Uitgegeven artikelen in pers etc.

Stichting van de parochie van Lys in 1460

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                  

 14 juli 2020

door Nico Groen

Rond het jaar 1460 besloten de schout, inwoners en ingezetenen van het plaatsje Lys een door een notaris opgestelde brief te zenden naar Rome. Daarin werd het verzoek aan de Paus gedaan om toestemming te geven voor het stichten van een eigen parochie in het schoutambt Lys.

 

Daarmee verzochten zij zich los te mogen maken van de parochie van Sassem. De inwoners van Lys hoorden namelijk bij die parochie. De Paus stond daar welwillend tegenover en gaf zijn toestemming. Op 8 november 1460 verliet een brief met deze toestemming Rome. Deze .werd een aantal maanden later, op 9 april 1461, bezorgd bij het aartsdiaconaat van de Sint Pieterskerk in Utrecht. Het verzoek om losmaking en de vertaling van de brief van de Paus zijn bewaard gebleven. De transcriptie van deze vertaling staat op de website van Oud Lisse. In het boek ‘550 jaar Sint Agatha in Lisse’ (pag. 14) staat een beter leesbare vertaling.

De oprichting van de parochie ging niet zonder moeilijkheden. Lys behoorde tot de parochie Sassem. Die verzette zich tegen afsplitsing uit vrees voor inkomstenderving. Uiteindelijk bepaalde paus Pius II dat Lys jaarlijks “vyf oncen louter silver” aan Sassem zou betalen. Op 27 april 1461 wordt de kapel in Lys tot een zelfstandige kerkparochie verheven. Na het bekend worden van het aartsdiaconale schrijven bouwde men een kerk aan het Vierkant. Uit deze tijd dateren vermoedelijk de eerste vormen van de huidige kerk. Deze kerk had een ribloos gewelf, rondbogige galmgaten en was gemaakt van baksteen. Dit wijst op bouw in de vijftiende eeuw. Maar de toren was bekleed met de veel zeldzamere tufsteen. Dit doet vermoeden dat de toren eerder is gebouwd dan het kerkgebouw. Toch houdt men het er op dat de kerk en toren na 1461 zijn gebouwd. De verklaring voor de tufsteen is dat dat afkomstig is van de afbraak van de Koninklijke” kapel, die opgericht is in een tijd (13e eeuw) waarin tufsteen veel algemener in gebruik was. De geschiedenis van de kapel van Lys begint in de dertiende eeuw. Omstreeks 1250 richtte graaf Willem II van Holland een “Koninklijke” kapel op in het gehuchtje Lys, waarschijnlijk op dezelfde plaats als de latere kerk. De inwoners van Lys leefden van turfsteken op veenderijen die tussen de duinen lagen.

 Sint Aechten

De parochiekerk werd aan de Heilige Sinte Aechten gewijd. Zowel de pastoor als de koster werden door de graven van Holland benoemd.  De jaarlijkse opbrengst van de nieuwe pastorij berekende men op 40 Rijnse Guldens. Hieruit kan men dan weer afleiden dat de parochianen in het gehucht Lys niet al te arm, maar bovenal vrijgevig waren.

Sint Agatha werd toen dus geschreven als Sint Aechten. De vraag dringt zich als vanzelf op of er toen een Aechtenweg achter de kerk om liep. Daarvoor zijn tot nu geen aanwijzingen gevonden.

Een tekening van de grote kerk. foto Oud Lisse

F

Historisch overzicht van de ELKA

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                   

30 juni 2020

door Nico Groen

De sterk verwaarloosde gebouwen van de ELKA zijn inmiddels na 14 jaar leegstand gesloopt. Zij gaan  plaatsmaken voor nieuw te bouwen woningen. De geschiedenis van de ELKA gaat bijna 100 jaar terug. In 1925 richtte Lisser H.P. Zwetsloot de Lissesche Kistenfabriek N.V. op. Dit werd afgekort tot LK en als ELKA geschreven.

 

De droom van Zwetsloot was al een aantal jaren het op poten zetten van een eigen kistenfabriek in Lisse. In 1925 was het zover. Daarvoor werden de exportkisten voor bloembollen vooral buiten de Bollenstreek gemaakt. De ELKA ontwikkelde zich zeer voorspoedig. Naast de exportkist werd de gaasbak het belangrijkste product.

 

Grevelingstraat heette eerst Grachtweg

In 1950 werd de Gevelingstraat tientallen meters naar het noorden verlegd in verband met de aanleg van de nieuwe brug over de Gracht (nu viaduct over de Ruyshornlaan), die  de Laan van Rijckevorsel verbond met de Gladiolenstraat. Daardoor werd het mogelijk vóór de gebouwen uit 1925 nieuwe loodsen te bouwen voor uitbreiding van de productie. De Grevelingstraat kreeg echter zijn naam pas na verlegging van de weg. Daarvoor heette het hier Grachtweg. Die liep toen vanaf de Heereweg tot in de buurt van de Ringvaart.

Met het gebruik van zeer brandbaar hout is het niet verwonderlijk dat het bedrijf minstens 2 keer door brand werd geteisterd. Een keer in 1973 en nogmaals in 1989.

De bollenexportkisten van hout werden op een gegeven moment grotendeels vervangen door kartonnen dozen. In de jaren negentig werd ook de productie van gaasbakken op een laag pitje gezet. Door de introductie van de plastic veilingkratjes en plastic bakken in de vorm van een gaasbak was er veel minder vraag. Ook de opmars van zogenaamde kuubkisten verminderde de vraag naar houten gaasbakken enorm. Vanwege de verminderde vraag werd eind jaren tachtig de ELKA overgenomen door kistenfabriek M. Bakker en Zonen BV uit Sassenheim. De productie van Bakker werd  in 1992 van de Industriekade in Sassenheim overgebracht naar de Gevelingstraat. Er bleven toen 2 locaties van Bakker over: een in Sassenheim aan de Rijksstraatweg en de ELKA.

Sluiting in 2006

In 2006 werd tot sluiting van de vestiging ELKA aan de Grevelingstraat en van de gebouwen in Sassenheim besloten. De aanleiding waren de plannen van de gemeente Lisse om het industriegebied langs de Greveling te veranderen in een woongebied. Door bemiddeling van de gemeente Lisse verhuisden de beide locaties  naar de gebouwen van P. Bakker Bloembollen aan de Akervoorderlaan. Daarna stonden de gebouwen aan de Grevelingstraat dus jarenlang leeg en enorm te verpauperen.

Van de naam ELKA Kistenfabriek resten nog de brug met de naam ELKA in de Ruishornlaan aan de overkant van het water en de nieuwe straatnaam Kistenmakerskade.

De sloop van de Elkagebouwen.
Foto: Nico Groen

Pestdokter met hoed

Pandemieën  ook in Lisse (Pest)

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

16 juni 2020

Door corona  zijn wereldwijd veel mensen overleden. De angst voor en voorzorgmaatregelen tegen het coronavirus heeft de wereld in zijn greep. Ook in Nederland. Ook in Lisse. Zo’n ernstige wereldwijde epidemie is in de geschiedenis echter geen uitzondering.

Voorbeelden van gevaarlijke besmettelijke ziekten door bacteriën zijn de pest, de tering=tuberculose en cholera en door virussen de pokken, H.I.V., Spaanse griep=Influenza en nu corona. Malaria krijg je door een parasiet.

Tuberculose is nog steeds de meest dodelijke infectieziekte ter wereld. Elk jaar krijgen 10 miljoen mensen deze ziekte. Er overlijden meer dan 1,5 miljoen mensen per jaar aan tbc. Vooral door de combinatie met een hiv-infectie en een multiresistente tbc is het moeilijk om de ziekte wereldwijd onder controle te krijgen. In het verleden waren er in Europa, waaronder Nederland miljoenen slachtoffers te betreuren.

Pest, ook de Haastige Ziekte of Zwarte Dood genoemd, is een besmettelijke infectieziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie. De bacterie wordt overgedragen van ratten op mensen via rattenvlooien. De ziekte heeft in het verleden tot massale sterfte onder de Europese bevolking geleid. Wereldwijd komt de pest nog voor in een aantal landen, waaronder Madagaskar, Congo en Peru.

De pest kwam vanuit de in het wild levende knaagdieren via de Zijderoute uit het Oosten. In 1347 bereikte de eerste pandemie de havensteden van Italië en verspreidde zich van daaruit razendsnel over Europa en bracht ongekende rampspoed met zich mee. In enkele jaren stierf een derde van de Europese bevolking. De ziekte bleef in Europa hangen. Met wisselende tussenpozen veroorzaakte de pest aan het begin van de 17e eeuw her en der catastrofes met vele doden. De derde pestpandemie begon in 1855 in de provincie Yunnan in China. Deze pandemie kostte alleen al in China en India meer dan twaalf miljoen mensenlevens.

Ook in Lisse heeft de pest toegeslagen.

Arie de Koning, vrijwilliger bij de VOL, heeft onderzoek naar de pest in Lisse gedaan en daarover in 2018  een lezing  in de Vergulde Zwaan gehouden. Hij is in de oude archieven van Lisse diverse aanwijzingen over de pest in Lisse tegengekomen. Het staat vast dat er minimaal 4 slachtoffers aan de pest zijn overleden. Zo staat er in een transportacte uit 1603 van de Heilige Geest Armen van Lisse dat Dircx Thonis Vranckenssoon (van den Burgh) 100 gulden aan de Armenmeesters vermaakte. Er staat dat hij ‘te bedde lag vanweege de Pest’. Later bezweek hij daaraan.

In 1603 was er een grote epidemie in Leiden. De regio tussen Leiden en Haarlem had goede verbindingen via Lisse. Door de postkoets, vrachtkarren en ander vervoer werd de ziekte verspreid over de dorpen langs deze route. Onhygiënische toestanden met ratten en vlooien deden de rest.

Pestdokter met hoed

Pestdokter met hoed.Foto: Oud Lisse

Wandelroutenetwerk in Lisse uitgebreid

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

2 juni 2020

 door Nico Groen

Het netwerk van wandelknooppunten in de Bollenstreek is in Lisse onlangs uitgebreid met een route vanaf de Zemelpoldermolen naar de hoek Achterweg/Prof. Van Slogterenweg. Via de Vennestraat kan over een bruggetje (een zg kwakel) naar het terrein van Dever worden gewandeld. Dit bruggetje is niet geschikt voor kinderwagens of mensen, die slecht ter been zijn. Die moeten rechtdoor naar de Heereweg. De route loopt vervolgens vanaf de oprijlaan van Dever via het fietspad van de Heereweg naar de Prof. van Slogterenweg. Vanaf de andere kant  wandelen kan natuurlijk ook.

 

Het wandelnetwerk werkt op dezelfde manier als de fietsknooppuntenroutes. Helaas staat er langs de wandelroutes weinig informatie over de route en de omliggende knooppunten, zoals bij de fietsenroutes wel het geval is. Op route.nl/routeplanner zijn de wandelknooppunten in de Bollenstreek te vinden.

Veel historie langs het wandelnetwerk

Langs de diverse routes in Lisse is veel historie te zien. Digitale informatie over belangrijke cultuurhistorische elementen buiten de dorpscentra is goed te vinden op de website cultuurhistorieduinenbollenstreek.nl. Kies: Naar Cultuur Historische Atlas en een kaart van de streek verschijnt. Van belang is, dat je bij ‘kaartlagen’ alles moet aanvinken voor de volledige informatie. Inzoomen geeft vele punten, lijnen en vlakken, die, wanneer je op zo’n punt, lijn of vlak klikt cultuurhistorische informatie tonen. Als je dit tijdens het wandelen doet, kun je dus lezen wat er op cultuurhistorisch gebied om je heen te zien is.  Sta je bijvoorbeeld bij Dever (en je klikt op de Atlas), dan krijg je daar historische informatie over. Bij Dever is bijvoorbeeld te lezen: “ t Huys Dever te Lisse is een veertiende-eeuwse donjon. Rond 1580 en tussen 1630-1634 zijn delen aangebouwd, waardoor een landhuis ontstond. Dit geheel werd bewoond tot ongeveer 1750. Leegstand leidde tot de instorting van de eerste aanbouw in 1848”.

Maar je krijgt niet alleen informatie over Dever, maar ook over de Zemelpolder, waar Dever onderdeel van is. Over de Zemelpolder staat onder andere dat het gebied een oppervlakte van 22,6 ha heeft. Op 6 juni 1662 kwam men overeen het gebied tussen de Heereweg en de Ringsloot en tussen de Kerksloot of Stinksloot en de Wassergeestervaart of Staalsloot, bestaande uit twee poldertjes, voortaan door één molen te bemalen. Het was te duur om voor elk een molen te onderhouden.

Foto: Een wandelknooppunt met het nummer van de paal en pijltjes naar de volgende knooppunten.

Foto: Nico Groen

Interview met Kraak, hoofd van het verzet in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuw)                                                

19 mei 2020

 door Nico Groen

Dierenarts J. Kraak was het hoofd van het verzet in Lisse en tevens het Lisser hoofd van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten). Kraak werd vlak na de bevrijding geïnterviewd. In het boek ‘Een Bollendorp bezet’, uitgegeven in 1990, van Herman van Amsterdam en Peter van der Voort, over de oorlogsjaren in Lisse staat dit interview vermeld. Het is een interessant boek vol verhalen over de oorlog met prachtige foto’s. Hieronder staat een weergave van dit interview.

Tot nu toe zijn er zo’n 50 à 60 NSB’ers en andere landverraderlijke mensen in Lisse in arrest genomen. Zij worden vast gehouden totdat bevelen van hoger hand afkomen wat er verder met hen moet gebeuren. De arrestaties hebben een vlot verloop gehad. Niemand heeft zich verzet. Ondergedoken NSB’ers komen tevoorschijn en melden zich vaak in andere gemeenten. Zo kwamen er gisteren 2 NSB’ers, een vader en dochter uit Wieringen zich in onze gemeente melden.

Moffenmeiden

Enkele kwajongens die aanleiding gaven voor een onrustige stemming in de gemeente werden eveneens vast gezet.  Deze hadden zich namelijk schuldig gemaakt aan het afknippen van het haar van meisjes, die contact met de vijand hadden gehad. De gevallen van haarknippen, die zijn voorgekomen zijn dan ook buiten verantwoordelijkheid van de BS. De leiding van de BS wil dat absoluut correct maar streng zal worden opgetreden. En dat we ons niet verlagen tot het peil van de mensen, die we hier gehad hebben.

Het ligt wel in de bedoeling om de ‘moffenmeiden’ vast te zetten, al was het slechts uit hygiënisch oogpunt. Zij hebben zich ernstig misdragen en onze diepste gevoelens grof beledigd. Een bepaalde categorie meisjes die omgang met de vijand hadden zal niet worden opgehaald. Dit betreft meisjes, die aan het begin van de oorlog in hun overmoed contact hadden met de vijand. Echter daarna van dergelijk onbesproken gedrag waren zodat zij zich volkomen hebben gerehabiliteerd.

Zwarthandel in tabak en alcohol is niet erg daar het hier immers een genotmiddel betreft en deze in de hand gewerkt werd door degenen, die hun eigen lusten niet meester zijn.

Aanmeldingen over personen die zich onvaderlandslievend gedragen hebben, moeten als volgt geschieden: schriftelijk en ondertekend. Later moet de verklaring onder ede kunnen worden bevestigd. Vanzelfsprekend wordt niet afgegaan op geklets, waarbij persoonlijke vetes vaak een niet onbelangrijke rol spelen.

Kroniek van de week

Dierenarts J. Kraak woonde aan de Achterweg. Foto uit het boek ‘Een Bollendorp bezet’,

In de ‘Kroniek van de week’ van 29 mei 1945 werd melding gemaakt van een bijeenkomst van 28 mei in Rehoboth van oud-illegale werkers uit Lisse. De moeilijkheid was  om na 5 jaren weer ‘uit de illegale huid te kruipen’. Er moest een vertrouwensraad komen, die de gemeente kon adviseren. De namen van de personen, die het vertrouwen bleken te bezitten van de gehele illegaliteit van Lisse werden voorgelezen: J. Kraak, J. J. Bos, J. Wevers, W. Montagne, L. van Rooijen, M. Vermeer, J. G. Snel, Kapelaan Schoonebeek, K. Hoes en H. D. Landwehr Johann.

 

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (3)

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 5 mei 2020

door Nico Groen 

In de vorige columns werd het dagboek van Henk van Ruiten tot 1 mei 1945 weergegeven. Hieronder volgt het derde deel van zijn dagboek. Het is getranscribeerd door Erwin de Mooij. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders. Hierna leest u een aantal stukjes uit het dagboek na 1 mei 1945.

“1 Mei: Hitler is dood (Een groot vuiltje uit de tuin is opgeruimd).

Op 4 mei was ik thuis. Het werd negen uur. Een rumoer op straat! Ik zeg: Ik geloof vast dat wij vrij zijn. Ik ging de weg op en, jawel, het was om kwart voor negen doorgekomen dat Nederland vrij is. HOERA! HOERA!

De andere morgen vroeg naar de Kerk om God  te danken voor het behoud van ons Vaderland en voor mijn eigen leven. De Kerk was om half zeven stampvol. Alle mensen zijn zo blij! Vandaag werd ik geroepen door een van de meisjes bij wie mijn zus dient. Of ik zo goed wilde zijn om de fietsen in orde te maken. Had ik me daar 4 fietsen op te knappen! Henk aan het werk, dat begrijp je. Ik had het best van eten en drinken en roken en toen ik klaar was, kreeg ik een worstje en een klein roggebroodje en een paar kilo erwten. Ik was de prins te rijk en ik was blij dat ik voor thuis wat mee kon brengen. Moeder was groos, toen ik het haar gaf . We hebben die avond pannekoek gegeten en een vooroorlogse wijn gedronken. Daar kun je beter op slapen. Ik heb vandaag mijn nieuwe fiets weer gebruikt. Hij glimt nog schitterend: je kwijlt ervan!

De Lissese burgemeester en de ambtenaren zijn vandaag ook weer boven water gekomen.
Verder vlagt heel Nederland (Rood-Wit-Blauw) en mag in Duitsland de vlag halfstok.

De ondergrondse staat hier op wacht. De Duitsers zijn gisteravond om 10 uur weggegaan. Ze waren erg kalm, maar vanmorgen (6 mei) zijn er auto’s voorbij gekomen met furieuze Duitsers erin en maar schieten in het wilde weg.

NSB’ers en moffenmeiden

De NSB’ers van Lisse zijn vandaag (7 mei) opgehaald, vrouwen en kinderen ook. En de moffenmeiden hebben ook een baard gehad. Die zijn kaal geknipt. Laat ie goed zijn!!!

s ’Avonds  8 mei was er muziek door het dorp en iedereen liep mee. Wij hadden de grootste lol, dat begrijp je. Wij liepen door elke straat en als wij bij een huis kwamen waar een moffenmeid woonde, dan riepen wij allemaal: ‘Kaal, kaal, kaal!’ En bij het huis van een NSB’er: ‘Hooi, hooi, hooi!’ Het was prachtig weer. Leve de vrijheid. Leve de Koningin!

Op 12 mei was er een gekostumeerde optocht door het dorp met vreugdevuren en vuurpijlen. Het krioelde van de mensen in Lisse. Vandaag hebben we voor het eerst wat gehad van de vliegtuigen: margarine, wat eigeel, wat echte chocoladetabletten en een blik met spek. Het was heerlijk!

Vandaag, 20 mei, is het Pinksterfeest  met prachtig weer. Ik ben erg nieuwsgierig hoe jullie in Weert het maken. Hier eindigt mijn dagboek. Het offer heb ik volbracht. Ik hoop dat jullie kunt begrijpen wat wij in Lisse meegemaakt hebben.”

 

Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.   Foto: Oud Lisse

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (2)

Sporen van vroeger (Lissernieuws)                                                           

21 april 2020  

 door Nico Groen

In de vorige column werd het dagboek van Henk van Ruiten tot 31 december 1944 weergegeven. Hieronder volgt het tweede deel van zijn dagboek. Het is getranscribeerd door Erwin de Mooij. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders. Hierna leest u een aantal stukjes uit het dagboek tussen 1 januari en 1 mei 1945.

 

“Begin januari hangen er bulletins aan de muren: mannen tussen 16 en 40 jaar moeten zich komen melden. De volgende morgen hangt er een blaadje onder van de verzetsbeweging, dat je je niet moet melden. Op weg naar mijn werk hoorde ik, dat de burgemeester en de ambtenaren met de burgerpapieren ondergedoken zijn.

Op 12 januari was het een rustige dag, met angst. De burgers mogen niet meer in het Keukenhofbos bomen omhakken. De SS houdt de wacht. Je mag ook geen bomen omzagen in de straten. Als de Duitsers het zien, krijg je zonder pardon de kogel.

 

Wij hebben bloembollentaart gegeten. Het viel mij honderd procent mee. Het is machtig, en voedzaam. De taart is op zijn lekkerst als hij koud is. Het is hier winterweer met sneeuw. Ik ben nu en dan op de weg, dan weer thuis aan het zagen en als het me te koud is, heb ik schrijfwerk of leeswerk of bollen schoonmaken voor de bollentaart. Die smaakt beter dan pulppannekoek of pulpbrood. Die heb ik vandaag ook gegeten, maar dat is geen eten. Ik word niet goed van binnen en ik moet er ’s nachts mijn bed voor uit om naar nummer 100 te lopen. Geef mij maar een Weerter Vlaaitje!

Vandaag 8 februari ben ik  thuis aan het delven in de grond. Dat valt niet mee op de 900 gram brood per week. ’s Avonds ga je naar bed met een waterbuik van de aardappelen. Je moet er 3 a 4 keer uit bed. Je wordt er beroerd van.

 

7 Maart. Er is razzia in Lisse. Ik was om 7 uur de deur uitgegaan, naar de Kerk, want het was Sint Jozefdag. In de Kerk werd gewaarschuwd. Ik bleef tot het einde van de mis en toen ging ik er uit. Maar het was niet gunstig, ze hadden al wat jongens te pakken! Ik ging de Kerk weer in en toen kwam er een kapelaan naar mij toe en die zei: Ga naar de toren! Ik ging naar de toren en daar waren meer jongens. Op het eind zaten wij met zijn zessen in de toren. Een prachtig uitzicht. Je zag de floeperts op de straat lopen, maar zij zagen ons niet. Thuis wisten ze dat ik in de Kerk zat. Ik heb van 8 uur tot 5 uur in de toren gezeten! De Duitsers hebben een heleboel fietsen, frames, banden en onderdelen meegenomen. De buit was groot.

Wij  hebben  vandaag, 10 maart, van het Zweedse Roode Kruis ons cadeau gehad en dat was per persoon 8 ons wittebrood en 125 gram margarine. Het smaakte heerlijk. Je zou er je tong bij inslikken! Wij zijn er uiterst zuinig mee, elke dag nemen wij er twee sneetjes van.

De NSB burgemeester heeft vandaag 30 maart, de benen genomen.

28 april. De Duitsers zijn het hier zat. Ze rammelen van de honger. Ze vragen aan de burgers: Hoe staat de toestand? En als de burger zeg: Berlijn is omsingeld, dan wrijven de Duitsers in hun handen. Het gaat goed, zegt de Duitser dan.”

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.
Foto: Oud Lisse

 

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.

Foto: Oud Lisse

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (1)

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

7 april 2020

door Nico Groen 

Henk van Ruiten was aan het begin van de hongerwinter (1944) een jongeman van 25 jaar. Hij woonde nog bij zijn ouders en zijn halfbroer Koos in de Wagendwarsstraat, tegenover De Taveerne. Vanaf november 1944 tot aan de bevrijding in mei 1945 hield Henk een dagboek bij.

Hij verhuisde in 1977 naar Nederweert bij Weert in Midden-Limburg. Daar had hij in 1939 zijn mobilisatie doorgebracht en in die tijd veel vrienden opgedaan. Hij woonde er tot aan zijn overlijden in 1998. Zijn executeur testamentair stuurde het dagboek naar het Gemeente Archief van Lisse. Een medewerker van dit archief, Erwin de Mooij, maakte een transcriptie van de oorspronkelijke tekst. Die was sterk fonetisch  geschreven omdat Henk niet had doorgeleerd. Het Nieuwsblad van de VOL van april 2005 publiceerde dit dagboek dat Van Ruiten schreef voor zijn Limburgse vrienden. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders en Hier onder leest u een samenvatting van het gedeelte vanaf het begin van het dagboek tot 31 december 1944.

Geen stroom meer

Op 21 november 1944 heeft heel  Zuid- en Noord-Holland en Utrecht al dagen geen licht meer. Ook wij hebben geen licht meer. Je zit te turen en te gluren bij een klein petrolie-lampje. Een gezellige tijd voor de jongelui, die er een vrijer op na houden. Die kunnen nu scharrelen in het duister. Ik heb wat gepraktiseerd en op mijn slaapkamer een jampotje vol gedaan met water en op het water heb ik fietsenolie gegoten met een drijvertje erop. Dat gaat best. Het rookt wel wat, maar dat mag hem niet hinderen.

Vandaag 25 november heeft het bij ons in de buurt gespookt. Een paar dagen eerder wisten wij dat er in de Bollenstreek een razzia gehouden zou worden. ’s Morgens om 5 uur hoor ik een leven op de straat! Het ritselde van de Duitsers. Ik uit bed en iedereen wakker gemaakt. Gauw aangekleed. Ik had de avond tevoren de schuur achter in de tuin opengemaakt. Daar kon ik nog in komen. Ik deed de deur achter mijn hielen op slot. Naar mij konden ze fluiten.

Geen eten meer te koop

Vandaag op 4 december waren de Duitsers ’s avonds weer bezig. Ze hadden gefuifd en je begrijpt een heel beetje teveel gedronken. Ze schoten op een dame in een hoedenwinkel dwars door de winkelruit en op het Vierkant op een elektrische klok, enzovoort. Ze moesten de andere dag toch naar het front. De volgende dag zijn ze uit Lisse en omstreken vertrokken. God zij dank! Het was me een roversbende! Tot nu toe heb ik mijn fietsen nog. Allebei!

Wat is er toch een armoe en een hongersnood! De mensen uit de stad lopen de deur plat om eten. Ze hebben van alles bij zich om te ruilen voor voedsel, maar bij ons is het hopeloos, je kunt niets kopen, maar dan ook niets!

Op 31 december werd in alle Kerken een brief voorgelezen over hongersnood in de steden en over de zwarthandelaren. Onmenselijk. Het oude en het nieuwjaar hebben wij niet gevierd. Er is tegenwoordig toch niets aan, de moed raakt uit de mensen.

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.
Foto: Oud Lisse

Overval op het gemeentehuis

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

24 maart 2020

 door Nico Groen                                                          

Vanwege 75 jaar bevrijding komt deze keer de overval op het gemeentehuis van Lisse op 15 februari 1944 aan de orde. Burgemeester Van Rijckevorsel werd steeds meer onder druk gezet door de Duitsers om gegevens uit het bevolkingsregister te overhandigen. Zij hadden namelijk jonge mannen nodig in Duitsland in verband met tekort aan arbeiders daar. Het zou goed zijn om dit register te laten verdwijnen, zoals het verzet op veel plekken in Nederland deed.

De Landelijke Knok Ploeg van Post

De opmerkingen van de burgemeester kwamen via via ter ore van de Landelijke Knok Ploegen (LKP). De Groep van Johannes Post, die vanuit Rijnsburg opereerde, besloot het bevolkingsregister van Lisse te verdonkeremanen. Op 15 februari 1944 stonden er ’s avonds  een man of zes van zijn ploeg tegen de muur van het gemeentehuis in de buurt van de ingang.

Daarbinnen werd zoals gewoonlijk overgewerkt. Twee ambtenaren waren al binnen en een derde moest nog komen. De bewaking van het gemeentehuis was in handen van een burgerwacht, H. Grimbergen, en opperwachtmeester van de gemeentepolitie, Bas Romeijn. De derde ambtenaar, Willem Döll wilde het gemeentehuis binnengaan. De burgerwacht opende de deur voor hem. Vlak achter hem drongen de mannen van Post naar binnen en bedreigden de bewaker en de ambtenaar. Ook de opperwachtmeester Bas Romeijn werd in de bodekamer gevangen genomen en volgens afspraak in elkaar geslagen. Hij had namelijk zijn medewerking gegeven aan de overval. De overvallers gingen nu naar de secretarie, waar de 2 ambtenaren aan het werk waren. Iedereen werd vastgebonden. Het bevolkingsregister werd in zakken gepropt. De zakken werden naar buiten gesleept naar de ruimte van de centrale verwarming van de Josephschool vlak bij het gemeentehuis en daar opgestookt.

Bovenstaand verhaal wordt levendig beschreven in een roman van Anne de Vries, ’De levensroman van Johannes Post’. Post werd na de oorlog postuum geëerd.

De overval op het bevolkingsregister van Lisse heeft vele levens gered door op het nieuw opgezette register vele niet-bestaande ouderen, weduwen en kinderen te zetten, die in aanmerking kwamen voor distributiekaarten en -bonnen. De bonnen werden gebruikt om onderduikers in Lisse, Sassenheim en Hillegom van voedsel te voorzien.

 Dramatische gevolgen

Dezelfde nacht verscheen de Sicherheitsdienst in het dorp. Die vermoedde dat het een doorgestoken kaart was en ambtenaren werden van hun bed gelicht.

Als gevolg van deze overval werden gemeentesecretaris Jan de Haan, politieambtenaar Bas Romeijn en gemeenteambtenaar Willem Döll opgepakt en naar een concentratiekamp overgebracht. Aan de gevolgen daarvan zijn zij overleden.

In De Engel zijn twee straten naar hen vernoemd, de J.C. de Haanstraat en de W.L. Döllstraat. De Romijnstraat in het buurtschap is vernoemd naar Piet Romijn, de eerste voorzitter van woningbouwvereniging Gezinsbelang en wethouder en dus niet naar Bas Romeijn. De initiatiefgroep Herinneringsboek Lissese Oorlogsslachtoffers spant zich nog steeds in om in Lisse straatnamen naar Bas Romeijn en andere oorlogsslachtoffers vernoemd te krijgen.

Foto: De gegevens over de overval komen uit het boek ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier
Foto: Nico Groen

 

 

 

Fatale razzia op 7 maart 1945

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

10 maart 2020

In Lisse werden bij de meeste razzia’s geen mannen opgepakt. Dat was gebaseerd op het succes van het goed lopende waarschuwingssysteem via afgeluisterde telefoongesprekken. Men werd steeds bijtijds gewaarschuwd. Op 7 maart 1945, deze week precies 75 jaar geleden,  was dat echter niet het geval. Er vond toen namelijk een grote razzia plaats met grote gevolgen voor 40 mannen in Lisse.

 

De razzia’s werden georganiseerd omdat Duitsland veel te weinig arbeidskrachten had om de industrie te laten draaien. Veel Duitsers waren namelijk opgeroepen om dienst te doen aan het front, in het oosten en het westen, tegen de geallieerde opmars, waardoor de wapenindustrie stokte.

Op 7 maart 1945 stopte er een grote Duitse legertruck aan de Heereweg  bij de bollenschuur van Segers, waar nu het Agathapark is. Er sprongen zo’n 10 tot de tanden toe bewapende soldaten uit en verspreidden zich over het dorp. Alle jongemannen die zij op straat tegenkwamen, namen zij mee. Ook werden veel huizen doorzocht met als resultaat dat totaal 40 mannen werden opgepakt.

 

Ontsnapt in dameskleding

Zij werden verzameld in een bollenschuur van Van der Vlugt aan de kop van de Kanaalstraat, nabij het postkantoor. Familieleden mochten wat kleding en andere spullen brengen. Daar maakte Arie van Steensel gebruik van door vrouwenkleren aan te trekken. Hij werd gered door Marian van Klink. Zij had extra dameskleren aangetrokken. Zij fietste brutaal door het cordon van Duitse soldaten heen naar de schuur. Zij gaf Arie de extra kleding, die hij snel aantrok. Hij liep daarna de schuur uit met dameskousen en een puntmuts langs de nietsvermoedende wachten. Hij is toen ondergedoken. Marian van Klink kon gelukkig ook veilig wegkomen.

 

Naar Bocholt

De overige mannen werden met een bus naar Haarlem naar de Ripperda-kazerne gebracht. Daar werd de nacht doorgebracht. Later werden zij met veel anderen met de trein via Hengelo naar de omgeving van Bocholt net over de Duitse grens vervoerd. Het doel was waarschijnlijk  kamp Stammlager (Stalag) VI F, dat voorheen een krijgsgevangenkamp was. Rond half maart kwamen de gevangenen uit Lisse daar aan. De stad Bocholt werd een week later op 22 maart volledig verwoest door de geallieerde strijdkrachten. Mogelijk hebben de Duitsers na afloop van dit bombardement een aantal van de Lissese dwangarbeiders gebruikt om puin te ruimen en slachtoffers te bergen.

 

Gelukkig hebben, voor zover wij weten, alle 40 Lissese gevangenen het overleefd, maar natuurlijk wel met ernstige traumatische ervaringen. Soms ondervonden zij zelfs levenslang een trauma en daardoor konden zij hun leven lang niet praten over hun ervaringen tijdens en na hun gevangenschap.

Foto: De razzia begon bij de bollenschuren van gebroeders Segers, nu het Agathapark.
Foto: Oud Lisse