zonder noemenswaardige afwijkingen
Maatregel: Geen veiligheidsmaatregel.

Aanwijscriteria in 2016
Beeldbepalend: Ja. Positieve bijdrage aan karakter, herkenbaarheid straat, wijk of dorp. Zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied.
Ecologisch waardevol: Nee.
Cultuurhistorisch waardevol: Ja. Herdenkingsboom.
Duurzame groeiplaats: Nee.
Zeldzaam, uniek of dendrologisch waardevol: Nee.

status in 2016
Vastgesteld in: 2005
Huidige status = waardevol
Gewenste status = waardevol

 

Bomenboek Oud Lisse2014

Broekweg 112 bij een Canadese populier (zuidoost hoek)

Boomgegevens en adres

Boom 398 bij Broekweg 112 met een Canadese populier (zuidoosthoek)
Contactgegevens
Naam eigenaar: Gemeente Lisse
Contactadres: Heereweg 254, 2161 BS Lisse
E-mailadres: bomen@lisse.nl
Telefoonnummer: 140252

Boomgegevens in 2016

Boomsoort: Canadese populier
Wetenschappelijke naam: Populus x canadensis
Stamdiameter: circa 180 cm
Hoogteklasse: 18 – 24 m
Plantjaar: 1940
Boomtype: Niet vrij uitgroeiende boom

Bevindingen boomveiligheidscontrole in 2016
Kroon: Onvoldoende
Stam: Matig
Stamvoet: Voldoende
Conditie: Voldoende
Gebrek: Bastnecrose (afgestorven bast). Blikseminslag. Mechanische
overbelasting. Onbalans lengte-/diameterverhouding tak(ken).
Technische levensduur: > 5 jaar
Veiligheidscategorie: Risicoboom
Maatregel: Kroon innemen. Jaarlijkse inspectie.

Aanwijscriteria in 2016
Beeldbepalend: Ja. Positieve bijdrage aan karakter, herkenbaarheid straat, wijk of dorp. Zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied. Grote omvang, vanuit 1 windrichting beeldbepalend.
Ecologisch waardevol: Nee.
Cultuurhistorisch waardevol: Nee.
Duurzame groeiplaats: Nee.
Zeldzaam, uniek of dendrologisch waardevol: Ja. Uniek vanwege grootte.

Status in 2016
Vastgesteld in: 2005
Huidige status = waardevol
Gewenste status = waardevol

 

Broekweg 112 boom 398

Bomenboek Oud Lisse 2014

Pareltje: het boek Vader Izaäk

Het ‘Pareltje’ van deze aflevering valt in de categorie ‘Genealogie’. Izaäk de Kooker scheef het boek ‘Vader Izaäk’ . Het verscheen in 2014 bij uitgeverij Boekscout. Het boek geeft een zeer herkenbaar beeld van het leven van een kleine zelfstandige en zijn gezin in de jaren 1950 tot 1970.

door Ria Grimbergen

Jaargang 20 nummer 3, 2021

Het ‘Pareltje’ van deze aflevering valt in de categorie ‘Genealogie’. Izaäk de Kooker werkte als adviseur Groenvoorziening bij de gemeente Lisse, maar stopte met werken, gedwongen door hartproblemen. Wachtend op een oproep voor een harttransplantatie, besloot hij de herinneringen aan zijn vader en het gezin waarin hij opgroeide op te schrijven. ‘Vader Izaäk’ verscheen in 2014 bij uitgeverij Boekscout. Het boek geeft een zeer herkenbaar beeld van het leven van een kleine zelfstandige en zijn gezin in de jaren 1950 tot 1970. Vader Izaäk is een harde werker met een driftig karakter, maar ook altijd in voor een grap. Hij verdiende zijn brood met het kweken van dahlia’s, perkplanten, vaste planten en bollen en huurde daarvoor land in de Haarlemmermeer en in Lisse. Later legde hij zich toe op het onderhoud van tuinen. ‘Een werkzaam leven vol hilarische momenten’ is de treffende ondertitel van dit boekje dat door veel Lissers met plezier zal worden gelezen. Jos van Bourgondiën leent het graag uit aan leden van de CHVOL, evenals de vele andere boeken uit de bibliotheek. Waardevolle exemplaren worden niet meegegeven,
maar zijn op dinsdagmorgen ter inzage in de Vergulde Zwaan.

Izaak de Kooker

PARELTJE: Parelduiken in Lisse Tijd Reis

Inmiddels is veel ingebracht in de database. Op internet is die via Lisse Tijd Reis na inloggen te raadplegen voor leden van de Vereniging Oud Lisse.

Ria Grimbergen

Jaargang 20 nummer 3, 2021

‘Ik heb een Pareltje voor je” zegt Jos van Bourgondiën, bibliothecaris van de CHVOL. Jos is hier volkomen op zijn plek. Hij heeft een grote liefde voor boeken, vooral op filosofisch en historisch terrein. Dat geldt ook voor zijn collega’s Peter Vink en Leen Sijpesteijn. Peter beheerde voorheen de collectie van het Museum De Zwarte Tulp en is een verwoed lezer van Russische literatuur. Leen verzorgt onder andere de invoer van nieuwe boeken in de database. Peter ondersteunt bij de beschrijving van boeken, de invoer in de database en het plaatsen van de aanwinsten in de kasten. Gedrieën zijn zij elke dinsdagmorgen te vinden op de bovenste verdieping van de Vergulde Zwaan, die nog
zo prettig naar vers hout ruikt. In de diepe archiefkasten staan de boeken netjes geordend op nummer. Inmiddels is veel ingebracht in de database. Op internet is die via Lisse Tijd Reis na inloggen te raadplegen voor leden van de
Vereniging Oud Lisse onder het label Tabellen, en vervolgens Boek. Het is heerlijk grasduinen in de lijst, die is opgedeeld in categorieën. Onder het kopje ‘Algemene historie Lisse’ staan de populaire fotoboeken van Herman van
Amsterdam en Peter van der Voort, maar ook een zeldzaam werkje uit 1943 van J. P. Raaphorst over de geschiedenis van de Parochie St. Agatha. Aanleiding was de stichting van de parochiekerk een eeuw eerder. Pastoor G. P. A. van Zuylen schrijft in zijn

Parelduiken in Lisse Tijd Reis
inleiding dat het eeuwfeest door de tijdsomstandigheden sober zal worden gevierd. De rubriek Bloembollencultuur is zeer uitgebreid en gevarieerd. Werk van Nieuwsblad-redacteur Arie in ’t Veld is goed vertegenwoordigd in deze categorie, naast het lijvige boekwerk ‘Drie eeuwen bollenexport’ van E. H. Krelage, de ‘bollenbijbel’ die de geschiedenis van de Nederlandse bollenhandel tot 1938 beschrijft. Aardig is een boekje uit 1916 van R. Schuiling over de bloembollenvelden in Lisse, dat hoorde bij de gelijknamige schoolplaat. De Parkgidsjes van Keukenhof en de corsoprogrammaboekjes vallen onder gelegenheidsdrukwerk, dat vaak in de papierbak belandt en verloren dreigt te gaan. Dat geldt ook voor adresboekjes en gemeentegidsen van Lisse. In een reguliere bibliotheek wordt dit drukwerk niet bewaard, maar dankzij de bibliotheek van de CHVOL zijn ze raadpleegbaar. Natuurlijk staan in de bibliotheek
ook de werken van streekhistoricus A. M. Hulkenberg en zijn opvolger Rob Pex, evenals die van Nieuwsblad-redacteur Arie in ’t Veld. Voor mensen die meer willen weten van de geschiedenis van Lisse onontbeerlijke naslagwerken door de uitgebreide registers en literatuurverwijzingen. Bijna alle boeken zijn geschonken. Penningmeester Jasper de Jong krijgt een enkele maal een verzoek geld beschikbaar te stellen voor een uitgave die onmisbaar is voor de collectie. Een belangrijke aanvulling was de nalatenschap van Bert Kölker. Kölker had bij
leven al veel boeken geschonken aan de bibliotheek, maar na zijn overlijden kwam zijn verzameling terecht bij de CHVOL. Veel daarvan wacht nog op archivering.

Oud Nieuws: Een kapitale hofstede aan de Veenderlaan (2)

De buitenplaats “Berkhout” was van grote klasse. De entree, de hofstede zelfde nieuwe boomgaard, het vinkenhuis, het zomerhuis en de vijver worden besproken.

door Dirk Floorijp

Jaargang 20 nummer 3, 2021

Na het overlijden van schout en secretaris mr. Hannard van Gorcum (Lisse 1632-Lisse 1681) stond een kapitale hofstede te koop aan de Veenderlaan. Het ging om de buitenplaats die later bekend werd als “Berkhout”. In 1691 werd een acte opgemaakt. Dat het over een kapitale hofstede ging blijkt wel uit de acte. In dit Nieuwsblad worden enkele zaken over onderhoud en de verbetering van het landgoed uitgelicht.

Getuigen
Maar liefst 17 personen legden getuigenissen af. Hun beroepen worden genoemd: tuinlieden, arbeiders, timmerlieden en een metselaar. Uit de getuigenissen blijkt dat er heel veel mensen betrokken waren bij de verbetering en het onderhoud op het landgoed. De periode van de getuigenissen loopt van 1681 tot 1690.

Entree bij de hofstede
Een kapitale hofstede vraagt om een fraaie entree. Over het onderhoud aan de pilaren aan de poort staat er: …hadden regt gewonnen ende ondervangen, en daaronder een geheel nieuw fundament hadden gemaakt met twee leggende balken van omtrent vijftien voeten ieder lang…..daarop gewrogt vier kespen, daar ’t metselwerk op geschoeijt, ende gefundeert was. Ende dat sulks wel hadde gekost tenminste dertig guldens, behalve ’t maken van de dammen. Een van de genoemde arbeiders, Cornelis Clase Stellingwerve getuigt dat hij met 4 à 5 andere personen in de somer van de jaren 1682 ofte 1683 aan het vereffenen van ’t bleijkveld ende de plaats voor de deur, welke met verscheijde lompe heuvelen oneffen was, tenminste twee dagen had gewerkt, ende dat daardoor het bleijkveld ende pleijn voor de hofstede netter ende sierlijker was geworden ende wel tenminste tien gulden had gekost.

De Hofstede
Timmerman Klinkenberg verklaart dat hij aan de hofstede hadde getimmert. Er wordt ondermeer gemeld: een venster in de kelder met nog twee groote vensters met kasijnen in het bloemkamertjje. Metselaar Jan Vlaanderen zegt in de keuke ende gange van de hofstede een nieuwe vloer had geleijt en de ook ander metselwerk gedaan en dat naar sijn oordeel alleen de vloer tenminste 16 gl. Had gekost. Samen verklaren ze Het muurtje van de haardstede in de keuke was uijtgebroken, uitgeset en vermaakt soo van steen als hout, alsook ’t geheele huijs van buijten en het hek ende banken was geverft.

Nieuwe boomgaard
Getuige Cornelis Jochemse Witteman verklaart al in den jare 1682 van een perceel land  omtrent achthonderd roeden, dat van slegte stoffe was had doen opregten een braven nieuwen boomgaard sijnde daar tevoren maar weinig boomgaard, ende meer gans niet fleurig,nog vrugtbaar. Dat moet toch zo’n 1,5 ha zijn geweest. Bovendien verklaren Witteman en getuige Jan Dirkse Klinkenberg, de timmerman, de boomgaard insonderheijd seer met ende sierlijk van paden ende anders had onderhouden. Gerrit Willemse Rode en Adriaan Florisse van der Wolf verklaren dat sij in
den jare 1683 ….. hadden opgemaakt de slooten om de boomgaard… ende daar voren bedongen ende ontfangen een somme van 19 gulden en 6 stuijvers ende vrij bier, behalven ’t gene andere verdiend hadden. Dat vrij bier komt vaak terug in de acte. Blijkbaar was het een goed gebruik om naast de gewone betaling ook vrij bier te verstrekken.

Vinkenhuis
Bij een kapitale hoeve ontbreekt het vinkenhuis natuurlijk niet. Timmerman Juriaan Bruijnse Vreeburg heeft op ordre en versoeke als timmerman gewrogt ende gemaakt had aan de speelhuijsen of vinkenhuijsen ….. ende dat hij selfs op eene tijd agter den anderen, aan een van deselve met sijn knegts alleen aan arbeijdsloon had verdiend vijfentwintig guldens eene stuijver, ende dat het voorsz: een speel of vinkenhuijs bijna geheel vernieuwd, ende soo in arbeijdsloon als hout en spijkers na sijn oordeel tenminste hadden gekost een somme van vijftig guldens. Het vangen van  vinken was een soort sport en een gebraden vinkje gold als een lekkernij. Blijkbaar mocht zo’n hobby wat kosten. Jan Dirkse Klinkenberg, timmerman, kwam in actie voor een vinkevlugt, een vinkekas int vinke kamertje. Prijzen staan er bij: De vinkenvlugt 30 gl. De vinkekas 10 gl.

Zomerhuis
Timmerman Jan Dirkse Klinkenberg en metselaar Jan Vlaanderen verklaren een somer of washuijs
van groot gemak ende nuttigheijt aan gemelde hofstede had aangebouwd … dat daartoe nieuwe delen ende ander nieuw houtwerk was vertimmert, ende dat het houtwerk ende arbeijdsloon, behalve de glasen, omtrent ende tenminste hadde gekost een somme van 60 gulden.

Vijver
In het vorig nieuwsblad lazen we al over de krioelende karpers. Het moet wel een grote vijver geweest zijn die in de loop der jaren werd vergroot en verfraaid. Lambert Pieterse Berendregt verklaart dat hij met sijn vader Pieter Symonse, …… ten minsten vijf a ses dagen hadden gediept ende omtrent vier voeten verwijt, ende daar voren ontfangen ijder 24 a 25 stuijvers des daags vrij bier. Gerrit Sijmonse Berendregt verklaart drie agtereen volgende jaren, na de voorgemelde eerste verdiepinge ……..de vijver telkens meerder hadde verdiept ende verwijt, ende bezig geweest agt of negen dagen ende daarvoor ontfangen eene gulden vijf stuijvers daags. Ook lezen we in de acte over een brugge over de vijver met een hekje item schutten in de vijver.

Ede Bovenstaande is maar een klein deel van wat de getuigen verklaren ijder in den sijnen des noods, ende
daartoe versogt sijnde met eede te sterken. Dankzij deze onder ede afgelegde verklaringen krijgen we een klein beetje een idee van hoe zo’n voorname hoeve reilde en zeilde. ■

Berkhout tot Lis staat er rechtsboven, een tekening van C. Pronk 1725
Cornelis Pronk tekende het in 1715 zo

BIJ DE VOORPLAAT: De Korenmolen

Een oude luchtfoto van de Hobahohallen. Ook de molenstomp van Beelen staat er op. De gracht is nog niet gedempt.

Jaargang 20 nummer 4, 2021

Redactie

De gracht met de afgeknotte molen “De Korenbloem” van Beelen in de bocht. De bocht die is er nog, niet meer zo vloeiend, maar wel herkenbaar. “Wat ben je toch veranderd in de jaren”, zong tante Leen over het mooie Amsterdam uit haar jeugd. Amsterdam heeft vrijwel al haar grachten nog. Lisse had er maar één en die konden we niet behouden.

De Gracht, de Haven, de Waag en de korenmolen.

Eén en al bedrijvigheid! Lisse was eigenlijk een soort wereldhaven. Onze bollen gingen hier vandaan naar alle uithoeken op onze aardbol. Door diezelfde bollen komt men uit de hele wereld een kijkje nemen in Lisse want hier begint de lente immers. Al die ‘bollenpelgrims” komen hier het voorjaar begroeten in onze achtertuin De Keukenhof.
Lisse moet je niet uitvlakken…..chauvinistisch? Echt niet!

Luchtfoto vsan molen van Beelen en de Gracht

Ontwikkeling van de postcode

Floorijp is vanaf het begin in 1974 betrokken geweest bij ontwikkeling van de Postcode in Nederland.   De problemen en wetenswaardigheden worden uitgebreid beschreven.

Dirk Floorijp

Jaargang 20 nummer 3, 2021

Vanaf het begin in 1974 ben ik bij de opbouw van de postcode betrokken geweest. U weet waarschijnlijk weinig of niets over uw postcode. Ik hoop dat u er tevreden mee bent.

Hoogstwaarschijnlijk is de postcode die u heeft door mij uitgegeven. Ik ben 20 jaar coördinator geweest van NoordHolland, dat liep van Texel tot Sassenheim en viel onder het postdistrict Haarlem. In Noord-Holland vielen Amsterdam en het Gooi hier buiten, die hadden zelf een coördinator. Ik ging over de postcodes 1440 tot en met 2199.
Lisse heeft de postcodes 2160 tot en met 2163 met 2164 als reserve. Wist u overigens dat het woord postcode foutief gebruikt wordt en niets heeft te maken met de postcodeloterij. Officieel werd de term woonplaatscode gebruikt.
De jaren zeventig in de 20e eeuw De wereld zag er anders uit dan nu. Om de toenemende poststromen te verwerken (zou je nu niet meer zeggen) wilde men kijken of dit langs geautomatiseerde weg kon. Er werd gekeken naar Duitsland, Engeland en Canada waar al gewerkt werd met codes. Duitsland viel af omdat die code alleen verwerkt kon worden aan de verzendkant en niet geschikt was aan de ontvangstkant. De Nederlandse code is een combinatie geworden van de Engelse en Canadese code. Wij waren met onze postcode veel landen ver vooruit. Ze wilden die kunst wel van ons afkijken. Zo heb ik eens een postdirecteur met een assistent uit een miljoenenstad in Iran twee dagen meegenomen voor een opname in Spaarndam. Zij kwamen, met een tolk uiteraard, bij ons op werkbezoek. Je moet je voorstellen dat de helft daar in Iran in die tijd nog niet eens een huisnummer had. We gingen in Spaarndam met ze paling eten in een visrestaurant (de baas betaalde). Ze dachten dat ze slangen voorgezet kregen.

Voorbereidingen
Het post sorteren was arbeidsintensief werk. Er moesten mensen worden opgeleid die alle plaatsen van Nederland uit het hoofd leerden. Zouden machines dat niet over kunnen nemen? Een expediteur las en sorteerde 3000
brieven per uur. Machines later 30.000 en werden ook niet moe. Vanouds waren er, voordat een brief bij een geadresseerde in de bus viel, al heel wat handelingen verricht. In de plaats van aankomst was gesorteerd. Briefpost, briefpakjes (belstukken) apart. Tot omstreeks 1970 waren er nog 2 bestellingen per dag. Het meeste sorteerwerk gebeurde ’s nachts voor de morgenbestelling (eerste trans). In de ochtenduren werd de post gesorteerd voor de middagwijken (tweede trans). In hun eigen sorteerkast sorteerden de bestellers hun loop op volgorde van de straten. Ten slotte werd elke straat op volgorde van de huisnummers gezet. Dit gebeurde met zetblokken en zetharken. Allemaal handwerk! Na de invoering van de postcode zou machinaal gesorteerd aangeboden worden op postcode/huisnummer.
We hebben 4 jaar voorbereiding gehad eer de postcode werd ingevoerd. Alle huisnummers die door de gemeente waren uitgegeven, moesten ingevoerd worden, al was het maar het nummer van een penhuisje. Waarschijnlijk
kent u deze term nog wel voor een transformatiehuisje van het Provinciale Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland ( P.E.N.). Je ziet P.E.N. vaak nog wel op de gebouwtjes staan.

Commercie
Ook de commerciële kant werd bij de inventarisatie meegenomen. Het versturen van gerichte reclames had toekomst. Een firma als Bakker had niets aan appartementen om zijn bollen te slijten, die wilde tuintjes. Zo wilde
een bedrijf in agrarische producten de boerderijen benaderen. Alle winkels kregen een perceelscode W, boerderijen een B, alle eengezinswoningen met tuin een T en dan was er nog de H van hoogbouw. Bedrijven konden bestanden kopen voor hun gerichte reclame. Wehkamp betaalde toen 80 cent per adres voor gerichte reclame.

Postcodes per woonplaats
Er werden afspraken gemaakt met gemeenten die aangaven welke woonplaatsen ze in hun bestanden voor de postcodes wilden opnemen. Gemeenten waren daar autonoom in. Zo werd Julianadorp afgevoerd als woonplaats en
werd een wijk van Den Helder. Oudorp werd door de gemeente Alkmaar niet als woonplaats erkend, maar door acties en protesten van de bewoners is dat teruggedraaid. Dit is Oudorp met één d. Ouddorp met 2 x d ligt op GoereeOverflakkee. Zo bestaat ook Scheveningen niet meer bij de woonplaatsen maar is een wijk van Den Haag. Iedere Nederlander zat minstens 15 keer in overheids- of andere bestanden en dat kostte geld om die om te zetten.

De afspraak was dat er zo weinig mogelijk omnummeringen plaats zouden vinden. Een omnummering kostte de gemeenten toen 100 gulden per adres. Een leuke vraag voor een quiz: wanneer is de postcode ingevoerd? Weet u het? *

Invoering nummering
De nummering van postcodes begint in Amsterdam met 1000 en gaat zo het land door en eindigt in een plaatsje boven in Groningen, het plaatsje Stitswerd met 9999. Niemand kon een postcode aanvragen, wat aan de beurt was dat kreeg je. Eén uitzondering werd er gemaakt. Koningin Beatrix vroeg of ze  decode AA kon krijgen, net als bij haar wagenpark. Dat is haar natuurlijk niet geweigerd. Als iemand wel eens denkt of droomt de postcodeprijs te winnen, vergeet het dan maar, de kans is net zo groot dat u wordt aangereden in het verkeer. Lisse alleen heeft al enkele honderden codes. Voor de inventarisatie van de postcodes in Lisse huurden we twee weken een zaaltje in café Het Haantje (nu eetcafé Lef) op het Vierkant. Voor mij was dit dus een thuiswedstrijd. Zo trokken we met een groepje van een man of tien uit postdistrict Haarlem alle dorpen af om de inventarisatie rond te krijgen.

Startprobleem
De machines werden gemaakt in Japan en ook geïnstalleerd door de Japanners. Groot was de consternatie in de plaats Stitswerd direct na de invoering. Dat plaatsje kreeg toen wel 20 zakken post terwijl ze normaal maar 2 zakjes per dag kregen. Wat was hier aan de hand. Alles wat de machine niet kon lezen gooide die naar het hoogste nummer. Bij het uitgeven van postcodes liepen we ook tegen andersoortige problemen aan. Letters met een oorlogsverleden
mochten niet uitgegeven worden zoals WA, SA, SD, SS. Ook een aantal andere lettercombinaties werden om technische redenen gemeden zoals O, I, IJ, Q, MM en WW. Dat was ook zo in de wegenverkeerswet, op de kentekenplaten. Toen stonden op de kentekenplaten nog twee letters, nu drie. Als je nu in Eindhoven woont
en fan bent van PSV en je krijgt die lettercombinatie dan wil je zo’n auto toch nooit meer kwijt. Dan waren er nog codes die in enkele plaatsen niet gebruikt konden worden. Zoals in Bergen de code AL. Samen zou dat Albergen
vormen en je had ook de plaats Albergen. Dat de postcode zo’n grote vlucht zou nemen konden we ons toen nog niet indenken. In het begin kwam de politie nogal eens bij me langs, ze hadden weer een fiets gevonden en vroegen dan om het adres van die code, die ingegraveerd was in de fiets. Later kregen ze zelf de bestanden. Als dank kwam een motoragent wel eens een stropdas met monogram langsbrengen.

Onbekend en onbemind
Ik heb nooit een telefoontje gehad van iemand die erg tevreden was met de postcode die ik had gegeven, wel het tegendeel. Mensen die het er helemaal niet mee eens waren. Dan belde een kwade meneer die had WC gekregen, ja,
die letter was aan de beurt, maar hij wilde een andere. Dat ging dus niet. Meneer, als u Willem Cornelis Jansen heet, staat u als W.C. Jansen in het telefoonboek en niemand zal er over vallen, dus geen argument. Ik gaf eens de letters BP aan een Shell station, waar ze ook niet blij mee waren. Het meeste last had ik met bepaalde mensen, ik zal maar zeggen met kouwe kak. Mensen kenden het verschil niet tussen gemeente en woonplaats. Een gemeente kan uit meerdere woonplaatsen bestaan. Lisse is één gemeente en één woonplaats maar de Haarlemmermeer heeft wel 13 woonplaatsen en de gemeente bestaat niet als woonplaats. Zo kwamen bewoners van Santpoort-Noord vaak aan de bel trekken: dat ze een code wilden van Bloemendaal, want daar woon ik. Er is een Santpoort-Zuid in gemeente Velsen en Santpoort- Noord in Gemeente Bloemendaal. Er was veel misverstand om uit te leggen dat gemeente iets anders is dan woonplaats. Er waren ook wel eens mensen die vroegen: hoe wisten ze dat wij zwartkijkers waren
(betaalden geen kijk- en luistergeld). De dienst luister- en kijkgelden had een eigen bestand van tv-kijkers. Als ze dat tegen ons bestand afdraaiden, hielden ze de percelen over die in hun bestand niet voor kwamen en hoefden
ze alleen die panden te controleren. Zo liep je soms tegen de lamp.

Postcode
Postcodes kunnen eigenlijk niet worden gewijzigd. Bij gemeentelijke herindelingen blijven de woonplaatsen bestaan. Omdat de postcode aan de woonplaats is opgehangen en niet aan de gemeente, verandert er dus niks. Wel is er sinds
de invoering van de postcode een kleine corrctieslag geweest. Er is op een bepaald moment een afspraak gemaakt tussen PostNL en het ministerie om dorpskernen met een eigen naam ook een eigen postcode te geven. Heusden
gaf als laatste gemeente in Nederland in 2018 gehoor aan deze afspraak tussen PostNL en het ministerie waardoor de inwoners van Doeveren, Heesbeen, Oudheusden, Herpt, Hedikhuizen een andere postcode kregen. Dat bracht natuurlijk nogal wat protesten en problemen met zich mee. Ondernemers werden gecompenseerd voor bedragen van € 100,- tot € 500,-. Dat kostte de gemeente meer dan 50 mille! Normaal zitten er 25 huizen in een postcode. Dat aantal is geënt op een zethark. Voor de postbestelling wordt daarin alles op loopvolgorde gezet. Soms zijn er grote uitzonderingen op het aantal nummers in een postcode. Wanneer er bij afbraak een flat tussen gebouwd wordt, dan zitten er veel meer dan 25 nummers in een postcode en wordt er gewerkt met een subnummer. Met een omnummering van straten loopt het soms ook heel anders. Neem de Irenestraat waar ik woon. Vroeger liep de
nummering van de Koningstraat tot het Nassaupark, altijd links oneven en rechts even. De straat werd afgebroken en er kwam een andere huisnummering. De even zijde liep oorspronkelijk van 2 naar 20 en de oneven zijde van 1 tot
69. Toen is besloten om het om te draaien en de nummers vanaf het Nassaupark te laten lopen, vanwege de postcode. Nu is dus de nummering 1 tot 29, wat vroeger de even kant was, en 2 tot 94, wat eerst oneven was.

Gevolgen voor personeel
Het gebruik van postcodes bracht de nodige veranderingen met zich mee binnen de organisatie van de posterijen. Voor het personeel werd het sorteren langzaam afgeschaft in overleg met de bonden. De sorteerders in Lisse gingen gewoon aan het werk in de bestelling. In de steden waren er expediteurs, die kregen een andere functie.

Historisch materiaal bij VOL
Wanneer je nu een adres bij een postcode wilt weten, of andersom, dan zoek je simpelweg op de computer of op de telefoon. Ook uit de streepjescode die de machine op de enveloppen drukt kan je het adres aflezen en achterhalen. Maar deze snufjes waren er 50 jaar geleden nog niet. Internet kwam in de 80-er jaren van de vorige eeuw. Bij Oud Lisse is een unieke verzameling die je nergens anders zult vinden. Na mijn pensionering heb ik die geschonken.
Het betreft het hele postcodeboek op microfiches, een landelijk stratenregister en een postcodetabel van 1000 tot en met 9999 met een reader om het uit te lezen.

  • (1 mrt. 1978.)

Dirk Floorijp, de “postcodeman”, hard aan het werk om ons van postcodes te voorzien met de modernste apparatuur van toen.

Bij de hartpagina: De watertoren

Een oude luchtfoto van de Steenfabriek en omgeving laat goed zien wat er veranderd is.

Redactie

Nieuwsblad Jaargang 20 nummer 3, 2021

Beetje gluren bij de noorderburen moet kunnen! Vinden jullie ook niet? Het is tenslotte ook onze watertoren die nu in de steigers staat. Op de hartpagina staat de watertoren ook in de steigers. Weliswaar is het nog maar een ukkie! Maar kleintjes worden groot en uiteindelijk is de watertoren een landmark geworden die je al van zeer ver kon zien. Dan wist je dat je bijna thuis was. Links onder zien we nog net een stukje Lisses grondgebied. Heel wat Lissers zijn naar het ‘witte dorpje’ verhuisd om te werken en te wonen bij de kalkzandsteenfabriek de Arnoud. De fabriek werd later overgenomen door concurrent Van Herwaarden. De kalkzandsteenfabriek draait nog op volle toeren. De karakteristieke huisjes zijn gesloopt en het industrieterrein doet nog herinneren aan de naam Arnoud. De watertoren mocht blijven ook al krijgt ze nu een andere functie. De watertoren is ontworpen door architect A.D. Heederik en werd gebouwd in 1925. De watertoren heeft een hoogte van ruim 45 meter en had een waterreservoir van 660 m3. Uit de Leidse Courant van 11 mei 1925 blijkt dat de lokale pers onder de indruk was van de enorme omvang van het gevaarte. Een prijsvraag uitgeschreven door de gemeente Hillegom voor de herbestemming van de watertoren heeft ertoe bijgedragen dat de gemeente Hillegom in 2007 een overeenkomst sloot met projectontwikkelaar SVO Initiatief B.V. In 2008 heeft A. Wijnhout Beheer B.V. de rechten van deze projectontwikkelaar overgenomen en is de naam veranderd naar Watertoren Bollenstreek. Watertoren Bollenstreek heeft samen met architect Lars Bouwman nieuwe tekeningen gemaakt voor een nieuwe en duurzame bestemming voor de watertoren. Aan de watertoren wordt een plint gebouwd waar AW Groep als een van de huurders van Watertoren Bollenstreek, zich gaat vestigen. AW Groep is een dynamisch bedrijf dat werkzaam is op het gebied van grond-, weg- en waterbouw,  betonbouw, groenwerken én de levering en verhandeling van bouwstoffen. Verder komen er in het gebouw diverse werkplekken en vergaderruimten, een barista, een collegezaal en diverse mogelijkheden voor evenementen en educatie. In 2021 is de bouw gestart. Momenteel wordt er volop gewerkt aan de ontwikkeling van de plannen. Naar verwachting opent de Watertoren van de Bollenstreek de deuren in het voorjaar van 2022. Zal dan de verandering bij de kruising N207 met de N208 ook al klaar zijn? Rechtsboven in de hartpagina gaat het gebeuren. De verandering komt er om de verkeersdoorstroming beter te laten verlopen. Wat nu als de brug over de Ringvaart open gaat voor al die zeiljachten die rustig doorstromen en het wegverkeer stil staat?

Hartpagina: Tentoonstelling Keukenhof heeft de VOL een aantal foto’s beschikbaar gesteld voor publicatie.

Tentoonstelling Keukenhof heeft de VOL een aantal foto’s beschikbaar gesteld voor publicatie.

Redactie

Jaargang 20 nummer 2, 2021

Lisse kende meerdere heldere beken in het verleden, maar deze is ongekend mooi. Die “schöne blaue Donau” is lang niet zo “schön und blau” als deze blauwe rivier in de Keukenhof. Hopelijk kabbelen volgend jaar de blauwe druifjes weer langs narcissen, hyacinten en tulpen en mogen mensenogen daar weer volop van genieten. Net als dat andere veelkleurige lint van praalwagens dat door de Bollenstreek rijdt, langs mensen van allerlei kleur uit vele landen. De lente vieren, is toch een mooier feest als iedereen weer komt mee genieten! Stel je voor, je versiert je huis met slingers en je slaat van alles in om het gezellig te maken. Als het dan zover is mag je niemand ontvangen. Al je werk is voor niets geweest. Dan praat je over iets kleins maar hier zit zoveel arbeid in de grond, zoveel organisatie, het is haast niet te beschrijven en dat voor een tweede keer. Wij van VOL wensen de KEUKENHOF voor komend jaar een VOL Keukenhof toe. We hopen ook dat de mensen straks niet voor niets op het corso staan te wachten.

We wachten met z’n allen tot het corsoweer door de streek mag trekken.Jos van Driel beeldde dat zo mooi uit in één vanzijn reclameuitingen. Dat gevoel, het turen in de verte voorbij de mensenmassa of je alwat aan ziet komen. Flarden muziek van Canite Tuba hoorde je al maar je zag nog niets. Reclamevliegtuigjes waren al ver vooruit. Politie op de motor en te paard zorgde dat mensenachter de denkbeeldige lijn bleven. Het kon dan niet lang meer duren!”De spanning stijgt”

 

VAN AARDAKER TOT ZWANENBLOEM: Trompenburg bij Rustoord

Een boek over de wilde planten uit de Duin- en Bollenstreek is verschenen in 2018.  In Lisse werd op een aantal plaatsen geïnventariseerd voor deze  uitgegeven nieuwe flora. Zeer de moeite waard waren de waarnemingen op het braakliggende terrein bij Rustoord.

door Liesbeth Brouwer

Jaargang 20 nummer 2, 2021

Zo luidt de titel van het boek over de wilde planten uit de Duin- en Bollenstreek dat in 2018 verscheen. De auteurs van dit boek, met als ondertitel Flora van de Duin- en Bollenstreek, zijn Jelle van Dijk en Hans van Stijn. De titel “Van Aardaker tot Zwanenbloem” is vast met een knipoog bedoeld om aan te duiden dat de flora van a tot z beschreven is. De vorige uitgave van zo’n flora dateerde al van 1994 en had toen de simpele titel Flora van de Duin- en Bollenstreek. Ook daarvoor verschenen uitgaven die de plantengroei in de Duin- en Bollenstreek beschreven. Het samenstellen van een flora is een enorm karwei. Geen wonder dat er ruim 10 jaar zat tussen de uitgave van ”Van Aardaker tot Zwanenbloem” en zijn directe voorganger.

Eerdere regionale flora
De oudste voorganger van dit boek was de Flora Leidensis, verschenen in 1840. Dit boek is praktisch geheel in het Latijn geschreven, met uitzondering van de vindplaatsen van planten. Het is inmiddels gedigitaliseerd en op internet in te zien. Zo kun je makkelijk opzoeken welke planten zijn beschreven met als vindplaats Lisse. Schrijvers van de Flora Leidensis. Als je bedenkt hoe tijdrovend het samenstellen van een flora is dan is het eigenlijk onvoorstelbaar dat de samenstellers van de Flora Leidensis, Julian Hendrik Molkenboer (1816-1854) en Coenraad Kerbert (1816 – 1857), nog maar 24 jaar oud waren toen hun flora werd uitgegeven. Beiden hadden medicijnen gestudeerd in Leiden. Kerbert werd arts in Koog a/d Zaan, maar was ook een kundig botanicus en publiceerde daarover. Molkenboer werd de bekendste van de twee. Hij was zeer geïnteresseerd in plantkunde en daarom aanvaardde hij in 1840 een aanstelling bij het Rijksherbarium waar hij verder kon gaan met de studie van mossen. Hij schreef boeken over de mosflora in Suriname (en Venezuela) en van die in Java. Molkenboer was in 1845 een van de oprichters van de Vereeniging voor de Nederlandsche Flora. Later werd dit de Koninklijke Nederlandse Botanische Vereniging. Deze KNBV is één van de oudste wetenschappelijke verenigingen in Nederland. Over het Rijksherbarium is een aardig historisch verhaal te vertellen. In 1829 was men het Rijksherbarium in Brussel begonnen. In die tijd vormden België en Nederland samen het Koninkrijk der Nederlanden. Ook de beroemde Japankenner en verzamelaar Von Siebold had zijn Japanse verzameling gedroogde planten bij dit herbarium in Brussel ondergebracht. Von Siebold was op dat moment uit Japan verbannen vanwege vermeende spionage. Terug in de Nederlanden vestigde hij zich in Leiden aan het Rapenburg. Tussen de Belgen en de Nederlanders heerste een zeer gespannen sfeer. Toen de Belgen in 1830 in opstand kwamen en een onafhankelijk België proclameerden, was dit voor Von Siebold het sein om zijn Japanse herbarium spoorslags naar de Noordelijke Nederlanden te halen. Dat werd het begin van het Rijksherbarium in Leiden dat in 1999 samengevoegd werd met andere herbaria onder de naam Nationaal Herbarium Nederland.

Landschap
Het zal niemand verwonderen dat de wilde flora sinds de tijd van het verschijnen van de Flora Leidensis enorm veranderd is. Als oorzaak voor veranderingen denken we nu vaak als eerste aan de klimaatverandering, maar meer nog is de landschappelijke verandering van onze streek daar debet aan. Je moet je eens indenken hoe de auteurs begin 19e eeuw de streek verkenden en hun waarnemingen vastlegden. Fotografie bestond niet. Te voet moeten ze de streek zijn ingetrokken, aantekeningen en schetsjes makend. Het landschap van afwisselend strandwallen en strandvlaktes was nog grotendeels in takt. Het grootschalig afzanden van de duinen was nog niet aan de orde. Eigenlijk was de Bollenstreek toen nog geen Bollenstreek. De meeste strandwallen waren niet in cultuur gebracht en waren dicht begroeid met bomen. Bij de dorpen was kleinschalige akker- en tuinbouw. Belangrijk was de veehouderij op de strandvlaktes. In de Flora Leidensis wordt wilde flora beschreven die voorkomt in “koornlanden, bouwlanden en akkers”. Er zijn waarnemingen “tussen de gerst, op het tarweland, tussen de klaver”. Een landschap waar veel akkeronkruiden waar te nemen waren.

Wilde flora in deze tijd
De streek is sinds het verschijnen van die eerste flora gigantisch veranderd en daarmee veranderde ook de
wilde flora. Als landschapstypes kun je nu onder scheiden: de duinen, de bossen, de graslanden en natuurlijk de bollenvelden die onze streek zo ken merkend maken. Maar ook waarnemingen in de bebouwde gebieden en langs de waterkanten leveren interessante gegevens op van wilde flora. Sinds die eerste flora van onze streek is de soortenrijkdom afgenomen. In het hele land trouwens en dat was de reden om in 1950 een Rode Lijst op te stellen
van bedreigde planten. Gelukkig lijkt het de laatste jaren iets de goede kant op te gaan. We genieten allemaal van de bloemrijke wegbermen en van de bloemenranden om akkers die helpen bij het vergroten van de biodiversiteit. Ook maaibeheer is van belang. Zo stelde onze gemeente het maaien van bermen en oevers dit jaar een paar weken uit omdat de natuur erg laat was door het natte en koude voorjaar. Duidelijk is dat we alert moeten blijven en daarom is
het goed dat een boek als “Van Aardaker tot Zwanenbloem” een systematisch overzicht geeft van hier voorkomende soorten, de afname of toename ervan signaleert en daarbij ook de Rode Lijst gebruikt. Overigens is niet alleen van afname sprake. Zo werden rond campings soorten gevonden die niet eerder in Nederland voorkwamen. Dat zal met onze mobiliteit, die nu door corona wat beperkter is, te maken hebben, maar kan zeker ook een relatie hebben met
de klimaatverandering.

Waarnemingen in Lisse
In Lisse werd op een aantal plaatsen geïnventariseerd voor de uitgegeven nieuwe flora. Zeer de moeite waard waren de waarnemingen op het braakliggende terrein bij Rustoord. Het gebied tussen de Achterweg en de Heereweg ligt op een strandwal. Dit gebied werd eeuwen geleden al afgezand waarna er groenten en kruiden geteeld werden. Later werden dat bloembollen. Eind 50’er jaren van de vorige eeuw ontstond de behoefte een protestants-christelijk bejaardenhuis te stichten. Van de heer Blokhuis werd dit perceel daartoe aangekocht, waarna de bouw van het bejaardenhuis Rustoord in 1960 startte. Aan de Heereweg lag het bedrijf Austria Deuren. Al weer jaren geleden werden de gebouwen van Austria en het oude Rustoord gesloopt en daarna lag het gebied van ruim 2 hectare braak, er gebeurde niks. Maar eigenlijk gebeurde er veel. De bovenste aardlaag was vroeger bemest. De nog aanwezige resten daarvan werden uitgespoeld en zo ontstond weer een schrale bovenlaag. Een goed milieu waar zich spontaan duinvegetatie op zou kunnen ontwikkelen. Dat dit gebeurde werd bevestigd bij de inventarisaties die op het terrein in 2016 en 2017 uitgevoerd werden door Jelle van Dijk van het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek (MODB). De resultaten werden opgenomen in het boek “Van Aardaker tot Zwanenbloem”. Het  blijkt dat zich een buitengewoon soortenrijke duinvegetatie heeft kunnen ontwikkelen. Als eerste moet het gekield druifkruid worden genoemd. In juli 2017 groeiden bij Rustoord ruim 350 planten van deze zeldzame soort, waarvan tot dan toe pas 15 groeiplekken in Nederland gevonden waren, meestal in de duinen. Dicht bij de ingang van het oude Rustoord groeiden zo’n honderd forse planten van de alsemambrosia, de bekende hooikoortsplant. Waar Austria heeft gezeten, werden ook soorten die in de duinen groeien gevonden. Er groeiden soorten als duinaveruit en koningskaars. In deze hoek waren ook wilde peen, wilde marjolein, ruig klokje en bergroos te vinden. Aan de noordkant werden in 2017 honderden planten van de esdoornganzenvoet gesignaleerd. Deze soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeldzaam beschreven. Uitlopers van de druivelaar of wijnstok waren er tot op 10 m hoog te zien. Inmiddels staat aan de Heereweg een bord met het plan voor Nieuw Trompenburg. De bouw zal volgens planning volgend jaar beginnen.
Dat betekent dan het einde van de duinvegetatie. Maar hier blijkt ook uit hoe groot het herstelvermogen van de natuur kan zijn.

Tekeningen
In deze coronatijd wordt weer meer gewandeld en waarderen we onze mooie omgeving des te meer. De wilde begroeiing bij Rustoord zal u waarschijnlijk al zijn opgevallen. Met onze telefoontoestellen maken we de mooiste foto’s, waarbij we de fraaiste details kunnen laten zien. Vaak hebben we op die telefoon zelfs een app die ons helpt om planten te determineren. In de tijd van de Flora Leidensis moest men het doen met tekeningen. Het maken van botanische tekeningen heeft al een oude geschiedenis. Er zijn al houtsneden bekend van rond 1500. De eerder genoemde Von Siebolt gaf in zijn Japanse tijd opdracht aan de Japanse schilder Kawahara Keiga om planten en bloemen te schilderen. Veel van die werken bevinden zich in Nederlandse musea. Het beroep botanisch tekenaar leek sinds de fotografie een uitstervend beroep, maar het leeft nog steeds. In de hobbysfeer worden tegenwoordig veel cursussen botanisch tekenen aangeboden. Online kunnen zelfs de beginselen ervan geleerd worden. Misschien een idee voor een nieuwe hobby. De redactie van het Nieuwsblad lijkt het leuk om eens wat meer aandacht te besteden aan de vaak prachtige oude afbeeldingen van bloemen en planten, door kunstenaars zo exact mogelijk naar de werkelijkheid weergegeven. We trappen af met de aardaker en in volgende Nieuwsbladen zullen we andere voorbeelden laten zien.