Uitgegeven artikelen in pers etc.

Welbedrogen wordt gesloopt

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                              

28 december 2021

Nico Groen

Er zijn plannen om op het terrein op de hoek van de Oranjelaan en de Heereweg  nieuwe woningen te bouwen. Het terrein en de gebouwen zijn in bezit van LinkerLisse Beheer BV, die tot voor kort zijn opslagruimte had in de oude bollenschuur. De bollenschuur, ‘Welbedrogen’ genaamd, is helaas geen gemeentelijk monument. Daarom mag de bollenschuur dus worden schuur gesloopt.

Gemeentelijk monument BAKA

De bollenvilla ‘BAKA’ op Heereweg 33, die voor de bollenschuur staat, is wel een gemeentelijk monument. Een van de VOL-doelstellingen, naast alle andere activiteiten, is om het behoud van dit soort gebouwen te bevorderen. De Cultuur-Historische ‘Vereniging Oud Lisse” gaat er dan ook vanuit dat dit gemeentelijk monument behouden zal blijven. Het is in 1904  gebouwd voor Dirk Nieuwenhuis.

Ook staan er 2 waardevolle bomen. Het betreft een oude bruine beuk en een watercipres. Nu mogen waardevolle bomen, voorheen monumentale bomen genoemd,  niet zonder reden worden gekapt. Dat kan feitelijk alleen als zij ziek zijn en daar is in dit geval geen sprake van.

De bollenvilla op nummer 31 is in 1906 gebouwd in opdracht van zoon Jan Nieuwenhuis. Dit is geen gemeentelijk monument hoewel de villa er goed uitziet.

Welbedrogen gebouwd in 1896

Menige bollenschuur in Lisse en omgeving draagt een naam. Bijvoorbeeld de naam van de eigenaar van het bedrijf. Maar niet zelden wordt ook in prachtige letters een naam aangebracht met een bepaalde achtergrond. De nieuwsgierigheid wordt natuurlijk wel enorm geprikkeld als op zo’n schuur plots in levensgrote letters de naam Welbedrogen verschijnt!
En dat was aan het begin van de eeuw het geval bij de bloembollenschuur op de hoek Heereweg/Oranjelaan.

De schuur is gebouwd in 1896 in opdracht van Izaac Veldhuijzen van Zanten. Schuur, huis en gronden werden begin 1900 voor ruim 54.000 gulden gekocht door de familie Nieuwenhuis.

Het nieuw verworven bezit kon echter niet in gebruik worden genomen, omdat Rutger van Zanten het pand had betrokken. Hij wilde niet vertrekken en de zaak kwam voor de rechter. Van Zanten bleek een pachtcontract te hebben dat al in 1898 van kracht was. Voor de rechter werd aangetoond dat de registratie had plaatsgevonden vóór de verkoop aan eiser Nieuwenhuis. De eis van Nieuwenhuis werd daarom ongegrond verklaard. De pacht werd afgekocht met geld van vader Dirk, die de naam  bedacht. Als gevolg daarvan prijkte tientallen jaren de naam Welbedrogen op dit pand, ten teken dat men wellicht niet het gelijk aan zijn zijde had, maar ondanks dat wel bedrogen was!

Het noordelijke deel van de schuur is in 1905 eigendom van ‘NV Bloembollenkwekerij en Handel Gebroeders Nieuwenhuis’, Jan en Dirk junior. Het zuidelijke deel met villa BAKA is eigendom van vader Dirk Nieuwenhuis.

In 1988 is de voormalige bollenschuur gedeeltelijk gesloopt om plaats te maken voor het distributiecentrum met kantoren en showroom van LinkerLisse Beheer B.V.

De bovenstaande gegevens zijn voor een groot deel ontleend aan een artikel van Arie in ’t Veld in het VOL-Nieuwsblad van januari 2004.

Foto:

Bollenschuur welbedrogen in volle glorie Foto: Oud Lisse

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Nieuw onderzoek 400-jarige Poelpolder

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 14 december 2021

 door Henk Schaap

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” is een onderzoek gestart naar de geschiedenis van de Poelpolder. Volgend jaar, in 2022, is het 400 jaar geleden dat het besluit werd genomen om de Poel droog te maken. In 1624 was de Poel droog. De Lisserpoelpolder is een van de oudste droogmakerijen van Zuid Holland. Eeuwenlang was de Poelpolder vooral een weidegebied, nu is het ook een belangrijk woongebied.

 

Het komende 400-jarig bestaan was een mooie aanleiding voor Vereniging Oud Lisse om het onderzoek te starten. Er zijn nog tal van sporen in het landschap van de Poelpolder die stammen uit de tijd van de drooglegging en al 400 jaar oud zijn. Denk aan het open weidelandschap en de ligging van dijken en sloten. Het is belangrijk die sporen onder de aandacht te brengen bij bewoners en bestuurders, zodat deze sporen behouden kunnen blijven.

 

Aanpak

Er is al veel onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de Poelpolder. Dat wordt niet allemaal overgedaan. Het onderzoek start daarom met een inventarisatie van al beschikbare kennis. Het onderzoek verloopt via verschillende thema’s. De inventarisatie is vanaf de vroege geschiedenis van het gebied van de Poel, de geschiedenis van de droogmaking, de bebouwing en bewoners. Ook de moderne tijd met grootschalige woningbouw wordt niet vergeten.

De inventarisatie wordt medio 2022 afgerond. Aan de hand van de resultaten van de inventarisatie worden sporen uitgezet voor een verdiepend onderzoek dat naar verwachting in 2024 afgerond kan worden.

 

Oorsprong van de Poelpolder
Het ambacht Lisse lag vroeger op een bijzondere plaats. Aan de westelijke kant begrensd door de duinen en de zand- en geestgronden die zich daar bevonden. Aan de oostelijke zijde de lager gelegen en veel nattere gronden die op het Haarlemmermeer uitkwamen. In feite ging het daarbij niet om het grote Haarlemmermeer maar een reeks kleinere plassen en poelen die door het eiland Rooversbroek enigszins afgescheiden waren van het Haarlemmermeer. Door twee kleine openingen, de Greveling en het Hellegat, stonden de poelen in verbinding met het Haarlemmermeer. Vroeger heette het hier het Kager Meer.

 

Dat in Lisse een verzameling plassen werd drooggemaakt, is te danken aan de kerkmeesters van drie Leidse hoofdkerken (de Pieterskerk, de Hooglandse kerk en de Lieve Vrouwekerk). De kerken namen als eigenaars van enkele plassen het initiatief. Zij vormden met rijke, investeringslustige stedelingen een consortium dat een lucratieve belegging zocht. Het consortium bestond vooral uit stedelingen. Slechts één edelman kwam in beeld. De heer Duyvenvoorde was namelijk eigenaar van een stukje water dat in het project werd opgenomen. Nog voor de droogmaking werden de kavels verkocht. In 1624 was de droogmaking voltooid en waar eens de poelen lagen, kon voortaan haver gezaaid en vee geweid worden.

In juni 2022 is een lezing gepland over de geschiedenis van de Poelpolder. Wilt u berichten hierover ontvangen en deelnemen aan de lezing, wordt dan lid van de Vereniging Oud Lisse.

 

Kaart: Vóór de drooglegging lagen er enkele poelen. Kaart uit 1615

 

Waardevolle bomen bij de Josephschool

  Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 30  november 2021

door Nico Groen

Op de waardevolle bomenlijst uit 2020 van de gemeente Lisse staan op het terrein van de St. Josephschool maar liefst 10 bomen vermeld. Het plan is om de St. Josephschool te slopen en daar nieuwbouw van 6 villa’s, plan Lindenhof, te realiseren. Nu mogen waardevolle bomen, voorheen monumentale bomen genoemd,  niet zonder reden worden gekapt. Dat kan feitelijk alleen als zij ziek zijn en daar is in dit geval geen sprake van.

 

Deze waardevolle bomen staan tegen de Achterweg en de Lindenlaan aan. Er staan negen eiken en één groene beuk. Waardevolle bomen hebben een bepaalde ruimte nodig om in goede conditie te blijven. Bij de planning van de nieuwbouw moet dus rekening met deze bomen en de ruimte er om heen worden gehouden. Wortelbeschadigingen moeten dus zo veel mogelijk worden voorkomen, om van bastschade maar niet te spreken. Voor waardevolle bomen moet een kapvergunning worden aangevraagd, wat voor gezonde bomen onwenselijk is. De Vereniging Oud Lisse vindt dus dat er geen kapvergunningen mogen worden afgegeven voor deze imposante bomen en dat nieuwbouw niet te dicht op de bomen mag komen.

Temperatuurverlaging en CO2 opname.

In het centrum van Lisse zijn betrekkelijk weinig oudere bomen te vinden. Bomen  verlagen de omgevingstemperatuur en nemen veel COen fijnstof op. Grote, oude bomen nemen vele malen meer CO2 op dan gemiddelde bomen. Zij geven natuurlijk ook veel meer schaduw en temperatuurverlaging dan pas geplante bomen decennia lang kunnen opleveren. Het is dus zaak zoveel mogelijk bomen oud te laten worden in het centrum van Lisse, waar het terrein van de voormalige St. Josephschool natuurlijk deel van uit maakt.

Beeld van Joseph

Het beeld van St. Joseph aan de noordgevel van de te slopen school is afkomstig van de oude ‘RK Jongensschool St. Joseph’ (Heereweg 260 waar nu de Kloosterhof is). Deze laatste school werd in 1978 gesloopt. Het beeld was gemaakt bij de bouw van de school in 1910 door kunstenaar J.P. Maas uit Haarlem. Dit beeld is dus ruim 100 jaar oud.

 

In januari 2019 is de school voor de derde keer verhuisd naar een nieuw onderkomen aan de Achterweg 7, naast Rustoord. De school heet nu ‘Kinderkamp Joseph’. Helaas kon de architect geen plek voor het beeld vinden in of bij de nieuwe school. Dat is natuurlijk erg teleurstellend, want het hoorde dus al ruim 100 jaar bij deze school. Gelukkig hebben de kunstenaars Wout Ruigrok en Iet Langeveld van de Oude School tegenover de Grote Kerk de wens te kennen gegeven om het Josephbeeld over te willen nemen en een mooie plek te geven. Hopelijk komt er een mooi bordje bij met de geschiedenis van het beeld.

 

Op het terrein van de te slopen school stond eerst ’RK Kleuterschool St. Lucia’. De kleuterschool was in 1931 gebouwd met als architecten Barnhoorn & Van der Eerden uit Lisse. Deze kleuterschool werd in januari 1978 gesloopt om plaats te maken voor een modern schoolgebouw, ‘RK Basisschool St. Joseph’ genaamd. Dat wordt dus nu de Lindenhof met 6 villa’s.

Achterweg 3 met oude eiken

De bomen rondom de St. Josephschool
foto Google maps

Kaart van het terrein met de 10 waardevolle bomen
Detail uit de waardevolle bomenkaart uit 2020 van de gemeente Lisse.

Achterweg 3 met diverse beuken

Gemeentelijk monument: Patronaatsgebouw

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                               

16 november 2021

door Nico Groen

Gemeente Lisse heeft maar liefst 92 gebouwen, die op de gemeentelijke monumentenlijst staan. Een van deze monumenten is het Patronaatsgebouw aan de Bondstraat waar danscentrum Welkom een kwart eeuw was gevestigd. Onlangs zijn Peter en Rachell van der Veek gestopt met de dansschool. Het gebouw is van de gemeente Lisse en er zijn ideeën om hier woningbouw te realiseren.

Een monument, zoals het Patronaatsgebouw, mag je niet zomaar slopen: zeker niet het gedeelte van 2 verdiepingen dat naar de straat gericht is. De Vereniging Oud Lisse gaat er dan ook vanuit dat dit gemeentelijk monument behouden zal blijven.

De VOL is juist opgericht om het behoud van dit soort gebouwen te bevorderen. Dat is een van de  hoofddoelen van de vereniging, naast alle andere activiteiten.

R.K. Volksbond

Het Patronaatsgebouw met 2 verdiepingen en een plat dak werd in 1918 ontworpen door C.W. Barnhoorn. De RK. Volksbond werd toen de gebruiker. In de top van de voorgevel zit een aangesmeerde gevelsteen met het woord ‘PATRONAAT’. Deze gevelsteen is omlijst met rode strengpersstenen. Strengpersstenen zijn harde geperste stenen. Ze zijn harder dan gewone bakstenen en hebben scherpe randen. Ze zijn erg strak, glad en weinig poreus. Daarom nemen deze stenen minder water op dan gewone bakstenen. Ook verwering en vuil krijgen niet veel kans. De voorgevel heeft bij de dakrand siermetselwerk in een bloktandmotief. Op de top staat een stenen kruis. De zijgevels zijn in dezelfde stijl uitgevoerd. Achter het pand staat een grote aanbouw van één verdieping met een pannendak. Dat was later de danszaal.

Bondstraat

Er werd rond 1918 ook een straat aangelegd van de Heereweg naar de pas gerealiseerde Schoolstraat. Die straat werd naar de gebruiker van het nieuwe gebouw vernoemd: de Bondstraat.

In het Patronaatsgebouw was jarenlang de Mater Amabilisschool (beminnelijke moeder) gevestigd. Dit was de rooms-katholieke School Oase voor meisjes in de Bollenstreek, opgericht in 1950. In deze opleiding werd leren gecombineerd met werken. Het was dus een deeltijdopleiding. Dat dit een belangrijke driejarige meisjesschool was, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er in 1963 180 leerlingen waren.

Gemeentelijk bezit sinds 1973

Het Patronaat bleef tot april 1973 eigendom van de Agathaparochie. Toen werd de gemeente voor 200.000 gulden eigenaar van het gebouw. In dat jaar vestigde dansschool Evert en later Humiel Castelein zich in het Patronaatsgebouw. Ook Radio Boterbloem vond er jarenlang onderdak. Toen Castelein stopte, werd de dansschool in 1997 overgenomen door Peter en Rachell van der Veek. Onlangs besloot de gemeenteraad dat er in Lisse te veel  gemeentelijke accommodaties zijn en dat het onderhoud van het gebouw aan de Bondstraat te veel geld kostte. Na veel geharrewar over de huurprijs en het onderhoud besloot Van der Veek de handdoek maar in de ring te gooien en met de dansschool te stoppen.

Foto: Foto:  Een oude foto van het ‘Patronaat’.
Foto: Oud Lisse

Lezing over de trekvaart Haarlem-Leiden  

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                               

2 november 2021

door Nico Groen

Op 5 oktober j.l. hield Marca Bultink een interessante digitale lezing over de geschiedenis, de betekenis en de toekomst van de trekvaart tussen Haarlem en Leiden. Zij hield deze presentatie op uitnodiging van de VOL via een digitale webinar voor 150 belangstellenden. Als u de lezing alsnog wilt bekijken kunt u contact opnemen met de VOL voor de link.

De aanleg van deze trekvaart was in 1657. Dankzij een zeer strakke dienstregeling was de nieuwe manier van reizen direct een groot succes. In het topjaar 1660 maakten maar liefst gemiddeld ruim 400 passagiers per dag gebruik van de trekvaart tussen Haarlem en Leiden. De opening van de spoorlijn tussen Haarlem en Leiden in 1842, vrijwel parallel aan de trekvaart, was de doodsteek voor het trekschuitvervoer. Daardoor werd de trekschuit dienstregeling in 1860 opgeheven.

De aanleg

De Staten van Holland en West-Friesland gaven op 6 april 1656 toestemming voor het graven van een trekvaart tussen Leiden en Haarlem. De vaart werd 28,4 km lang, 15 tot 20 m breed met een minimale diepte van 2 m. Het bijbehorend jaagpad werd 6,5 m breed. De noordelijke helft van Haarlem tot Halfweg bij Lisse ging ‘Leidse trekvaart’ heten, de andere helft van Lisse tot Leiden ‘Haarlemmer trekvaart’. Er moesten 425 grondeigenaren afstand doen van hun grond. In Halfweg bij Lisse werd de ‘scheydtpaal’ geplaatst. Deze paal is nu een gemeentelijk monument van de gemeente Noordwijk. Bij de brug in de Delfweg werd aan de zuidkant het Huis Halfweg gebouwd en aan de noordkant van de brug kwam een herberg.

Gigantisch karwei in korte tijd

Op 27 februari 1657 was de aanbesteding in de Doelen in Haarlem. Deze vond plaats aan de hand van 40 deelkaarten van het traject. Al eerder, in september 1656, werd begonnen met het doorgraven van de duinen bij Vogelenzang. Dit om de oversteek te kunnen maken van de ene lage strandvlakte naar de andere. Op 25 april 1657 werd met de aanleg van de vaart begonnen en al een half jaar later, op 1 november 1657 werd de trekvaart opengesteld voor de trekschuitdienst. “Een onmoogelyk wonder!”

 

In die korte periode moesten ook 10 bruggen  over de trekvaart en 4 bruggen over de zijsloten worden gemaakt. Daarnaast verrezen 2 tolhuizen met tolhek bij Oegstgeest en in Heemstede bij het huidige station. Verder werden 2 stalgebouwen met 2 woonhuizen in Leiden en Haarlem gerealiseerd. Bij Halfweg bouwde men een Commissarishuis voor overleg tussen de steden Leiden en Haarlem, die voor de aanleg en het onderhoud van de vaart betaalden. Achter dit dienstgebouw waren de stallen en een wisselplek voor de paarden. Een strakke vier-uurs dienstregeling werd gerealiseerd, met in het begin 8 en later 18 trekschuiten. Dit met 40 paarden, 12 schippers, 12 dekknechten en 12 jagers.

In het laatste Nieuwsblad van de VOL staat een uitgebreid artikel van Marca Bultink over de Trekvaart. Leden krijgen dit blad gratis. Voor niet-leden is het blad te koop voor € 5,–.

Foto: Onlangs zijn wegwijzers met informatiepanelen op zeven plekken langs de Trekvaart geplaatst
Foto: Marca Bultink

 

Vondsten in de Ned. Hervormde kerk te Lis’: Het graf der eerste vijf pastoors van Lisse na de Hervorming.

In 1938 zijn bij een restauratie van de Grote kerk een grafzerk en een een vierkant stuk zandsteen waarop een kelk met erboven een hostie staat afgebeeld gevonden. Deze zijn geschonken aan de Agathakerk. Bovenstaande staat in een artikel uit 1938 in de Maasbode.

Nu ligt deze grafsteen nog steeds op de begraafplaats van de Agathakerk op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan. Het stuk zandsteen in gemetseld in een pilaar van de Agathakerk. Van achten in de tweede pilaar rechts.( Zie tekening onderaan). Ook in het boekje “De Aagtenkerk van Lisse”  uit 1960,  geschreven door de heer Hulkenberg staat hierover op pagina 171,  172 en 173 informatie.

Het graf der eerste vijf pastoors van Lisse na de Hervorming.

De Maasbode van 8 december 1938.

B IJ de werkzaamheden, welke in de laatste weken in de Ned. Hervormde Kerk, vermoedelijk de oude H. Agathakapel, aan het Vierkant te Lisse werden verricht, zijn eenige vondsen gedaan, welke vooral voor de katholieken van Lisse van waarde en beteekenis zijn. Gevonden zijn een grafsteen met de namen van de eerste vijf pastoors, die na de Hervorming te Lisse Lisse hebben gestaan en een steenfragment van zeer ouden datum, waarop een kelk met erboven een hostie, staan afgebeeld. De ongezochte aanleiding tot deze vondsten was het feit, dat de gasverwarming in de oude kerk niet langer voldeed. Kerkvoogden besloten derhalve tot den aanleg van een heet-water-verwarming over te gaan en tevens het kerkje van binnen een goede beurt te geven. Daar men voor het leggen der waterbuizen onder den houten vloer moest zijn, zou men tevens van de gelegenheid gebruik maken om de banken, welke scheef gezakt waren, weer in het gelid te krijgen. Men begon hiermee in het achtergedeelte van de kerk, voor den toren. In dit achtergedeelte, dat waarschijnlijk wel meer dan een eeuw ongemoeid is gelaten, sinds er de laatste dooden begraven zijn, waren meerdere graven ingestort en bleken de halfsteensmuurtjes der grafkelders erg zwak. Er zat uiteraard niets anders op, dan de oude begraafplaats te schudden; de houtresten der kisten en de overblijfselen van gebeente werden uit de graven verzameld om ze buiten de kerk weer te begraven en de ontstane ruimte werd met zand opgevuld. Ook de grafkelders werden onder handen genomen; de zerken werden gelicht, de resten der kisten verwijderd en zand gestort in de oude graven. Gebeente werden niet meer in de oude kelders aangetroffen. De zerken, welke na verloop van tijd in den doorgang van den ouden toren waarschijnlijk een plaats zullen vinden, hebben eertijds de graven gedekt van notabelen uit het Lisse van eind 16de, begin 17de eeuw. Zoo lag onder een fraaie zerk Wouter Lenaarts van Calckar, gerechtsbode van het ambacht Lisse, die in 1598 stierf en van diens vrouw, gestorven in 1602. Voorts van den schoolmeester Wiard Takesz. van der Blom en zijn vrouw, gestorven beiden in 1611. Dan van Adryaen Cornelisz. Corsteman en zijn vrouw, gestorven resp. in 1588 en 1614 en van diens broer, Claes Cornelisz. Corsteman, gestorven in 1616. Deze familie behoorde tot de welgeborenen van Rijnland. De zerk van den laatste is zeer mooi. In Gotische letters staat op den rand: „Hier legt begraven claes cornelis Corsteman starf anno 1616″. De rest van den rand is onbehandelt. In het midden is een mooi gehakt en heraldisch ook juist uitgevoerd wapen te zien, dat een burchtoren vertoont in het schild en als helmteeken een uitkomenden leeuw heeft. Mogelijk staat dit wapen in verband met het feit, dat de huizing van zijn vrouw’s familie een hofstede was, genaamd „De Burg”, gelegen ten Oosten van het Vierkant, het oude dorpsplein, of een plaats welke nog zeker is vast te stellen. Vondst, die groote belangstelling wekte.

Pastores van de schuilkerk

De zerk, welke echter meer belangstelling opwekte vooral bij de katholieken, was een zware steen met het volgende opschrift: Grafstede van de volgende Heeren en Meesters. Joannes van de Werste Obiit XIII July MDCXCVII (1697) Lambertus Schaap Obiit X April MDCCVIII (1708) Arnoldus de Leeuw Obiit 17 July MDCCXLVII (1747) Franciscus van den Heuvel Obiit 23 Octobris MDCCLX (1760) Cornelius van der Valk Obiit 1 Octobris MDCCXCVIII (1798). Naar het opschrift te oordeelen meende men te doen te hebben met een gezamenlijk graf van Lisser schoolmeesters. Groot was dan ook de verbazing van de omstanders, toen men bij het verzamelen van de overblijfselen van de kistenresten stukken gewaden aantrof welke kennelijk kerkelijke paramenten waren geweest. Een nader onderzoek maakte duidelijk, dat de namen op de zerk eens gedragen waren door de pastoors, welke vanaf 1687, toen de Lisr St. Agatha-parochie weer zelfstandig werd, de katholieken van Lisse als herder hebben geleid. Dat deze pastoors in een kerk der hervormden begraven werden, behoeft geen verwondering te wekken, daar er toentertijd wel geen ander kerkhof geweest zal zijn dan het eeuwenoude in en bij de kerk. Ook het sierlijke in groote krulletters gebeitelde opschrift, dat zooveel verwarring stichtte, is te verklaren; het is een vertaling van het oude Domini et Magistri, heeren en meesters. Heer was de middeleeuwsche titel voor elken geestelijke en Meester was gebruikelijk voor hen, die aan een universiteit dien graad had behaald. Met Heeren en meesters werd dan de geestelijkheid bedoeld. Van gebeente werd niets meer aangetroffen; van de paramenten werden resten gevonden, welke moeilijk waren thuis te brengen. Het oorspronkelijke paars was in een donker bruinzwart overgegaan en de garneering, randen, kruisjes, franje, was groen geworden. Deze resten waren waarschijnlijk afkomstig uit de twee laatste kisten. Men mag veronderstellen, dat zij tot twee stellen gewaden behoord hebben, daar twee uiteinden van stool of manipel niet op elkaar pasten. Daarenboven vond men twee bonnetten, welke beide bovenop vier kammen hadden. Een was nog nagenoeg geheel gaaf, met de pluim er nog op. Deze laatste was echter roodbruin geworden evenals de voering. De dikke stof, waarvan de bonnetten gemaakt waren — men meent geslagen vilt — had nu een donker-bruine kleur. De tweede bonnet was gelijk aan de eerste, alleen zaten er veel gaatjes in en lag de pluim er naast. Na de vijf genoemde pastoors hebben, aldus de Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem (I 1873) er nog drie de parochie van St. Agatha bestuurd, voor men te Lisse onder pastoor van der Hoven een kerk en kerkhof, respectievelijk in 1842 en 1843, kreeg in de onmiddellijke nabijheid van het dorp aan den straatweg. Deze herders zijn: Petrus Snarenburg, t 1 Jan. 1805, Joannes Christophorus Freede t 14 Juni 1816 en Petrus van Halen, t 13 Juni 1840. Geen dezer ligt in de oude kerk begraven. Het gerucht, dat elders nog resten van paramenten gevonden waren, bleek onjuist, en bovendien bleek de aangeduide zerk, na te zijn vrijgemaakt, het familiegraf te bedekken van de Haarlemsche regentenfamilie Van der Laen, die op huize Ter Spekke te Lisse heeft gewoond, Gerrardt van der Laen stierf 82 jaar oud in 1635. De buitenplaats werd reeds in de eerste helft der 18e eeuw gesloopt, maar de naam is overgegaan op een oude boerderij in de onmiddellijke nabijheid van de oude plaats Volgens bidprentjes, welke men op de pastorie te Lisse had, is pastoor Snarenberg begraven in de Pieterskerk te Leiden; en pastoor van Halen op het R.K. kerkhof „aldaar”, dus op het kerkhof aan den Achterweg, buiten het dorp, waar tot 1842 ook het schuulkerkje stond. Omtrent de plaats, waar pastoor Freede zijn laatste rustplaats vond, vermeldt het prentje niet. mogelijk echter is ook hij op het kerkhof aan den Achterweg begraven. De zerk der eerste vijf Lisr pastoors na de hervorming is door de kerkvoogden aan den huidigen pastoor afgestaan. Een waardige plaats voor dit steenen document der kerkgeschiedenis van het dorp zal worden uitgekozen.

Steenfragment uit vroeger, eeuwen.

Behalve genoemde zerk hebben kerkvoogeden aan den pastoor nog een ander steenen document uit vroeger eeuwen afgestaan: een vierkant stuk zandsteen waarop een kelk met erboven een hostie staat afgebeeld. Dit stuk steen werd gevonden bij het uitscheppen van zand in het voormalige koor, wat noodig was voor het leggen van den nieuwen vloer. Het stuk steen is plm. 28 1 £ c.m. breed en lang, en ongeveer een decimeter dik. De omtrekken van kelk en hostie, alsmede het kruisje op de laatste zijn zeer duidelijk in het niet harde materiaal gebeiteld opgesneden. Kennelijk is dit stuk steen uit den tijd van de Hervorming, en daar de kelk Gotische vormen vertoont, is het fragment van zeer ouden datum. Hoe oud het echter wezen kan, is een moeilijke vraag. Wel werd in 1461 de kapel, welke reeds te Lisse stond, tot parochiekerk verheven, maar volgens een document uit Rome was die kapel reeds gesticht door Roomsch koning Willem, dus in de 13de eeuw. Hoe oud het steenfragment nu wel is, weet men voorloopig niet. Bovendien is nog geenszins duidelijk, waar de steen voor gediend heeft. Was het een stuk van een steenen doodkist, waarin een priester begraven werd; was het een merkteeken, dat in de nabijheid een priestergraf verborgen was; was het een misschien wel wat primitieve versiering van een wandtabernakel? Vragen, die nog niet te beantwoorden zijn. Dat dit voor de katholieken van Lisse belangwekkend getuigenis van het geloof hunner voorvaderen, in de tegenwoordige grootsche kerk een eereplaats zal krijgen, mag verwacht worden.

 

Bij het metselen van den schoorsteen, welke onder de kap in ijzeren binten naar boven loopt en als een torentje zonder spits boven het dak der kerk uitkomt, is tevens de aandacht gevallen op een oud vergeten muurtje, dat in groen-geglazuurde steentjes een jaartal draagt. Bij nadere inspectie bleek dit te zijn 1592. Toen dus werd deze kerk, welke met de meeste andere godshuizen in de omgeving in de woelige dagen van den strijd om Haarlem en Leiden verwoest is —. alleen die van Voorhout en Noordwijk bleven gespaard — weer gedeeltelijk opgebouwd. Later heeft men een uiterst leelijk portaaltje aan de Noordzijde van het koor weggebroken en den eveneens in dit Gotische koor geheel niet passende ingang gemaakt, welke tot op heden in gebruik is. In dit portaal vindt men den f raaien met beelden versierden grafzerk van Willem Adriaen van der Stel, gouverneur van de Kaapkolonie, gestorven in 1725. Te Lisse woonde hij op „Uytermeer”. een later gesloopt buiten aan den rand van den Lisrpoel. Onder deze zerk ligt geen graf; dit bevindt zich in de kerk en hierop heeft ook eertijds de steen gelegen. Toen men echter ook het koor voor banken ging benutten is de mooie zerk in het portaal te pronk gelegd. De grafkelder echter is bij de werkzaamheden der laatst weken opgevuld met zand, nadat het wrakke gewelf was ingeslagen.

Plattegrond Agathakerk. Bij het kruisje is de zandsteen gemetseld in een pilaar. info Co

 

Duinhof open op monumentendag

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                                             

 5 oktober 2021

 door Nico Groen

Op zaterdag 11 september openden 17 kleurrijke monumenten in Lisse hun deuren voor het publiek. De opening werd vóór het gemeentehuis verricht door burgemeester Lies Spruit op uitnodiging van Eric Prince, voorzitter van het comité Open Monumentendag Lisse. Dit met medewerking van het harmonieorkest van Da Capo.

 

Het thema van dit jaar was ‘Mijn monument is jouw monument’, waarbij gastvrijheid en openheid centraal stonden. Ondanks coronabeperkingen werden toch 2600 bezoekers genoteerd op deze 35e monumentendag. Hulde aan het comité Open Monumentendag!

 

Archiefstuk uit 1475

Eén van de nieuwe deelnemers was het Gemeentehuis, waar rondleidingen en lezingen verzorgd werden. Met enkele gidsen kon men in groepjes wandelen in het Gemeentehuis waar oude archieven van de Gemeente Lisse werden tentoongesteld o.a. het oudste perkamenten document van Lisse uit 1475. Ook was er in de publiekshal een tentoonstelling “De Lissese politiek vroeger en nu”. Daarbij was ook Arie in ’t Veld aanwezig, de auteur van de reeks ‘Kleine kroniek van Lisse’. Emeritus hoogleraar Herman Pleij verzorgde in de ochtend op humoristische wijze een lezing over de Lissese dorpspolitiek.

 

Begraafplaats Duinhof

De algemene begraafplaats Duinhof deed voor het eerst mee. Men kon in groepjes worden rondgeleid door een gids. Deze parkachtige begraafplaats ligt in de oude duinen van Keukenduin. De gids ging langs het praalgraf van familie Graaf van Lynden, 2 oorlogsgraven en de graven van vooraanstaande bollenkwekers.

In 1929 werd de begraafplaats gerealiseerd in een stuk van het Keukenhofbos. Ook kwam er een houten aula. In 1947 en 1951 werd de begraafplaats uitgebreid. In 2005 was er een grote uitbreiding naar het noorden. In 2010 werd uitgebreid richting Puntenburg.

Op de begraafplaats staat een groot aantal oudere bomen, die in het duingebied thuishoren. Er staan onder andere beuken, eiken en dennen verspreid over het oude gedeelte van het kerkhof.

Er is op de begraafplaats ook een particuliere 18e eeuwse grenspaal met de inscripties F.G.E. en aan de andere kant I.V. uitgehakt. De initialen F.G.E. zijn van Frans Gerhard Eijsingk/Eissink die in 1782 landgoedeigenaar was van Keukenduin en bij I.V. gaat het om landbouwer Jan Verdegaal die in 1745 in de Zilk geboren was en woonde op boerderij Welgelegen (nu politiebureau) aan de Heereweg te Lisse.

 

Verder konden diverse monumentale kerken bezocht worden waar de orgels werden bespeeld. Ook op veel andere plaatsen waren er muzikale optredens. Voor de inwendige mens kon men terecht bij Restaurant Lowietje en het Tussenstation Lisse, dat ook te bezichtigen was. Overige deelnemers dit jaar waren: ’t Huys Dever, Landgoed Keukenhof, Zorgboerderij Sterksaam, De Oude School, de voormalige Rijkstuinbouwschool, de Zemelpoldermolen, de Heemtuin en Museum De Zwarte Tulp. Het programma kon als fietsroute gereden worden en eindigde dan bij Vereniging Oud Lisse waar een tentoonstelling over monumenten ingericht was. Ter afsluiting werd om 16.00 uur het traditionele slotconcert gespeeld in de Sint-Agathakerk door Cor de Vries op het Adema-orgel.

Foto: Entree van begraafplaats Duinhof Foto: Nico Groen

Een beeldverhaal van de Hobaho

Sporen van vroeger                                                                

21 september 2021

door Nico Groen

 In Nieuwsblad nummer 2 van 2021 van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”  wordt door Jan van der Voet een inkijkje gegeven in de beeldbank van de VOL. Deze beeldbank bevat inmiddels ruim drieduizend foto’s die voor leden van de VOL, met de daarbij behorende informatie, in te zien is. Op de website van de VOL hebben we nu letterlijk een ‘Beeldverhaal’ gemaakt uit een selectie van deze drieduizend foto’s. Dit beeldverhaal kan iedereen, lid of geen lid, bekijken.

Vanwege het honderdjarig bestaan van de Hobaho hebben we de laatste tijd extra aandacht besteed aan het verzamelen van foto’s over dit bedrijf. Dat is goed gelukt en met een beeldverhaal hebben we de geschiedenis van de Hobaho letterlijk in beeld gebracht. Het nieuwe beeldverhaal staat op de website van VOL en is door iedereen te bekijken: https://oudlisse.nl/inbeeld/hobaho/.

In nummer 1 (2021) van het VOL Nieuwsblad  is in tekst uitgebreid aandacht besteed aan het jubileum. Het bedrijf heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Lisse. Denkt u aan de locatie: het bedrijf was oorspronkelijk gevestigd aan de rand van het dorp, maar langzamerhand werd dat in het centrum. Nu heeft de Hobaho aan de Van Slogterenweg weer de rand opgezocht.

In de loop van de honderd jaar hebben heel veel mensen met het bedrijf te maken gehad, vooral werknemers en zakelijke contacten. De bemiddeling bij de aan- en verkoop van bloembollen is van karakter veranderd. De traditionele veiling, met alle ruimte die daarvoor nodig was, bestaat niet meer. De Hobaho heeft samen met de andere veiling (nu CNB) een centrale rol gespeeld in de ontwikkeling van de bloembollensector. Veel mensen kennen de Hobahohallen ook van allerlei evenementen die daar hebben plaatsgevonden. Van veel van deze activiteiten hebben we interessante foto’s, maar er moeten er nog veel meer zijn.

Wie heeft er nog foto’s?

Naast de foto’s van de Hobaho bevat de beeldbank  veel oude foto’s die allerlei andere verhalen van Lisse vertellen, vooral verhalen van na 1900. Door de foto’s digitaal op te slaan, bewaren we ze voor volgende generaties en voorkomen we dat waardevolle foto’s verloren gaan. We hebben echter maar een fractie van de foto’s die ooit genomen zijn en daarom zijn we actief op zoek naar zulke foto’s. De beeldbank is onderdeel van Lisse Tijd Reis en door alle leden te bekijken. Wanneer u inlogt op Lisse Tijd Reis en vervolgens klikt op ‘Tabellen’ en tenslotte op ‘Foto’, kunt u als lid alle foto’s doorzoeken. Het is onze ambitie om de beeldbank de centrale plek te laten worden om foto’s over de geschiedenis van Lisse te bewaren.

Heeft u nog oude foto’s met gebouwen of duidelijk herkenbare personen? En vindt u het goed dat daarvan een digitale versie wordt opgenomen in de beeldbank? Laat het ons weten dan kopiëren/scannen wij de foto’s en krijgt u de originelen z.s.m. terug. Digitale foto’s van het verleden kunt u natuurlijk ook opsturen. De grootte van de foto moet minimaal 1 Mb zijn.

F02835 – In 1950 is hal 2 van de Hobaho gereed gekomen. Later zal ook het perceel linksonder worden bebouwd.

F03134 – Nadat de Hobaho lang aan de Haven was gevestigd staat het bedrijf nu aan de Professor van Slogterenweg.

Delpher, een goudmijn

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)                                              

7 september 2021

 door Nico Groen

De Koninklijke Bibliotheek (KB) is de nationale bibliotheek van Nederland, gevestigd in Den Haag. Zij verzamelt alles wat in en over Nederland verschijnt, van middeleeuwse literatuur tot aan publicaties van vandaag. Zo’n zeven miljoen publicaties, boeken, kranten en tijdschriften zijn in de magazijnen opgeslagen. Daarnaast biedt de KB ook veel digitale diensten, zoals de landelijke online Bibliotheek onder de naam Delpher.

De naam Delpher is ontleend aan het woord ‘delven’ dat spitten, (op) graven, winnen betekent en is een knipoog naar Delphi, het beroemde orakel. Delpher biedt de originele teksten aan uit de meer dan ruim 1,7 miljoen kranten verschenen tussen 1618 en 1995. Niet alleen legale bladen, maar ook gesten­cilde illegale blaadjes uit de oorlog, zoals de Oranjekoerier uit Lisse, Het Parool, Trouw, De Waarheid en De Vrije Pers. Ook zijn niet vergeten de kranten door de NSB uitgegeven, zoals Het Nationale Dagblad en Zwart Front. Verder elf miljoen tijdschriftpagina’s en meer dan 900.000 boeken van de 15de tot de 21ste eeuw. In totaal vindt u in Delpher meer dan 120 mil­joen pagina’s. Dit aanbod zal de komende jaren alleen maar groeien. Deze immense klus is nog steeds gaande. Het zal nog jaren duren voordat alles online staat. Delpher is sinds 20 no­vember 2013 beschikbaar via de link Delpher.nl. Daar kunt u de gedigitaliseerde pagina’s woord voor woord doorzoeken.

Vondsten in de  grote kerk in 1938

Als alleen het woord ‘lisse’ wordt ingevoerd staan er ruim 100.000 Nederlandse artikelen en bijna 50.000 advertenties vermeld, bijvoorbeeld ook de rivier De Lisse in Frankrijk. Men zal dus op meer trefwoorden moeten zoeken. Zoals bijvoorbeeld ‘Lisse AND Agathaparochie’.

Dan vind je o.a. een zeer uitgebreid artikel uit de Maasbode van 8 december 1938 over het herstel van de vloeren in de grote Kerk Lisse met de titel ‘Vondsten in de Ned. Hervormde kerk te Lisse’. Waarin onder andere staat: “Bij de werkzaamheden, welke in de laatste weken in de Ned. Hervormde Kerk, vermoedelijk de oude H. Agathakapel, aan het Vierkant te Lisse, werden verricht, zijn eenige vondsten gedaan, welke vooral voor de katholieken van Lisse van waarde en beteekenis zijn. Gevonden is een grafsteen met de namen van de eerste vijf pastoors, die na de Hervorming te Lisse hebben gestaan …. De zerk der eerste vijf Lisser pastoors na de hervorming is door de kerkvoogden aan den huidigen pastoor afgestaan. Een waardige plaats voor dit steenen document der kerkgeschiedenis van het dorp zal worden uitgekozen”. Nu ligt deze steen nog steeds op de begraafplaats van de Agathakerk op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan.

Open monumentendag 11 september

Op 11 september zijn een  aantal gebouwen geopend voor bezoek. Kijk voor de aardigheid voor of na uw bezoek eens op Delpher om wat meer te lezen in krantenartikelen, die mogelijk zijn verschenen  over het betreffende gebouw. De folder over de Open Monumentendag is verkrijgbaar bij de VVV of op de dag zelf bij een van de 17 deelnemers. Het thema dit jaar is ‘Mijn monument is jouw monument’.

Foto: De folder van de Open Monumentendag op 11 september is verkrijgbaar bij de VVV.

Foto: De folder van de Open Monumentendag op 11 september is verkrijgbaar bij de VVV.

 

De Witte Zwaan 50 jaar geleden gesloopt.

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                             

17 augustus 2021

Door Nico Groen

Na een roemrijke tijd werd in 1971 het etablissement De Witte Zwaan gesloopt. Nu is daar al weer jaren de Dirk, voorheen Digros, gevestigd. Als de voortekenen niet bedriegen zal deze supermarkt ook weer worden gesloopt voor nieuwbouw. Mocht Dirk onder de slopershamer vallen, dan is het te hopen, dat bij nieuwbouw een voorgevel wordt ontworpen die niet uit de toon valt bij de rest van ’t Vierkant. Hopelijk wordt daarmee de stedenbouwkundige miskleun uit de jaren zeventig hersteld.

In de dorpsherberg de Witte Zwaan was het vaak een drukte van belang, want in de vele zalen van het gebouw met de serre was altijd wat te doen. Een veiling, een rechtspraak of een vergadering. Iedereen ging naar de Witte Zwaan om iets te beleven of te bespreken. Ook de gemeenteraadsvergaderingen werden er lange tijd gehouden. Er was ook een kolfbaan en later een bioscoop, Het Luxor Theater, in een van de zalen.

Wisseling van de paarden

De Witte Zwaan was in het verleden de plek waar de paarden van de postkoetsen werden gewisseld. Zij rustten dan uit op het weiland achter de Witte Zwaan. De passagiers konden zich verpozen in de herberg. Maar niet alleen de postkoetsen hielden daar halt, ook andere passanten stopten daar tijdens hun reis van Den Haag naar Haarlem of Amsterdam.

In 1814 kreeg het etablissement de Witte Zwaan hoog bezoek. Na de zege op Napoleon keerde tsaar Alexander I als overwinnaar terug.  Hij  maakte o.a. een zegetocht door Nederland. Op 2 juli 1814 reisde Alexander I van Den Haag via Katwijk naar Amsterdam. Zo kwam de stoet ook door Lisse. Zoals bij veel gelegenheden in die tijd, werd een gedeelte van de paarden bij de Witte Zwaan gewisseld. Ook werd er gegeten en gedronken. Het was zeker geen klein gezelschap, gezien de gepeperde rekening, die de toenmalige, zeer populaire herbergier Gerrit Veldhorst (de Veldhorststraat is naar hem vernoemd) naar de latere koning Willem I opstuurde.

De eerste droge veilingen (van bollen) van de latere Hobaho vonden in 1921 plaats in de Witte Zwaan. De initiatiefnemers dachten aan de ruimte van het etablissement voldoende te hebben, maar er werden zoveel bollen aangevoerd dat deze in de open lucht moesten worden opgeslagen. Het was maar goed dat 1921 een mooie droge zomer had, zodat men de bollen zonder waterschade in de buitenlucht kon opslaan. Voor de aanvoer van 1922 werd een hal gekocht.

De Witte Zwaan heeft vele eigenaren en uitbaters gekend. De families Van Ruiten, Hekkers, Van Duinen en Van der Ploeg zwaaiden er de scepter en laatstgenoemde eigenaar zag het op een gegeven moment werkelijk niet meer zitten. “We hebben dag en nacht gewerkt om er iets behoorlijks van te maken, maar steeds weer opnieuw komen we voor zeer hoge onderhoudskosten te staan en het is economisch gezien niet meer verantwoord om nog geld in de Witte Zwaan te steken”, aldus de ondernemer. De sloop begon in 1970 en in 1971 was er niets dat nog aan de gebouwen herinnerde.

Foto: De Witte Zwaan, nog in oude luister
Foto; Oud Lisse