Uitgegeven artikelen in pers etc.

Folder Koningshuys-drieluik

Dit boek van Rob Pex lag reeds lang op de plank.

Met behulp van Stichting Oud Sassenheim wordt deze publicatie mogelijk gemaakt.

Rob Pex is redactioneel bijgestaan door Bep Hoegee en Aad Lelijveld van SOS. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat het een hele mooie uitgave is geworden.

Veranderingen aan het Rijksmonument Park Keukenhof

Aan een rijksmonument mogen niet zomaar essentiële zaken veranderd worden. Ingegaan wordt op de Lusthof, de Eendenkooi en de tuin rondom het kasteel.

Sporen van Vroeger ( LisserNieuws)

2 juli 2019

door Nico Groen

Aan een rijksmonument mogen niet zomaar essentiële zaken veranderd worden. Daar is toestemming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen Rijksdienst voor de Monumentenzorg) voor nodig. Dat geldt dus ook voor het park rond kasteel Keukenhof, want dit park is een rijksmonument. De vorige keer is beschreven wat er allemaal bij dit park hoort. Deze keer gaan we dieper in op een paar markante onderdelen.

Jachtbos of lusthof

Het bos op de hoek van de Stationsweg en de Van Lyndenweg hoort ook bij het rijksmonument Park Keukenhof. Het is een van de oudste gedeelten. Volgens de beschrijving op de rijksmonumentenlijst uit 1999 was het achter de aarden wallen liggende bosperceel vroeger in gebruik als jachtbos of lusthof: “De slingerende, deels nog komvormige paden leiden door het hakhoutbos langs een enkele solitaire beuk”.  

Deze slingerende paden zijn vandaag de dag alleen aan de zuidkant te vinden. De bomen en struiken in het hele middengedeelte zijn gekapt. Het is nu een grasveld. De paden in het middengedeelte zijn grotendeel recht getrokken. Deze grote en belangrijke veranderingen zijn gedaan om op het grasveld activiteiten, zoals zomermarkten en dergelijke te organiseren. Het voordeel van deze verandering is dat  er een zichtlijn, vanaf de Van Lyndenweg naar heuvel ‘Meer Zicht ’ en visa versa, is gerealiseerd. De VOL vraagt zich af of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hier toestemming voor heeft gegeven.

Eendenkooi

Volgens de beschrijving van het park is er aan de zuidwestkant achter de Hofboerderij, net ten westen van de Oude Loosterweg een eendenkooi. Dit hoort ook bij het rijksmonument Park Keukenhof. Van de oorspronkelijke eendenkooi is nog een grote T-vormige vijver over. Voordat de vijver een eendenkooi werd, was deze in gebruik als houtvijver.

In een eendenkooi werden vroeger in het wild levende eenden gevangen voor consumptie. Tegenwoordig worden de nog werkende eendenkooien vooral gebruikt om eenden te ringen en om te laten zien hoe het er vroeger aan toe ging. Er zijn in den lande niet veel werkende eendenkooien meer over. De VOL vindt het van cultuurhistorisch belang als deze eendenkooi in de oorspronkelijke staat teruggebracht zou worden.

Aanleg van de tuin rondom het kasteel

De hoofdstructuur van de aanleg rondom het huis uit het einde van de 18e eeuw, te weten het verloop van de paden, de solitaire boomgroepen en de vijver in het gazon zijn nog steeds grotendeels aanwezig. In 1858 werd rondom het kasteel de tuin in Engelse landschapstijl door vader en zoon Zocher verder uitgewerkt.

De VOL hoopt dat de hoofdlijnen ook in de toekomst in tact blijven. Dat is een punt van aandacht. De karakteristieke oude hortensia’s zijn namelijk al grotendeels verdwenen, evenals diverse mooie borders met vaste planten. Daarvoor in de plaats heeft men dahlia’s geplant, die alleen in de herfst een mooi geheel vormen.

Een in 2019 gekapte eik met 164 jaarringen in de laan naast het Frederiks Hof, geplant door de Zochers rond 1860. Foto. Nico Groen

Het park rond kasteel Keukenhof is een Rijksmonument

Landgoed Keukenhof heeft maar liefst 20 Rijksmonumenten. Een daarvan betreft het park rondom het kasteel zelf. Onderstaande tekst over dit park is hoofdzakelijk ontleend aan de officiële beschrijving uit 1999 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen  Rijksdienst voor de Monumentenzorg).

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                             

18 juni 2019

door Nico Groen

Aan de 17de eeuwse tuinaanleg in vlakken herinneren alleen nog de 4 geknotte linden in een vierkant geplant aan de westkant van het Washuisje.

Van de klassieke Franse aanleg uit ca. 1725 resteert alleen de structuur van twee kunstmatig opgeworpen aarden wallen en de heuvel ‘Meer Zicht’ aan het einde van die wallen. Dit werd gerealiseerd door de toenmalige eigenaar Van Heemskerck. Zij boden in de 18de eeuw waarschijnlijk plaats aan een collectie ‘tuinsieraden’. Deze aanleg werd de Nieuwe Plantage genoemd. De heuvel ‘Meer Zicht’ is het einde van een van de zichtassen vanuit het kasteel.

 

De historische tuinaanleg, die stamt uit het einde van de 18de eeuw is deels nog gaaf aanwezig. Dit geldt zowel wat structuur als wat details betreft. Deze ruimtelijke structuur bestaat uit een tuin in landschapsstijl in de directe omgeving van het kasteel. Verder hoort een van oorsprong middeleeuws jachtbos of lusthof aan de oostzijde op de hoek van de Van Lyndenweg en de Stationsweg tot het Rijksmonument Park Keukenhof. Ook het coulissenlandschap met een eendenkooi achter de Hofboerderij hoort tot dit Rijksmonument.

 

De hoofdstructuur van de landschappelijke aanleg rondom het huis, te weten het verloop van de paden, de boomgroepen en de vijver in het gazon om bluswater te hebben, komt in grote lijnen  overeen met de situatie op de kadasterkaart uit 1818. Deze aanleg van het park in Engelse landschapsstijl is vanaf het midden van de 19de eeuw door vader en zoon J.D. en L.P. Zocher verder uitgewerkt. De Zochers hebben in 1857 de publieke weg (Stationsweg), die vlak langs het huis liep, met een bocht om het huis verlegd. De Stationsweg liep daarvóór helemaal recht. Het oude tracé is nog enigszins te herkennen aan enkele oude eiken en beuken als de vroegere laanbeplanting langs de voormalige weg in het gazon vóór het kasteel..

De oprijlaan vanaf de Stationsweg is in 1861 met een bocht om het kasteel heen gelegd naar een nieuwe hoofdingang in de westgevel ter vervanging van de rechte oprijlaan. Oorspronkelijk stond die haaks op de noordgevel. Van daar uit keek men uit op de idyllische schaapskooi. De beuken aan het begin van de oprijlaan uit 1861 dateren uit die tijd aanleg. In 2019 waren er nog 6 over. (Enkele jaren geleden is deze hoofdingang afgesloten en is er meer naar het westen een nieuwe hoofdingang gerealiseerd).

In de directe omgeving van het kasteel staan nog steeds  losstaande bomen en struikgroepen uit het midden van de 18e eeuw Vanaf het kasteel lopen verschillende zichtassen, namelijk een zichtlijn naar het oosten tussen de reeds genoemde aarden wallen eindigend bij de heuvel ‘Meer Zicht’, een brede zichtas in westwaartse richting die eindigt bij de voormalige boerderij Sixenburg en 2 zichtassen richting Stationsweg: een eindigend bij de al genoemde Schaapskooi en de ander loopt vlak langs het nieuwe museum LAM.

Foto: De vijver in het gazon is van vóór 1818, aangelegd voor noodzakelijk bluswater. Foto: Nico Groen

 

Aagje Deken- en Betje Wolffstraat

Betje Wolff en Aagje Deken zijn femistische schrijvers uit de 18e eeuw.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

4 juni 2019

door Nico Groen

De Vrouwenpolder is een wijk met straatnamen van bekende Nederlandse dames. De Gemeente Lisse heeft deze wijk ‘Vrouwenpolder’ genoemd. Dat is een heel misleidende naam. De wijk ligt niet in een speciale polder met die naam, Het is gewoon een wijk van Lisse en zou eigenlijk ‘Vrouwenwijk’ of ‘Vrouwenbuurt’ moeten heten. Hopelijk wordt dit nog eens veranderd. Maar wie zijn al die vrouwen in de Vrouwenpolder?

De kruising van de Betje Wolffstraat met de Aagje Dekenstraat.

Zo is er bijvoorbeeld de Aagje Dekenstraat, een zijstraat van de Ruishornlaan richting het oosten naar de Rooversbroekdijk en de Betje Wolffstraat, die de Aagje Dekenstraat kruist. Aagje Deken was een bekende schrijfster. Agatha Pieters werd geboren in 1741 in Nes aan de Amstel in het huidige Amstelveen en overleed in 1804 op 62-jarige leeftijd. Volgens Wikipedia waren haar ouders arm en al jong overleden. Daarom werd zij opgevoed in een weeshuis van de Collegianten, een vrijzinnige stroming waar geestelijke literatuur op een hoog niveau stond. Ook werd daar gediscussieerd over theologie en filosofie. Zij verbleef daar tot 1767, toen zij al 26 jaar was. In 1769 werd zij doopsgezind.

In één van haar 9 boeken schrijft zij over dit weeshuis: “De meisjes hebben het daer voor hunnen stand in de waereld al te wel: men leert haer daer denken!” In het weeshuis is dus de grondslag voor haar latere literaire werk gelegd. Ze had eerst verschillende dienstbetrekkingen. Later begon ze een koffie- en theehandeltje.

Haar eerste boek ‘Stichtelijke gedichten’, uitgegeven in 1775, schreef zij samen met Maria Bosch, die in 1773 was overleden. Aagje was enkele jaren mantelzorgster geweest voor Maria, die ernstig ziek was.

Aagje ontmoette in 1776 Betje Wolff-Bekker. Zij wisselden literaire informatie uit. Betje had een onstuimig karakter en wilde ideeën. Haar moeder had ze al jong verloren en haar vader was haar opvoeder. Ze trouwde op 21 jarige leeftijd in 1759 met de 52-jarige dominee en weduwnaar Adriaan Wolff uit de Beemster. Zijn enige dochter uit zijn eerste huwelijk ging toen het huis uit. Het nieuwe echtpaar bleef kinderloos.

In 1763 debuteerde Betje met de bundel ’Bespiegelingen over het genoegen’. In 1777, na de dood van haar echtgenoot, ging Betje samenwonen in De Rijp met Aagje Deken en begonnen zij gezamenlijk te publiceren. Hun eerste gemeenschappelijke werk was ‘Brieven’. In 1781 erfde Aagje ruim 13.000 gulden en de twee gingen in het buiten ‘Lommerlust’ in Beverwijk wonen. Ze schreven daar samen nog de ‘Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’, dat een groot succes werd, en de ‘Historie van den heer Willem Leevend’.

Vanwege hun patriottische sympathieën en uit onvrede met de situatie in eigen land (na het neerslaan van de opstand van de patriotten in 1787) verhuisden zij in 1788 naar Trévoux bij Lyon. In 1789 verscheen ‘Wandelingen door Bourgogne’. Door financiële nood moesten zij in 1797 terugkeren naar Holland, waar ze in Den Haag gingen wonen. Aagje Deken stierf daar uiteindelijk, op 14 november 1804, negen dagen na Betje Wolff, die in 1738 was geboren. Beiden werden begraven op de begraafplaats’Ter navolging’ in Scheveningen.

Zowel in Amstelveen als in Vlissingen (geboorteplaats van Betje) zijn monumenten opgericht; respectievelijk een bronzen beeld van een zittende en staande vrouw die samen een boek lezen en een fontein. Ook is er sinds 1952 in de Beemster een Betje Wolffmuseum in de pastorie waar zij en haar en haar man van 1759 tot 1777 hebben gewoond.

Foto: De kamer van Betje Wolff in het Betje Wolffmuseum in De Beemster
Foto: Historisch Genootschap Beemster

Kruising van de Aagje Dekenstraat met de Betje Wolffstraat.

Archeologische vondsten en opgravingen.

Volgens Jeroen van Zoolingen mogen we aannemen dat de eerste mensen in de Bollenstreek  arriveerden in de Nieuwe Steentijd tussen 3500 en 2500 voor Chr. Er is een tentoonstelling in Haarlem over zijn boek over archeologische vondsten in de Duin- en Bollenstreek.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

 21 mei 2019

door Nico Groen                     

In vorige columns is beschreven hoe de Bollenstreek en met name Lisse ontstaan is. Vanaf 10000 jaar voor Chr. ontstond het landschap met zijn strandwallen (de oude duinen) en de strandvlaktes. Maar hoe zit het met de mensen? Wanneer kwamen de eerste mensen naar de Bollenstreek?

Dat is een vraag, die niet zo makkelijk te beantwoorden is. Om iets te kunnen zeggen over de mensen, die hier ooit waren, ben je afhankelijk van archeologische vondsten. Als iemand daarover iets kan zeggen is het Jeroen van Zoolingen wel.

Jeroen van Zoolingen is geboren in 1981 in Leiden. Hij studeerde Archeologie en Prehistorie aan de Universiteit van Leiden. Hij is nu werkzaam als archeoloog in West Nederland. Omdat Jeroen opgroeide in de Bollenstreek was hij al voor zijn studie geïnteresseerd in de archeologie van de Bollenstreek en is dat altijd gebleven. Alle archeologische vondsten in de Duin- en Bollenstreek heeft hij op een rijtje gezet en per periode beschreven. Dit heeft in 2017 geresulteerd in een boekwerk van 150 pagina’s met vele foto’s van de gevonden objecten en bijzondere opgravingen. Het boek heet ‘Het verleden van de velden: de archeologie van de Duin- en Bollenstreek’. Op 16 mei 2017 hield Jeroen van Zoolingen een lezing voor de Vereniging Oud Lisse  over dit onderwerp.

Eerste mensen zo’n 3000 jaar voor chr.

Volgens Jeroen van Zoolingen mogen we aannemen dat de eerste mensen in de Bollenstreek  arriveerden in de Nieuwe Steentijd tussen 3500 en 2500 voor Chr. Zij hielden zich in eerste instantie in leven door jacht en visserij. Om die reden trokken ze naar de voedselrijke kuststree . Zij richtten hun jachtkampen in op iets hogere en dus drogere strandwallen. Kenmerkend voor die tijd in het Nederland gebied is dat er zich verschillende bestaanswijzen ontwikkelden. De streekbewoners, met hun leefwijze van jagen en verzamelen, kwamen geleidelijk in aanraking met de landbouw, die  vanuit het zuiden oprukte. Dit proces veranderde uiteindelijk ook in de Bollenstreek de manier van leven.

Tentoonstelling in Haarlem

Nu is er de tentoonstelling ‘Het verleden van de velden’ in het Archeologisch Museum Haarlem op de Grote Markt in Haarlem. Deze tentoonstelling, die werd geopend op 26 april jl, is tot 6 oktober 2019 te bezoeken. De openingstijden zijn van woensdag tot en met zondag en de toegang is gratis. De tentoonstelling is gebaseerd op het gelijknamige boek van archeoloog Jeroen van Zoolingen. Het boek is in de museumwinkel en bij de boekhandel te koop. De tentoonstelling neemt het ontstaan van de bloembollencultuur in Haarlem als startpunt en duikt verder in de archeologische geschiedenis van de Duin- en Bollenstreek. In de tentoonstelling zijn uit iedere periode bijzondere voorwerpen te zien, zoals de oudste vondst uit de streek, een vuurstenen beitel gevonden in Lisse, geleend van Museum De Zwarte Tulp. Maar ook werktuigen en sieraden uit de bronstijd uit Katwijk en Hillegom, sieraden en aardewerk uit Romeins Valkenburg en middeleeuws paardentuig uit Teylingen. Kom kijken en verwonder u over het rijke, archeologische verleden van de velden!

 

Herdenking bemanning van de bommenwerper

In Lisse wordt  op 4 mei ook stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk. Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper, die 75 jaar geleden neerstortte bij de Engel. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

7 mei 2019

door Nico Groen

Ieder jaar is op 4 mei in Lisse aandacht voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze openbare dodenherdenking wordt afgesloten met de  kranslegging bij het ´Monument voor de gevallenen´. Dit monument staat midden op de kruising van de Oranjelaan en de Heereweg. Dit is niet de enige herdenking op 4 mei, die de Stichting Oranje-comité Lisse en de Werkgroep Nationale Herdenking 4 mei Lisse organiseren. Op dezelfde middag is er voor genodigden ook een bezoek aan de oorlogsgraven in Lisse en wordt stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk.

 

De tekst op het monument is als volgt:
“8TH AIR FORCE, 457TH BOMB GROUP, 749TH BOMB SQUADRON.
OP 26 SEPTEMBER 1944 STORTTE, IN HET LAND ACHTER U, DE AMERIKAANSE B-17 BOMMENWERPER ‘JAYHAWK’ NEER. DE B-17 BOMMENWERPER KEERDE TERUG VAN EEN MISSIE NAAR OSNABRUCK (DUITSLAND) ALS HET NABIJ DE KUST VAN IJMUIDEN TWEEMAAL WORDT GERAAKT DOOR DUITS LUCHTAFWEERGESCHUT. TWEE BEMANNINGSLEDEN OVERLEEFDEN DE CRASH NIET.
MET DIT MONUMENT HERDENKEN WIJ DE DAPPERE BEMANNING VAN DE ‘JAYHAWK’ DIE VOCHT VOOR ONZE VRIJHEID!”

Daarna volgen de namen van de bemanningsleden.

Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper.

Zoals de tekst op het monument al zegt was de bommenwerper geraakt door afweergeschut. Het vliegtuig was zwaar beschadigd. Wanhopig probeerde de bemanning het toestel in de lucht te houden om naar het al bevrijde zuiden te ontkomen. Toen ze nabij Lisse waren, werd de beslissing genomen het toestel te verlaten. Het toestel zou niet langer blijven vliegen en iedereen sprong er uit. De bemanning kwam verspreid neer en probeerde zo goed als het ging bescherming te vinden tegen de Duitsers. Vier bemanningsleden werden geholpen door omstanders. Later werden zij door het verzet geholpen aan onderduikadressen. Twee braken hun rug tijdens de landing met hun parachute en werden krijgsgevangen gemaakt. Een derde wilde zijn helpers niet in gevaar brengen en besloot zich over te geven aan de Duitsers. Eén bemanningslid kwam neer in een meer en verdronk. Zijn lichaam werd weken later teruggevonden. Een ander bemanningslid was al dodelijk getroffen in het toestel.

In 2012 is ook het boek ‘Broken Wings: The True Story of a B-17 Bomber Crew Lost Over Holland in September 1944’ uitgegeven. Daarin is door Harold Jansen en Erwin de Mooy  de geschiedenis van de Bommenwerper Jayhawk en zijn bemanning opgetekend.

Grootse herdenking in september 2019

In september is het dus 75 jaar geleden dat de bommenwerper neerstortte. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019. Deze herdenking zal plaatsvinden in en nabij de H.H. Engelbewaarderskerk in de Engel. Vlakbij het monument dus. Erwin de Mooy is de aanjager voor deze herdenking, waarbij hopelijk ook nabestaanden van de bemanning aanwezig kunnen zijn. De VOL verleent zijn medewerking. Het programma is nog niet rond, maar te zijner tijd hoort en leest u hier ongetwijfeld meer over.

Dit monument is in 2012 aangeboden door Damo Natuursteen uit Hillegom.
Foto: Nico Groen

Vierde nieuwbouw van de St. Josephschool

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

Sporen van vroeger Lisser Nieuws)

23 april 2019

 door Nico Groen

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

 

Het begon allemaal in 1867. Het is de tijd van godsdienstvrijheid en van de oprichting van bijzondere scholen, zoals katholieke en protestante scholen. Zo ook in Lisse. Door de Agathaparochie onder leiding van pastoor Heuvels werd aan de overkant van de kerk grond gekocht van Jan Langeveld. Architect Cornelis Dobbe uit Maarssen tekende de school met een woning voor de bovenmeester. Het geheel werd gebouwd op de plek waar nu het gebouw Kloosterhof staat. De officiële naam van deze school werd “ ‘t RC Parochiaal School”. Er waren 2 leslokalen, waar zowel jongens als meisjes les kregen. Er was plaats voor totaal 112 leerlingen. Daarnaast volgden 55 leerlingen het avondonderwijs. Een delegatie van de kerkmeesters vormde met de pastoor het bestuur. Deze benoemde ook de eerste hoofdonderwijzer A.J. Blankers.  Het kerkbestuur bleef tot 1966 verantwoordelijk voor de school. Daarna kwam er een eigen schoolbestuur.

De  school was al gauw te klein. Architect E.J. Margry uit Rotterdam tekende in 1886 een nieuw lokaal aan de achterkant met een gang, waarin nieuwe  toiletten kwamen. J. Barnhoorn Sr. bouwde het geheel. Een paar jaar later kwam er nog een lokaal bij.

Agathaschool voor meisjes in 1902

In deze tijd groeide het aantal inwoners van Lisse enorm. Door de verbeterde hygiënische omstandigheden was de kindersterfte veel lager geworden. Bovendien kwam in 1900 de leerplichtwet. Dit alles betekende een grote toename van het aantal leerlingen. In 1902 werd het St. Agathagesticht (nu klooster genoemd) voor de zusters gebouwd en daarnaast kwam een nieuwe meisjesschool, die St. Agathaschool ging heten (waar nu de Lindenlaan loopt). De school had 8 lokalen in 2 verdiepingen. Daarmee ging eindelijk een grote wens van de kerkmeesters in vervulling. Hier kwamen de meisjes. De jongens bleven in de oude school, die vanaf die tijd St. Josephschool werd genoemd. Op het schoolplein voor het St. Agathagesticht kwam een hek zodat de  jongens en meisjes niet makkelijk bij elkaar konden komen.

Kunstwerk Sint Joseph behoeden voor sloop.

De jongensschool was al gauw weer te klein en stak armoedig af tegen het gesticht en de meisjesschool. Daarom ging de oude school tegen de vlakte. In 1909  bouwden de gebroeders J. en S. Barnhoorn op dezelfde plaats een nieuwe school. In de kopgevel werd hoog in een nis een beeld van Sint Joseph gerealiseerd. Het is in 1909/1910 gemaakt door de Haarlemse beeldhouwer J.P. Maas, die ook diverse beelden en altaren voor de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem heeft gemaakt. Pastoor Kleman betaalde uit eigen zak de kosten van 350 gulden. Dit beeld is met de stenen boogvullingen, die het jaar van de bouw vermelden, na de sloop van het schoolgebouw in 1984 tegen de muur van de derde  St. Josephschool geplaatst.  Deze nieuwe school, op de hoek van de Lindenlaan en de Achterweg, was gebouwd in 1978 en staat nu dus op de nominatie om op zijn beurt gesloopt te worden.

Ondertussen was de meisjesschool met de St. Josephschool samengevoegd. Dat gebeurde in 1967, toen de zusters van de meisjesschool vertrokken.

De VOL hoopt dat het monumentale beeld van Sint Joseph weer een goede bestemming krijgt.

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.
Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

 

 

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.

 

Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

Vorming van het landschap van Lisse

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Deze keer die van Lisse ter hoogte van ’t Vierkant en de Zwartelaan. De invloed van de Rijn is tot in Lisse merkbaar.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

9 april 2019

door Nico Groen

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Beschreven werd het ontstaan van de oude duinen en de strandvlakten daar tussenin. Deze keer ligt de focus op Lisse. Net zoals elders in de Duin- en Bollenstreek wisselen in Lisse de oude duinen (de strandwallen) zich af met strandvlakten. Zij strekten zich evenwijdig aan de kust uit. Van noord naar zuid.

’t Vierkant

e bekijken eerst de situatie van west naar oost ter hoogte van ’t Vierkant. Ten oosten van de grens met Noordwijkerhout bij de Leidsevaart lag een  brede strandvlakte. Deze strandvlakte liep door tot de huidige Loosterwegen en heet tegenwoordig de Lageveense Polder. Het landschap hier bestaat als vanouds voornamelijk uit graslanden. Daar aansluitend naar het oosten had zich een brede strandwal gevormd. Deze bestaat nog steeds en heet tegenwoordig het Keukenhofbos. De breedte van deze strandwal liep door tot de huidige Van Lyndenweg. Ten oosten van deze weg was weer een strandvlakte (boerderij de Wolff) tot net ten oosten van de huidige Westelijke Randweg. Van deze oorspronkelijke strandvlakte is niets meer over. Het is allemaal in het begin van de twintigste omgetoverd tot bollenland en daarvoor zal al veen gedolven zijn voor brandstof. Ook de sportvelden liggen op deze strandvlakte. Net ten oosten van de Westelijke Randweg was een smalle strandwal. Dit werd het Berkhouterduin genoemd. Het Berkhouterduin is in de 16e eeuw al afgegraven ten behoeve van het zand. Later werden hier ook bollen geteeld. Vanaf het Berkhouterduin tot ’t Vierkant lag weer een strandvlakte. In de 14e eeuw werd dit ‘De Groene Weyde van Lis’ en later “Het Groenevelt van Lis’ genoemd. Het was weiland en hier liepen de paarden van de postkoetsen te eten en uit te rusten. ’t Vierkant zelf was  onderdeel van een volgende strandwal. ‘t Vierkant was in de zevende eeuw veel hoger dan tegenwoordig. (nu 3 m, toen mogelijk 14 m). Vanaf ongeveer de huidige Schoolstraat tot ver naar het oosten was een groot hoogveengebied ontstaan door de groei van moerasachtige planten in de binnenzee.

Zwartelaan

Hierna bekijken we de situatie ter hoogte van de grens met Hillegom bij de Zwartelaan.

Vanaf de Leidsevaart tot Loosterweg-zuid was net als westelijk bij de Keukenhof een strandvlakte gevormd. Hier is begin 20e eeuw echter zand uit de ondergrond omhoog en het veen naar omlaag gebracht. Daardoor is dit goede bollengrond geworden. Vanaf de Loosterweg tot een stukje voorbij de Heereweg  was de situatie heel anders dan bij het centrum van Lisse. Hier was één grote strandwal  met hoge duinen ontstaan. Van afwisseling met strandvlaktes was geen sprake of deze moeten al vroeger ondergestoven zijn. Al deze duinen werden begin twintigste eeuw helemaal afgegraven ten behoeve van de steenfabriek en de bollenteelt.

Dit grote verschil ter hoogte van ’t Vierkant en  het Zwartelaangebied is te wijten aan de Oude Rijn. Bij de Zwartelaan was de invloed van deze waterafvoer nihil, maar bij ’t Vierkant nog duidelijk aanwezig. Bij de zuidgrens van Lisse was de invloed van de Rijn nog groter. Er waren daar meer en bredere strandvlaktes  en meer en smallere strandwallen. Zie het kaartje hiernaast. De oorzaak van de invloed van de Rijn ligt aan problemen met de afvoer van water bij Katwijk. De rivier moest  zijn vele water kwijt en het water stroomde en kolkte bij veel water naar de lagere gedeelten van het duinlandschap. Vlak bij de rivier was er veel meer stroming dan verderop. Onder invloed hiervan werden de strandvlakten vlak bij de rivier veel breder. Dit was dus tot in Lisse merkbaar.

Kaart: Aangepaste reconstructiekaart van 750 na Chr. 1 = ‘t Vierkant, 2 = De Wolff, 3 = Keukenhofbosch, 4 = Lage- en Hogeveense Polder.
Geel is een strandwal, paars of bruin is een strandvlakte.
Kaart van Menno Dijkstra uit ‘Rondom de mondingen van Rijn en Maas’.

Vorming van landschap in de Bollenstreek

De vorming van de Bollenstreek met strandwallen en strandvlaktes wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

26 maart 2019

door Nico Groen

Het landschap van de Duin- en Bollenstreek en dus ook van Lisse heeft zijn oorsprong rond 5000 jaar geleden. Toen begonnen zich onder invloed van wind en golfslag langgerekte noord-zuid lopende strandwallen te ontwikkelen. In het begin waren het zandbanken, die bij vloed overstroomden. Het water liet steeds meer zand op de banken achter. Tussen 2 zandbanken liepen diepe geulen waardoor het water bij eb weer afgevoerd werd. Net zoals nu nog steeds overal langs de Noordzeekust te zien is. Omdat de zeespiegel na de ijstijd bleef stijgen vanwege het nog steeds smeltende ijs, werden de strandwallen steeds westelijker opgeworpen en werden relatief steeds iets hoger afgezet. Door opstuivend zand werden deze strandwallen zelfs nog hoger en vormden zo de oude binnenduinen. Variërend tot een maximale hoogte van 14 meter waren ze niet bijzonder hoog. Toch waren deze strandwallen voldoende sterk om de zee buiten te sluiten. Het was een waddengebied met achter de strandwallen eerst open zeewater, zoals het nu bij de Waddenzee nog steeds is. Toen de strandwallen van noord naar zuid op den duur aaneensloten duinenrijen werden, vormden zich ter hoogte van de Bollenstreek achter de strandwallen een binnenzee, die steeds zoeter werd. Dit werd later het Haarlemmermeer. De geulen tussen de strandwallen stonden na de definitieve verzanding van de Oude Rijn bij Katwijk in 1163 ook niet meer in verbinding met de Noordzee. Deze geulen werden steeds breder. O.a. omdat de Rijn zijn water via de geulen kwijt probeerde te raken. In de geulen bleef het water staan. Door de weelderige groei van o.a. mossen, zeggen, gele lissen en lisdodden vormde zich veel veen. Deze soms zeer brede geulen werden later de strandvlakten genoemd. De Lageveense polder, net aan de oostkant van de Leidsevaart bij landgoed Keukenhof, was ooit zo’n oude strandvlakte.

Het landschap dat zonder invloed van mensen is ontstaan, moet er een paar duizend jaar geleden in de Bollenstreek van west naar oost als volgt hebben uitgezien:

  • Zee met zandbanken en strand.
  • Lage duinen met stuivend zand.
  • Een lage strandvlakte, die bij eb droogviel.
  • Wat hogere duinen overgaand in een struweel van duindoorn en meidoorn.
  • Een natte strandvlakte met een bovenlaag van veen door moerasachtige planten.
  • Daarna een duinenrij (strandwal) met een bos van eiken en beuken.
  • Deze laatste strandvlakten en strandwallen wisselden elkaar enkele malen af.
  • Een groot hoogveengebied met aan de randen plassen en meren, zoals de Kagerplassen met riet en waterlelie.

 

Op de zogenoemde oudste strandwal ontstonden mogelijk zo’n 2000 jaar geleden de dorpen Hillegom, Lisse, Sassenheim en Oegstgeest met een doorgaand pad van Castricum naar Oegstgeest, mogelijk in gebruik in de Romeinse tijd als Heerweg voor het leger. Bij Lisse splitste het pad zich in tweeën. Het westelijke pad, nu de Achterweg overgaand in de Oude Heereweg liep van Lisse naar Rijnsburg en was mogelijk de Heerweg naar Valkenburg. Bovenstaande heeft niets met de huidige duinen langs de kust te maken. Deze werden veel later gevormd.

Zo zal het landschap rondom Lisse er een paar duizend jaar geleden hebben uitgezien.
Foto Nico Groen.

Waarom heet boerderij De Wolff zo?

De bewoningsgeschiedenis van boerderij de Wolff wordt beschreven.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

12 maart 2019

door Nico Groen

Naar aanleiding van de vorige columns in Sporen van Vroeger over boerderij De Wolff vroegen diverse mensen waarom deze boerderij ‘De Wolff’ genoemd wordt. Van 1823 tot 1850 boerde hier Jan Wolff. De boerderij was vanaf 1797 in bezit van zijn vader, Caspar Wolff.

Op de woning staat een gevelsteen met het jaartal 1603 er op. Vast staat in ieder geval dat op deze plek vóór 1612 een nieuwe boerderij is gebouwd. Dit zou dus heel goed 1603 geweest kunnen zijn. Vóór die tijd staat er echter ook al een bedoening. Deze plek wordt voor het eerst in 1528 genoemd. De eigenaren tussen 1528 en 1779 zijn bekend. Daarbij is echter niemand die De Wolff heet.

Caspar (Casparus Hendricus) Wulff of Wolff is in 1774 geboren bij Osnabrück in Duitsland. In 1792 als hij 17 jaar is, woont hij in Amsterdam en wordt ingeschreven als leerknecht bij een chirurgijn (dokter). Hij wordt later zelf een bekende chirurgijn. Hij trouwt in 1797 met Huberta Verdegaal, die op boerderij Welgelegen aan de Heereweg bij de Vuursteeglaan in Lisse geboren is. Haar vader is Jan Verdegaal en haar moeder is Willemijntje Vreeburg.

Caspar en Huberta krijgen in 1797 ‘bij donatie’ van Jan Verdegaal een bouwmanshuis (de latere boerderij de Wolff) en de landerijen er omheen. Dit bouwmanshuis is al in 1779 gekocht door Jan Verdegaal. Caspar Wolff koopt in 1803 meer grond rondom de boerderij. Het echtpaar heeft daar echter zelf nooit gewoond maar is na hun trouwen aan ’t Vierkant gaan wonen. Hij is hier chirurgijn tot 1828. Dan vertrekken zij naar Oegstgeest.

Jan Verdegaal is in 1823 overleden. Huberta erft dan definitief boerderij De Wolff en de landerijen van haar vader. Huberta’s zus Maryte is getrouwd met Jacob Riggel. Zij erft Boerderij Welgelegen op de hoek van de Heereweg en de Vuursteeglaan.

Johannes (Jan) Wolff

Uit het huwelijk van Caspar en Huberta zijn 14 kinderen geboren, waarvan Jan de oudste zoon is. Hij is geboren in 1799. Hij trouwt in 1823 met Petronella van der Geest en na haar overlijden met Adriana Kester. Hij gaat in 1823 boeren op de latere boerderij De Wolff, maar zijn ouders blijven eigenaar van de boerderij met het woonhuis en de landerijen, die zich uitstrekken van de Stationsweg tot de Speckelaan.

Verkoop aan landgoed Keukenhof in 1850

In 1848 overlijdt Huberta. Caspar besluit zijn landerijen in 1850 te verkopen aan mevrouw Steengracht, de echtgenote van Baron van Pallandt van Keukenhof. Het betreft de woning, de boerderij en alle percelen (28 ha) tussen de Speckelaan en de Stationsweg. Caspar zelf overlijdt in 1856. Zijn zoon Jan Wolff heeft sinds 1823 al die tijd op de boerderij gewoond en gewerkt. Als de boerderij verkocht wordt in 1850, stopt hij met boeren en gaat wonen op ’t Vierkant. Hij overleed in 1867.

De familie Wolff heeft dus van 1797 tot 1850 de boerderij met woonhuis in bezit gehad en het is niet vreemd dat de boerderij naar hen vernoemd is. In de loop der jaren is het echter boerderij ‘De Wolff’ geworden en niet boerderij ‘Wolff’ of ’Van Wolff’. Vóór de tijd van Wolff werd de boerderij ‘Het bouwmanshuis van Berkhout’ genoemd. Daar was toen het bos van Landgoed Berkhout.

De kopgevel van de woning is door het groen bijna niet te zien. Foto: Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek