DEVER 650 jaar: Pruisenreizen met Reinier
Sporen van vroeger (LisserNieuws)
17 februari 2026
Door Nico Groen
In de jaren zeventig van de 14e eeuw is donjon Dever door ridder Reinier d’Ever gebouwd. Waarschijnlijk is de bouw gestart in 1376, nu 650 jaar geleden. Daarom wordt in Sporen van Vroeger komende tijd ingegaan op de geschiedenis van Dever. Reinier d’Ever deed aan vele kruistochten naar Pruisen mee.
In de 14e eeuw en eerder werden kruistochten ondernomen om heidenen te kerstenen. Niet alleen naar Palestina maar ook bijvoorbeeld naar Pruisen in het tegenwoordige Polen en Rusland om van daar uit Litouwen met geweld tot het christendom te bekeren. Reinier heeft zeker aan vijf, mogelijk meer aan van die Pruisenreizen meegedaan.
Jan van Blois
Van de Pruisenreis in 1368/1369 is veel bekend, omdat er veel gegevens bewaard zijn gebleven. Reinier heeft ook meegedaan aan deze reis. Jan van Blois organiseerde deze reis. Hij was geboren rond 1342 en overleed in Schoonhoven in 1381. Hij was graaf van Blois. Dit graafschap was een van de belangrijkste gebieden van het koninkrijk Frankrijk. In 1356 erfde hij ten gevolge van het testament van zijn grootvader Jan van Beaumont diens uitgestrekte bezittingen in Holland en Zeeland. Deze bezittingen vormden vrijwel een staat binnen het graafschap Holland en Zeeland. Hij was dus een zeer belangrijke en rijke edelman. Jan van Blois nam tweemaal deel aan de Pruisenreizen tegen de heidenen van Litouwen (1362/1363 en 1368-1369).
Onderstaande gegevens komen uit een artikel uit 2020 van Folkert van der Veen en Cees van Biezen in het Dever Bulletin, dat jaarlijks uitgegeven wordt door de Stichting Vrienden van ’t Huys Dever.
Op maandag 20 november 1368 verzamelde een groot gezelschap zich in Geertruidenberg en vertrok van daaruit naar Hasselt en Maastricht. Daar sloten zich nog diverse ridders en manschappen aan. Daarna ging het via Keulen, Dortmund en de rivier de Aller naar Rostock en vervolgens naar Königsberg, dat nu Kaliningrad heet en in Rusland ligt. Daar werd het leger welkom geheten door de christelijke Duitse kruisridderorde. De tochten naar Litouwen werden onder auspiciën van die orde gehouden. Vervolgens moest men nog in Litouwen proberen te komen. En dat viel niet mee. In Litouwen werden diverse burchten veroverd en kapot gemaakt.
Er werden voornamelijk reizen in de winter gemaakt, maar sommige Pruisenreizen werden ook in het zomerseizoen georganiseerd. Reinier d’Ever heeft alleen maar aan winterreizen meegedaan. Reizen in de winter was niet gemakkelijk. Het bracht allerlei praktische problemen met zich mee. Een reden om een Pruisenreis in de winter te ondernemen was dat Litouwen een moerassig en drassig gebied was. Men moest over het ijs met sneeuw naar Litouwen. Een consequentie was natuurlijk wel dat al het eten en warme kleding mee moest worden genomen. Om een voorbeeld te geven over de grootte van het leger is de overtocht over de rivier de Aller in de buurt van Hamburg weergegeven. Er moesten maar liefst 108 paarden worden overgezet en verder het hele leger met vele ridders en medewerkers.























