Uitgegeven artikelen in pers etc.

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (2)

Sporen van vroeger (Lissernieuws)                                                           

21 april 2020  

 door Nico Groen

In de vorige column werd het dagboek van Henk van Ruiten tot 31 december 1944 weergegeven. Hieronder volgt het tweede deel van zijn dagboek. Het is getranscribeerd door Erwin de Mooij. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders. Hierna leest u een aantal stukjes uit het dagboek tussen 1 januari en 1 mei 1945.

 

“Begin januari hangen er bulletins aan de muren: mannen tussen 16 en 40 jaar moeten zich komen melden. De volgende morgen hangt er een blaadje onder van de verzetsbeweging, dat je je niet moet melden. Op weg naar mijn werk hoorde ik, dat de burgemeester en de ambtenaren met de burgerpapieren ondergedoken zijn.

Op 12 januari was het een rustige dag, met angst. De burgers mogen niet meer in het Keukenhofbos bomen omhakken. De SS houdt de wacht. Je mag ook geen bomen omzagen in de straten. Als de Duitsers het zien, krijg je zonder pardon de kogel.

 

Wij hebben bloembollentaart gegeten. Het viel mij honderd procent mee. Het is machtig, en voedzaam. De taart is op zijn lekkerst als hij koud is. Het is hier winterweer met sneeuw. Ik ben nu en dan op de weg, dan weer thuis aan het zagen en als het me te koud is, heb ik schrijfwerk of leeswerk of bollen schoonmaken voor de bollentaart. Die smaakt beter dan pulppannekoek of pulpbrood. Die heb ik vandaag ook gegeten, maar dat is geen eten. Ik word niet goed van binnen en ik moet er ’s nachts mijn bed voor uit om naar nummer 100 te lopen. Geef mij maar een Weerter Vlaaitje!

Vandaag 8 februari ben ik  thuis aan het delven in de grond. Dat valt niet mee op de 900 gram brood per week. ’s Avonds ga je naar bed met een waterbuik van de aardappelen. Je moet er 3 a 4 keer uit bed. Je wordt er beroerd van.

 

7 Maart. Er is razzia in Lisse. Ik was om 7 uur de deur uitgegaan, naar de Kerk, want het was Sint Jozefdag. In de Kerk werd gewaarschuwd. Ik bleef tot het einde van de mis en toen ging ik er uit. Maar het was niet gunstig, ze hadden al wat jongens te pakken! Ik ging de Kerk weer in en toen kwam er een kapelaan naar mij toe en die zei: Ga naar de toren! Ik ging naar de toren en daar waren meer jongens. Op het eind zaten wij met zijn zessen in de toren. Een prachtig uitzicht. Je zag de floeperts op de straat lopen, maar zij zagen ons niet. Thuis wisten ze dat ik in de Kerk zat. Ik heb van 8 uur tot 5 uur in de toren gezeten! De Duitsers hebben een heleboel fietsen, frames, banden en onderdelen meegenomen. De buit was groot.

Wij  hebben  vandaag, 10 maart, van het Zweedse Roode Kruis ons cadeau gehad en dat was per persoon 8 ons wittebrood en 125 gram margarine. Het smaakte heerlijk. Je zou er je tong bij inslikken! Wij zijn er uiterst zuinig mee, elke dag nemen wij er twee sneetjes van.

De NSB burgemeester heeft vandaag 30 maart, de benen genomen.

28 april. De Duitsers zijn het hier zat. Ze rammelen van de honger. Ze vragen aan de burgers: Hoe staat de toestand? En als de burger zeg: Berlijn is omsingeld, dan wrijven de Duitsers in hun handen. Het gaat goed, zegt de Duitser dan.”

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.
Foto: Oud Lisse

 

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.

Foto: Oud Lisse

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (1)

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

7 april 2020

door Nico Groen 

Henk van Ruiten was aan het begin van de hongerwinter (1944) een jongeman van 25 jaar. Hij woonde nog bij zijn ouders en zijn halfbroer Koos in de Wagendwarsstraat, tegenover De Taveerne. Vanaf november 1944 tot aan de bevrijding in mei 1945 hield Henk een dagboek bij.

Hij verhuisde in 1977 naar Nederweert bij Weert in Midden-Limburg. Daar had hij in 1939 zijn mobilisatie doorgebracht en in die tijd veel vrienden opgedaan. Hij woonde er tot aan zijn overlijden in 1998. Zijn executeur testamentair stuurde het dagboek naar het Gemeente Archief van Lisse. Een medewerker van dit archief, Erwin de Mooij, maakte een transcriptie van de oorspronkelijke tekst. Die was sterk fonetisch  geschreven omdat Henk niet had doorgeleerd. Het Nieuwsblad van de VOL van april 2005 publiceerde dit dagboek dat Van Ruiten schreef voor zijn Limburgse vrienden. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders en Hier onder leest u een samenvatting van het gedeelte vanaf het begin van het dagboek tot 31 december 1944.

Geen stroom meer

Op 21 november 1944 heeft heel  Zuid- en Noord-Holland en Utrecht al dagen geen licht meer. Ook wij hebben geen licht meer. Je zit te turen en te gluren bij een klein petrolie-lampje. Een gezellige tijd voor de jongelui, die er een vrijer op na houden. Die kunnen nu scharrelen in het duister. Ik heb wat gepraktiseerd en op mijn slaapkamer een jampotje vol gedaan met water en op het water heb ik fietsenolie gegoten met een drijvertje erop. Dat gaat best. Het rookt wel wat, maar dat mag hem niet hinderen.

Vandaag 25 november heeft het bij ons in de buurt gespookt. Een paar dagen eerder wisten wij dat er in de Bollenstreek een razzia gehouden zou worden. ’s Morgens om 5 uur hoor ik een leven op de straat! Het ritselde van de Duitsers. Ik uit bed en iedereen wakker gemaakt. Gauw aangekleed. Ik had de avond tevoren de schuur achter in de tuin opengemaakt. Daar kon ik nog in komen. Ik deed de deur achter mijn hielen op slot. Naar mij konden ze fluiten.

Geen eten meer te koop

Vandaag op 4 december waren de Duitsers ’s avonds weer bezig. Ze hadden gefuifd en je begrijpt een heel beetje teveel gedronken. Ze schoten op een dame in een hoedenwinkel dwars door de winkelruit en op het Vierkant op een elektrische klok, enzovoort. Ze moesten de andere dag toch naar het front. De volgende dag zijn ze uit Lisse en omstreken vertrokken. God zij dank! Het was me een roversbende! Tot nu toe heb ik mijn fietsen nog. Allebei!

Wat is er toch een armoe en een hongersnood! De mensen uit de stad lopen de deur plat om eten. Ze hebben van alles bij zich om te ruilen voor voedsel, maar bij ons is het hopeloos, je kunt niets kopen, maar dan ook niets!

Op 31 december werd in alle Kerken een brief voorgelezen over hongersnood in de steden en over de zwarthandelaren. Onmenselijk. Het oude en het nieuwjaar hebben wij niet gevierd. Er is tegenwoordig toch niets aan, de moed raakt uit de mensen.

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.
Foto: Oud Lisse

Overval op het gemeentehuis

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

24 maart 2020

 door Nico Groen                                                          

Vanwege 75 jaar bevrijding komt deze keer de overval op het gemeentehuis van Lisse op 15 februari 1944 aan de orde. Burgemeester Van Rijckevorsel werd steeds meer onder druk gezet door de Duitsers om gegevens uit het bevolkingsregister te overhandigen. Zij hadden namelijk jonge mannen nodig in Duitsland in verband met tekort aan arbeiders daar. Het zou goed zijn om dit register te laten verdwijnen, zoals het verzet op veel plekken in Nederland deed.

De Landelijke Knok Ploeg van Post

De opmerkingen van de burgemeester kwamen via via ter ore van de Landelijke Knok Ploegen (LKP). De Groep van Johannes Post, die vanuit Rijnsburg opereerde, besloot het bevolkingsregister van Lisse te verdonkeremanen. Op 15 februari 1944 stonden er ’s avonds  een man of zes van zijn ploeg tegen de muur van het gemeentehuis in de buurt van de ingang.

Daarbinnen werd zoals gewoonlijk overgewerkt. Twee ambtenaren waren al binnen en een derde moest nog komen. De bewaking van het gemeentehuis was in handen van een burgerwacht, H. Grimbergen, en opperwachtmeester van de gemeentepolitie, Bas Romeijn. De derde ambtenaar, Willem Döll wilde het gemeentehuis binnengaan. De burgerwacht opende de deur voor hem. Vlak achter hem drongen de mannen van Post naar binnen en bedreigden de bewaker en de ambtenaar. Ook de opperwachtmeester Bas Romeijn werd in de bodekamer gevangen genomen en volgens afspraak in elkaar geslagen. Hij had namelijk zijn medewerking gegeven aan de overval. De overvallers gingen nu naar de secretarie, waar de 2 ambtenaren aan het werk waren. Iedereen werd vastgebonden. Het bevolkingsregister werd in zakken gepropt. De zakken werden naar buiten gesleept naar de ruimte van de centrale verwarming van de Josephschool vlak bij het gemeentehuis en daar opgestookt.

Bovenstaand verhaal wordt levendig beschreven in een roman van Anne de Vries, ’De levensroman van Johannes Post’. Post werd na de oorlog postuum geëerd.

De overval op het bevolkingsregister van Lisse heeft vele levens gered door op het nieuw opgezette register vele niet-bestaande ouderen, weduwen en kinderen te zetten, die in aanmerking kwamen voor distributiekaarten en -bonnen. De bonnen werden gebruikt om onderduikers in Lisse, Sassenheim en Hillegom van voedsel te voorzien.

 Dramatische gevolgen

Dezelfde nacht verscheen de Sicherheitsdienst in het dorp. Die vermoedde dat het een doorgestoken kaart was en ambtenaren werden van hun bed gelicht.

Als gevolg van deze overval werden gemeentesecretaris Jan de Haan, politieambtenaar Bas Romeijn en gemeenteambtenaar Willem Döll opgepakt en naar een concentratiekamp overgebracht. Aan de gevolgen daarvan zijn zij overleden.

In De Engel zijn twee straten naar hen vernoemd, de J.C. de Haanstraat en de W.L. Döllstraat. De Romijnstraat in het buurtschap is vernoemd naar Piet Romijn, de eerste voorzitter van woningbouwvereniging Gezinsbelang en wethouder en dus niet naar Bas Romeijn. De initiatiefgroep Herinneringsboek Lissese Oorlogsslachtoffers spant zich nog steeds in om in Lisse straatnamen naar Bas Romeijn en andere oorlogsslachtoffers vernoemd te krijgen.

Foto: De gegevens over de overval komen uit het boek ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier
Foto: Nico Groen

 

 

 

Fatale razzia op 7 maart 1945

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

10 maart 2020

In Lisse werden bij de meeste razzia’s geen mannen opgepakt. Dat was gebaseerd op het succes van het goed lopende waarschuwingssysteem via afgeluisterde telefoongesprekken. Men werd steeds bijtijds gewaarschuwd. Op 7 maart 1945, deze week precies 75 jaar geleden,  was dat echter niet het geval. Er vond toen namelijk een grote razzia plaats met grote gevolgen voor 40 mannen in Lisse.

 

De razzia’s werden georganiseerd omdat Duitsland veel te weinig arbeidskrachten had om de industrie te laten draaien. Veel Duitsers waren namelijk opgeroepen om dienst te doen aan het front, in het oosten en het westen, tegen de geallieerde opmars, waardoor de wapenindustrie stokte.

Op 7 maart 1945 stopte er een grote Duitse legertruck aan de Heereweg  bij de bollenschuur van Segers, waar nu het Agathapark is. Er sprongen zo’n 10 tot de tanden toe bewapende soldaten uit en verspreidden zich over het dorp. Alle jongemannen die zij op straat tegenkwamen, namen zij mee. Ook werden veel huizen doorzocht met als resultaat dat totaal 40 mannen werden opgepakt.

 

Ontsnapt in dameskleding

Zij werden verzameld in een bollenschuur van Van der Vlugt aan de kop van de Kanaalstraat, nabij het postkantoor. Familieleden mochten wat kleding en andere spullen brengen. Daar maakte Arie van Steensel gebruik van door vrouwenkleren aan te trekken. Hij werd gered door Marian van Klink. Zij had extra dameskleren aangetrokken. Zij fietste brutaal door het cordon van Duitse soldaten heen naar de schuur. Zij gaf Arie de extra kleding, die hij snel aantrok. Hij liep daarna de schuur uit met dameskousen en een puntmuts langs de nietsvermoedende wachten. Hij is toen ondergedoken. Marian van Klink kon gelukkig ook veilig wegkomen.

 

Naar Bocholt

De overige mannen werden met een bus naar Haarlem naar de Ripperda-kazerne gebracht. Daar werd de nacht doorgebracht. Later werden zij met veel anderen met de trein via Hengelo naar de omgeving van Bocholt net over de Duitse grens vervoerd. Het doel was waarschijnlijk  kamp Stammlager (Stalag) VI F, dat voorheen een krijgsgevangenkamp was. Rond half maart kwamen de gevangenen uit Lisse daar aan. De stad Bocholt werd een week later op 22 maart volledig verwoest door de geallieerde strijdkrachten. Mogelijk hebben de Duitsers na afloop van dit bombardement een aantal van de Lissese dwangarbeiders gebruikt om puin te ruimen en slachtoffers te bergen.

 

Gelukkig hebben, voor zover wij weten, alle 40 Lissese gevangenen het overleefd, maar natuurlijk wel met ernstige traumatische ervaringen. Soms ondervonden zij zelfs levenslang een trauma en daardoor konden zij hun leven lang niet praten over hun ervaringen tijdens en na hun gevangenschap.

Foto: De razzia begon bij de bollenschuren van gebroeders Segers, nu het Agathapark.
Foto: Oud Lisse

Inkwartiering van Duitse soldaten

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

25 februari 2020

In het kader van 75 jaar bevrijding wordt hieronder een gedeelte van de herinneringen  aan de 2e Wereldoorlog van Henk Schalk weergegeven. In de vorige column ging het over de hongerwinter. Toen werd vermeld dat Henk 91 jaar is, maar dat wordt hij pas in december 2020). Deze keer wordt ingegaan op de inkwartiering van Duitse soldaten bij de Lissers thuis.

 

De Duitsers vonden inkwartiering bij de mensen thuis noodzakelijk omdat er bij een inventarisatie in 1942 bij alle scholen, de Witte Zwaan en De Beurs niet genoeg plek was om alle Duitsers onder te brengen. Daarom werd ook gekeken naar 166 andere inkwartieringsadressen in Lisse.

 

Het relaas van Henk Schalk

“Die soldaten werden `s avonds en `s nachts ingekwartierd bij de burgerij. Het hele dorp was geïnspecteerd en als je een kamertje of ruimte had waar er wel een paar konden slapen, kwam je er niet onderuit om ze op te nemen. Wij kregen er twee uit Beieren. Na een paar maanden moesten ze weer weg, maar ze wisten niet waar naar toe. Een half jaar later stond de troep ineens weer op het Asveld, het vroegere parkeerterrein van de HOBAHO op de hoek Schoolstraat/Hobahostraat. Ook onze August Benedict en Hans Hecker. Ze waren toen in Frankrijk geweest bij het bezettingsleger. Ze waren duidelijk blij om ons weer te zien en of we aan onze Vater und Mutter wilden vragen of ze weer bij ons mochten komen, dan mocht het van de commandant ook. Het waren echt aardige kerels. Ze brachten na de dienst altijd ‘drups’ mee, druivensuikersnoepjes, erg lekker. Wij hadden al snel geleerd om te vragen ‘Haben sie noch Drups ‘.

 

De avond voor Kerstmis 1942 kwamen ze in de bakkerij naar huis van een dienstfeestje, Hans half aangeschoten. Hans had de klompen van mijn vader aangetrokken en stond op de neus te drukken of ze wel pasten! Dat was wel lachen natuurlijk. Maar toen hij daarna ook de Hitlergroet maakte en met uitgestrekte rechterarm ‘Heil Hitler’ riep, had je moeten zien hoe woedend August op hem werd. Waarschijnlijk meer omdat hij wist hoe de Hollanders over Hitler dachten, dan om zijn eigen gevoel voor Hitler. Want de inwoners van Beieren waren uiterst Rooms Katholiek en ze geloofden heilig wat Hitler altijd propageerde over Rusland, de Communistische Godloochenaars en de strijd daar tegen. Kort daarna moesten ze weer weg, wisten zogenaamd weer niet waar naar toe. Dat ze bang waren dat het naar Rusland zou zijn, durfden ze niet eens hardop te zeggen. Het Duitse leger in Rusland had zware verliezen geleden en moest en zou aangevuld worden, desnoods met tweederangs troepen.

Later kwamen van Frau Benedict en Frau Hecker de bidprentjes, ‘Gefallen für das Vaterland’.  En zo ook bij andere mensen die inkwartiering hadden gehad”.

 

Website

Het hele verhaal van Henk Schalk over zijn herinneringen aan de 2e Wereldoorlog heeft hij opgeschreven in Het Nieuwsblad van de VOL uit april 2009. Ook staat het artikel op de website van Oudlisse.nl. Met de zoektermen oorlog, Schalk en herinneringen vindt U het artikel. Er staan momenteel meer dan 600 items op deze website.

 

Foto: Duitse soldaten na een kerkdienst op zondag.
Foto: Oud Lisse

 

 

Herinneringen aan de hongerwinter

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

11 februari 2020

Het Nieuwsblad is het kwartaalblad van de VOL. Leden krijgen dit blad 4x per jaar gratis. In het Nieuwsblad van april 2009 heeft Henk Schalk (nu 91 jaar) zijn herinneringen aan WOII opgeschreven. Henk was bakkerszoon.

De bakkerszaak stond tijdens de oorlog op de hoek van de Kanaalstraat, waar nu de winkel met elektronische apparatuur van Van der Reijden staat. Een gedeelte van Henks herinneringen aan de hongerwinter van 1944 worden hieronder weergegeven. “Eten, brandstof, kleding, eigenlijk alles werd al gauw gerantsoeneerd en kwam ‘op de bon’…. Voor de middenstand was de voedselvoorziening een ramp. Bij onze bakkerszaak moest de klant voor ieder broodje distributiebonnen inleveren. Die kregen ze bij het distributiekantoor op de Heereweg voor een bepaalde periode. Vervolgens werd voor de week van de zoveelste tot de zoveelste van de maand in de kranten aangegeven welke bonnen er geldig waren. En zo zat de familie Schalk de hele zaterdagavond bonnen te plakken op opplakvellen. Die moesten worden ingeleverd bij het distributiekantoor en daarvoor kreeg je dan coupures waarmee je bij de meelhandel balen meel kon kopen. Al gauw werd de kwaliteit van het meel miserabel, want er werd van alles doorgemengd, zoals erwtenmeel en roggemeel. Er was geen brood van te bakken. De mensen die aan tarwemeel wisten te komen kwamen dat bij ons inleveren en later hun brood afhalen.

Eind 1944 kregen de kleinere bakkers geen brandstof meer om in hun eigen bakkerij te blijven bakken. Zo moesten wij en bakker Schakenbos bij de Protestantse Coöperatie op “De Gracht” intrekken. Totdat er bijna niets meer was en de mensen broodblikken kwamen brengen waarin deeg kon zitten van roggemeel, gemalen spinaziezaad, tulpenbollen, pulp van suikerbieten en nog meer ellende. En dat in allerlei formaten zodat de bakker de grootste exemplaren achter in de oven moest schuiven, omdat die het laatst gaar waren. We hebben wel meegemaakt dat de klanten een stok op de bodem van het blik gelegd hadden om te controleren of het echt wel hun deeg was en of er niets was afgehaald. Ook wel dat ze een aantal bonen in het blik gelegd hadden “.

Duitsers hadden wel meel

“Met Kerstmis 1944 kwam een Duitse militaire bakker koek bakken bij de Coöperatie, onder begeleiding/controle van een sergeant… Een levensgrote bol koekdeeg lag op de werkbank. Toen de eerste plaat koek uit de oven kwam kreeg de sergeant er één van. “Hmm, schmeckt gut”. Maar de bakker bromde : “Mit Eier wäre`s besser gewesen”. En dat terwijl de bevolking hongeroedeem had. Thomas Gort uit de Beatrixstraat wachtte tot bakker en sergeant even in het magazijn waren, kneep een groot stuk koekdeeg van de berg af, stopte het weer netjes toe en verborg het in zijn tas. Toen de Duitsers klaar en weg waren zei hij tevreden : ‘Ziezo, nou ga IK koek bakken’. Link genoeg, want dat was stelen van legervoorraden!

De honger was groot. Ik meen dat het rantsoen in de hongerwinter (december ’44-maart ’45) een roggebrood van 800 gram per persoon was voor een hele week en dat terwijl er verder nagenoeg niets was.”

Foto: Met een distributiekaart en -bonnen kon allerlei voedsel en goederen worden aangeschaft.
foto: Nico Groen

Het verzet in Lisse was gedisciplineerd

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

28 januari 2020

Ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding gaat deze column over het verzet in Lisse. Aan het illegale krantje in Lisse, De Oranjekoerier, dat vanaf 24 oktober 1944 dagelijks verscheen is al eerder aandacht besteed. Maar dat was niet het enige wat het verzet deed. Dat er in Lisse betrekkelijk weinig gewelddadigheden tegen de Duitsers werden gepleegd, was te danken aan het beleid, de organisatie en de discipline van het verzet in Lisse.

Door vele verzetseenheden in Nederland werden Duitsers, gebouwen en munitieopslagplaatsen aangevallen. Het gevolg was nogal eens dat als vergelding willekeurige bewoners voor het vuurpeloton terecht kwamen. Dat was in Lisse nauwelijks aan de orde. In een interview met de gebroeders Montagne, opgetekend door Ed Olivier en Arie in ’t Veld in het boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’, verschenen in 2000, kwam naar voren dat het verzet in Lisse zo mogelijk in stilte werkte. De Duitse  bezetter werd zo weinig mogelijk geprovoceerd.

In het interview staat dat het er in de Haarlemmermeer aan de andere kant van de Ringvaart heel anders aan toe ging. Er woedden hele veldslagen tussen de Haarlemmermeerse knokploegen en de Duitse Sicherheitsdienst. Op een gegeven moment wilde het Haarlemmermeerse verzet een wapendepot in Keukenhof overvallen. Wietse Montagne: “We zeiden tegen Kraak, het hoofd van het verzet in Lisse, dat we dat tot elke prijs moesten zien te voorkomen. Straks gaan er hier tientallen mensen tegen de muur. Zo’n overval zou zinloos zijn geweest en in militair opzicht van geen enkele betekenis”. De overval ging daarom uiteindelijk niet door.

 

Distributiebonnen.

In den lande werden veel distributiekantoren overvallen. Met alle negatieve gevolgen zoals represailles voor de bevolking.  Deze overvallen gebeurden om distributiebonnen te verkrijgen voor de vele onderduikers. De distributiekaarten en -bonnen werden in het leven geroepen vanwege de schaarste aan van alles en nog wat. Dit om een eerlijke verdeling van goederen en voedsel over de bevolking te krijgen en hamsteren tegen te gaan. Distributiekaarten werden alleen uitgereikt aan mensen met een persoonsbewijs, afgegeven op het gemeentehuis. Onderduikers kwamen daar natuurlijk niet voor in aanmerking.

 

In Lisse werd het distributiekantoor niet geplunderd, maar werd op een heel andere manier aan bonnen gekomen. Bij 2 overvallen op het gemeentehuis werd de burgerlijke stand weggehaald. Wietse: “Ik werd door burgemeester Van Rijckevorsel ‘gevorderd’ om de bevolkingsboekhouding opnieuw op te zetten…. Het is schitterend gelukt allemaal. De burgemeester bemoeide zich er verder niet mee. We hebben er allerlei gezinnen bij zitten verzinnen. ’t Liefst natuurlijk allemaal weduwen met alleen dochters. Voor Lisse, Hillegom en Sassenheim hebben we ongeveer duizend distributiekaarten illegaal kunnen verstrekken. Het was allemaal illegaal legaal”. Met deze distributiekaarten kon men bij het distributiekantoor steeds distributiebonnen ophalen. Overvallen op het distributiekantoor waren dus helemaal niet nodig. Lisse had het geluk dat de burgemeester en de ambtenaren de andere kant op keken. Dat was in andere gemeentes wel anders.

Foto: Dit boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’ kan worden geleend of ingezien tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan.
Foto: Nico Groen

75 jaar geleden geen Oranjekoerier door razzia’s

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

door Nico groen

14 januari 2020

 Het illegale krantje in Lisse, De Oranjekoerier, verscheen vanaf 24 oktober 1944 dagelijks behalve op zondag. Het bevatte over het algemeen informatie over de diverse fronten in Europa, waar werd gevochten. Halverwege januari 1945, precies 75 jaar geleden, was het echter te gevaarlijk om het krantje rond te brengen in verband met de aanhoudende razzia’s door de Duitsers.

 

Alle inwoners van 16 tot 40 jaar waren per 1 januari 1945 dienstplichtig voor de “Arbeitseinsatz”. Mannen in die leeftijdscategorie  moesten zich melden bij de Duitsers. Er waren in Duitsland namelijk veel te weinig arbeiders voor de fabrieken. Het gebod werd echter massaal overtreden. Om toch aan voldoende arbeiders te komen, besloot men razzia’s te houden en de overtreders naar Duitsland te sturen.

 

Op 20 januari 1945 verscheen er weer een Oranjekoerier. Het was nummer 71 met onder andere de volgende tekst:

“Zoals de lezers begrepen zullen hebben, kon de Oranjekoerier in verband met de razzia’s, die gedurende de afgelopen week in de Bollenstreek gehouden werden, enkele malen niet verschijnen. De voorzichtigheid gebood zulks. Het verheugt ons thans weer met een nummer te kunnen uitkomen, temeer daar het nieuws zo buitengewoon goed is. Niettemin blijft de mogelijkheid bestaan, dat ons blad in de naaste toekomst niet meer elke dag zal kunnen verschijnen. Dit zal geheel van de omstandigheden afhangen. Wij zullen echter ons uiterste best doen de lezers zo regelmatig mogelijk met het nieuws op de hoogte te houden….. Hoe lang zal Duitsland de stormloop der geallieerde legers nog kunnen weerstaan? Wij weten het niet, maar wel weten wij, dat zijn kracht gebroken is. Doch voordat dit monster zieltogend terneder ligt, kunnen zijn stuiptrekkingen nog heel lastig en gevaarlijk zijn. Ook voor ons. De slavenjachten der moffen zijn er een bewijs van.”

Van  razzia’s in januari 1945 hebben we wat Lisse betreft verder geen informatie gevonden, maar bijvoorbeeld wel van  razzia’s in Hillegom, Warmond, Leiden en Gouda. Dat er wat  Lisse betreft nu zo weinig bekend is over deze razzia’s, was gebaseerd op het succes van het goed lopende waarschuwingssysteem via afgeluisterde telefoongesprekken. Men werd steeds bijtijds gewaarschuwd.

Wat toch een tijd

In Hillegom werd op 19 januari een razzia gehouden. Volgens het boekje “Wat toch een tijd” van Ed Olivier kwam hierbij Lisser Aart van Dijk om het leven. Deze bakkersknecht vluchtte het bollenland in, maar werd neergeschoten. Op weg naar het ziekenhuis in Haarlem overleed hij. Bij een razzia  op 13 en 14 januari  werden ongeveer 300 mannen opgepakt in Leiden en omgeving. Op vluchtelingen werd met scherp geschoten. Er waren tenminste 2 doden en 6 gewonden. Dezelfde Duitsers kwamen op 15 januari in Warmond in actie. Ongeveer 30 jongens werden afgevoerd. Ook in Gouda werd ongeveer 300 mannen opgepakt.

(Het telefonisch afluistersysteem werkte op 7 maart 1945 niet. Er werden 40 mannen in Lisse opgepakt).

Foto: Het oude Post, Telefoon en Telegraafkantoor op de hoek Kanaalstraat/Heereweg,
Foto: Oud Lisse

In memoriam Frits Treffers. Frits was medeoprichter van de Vereniging “Oud Lisse”.  

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)   

17 december 2019

 door Nico Groen en Wim Bosch

 

Op 21 november 2019 is Frits Treffers (27 oktober 1932–21 november 2019) na een langdurige ziekte overleden. N.a.v. zijn geweldige bijdragen aan de Vereniging “Oud Lisse” werd Frits in 2015 tot erelid van onze vereniging benoemd. Hij werd benoemd tot lid van de Orde van Oranje Nassau tijdens het 25 jarig jubileum van de Vereniging ”Oud Lisse” in 2016.

Frits is in 1932 in Ned. Indië (Batavia) geboren en heeft daar zijn jeugd doorgebracht. Zijn vader, die beroepsofficier bij de KNIL was, werd in 1942 door de Japanners geëxecuteerd.  Hij is na de oorlog in 1947 met zijn moeder en zus naar Nederland teruggegaan. Frits is zijn leven lang verknocht geweest aan zijn jeugdervaringen in Ned. Indië. In Nederland werd Frits ingenieur door zijn studie aan de TU in Delft en werd daarna bouwkundig architect.

De dreigende sloop van de mooie bollenvilla’s Merenburgh, Magnolia en Buitendorp tegenover zijn huis Somalo was de aanleiding voor de oprichting van de Vereniging “Oud Lisse” in januari 1991.  Frits Treffers werd als medeoprichter bestuurslid van de Vereniging “Oud Lisse”. De villa Merenburgh werd eind 1991 helaas onverwacht gesloopt terwijl de bezwaarprocedure nog liep.

Station Lisse

Daarna heeft Frits zich als architect intensief ingezet voor het behoud van het oude monumentale station Lisse uit 1905, dat ook met sloop bedreigd werd. Na diverse gesprekken met NS werd er uiteindelijk overeenstemming bereikt. Daartoe werd, naast de Vereniging Oud Lisse, de Stichting Oud Lisse opgericht voor de restauratie en onderhoud van monumentale panden zoals het station. Frits speelde hierin een leidende rol. De Stichting Oud Lisse kwam met de NS overeen het stationscomplex tegen een gering bedrag te huren met als verplichting dat het pand op eigen kosten gerenoveerd en onderhouden zou worden.

Rijksmonument

Het prachtige resultaat was, dat met medewerking van de gemeente Lisse, het pand zelfs werd aangewezen als Rijksmonument! Om de restauratie te bekostigen werd de benedenverdieping van het station door de Stichting Oud Lisse verhuurd aan restaurant “De Verloren Koffer”, van John Nederstigt.

Daarnaast heeft Frits de leiding gehad van de werkgroep Bouwkundige Zaken, die in 1996 alle monumentwaardige panden in Lisse geïnventariseerd heeft. Het resultaat was het prachtige, uitgebreid beschreven boek “Registratie Waardevolle Panden in Lisse”.  Groepswandelingen door het dorp met Frits waren door zijn enthousiaste en flamboyante betoog een waar feestje. Frits was ook actief betrokken bij de totstandkoming van de gemeentelijke monumentenlijst in 2008. Hij werkte ook mee aan de uitgave van het boek “Wandel- en fietsroutes langs Monumenten in Lisse” uit 2010. Kortom Frits is voor heel Lisse en omgeving van grote betekenis geweest met zijn grote kennis van bouwzaken en monumentale panden.

Met het overlijden van Frits Treffers hebben we afscheid moeten nemen van een zeer gedenkwaardig bestuurslid, die we echter blijvend zullen gedenken en nooit zullen vergeten!

Foto: Een samengestelde foto van Frits Treffers met het station op de achtergrond
Foto’s: Frits Treffers van Arie in ’t Veld en het station van de Vereniging “Oud Lisse”

Burgemeester Von Bönninghausen stierf 100 jaar geleden

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                             

 3 december 2019

 door Nico Groen

Deze oud-burgemeester van Lisse stierf 100 jaar geleden in de trein op weg naar zijn familie.

Dokter Haase uit Lisse schreef een in memoriam in het Leidsch Jaarboekje van 1920. Deze voor de geschiedenis van Lisse belangrijke gebeurtenis is herontdekt door Ed Olivier. Het in memoriam is geplaatst in het laatste Nieuwsblad van 2019 van de Vereniging Oud Lisse. Dit Nieuwsblad is gratis voor leden en voor anderen voor € 5.00 te verkrijgen tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan.  De volledige letterlijke tekst uit het Leidsch jaarboekje 1920, het orgaan van de toenmalige vereniging “Oud-Leiden”, staat hieronder.

 

In memoriam door dokter F.G.M. Haase

“Den 15 Maart 1919, op reis naar zijne familie te Tubbergen, overleed plotseling in den trein tusschen Deventer en Bathem Jhr. P. F. A. J. von Bönninghausen tot Herinckhave, burgemeester van Lisse. De heer von Bönninghausen, die gedurende ruim dertig jaren het burgemeestersambt heeft vervuld, stond bij de burgerij van Lisse in hoog aanzien. Hij werd geboren te Tubbergen op 9 Aug. 1858 op het landgoed Herinckhave, uit een adellijk geslacht. Hij genoot zijne opleiding aan het gymnasium te Rolduc en werd den 28en September 1888 benoemd tot burgemeestersecretaris van Lisse. Onder zijn bewind ging Lisse zeer vooruit en kwam ‘t meer en meer tot bloei. Het zielental verdubbelde, en de welvaart van de bevolking nam steeds toe. Het nieuwe postkantoor en raadhuis, de gasfabriek en de monumentale Rijkslandbouwwinterschool werden onder zijn beheer gebouwd. De gemeentezaken, met name de financiën, gingen hem zoo ter harte als golden ‘t zijne privébelangen. Door gepaste zuinigheid was hij er steeds op uit het belastingcijfer op een laag peil te houden. Nooit heeft hij zich zelf gezocht, doch was altijd vervuld van ijver voor zijne gemeente: zelfs in de latere jaren van zijn leven, toen een slepende kwaal zijne geestelijke en lichamelijke krachten langzaam sloopte. Zijne ziekte noodzaakte hem op een 1 December 1916 het secretariaat neer te leggen en over te dragen aan zijn opvolger den heer de Haan. Burgemeester von Bönninghausen was een edelman van den ouden stempel. In voorkomen en optreden was hij op en top de aristocraat en gezagsman, die een ieder respect wist af te dwingen. Hij bezat de gave met een ieder, zonder onderscheid van rang of stand om te gaan. Het ,,noblesse oblige” verloor hij daarbij nooit uit ‘t oog. Hij was overtuigd Katholiek: als burgemeester strikt rechtvaardig en onpartijdig. Onoprechtheid en draaierij waren hem een doorn in ‘t oog. Zijn prikkelbaar temperament leidde hem, vooral in zijne hoedanigheid als hoofd der politie, niet zelden tot uitvallen van rechtmatigen toorn, die den verdachte tot de orde, en niet zelden tot bekentenis brachten. Een krachtige persoonlijkheid als de ontslapene, die zulk een groot deel van zijn welbesteed leven heeft gegeven voor het welzijn zijner gemeente, zal niet licht worden vergeten en zijne nagedachtenis zal ongetwijfeld, vooral bij de ouderen in de gemeente Lisse, in hoog aanzien blijven.

Lisse,  31 Jan. 1920.                                                 F. G. M. HAASE”

 

Aldus het in memoriam van dokter Haase. In 1934 werd de burgemeester voor al zijn verdiensten voor Lisse geëerd doordat een straat naar hem genoemd werd: de Von Bönninghausenlaan. Dit was en is een statige straat met zijn karakteristieke jaren dertig huizen.

Foto: De Von Bönninghausenlaan uit 1934 ziet er nog steeds beeldbepalend uit voor die bouwperiode.
Foto Nico Groen