Uitgegeven artikelen in pers etc.

DEVER 650 jaar: Pruisenreizen met Reinier

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

17 februari 2026

Door Nico Groen

In de jaren zeventig van de 14e eeuw is donjon Dever door ridder Reinier d’Ever gebouwd. Waarschijnlijk is de bouw gestart in 1376, nu 650 jaar geleden. Daarom wordt in Sporen van Vroeger komende tijd ingegaan op de geschiedenis van Dever. Reinier d’Ever deed aan vele kruistochten naar Pruisen mee.

In de 14e eeuw en eerder werden kruistochten ondernomen om heidenen te kerstenen. Niet alleen naar Palestina maar ook bijvoorbeeld naar Pruisen in het tegenwoordige Polen en Rusland om van daar uit Litouwen met geweld tot het christendom te bekeren. Reinier heeft zeker aan vijf, mogelijk meer aan van die Pruisenreizen meegedaan.

Jan van Blois

Foto: De rijke Jan van Blois. Hij had een goede relatie met Reinier d’Ever
Foto: Wikipedia

Van de Pruisenreis in 1368/1369 is veel bekend, omdat er veel gegevens bewaard zijn gebleven. Reinier heeft ook meegedaan aan deze reis. Jan van Blois organiseerde deze reis. Hij was geboren rond 1342 en overleed in Schoonhoven in 1381. Hij was graaf van Blois. Dit graafschap was een van de belangrijkste gebieden van het koninkrijk Frankrijk. In 1356 erfde hij ten gevolge van het testament van zijn grootvader Jan van Beaumont diens uitgestrekte bezittingen in Holland en Zeeland. Deze bezittingen vormden vrijwel een staat binnen het graafschap Holland en Zeeland. Hij was dus een zeer belangrijke en rijke edelman. Jan van Blois nam tweemaal deel aan de Pruisenreizen tegen de  heidenen van Litouwen (1362/1363 en 1368-1369).

Onderstaande gegevens komen uit een artikel uit 2020 van Folkert van der Veen en Cees van Biezen in het Dever Bulletin, dat jaarlijks uitgegeven wordt door de Stichting Vrienden van ’t Huys Dever.

Op maandag 20 november 1368 verzamelde een groot gezelschap zich in Geertruidenberg en vertrok van daaruit naar Hasselt en Maastricht. Daar sloten zich nog diverse ridders en manschappen aan. Daarna ging het via Keulen, Dortmund en de rivier de Aller naar Rostock en vervolgens naar Königsberg, dat nu Kaliningrad heet en in Rusland ligt. Daar werd het leger welkom geheten door de christelijke Duitse kruisridderorde. De tochten naar Litouwen werden onder auspiciën van die orde gehouden. Vervolgens moest men nog in Litouwen proberen te komen. En dat viel niet mee. In Litouwen werden diverse burchten veroverd en kapot gemaakt.

Er werden voornamelijk reizen in de winter gemaakt, maar sommige Pruisenreizen werden ook in het zomerseizoen georganiseerd. Reinier d’Ever heeft alleen maar aan winterreizen meegedaan. Reizen in de winter was niet gemakkelijk. Het bracht allerlei praktische problemen met zich mee. Een reden om een Pruisenreis in de winter te ondernemen was dat Litouwen een moerassig en drassig gebied was. Men moest over het ijs met sneeuw naar Litouwen. Een consequentie was natuurlijk wel dat al het eten en warme kleding mee moest worden genomen. Om een voorbeeld te geven over de grootte van het leger is de overtocht over de rivier de Aller in de buurt van Hamburg weergegeven. Er moesten maar liefst 108 paarden worden overgezet en verder het hele leger met vele ridders en medewerkers.

Dever 650 jaar: slag bij Warns

Sporen van vroeger                                                            

3 februari 2026

door Nico Groen

In de jaren zeventig van de 14e eeuw is donjon Dever door ridder Reinier d’Ever gebouwd. Waarschijnlijk is de bouw gestart in 1376, nu 650 jaar geleden. Zijn vader was ridder Gerardus Ever ook Gherit van Ever genoemd. Die was enkele jaren houtvester van Holland. Hij deed ook mee aan de slag bij Warns in 1345 en overleed daar.

Na zijn dood heeft zijn vrouw Clara ook wel Claeren genoemd een vastgesteld lijftocht (een soort pensioen) gekregen. Zij hadden vier kinderen. Op de eerste plaats zijn zoon Reinier, die later de donjon zou bouwen. Verder was er een zoon Wouter, waarvan na 1355 geen documenten zijn teruggevonden. De namen van zijn dochters waren Liesbeth en Marie. Liesbeth trouwde met Jan Aernt, die rentmeester van de graaf van Holland was. Onze Reinier was dus een zwager van de rentmeester van de graaf, wat een belangrijke positie was.

Graven van Holland

Graaf Willem III (1287 – 1337) was in 1315 erkend als heer van Friesland. De Hollandse graven waren in die tijd uit op meer macht en wilden hun oppergezag claimen door invoering van belastingheffing en algehele controle op de rechtspraak in Friesland. Van een werkelijke uitoefening van zijn macht kwam echter heel weinig terecht. Hij werd Willem de Goede genoemd. De krijgshaftige graaf Willem IV (1307 – 1345) ging echter veel voortvarender te werk dan zijn in 1337 overleden vader. Hij werd niet voor niets Willem de Stoute (=dapper) genoemd. Nadat onderhandelingen waren mislukt omdat de concessies die de graaf eiste voor de Friese elite onaanvaardbaar waren, maakte de graaf aanstalten heel Westerlauwers Friesland te onderwerpen. De Lauwers was een riviertje dat voor een deel de grens vormde tussen wat nu de provincies Friesland en Groningen is. Het riviertje was de naamgever van het tegenwoordige Lauwersmeer.

Oorlog

Foto: Graaf Willem IV, geromantiseerd portret

Graaf Willem IV voelde zich in 1345 sterk genoeg om de Friezen nu voorgoed tot onderwerping te dwingen. Graaf Willem IV en zijn oom heer Jan van Beaumont stelden zich in Enkhuizen aan het hoofd van de Hollandse vloot om zich naar Stavoren te begeven. De vloot bestond uit een schitterende groep ridders en knapen. Op de Zuiderzee werd de vloot door een flinke storm uit elkaar geslagen. Jan van Beumont landde inderdaad bij Stavoren, maar werd teruggedreven en gewond naar de schepen gedragen. Graaf Willen IV landde iets oostelijker bij Warns. Geharnast, maar zonder paarden, trokken ze brandschattend op om bij Stavoren bij het Sint Oduphusklooster een sterke vesting te maken. De plaatselijke bevolking had echter een hinderlaag voorbereid en in het moerassige landschap werden de Hollanders verpletterend verslagen. In een vreselijk gevecht werd het leger van de graaf met Het neusje van de zalm van de Hollandse adel in de pan gehakt. De schepen keerden terug zonder de graaf.  Onder de lange lijst van ridders, die 26 september 1345 bij Warns het leven lieten, stond ook de naam Gerardus Ever. In Friesland wordt deze dag nog steeds op het Rode Klif bij Stavoren herdacht, symbool van de Friese vrijheidsstrijd.

 

 

DEVER 650 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws                                                           

20 januari 2026

Door Nico Groen

In de jaren zeventig van de 14e eeuw is donjon Dever door ridder Reinier d’Ever gebouwd. Waarschijnlijk is de bouw gestart in 1376, nu 650 jaar geleden. Daarom wordt in Sporen van Vroeger komende tijd ingegaan op de geschiedenis van ’t Huys Dever te Lisse.

 Al in 1284 wordt Lisse in verband gebracht met de familie Ever. In dat jaar ontvangt ‘Gherardus Ever te Lysse’ geld. Waarschijnlijk woonde de familie al veel eerder in Lisse. Zo’n 100 jaar later bouwt Reinier het gebouw. Het is een zogenaamde woontoren of donjon, een versterkt woonhuis. In 1417 is heer Reinier overleden, 85 jaar oud.

De achterzijde van de donjon was gericht naar het moeras van de Lisser Poel en hoefde niet zo sterk te zijn, omdat van die kant geen groot gevaar kon dreigen. De andere muren zijn hoefijzervormig, bijna 2 meter dik en massief gemetseld. De fundamenten liggen 3 meter onder het grondoppervlak en rusten op een zandplaat van de strandwal, die loopt van Haarlem via Lisse naar Oegstgeest. Door die dikke zandlaag is na 650 jaar nog geen spoor van verzakking te merken. Omstreeks 1580 werd een bescheiden huis tegen de voorzijde gezet, dat later werd uitgebouwd tot een statig herenhuis. Dit herenhuis was groter dan de donjon zelf. Door slechte fundering en verwaarlozing stortte een deel daarvan in 1848 in. Het was toen allang niet meer bewoond, Daarna werden gaandeweg de muren gesloopt door iedereen, die stenen nodig had. Alleen de fundering bleef over. In 1862 stortte het dak van de donjon eveneens in. Deze zware muren weerstonden echter alle vernielzucht. De fundering van het herenhuis is nog steeds goed te zien doordat deze na de restauratie van het complex weer opgemetseld is. Na de Tweede Wereldoorlog werd Dever onteigend door de Nederlandse Staat, omdat de eigenaar (familie van Heereman van Zuydtwijck) in Duitsland woonde. De landerijen werden verkocht en de ruïne die al een rijksmonument was, ging in 1949 voor ƒ 1,00 naar de gemeente Lisse. Daarvoor was Dever nooit verkocht.

 Restauratie begon in 1973.

Het lobbyen van Alfons Hulkenberg leidde in 1973 tot het begin van de restauratie. Hulkenberg was amateurhistoricus die veel onderzoek heeft gedaan over de Bollenstreek  en hierover veel publiceerde. Toen  met de restauratie werd begonnen, was al het houtwerk verdwenen, waren alle raam- en deuropeningen verbrokkeld en groeiden er gras en vlierstruiken boven op de muren. Ook eenden nestelden zich daar. De voet van de muur, juist boven de waterlijn van de vroegere gracht, was zwaar beschadigd.

In 1978 ging het gebouw open voor publiek.  Achttien jaar later droeg de gemeente Lisse het beheer van de donjon over aan de Stichting Beheer Buitenplaats ’t Huys Dever.

Tussen 1988 en 2000 werd het voorhof gereconstrueerd en in 2003 maakte men er een ophaalbrug bij. In 2008 werd de loopbrug tussen voorhof en het huis gereconstrueerd.

Met dank aan de Stichting Dever. Zie ook huysdever.nl.

 

Foto van rond 1920 van de ruïne met gras en vlierstruiken
Foto: OudLisse

 

Villa Wassergeest 100 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

16 december 2025

door Nico Groen

 Villa Wassergeest, Heereweg 340, ligt tegenover de Tuinbouwschool. Het is gebouwd in 1925, 100 jaar geleden dus. De architect was Leen Tol sr. De opdrachtgever was Alfons Belle, bollenkweker van beroep. De villa staat op de gemeentelijke monumentenlijst.

De wit gepleisterde villa bestaat uit 2 bouwlagen onder een hoge zolder met een schilddak. De voorgevel is asymmetrisch met links een groot raam en rechts een bijzonder portaal. De hele woning staat bijna een meter boven de tuin. Vandaar dat het portaal te betreden is met een vijftal traptreden. De houten deur heeft vensterglas met traliewerk. Naast de deur bevinden zich vier kleine vensters met glas-in-lood. Boven de ingang zijn een luifel en vier kleine vierkante vensteropeningen als bovenlichten gerealiseerd. Boven het portiek is in een verdiept veld de naam ‘WASSERGEEST’ aangebracht. Links in de voorgevel bevindt zich een erker met afgeschuinde hoeken. Deze worden door een houten geprofileerde lijst afgesloten. De vensteropeningen op de eerste verdieping zitten tussen strak vormgegeven lekdorpels en lateien. Aan iedere kant van het dak ligt een dakkapel in de stijl van een z.g. ‘opnieuw verbeterde Hollandse dakkapel’ met twee ramen met glas-in-lood. De dakkapellen hebben een overstekend plat dak. Tegen de linker zijgevel is een serre aangebouwd met een balkon daarboven met een stenen borstwering. De aangebouwde garage staat op de noordwesthoek van de villa. In 2001 werd de villa verbouwd en in 2002 was een berging bijgeplaatst.

Bollenteler A.M. Belle

A.M. Belle liet de villa bouwen op zijn bollenland, dat ter plaatse van de Heereweg tot de Achterweg liep. Achter de villa loopt een heel oude haag vanaf het huis tot de Achterweg. Het land van Belle lag aan de zuidkant van deze haag. Later werd het land verkocht aan het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek. Daar werden meer dan 60 jaar buitenproeven genomen met allerlei bolgewassen. Daarna is het land overgenomen door de HOBAHO.

Alfons Belle heeft de villa Wassergeest genoemd, omdat de grond oorspronkelijk aan buitenplaats Wassergeest toebehoorde.

Buitenplaats Wassergeest

Jhr. Adriaen van der Laen van buitenplaats Ter Specke kocht in de loop van de eerste helft van de 17e eeuw veel grond op in de zogenaamde Westgeest, dat tussen de Vuursteeglaan en de Catharijnelaan lag. Huize Wassergeest werd in 1660-1661 door hem gebouwd.

Daniël Pompeus Johannes van der Staal van Piershil (1874-1858) was op een gegeven moment de eigenaar van de buitenplaats. Financieel ging het de laatste jaren van zijn leven slecht. Bij openbare verkoping in 1852 werden alle bezittingen via via gekocht door buitenplaats Keukenhof, De Keukenhof verkocht of verhuurde de grond aan Alfons Belle (1893-1975), die van de weilanden bollengrond maakte, door verdere egalisering van het oorspronkelijke duinlandschap. Belle was een belangrijke bollenteler met veel invloed. Hij was bijvoorbeeld bestuurslid vanaf het begin bij de bloemententoonstelling Keukenhof. In 1953 was hij voorzitter van de Bloemencommissie van het Bloemencorso. Niet voor niets werd hij gehuldigd als Ridder in de orde van Oranje Nassau.

Villa Wassergeest rond 1930. De oude haag van voornamelijk beuken en eiken is goed te zien.

Bij de voorplaat: Poelmarkt 50 jaar

Dit jaar

Poelmarkt 50 jaar bestaat de Poelmarkt 50 jaar. Een mooie foto van uit 1984 siert de voorkantRedactie

Nieuwsblad 23 nummer 4 2024

Het ene jubileum is nog niet gevierd of het andere dient zich alweer aan. Dit jaar vieren we nog steeds 400 jaar Poelpolder en 100 jaar Julianastraat. Van beide zijn herinneringsboeken uitgegeven. De Poelmarkt mag dit jaar haar 50-jarig bestaan vieren. Op de hartpagina van ons vorige nummer was er nog niets te zien van de huidige Poelmarkt. Wel van haar voorgeschiedenis in de garageboxen. Uit het bestaan van deze ‘noodwinkels’ bleek dat er zeker behoefte was aan een winkelcentrum in de steeds groeiende Poelpolderwijk. Er zijn al heel wat winkeliers die er in 1974 een vestiging hadden vertrokken en telkens kwamen er anderen voor in de plaats. Cor Oppelaar had bij de achteruitgang een filiaal. Kunt u zich ‘Poppejans’ nog herinneren en de doe-het-zelf-zaak van HUBO naast de uitgang naar ‘China City’ die eerst nog ‘Kota Radja’ heette. Of slijterij De Kring, de Brood&Banketzaak van Rijnsburger, Super de Boer, eerst nog ‘TopTien’ supermarkt. Zijn er nog zaken die er vanaf de start nog steeds gevestigd zijn? Wie het weet mag het ons laten weten. Misschien is de snackbar wel zo’n blijvertje.

 

Poelmarkt 50 jaar

Nogmaals Blokhuis

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

2 december 2025

 Door Nico Groen

Winkelcentrum Blokhuis bestaat 50 jaar. De vorige keer kon u lezen waarom het centrum Blokhuis heet. De grond waarop het staat was al lang van de familie Blokhuis. Nu wordt dieper op de familie ingegaan. Blokhuis komt van Bluckhuijs.

Over het geslacht Blokhuis werd in 1928 een 266 pagina’s dik boekwerk uitgegeven. Het was geschreven door de heer E.A.F. Blokhuis en de titel luidt: Familieboek Blokhuis. Hopelijk is dat boek nog ergens aanwezig. In de jaren zeventig was het in bezit van mevrouw De Graaff. In een artikel in een van de weekbladen van Lisse wordt daarnaar verwezen. Hieronder staat een samenvatting van dat artikel.

De naam Blokhuis is afgeleid van het oorspronkelijke Bluckhuijs. Het ouds bekende voorouderpaar van de familie waren Jacob Rijkszoon Bluckkuijs en Grietje Gijsbertsdochter. Zij woonden in Bunschoten in het Eemland. De naam is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van ‘wachthuis’. Wachthuizen dienden ter beveiliging of afsluiting van een stad. Zo’n huis werd bluckhuijs genoemd. De uitleg in ethymologiebank.nl is ‘kleine sterkte, die de doorgang verspert (blochuus 1562) van blok in de betekenis balk, stronk en huis. Het woord blokkeren is hiervan afkomstig’. Woonde in het verre verleden iemand in de buurt van zo’n bouwsel dan werd hij bijvoorbeeld Jacob van het Bluckhuijs genoemd. Later werd dit Blokhuijs, vervolgens Blokhuisse en tenslotte Blokhuis. De geschiedenis maakt voor het eerst melding van de naam Bluckhuijs in 1662. Vier of vijf generaties hebben in het Eemland gewoond. De nakomelingen behoorden tot de welgestelde boerenstand. Zij waren grootgrondbezitters en hadden fraaie hofsteden omgeven door uitgestrekte landerijen.

Blokhuis komt rond 1820 naar Lisse

Pas omstreeks 1820 duikt de naam Blokhuis in Lisse op wanneer Gijsbert Blokhuis uit Barneveld in Lisse komt wonen om te werken bij zijn schoonvader Cornelis de Graaff, die een groot en bloeiend bollenbedrijf had. Gijsbert kwam naar Lisse om mede het bedrijf te leiden. Hij ging wonen op de Pruimenhof (Heereweg 133).

De Lissese tak heeft belangrijke mannen voortgebracht. Cornelis Blokhuis, geboren in 1815 in Barneveld, was wethouder in Lisse. Gerrit Blokhuis (geb. 1841) was burgemeester in Sassenheim. Gijsbert Blokhuis (geb. 1846) was ook wethouder in Lisse. Daarvóór was Gijsbert Blokhuis (geb. 1725) al burgemeester van Bunschoten geweest. En hij staat te boek als ‘wiskundenaar’. Vele nazaten in Lisse vonden hun bestaan in de land- en tuinbouw. Laura Bemelman heeft uitgezocht waar de Blokhuizen in de buurt van de Pruimenhof in het begin van de twintigste eeuw woonden. De straatnummering was toen anders dan nu. De Pruimenhof zelf is in 1905 gesloopt. Daar kwam later de bloemenwinkel van Grimme. In 1915 woonde Cornelis Blokhuis (geb. 1859), op Heereweg C104 (Heereweg 113) Dit huis is gebouwd in 1906 en in 1929 uitgebreid tot dubbel woonhuis en staat op de zuidhoek van de Heereweg en de Nassaustraat. Drie van zijn zonen woonden op Heereweg C103, C102 en C101. Zij waren allemaal bloemist. C103 (Heereweg 111), was het huis ‘Irene’ dat ook nog als ziekenhuis in gebruikt is geweest en later is afgebroken voor de aanleg van de Nassaustraat.

Huize Irene

 

De Pruimenhof, gesloopt in 1905.

 

 

 

Winkelcentrum Blokhuis 50 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

18 november 2025

 Door Nico Groen

 Woensdag 19 november 1975 was het grote openingsfeest van het nieuwe, moderne winkelcentrum Blokhuis. Het centrum werd gebouwd door W.B. van Braam uit Zaandam voor de prijs van 5,6 miljoen gulden met diverse voorzieningen. Waarom werd het centrum Blokhuis genoemd?

Bij de ontwikkeling heeft de BV Blokhuis onder leiding van directeur C.W. van der Mark nauw contact gehad met het projectbureau Westland/Utrecht waarvan de bekende Lisser drs L.P. Dorenbos ‘grote diensten heeft bewezen’. Het winkelcentrum liep in die tijd vanaf de Kanaalstraat tot het plein met het beeld ‘Windkracht 8’ ofwel ‘Annie voor de wind’. De totale winkeloppervlak was 4000 m2 met een parkeerterrein van 12000 m2. Bovenop het winkelcentrum werden woningen gerealiseerd. De ingang aan de Kanaalstraat naar het terrein van Blokhuis werd gerealiseerd naast de winkel van Tissing. Architect Paardekooper heeft de winkel van Tissing en de fraaie entree naar Blokhuis getekend.

Naast de bouw van het winkelcentrum stonden er ook allerlei andere bouwprojecten op het programma, zoals AH, de bibliotheek schuin tegenover AH en fietsenhandel Rijerkerk.

Waarom Blokhuis?

Het winkelcentrum is vernoemd naar de eigenaren van het perceel waarop het is gerealiseerd: de familie Blokhuis. In 1742 kwam een gedeelte van Lisse in handen van Claas Symonsz de Graaff. Dit betrof een groot gedeelte van de landerijen ten noorden en zuiden van de huidige Nassaustraat. Op een gegeven moment komt Cornelis de Graaff uit een volgende generatie er alleen voor te staan om het grote en bloeiende bollenbedrijf te leiden. Zijn schoonzoon Gijsbert Blokhuis uit Barneveld komt omstreeks 1820 naar Lisse om het bedrijf mede te leiden. Hij ging wonen op de Pruimenhof. Het huis de Pruimenhof lag waar later bloemenzaak Grimme aan de Heereweg was. Eerder woonde daar het dominees echtpaar Van Blommesteijn-De Roos, die naar ’t Vierkant verhuisd was. Tot 1 januari 1840 is Gijsbert als deelgenoot met de firma De Graaff verbonden gebleven samen met zijn jongere zwager Herman de Graaff. Toen gingen beiden hun eigen weg. Gijsbert Blokhuis bleef op de Pruimenhof wonen en verwierf het aangrenzende land ter hoogte van de huidige Nassaustraat en het plan Blokhuis, het huidige winkelcentrum. Zijn land liep vanaf de Heereweg tot voorbij de Koninginnenweg. Zijn zwager Herman stichtte de zaak ‘H. de Graaff en Zonen’ en bleef aan de noordkant van de Nassaustraat. Het pad vanaf de Heereweg naar de landerijen van Blokhuis is nog steeds te zien als het weggetje naar Nassaustaete en de parkeerplaatsen aldaar. Voorbij het weggetje, richting Hillegom, woonde de familie van den Burg, bollenkwekers en stond er een bollenschuur en daarnaast het grote pand van de familie Blokhuis. Naast dit pand werd een huis gebouwd dat de naam ‘Irene’ kreeg. Van de Pruimenhof verhuisde de familie naar huize Irene. Dat huis moest voor de aanleg van de Nassaustraat wijken en werd toen gesloopt. Gijsbert overleed in 1864, zijn zoon Cornelis in 1877. De zoon van Cornelis overleed in 1936 op 78 jarige leeftijd. De familie is jarenlang in het bezit van de landerijen gebleven.

Foto: In het blauw de landerijen van Cornelis Blokhuis in 1880
Foto: LisseTijdReis

 

 

 

Frits Treffers Penning 2025 voor villa de Looster

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                         

4 november 2025

door Nico Groen en Peter Schoonens

Op 16 september tijdens de jaarvergadering heeft de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” (VOL) de jaarlijkse Frits Treffers Penning uitgereikt. De keuze was gevallen op het huis met de naam DE LOOSTER op Loosterweg Noord 7 van de familie Van Haaster. De villa staat op de gemeentelijke monumentenlijst.

Deze villa dateert uit ca. 1905 en is een grote, oorspronkelijke villa met Jugendstil invloeden. De linkerhelft heeft één bouwlaag, de rechter helft heeft er twee. De villa heeft een bijzonder dak met grote dakkapellen. Enkele ondergeschikte moderniseringen doen weinig af aan deze karakteristieke woning. Deze villa dient sinds 1973 als kwekerswoning voor de familie Van Haaster en is tot op de dag van vandaag nog steeds als zodanig in gebruik.

Het onderhoud van de woning is in uitstekende staat. Er zijn zoals reeds genoemd, ook een aantal aanpassingen gedaan zoals dubbele beglazing om te voldoen aan de huidige isolatie eisen.

Enkele details

– Het meest in het oog springend is het portaal bij de voordeur. Dat is versierd op dakniveau met de tekst “De Looster”. De voordeur heeft een raam/roede indeling en is afgewerkt met een mooi bewerkte bovendorpel.

– Het metselwerk is gemetseld in kruisverband met versieringen in de vorm van kruizen in rood pleisterwerk; zgn. Belgisch rood.

– Kenmerkend zijn de opleggingen onder de uitstekende goten van natuursteen boven de kozijnen in de achtergevel.

– In de voorgevel, bij de erker op de begane grond, is boven het raam een oud rooster met verstelbaar luikje te zien, vermoedelijk was dit een oude ventilatieopening.

– De kozijnen zijn voorzien van luiken, met speciaal schilderwerk.

De keuze is daarom gevallen op dit bijzonder goed onderhouden pand met bollenschuren. Door de ligging in het vrije bollenland met aansluitend boerenland en als buren Keukenhof, is het een parel voor Lisse. Laten wij hopen dat deze omgeving nog lang zo in stand mag blijven. Deze Frits Treffers Penning, voorheen Erepenning genoemd, is een waardering voor de familie Van Haaster voor hun zorg om dit mooie waardevolle pand voor het nageslacht te blijven behouden.

Bovenstaande is ontleend aan een artikel van Peter Schoonens in het laatste Nieuwsblad. Het Nieuwsblad is het kwartaalblad van de VOL in full colour uitgave op A4-formaat met veel prachtige foto’s en artikelen. Het blad is voor leden van de VOL gratis en voor niet-leden te koop voor 5 euro. Het is dus voor alle Lissers beschikbaar en eigenlijk een must voor iedereen met roots in Lisse.

De monumentale status is in 2007 door de Stichting Dorp, Stad en Land beoordeeld. In het rapport hierover staat o.a. de motivering; “Historisch gezien een gaaf voorbeeld van bouwstijl, als uiting van tijdgebonden architectuur van belang vanwege de functie als onderdeel van het ensemble met bollenschuren.”

In de tuin staat een mooie beplanting met maar liefst 7 waardevolle bomen, die op de gemeentelijke waardevolle bomenlijst van 2020 staan. Het betreft beuken, lindes, een watercipres en een ginkgo.

Foto: De entree van villa de Looster aan Loosterweg Noord 7
Foto: Peter Schoonens

Villa de Looster

Villa Rutsbo 100 jaar

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                         

21 oktober 2025

 Door Nico Groen

Rutsbo 100 jaar

Villa Rutsbo, Heereweg 34, is in 1925, dus 100 jaar geleden in opdracht van architect Leen Tol sr.  gebouwd door aannemer Hendrik Marseille voor de firma Driehuizen. Deze villa en villa Somalo behoorden bij het bollenbedrijf van de fa. Driehuizen. Het is een gemeentelijk monument. Het huis is vernoemd naar mevrouw Ruth Driehuizen-Heurgren.

Mevrouw Driehuizen kwam oorspronkelijk uit Zweden. Zij was de vrouw van Marinus. Rutsbo betekent in het Zweeds ‘Huis van Ruth’. Het huis werd gebouwd in 1925 aan wat toen nog de Rijksweg heette. Op de eerste steen staat vermeld dat Alf Driehuizen, 7 jaar oud, de steen gelegd heeft op 4 februari 1925. De kwekersvilla maakte deel uit van het bloembollenbedrijf firma Driehuizen. Tot dit complex behoorden ook villa Somalo (gemeentelijk monument) en de inmiddels tot appartementencomplex omgebouwde bollenschuur (rijksmonument).

Het huis werd tot 1976 bewoond door de familie Driehuizen. Daarna werd een stuk aan de villa aangebouwd en werd het geheel een gezinsvervangend tehuis. Inmiddels zijn de bijgebouwen weer afgebroken en wordt er sinds 2007 weer particulier gewoond.

Leen Tol Sr

Het huis is gebouwd door architect Leen Tol Sr. Het huis ontleent zijn karakter aan het portaal en de beide serres, waardoor een markante symmetrie verkregen is. Er zijn nog vele originele glas in lood ramen. In het midden van de voorgevel bevindt zich een portaal met de entree dat volgens de klassieke voorschriften is opgebouwd, zoals vermeld bij de motivering voor gemeentelijk monument: “Dorische zuilen, rustend op hardstenen basement, ondersteunen het fries en het fronton. Op het fries is de naam ‘Rutsbo’ aangebracht. Eenvoudig en zakelijk, doch stijlvolle detaillering”.

Een  fronton is een decoratieve, driehoekige bekroning van een  ingang, die zijn oorsprong vindt in de klassieke Griekse en Romeinse bouwkunst.  Een fries is een horizontale band met een decoratie, in dit geval  de naam Rutsbo.

Op de foto hiernaast zijn de villa’s Rutsbo en Somalo te zien met daartussen een boerderijachtige woning met daarnaast een hal. Omstreeks 1930 verdween dit en werd de huidige hal met kantoor aan de voorzijde gebouwd door architect Leen Tol, die ook de villa’s eerder had ontworpen.  Rutsbo is een rechthoekige villa van 2 bouwlagen met een z.g. schilddak. Aan iedere kant  van het portaal zijn drie ramen, waarvan de middelste breder is. De kozijnomlijsting is zodanig aangebracht, dat de indruk van een samengesteld kozijn is ontstaan. Boven het portaal is een raam te vinden met drie smalle vensteropeningen. Aan iedere kant hiervan zijn twee dezelfde ramen te vinden. Tegen beide zijgevels is een serre met erboven een balkon aangebouwd. De vensteropeningen in deze serres aan de voorkant en de zijkant zijn tamelijk groot. De bovenlichten van de vensters van de begane grond, en de eerste verdieping zijn allemaal van glas in lood voorzien. De vensters van de vier  dakkapellen zijn ook voorzien van glas in lood.

 

Een ansichtkaart van rond 1927 met de twee villa’s met daartussen een boerderij met schuur.

 

Jaap Kooy’s Tuincentrum Westergeest

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

7 oktober 2025

 door Nico Groen

In 1975, 50 jaar geleden dus, verkocht Jaap Kooy zijn bollenexporthandel aan M. van Waveren & Zonen in Hillegom. Op die manier kwam er geld vrij voor uitbreiding van het tuincentrum. Jaap Kooy kon daarna honderd procent van zijn energie steken in ontwikkeling van het tuincentrum.

 Begin jaren zeventig kreeg Jaap Kooy het idee om een tuincentrum voor vaste planten en heesters te starten op een klein stuk van het bollenland met de naam Westergeest. Later werd de naam gewijzigd in Jaap Kooy’s Tuincentrum. Het zou het begin blijken te zijn van een grote ontwikkeling. Bij zijn reizen door de Verenigde Staten had hij in de loop der jaren gezien hoe de ontwikkelingen van tuincentra daar verliepen. Veel ideeën had hij daar opgedaan om die vervolgens in zijn tuincentrum in de praktijk te brengen.

Jaap Kooy was een creatief mens en hij zat bomvol ideeën hoe het tuincentrum een bredere bekendheid te geven. Er kwamen meer kassen, die ruimte gaven voor een groter assortiment en allerhande activiteiten. Zo werd er enige jaren een grote bruidsshow georganiseerd. Ook werd er twee jaar in samenwerking met Hans Sicking van ‘Muziek Sicking’ een orgelshow gegeven, waarbij tientallen occasions van Hammondorgels waren betrokken. Op het tuincentrum werden zeer uiteenlopende activiteiten georganiseerd. Voor de kinderen werd er verschillende jaren een wedstrijd georganiseerd: ‘wie kweekt de grootste pompoen’ en ‘wie kweekt de grootste courgette’. Met de regionale, zeer actieve Fuchsiavereniging onder leiding van Herman de Graaff werd tweemaal een zeer grote landelijke fuchsiashow georganiseerd, onder de naam ‘Fuchsiade’. Op het tuincentrum was altijd wel wat te doen, van Paasjubel tot uitvoeringen van harmonie, fanfares en zangverenigingen. Op vrijdag 21 juni 1985 werd op grootse wijze de beeldentuin geopend.

Kerstshows

Tijdens zijn reizen door de Verenigde Staten maakte Jaap Kooy niet alleen kennis met het fenomeen tuincentrum, maar ook met de zogeheten ‘kerstshows’, waarop allerhande zaken rond de kerst tentoon werden gesteld. Hij introduceerde het in Nederland in de weken voor de kerst. Hij was er heel succesvol mee. Deze kerstshows werden een steeds belangrijker element in het tuincentrum. Dit kwam ook doordat er het nodige spektakel omheen werd gecreëerd. Het werd in de weken voor de kerst steeds drukker op het tuincentrum. Vrouwenverenigingen uit het gehele land werden uitgenodigd voor een dagje ‘Jaap Kooy’s Kerstdorp’. In de drukste jaren van de kerstshow werd zelfs een parkeerterrein van Keukenhof gehuurd en werden de klanten met pendelbussen heen en weer gereden. Het bedrijf groeide en groeide in de loop van de jaren.

Zijn grote gedrevenheid had als nadeel dat hij niet altijd goed oog hield op de winstgevendheid van zijn activiteiten. In 1992 vond de bank het niet langer verantwoord om het bedrijf van Jaap Kooy verder te financieren en werd het faillissement aangevraagd en uitgesproken. Het tuincentrum werd verkocht aan Overvecht. Dat is nu Intratuin.

Bovenstaande is ontleend aan een artikel van Gerard van der Zwan in het Nieuwsblad, lente 2025. Dat is het kwartaalblad van de VOL

Foto: Foto van het tuincentrum uit 1986
Foto: Beeldbank Oud Lisse