Uitgegeven artikelen in pers etc.

Kortebaandraverij al fenomeen sinds 1872

door Arie in ‘t Veld

Uit De Lisser van 24 september 2008 Toen en nu

LISSE 

De Harddraverijvereniging Lisse en omstreken heeft in haar turbulente leven heel wat veranderingen meegemaakt. En dat zal nog wel zo blijven. Al was het alleen al het gegeven dat over enige tijd men voor het probleem staat dat de kermis niet meer op de Haven kan worden gehouden. In ieder geval tijdelijk tijdens de grote bouwwerkzaamheden die daar gaan plaatsvinden, maar vermoedelijk ook definitief, omdat er na die bouw nog maar weinig ruimte voor een grootschalig evenement als een kermis op die plek zal zijn. Maar de kortebaandraverij blijft (wellicht lang) op de Heereweg. 

De plek waar het ooit allemaal is begonnen. 

Het is 9 oktober 1872: het is gezellig druk in het logement De Witte Zwaan op het Vierkant. Nu was dat op zichzelf niet zo bijzonder, want in De Witte Zwaan was altijd wel wat te beleven, maar op die bewuste negende oktober was het allemaal toch een beetje anders dan anders. Op die dag werd namelijk voor de eerste keer in Lisse een kortebaandraverij gehouden. Een nieuw fenomeen dat door enkele enthousiaste lieden in Lisse was geïntroduceerd. In het roemruchte etablissement kwamen de deelnemers en notabelen bij elkaar om zich vervolgens gezamenlijk naar het parcours te begeven en uiteindelijk te ervaren waarom dit evenement van meet af aan de harten van de dorpelingen veroverde.
De belangstellenden kwamen echter niet alleen vanuit De Witte Zwaan. Ze kwamen uit alle hoeken van Lisse en de regio. Jong en oud, arm en rijk begaven zich op die eerste draverijdag naar het zuidelijke einde van de Rijksweg der le Klasse nummer 4 (nu Heereweg) om persoonlijk te aanschouwen hoe paarden en pikeurs de strijd met elkaar aanspanden. Een evenement dat steevast begon met de startzin: ‘Klaarmaken, op uw plaatsen, één, twee, drie, af (…)’.

Feest
Feest in Lisse. Feest op het Vierkant en in De Witte Zwaan én feest langs de Rijksweg nummer 4, waar die dag het initiatief van het Comité dat de draverij organiseerde, officieel een feit werd. Onder het toeziend oog van de initiatiefnemers voorzitter M. van Ewijk, J.W. Lefeber, G. Vreeburg, P.C. van Vrijberghe de Coningh, J. van der Mey Azn., T. van Ruiten, P. Scholten, P. van der Zon, W. Verdegaal en A. van der Mey Wzn., werd de Rijksweg zowel ‘s morgens als ‘s middags door het publiek in bezit genomen en vonden er draverijen plaats, die klonken als de legendarische klokken uit het welbekende gezegde. Met overigens als ruggensteun een toelage van 30 guldens uit de gemeentekas van Lisse. Die gemeentelijke bijdrage was een teken dat het gemeentebestuur het nieuwe initiatief een warm hart toedroeg, doch gold tevens als handreiking om de kosten enigszins in de hand te houden. En dat was nodig ook, want de gehele draverij vergde een bedrag van welgeteld 541 guldens en 25 cent. Een klein vermogen, dat echter kon worden opgebracht dankzij onder andere de entreegelden en er resteerde zelfs een saldo.
Binnenkort staat dit gigantisch grote feest weer voor de deur. De vele activiteiten, de kermis in het centrum en als afsluiting de kortebaandraverij. Het ‘Klaarmaken, op uw plaatsen (…)’ zal dan weer over de Heereweg schallen.

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Van Heereweg tot station

door Arie in ‘t Veld

Uit De Lisser van 17 september 2008

Toen en nu: Berkhoutlaan

LISSE – De Berkhoutlaan is een prachtige straat. Links de voorzieningen van Eikenhorst en Berkhout en rechts schitterende woningen en oudere huizen, afgerond door de villa Vrijheid Blijheid waar ooit architect Leen Tol menige Lissese woning ontwierp, vervolgens de kosterij van de Christelijk Gereformeerde Kerk en de villa op de hoek met de Veldhorststraat. Een steenworp verder staat villa Veldhorst en daarna komen de moderne toestanden van de Westelijke Randweg, waarna de straat overgaat in de Stationsweg. En dat was ooit ook de Berkhoutlaan: de Stationsweg die liep vanaf de Heereweg tot aan het station.

Terug in de geschiedenis is van een laan, weg of zelfs straat geen sprake. Vanaf de Heereweg ging je namelijk de Steeg in, ook wel ‘de Peus’ genoemd. Op de hoek aan de linkerkant de kruidenierswinkel van Van der Mark met daar vlak achter kolenloodsen en enkele huizen en rechts het postkantoor met daarachter het huis van de familie Van Diest, die een pittig stel postduiven hield en de kolenloodsen van Van Rooyen. En verder…: huizen. Krotten eigenlijk en niet onbewoonbaar verklaard, maar onverklaarbaar bewoond. Omstreeks 1890 kon de gemeente Lisse de linkerzijde van drieënhalf à vier meter breed voor duizend gulden kopen, maar dat was te duur en aannemer Molenaar bouwde er toen een rij huisjes. Op het zogenoemde geitenkantje, dat maar een paar meter breed was.

Reumatiekhokken
‘Doorgangshuisjes’ zoals men ze noemde, want zo ongeveer half Lisse woonde eerst ‘op de Steeg’ voordat men de kans kreeg op een andere woning in het dorp. De Steeg werd in 1910 Stationsweg genoemd, maar de verandering in naam kon niet voorkomen dat de kwaliteit van de huizen achteruit holde en de Lissers steevast ‘de Steeg’ bleven zeggen en de huisjes uitmaakten voor reumatiekhokken, want met name in de natte herfst en winter was het er niet warm te stoken. Wat hen betrof, begon de Stationsweg pas na ‘Vrijheid Blijheid’.
Op de Steeg stond ook één van de oudst bewoonde huizen in Lisse (300 jaar) van de familie Lemmers. Het pand wordt al genoemd in 1654 en werd in 1732 gekocht door Warbout Vreeburg en daarna bewoond door diens dochter, die in 1738 trouwde met Hendrik Onnosel (eigenaar van De Witte Zwaan). In 1859 werd het pand gekocht door Hendrik Lemmers, klompenmaker (dertig cent per paar). Ook het café van Lieverse, ‘Het Haasje’, was er gevestigd, maar werd in 1916 opgeheven.

Postkantoor
Op de hoek van de Heereweg stond het in 1899 gebouwde postkantoor. Een statig gebouw dat aanvankelijk eigendom was van de gemeente, maar in korte tijd dermate vaak onderhanden moest worden genomen vanwege allerlei uitbreidingen, dat besloten werd het gebouw over te doen aan het ‘Rijk’. Na verschillende taxaties heeft het Rijk het kantoor uiteindelijk in 1909 gekocht voor 17.500 gulden, inclusief de bijbehorende woning. De gemeente behield een deel van het achtergelegen terrein in eigendom en globaal gesproken gaat het hier over de hoek Berkhoutlaan/Heereweg, aan de zijde van het winkelpand De Madelief. Onmiddellijk nadat het Rijk het pand had gekocht, volgde er twee verbouwingen. In 1920 was het opnieuw zover. Het personeelsbestand bestond toen uit de directeur en twaalf personen, alsmede acht vaste postbodes. Enkele tientallen jaren geleden werd het postkantoor gesloopt om plaats te maken voor een groot winkelpand, dat later in de volksmond de naam ‘De Madelief kreeg. De huisjes in Stationsweg waren toen al met de grond gelijkgemaakt.

Berkhout
Halvewege de zestiger jaren van de vorige eeuw gingen ze plat, waarna er ruimte kwam voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de bouw van Berkhout en nieuwe (grotere) woningen. Een verandering die nog op de rails staat, is dat een deel van de straat opnieuw een naamswijziging zal ondergaan. Enige tijd geleden werd namelijk bekend dat het deel vanaf de Heereweg tot aan de Westelijke Randweg de Madelief gaat heten. Zo is de aloude Steeg versnipperd geraakt en lijkt deze qua naam en inrichting in geen enkel opzicht meer op de vroegere Steeg.

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

De ontluistering van het etablissement De Witte Zwaan

door Arie in ‘t Veld

Uit De Lisser van 3 september 2008

Toen en nu: De Witte Zwaan


LISSE – Je kunt er geen geschiedenisboekje over Lisse openslaan, of het etablissement “De Witte Zwaan” komt ter sprake. De dorpsherberg zogezegd en we maken ons sterk dat in dat gebouw in het hartje van ons dorp vaak een drukte van belang was. Dat is het op die plaats nu nog, maar dat komt dan omdat op diezelfde plek een Digros is gevestigd. Minder roemrijk, maar vooralsnog erg succesvol en dat gebrek aan zakelijk succes was er de oorzaak van dat het logement “De Witte Zwaan” in 1970 onder de slopershamer verdween. Over de historie van de Witte Zwaan is niet echt veel bekend.

Uitgevonden is wel, dat het etablissement over een kolfbaan beschikte en zeer bekend was om zijn visschotels. De Lisser baarsschotels. De studenten van de Maatschappij der Nederlandse Letteren hielden hier hun jaarvergaderingen en in de analen staat ergens het verhaal geschreven dat zich zo’n dikke eeuw geleden afspeelde. Een boerenzoon was door een dolle hond gebeten. Bang als hij was dat hij iemand kwaad zou aandoen, liet hij zich in een geblindeerde kamer insluiten en stierf hij daar ook. Heel eenzaam. De Witte Zwaan was vaak op de tong, want in de vele zalen van het gebouw met de serre was altijd wat te doen. Een veiling, een rechtspraak of een vergadering. Iedereen toog altijd naar de Witte Zwaan om iets te beleven of te bespreken. Maar ook de politiek boog zich over de zwaan. Voormalig burgemeester Eenhuis bijvoorbeeld. Deze was weg van de trottoirs langs de Heereweg en het Vierkant. Maar al wandelende stootte hij ineens zijn neus aan de serre van de Witte Zwaan, die brutaal naar voren stond te
staan. Niks geen trottoir meer en dat vond de burgervader maar niks. Daar moest verandering in komen, maar hij had buiten de waard gerekend. Niet die van de Witte Zwaan, maar in de vorm van de gemeenteraad van Lisse want die eiste dat de warande overeind bleef. “Deze veranda is het gezicht van het hotel”, aldus de gemeenteraad van Lisse die daarmee een streep door des burgemeesters rekening trok. De heer Eenhuis heeft uiteindelijk toch nog zijn zin gekregen, maar dan spreken we over de latere jaren. De Witte Zwaan heeft vele eigenaren en uitbaters gekend en was in de laatste tientallen jaren zelfs een heuse bioscoop rijk. Het Luxor Theater. De families Van Ruiten, Hekkers, Van Duinen en Van der Ploeg zwaaiden er de scepter en laatstgenoemde eigenaar zag het op een gegeven moment werkelijk niet meer zitten. “We hebben dag en nacht gewerkt om er iets behoorlijks van te maken, maar steeds weer opnieuw komen we voor zeer hoge onderhoudskosten en het is economisch gezien niet meer verantwoord om nog geld in de Witte Zwaan te steken”, aldus de ondernemer. Dat was de doodsteek voor het roemruchte etablissement dat de Zwanenzang al inzette. Rond Pasen 1970 timmerden de slopershamers er geducht op los en verdween de Witte Zwaan voorgoed en geheel uit beeld.
In 1998, kwam de gevel van De Witte Zwaan nog eenmaal uitdrukkelijk in beeld. Dat was in het kader van de viering van het 800-jarige bestaan van Lisse, toen door Horsman en Co die gevel werd herbouwd. Ter herinnering aan vervlogen tijden en het feit dat De Witte Zwaan een uiterst belangrijke functie in Lisse had. De bedoelde gevel maakt nu al enkele jaren deel uit van de expositie rond Panorama TulipLand. En wie weet… komt hij dus over enige tijd weer terug naar Lisse. Waar hij ook hoort!

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Tachtigjarige oorlog richtte veel schade aan in Lisse

door Arie in ‘t Veld

Uit De Lisser van 27 augustus 2008

Toen en nu: Nederlands hervormde kerk

LISSE – Het kerkgebouw van de Nederlands Hervormde kerk aan het Vierkant is eeuwenoud. Met name de toren heeft al heel wat jaren doorstaan en dateert vermoedelijk uit de periode van rond 1500. Het kerkgebouw zelf is minder oud, maar toch ook niet meer zo piep. De geschiedenis van de kerk is overigens enigszins anders dan protestants, als wordt bedacht dat de kerk oorspronkelijk een rooms katholieke kerk was. Het hoe en het wat waardoor de kerk op een gegeven moment in protestantse handen overging is nog altijd niet echt duidelijk, doch het vermoeden bestaat dat de roerige periode van de Beeldenstorm daar wellicht het nodige mee had te maken.

Het kerkgebouw had in de Spaanse tijd veel te lijden gekregen, waardoor het bedenkelijk veel op een ruïne begon te gelijken. Zo lag het koor geruime tijd er verwoest bij, maar later heeft men alles weer hersteld en ongeveer in de staat gebracht van voor de tachtigjarige oorlog. Het zal de ware Lisser niet zo leuk in de oren klinken, maar toch is het waarschijnlijk zo dat Sassenheim in de vijftiende eeuw kerkelijk blijkbaar meer te betekenen had dan Lisse. In ieder geval had Lisse tot 1460 niet eens een kerk, maar een kapel, die door Willem, Graaf van Holland, was gebouwd, maar onder de parochiekerk van Sassenheim behoorde. Door een “bulle” van Paus Pius de Tweede is Rome op de achtste November 1462 gegeven, werd deze kapel van Sassenheim afgescheiden en tot een parochiekerk verhoogd, die aan St. Agatha was gewijd.
Overigens moet dit alles los worden gezien van de huidige Agathakerk, want die is weliswaar monumentaal, maar dateert toch altijd nog van de vorige eeuw. Na de hervorming was de rk-gemeente verenigd met die van Warmond, Voorhout en Sassenheim. In de laatste plaats hield de pastoor verblijf. In 1667 “verlangde” Lisse echter een eigen pastoor en kwam de eerste in de persoon van Johan van de Werve. Op 1 juli 1697 overleed deze, en werd opgevolgd door Lambert Schaap. Op 10 April 1709 verwisselde ook deze het tijdelijke met het eeuwige en toen kwam hier als pastoor Arnoud de Leeuw.

Veranderingen
Dat er in de loop der jaren aan de Ned. Herv. kerk het een en ander veranderd is blijkt uit de beschrijving, die in het laatst der achttiende eeuw uit een ganzenveer vloeide: “Van binnen is dezelve in alle opzichten zeer wel ingericht en van een goede preekstoel, doophek, de benodigden gestoeltens en verdere zitplaatsen vrijwel voorzien. Sieraden vindt men echter niet anders dan tegen de binnenzijde der toren. Daar is een oud bord geplaatst waarop de Wet des Heeren en het volmaaktst gebed met een goede letter staat geschreven. In het koor, hetwelk van een latere bouwing als de kerk is, vindt men een aanzienlijke begraafplaats van de familie van de heer Van der Stel, voorheen Gouverneur zijnde geweest van de Kaap de Goede Hoop. De toren is zwaar vierkant en trots gebouwd, met een lage kap gedekt op welke men een windwijzer vindt; van binnen in dezelve een uurwerk en klok en van buiten met de nodige uurwijzers voorzien. Het kerkhof is rondom met een muur omvangen en aan de ene zijde met bomen beplant”. Tot zover een deel van het geschrift van de 18e-eeuwse geschiedschrijver.
En dan de toren in. Een stenen trapje van enkele treden brengt de klauteraar naar een smal en laag poortje. En als men zich daar doorheen wurmt blijkt dat de muur ruim negentig centimeter dik is! De zolders kraken griezelig als er overheen wordt gelopen. Het nog aanwezige, maarniet meer gebruikte oorspronkelijke uurwerk is destijds gemaakt bij A.H. van Bergen in Heiligerlee. Op de volgende etage bevindt zich de luidklok. De antieke klok is in 1943 door de Duitsers weggehaald en vermoedelijk tot een of ander oorlogstuig omgesmolten. In ieder geval is de klok, die nu in de stoel hangt nog niet zo oud.
Het volgende gedicht staat er op te lezen: “De oude klok, in ‘d oorlog meegenomen vervulde eeuwenlang haar grootste taak. De nieuwe, voor haar in de plaats gekomen. Roept nu weer luid: gij die nog slaapt: ontwaakt!” 1949. Hier vindt men ook de grote ijzeren hamer, die door het uurwerk van de klok in actie wordt gebracht, wanneer de klok moet slaan. Tegen het Westelijk gedeelte der toren zit nog een zonnewijzer, die het uiteraard nog “doet”. Vermoed wordt, dat deze er in 1600 of

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Liefdevolle verzorging ouderen in ‘Piusgesticht’

door Arie in ‘t Veld

Uit De Lisser van 20 augustus 2008

Toen en nu: het bejaardenhuis van Lisse

LISSE – Alhoewel in het begin van de vorige eeuw het begrip bejaardencentrum of woonzorgcentrum nauwelijks bestond, had Lisse naast de Agathakerk toch echt een centrum waar de ouden van dagen, zoals die indertijd genoemd werden, hun laatste dagen konden slijten en voor toentertijdse begrippen goed werden verzorgd. Arie Raaphorst, rond 1900 plaatselijk perscorrespondent, heeft veel over met name het centrum van Lisse in schriftjes vastgelegd en beschreef ook het ‘Piusgesticht’. De volgende tekst is in de tegenwoordige tijd gesteld, omdat daarmee de letterlijke tekst van Raaphorst wordt gevolgd.

‘Het Pius gesticht werd gebouwd in het voorjaar van 1909 door en voor rekening van het R.K. parochiaal Armbestuur. Vermeld diendt te worden dat de President der heer Hugo van Graven het leeuwendeel heeft gehad in de oprichting van deze prachtige instelling. In dit gesticht worden liefdevol verpleegd en verzorgd de ouden van dagen zoowel mannen als vrouwen en bovendien is het ingericht voor Pensionaat met eerste, tweede en derde klas bediening en huisvesting. Het is een grootgebouw en heeft langs de Heerenweg eene gevellengte van 39 meter en drie verdiepingen en in de Bondstraat eene lengte van 45 meter en twee verdiepingen.
De Hoofdingang bevind zich aan de Heerenweg op den hoek bij de Bondstraat, terwijl in de Bondstraat de ingang is voor dagelijks verkeer. Het gesticht heeft een eenvoudige maar ruime kapel.’ Raaphorst gaat verder: ‘Zooals de lezer uit het voorgaande reeds heeft kunnen opmaken heeft het gesticht den vorm van een haak. Het wordt bediend door de Eerwaarde Zusters van de orde van de H. Elisabeth. Ontwerper en architect was de heer P.J. Perquin te Leiden en Aannemer de heer A. Beugelsdijk te Lisse. Het gebouw rust, evenals de kerk, op een fundament van gewapend beton. Het gebouw heeft met inbegrip van de voor dit doel dan de wed. J. Vreeburg aangekochte 2 Hct. terrein gekost ruim f 100.000,-. Het achter het gesticht gelegen terrein werd ingericht voor moestuin, boomgaard erbij. Ook werd er gegraven een goudvissschenvijver waarin een meenigte goudvisschen werden losgelaten ten pleziere van de pensionaatsgasten. Een stalling voor koeien en varkens was mede aanwezig. Daarin bevond zich ook een gasmotor voor beweegkracht van de pompen om het water naar de hooger gelegen verdiepingen te voeren en ook eene inrichting voor centrale verwarming. Om de hoek van de gewoone ingang in den Bondstraat bevind zich het Wijkgebouw van de in het jaar 1910 opgerichte R.K. Vereeniging voor Wijkverpleging onder alle gezindten. Dit wijkgebouw is telefonisch aangesloten. Het gesticht heeft geen toren doch op de achtergevel van de kapel heeft men eene schouw aangebracht voor een later aan te brengen bel. Op de voorgevel van de kapel aan de Heerenweg prijkt een hardstenen kruis. In het voorjaar van 1911 is in de moestuin gebouwd eene druivenkas van 25 meter lengte en een breedte van 8 meters’, aldus Arie Raaphorst.
In 1972 kocht de gemeente het pand en verhuisden de bewoners naar Berkhout. Eind 1972, begin 1973 werd het pand gesloopt. En dat kostte meer dan de bouwkosten, namelijk 160.000 gulden.

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

De school van meester Strik: de Josephschool

door Arie in ‘t Veld

Uit De Lisser van 13 augustus 2008

Toen en nu: St. Josephschool aan de Heereweg

LISSE – Woensdag 22 november 1978 zijn door de bij veel oudere Lissers vast nog bekende ‘Meester Strik’ de officiële handelingen gepleegd, waarmee de opening van de nieuwe St. Josefschool aan de Achterweg een feit was. De heer Strik was hoofd van deze school in de periode 1922 tot 1961 en derhalve zullen nog zeer vele Lissers hem persoonlijk kennen. Zij gingen naar school bij een hoofdonderwijzer, die tot op heden de langste periode als zodanig bij de St. Josefschool op zijn naam heeft staan. Maar dan hebben we het over de Josephschool, die sinds een aantal jaren van de aardbodem is verdwenen en ooit stond naast het Agathaklooster, op de plek waar nu de Kloosterhof staat. Bij de opening van de nieuwe school onthulde meester Strik het Josefbeeld. Hetzelfde beeld, dat vele jaren de gevel aan de Heerewegzijde van de oude school sierde en dat door vakbekwame handen op de nieuwe plaats werd gedeponeerd. 112 jaren St. Josefschool aan de Heereweg waren ten einde. Een brok geschiedenis, waarvan vele Lissers een groot gedeelte hebben meegemaakt en waar we natuurlijk graag eens op terugzien.

Indertijd was onze gids door de geschiedenis van de school de heer G. Lefeber, die zeer nauw bij de rooms-katholieke scholenbouw in Lisse betrokken was, als lid van het bestuur van de Katholieke Onderwijs Stichting. Die haalde uit de geschriften boven water, dat op 8 september 1866 pastoor Arnoldus Heuvels toestemming krijgt tot het bouwen van een eigen Katholieke School. De aanbesteding vindt plaats op 9 oktober en voor het bedrag van f. 9.545, zal in Lisse een nieuwe school verrijzen. In 1867 werd de school in gebruik genomen en voor een wedde van f. 600, ‘s jaars werd de heer A.J. Blankers aangetrokken als hoofd der school, met daarbij vrij wonen. Meester Blankers had het maar wat druk met al die leerlingen en al spoedig moest een hulpkracht worden aangetrokken, die voor 375 gulden per jaar zijn opvoedende werk deed. Meester Blankers heeft niet lang de jongsten van het dorp mogen opleiden; na twee jaar hoofd der school geweest te zijn, stierf hij na een slopende ziekte in 1870, op 29-jarige leeftijd.

De Meulder
Als opvolger van de heer Blankers werd C.H. de Meulder aangetrokken. Op zijn 27ste verjaardag ontving hij het bericht van de aanstelling. De naam De Meulder is zeer bekend geworden in Lisse en de streek, ook al doordat de zoon van de hoofdonderwijzer, Fred, een bollenbedrijf stichtte, dat een wereldwijde faam verwierf. De Meulder blijft hoofd van de school tot 15 mei 1899, na in 1887 ook nog een uitbreiding van de school beleefd te hebben. Naar school gaan, was in die jaren al geen eenvoudige zaak, het geven van het onderwijs was dat evenmin. Men werkte volgens de regels, die gesteld waren in het Reglement der School voor Burgerkinderen van de Vincentiusvereniging: “Er zal bijzonder toezigt worden gehouden, dat de kinderen zedig, liefdelijk en zachtzinnig met elkaar omgaan.” “Kweekelingen die aangenomen wensten te worden dienden geen in het oog lopende ‘lichaamsgebreken’ te hebben en de kinderen der onvermogenden gaan om Godswil School.” Voor hen werd een bijdrage in de kerk bijeen gezameld.

ULO
Opvolger van de heer De Meulder was de heer F.K. Dankelman, die hele veranderingen tot stand bracht in de periode dat hij de scepter zwaaide. In die tijd werd namelijk een nieuwe Josefschool gebouwd. De leerlingen vonden zolang onderdak in leegstaande lokalen van andere scholen. In 1920 werd dit nieuwe schoolgebouw alweer uitgebreid met vier lokalen. Inmiddels wierpen nieuwe veranderingen hun schaduw alweer vooruit. Het Uitgebreid Lager Onderwijs (ULO) deed haar intrede op de Josefschool en het onderwijs daarvoor kwam voor rekening van de heer Dankelman.

Strik
Een nieuw schoolhoofd moest worden benoemd en dat werd gevonden in de persoon van meester Strik, die vanaf 1917 onderwijzer in Lisse was. Per 15 december 1922 was meester Strik als hoofd zodanig, werkzaam en dit duurde tot de dag van zijn pensionering op 13 januari 1961. Een zeer lange periode dus en de meester drukte zeer duidelijk zijn stempel op die tijd, die nog zeer veel Lissers zich zullen herinneren. Er werd in en rond de Josefschool in de loop der jaren heel wat afgebouwd en verhuisd. Zo werden in 1893 de plannen goedgekeurd voor de bouw van een meisjesschool en een klooster. De bouw van het klooster volgde in de beginjaren van de 20ste eeuw en beide (school en klooster) werden gebouwd voor het totale bedrag van f. 52.905,-. De beide scholen vloeiden op den duur weer geleidelijk in elkaar en in de zestiger jaren was de Josefschool een geheel geworden met de meisjesschool. Had de Josefschool de ULO onder de pannen, de meisjesschool bood plaats aan de kleuterschool. Deze leerplaats voor de allerkleinsten, de Luciaschool, betrok later een eigen pand en bij de opening van de nieuwe school in 1978 zijn alle onderdelen opnieuw bij elkaar gebracht in de vorm van een zogenaamde integratieschool.

Duit in het zakje
De Josefschool is een school, waarvan de basis meer dan 100 jaar geleden werd gelegd in een tijd, dat eigenlijk niemand geld had om dat onderwijs te betalen en de brave kerkgangers een duit in het zakje deden om vooral de meest behoevenden van dit onderwijs te kunnen laten genieten. Een tijd waarin de zonder wedde werkende Fransiscaner zusters de vakantieperiode hard nodig hadden om geld en goederen bij elkaar te verzamelen en daarvoor letterlijk de boer op gingen. Hoe anders is dat allemaal vandaag de dag.

Meester W. Winkelmolen plaats de vlag na de verhuizing van het beeld in 1984 (en niet meester Strik, die al in 1981 was overleden).

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Geestwater niet van deze tijd

De naam Geestwater zoals die aan een nieuw te ontwikkelen woonwijk in Lisse is gegeven, is niet van deze tijd. En dat dan in de meest letterlijke zin. Een en ander blijkt uit hetgeen Mattheus Brouerius van Nidik, R.G. en Isaac le Long in het “Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden” (tweede druk 1792) optekenden.

‘We stonden voor een grote uitdaging bij de restauratie’

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 10 – Hart voor Histories Station Lisse
Uit het Witte Weekblad van 19 september 2007

Vooroorlogs zicht op Station Lisse. (Foto: archief – Vereniginig Oud Lisse)

LISSE – Station Lisse is ternauwernood aan de sloophamer ontkomen. Dankzij adequaat optreden van de Vereniging Oud Lisse (VOL) staat het historische gebouw anno 2007 nog steeds overeind. Grote inspanningen leidden ertoe dat het in 1995 tot rijksmonument is verheven. In datzelfde jaar werd het inmiddels populaire buffetrestaurant De Verloren Koffer erin gevestigd.
Station Lisse is ternauwernood aan de sloophamer ontkomen. Dankzij adequaat optreden van de Vereniging Oud Lisse (VOL) staat het historische gebouw anno 2007 nog steeds overeind. Grote inspanningen leidden ertoe dat het in 1995 tot rijksmonument is verheven. In datzelfde jaar werd het inmiddels populaire buffetrestaurant De Verloren Koffer erin gevestigd.

Initiatiefnemers
Tot 1957 deed Station Lisse officieel dienst. Daarna stopte er nog af en toe een trein in Keukenhoftijd. Het stationsgebouw raakte in verval. Vanaf 1994 ontfermde de VOL zich erover. Frits Treffers is een van de initiatiefnemers, die op vrijwillige basis veel tijd en energie in dit project staken. Door de bekende architect Aad Paardekoper werd hij hiervoor warm gemaakt. ‘Op verzoek mevrouw Möller, de echtgenote van de laatste stationschef, die in de woning boven het station woonde’, aldus Treffers. ‘Zij vroeg een kijkje te komen nemen, omdat eigenaar de Nederlandse Spoorwegen sloopplannen had. Ik begreep daarna wat Paardekoper bedoelde; dit unieke pand verdiende een reddingsplan.’
Nadat het officieel als rijksmonument te boek was gesteld, kon het voor een langere periode van de NS worden gepacht.
De oprichting van Stichting Oud Lisse moest leiden tot het verkrijgen van voldoende financiele middelen. ‘De NS droeg niet bij in de restauratiekosten. Voor de begeleiding van het proces werd een werkgroep in het leven geroepen, waarvan ikzelf deel uitmaakte. We stonden voor een grote uitdaging. De staat waarin het station verkeerde, was uitermate slecht. Toch zijn we erin geslaagd het met behoud van de karakteristieke kenmerken volledig te restaureren. Zelfs de verzakte uitbouw met de fraaie overkapping kon in haar oude staat worden teruggebracht.’
Besloten werd het gebouw als restaurant te gaan exploiteren. Er waren drie gegadigden, doch alleen John en Margareth Nederstigt wilden gebruikmaken van de bestaande ruimten.

Werkgroep
John Nederstigt: ‘We waren direct verkocht. Zelfs de slechte staat schrok ons niet a£ Ik hoor mijn moeder nog zeggen: “Jongen, waar begin je aan. Je hebt toch al een prima zaak in het dorp?” Natuurlijk moesten grote aanpassingen worden gedaan. Vanaf het begin heb ik daarom deelgenomen in de werkgroep, die elke woensdag bijeenkwam. Het is zelfs zo, dat ik tijdens de renovatieperiode geen dag vrij heb gehad.
Al mijn vrije tijd is hierin gaan zitten. Maar het was bet waard. Daar waar mogelijk is de authenticiteit van het gebouw bewaard gebleven, waaronder de prachtige art deco-stijl. Kenmerkend hiervoor zijn de bogen, de prachtige oude tegels en de bladgoudversieringen in de stationshal. Het mooist vind ik zelf de muurschilderingen met tulpen en narcissen. Deze kregen zelfs nog faam door opnames van de verzetsfilm Het meisje met de blauwe hoed. De sfeer is heel speciaal; tot in alle uithoeken van Nederland is De Verloren Koffer bekend.’

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Van boerderij met koeien via melkhandel naar restaurants

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 7 – Hart voor Historie: Kanaalstraat 22 en 22a
Uit het Witte Weekblad van 29 augustus 2007

Grootmoeder Hulsbosch op de melkkar. Op de achtergrond is te zien de wagenschuur, die in de nabije toekomst uit het Lisser straatbeeld verdwijnt. (Foto: familiearchief – Theo Hulsbosch)

LISSE – Beeldbepalend dorpsgezicht in het centrum is de combinatie van de adressen Kanaalstraat 22 en 22a. De karakteristieke boerderij ter hoogte van de Wagenstraat was vele jaren het woonhuis annex bedrijfspand van melkboer Hulsbosch. Thans zijn hierin de restaurants Vrouw Holle en La Fontana gevestigd. Ondanks meerdere grote verbouwingen zijn beide restauranthouders erin geslaagd de authentieke sfeer te behouden.

Samen met zijn compagnon Mickey Yazide runt Eric Braspenning het Italiaans restaurant La Fontana. Hij weet zich nog goed het moment te herinneren dat zij de winterboerderij in gebruik wilden nemen: ‘Aanvankelijk zou een ander bedrijf zich op deze locatie vestigen. Met de verbouwingswerkzaamheden was al begonnen, maar die zijn uiteindelijk niet doorgegaan. Vervolgens was het aan ons de voormalige koeienstal met woongedeelte tot restaurant om te turnen.’

Boerderijsfeer
‘Besloten werd de authentieke boerderijsfeer te behouden. Dit heeft ons veel waardering opgeleverd.

De uitvoering werd in 1991 zelfs beloond met de erepenning van de Vereniging Oud Lisse.’ De boerderij is nog steeds in bezit van de familie Hulsbosch, die bijna een eeuw op deze locatie woonachtig was. Theo Hulsbosch is een van de vijf kinderen die deel uit maken van de derde generatie die er is opgegroeid. Hoe oud de boerderij precies is, weet hij niet. De Vereniging Oud Lisse achterhaalde in de gemeentelijke archieven wel, dat ene Van der Vlugt het pand in 1812 kocht van weduwe Van Klaveren. Volgens Hulsbosch was er ooit een timmerbedrijf gevestigd. ‘Mijn overgrootvader had een boerderij op de plaats van het oude postkantoor; waar nu De Madelief wordt gebouwd.
Zijn zoon vestigde zich in de Kanaalstraat, het gedeelte dat vroeger Broek Steeg werd genoemd.
Het complex omvat onder meer een zomer- en wintergedeelte, hooiberg, karnruimte en wagenschuur. De koeienstal bevond zich in de winterboerderij, dat aan de voorzijde een woonhuis kende. Tot 1984 woonden hier twee tantes van Hulsbosch. Zelf woonde hij met zijn ouders en de rest van de familie in de zomerboerderij, waar thans Vrouw Holle in is gevestigd.
De melkwinkel bevond zich hier ook; de toegang was rechts aan de zijkant. Een paar oude melkbussen zijn nog stille getuigen. In de karnruimte aan de voorzijde, met rieten dak, duwde een paard de karnstok voort.
Het achtergedeelte, met hooiberg, wagenschuur en opstallen, is onlangs verkocht aan Bouwbedrijf Castien, dat hiervoor bouwplannen heeft.

Verandering
‘Ten tijde van mijn grootvader was de boerderij een melkveebedrijf. Hierin kwam verandering, toen mijn vader, Jaap Hulsbosch, in het kader van saneringswetgeving, een keuze moest maken: veebedrijf of melkhandel. Het feit dat er steeds minder grasland in de directe nabijheid voorhanden was om de koeien te laten grazen, gaf de doorslag om verder te gaan als melkhandel. Tot 1970 heeft mijn vader – aanvankelijk met paard en wagen, later met een elektrische melkwagen – menig Lisser in de wijk van melk en melkproducten voorzien. Zeven dagen in de week, dus ook op zondag, gebeurde het dat iemand achterom nog even wat melk kwam halen.’

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

 

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 6 – Hart voor Historie: Grachtweg 1a
Uit het Witte Weekblad van 22 augustus 2007

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg 1a. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige bewoners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin geslaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te redden. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.
Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragment van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier gestopt om de tocht te weren. Uiteraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen
Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geisoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortgezet door Jaap en Theo Langeveld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaftige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden verschaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’
Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plantenberg, nadat hij bet bestaande gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter het woonhuis een deel bij te bouwen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had gescharreld. Bij het graven, dat eraan vooraf ging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onderzoek wees later uit, dat het merendeel van de vondsten afkomstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving
Korte tijd daarna deed Plantenberg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelijke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelfmoord of een niet-christen betreffen, omdat deze doden niet mochten werden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plantenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse