Uitgegeven artikelen in pers etc.

Tachtigjarige oorlog richtte veel schade aan in Lisse

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 27 augustus 2008

Toen en nu: Nederlands hervormde kerk

LISSE – Het kerkgebouw van de Nederlands Hervormde kerk aan het Vierkant is eeuwenoud. Met name de toren heeft al heel wat jaren doorstaan en dateert vermoedelijk uit de periode van rond 1500. Het kerkgebouw zelf is minder oud, maar toch ook niet meer zo piep. De geschiedenis van de kerk is overigens enigszins anders dan protestants, als wordt bedacht dat de kerk oorspronkelijk een rooms katholieke kerk was. Het hoe en het wat waardoor de kerk op een gegeven moment in protestantse handen overging is nog altijd niet echt duidelijk, doch het vermoeden bestaat dat de roerige periode van de Beeldenstorm daar wellicht het nodige mee had te maken.

Het kerkgebouw had in de Spaanse tijd veel te lijden gekregen, waardoor het bedenkelijk veel op een ruïne begon te gelijken. Zo lag het koor geruime tijd er verwoest bij, maar later heeft men alles weer hersteld en ongeveer in de staat gebracht van voor de tachtigjarige oorlog. Het zal de ware Lisser niet zo leuk in de oren klinken, maar toch is het waarschijnlijk zo dat Sassenheim in de vijftiende eeuw kerkelijk blijkbaar meer te betekenen had dan Lisse. In ieder geval had Lisse tot 1460 niet eens een kerk, maar een kapel, die door Willem, Graaf van Holland, was gebouwd, maar onder de parochiekerk van Sassenheim behoorde. Door een “bulle” van Paus Pius de Tweede is Rome op de achtste November 1462 gegeven, werd deze kapel van Sassenheim afgescheiden en tot een parochiekerk verhoogd, die aan St. Agatha was gewijd.
Overigens moet dit alles los worden gezien van de huidige Agathakerk, want die is weliswaar monumentaal, maar dateert toch altijd nog van de vorige eeuw. Na de hervorming was de rk-gemeente verenigd met die van Warmond, Voorhout en Sassenheim. In de laatste plaats hield de pastoor verblijf. In 1667 “verlangde” Lisse echter een eigen pastoor en kwam de eerste in de persoon van Johan van de Werve. Op 1 juli 1697 overleed deze, en werd opgevolgd door Lambert Schaap. Op 10 April 1709 verwisselde ook deze het tijdelijke met het eeuwige en toen kwam hier als pastoor Arnoud de Leeuw.

Veranderingen
Dat er in de loop der jaren aan de Ned. Herv. kerk het een en ander veranderd is blijkt uit de beschrijving, die in het laatst der achttiende eeuw uit een ganzenveer vloeide: “Van binnen is dezelve in alle opzichten zeer wel ingericht en van een goede preekstoel, doophek, de benodigden gestoeltens en verdere zitplaatsen vrijwel voorzien. Sieraden vindt men echter niet anders dan tegen de binnenzijde der toren. Daar is een oud bord geplaatst waarop de Wet des Heeren en het volmaaktst gebed met een goede letter staat geschreven. In het koor, hetwelk van een latere bouwing als de kerk is, vindt men een aanzienlijke begraafplaats van de familie van de heer Van der Stel, voorheen Gouverneur zijnde geweest van de Kaap de Goede Hoop. De toren is zwaar vierkant en trots gebouwd, met een lage kap gedekt op welke men een windwijzer vindt; van binnen in dezelve een uurwerk en klok en van buiten met de nodige uurwijzers voorzien. Het kerkhof is rondom met een muur omvangen en aan de ene zijde met bomen beplant”. Tot zover een deel van het geschrift van de 18e-eeuwse geschiedschrijver.
En dan de toren in. Een stenen trapje van enkele treden brengt de klauteraar naar een smal en laag poortje. En als men zich daar doorheen wurmt blijkt dat de muur ruim negentig centimeter dik is! De zolders kraken griezelig als er overheen wordt gelopen. Het nog aanwezige, maarniet meer gebruikte oorspronkelijke uurwerk is destijds gemaakt bij A.H. van Bergen in Heiligerlee. Op de volgende etage bevindt zich de luidklok. De antieke klok is in 1943 door de Duitsers weggehaald en vermoedelijk tot een of ander oorlogstuig omgesmolten. In ieder geval is de klok, die nu in de stoel hangt nog niet zo oud.
Het volgende gedicht staat er op te lezen: “De oude klok, in ‘d oorlog meegenomen vervulde eeuwenlang haar grootste taak. De nieuwe, voor haar in de plaats gekomen. Roept nu weer luid: gij die nog slaapt: ontwaakt!” 1949. Hier vindt men ook de grote ijzeren hamer, die door het uurwerk van de klok in actie wordt gebracht, wanneer de klok moet slaan. Tegen het Westelijk gedeelte der toren zit nog een zonnewijzer, die het uiteraard nog “doet”. Vermoed wordt, dat deze er in 1600 of

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Liefdevolle verzorging ouderen in ‘Piusgesticht’

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 20 augustus 2008

Toen en nu: het bejaardenhuis van Lisse

LISSE – Alhoewel in het begin van de vorige eeuw het begrip bejaardencentrum of woonzorgcentrum nauwelijks bestond, had Lisse naast de Agathakerk toch echt een centrum waar de ouden van dagen, zoals die indertijd genoemd werden, hun laatste dagen konden slijten en voor toentertijdse begrippen goed werden verzorgd. Arie Raaphorst, rond 1900 plaatselijk perscorrespondent, heeft veel over met name het centrum van Lisse in schriftjes vastgelegd en beschreef ook het ‘Piusgesticht’. De volgende tekst is in de tegenwoordige tijd gesteld, omdat daarmee de letterlijke tekst van Raaphorst wordt gevolgd.

‘Het Pius gesticht werd gebouwd in het voorjaar van 1909 door en voor rekening van het R.K. parochiaal Armbestuur. Vermeld diendt te worden dat de President der heer Hugo van Graven het leeuwendeel heeft gehad in de oprichting van deze prachtige instelling. In dit gesticht worden liefdevol verpleegd en verzorgd de ouden van dagen zoowel mannen als vrouwen en bovendien is het ingericht voor Pensionaat met eerste, tweede en derde klas bediening en huisvesting. Het is een grootgebouw en heeft langs de Heerenweg eene gevellengte van 39 meter en drie verdiepingen en in de Bondstraat eene lengte van 45 meter en twee verdiepingen.
De Hoofdingang bevind zich aan de Heerenweg op den hoek bij de Bondstraat, terwijl in de Bondstraat de ingang is voor dagelijks verkeer. Het gesticht heeft een eenvoudige maar ruime kapel.’ Raaphorst gaat verder: ‘Zooals de lezer uit het voorgaande reeds heeft kunnen opmaken heeft het gesticht den vorm van een haak. Het wordt bediend door de Eerwaarde Zusters van de orde van de H. Elisabeth. Ontwerper en architect was de heer P.J. Perquin te Leiden en Aannemer de heer A. Beugelsdijk te Lisse. Het gebouw rust, evenals de kerk, op een fundament van gewapend beton. Het gebouw heeft met inbegrip van de voor dit doel dan de wed. J. Vreeburg aangekochte 2 Hct. terrein gekost ruim f 100.000,-. Het achter het gesticht gelegen terrein werd ingericht voor moestuin, boomgaard erbij. Ook werd er gegraven een goudvissschenvijver waarin een meenigte goudvisschen werden losgelaten ten pleziere van de pensionaatsgasten. Een stalling voor koeien en varkens was mede aanwezig. Daarin bevond zich ook een gasmotor voor beweegkracht van de pompen om het water naar de hooger gelegen verdiepingen te voeren en ook eene inrichting voor centrale verwarming. Om de hoek van de gewoone ingang in den Bondstraat bevind zich het Wijkgebouw van de in het jaar 1910 opgerichte R.K. Vereeniging voor Wijkverpleging onder alle gezindten. Dit wijkgebouw is telefonisch aangesloten. Het gesticht heeft geen toren doch op de achtergevel van de kapel heeft men eene schouw aangebracht voor een later aan te brengen bel. Op de voorgevel van de kapel aan de Heerenweg prijkt een hardstenen kruis. In het voorjaar van 1911 is in de moestuin gebouwd eene druivenkas van 25 meter lengte en een breedte van 8 meters’, aldus Arie Raaphorst.
In 1972 kocht de gemeente het pand en verhuisden de bewoners naar Berkhout. Eind 1972, begin 1973 werd het pand gesloopt. En dat kostte meer dan de bouwkosten, namelijk 160.000 gulden.

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

De school van meester Strik: de Josephschool

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 13 augustus 2008

Toen en nu: St. Josephschool aan de Heereweg

LISSE – Woensdag 22 november 1978 zijn door de bij veel oudere Lissers vast nog bekende ‘Meester Strik’ de officiële handelingen gepleegd, waarmee de opening van de nieuwe St. Josefschool aan de Achterweg een feit was. De heer Strik was hoofd van deze school in de periode 1922 tot 1961 en derhalve zullen nog zeer vele Lissers hem persoonlijk kennen. Zij gingen naar school bij een hoofdonderwijzer, die tot op heden de langste periode als zodanig bij de St. Josefschool op zijn naam heeft staan. Maar dan hebben we het over de Josephschool, die sinds een aantal jaren van de aardbodem is verdwenen en ooit stond naast het Agathaklooster, op de plek waar nu de Kloosterhof staat. Bij de opening van de nieuwe school onthulde meester Strik het Josefbeeld. Hetzelfde beeld, dat vele jaren de gevel aan de Heerewegzijde van de oude school sierde en dat door vakbekwame handen op de nieuwe plaats werd gedeponeerd. 112 jaren St. Josefschool aan de Heereweg waren ten einde. Een brok geschiedenis, waarvan vele Lissers een groot gedeelte hebben meegemaakt en waar we natuurlijk graag eens op terugzien.

Indertijd was onze gids door de geschiedenis van de school de heer G. Lefeber, die zeer nauw bij de rooms-katholieke scholenbouw in Lisse betrokken was, als lid van het bestuur van de Katholieke Onderwijs Stichting. Die haalde uit de geschriften boven water, dat op 8 september 1866 pastoor Arnoldus Heuvels toestemming krijgt tot het bouwen van een eigen Katholieke School. De aanbesteding vindt plaats op 9 oktober en voor het bedrag van f. 9.545, zal in Lisse een nieuwe school verrijzen. In 1867 werd de school in gebruik genomen en voor een wedde van f. 600, ’s jaars werd de heer A.J. Blankers aangetrokken als hoofd der school, met daarbij vrij wonen. Meester Blankers had het maar wat druk met al die leerlingen en al spoedig moest een hulpkracht worden aangetrokken, die voor 375 gulden per jaar zijn opvoedende werk deed. Meester Blankers heeft niet lang de jongsten van het dorp mogen opleiden; na twee jaar hoofd der school geweest te zijn, stierf hij na een slopende ziekte in 1870, op 29-jarige leeftijd.

De Meulder
Als opvolger van de heer Blankers werd C.H. de Meulder aangetrokken. Op zijn 27ste verjaardag ontving hij het bericht van de aanstelling. De naam De Meulder is zeer bekend geworden in Lisse en de streek, ook al doordat de zoon van de hoofdonderwijzer, Fred, een bollenbedrijf stichtte, dat een wereldwijde faam verwierf. De Meulder blijft hoofd van de school tot 15 mei 1899, na in 1887 ook nog een uitbreiding van de school beleefd te hebben. Naar school gaan, was in die jaren al geen eenvoudige zaak, het geven van het onderwijs was dat evenmin. Men werkte volgens de regels, die gesteld waren in het Reglement der School voor Burgerkinderen van de Vincentiusvereniging: “Er zal bijzonder toezigt worden gehouden, dat de kinderen zedig, liefdelijk en zachtzinnig met elkaar omgaan.” “Kweekelingen die aangenomen wensten te worden dienden geen in het oog lopende ‘lichaamsgebreken’ te hebben en de kinderen der onvermogenden gaan om Godswil School.” Voor hen werd een bijdrage in de kerk bijeen gezameld.

ULO
Opvolger van de heer De Meulder was de heer F.K. Dankelman, die hele veranderingen tot stand bracht in de periode dat hij de scepter zwaaide. In die tijd werd namelijk een nieuwe Josefschool gebouwd. De leerlingen vonden zolang onderdak in leegstaande lokalen van andere scholen. In 1920 werd dit nieuwe schoolgebouw alweer uitgebreid met vier lokalen. Inmiddels wierpen nieuwe veranderingen hun schaduw alweer vooruit. Het Uitgebreid Lager Onderwijs (ULO) deed haar intrede op de Josefschool en het onderwijs daarvoor kwam voor rekening van de heer Dankelman.

Strik
Een nieuw schoolhoofd moest worden benoemd en dat werd gevonden in de persoon van meester Strik, die vanaf 1917 onderwijzer in Lisse was. Per 15 december 1922 was meester Strik als hoofd zodanig, werkzaam en dit duurde tot de dag van zijn pensionering op 13 januari 1961. Een zeer lange periode dus en de meester drukte zeer duidelijk zijn stempel op die tijd, die nog zeer veel Lissers zich zullen herinneren. Er werd in en rond de Josefschool in de loop der jaren heel wat afgebouwd en verhuisd. Zo werden in 1893 de plannen goedgekeurd voor de bouw van een meisjesschool en een klooster. De bouw van het klooster volgde in de beginjaren van de 20ste eeuw en beide (school en klooster) werden gebouwd voor het totale bedrag van f. 52.905,-. De beide scholen vloeiden op den duur weer geleidelijk in elkaar en in de zestiger jaren was de Josefschool een geheel geworden met de meisjesschool. Had de Josefschool de ULO onder de pannen, de meisjesschool bood plaats aan de kleuterschool. Deze leerplaats voor de allerkleinsten, de Luciaschool, betrok later een eigen pand en bij de opening van de nieuwe school in 1978 zijn alle onderdelen opnieuw bij elkaar gebracht in de vorm van een zogenaamde integratieschool.

Duit in het zakje
De Josefschool is een school, waarvan de basis meer dan 100 jaar geleden werd gelegd in een tijd, dat eigenlijk niemand geld had om dat onderwijs te betalen en de brave kerkgangers een duit in het zakje deden om vooral de meest behoevenden van dit onderwijs te kunnen laten genieten. Een tijd waarin de zonder wedde werkende Fransiscaner zusters de vakantieperiode hard nodig hadden om geld en goederen bij elkaar te verzamelen en daarvoor letterlijk de boer op gingen. Hoe anders is dat allemaal vandaag de dag.

Meester W. Winkelmolen plaats de vlag na de verhuizing van het beeld in 1984 (en niet meester Strik, die al in 1981 was overleden).

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

‘We stonden voor een grote uitdaging bij de restauratie’

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 10 – Hart voor Histories Station Lisse
Uit het Witte Weekblad van 19 september 2007

Vooroorlogs zicht op Station Lisse. (Foto: archief – Vereniginig Oud Lisse)

LISSE – Station Lisse is ternauwernood aan de sloophamer ontkomen. Dankzij adequaat optreden van de Vereniging Oud Lisse (VOL) staat het historische gebouw anno 2007 nog steeds overeind. Grote inspanningen leidden ertoe dat het in 1995 tot rijksmonument is verheven. In datzelfde jaar werd het inmiddels populaire buffetrestaurant De Verloren Koffer erin gevestigd.
Station Lisse is ternauwernood aan de sloophamer ontkomen. Dankzij adequaat optreden van de Vereniging Oud Lisse (VOL) staat het historische gebouw anno 2007 nog steeds overeind. Grote inspanningen leidden ertoe dat het in 1995 tot rijksmonument is verheven. In datzelfde jaar werd het inmiddels populaire buffetrestaurant De Verloren Koffer erin gevestigd.

Initiatiefnemers
Tot 1957 deed Station Lisse officieel dienst. Daarna stopte er nog af en toe een trein in Keukenhoftijd. Het stationsgebouw raakte in verval. Vanaf 1994 ontfermde de VOL zich erover. Frits Treffers is een van de initiatiefnemers, die op vrijwillige basis veel tijd en energie in dit project staken. Door de bekende architect Aad Paardekoper werd hij hiervoor warm gemaakt. ‘Op verzoek mevrouw Möller, de echtgenote van de laatste stationschef, die in de woning boven het station woonde’, aldus Treffers. ‘Zij vroeg een kijkje te komen nemen, omdat eigenaar de Nederlandse Spoorwegen sloopplannen had. Ik begreep daarna wat Paardekoper bedoelde; dit unieke pand verdiende een reddingsplan.’
Nadat het officieel als rijksmonument te boek was gesteld, kon het voor een langere periode van de NS worden gepacht.
De oprichting van Stichting Oud Lisse moest leiden tot het verkrijgen van voldoende financiele middelen. ‘De NS droeg niet bij in de restauratiekosten. Voor de begeleiding van het proces werd een werkgroep in het leven geroepen, waarvan ikzelf deel uitmaakte. We stonden voor een grote uitdaging. De staat waarin het station verkeerde, was uitermate slecht. Toch zijn we erin geslaagd het met behoud van de karakteristieke kenmerken volledig te restaureren. Zelfs de verzakte uitbouw met de fraaie overkapping kon in haar oude staat worden teruggebracht.’
Besloten werd het gebouw als restaurant te gaan exploiteren. Er waren drie gegadigden, doch alleen John en Margareth Nederstigt wilden gebruikmaken van de bestaande ruimten.

Werkgroep
John Nederstigt: ‘We waren direct verkocht. Zelfs de slechte staat schrok ons niet a£ Ik hoor mijn moeder nog zeggen: “Jongen, waar begin je aan. Je hebt toch al een prima zaak in het dorp?” Natuurlijk moesten grote aanpassingen worden gedaan. Vanaf het begin heb ik daarom deelgenomen in de werkgroep, die elke woensdag bijeenkwam. Het is zelfs zo, dat ik tijdens de renovatieperiode geen dag vrij heb gehad.
Al mijn vrije tijd is hierin gaan zitten. Maar het was bet waard. Daar waar mogelijk is de authenticiteit van het gebouw bewaard gebleven, waaronder de prachtige art deco-stijl. Kenmerkend hiervoor zijn de bogen, de prachtige oude tegels en de bladgoudversieringen in de stationshal. Het mooist vind ik zelf de muurschilderingen met tulpen en narcissen. Deze kregen zelfs nog faam door opnames van de verzetsfilm Het meisje met de blauwe hoed. De sfeer is heel speciaal; tot in alle uithoeken van Nederland is De Verloren Koffer bekend.’

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Van boerderij met koeien via melkhandel naar restaurants

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 7 – Hart voor Historie: Kanaalstraat 22 en 22a
Uit het Witte Weekblad van 29 augustus 2007

Grootmoeder Hulsbosch op de melkkar. Op de achtergrond is te zien de wagenschuur, die in de nabije toekomst uit het Lisser straatbeeld verdwijnt. (Foto: familiearchief – Theo Hulsbosch)

LISSE – Beeldbepalend dorpsgezicht in het centrum is de combinatie van de adressen Kanaalstraat 22 en 22a. De karakteristieke boerderij ter hoogte van de Wagenstraat was vele jaren het woonhuis annex bedrijfspand van melkboer Hulsbosch. Thans zijn hierin de restaurants Vrouw Holle en La Fontana gevestigd. Ondanks meerdere grote verbouwingen zijn beide restauranthouders erin geslaagd de authentieke sfeer te behouden.

Samen met zijn compagnon Mickey Yazide runt Eric Braspenning het Italiaans restaurant La Fontana. Hij weet zich nog goed het moment te herinneren dat zij de winterboerderij in gebruik wilden nemen: ‘Aanvankelijk zou een ander bedrijf zich op deze locatie vestigen. Met de verbouwingswerkzaamheden was al begonnen, maar die zijn uiteindelijk niet doorgegaan. Vervolgens was het aan ons de voormalige koeienstal met woongedeelte tot restaurant om te turnen.’

Boerderijsfeer
‘Besloten werd de authentieke boerderijsfeer te behouden. Dit heeft ons veel waardering opgeleverd.

De uitvoering werd in 1991 zelfs beloond met de erepenning van de Vereniging Oud Lisse.’ De boerderij is nog steeds in bezit van de familie Hulsbosch, die bijna een eeuw op deze locatie woonachtig was. Theo Hulsbosch is een van de vijf kinderen die deel uit maken van de derde generatie die er is opgegroeid. Hoe oud de boerderij precies is, weet hij niet. De Vereniging Oud Lisse achterhaalde in de gemeentelijke archieven wel, dat ene Van der Vlugt het pand in 1812 kocht van weduwe Van Klaveren. Volgens Hulsbosch was er ooit een timmerbedrijf gevestigd. ‘Mijn overgrootvader had een boerderij op de plaats van het oude postkantoor; waar nu De Madelief wordt gebouwd.
Zijn zoon vestigde zich in de Kanaalstraat, het gedeelte dat vroeger Broek Steeg werd genoemd.
Het complex omvat onder meer een zomer- en wintergedeelte, hooiberg, karnruimte en wagenschuur. De koeienstal bevond zich in de winterboerderij, dat aan de voorzijde een woonhuis kende. Tot 1984 woonden hier twee tantes van Hulsbosch. Zelf woonde hij met zijn ouders en de rest van de familie in de zomerboerderij, waar thans Vrouw Holle in is gevestigd.
De melkwinkel bevond zich hier ook; de toegang was rechts aan de zijkant. Een paar oude melkbussen zijn nog stille getuigen. In de karnruimte aan de voorzijde, met rieten dak, duwde een paard de karnstok voort.
Het achtergedeelte, met hooiberg, wagenschuur en opstallen, is onlangs verkocht aan Bouwbedrijf Castien, dat hiervoor bouwplannen heeft.

Verandering
‘Ten tijde van mijn grootvader was de boerderij een melkveebedrijf. Hierin kwam verandering, toen mijn vader, Jaap Hulsbosch, in het kader van saneringswetgeving, een keuze moest maken: veebedrijf of melkhandel. Het feit dat er steeds minder grasland in de directe nabijheid voorhanden was om de koeien te laten grazen, gaf de doorslag om verder te gaan als melkhandel. Tot 1970 heeft mijn vader – aanvankelijk met paard en wagen, later met een elektrische melkwagen – menig Lisser in de wijk van melk en melkproducten voorzien. Zeven dagen in de week, dus ook op zondag, gebeurde het dat iemand achterom nog even wat melk kwam halen.’

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

 

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 6 – Hart voor Historie: Grachtweg 1a
Uit het Witte Weekblad van 22 augustus 2007

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg 1a. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige bewoners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin geslaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te redden. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.
Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragment van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier gestopt om de tocht te weren. Uiteraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen
Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geisoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortgezet door Jaap en Theo Langeveld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaftige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden verschaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’
Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plantenberg, nadat hij bet bestaande gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter het woonhuis een deel bij te bouwen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had gescharreld. Bij het graven, dat eraan vooraf ging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onderzoek wees later uit, dat het merendeel van de vondsten afkomstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving
Korte tijd daarna deed Plantenberg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelijke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelfmoord of een niet-christen betreffen, omdat deze doden niet mochten werden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plantenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Lisse en haar ontwikkeling

Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?
Lisse was vroeger een klein dorpje met heel weinig voorzieningen. Naar mate er meer bewoning kwam in dit dorp, kwamen er ook meer voorzieningen voor etenswaren en kookgerei. Er kwam meer ontwikkeling en na enige tijd werd ook alles steeds luxer.

Brit van Kesteren heeft de geschiedenis van Lisse beschreven in ‘Lisse en haar ontwikkeling’.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 3, juli 2007

door Britt van Kesteren, HAVO 4, leerlinge van het Fioretti college.

Zij maakte in 2006 een fantastisch verhaal over de lokale geschiedenis van Lisse. Ze maakte deze opdracht door verschillende boeken, nieuwsbladen van de Ver.Oud Lisse en bronnen op het internet te raadplegen, naast het inwinnen van adviezen bij cultuur- en landschapsgeograaf Dr.Jan Beenakker en Wim Bosch voorzitter van de Ver.Oud Lisse. Haar complete verhaal incl. afbeeldingen ziet u hieronder.

LISSE EN HAAR ONTWIKKELING

Naam: Britt van Kesteren
Klas: 4H4
Inleverdatum: 10 april 2006
Docent: Dhr. Hinsbergen

Inleiding
Deelvraag 1: Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
Deelvraag 2: Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
Deelvraag 3: Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
Deelvraag 4: Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?
Conclusie
Eigen mening
Logboek
Bronvermelding
Vragen aan Dhr. J.J.J.M. Beenakker
Het verhaal als pdf-bestand

Inleiding:

Toen ik een onderwerp voor deze Praktische Opdracht moest kiezen had ik geen idee waaraan ik moest denken. De voorbeelden van andere Praktische Opdrachten die de leraar mij gaf hebben mij hierbij erg goed geholpen. Ik kwam een Praktische Opdracht tegen met het onderwerp Hillegom, vroeger en nu. Het ging in dit werkstuk niet alleen maar over de onderwerpen die ik in mijn Praktische Opdracht behandelt heb, maar dit hielp mij enorm om een keuze te maken voor het onderwerp dat ik moest kiezen voor mijn Praktische Opdracht.

Hoofdvraag:
Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?

Deelvragen:
1) Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
2) Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
3) Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
4) Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?

Eerst ga ik op internet kijken, zodat ik weet of er op internet veel informatie te vinden is. Al is dat niet het geval, dan ga ik naar de mediatheek of de bibliotheek voor veel boeken en informatie. Ook ga ik naar het museum `De Zwarte Tulp’. Dit is een museum van de Duin- en Bollenstreek. Misschien ga ik nog op zoek naar personen die betrokken zijn met de ontwikkeling van Lisse.
lk ben van plan om elke week aan de Praktische Opdracht te gaan werken, zodat ik niet alles op het laatst of moet maken en dat het dus niet netjes is.

Ik denk dat alle informatie die ik op ga zoeken erg goed gaat uitpakken. Misschien zal er op internet niet zo heel veel te vinden zijn, maar dat zal verder geen consequenties hebben voor het eindresultaat.

Deelvraag 1
Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?

Het ontstaan
De laatste ijstijd, het Weichselien wat is vemoemd naar de Poolse rivier de Weichsel, begon ongeveer 75.000 jaar geleden en heeft geduurd tot circa 10.000 jaar voor heden. Gedurende deze periode reikte het landijs tot aan de Elbe. De gletsjers en de landijsbedekking onttrokken water aan de oceanen. De zeespiegel daalde daardoor ongeveer 100 meter zodat ondiepe zeeën zoals de Noordzee droogvielen. In ons land en in het droogliggende Noordzeebekken heerste in die tijd een toendraklimaat. Het was heel koud en droog. ’s Zomers werd de gemiddelde temperatuur niet hoger dan 6 C, terwijl in de winter de gemiddelde temperatuur ver onder het vriespunt bleef.
Door deze klimatologische omstandigheden was er weinig vegetatie tijdens het Weichselien. De toendravlakte was schaars begroeid met mossen en kruiden_ In dit gebied leefden dieren als de mammoet en de wolharige neushoorn. De stormen die over de ijskap en toendra’s heen waaiden konden zand over een groot stuk land verstuiven. Dit zand werd in de vorm van dekzand in hele dikke lagen over oudere lagen afgezet. Deze afzettingen vormden de Formatie van Twente. De bovenzijde van dit oude landoppervlak ligt ter hoogte van Lisse ongeveer 12 tot 15 meter beneden NAP.

Tegen het einde van de ijstijd kwam er een wereldwijde klimaatsverandering. Daardoor begon 10.000 jaar geleden het Holoceen. Dit is het tijdvak waarin wij nu leven. De wereldwijde opwarming van de aarde na het Weichselien is de laatste grote klimaatswisseling die op aarde heeft plaatsgevonden en is in de archeologie de overgang van het Paleolithicum (Oude Steentijd) naar het Neolithicum (Nieuwe Steentijd). In deze tijd was er een grote toendravlakte waar wolharige neushoorns rondliepen. Een toendravlakte is een vlakte waar kruiden en heel erg weinig bomen groeien. Het is een bevroren vlakte wat een beetje smelt in het voorjaar en de zomer. In het voorjaar en de zomer is het land hierdoor een beetje modderig.
De wereldwijde klimaatsverandering was iets heel belangrijks, iets wat in deze tijd ook een belangrijke rol speelt. De gemiddelde jaartemperatuur begon te stijgen met een graad per jaar. Dit betekende dus dat de gletsjers in Groenland, Scandinavië en de Alpen begonnen af te smelten. Dit zorgde voor een stijging van de zeespiegel met meer dan 100 meter. De zee overstroomde het Noordzeebekken en bereikte uiteindelijke de tegenwoordige kuststrook van Nederland.

Door de klimaatsverandering maakte de toendravegetatie plaats voor een bebost landschap. Het gevolg van de stijging van de zeespiegel was dat er in het kustgebied drie verschillende afzettingsmilieus ontstonden die zich in de loop van het Holoceen naar het zuiden en oosten verplaatsten:
1. de zandige zone van strandwallen en duinen
2. de kleiige zone van wadden, kwelders en brakwaterlagunes
3. het verst van de zee af in een verzoetend nat milieu een zone van veenvorming

Het landschap was helemaal droog. Door dit landschap stroomden wat rivieren.
Al dit water stroomde in het Noordzeegebied. Dit Noordzeegebied is de huidige Noordzee. Door deze klimaatverandering verzamelde het smeltwater zich allemaal in het Noordzeebekken. Zo kwam het dat er 9000 jaar geleden eerst maar één meter zee was, daarna twee meter enzovoorts. Kortom op een gegeven moment was er een Noordzee die op sommige plaatsen wel honderd meter diep was. Nu betekende dit, dat de bodem van de Noordzee soms wel honderd of meer dan honderd meter lager ligt dan het land waarop we nu leven.
Terwijl al dit water zich verzamelde in het Noordzeebekken, kwamen er na enkele duizenden jaren allemaal zeestromen. Deze zeestromen zetten zandbanken af. Het afzetten van de zandbanken betekende ook dat er duinvorming kwam. De zandbanken waren eigenlijk duinen. De eerste duinen waren in feite heel lage duinen van ongeveer tien meter hoog. Het Keukenhofbos is een overblijfsel van deze eerste duinen en is hier dan ook een goed voorbeeld van. Deze eerste duinen zetten zich af in verschillende rijen.
Lisse lag bijvoorbeeld ook op een stukje duin, alleen is hier niets meer van te zien. Alle eerste duinen zijn afgegraven. Het overgebleven landschap is bollengrond geworden.
4000 a 5000 jaar geleden zijn er allemaal duinen ontstaan tot aan het Haarlemmermeer. Dit komt omdat het Haarlemmermeer en de Kagerplassen nog allemaal open water was.
De duinen die 4000 a 5000 jaar geleden ontstaan zijn, bestaan nu met meer. Deze duinen zijn allemaal afgegraven en bollengrond geworden. Pas grofweg het jaar 1000 zijn de duinen ontstaan zoals we die nu kennen. Deze duinen liggen aan de zee. Maar voordat deze duinen er waren, zijn er al een heleboel rijen duinen ontstaan. Deze eerste duinen zijn landinwaarts ontstaan, in tegenstelling tot de huidige duinen die zeewaarts zijn ontstaan.

Het ontstaan van de duinen
De zeestromen langs de Noordzeekust vervoerden grote hoeveelheden zand. In rustig water werd dit zand in de vorm van zandbanken evenwijdig aan de kust afgezet. Deze zandbanken waren de zogenaamde strandwallen. Dankzij de grote hoeveelheden afgezet zand samen met een overheersende over het land gaande wind vond er duinvorming plaats. De duinen raakten begroeid met planten die het zand vasthielden en ze werden steeds hoger door het stijgende zandoppervlak. Er ontstond een gesloten kust die slechts onderbroken werd door enkele riviermondingen zoals de Oude Rijn bij Katwijk. De duinen die op deze manier vanaf ongeveer 5000 jaar geleden zijn gevormd, werden de Oude Duinen genoemd. Later zijn op deze oude duinruggen de dorpen in de Duin- en Bollenstreek ontstaan. In de tweede helft van de tiende eeuw vond een belangrijke verandering langs de gehele Noordzeekust plaats. De meest westelijk geleden strandwallen werden door de wind en de golven afgebroken waardoor grote hoeveelheden zand van de zeebodem vrij kwamen. Nadat de stormfrequentie in het kustgebied sterk was toegenomen, werd dit zand het land in verplaatst en afgezet over de bestaande duinruggen. 
In een smalle strook vlak aan de kust vormde zich op deze manier een nieuwe rij duinen van enkele kilometers breedte. Deze duinen waren de Jonge Duinen. De Jonge Duinen liggen dus voor een deel over het oude duinlandschap heen.

Het grondgebruik door de jaren heen
In de Middeleeuwen (toen er bewoning was) waren er grove groenten, zoals rapen en wortelen en heel laagwaardige graansoorten, zoals gierst en spelt. Spelt is een oud tarweras met een opvallend lange en slanke aar.
Vanaf de Middeleeuwen kun je al zien dat het Duin- en Bollenstreek gebied een veeteeltgebied wordt met rundvee en melkvee.
In de zeventiende eeuw werd er hop verbouwd. Hop is een kruidachtige klimplant. De bitterstoffen uit hop zijn een bestanddeel van bier. Er werd ook vlas voor de linnenindustrie verbouwd.
Naarmate de duinen werden ontgonnen zie je dat er steeds meer tuinbouwgronden kwamen. Dit ging dan voornamelijk om de fijne tuinbouw met de fijne groenten, zoals sla en asperges maar ook fruit, zoals appels, peren, kersen en ook kruisbessen en aardbeien. De Bollenstreek was heel beroemd in het telen van kruisbessen en aardbeien. Hillegom had zelfs een hele aparte markt in Amsterdam waar de Hillegomse aardbeien verkocht werden. Lisse had een heleboel kruidentuinen. Kruiden voor geneesmiddelen en voor in de keuken, maar ook kruiden om make-up van te maken.
Rond 1800 kwam er aardappelteelt. Er werden toen ontzettend veel aardappelen verbouwd. Rond 1850 kwam hier de grootschalige bloembollenteelt.

Er wordt vaak vergeten dat Lisse vroeger een heel belangrijk veeteeltgebied was. Tussen 1700 en 1800 leverde Lisse producten zoals boter, kaas en melk aan de markt in Leiden en Haarlem. In die tijd exporteerde Lisse ook kaas naar Indië. Indië was toen ook een kolonie van Nederland. Deze export maakte Lisse een heel belangrijke bron voor Indië.

Deelvraag 2

Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?

Het ontstaan en de ontwikkeling van Lisse
Er wordt beweerd dat Lisse niet tot een van de oudste dorpen van de Bollenstreek behoort. De oudste dorpen zijn waarschijnlijk Hillegom en Sassenheim. Lisse is ietwat later ontstaan, maar dat wil niet zeggen dat Lisse geen oud dorp is. Waarschijnlijk is Lisse tussen het jaar 500 en 800 na Christus ontstaan. Dit is namelijk de periode waarin de huidige Duin- en Bollenstreek werd ontgonnen. Hierover zijn geen precieze gegevens te vinden.
In 1198 is er een vermelding van een kapel van de kerk van Sinte Marie in Lisse geweest. Dit is de eerste betrouwbare vermelding van Lisse. Het woord Lisse komt wel vaker voor in oude archieven, maar dan is er geen zekerheid of deze bron wel betrouwbaar is.
Doordat de eerste betrouwbare vermelding van Lisse in 1198 was, werd er besloten dat Lisse vanaf dat jaartal officieel bestond. Lisse zal wel iets langer bestaan hebben dan vermeld, maar dit zal niet veel langer zijn geweest.

Kaart van Lisse van Balthasar uit 1615

Lisse was op dat moment een heel klein dorpje en is dat gebleven tot het midden van de 19e eeuw. Er waren een paar boerderijen en er wonen nog geen honderd mensen. Het hele landschap was bos met hier en daar een akker of een paar koeien op een stuk grasland. Er was een houten kapel wat diende als de Nederlands hervormde kerk zoals we die nu kennen. Lisse is pas een beetje beroemd geworden door de bollenteelt rond het jaar 1840. Voor deze tijd stelden alle dorpen in de Bollenstreek niet zoveel voor. Maar toen de bollenteelt eenmaal begon, ging alles in een razend tempo. Vanaf dat moment werd Lisse en al de dorpen eromheen heel beroemd.

Het ontstaan van de bloembollenteelt

De bollen kwamen vroeger uit Azië. Ver in de 17e eeuw kwam er iemand uit Turkije en ging naar Charles de 1’Escluse (Clusius). Clusius was een professor en de baas van de keizerlijke tuinen in Praag en in Wenen. Hij heeft geleefd van 1526 tot 1609. Hij zorgde ervoor dat de tuinen er mooi uitzagen. Uiteindelijk nam de ambassadeur van Turkije tulpenbollen of tulpenzaad mee, dit is niet helemaal zeker. In Turkije en ook in andere delen van Azië was al een hele tulpencultuur ontstaan. Alle sjeiks hadden al prachtige tuinen vol staan met tulpen en andere bloemen. 
Al die tulpen kwamen bij Clusius. Hij moest weg uit Praag en uit Wenen vanwege godsdienstongeregeldheden. Hierdoor verhuisde hij naar Leiden. In Leiden werd hij professor aan de Universiteit van Leiden. Hier ging hij verder met het planten van zijn tulpenbollen.
In het begin vond men deze bloem maar heel raar, want een bol diende in die tijd als geneesmiddel. De bloembollen werden niet gekweekt voor de sier, maar voor reuma, verkoudheid enzovoorts.

Op een gegeven moment begon men toch anders over deze bloemen te denken. De tulp was toch wel een mooie bloem. Dit was eigenlijk het begin van de bloembollenteelt. De bollen werden vermeerderd en er werden tulpenveldjes aangelegd met allerlei mooie soorten tulpenbloemen.
Na enige tijd was het zelfs zo dat er geen tulpenbollen meer van Azië naar Nederland geëxporteerd werden, maar dat Nederland tulpenbollen naar Azië ging exporteren. Veel bollenboeren gingen zich hier ook specialiseren in nieuwe soorten tulpenbollen. Dit is iets wat nooit gedaan is in het oosten. In de Bollenstreek is men zich dus echt gaan specialiseren op de tulpenteelt. Later ook op de hyacinten- en narcissenteelt.
Rond 1635 deed zich een verschijnsel voor dat ‘tulpomanie’ of ‘tulpemwoede’ werd genoemd. Steeds meer mensen wilden een of meerdere tulpen kopen. Een bloembol werd een beleggingsobject. Tussen 1634 en 1636 vertwintigvoudigden de prijzen zich. Voor één bloembol werd tijdens de tulpomanie 5.000 gulden betaald. Bekend is de transactie waarbij een bol in natura werd betaald:
– twee ladingen graan
– twee ladingen rogge
– vier vette ossen
– acht vette varkens
– twaalf vette schapen
– 5.000 liter wijn
– 35 liter bier
– 1500 kilo boter
– 500 kilo kaas
– Een bed
– Een zilveren beker
– Een pak van lakense stof

Eerst was de bloembollenteelt vooral in Haarlem, aan de randen van Haarlem. En pas rond 1850 kwam de bloembollenteelt meer richting de kant van Lisse en Hillegom. Dit was omdat de vraag naar de bollen heel erg groot werd. De Haarlemse kwekers konden het op een gegeven moment met meer aan. Op datzelfde tijdstip worden ook de duinen afgegraven en er bleek toen dat er van het afgegraven land uitstekende bollengrond overbleef. De Haarlemse kwekers vonden dat zij deze grond erg goed konden gebruiken. Dit is de reden waarom de bloembollenteelt uitgegroeid is van Haarlem naar Lisse en omstreken.

De toekomst van het Lissese landschap en de cultuur
Er is in de loop van de afgelopen jaren ontzetten veel cultuur vernietigd in Lisse. De monumentencommissie in Lisse doet op dit moment best goed werk. Er is dus in Lisse heel erg veel verdwenen aan cultuurhistorische waardevolle zaken. Er wordt dan ook gehoopt dat er van het verleden geleerd is. Dat niet alles zomaar op de schop gegooid moet worden, alleen gebeurt dit natuurlijk nog steeds. 
Maar er zijn heel veel mensen die hun best doen om de bollengrond to bewaren. Deze mensen werken bijvoorbeeld aan kasteel Keukenhof om het mooi te restaureren. Ook Huys Dever, het hervormde kerkje op het Vierkant en de Agathakerk zijn helemaal opgeknapt.
Er gebeuren een heleboel goede dingen. Maar het grote gevaar blijft de opdringende nieuwe bebouwing. Het is natuurlijk noodzakelijk om huizen te bouwen. Maar er moet meer nagedacht worden over hoe je nieuwbouw plant in het bestaande landschap.
Het is erg goed dat er steeds meer mensen gevoel krijgen voor cultuurhistorie. Voor de monumentale gebouwen en het landschap in het dorp

Deelvraag 3
Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?

Lisse stelde vroeger helemaal niets voor. Het was een klein dorpje waar je liever niet wilde wonen. Totdat de bollenteelt kwam. In Lisse waren een aantal goede enthousiaste ondernemer die dachten dat ze heel veel geld zouden kunnen verdienen met de bollenteelt. Die ondernemers hebben de bollenteelt hier in Lisse opgezet.
In de tijd dat de bollenteelt is opgezet begon men ook al met bloembollententoonstellingen. Deze tentoonstellingen werden niet in Lisse maar in Haarlem gehouden. De Lissese bollenkwekers zonden dan gewoon hun materiaal in naar Haarlem, zodat het alsnog getoond kon worden.
Met name toen de tentoonstellingstuin Keukenhof in 1949 werd opgericht, werd Lisse wereldberoemd. De streek zelf was al heel beroemd, want vanaf het begin dat de bloembollen werden geteeld gingen bollenreizigers naar Amerika. Dit was allemaal nog heel primitief, de reizigers gingen met stoomboten naar Amerika en met stoomtreinen naar het oosten enzovoorts.
Langzaam maar zeker werd de streek hier bekend, maar dankzij de oprichting van het tentoonstellingsterrein Keukenhof werd deze streek echt wereldberoemd. Sindsdien is Lisse nog steeds voor de hele wereld het middelpunt van de bollenstreek, terwijl Lisse allang niet meer de plek is waar heel veel bollen geteeld worden. Er worden nu zelfs een heleboel bollen in bijvoorbeeld Noord-Holland geteeld. Maar voor het toerisme zijn Lisse en de Keukenhof nog steeds het centrum van de bollenteelt.

Het ontstaan en de rol van de Keukenhof
De plek van het tentoonstellingsterrein Keukenhof ligt op een heel andere buitenplaats dan Keukenhof. De buitenplaats waarop het tentoonstellinnsterrein Keukenhof zich bevindt is Santvliet. Vroeger had je een heleboel buitenplaatsen en kastelen. Op een gegeven ogenblik kwam er een familie die bedacht om een huis te bouwen op de plek waar nu de Keukenhof is. Dit huis heeft in de loop der tijd een heleboel verbouwingen ondergaan, totdat het kasteel eruit ziet zoals het er nu uitziet. Het was niet direct gebouwd als kasteel, maar in de loop der jaren zijn er steeds stukjes bijgebouwd en afgebroken. Uiteindelijk heeft de familie van Palland ervoor gezorgd dat het kasteel eruit ziet zoals het er nu uitziet.
Momenteel is de laatste kasteelheer overleden, dit is 3 à 4 jaar geleden. Er zijn geen plannen om een nieuwe kasteelheer aan te stellen. Het kasteel is nu in handen van een stichting die het helemaal gaat restaureren en toegankelijk gaat maken voor het publiek.
De rol van de Keukenhof is heel duidelijk. Het is een enorme toeristische trekpleister en is het middelpunt rondom de gehele verkoop van bloembollen.

Deelvraag 4
Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?

De eerste bewoners van Lisse en omstreken
De eerste bewoners in de Duin- en Bollenstreek waren mensen die opzoek waren naar nieuwe landbouwgrond. Lisse is ontstaan rond het jaar 800 a 900. Officieel is Lisse ontstaan in 1198, maar het zou ook eerder kunnen zijn omdat hier geen definitieve bewijzen van zijn. In de tijd van het ontstaan van Lisse was er een enorme bevolkingsdruk. De bevolking nam toe en zocht naar landbouwgrond.
Het Haarlemmermeer was vroeger allemaal veengebied. Het was er erg nat. Mensen zochten hierdoor naar nieuwe grond om op te wonen en te werken. Ze gingen naar de duinen, want daar was het in ieder geval droog. Bij de duinen konden ze huizen bouwen en grond ontginnen. Dit gebeurde allemaal heel kleinschalig en heel primitief.
Misschien kwamen deze mensen uit het Haarlemmermeergebied of langs de randen van de rivier de Rijn en zochten naar nieuwe grond om voor hun kinderen een bestaan op te bouwen. Die mensen bouwden hier een huis. Het was nog allemaal woest bosgebied dus kapten ze bomen, brandden stukken bos af of spitten de grond om en zaaiden er iets in.
In de beginfase waren deze mensen zelfvoorzienend. In de loop der tijd zie je dat ze met een overschot aan voedsel gingen ruilen. Er kwamen mensen langs, marskramers, die hen zout of potten verkochten. Dit ruilden de marskramers weer voor etenswaren.
In deze beginfase was er met name ruilhandel waarbij de eerste boeren in Lisse agrarische producten gebruikten om te ruilen. Dit was geheel zelfvoorzienend. Ook qua kleding betreft. De bewoners weefden zelf hun kleding. Het wol haalden ze van hun schapen. Er waren niet zoveel schapen, een paar runderen voor wat melk, geiten en kippen. Deze dieren leken totaal niet op hoe ze er nu uitzien. Ze waren veel kleiner een veel magerder.
In de loop der tijd begon er meer handel met Leiden en Haarlem te ontstaan. Vooral in de 16e en 17e eeuw de hopproductie voor de bierbrouwerijen. In Leiden en Haarlem had je een heleboel bierbrouwerijen die hop nodig hadden voor de bierbereiding.
Dan begint er langzaam maar zeker een handel te ontstaan. Op een gegeven ogenblik kwam er via het Haarlemmermeer, dit was toen het nog een grote watermassa was, handel met steden die was verder weg lagen voor groenten en fruit.

Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met zoveel inwoners als dat het nu heeft?
In de 15e eeuw woonden er in Lisse nog maar 100 a 150 mensen. Tot ongeveer het jaar 1800 woonden er nog maar heel weinig mensen in Lisse. Je ziet pas een bevolkingsgroei ontstaan met de opkomst van de bollencultuur. Dit is vanaf het jaar 1800.
De groei van de bevolking was een heel langzame trend tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hiervoor nam de bevolking wel iets toe, maar dit gebeurde echt heel langzaam. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking ineens heel hard. Er was natuurlijk na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf, die niet alleen in Lisse maar ook in de rest van Nederland heeft plaatsgevonden.
Hierna begint Lisse ook andere activiteiten aan te trekken. Door de uitbreiding van de bloembollenteelt groeit de hele economie en de bevolking. De echt sterkte groei van de bevolking was tussen 1945 en 1950. Hiervoor ging de bevolkingsgroei druppelsgewijs.

Het ontstaan van de naam Lisse
Het ontstaan van de naam Lisse is eigenlijk niet bekend.
Er wordt wel gesproken over ‘Lis’ als bloem. Sommigen zeggen dat Lisse komt van ‘Liusna’ alleen hiervan is ook niet bekend wat het precies betekent.
Op dit moment is hier verder geen antwoord op te geven.
Enkele naamkundigen zijn hiernaar op zoek, alleen komen zij ook niet verder dan de naam `Liusna’.

De Heereweg
De Heereweg is een weg die er eigenlijk al vanaf bet begin heeft gelegen. Deze weg bestaat al vanaf bet jaar 700. Dit houdt dus in dat hij al meer dan 1500 jaar oud is. Hij heeft niet altijd op dezelfde plek gelegen, maar wel altijd als doorgaande route van Leiden naar Haarlem gediend.
In de franse tijd, de tijd van Napoleon, is de weg bestraat. Het was eerst gewoon een zandweg waar postkoetsen overheen reden. Maar in de Napoleontische tijd maakte deze weg deel uit van een heel belangrijke route van Antwerpen naar Amsterdam. Dan kon je over een bestraatte weg met je postkoets of leger van zuid naar noord en andersom. Niet alleen tussen Leiden en Haarlem heette deze weg ‘Heereweg’, maar ook op andere plekken werd de weg wel Heereweg genoemd. Het woordje Heere heeft waarschijnlijk te maken gehad met het feit dat de weg door iedereen werd onderhouden, het was dus niet de weg van een heer, graaf of koning. Maar het was een weg van de gemeenschap. Het was hard nodig dat de weg werd onderhouden, want ook een paar eeuwen geleden gebeurden er ongelukken op de Heereweg. Deze ongelukken gebeurden dan alleen niet met een auto maar met een postkoets. Er werd toen ook rommel op straat gegooid. Die rommel was dan wel geen plastic, maar mest of as uit de kachels.
Het bijzondere aan deze weg is dat hij over de duinen loopt. Het huidige wegenpatroon in de Duin- en Bollenstreek is van zuid naar noord en er zijn nauwelijks dwarsverbindingen.

Conclusie:

Deelvraag 1:
Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?
Het landschap van Lisse is eigenlijk ontstaan door de duinen. Eerst de oude duinen en later de jonge duinen. Hoofdzakelijk zijn dus de duinen die het landschap van Lisse hebben gevormd.

Deelvraag 2:
Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?
Lisse ontstond in 1198. Lisse was op dat moment nog een heel klein dorpje met heel weinig inwoners.
Lisse is pas een beetje beroemd geworden door de bollenteelt rond het jaar 1840. Voor deze tijd stelden alle dorpen in de Bollenstreek niet zoveel voor. Maar toen de bollenteelt eenmaal begon, ging alles in een razend tempo. Vanaf dat moment werd Lisse en al de dorpen eromheen heel beroemd.

Deelvraag 3:
Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?
Langzaam maar zeker werd de streek hier bekend, maar dankzij de oprichting van het tentoonstellingsterrein Keukenhof werd deze streek echt wereldberoemd. Sindsdien is Lisse nog steeds voor de hele wereld het middelpunt van de bollenstreek, terwijI Lisse allang niet meer de plek is waar heel veel bollen geteeld worden. Er worden nu zelfs een heleboel bollen in bijvoorbeeld Noord-Holland geteeld. Maar voor het toerisme zijn Lisse en de Keukenhof nog steeds het centrum van de bollenteelt.

Deelvraag 4:
Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met het aantal inwoners dat het nu heeft?
In de 15e eeuw woonden er in Lisse nog maar 100 a 150 mensen. Tot ongeveer het jaar 1800 woonden er nog maar heel weinig mensen in Lisse. Je ziet pas een bevolkingsgroei ontstaan met de opkomst van de bollencultuur. Dit is vanaf het jaar 1800.
De groei van de bevolking was een heel langzame trend tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hiervoor nam de bevolking wel iets toe, maar dit gebeurde echt heel langzaam. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking ineens heel hard. Er was natuurlijk na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf, die niet alleen in Lisse maar ook in de rest van Nederland heeft plaatsgevonden.

Hoofdvraag:
Hoe heeft Lisse zich ontwikkeld ten opzichte van vroeger?
Lisse was vroeger een klein dorpje met heel weinig voorzieningen. Naar mate er meer bewoning kwam in dit dorp, kwamen er ook meer voorzieningen voor etenswaren en kookgerei. Er kwam meer ontwikkeling en na enige tijd werd ook alles steeds luxer.

Eigen mening:

Ten eerste wil ik even laten weten dat ik het echt superleuk vond om deze Praktische Opdracht te maken. Ik heb er erg veel energie in gestoken wat dan ook een goed eindresultaat op heeft geleverd. Ik vind het erg leuk om te weten hoe Lisse nou eigenlijk ontstaan is. Helemaal omdat ik zelf ook in Lisse woon en er nu toch een andere kijk op gekregen heb.
Mijn voorspellingen aan het begin van mijn Praktische Opdracht zijn naar mijn mening aardig gelukt. Voordat ik aan het echte werk begon, ging ik eerst even op internet zoeken naar informatie. Hier was toch minder te vinden dan dat ik gedacht had. De informatie die op internet stond was een beetje oppervlakkig, het ging niet wat dieper in op bepaalde punten. Daarom ging ik naar de mediatheek en de bibliotheek van Lisse om op zoek te gaan naar boeken met wel veel informatie over Lisse en de Duin- en Bollenstreek. Hiermee kwam ik al een heel stuk verder. Aan de hand van de boeken heb ik mijn deelvragen bedacht. Zo kon ik mooi mijn informatie sorteren per deelvraag.
In de mediatheek had een vrouw voor mij het nummer van een meneer van Vereniging Oud Lisse opgezocht. Zij vertelde mij dat deze meneer Wim Bosch heette en dat hij mij misschien verder kon helpen. Ik heb Wim Bosch toen opgebeld en hij was zeer enthousiast. Ik maakte met hem een afspraak en kreeg heel veel boeken mee naar huis. Later ben ik nog een keer bij hem langs geweest voor plaatjes van kaarten en het landschap. Deze plaatjes heb ik helaas niet in mijn werkstuk kunnen verwerken, omdat het programma niet werkte.
Doordat ik zoveel boeken had, had ik erg veel keus aan informatie. Wat mij erg opviel tijdens het lezen, was de naam J.J.J.M. Beenakker. Dus bedacht ik deze man op te bellen. Ook deze was erg enthousiast en nodigde mij ook uit om een keer langs te komen. Hij vertelde mij dat hij cultuurlandschapsgeograaf is en dus ook heel veel van het landschap afwist. Ik had een paar vragen gemaakt en die natuurlijk aan hem gesteld. Omdat ik van te voren wist dat het een lang verhaal zou worden, had ik met mijn mp3-speler het ‘interview’ opgenomen. Tijdens het gesprek kreeg ik nog een kopie van een landkaart die gemaakt is in het jaar 1575. deze mocht ik houden. Ook kreeg ik nog een boekje over de bollenstreek.
Ik vond het echt heel erg leuk dat deze mensen mij zo geholpen hebben. Mijn werkstuk is hierdoor erg mooi geworden.
Naar mijn mening zijn er geen dingen fout gegaan. Mijn resultaten zijn erg betrouwbaar. De informatie komt uit boeken en/of personen. Door deze Praktische Opdracht ben ik meteen op een onderwerp voor mijn profielwerkstuk gekomen. Ik wil mijn profielwerkstuk namelijk gaan doen over Huys Dever.

Logboek:

Wanneer
Hoelang
Wat
Week 6
2 uur
Informatie zoeken
Week 7
1 uur
Informatie zoeken

1 uur
Deelvraag 1 + 2
Week 8
2 1/2 uur
Informatie ontstaan landschap
Week 9
2 uur
Boeken doorgelezen en plaatjes gezocht

1/2 uur
Bezoek aan Museum De Zwarte Tulp
Week 10
1/2 uur
Bezoek aan Wim Bosch

2 1/2 uur
Bezoek aan J.J.J.M. Beenakker

1 uur
Gewerkt aan verslag van J.J.J.M. Beenakker
Week 11
1 1/2 uur
Gewerkt aan verslag van J.J.J.M. Beenakker
Week 12
1 uur
Bezoek aan Wim Bosch voor oude kaarten en overige plaatjes
Week 14
3 uur
Gewerkt aan verslag + verwerkt van verslag van J.J.J.M.Beenakker
Week 15
2 uur
Verwerken van alle Informatie

1 1/2 uur
Alle Informatie goed bij elkaar gezocht

2 uur
Gehele werkstuk in elkaar gedraaid

Bronvermelding:

Internet:
– http://www.kustgids.nl/lisse/fr_index.html?/lisse/main.html
– http://www.oudlisse.nl/

Boeken:
– Lisse, op de grens van droog en nat
– Vereniging “Oud Lisse”
– Met ’t oog op de Bloembollenstreek
– De Duin- en Bollenstreek in ‘caert’ gebracht
– De Duin en Bollenstreek in vogelvlucht
– De Duin- en Bollenstreek beschreven
– Kijk, foto-archief Lisse en omstreken foto Mieloo
– Kaartreportage Zuid-Holland

Overige
– uitzending Schooltv 27 maart 2006

Personen:
– Wim Bosch (voorzitter van Vereniging Oud Lisse)
Nassaustraat 1B
2161 RJ Lisse
0252-416373

– J.J.J.M. Beenakker (cultuurlandschapsgeograaf)
Stationsweg 202
2182 BH Hillegom
0252-516477

Vragen aan Dhr. J.J.J.M. Beenakker

1. Hoe is het landschap van Lisse ontstaan en/of opgebouwd?

2. Hoe zijn de duinen ontstaan?

3. Wat is het grondgebruik door de jaren been?

4. Hoe is Lisse ontstaan en hoe heeft Lisse zich ontwikkeld?

5. Hoe is de bollenteelt begonnen en/of ontstaan?

6. Hoe heeft de bollenteelt bijgedragen aan de ontwikkeling van Lisse?

7. Hoe is de Keukenhof ontstaan en wat heeft de Keukenhof voor speciale rol gespeeld voor Lisse?

8. Wie waren de eerste bewoners?

9. Hoe is Lisse uitgegroeid tot een dorp met zoveel inwoners als dat het nu heeft?

10. Hoe is de naam Lisse ontstaan?

11 Wat is er voor bijzonders met de Heereweg?

12. Hoe staat het met de toekomst van het Lissese landschap en de cultuur?

 

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

De schatten in de bibliotheek van Kasteel Keukenhof

Gerard Jaspers heeft in de bibliotheek van Keukenhof een oud bijbeltje uit 1846 gevonden. De tekst op het schutblad wordt besproken. Diverse andere boekwerken worden besproken .Er zijn in de bibliotheek 330 titels in meer dan 1000 banden.

door Hans Smulder

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

Dr. Gerard Jaspers deed belangrijke vondsten

Nicolaas ten Hove stierf jong, maar was braaf en godsdienstig

In 1846 werd in Londen een kleine bijbel gedrukt en uitgegeven: The Holy Bible. Oom Harry gaf een exemplaar vers van de pers cadeau aan zijn nicht Cornelia Johanna van Pallandt (1840-1923), toen zij acht jaar werd. Dat blijkt uit een aantekening op het schutblad die luidt: ‘Cornélie, received from uncle Harry. 8 years old. Steengracht. March 4th 1848’.
Het was in die tijd onder de gegoede mensen in Nederland niet ongewoon om kleine kinderen boeken in het Engels of Frans of Italiaans ten geschenke te geven. Leerzaam en chic!
Wat het bijbeltje dat Cornélie van haar oom kreeg, heel betekenisvol en bijzonder maakt is een aantekening op een ander schutblad, geschreven in het Frans door haar moeder, Cecilia Maria van Pallandt-Steengracht en het is een ‘goede raad’ van een moeder aan haar dan 20-jarige dochter die op het punt staat in het huwelijk te treden met Jan Carel Elias graaf van Lynden (spreek uit: Linden).
Ta mère!
De tekst luidt vertaald als volgt: ‘Het leven is geen pretje, geen simpel vermaak. Het bestaat allerminst alleen uit vreugdevolle gebeurtenissen. Het is veeleer een reeks moeilijke opgaven, een onafgebroken offergang. Daar komt het op neer. Daarin ligt ook de oplossing van het raadsel van het leven. Het gaat er niet om je eigen wensen te vervullen, hoe edel ze ook mogen zijn. Het gaat erom je plicht te doen. Dat is de taak waaraan ieder mens zich dient te onderwerpen. Ta mére (je moeder).

* Het nijdige briefje van een moeder aan haar frivole dochter vlak voor haar huwelijk.
‘Het leven is geen pretje, geen simpel vermaak’.

Dr. Gerard Jaspers die de bibliotheek van Kasteel Keukenhof kortgeleden heeft gecatalogiseerd en vele van de 330 titels in meer dan duizend banden heeft bestudeerd, vertelt dit verhaal gaarne en voegt er aan toe: ‘In zo’n uitgebreide en oude familie-bibliotheek zijn het niet zozeer de boeken die inzicht geven in de familie, maar vooral de extra’s die je de mensen doen leren kennen. Neem Cornélie! Kennelijk een eigengereid type. Haar moeder was er kennelijk niet helemaal gerust op dat het met haar huwelijk zou lukken. Vandaar wellicht haar harde woorden in dat bijbeltje. Cornélie was, zo lijkt het, een moeilijke meid, niet erg volgzaam.’
Dat blijkt ook nog sterker uit wat Fons Hulkenberg, de Lissese historicus, over Cornélie schreef. Hij kende de tekst van haar moeder uit het bijbeltje niet, maar hij schreef: ‘Een vreemd soort ongemakkelijkheid is jonkvrouw Cornélie altijd eigen geweest. Zij was vanwege haar grillen altijd gevreesd doch niet bemind. Haar portret zocht men bij haar kinderen en kleinkinderen vergeefs.’

Laat mij uw boekenkast zien!
‘Voor de bewoners van Kasteel Keukenhof,’ zo vertelt Gerard Jaspers, ‘gold wat voor iedereen geldt, namelijk: Laat mij uw boekenkast zien en ik zal zeggen wie u bent!’ Hij catalogiseerde de meer dan duizend boeken, variërend van een eenvoudig schoolschriftje tot aan kostbare oude bijbels en zeldzame folianten. De bewoners van het kasteel hadden door de eeuwen heen een brede belangstelling. Vandaar dat Jaspers de boeken kon indelen in niet minder dan 16 interessegebieden. Van natuurlijke historie en aardrijkskunde tot landbouw en veeteelt, filosofie, sprookjes en geschiedenis.
En hij deed bijzondere vondsten. Zo trof hij de complete 35-delige, wereldberoemde encyclopedie aan van Diderot, d’Alembert en anderen: 23 banden met teksten en 12 banden met in totaal 2000 prenten, samengesteld tussen 1765 en 1780. Alsook 28 in kalfsleder gebonden banden over Natuurlijke Historie van Buffon.

Onooglijk schriftje
Maar volgens Jaspers was de meest fantastische vondst een klein, onooglijk schriftje waarin een tante aan haar twee neefjes, zoontjes van haar zojuist overleden broer, over een lengte van niet minder dan 48 pagina’s vertelt wat voor een prachtige man hun vader was geweest. De tante was Catharina Petronella ten Hove. De jongetjes waren Cornelis Michael, 7 jaar, en Nicolaas van 11. Hun vader was Nicolaas ten Hove, bepaald niet de minste, want hij was secretaris van de Raad van State en Thesaurier-generaal (minister van Financiën – een Zalm avant la lettre). Op 44-jarige leeftijd vatte hij kou op de wallen van Den Bosch, die je niet moet vergelijken met die van Amsterdam. Hij kreeg longontsteking en werd zorgzaam verpleegd in zijn huis aan de Lange Vijverberg in Den Haag. De beste dokter van de stad werd erbij gehaald, dokter Schwencke, die ook nog aan het ziekbed van Mozart was geweest toen die eens in Den Haag ziek werd. Mozart genas onder zijn bekwame handen voorspoedig, maar Nicolaas stierf.

Brave Nicolaas
Zijn zuster Catharina Petronella die niet getrouwd was, beschrijft in het schriftje omstandig het leven van haar broer, de vader van de twee jongetjes, haar neefjes. Hoe goed hij was, hoe mooi, hoe sociaal, hoe godsdienstig. Tijdens zijn studie bijvoorbeeld weigerde hij eens een medestudent te vergezellen naar de kroeg voor een glas brandewijn, want die student had een kwalijke reputatie. In plaats daarvan repte hij zich naar zijn kamer, greep zijn viool en speelde zo mooi dat tientallen medestudenten zich op zijn kamer verzamelden en daarna, zo schreef tante, heeft hij nooit meer brandewijn gedronken. Een braverd dus die Nicolaas, althans in de visie van zijn zus.
Zijn liefdesleven verliep niet vlekkeloos. Zijn eerste liefde was heel mooi, maar had geen geld, wat een einde maakte aan de prille verhouding omdat Nicolaas zelf ook niet erg bemiddeld was. Zijn tweede liefde was zo mogelijk nog mooier, maar omdat hij geen vermogen had of familiebezit, weigerde haar vader toestemming. Tenslotte werd, driemaal is scheepsrecht, Maria Francoise Fagel zijn echtgenote. Haar vader volgde, zo vertelt Gerard Jaspers met een knipoog, waarschijnlijk het indertijd in zwang zijnde gezegd: Wilt gij Gode welgevallig zijn, huw dan uw dochter uit aan een godvrezende man. Maria Francoise was geen schoonheid, maar ook niet lelijk en bovendien, de Fagels behoorden tot de rijkste en invloedrijkste families van die tijd. Nicolaas maakte dankzij zijn schoonfamilie schitterend carrière: secretaris van de Raad van State en Minister van Financiën, voorwaar geen dunne baantjes. Helaas werd hij maar 44 jaar.

Het raadsel van de dochter
Zijn zus Catharina Petronella bleef ook na zijn overlijden ongetrouwd. Ze schreef haar lange brief aan haar neefjes als logé op het buiten Noordervliet in Voorburg waar haar broers schoonvader woonde, Cornelis Fagel. Uiteindelijk moet het schriftje met haar verhaal over haar dode broer in de bibliotheek op Kasteel Keukenhof beland zijn via Johan Maurits van Lynden.
Wel blijft merkwaardig dat zij haar verhaal schreef voor de twee zoons van haar broer Nicolaas. Die had immers ook nog een dochter, Maria Francoise, vernoemd naar haar moeder. Waarom het verhaal niet tevens voor haar bestemd was, is een raadsel.
Dr. Gerard Jaspers is van plan over zijn vondsten in de bibliotheek van Kasteel Keukenhof een boek te publiceren dat, naar hij hoopt, nog dit jaar uitkomt.

* Dr. Gerard Jaspers hield in april 2006 voor de Vereniging Oud Lisse een lezing met lichtbeelden over zijn werk in de bibliotheek van Kasteel Keukenhof. Dit verhaal is een neerslag van die lezing.

Copyright © 2006 Vereniging Oud Lisse