Uitgegeven artikelen in pers etc.

Lisse 825 jaar de aanleg van de Ringvaart

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                         5 december 2023

door Nico Groen

 Bij de aanleg van de Ringvaart werd Lisse in tweeën gedeeld. De oostkant van Lisse werd bij de Haarlemmermeer ingedeeld. Lisse verloor maar liefst 20% van zijn oppervlakte. Omdat dit een van de belangrijkste veranderingen is in het landschap van Lisse  hoort de Ringvaart thuis in deze serie over 825 jaar Lisse.

Omstreeks 1700 had het Haarlemmermeer zich uitgebreid tot een oppervlakte van 16.000 ha. Een eeuw later hadden de veenplassen een omvang van 18.000 ha, voor een groot deel door de dorpelingen ontstaan door het steken van turf aan de randen. Het water bedreigde niet alleen het omringende platteland, maar ook de grote steden Amsterdam, Leiden en Haarlem. In 1825 en 1834 raasden zware stormen over het Haarlemmermeer. Op eerste kerstdag 1836 werd  Leiden ernstig bedreigd, omdat bij een harde noordwesterstorm het water tot de stadsmuren kwam. De kerststorm ging gepaard met strenge vorst. Niet alleen het water, maar ook kruiend ijs vormden een gevaar. De polders en de dorpen langs het Haarlemmermeer werden zo dubbel bedreigd door de ’Waterwolf’. In Lisse braken de dijken van de Lisserbroekpolder en de Rooversbroekpolder door en beide polders kwamen onder water te staan. Het water stroomde zelfs over de Heereweg, zodat de diligencediensten tussen Leiden en Haarlem enige dagen gestaakt moesten worden.  Ook in Sassenheim en Warmond waren alle polders ondergelopen. Deze 3 en andere stormen uit die tijd waren de druppel. Er moest wat gebeuren.

De droogmaking

Er werd een commissie ingesteld, die ging onderzoeken welke mogelijkheden er waren om het Haarlemmermeer droog te maken. Na heel veel vijven en zessen werd er in 1838 een droogmakingsplan op tafel gelegd. Twee jaar later is bij Lisse en Hillegom als eerste begonnen met het graven van de ringvaart en het opwerpen van de ringdijk. De gemeente Lisse was niet blij met het gekozen traject, dat vlak langs de Lisserpoelpolder liep.  De ringvaart werd dwars door de Lisserbroekpolder, de Rooversbroekpolder en het Lissese gedeelte van de Hellegatspolder getrokken, om een zo recht mogelijke ringvaart te realiseren. Lisse verloor hierdoor erg veel grond omdat de gedeeltes binnen de ringvaart later bij de gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland werden ingedeeld. Lisse heeft daartegen flink geprotesteerd, maar zonder resultaat.

In 1845 waren de dijk en de ringvaart gereed en werd het eerste stoomgemaal aan de Kaag, de Leeghwater, gebouwd door Cornelis de Laat uit Gorkum in werking gesteld. In 1852 viel het Haarlemmermeer droog en kon het land in cultuur worden gebracht.

Verbindingen Lisse-Haarlemmermeer

De zuidzijde van de Haarlemmermeer werd via de 3e Poellaan ontsloten door een veerpont in te zetten. Het dorp Lisse werd ontsloten door een brug. De rolbrug was de eerste brug. In 1843 is ze gebouwd. De brug werd opengerold in de richting van de Broekweg, later pas Kanaalstraat geheten. In 1877 werd deze brug vervangen door de stalen draaibrug. Die brug noemde men ook wel “de brug der zuchten”. Toen het verkeer drukker werd stonden er regelmatig boze chauffeurs tegenover elkaar, omdat de brug te smal was voor 2 auto’s naast elkaar.

Foto: De meeste gegevens komen uit het boek ‘LISSE, op de grens van droog en nat’ van Jan Beenakker.

 

Lisse 825 jaar en het bollenerfgoed

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                               

21 november 2023

door Nico Groen                          

Het is uniek dat een landstreek is vernoemd naar het product dat er geteeld wordt. Daarom hoort dit thuis in de reeks over 825 jaar Lisse. Grootschalige bollenteelt ontstond pas vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. Vroeger was het een binnenduingebied met oude strandwallen en strandvlakten.

Door zandwinning werd het binnenduingebied ten zuiden van Lisse al vanaf de 16e eeuw en eerder ingrijpend veranderd. Op de afgegraven duingebieden, de geestgronden, vestigden zich boeren en groententelers, die later vanaf 1820-1850 overstapten op de bloembollencultuur.

De situatie werd in 1880 veel gunstiger doordat het grondwaterpeil op de voor bollen geschikte gronden op een vast niveau werd gehouden door het Hoogheemraadschap van Rijnland. Vóór die tijd fluctueerde het waterpeil flink. Dat was erg ongunstig voor de bollenteelt: bollen groeien veel beter bij een vast waterpeil van 55-60 cm onder het maaiveld.

Landgoederen

De hoogtijdagen van de landgoederen waren begin 1900 voorbij. Veel eigenaren konden het financieel nauwelijks bolwerken. Voor veel eigenaren van landgoederen werd het een steeds groter probleem om de pracht en praal op hun goed in ere te houden. Slopen of een andere bestemming zoeken was een lucratieve oplossing.

Buitenplaats Veenenburg (ten zuidwesten van de hoek Veenenburgerlaan/ Loosterweg en Frederikslaan) werd in 1899 eigendom van Arnoud Hendrik baron van Hardenbroek van Ammerstol. Daarmee werd het einde van de buitenplaats ingeluid. Duinen leverden geen geld op, afgraven en omzetten naar bollengrond wel. Er was veel vraag naar goede bollengrond en vraag naar zand voor de aanleg van wegen, dijken en bouwlocaties. Tel uit je winst. De uitdrukking bestond nog niet, maar nu zouden we spreken van een win-win situatie. Afgraven dus!

 Kunstzandsteenfabriek ‘De Arnoud’

Baron van Hardenbroek gaat in overleg met de buren van landgoed Elsbroek, Rustenburg en Lapinenburg. Met de andere buur, Keukenhof, wordt ook getracht tot een opzet voor afgraven te komen, maar die had er weinig oren naar. Zelfs de burgemeester van Lisse trachtte argumenten voor afzanden naar voren te brengen, maar zonder succes. Gelukkig dat de graaf van Lynden van landgoed Keukenhof vol hield. Anders zou daar nu geen kasteel, park, bos en tentoonstelling zijn. Met de Hillegomse buren leidt het wel tot overeenstemming. Op 1 januari 1903 wordt een vennootschap opgericht, de Maatschappij tot Exploitatie van Gronden Veenenburg-Elsbroek. Men kan dus beginnen, de voorbereidingen zijn rond.

Op 24 sept. 1903 werd bij de Kamer van Koophandel ingeschreven ‘Kunstzandsteenfabriek de Arnoud’ (vanaf 1973 Van ‘Herwaarden’ en nu ‘Xella Kalkzandsteenfabriek van Herwaarden B.V’).

De afgegraven gebieden werden aan bollentelers verkocht. Er werden villa’s met bollenschuren gebouwd. Het is van groot cultuurhistorische belang dat het bollenlandschap en de gebouwen behouden blijven. Daarom zou het bollengebied niet aangetast mogen worden door woningen, industrie en autowegen die het landschap doorsnijden.

Foto: Bloeiende bollenvelden en toerisme zijn onlosmakend met elkaar verbonden.
Foto: Nico Groen

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

 

Lisse 825 jaar en de invloed van Napoleon in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

7 november 2023

 door Nico Groen

Rond 1800 overheerste Frankrijk Nederland. Deze overheersing zorgde in bestuurlijk opzicht voor veel veranderingen in Nederland en dus ook in Lisse. Veel veranderingen van Napoleon bleken verbeteringen en bleven ook nadat het Huis van Oranje de Nederlandse troon besteeg van waarde. Deze grote veranderingen zijn tegenwoordig nog in veel praktische zaken aan de orde zonder dat men dit beseft. Daarom hoort deze periode thuis in deze serie over 825 jaar Lisse.

De modernisering van het bestuur en de rechtspraak in de door Napoleon bezette gebieden waren van grote betekenis. Hij wilde in alle landen dezelfde eenheden en maten hanteren, en zo komt Nederland aan het metrische stelsel met de meter en de kilo. Napoleon zorgde ook voor de invoering van verplicht en voor iedereen toegankelijk onderwijs. Ook moet iedereen rechts rijden en werd de gelijkheid van alle godsdiensten ingesteld. Ook werden er in die tijd veel instellingen gebouwd, zoals het Rijksmuseum, de Koninklijke bibliotheek in Den Haag en het Nationaal Archief in Den Haag. Ondank deze positieve veranderingen komt er steeds meer weerstand tegen de keizer.

De alsmaar oplopende belastingen, nodig voor het Franse leger, zijn hiervoor de belangrijkste reden. Ook de invoering van de dienstplicht roept weerstand op, zeker als de vraag naar soldaten almaar toeneemt. Aan de Franse overheersing komt een einde als Napoleon in 1813 de aftocht moet blazen.

Gevolgen in Lisse

Als iemand vraagt waar bijvoorbeeld het gemeentehuis of het Keukenhof is, kun jij dat makkelijk vertellen door te zeggen door welke straten diegene moet lopen. Dat komt door Napoleon. De Fransman vond het verwarrend dat er op veel plekken geen straatnamen en huisnummers waren. Hij verplichtte gemeenten om deze in te voeren. Hij introduceerde de burgerlijke stand, waarvoor iedereen een vaste achternaam moest aannemen. Zo kan je bijvoorbeeld vragen: “Waar woont Jan van der Voet” (De nieuwe voorzitter van de VOL) en niet ‘waar woont Jan Janz’ of een bijnaam.

Ook het kadaster werd ingevoerd. Zo kan iedereen weten wie de eigenaar was of is van een bepaald perceel. Zonder het kadaster zou LisseTijdReis van de VOL met veel gestructureerde informatie uit het verleden niet van de grond zijn gekomen. LisseTijdReis maakt namelijk gebruik van het kadaster.  Deze website ontsluit informatie van het dorp Lisse zoals het was in het jaar 1830 en in het jaar 1880. Daarnaast bevat LisseTijdReis een archief met diverse digitale collecties. Via deze kaarten zijn de perceelindeling, gebouwen, wateren en wegen te ontsluiten. Ook de eigendomsinformatie is te vinden, evenals adressen, gekoppeld aan percelen overeenkomstig de Volkstelling van 1830. Ook informatie van personen afgeleid uit de genealogische database van personen en relaties (16de eeuw tot 1920), is in te zien.

De invoering van de dienstplicht.

Omdat Napoleon veel soldaten nodig had voor de oorlog werd de dienstplicht ingesteld en werden alle jongemannen in Lisse opgeroepen. Zij moesten een lot trekken. De mannen met de laagste nummers moesten in dienst. Op 22 maar 1811 werden er bijvoorbeeld 17 Lissers ingeloot. Op 1 mei 1997 is de opkomstplicht voor dienstplichtigen opgeschort, maar niet afgeschaft.

 

Foto: Napoleon Bonaparte in volle glorie geschilderd door Jacques-Louis David in 1801
Foto: Wikipedia

 

 

 

Lisse 825 jaar en de Trekvaart een trein

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

24 oktober 2023

 door Nico Groen

De aanleg van de Trekvaart tussen Leiden en Haarlem had grote invloed op de ontwikkeling van het westelijk deel van Lisse. Door de aanleg konden buitenplaatsen worden gerealiseerd. Daarom hoort de Trekvaart thuis in deze serie over 825 jaar Lisse. Nadat er een trein kwam, was het betrekkelijk snel gedaan met het personenvervoer over de trekvaart. Maar door het station was Lisse goed bereikbaar voor bezoekers. Ook veel Lissers gingen met de trein mee.

De komst van de trekvaarten en trekschuiten in de gouden eeuw, zo omstreeks 1650, verbeterde de verbindingen tussen steden enorm.  Zo ook de trekvaart tussen Haarlem en Leiden. De staten van Holland en West-Friesland gaven op 6 april 1656 toestemming onder voorwaarden voor het graven van een trekvaart tussen Leiden en Haarlem. De vaart werd 28,4 km lang, 15 tot 20 m breed met een minimale diepte van 2 m. het bijbehorend jaagpad werd 6,5 m breed.  De noordelijke helft van Haarlem tot Halfweg bij Lisse ging ‘Leidse trekvaart’ heten, de andere helft van Lisse tot Leiden ‘Haarlemmer trekvaart’.  Er moesten 425 grondeigenaren afstand doen van hun grond. Op 27 februari 1657 vond in de Doelen in Haarlem de aanbesteding plaats. Op 25 april 1657 werd met het graven begonnen en al een half jaar later, op 1 november 1657 werd de trekvaart opengesteld voor het verkeer. “Een onmoogelyk wonder!”

Aanleg van buitenplaatsen

Door de aanleg van deze trekvaart in 1657 ontstond een aaneengesloten verbinding tussen Amsterdam en Rotterdam. Zonder vertragingen konden de passagiers in één dag  heen en weer tussen beide steden. De trekschuit was weliswaar niet snel maar wel zeer degelijk.

Dat was zeer aantrekkelijk voor rijke mensen uit de grote, smerige steden om in de zomer naar Lisse te komen. Daarom werden er veel buitenplaatsen aangelegd. Bij de bouw kwam de trekvaar goed van pas voor vervoer van bouwmaterialen. Ook later werd van de trekvaart dankbaar gebruik gemaakt voor de aanvoer van voedsel en goederen, evenals voor het vervoer van de mensen.

Dankzij een zeer strakke dienstregeling was de nieuwe manier van reizen direct een groot succes. In het topjaar 1671 maakten maar liefst gemiddeld ruim 400 passagiers per dag gebruik van de trekvaart tussen Haarlem en Leiden. Zowel de heenreis als de terugreis kostte maar 4 uur. Een hele verbetering ten opzichte van de hobbelige postkoets.

De opening van de spoorlijn tussen Haarlem en Leiden in 1842, vrijwel parallel aan de trekvaart, was de doodsteek voor het trekschuitenvoer. Daardoor werd de trekschuit dienstregeling in 1860 opgeheven.

De trein

In 1842 werd de spoorlijn Haarlem-Leiden gerealiseerd. De komst van de trein betekende het einde van de trekschuiten omdat reizen per trein veel sneller en comfortabeler was. Door de komst van de trein duikelde het aantal passagiers van de trekschuiten door de “Treckvaert” van 400 naar 5 per dag in 1843.

Helaas werd vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1945, het station uit de dienstregeling geschrapt.

 

Foto: De volkstrekschuit omstreeks 1850 van R. de Vries Jr.
Foto: Scheepvaartmuseum Amsterdam

 Lisse 825 jaar en de buitenplaatsen in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

10 oktober 2023

 door Nico Groen

 In het kader van Lisse 825 jaar gaat het deze keer over buitenplaatsen of zeer grote woonhuizen met een grote tuin. Lisse had aan het einde van de 17e eeuw maar liefst 21 buitenplaatsen of zeer grote woonhuizen. De meeste daarvan zijn gebouwd of veel groter gemaakt in de 17e eeuw. Een paar verdwenen buitenplaatsen zullen hieronder worden beschreven.

Buitenplaats Middelburg

Op 17 september 1585 verkocht Maarten Ruychaver, poorter van Haarlem, een landhuis met boerderij en ruim 25 hectare grond in polder de Hooge Moschveenen tussen de huidige Trekvaart en Loosterweg-noord. Ruychaver had de landerijen in 1579, 1580, 1582 en 1584 gekocht. Vóór 1585 heette de boerderij Moschveen. Na 1585 werd het geheel de buitenplaats Middelburg genoemd. Na het verdwijnen van de buitenplaats is deze naam op de boerderij, die er nu nog staat, overgegaan.

Buitenplaats Rosendaal

De eerste eigenaar van deze buitenplaats was Adriaan Block Maartensz, geboren in Gouda, Commandeur der Vereenigde Oostindische Compagnie. In 1624 kocht hij de grond en de boerderij waar ooit Jan Gerrits Rosendaal woonde. In 1641 liet hij hier voor zichzelf en zijn gezin het buitenhuis bouwen. Hij was ook eigenaar van Keukenhof. Op 19 april 1844 werd de buitenplaats publiekelijk geveild: “Een welingericht Zomer- en Winterverblijf met 5 beneden- en 3 bovenkamers, waarvan 6 behangen en 5 van stookplaatsen voorzien, twee dienstbodenkamers, zeer ruime keuken en kelder, zolders, stalling voor vijf paarden en zes koebeesten en ruim koetshuis, verder een aangename tuin met fijne weldragende vruchtbomen, wandelboschje, goudvisschenvijver, grote moestuin en verdere bepoting en beplanting”.

Na de Eerste Wereldoorlog begon de versnippering van het ommuurde terrein. Aan de westzijde werd de Veldhorststraat aangelegd. Verder verrezen er garages en bijbehorend woonhuis van het Lisser Automobielbedrijf. In 1962 werd het huis Rosendaal afgebroken om plaats te maken voor een toonzaal van de aangrenzende garage. Nu staat er aan de Heereweg een appartementencomplex met de naam Rosendaal naast de entree. Ook het noordelijk deel van de Westerdreef loopt door de vroegere tuin.

Meer en Burgh

In 1638 werd de hofstede gesticht door jonker Albrecht van Wassenaer, heer van Alkemade en zoon van Jan van Duivenvoorde uit Warmond. Het huis was gelegen te midden van prachtige tuinen en had een uitzicht over het Haarlemmermeer en de duinen. In 1802 werd het verkocht voor 23.000 gulden aan de Haarlemse geweermaker Phillipp Wilhelm Wagner. De landerijen werden verdeeld in kavels en het huis werd afgebroken. Nu is daar de wijk Meerenburgh.

Diverse hedendaagse namen verwijzen nog naar de plaats waar de betreffende buitenplaats (in de buurt) stond, zoals industrieterrein Meer en Duin, de Meer en Houtstraat, de wijk Ter Beek, Veenenburgerlaan, de straat Uitermeer, boerderij Zandvliet, boerderij Wassergeest, het huis Dubbelhoven en woonzorglocatie Berkhout.

Tekening van Meer en Burgh in 1730 door Andries Schoemaker.
Foto: Oud Lisse

 

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

 

 825 jaar Lisse en droogmakerij Lisserpoelpolder

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                          

26 september 2023

door Nico Groen

Een van de grootste veranderingen in de loop van de eeuwen in Lisse is het droogmaken van de Poel bij Lisse. De Poel bestond uit de Noordpoel, Geestwater, de Zuidpoel en de Kleipoel. Lisse kreeg er opeens veel grondgebied bij. Daarom hoort het in deze serie over de historie en de geschiedenis van 825 jaar Lisse thuis.

De 3 hoofdkerken van Leiden hadden de visserijrechten van het water van de Poel van de stad Leiden gekregen. De rechten brachten echter te weinig op. In 1622 werd het besluit genomen om het geheel droog te malen om geld te genereren voor achterstallig onderhoud van de kerken. Zij vormden met rijke, investeringslustige stedelingen een consortium dat een lucratieve belegging zocht. Slechts één edelman kwam in beeld. De heer Duyvenvoorde was namelijk eigenaar van een stukje water dat in het project werd opgenomen. Nog voor de droogmaking werden de kavels verkocht. In 1623, precies 400 jaar geleden, werd een ringsloot met dijk om de hele Poel gemaakt. Er kwam dus ook een ringsloot tussen het eiland Rooversbroek en de ‘Bedijkte Lisser Poel’. Later werd dit de Lisserpoelpolder. In 1624 was de droogmaking voltooid en waar eens de poelen lagen, kon voortaan haver gezaaid en vee geweid worden.

 Ter aanvulling van de 2 oorspronkelijke molens werd in 1676 de Grote Lisserpoelmolen gebouwd bij het Hellegat aan het einde van de 2e Poellaan. Deze molen staat er nu nog. De polder ligt 2 á 3 m onder het boezemwater van de Ring- of Rijnsloot. Het land ten westen van de polder ligt 60 cm boven dit waterpeil. Daar is het vaak zandgrond waarop bollen geteeld worden. Het ‘Ommetje van de Poelpolder’ loopt op de dijk met aan de ene kant de weilanden van polder en aan de andere kant van het water de grond in gebruik voor bollenteelt. Dit is een groot contrast met elkaar. Boven de bollengronden zijn vaak veldleeuweriken te horen, maar boven de weilanden niet.

 De Lisserpoelpolder bestaat hoofdzakelijk uit weilanden. Ten zuiden van de 2e Poellaan is wat bollenteelt te vinden. De zandgrond uit de ondergrond is hier naar boven gebracht. Het ommetje van de Poelpolder loopt tussen de bollengrond en het weiland door. Het noordelijk gedeelte van de Poelpolder is vanaf 1965 geleidelijk bebouwd, maar was oorspronkelijk ook grasland, onder andere van boerderij Poeleway, die nabij de Pauluskerk stond. Dit in tegenstelling tot de Rooversbroek, waar tuinbouw de boventoon voerde. Dit vanwege het verschil in grondsoort. De bovenste teeltlaag van de Rooversbroek bestaat voornamelijk uit veen, die van de Poelpolder uit klei.

Boek over de Lisserpoelpolder

Een werkgroep van de VOL is bezig de geschiedenis van de Poelpolder op een rij te krijgen. Er zijn al veel gegevens boven water gekomen. Het is de bedoeling dat in 2024 een boekwerk over die geschiedenis door de VOL wordt uitgegeven. Dan is het 400 jaar geleden dat de grond in gebruik werd genomen.

Kaart van de Poelpolder en de Rooversbroek van Jan Pietersz. Dou uit 1624

 

 

 

Lisse 825 jaar en het beleg van Haarlem

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                         

12 september 2023

 door Nico Groen 

Het beleg van Haarlem had grote invloed op de bewoners en de woningen in Lisse. Daar gaat het deze keer in het kader van Lisse 825 jaar over. In 1573, 450 jaar geleden, had het beleg van Haarlem veel negatieve gevolgen voor de bewoners van Lisse. Huurlingen namen alles van waarde mee en staken de huizen en de kerk in brand.

In 1573 was het volop oorlog tussen In 1573 was het volop oorlog tussen Prins van Oranje en de koning van Spanje, die tevens heer der Nederlanden was.

Het was de 80-jarige burgeroorlog. Het ging om een breed gedragen opstand tegen de wettige regering van Filips II. Onder Filips II begon er een gure wind op te steken en hij perkte de macht en privileges van de edelen en protestanten sterk in. Ook de meeste steden kwamen in opstand, met name omdat er enorme belastingen werden geheven om het grote leger van de Spanjaarden te kunnen bekostigen. De Prins van Oranje werd de leider van de opstand. Ook Haarlem kwam in opstand. Daarom belegerden de Spanjaarden vanaf  december 1572 de stad.

Willem van Oranje bij Voorhout

Dit deden zij niet door de stad direct aan te vallen. Zij probeerden de Haarlemmers uit te hongeren. Het beleg duurde van december 1572 tot 12 juli 1573. Deze lange periode stelde de Prins van Oranje in de gelegenheid om een grote troepenmacht rond Voorhout op te bouwen. Zo lagen er schansen bij de ruïne van Teylingen en in de buurt van de Bernardus in Sassenheim. Een schans of een verschansing is een militair verdedigingswerk met een aarden wal  eromheen. Op 8 juli 1573 trok een imposante legermacht vanuit Voorhout, Sassenheim en Leiden via de Bollenstreek richting Haarlem. Er heerste namelijk een ernstige hongersnood in Haarlem. Er moest wat gebeuren.

Om de belegerde inwoners en gezaghebbers van Haarlem in te lichten over de op handen zijnde bevrijdingspoging, stuurde Oranje een boodschap via enkele postduiven. De duiven kwamen nooit aan in Haarlem. De boodschap kwam echter via verraad wel terecht bij de Spanjaarden. Deze gingen in hinderlaag liggen bij Heemstede en hakten het leger van Oranje volledig in de pan. De overlevenden vluchtten terug naar het zuiden, achtervolgd door de Spanjaarden. Twee dagen later gaf Haarlem zich over vanwege de ernstige hongersnood. Bovengenoemde gegevens zijn ontleend aan het blad ‘Dwars Op’ van de Historische Kring Voorhout.

Verwoestingen in Lisse

En wat merkten de inwoners van Lisse ervan? Zowel de huurlingen van Orange  als die van de Spanjaarden hadden al een tijd geen soldij meer ontvangen en hadden honger. Zij stroopten tijdens de terugtocht de Bollenstreek en dus ook Lisse af. Plunderingen, verwoesting, verkrachtingen, moord en doodslag waren aan de orde van de dag in 1573. Vele huizen en boerderijen werden geplunderd en in brand gestoken. Ook de grote kerk aan ’t Vierkant werd vrijwel volledig verwoest. Alleen de toren en wat muren van de kerk bleven overeind staan.

Foto: Ook de Grote kerk op ’t Vierkant werd in 1573 verwoest.
Foto: Oud Lisse

Foto: Ook de Grote kerk op ’t Vierkant werd in 1573 verwoest.

Foto: Oud Lisse

 

C

Lisse 825 jaar en het geloof in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

29 augustus 2023

 door Nico Groen

In het kader van Lisse 825 jaar is nu het ontstaan van de kerken in Lisse aan de beurt. In 1250 stichtte Willem II, graaf van Holland (1228-1256) een kapelanie of vicarie in Lisse. Zo’n vicarie werd meestal gesticht in een kapel. Mogelijk was er daarom al voor die tijd een kapel in Lisse.

Rond het jaar 1460 besloten de ingezetenen van Lisse een door een notaris opgestelde brief te zenden naar Rome. Daarin werd het verzoek aan de paus gedaan om toestemming te geven voor het stichten van een eigen parochie. Daarmee verzochten zij zich los te mogen maken van de parochie van Sassenheim. De inwoners van Lisse hoorden namelijk bij die parochie. De paus stond daar welwillend tegenover en gaf zijn toestemming. Maar paus Pius II bepaalde dat Lisse jaarlijks “vyf oncen louter silver” aan Sassenheim als schadevergoeding moest betalen. Op 27 april 1461 wordt de kapel tot een zelfstandige kerkparochie verheven. Men bouwde een kerk aan het Vierkant. Uit deze tijd dateren vermoedelijk de eerste vormen van de huidige grote kerk. Deze kerk had een ribloos gewelf, rondbogige galmgaten en was gemaakt van baksteen. Dit wijst op bouw in de vijftiende eeuw. Maar de toen nog losse toren was bekleed met de veel zeldzamere tufsteen uit de Eifel. Dit doet vermoeden dat de toren eerder is gebouwd dan het kerkgebouw. Toch houdt men het erop dat kerk en toren na 1461 zijn gebouwd, al wijst tufsteen op een oorspronkelijke datering uit de 2e helft van de 12e eeuw.  Het kan hergebruikt zijn.

Sint Aechten

Zowel de pastoor als de koster werden door de graven van Holland benoemd. De laatste kapelaan die vanuit Sassenheim de kapel van Lisse bediende, t.w. Dirck van Oosterwyck, werd de eerste pastoor van Lisse. De parochiekerk werd aan de Heilige Sint Aechten gewijd. Sint Agatha werd toen dus geschreven als Sint Aechten. De vraag dringt zich als vanzelf op of er toen een Aechtenweg achter de kerk om liep. Daarvoor zijn tot nu geen aanwijzingen gevonden. De R.K. gemeenschap houdt in de nieuwe kerk stand tot de beeldenstorm van 1566. De katholieken gingen kerken in de schuilkerk aan de Achterweg bij De Engel. Donjon Dever had ook een kerkzaal, evenals het oude Meerenburgh. Dit waren waarschijnlijk ook schuilkerken geweest.

In de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) had de Nationale Volksvergadering zich uitgesproken voor de scheiding van kerk en staat. Dat resulteerde in de bouw van een nieuwe katholieke kerk bij ’t Vierkant in 1843. Deze werd in 1902 vervangen door de huidige Agathakerk, toen nog met een onstabiele spitse toren. De officiële kerk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was de Nederduitsche Gereformeerde Kerk. In 1816 veranderde koning Willem I het reglement en de naam werd Nederlands Hervormde kerk.

In Lisse scheidden in de 19e en 20e eeuw diverse stromingen zich af van de oorspronkelijke protestante kerk.

 

Schilderij van Gerbrand Slegtkamp (1833-1903) van de Oude Agathakerk, gebouwd in 1843

Lisse 825 jaar en poldervorming in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

door Nico Groen

4 juli 2023

 Lisse bestaat dit jaar op papier 825 jaar. Dit wordt groots gevierd in Lisse. De agenda vindt u op de website van de gemeente Lisse. In de vorige column over Lisse stond het graven van oostwest sloten centraal bij het oplossen van de waterproblemen in de 15e eeuw. Aanvankelijk gaf dit goede resultaten. Echter door inklinking van het veen daalde het maaiveld, zodat natuurlijke afwatering steeds moeilijker werd. Polders realiseren was de oplossing.

Tot halverwege de 16e eeuw waren er geen problemen met natuurlijke afvloeiing richting het oosten. De strandvlakten waren tot op goed te betelen hoogte verveend. Door gegraven sloten werd er op natuurlijke manier ontwaterd waardoor er een vrij lage grondwaterstand ontstond. Maar door deze vrij lage grondwaterstand was inklinking van het veen het gevolg en kwam de te betelen grond steeds dieper te liggen. Als gevolg van deze maaivelddalingen werd het steeds moeilijker het overtollige water af te voeren. Akkerbouw werd vrijwel onmogelijk. Dit noopte tot het in polders leggen van de strandvlakten.

Poldertjes vanaf 1531

Een polder is een door kaden of dijken omgeven gebied waarvan de waterstand geregeld kan worden. De waterstand binnen een polder is meestal lager dan in het omliggende gebied. Het water in de polder wordt afgevoerd via molens of gemalen.

In de registers van vergunningen verleend door het HHR Rijnland komen in Lisse al vanaf 1531 stichtingen van kleine poldertjes voor. Ze zijn echter vanwege de summiere aanduidingen moeilijk te traceren. De eerst bekende vermelding in Lisse van een molen dateert uit 1523. Vanaf de 17de eeuw werden polders in groter verband gesticht, vaak clusters van bestaande kleine poldertjes. In het begin werden de polders droog gehouden door simpele molentjes, aangedreven door paarden, die rond een rad liepen. Later werden windmolens gebruikt, die een scheprad aandreven. Het vermogen van de eerste windmolens was gering. Dat was echter niet bezwaarlijk want de hoogteverschillen tussen binnen- en buitenwater waren niet groot. In de winter werd er niet gemalen, waardoor regelmatig polders onder water kwamen te staan.

Door aanhoudende maaivelddalingen werden de verschillen steeds groter en moesten grotere molens met een hogere opvoerhoogte worden gebruikt. Rond 1900 werden de molens vervangen door elektische gemalen.

De oudst traceerbare polder van Lisse (van vóór 1589) is de Kleine Looster. Deze polder ligt aan de zuidkant aan de Stationsweg en wordt in het westen begrensd door de spoorlijn, maar liep vroeger tot de grens met Noordwijkerhout. Later werd deze polder samengevoegd met de Lage Venen en Polder de Loosterlanden tot de Lageveense polder.

Al in 1583 is sprake van de stichting van een molentje in de Lisserbroek. De Lissebroekpolder is officieel gesticht in 1628 en werd na de inpoldering van het Haarlemmermeer samengevoegd met de Meer en Duin polder (van voor 1615). In de loop van de tijd ontstonden diverse andere polders: Rooversbroekpolder, Beekpolder, Zemelpolder, Hellegatspolder en Polder De Bonte Kriel.  De Lisser Poelpolder is geen polder, maar een droogmakerij (drooggemalen meren).

Kaart uit 1884 van het Hoogheemraadschap van Rijnland met de polders van Lisse

 

 

 Lisse 825 jaar en de verzanding van de Oude Rijn

Sporen van vroeger                                                            

20 juni 2023

door Nico Groen

 Lisse bestaat dit jaar op papier 825 jaar. Dit wordt groots gevierd in Lisse. De agenda vindt u op de website van de gemeente Lisse. De waterafvoer van Lisse ging vanouds naar het zuiden naar de Oude Rijn. Na het verzanden van de Oude Rijn in de 12e eeuw kwam de akkerbouw in de strandvlakten van de Bollenstreek in de problemen. Het water moest op een andere manier worden afgevoerd.

In 1122 werd de Oude Rijn op initiatief van bisschop Godebald van Utrecht afgedamd bij Wijk bij Duurstede. Het water loopt sinds die tijd hoofdzakelijk via de Lek naar Rotterdam en niet meer naar Katwijk. Het gevolg was dat de eens zo bruisende rivier niet meer werd dan een kalme stroom water, aangevuld met regenwater dat in het Groene Hart en de Bollenstreek viel. Omdat er te weinig stroming was, slipte de monding van de Oude Rijn langzamerhand dicht. Mede doordat er toen veel zand werd aangevoerd vanuit zee, waardoor toen de huidige, hoge duinen ontstonden.

In 1255 richtte graaf Willem II van Holland het eerste officiële waterschap op: het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR). Maar vóór die tijd bestond er al een vorm van samenwerking. De problemen met te hoog water in het Groene Hart en op de strandvlakten van de Bollenstreek werden te groot om individueel op de lossen. Het HHR zorgde er voor dat het overtollige water via het Spaarne naar het IJ kon worden afgevoerd.

Het water kon geen kant op

Het water van de strandvlakten in Lisse kon geen kant meer op. Alleen het water op de oostkant van de strandwal waarop Lisse lag, kon via een aantal riviertjes afwateren naar het oosten. Daarom werden in de loop der tijd diverse oost-west sloten gerealiseerd om het water van de strandvlakten, zoals de Lage Venen naar het oosten te transporteren.

Als eerste oost-west verbinding werd de Dinsdagse Wetering in 1327 gegraven vanaf de grens met Noordwijk, via het gebied waar nu de Sikkensfabriek in Sassenheim is, naar de poelen. Later werd deze wetering een deel van de Trekvaart.

Graaf Albert van Beieren, de toenmalige graaf van Holland, gaf in 1403 toestemming voor het doorgraven van de duinen tussen Hillegom en Lisse richting het oude Haarlemmermeer. Dit was ‘Den Delft’. Deze liep mogelijk in de buurt van de huidige Delfweg, Stationsweg en Kanaalstraat om via de Lisserbroek af te wateren in de Lisserpoel. Hoe ‘Den Delft’ in werkelijkheid heeft gelopen is niet bekend. ‘Delf’ betekende vroeger ‘gegraven sloot’.

In 1477 is de huidige Beek bij de H.H. Engelbewaarderskerk gegraven om het water van de huidige Beekpolder af te kunnen voeren.

Kort na 1588 werd het Mallegat bij de Engel gegraven als centrale afwatering van de Lage Venen. Mogelijk omdat ‘Den Delft’ ter hoogte van het Keukenduin was dicht gestoven.

Foto: Vanaf het Keukenduin is een watertje te zien langs de huidige Stationsweg en Kanaalstraat richting Lisserbroek: de vroegere Delft?
Detailkaart uit 1615 van Floris Balthasars