Uitgegeven artikelen in pers etc.

Vorming van landschap in de Bollenstreek

De vorming van de Bollenstreek met strandwallen en strandvlaktes wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

26 maart 2019

door Nico Groen

Het landschap van de Duin- en Bollenstreek en dus ook van Lisse heeft zijn oorsprong rond 5000 jaar geleden. Toen begonnen zich onder invloed van wind en golfslag langgerekte noord-zuid lopende strandwallen te ontwikkelen. In het begin waren het zandbanken, die bij vloed overstroomden. Het water liet steeds meer zand op de banken achter. Tussen 2 zandbanken liepen diepe geulen waardoor het water bij eb weer afgevoerd werd. Net zoals nu nog steeds overal langs de Noordzeekust te zien is. Omdat de zeespiegel na de ijstijd bleef stijgen vanwege het nog steeds smeltende ijs, werden de strandwallen steeds westelijker opgeworpen en werden relatief steeds iets hoger afgezet. Door opstuivend zand werden deze strandwallen zelfs nog hoger en vormden zo de oude binnenduinen. Variërend tot een maximale hoogte van 14 meter waren ze niet bijzonder hoog. Toch waren deze strandwallen voldoende sterk om de zee buiten te sluiten. Het was een waddengebied met achter de strandwallen eerst open zeewater, zoals het nu bij de Waddenzee nog steeds is. Toen de strandwallen van noord naar zuid op den duur aaneensloten duinenrijen werden, vormden zich ter hoogte van de Bollenstreek achter de strandwallen een binnenzee, die steeds zoeter werd. Dit werd later het Haarlemmermeer. De geulen tussen de strandwallen stonden na de definitieve verzanding van de Oude Rijn bij Katwijk in 1163 ook niet meer in verbinding met de Noordzee. Deze geulen werden steeds breder. O.a. omdat de Rijn zijn water via de geulen kwijt probeerde te raken. In de geulen bleef het water staan. Door de weelderige groei van o.a. mossen, zeggen, gele lissen en lisdodden vormde zich veel veen. Deze soms zeer brede geulen werden later de strandvlakten genoemd. De Lageveense polder, net aan de oostkant van de Leidsevaart bij landgoed Keukenhof, was ooit zo’n oude strandvlakte.

Het landschap dat zonder invloed van mensen is ontstaan, moet er een paar duizend jaar geleden in de Bollenstreek van west naar oost als volgt hebben uitgezien:

  • Zee met zandbanken en strand.
  • Lage duinen met stuivend zand.
  • Een lage strandvlakte, die bij eb droogviel.
  • Wat hogere duinen overgaand in een struweel van duindoorn en meidoorn.
  • Een natte strandvlakte met een bovenlaag van veen door moerasachtige planten.
  • Daarna een duinenrij (strandwal) met een bos van eiken en beuken.
  • Deze laatste strandvlakten en strandwallen wisselden elkaar enkele malen af.
  • Een groot hoogveengebied met aan de randen plassen en meren, zoals de Kagerplassen met riet en waterlelie.

 

Op de zogenoemde oudste strandwal ontstonden mogelijk zo’n 2000 jaar geleden de dorpen Hillegom, Lisse, Sassenheim en Oegstgeest met een doorgaand pad van Castricum naar Oegstgeest, mogelijk in gebruik in de Romeinse tijd als Heerweg voor het leger. Bij Lisse splitste het pad zich in tweeën. Het westelijke pad, nu de Achterweg overgaand in de Oude Heereweg liep van Lisse naar Rijnsburg en was mogelijk de Heerweg naar Valkenburg. Bovenstaande heeft niets met de huidige duinen langs de kust te maken. Deze werden veel later gevormd.

Zo zal het landschap rondom Lisse er een paar duizend jaar geleden hebben uitgezien.
Foto Nico Groen.

Waarom heet boerderij De Wolff zo?

De bewoningsgeschiedenis van boerderij de Wolff wordt beschreven.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

12 maart 2019

door Nico Groen

Naar aanleiding van de vorige columns in Sporen van Vroeger over boerderij De Wolff vroegen diverse mensen waarom deze boerderij ‘De Wolff’ genoemd wordt. Van 1823 tot 1850 boerde hier Jan Wolff. De boerderij was vanaf 1797 in bezit van zijn vader, Caspar Wolff.

Op de woning staat een gevelsteen met het jaartal 1603 er op. Vast staat in ieder geval dat op deze plek vóór 1612 een nieuwe boerderij is gebouwd. Dit zou dus heel goed 1603 geweest kunnen zijn. Vóór die tijd staat er echter ook al een bedoening. Deze plek wordt voor het eerst in 1528 genoemd. De eigenaren tussen 1528 en 1779 zijn bekend. Daarbij is echter niemand die De Wolff heet.

Caspar (Casparus Hendricus) Wulff of Wolff is in 1774 geboren bij Osnabrück in Duitsland. In 1792 als hij 17 jaar is, woont hij in Amsterdam en wordt ingeschreven als leerknecht bij een chirurgijn (dokter). Hij wordt later zelf een bekende chirurgijn. Hij trouwt in 1797 met Huberta Verdegaal, die op boerderij Welgelegen aan de Heereweg bij de Vuursteeglaan in Lisse geboren is. Haar vader is Jan Verdegaal en haar moeder is Willemijntje Vreeburg.

Caspar en Huberta krijgen in 1797 ‘bij donatie’ van Jan Verdegaal een bouwmanshuis (de latere boerderij de Wolff) en de landerijen er omheen. Dit bouwmanshuis is al in 1779 gekocht door Jan Verdegaal. Caspar Wolff koopt in 1803 meer grond rondom de boerderij. Het echtpaar heeft daar echter zelf nooit gewoond maar is na hun trouwen aan ’t Vierkant gaan wonen. Hij is hier chirurgijn tot 1828. Dan vertrekken zij naar Oegstgeest.

Jan Verdegaal is in 1823 overleden. Huberta erft dan definitief boerderij De Wolff en de landerijen van haar vader. Huberta’s zus Maryte is getrouwd met Jacob Riggel. Zij erft Boerderij Welgelegen op de hoek van de Heereweg en de Vuursteeglaan.

Johannes (Jan) Wolff

Uit het huwelijk van Caspar en Huberta zijn 14 kinderen geboren, waarvan Jan de oudste zoon is. Hij is geboren in 1799. Hij trouwt in 1823 met Petronella van der Geest en na haar overlijden met Adriana Kester. Hij gaat in 1823 boeren op de latere boerderij De Wolff, maar zijn ouders blijven eigenaar van de boerderij met het woonhuis en de landerijen, die zich uitstrekken van de Stationsweg tot de Speckelaan.

Verkoop aan landgoed Keukenhof in 1850

In 1848 overlijdt Huberta. Caspar besluit zijn landerijen in 1850 te verkopen aan mevrouw Steengracht, de echtgenote van Baron van Pallandt van Keukenhof. Het betreft de woning, de boerderij en alle percelen (28 ha) tussen de Speckelaan en de Stationsweg. Caspar zelf overlijdt in 1856. Zijn zoon Jan Wolff heeft sinds 1823 al die tijd op de boerderij gewoond en gewerkt. Als de boerderij verkocht wordt in 1850, stopt hij met boeren en gaat wonen op ’t Vierkant. Hij overleed in 1867.

De familie Wolff heeft dus van 1797 tot 1850 de boerderij met woonhuis in bezit gehad en het is niet vreemd dat de boerderij naar hen vernoemd is. In de loop der jaren is het echter boerderij ‘De Wolff’ geworden en niet boerderij ‘Wolff’ of ’Van Wolff’. Vóór de tijd van Wolff werd de boerderij ‘Het bouwmanshuis van Berkhout’ genoemd. Daar was toen het bos van Landgoed Berkhout.

De kopgevel van de woning is door het groen bijna niet te zien. Foto: Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek

De woning van De Wolff is een monument

De monumentale status van de woning wordt besproken. In deze woning zit een gewelfde kaaskelder die duidt op de oude stal, die hier vroeger was. 

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

26 februari 2019

door Nico Groen 

Zoals u ongetwijfeld heeft gelezen heeft de eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff het plan de bollenschuur, die aan het woonhuis is gebouwd, te slopen. Dit om een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. Tegen dit plan zijn zienswijzen ingediend om sloop van de bollenschuur te voorkomen. De vraag is of de staat van de schuur en de cultuurhistorische waarde ervan zodanig zijn, dat ook de bollenschuur een gemeentelijk monument kan worden.

 

De woning met een gevelsteen waarop 1603 staat, is al een gemeentelijk monument. Het was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken om een groter woonhuis te realiseren. Bij de redengevende omschrijving van het monument door de organisatie Dorp, Stad en Land is te lezen, dat het huis zijn waarde ontleend aan 17e eeuwse elementen met 18e eeuwse aanpassingen in de woning. Volgens de beschrijving zijn deze bijzondere elementen en de ouderdom hiervan van bijzonder hoge architectonisch historische en unieke waarde.

Gewelfde kaaskelder

Het oudste gedeelte is een gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf uit het begin van de 17e eeuw. Dit is een overblijfsel van de oude stal. Ook de plavuizenvloer en een alkoof komen uit die tijd. Het tegelwerk in de keuken stamt uit de 18e eeuw. In de kamers zijn tegelplinten met op de tegels een scala aan kinderspelen en dierfiguren. De woning heeft overal kenmerkende balkenplafonds. De bovenverdieping was vroeger in gebruik als hooizolder. Daar zijn nog oude gebinten en spanten met pen en gat verbinding te zien. Dus zonder spijkers of schroeven.

De voorgevel is aan de lange kant van het huis en is te zien vanaf de Stationsweg. Het geheel bestaat uit één bouwlaag met een hoog en steil dak. Nagenoeg in het midden van de voorgevel is de voordeur met daarboven een bovenlicht met een levensboom. Links daarvan zijn 2 hoge raampjes met nog een deur helemaal aan de zijkant. Zijn dit overblijfselen van de aangebouwde stal?

Sinds kort is duidelijk dat de bollenschuur in 1908 tegen de woning is aangebouwd en niet in de zestiger jaren, zoals beschreven staat bij de beschrijving van de monumentale woning. Met dit rapport is men toen op het verkeerde been gezet en daardoor werd de schuur niet monumentwaardig bevonden. Het Cultuur Historisch Genootschap Duin- en Bollenstreek en de VOL streven alsnog toewijzing tot monument na.

In de door hen ingediende zienswijze om behoud van de bollenschuur staat onder andere dat juist de combinatie van groot cultuurhistorisch belang is: de combinatie van de boerenhoeve (huis en aangebouwde stal) uit de 17e eeuw met de bollenschuur uit 1908 en de veranderingen aan het geheel in de loop van tijd. De lage venige strandvlakte tussen de Van Lyndenweg en het vroegere Berkhouterduin (waar nu ongeveer woonzorgcentrum Berkhout is) was vroeger in gebruik als boerengrond met veeteelt (vandaar de kaaskelder). Later werd het zand vanuit de ondergrond naar boven gehaald. Hierdoor ontstond een voor bollenteelt ideale zandgrond Daarom is toen de bollenschuur gebouwd.

Het hele verhaal van verandering van natuur naar kleinschalige landbouw en vervolgens naar onze befaamde bloembollencultuur is bij de woning met de aangebouwde stal, gecombineerd met de bollenschuur goed zichtbaar te maken en mooi te vertellen.

De voorgevel van de woning met 2 deuren.
Foto: Nico Groen

 

 

Foto: Nico Groen

Sloop van de bollenschuur van De Wolff?

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur van De Wolff te behouden voor de toekomst. Argumenten worden genoemd.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)   

12 februari 2019

door Nico Groen

De eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff is van plan de bollenschuur te slopen en een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Het betreft het complex op de hoek van de Stationsweg en de Van Lyndenweg. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. De bollenschuur is aan het huis vastgebouwd.

 

De woning vóór de schuur is een gemeentelijk monument en was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken voor realisatie van een groter woonhuis. Op een kaart uit 1603 staat op deze locatie al een boerderij getekend. Getuigen van de oude bebouwing zijn een 17de eeuwse gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf, een vloer van plavuizen en een alkoof.

In 1908 is aan boerderij De Wolff een bollenschuur gebouwd voor Bollenbedrijf De Vroomen. Een voor die tijd kenmerkende bollenschuur met openslaande, grote deuren voor natuurlijke ventilatie. Later, waarschijnlijk in de dertiger jaren zijn deze hoge deuren vervangen door kleinere stalen ramen. De gevels zijn daarbij gedeeltelijk dichtgemetseld en er zijn ventilatieroosters aangebracht voor mechanische ventilatie van de bollen. Een logisch gevolg van de technische ontwikkelingen in die tijd.

Aan de noordkant is de schuur in de zestiger jaren uitgebreid met een loods. Deze is niet in de stijl van de bollenschuur zelf gebouwd.

De vraag is hoe de bouwtechnische staat van de bollenschuur is. Zou de schuur eventueel behouden kunnen blijven en een nieuwe bestemming kunnen krijgen? Het lijkt van wel. Van de oorspronkelijke muur aan de noordkant van de bollenschuur zijn bijvoorbeeld nog mooie, oorspronkelijke stalen kozijnen aanwezig. Onderzoek daarnaar is wenselijk.

 

Zienswijze

Het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollensteek (CHG) zet zich al jaren succesvol in voor het zoveel mogelijk behouden van oude bollenschuren, al of niet met een nieuwe bestemming. Bijvoorbeeld als woonhuis met cultuurhistorisch gezien zo weinig mogelijk veranderingen aan de buitenkant van de betreffende schuur. Zij zijn tegen de sloop van waardevolle bollenschuren, waarvan bij De Wolff sprake lijkt te zijn.

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur te behouden voor de toekomst. Landgoed Keukenhof dient zelf een zienswijze in om de bollenschuur vte behouden.

Bij bollenschuren zijn niet alleen de karakteristieke elementen zoals ventilatiedeuren en -ramen belangrijk, maar juist ook de veranderingen als gevolg van ontwikkelingen in de techniek en logistiek rond de bloembollencultuur. Dat heeft soms minder te maken met schoonheid dan met authenticiteit en ontwikkeling van karakter. Ook is de combinatie van de 17de eeuwse hoeve met de bollenschuur van groot belang. Daar is de ontwikkeling zichtbaar van de agrarische ontwikkeling in de Bollenstreek van de 17de tot de 20ste eeuw. Het gebied is gelegen op een plek met zeer hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het maakte vroeger een tijdlang onderdeel uit van het historisch Landgoed Keukenhof en omgeving (inclusief boerderij De Wolff met bollenschuur) is aangewezen als kroonjuweel cultureel erfgoed. Volgens het CHG en VOL moet ook om deze redenen de bollenschuur niet worden gesloopt.

Aan de zuidkant zijn de kenmerken van de bollenschuur nog goed te zien vanaf de Van Lyndenweg.. Foto: CHG

 

Gevolgen van de Eerste Wereldoorlog in Lisse



Ongeveer vijfhonderd Belgische vluchtelingen werden tussen oktober 2014 en januari 2015 ni Lisse opgevangen.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

29 januari 2019

door Nico Groen

In november 1918 werd eindelijk de vrede getekend van de Eerste Wereldoorlog.  Hoewel Nederland neutraal was, had deze oorlog heel veel gevolgen voor Nederland. Wat heeft Lisse van deze oorlog gemerkt? Zoals bekend was er in die tijd veel armoede. Dus ook in Lisse, vooral omdat de bloembollen toen niets waard waren. De werkgroep Genealogie en

Historie van de Cultuur-Historische Vereniging Oud Lisse vroeg zich af welke gevolgen er nog meer waren voor de Lissese gemeenschap. Zij heeft het archiefmateriaal uit het gemeentearchief bestudeerd. Het bleek dat Lisse enige tijd veel Belgische vluchtelingen heeft opgenomen.

Vijfhonderd vluchtelingen in Lisse

Ongeveer vijfhonderd Belgische burgervluchtelingen werden tussen begin oktober 1914 en half januari 1915 in Lisse opgevangen. De Duitse legers waren op 4 augustus 1914 België binnengevallen met het plan om Frankrijk te veroveren. Daarmee begint in dit deel van Europa de Eerste Wereldoorlog. Als gevolg van de inval zoeken Belgische burgervluchtelingen massaal een veilig heenkomen in zuidelijk Nederland. Voor hun opvang wordt ook al snel een dringend beroep gedaan op andere noordelijke gemeentes. Dus ook op de gemeente Lisse. Op zaterdagavond 10 oktober 1914 staan bijna vijfhonderd mannen, vrouwen, opgeschoten jongens, schoolmeisjes en een heleboel kleine kinderen op het winderige station van Lisse. De Lisser dagbladcorrespondent Arie Raaphorst beschrijft de betreurenswaardige aanblik van de stoet Belgische vluchtelingen die Lisse binnenkomt onder andere met: ”…want behalve wat zij aan het lijf hadden, waren ze van alles beroofd. Alles hadden zij achter moeten laten. Slechts een paar dieren zijn meegekomen, zoals een poesje, drie konijntjes in een kistje, een klein smoushondje in de armen van een van de jongetjes”.

Het Steuncomité Lisse draait op dat moment overuren. De eerste noodopvang is vooral in de katholieke jongensschool aan de Heereweg, maar al binnen enkele dagen worden de meeste vluchtelingen ondergebracht bij Lissers thuis. Zij die gastvrijheid bieden, krijgen hiervoor een vergoeding toegezegd. De bewaard gebleven documenten geven een behoorlijk goed beeld van die tijd.

Kort na de val van Antwerpen worden de burgervluchtelingen door hun stadsbestuur opgeroepen weer terug te keren. Daar zou het inmiddels veilig genoeg zijn. De vluchtelingen  willen graag naar huis, maar durven eigenlijk nog niet. Toch keren eind oktober 1914 al achtentwintig vluchtelingen vanuit Lisse naar Antwerpen terug.

Der overheid stimuleerde  opvang in goedkopere centra in plaats van bij particulieren. Daarom werden de overgebleven vluchtelingen uit Lisse naar Gouda overgebracht. Zij vertrokken op zaterdagmiddag 9 januari 1915 per trein vanaf het station van Lisse. Voor ‘vrijen overtocht’ en ‘overbrenging hunner goederen naar het station’ werd gezorgd. Daarmee kwam er een einde aan een korte maar turbulente periode.

Bovenstaande is ontleend aan een uitvoerig artikel van Laura Bemelman in het tijdschrift voor familiegeschiedenis Gen. Magazine, nummer 4 van december 2014. Dit artikel staat ook op de website van de VOL, te bekijken met de volgende link https://oudlisse.nl/historie/7658/ .

De enige foto die herinnert aan het verblijf van de Belgen in Lisse: vluchtelingen op de trap van het Gemeentehuis. Part. Coll Het is voor zover bekend de enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk in het dorp hebben gewoond.

100ste Sporen van vroeger

Dit is de 100ste column in de rubriek Sporen van vroeger van het LisserNieuws, verzorgd door de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Deze mijlpaal is een goede gelegenheid om de vereniging eens voor het voetlicht te brengen.

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)                                                

15 januari 2019

door Nico Groen

Dit is de 100ste column in de rubriek Sporen van vroeger van het LisserNieuws, verzorgd door de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Deze mijlpaal is een goede gelegenheid om de vereniging eens voor het voetlicht te brengen.

De CHVOL, zoals de officiële afkorting van de vereniging tegenwoordig is, werd in 1991 opgericht uit verontwaardiging over de plotselinge sloop van een aantal oude, beeldbepalende villa’s in het noorden van het dorp. In eerste instantie richtte de vereniging zich op het behoud van monumentale en beeldbepalende objecten. Later werd de doelstelling veel breder.

Vrijwilligers

Sinds 2015 is Eric Prince voorzitter van de vereniging en Helmi Beijsens secretaris. Verdere leden van het bestuur zijn Jasper de Jong, Henk Schaap en Jos van Bourgondiën. Naast het bestuur zijn er tientallen vrijwilligers voor de vereniging in de weer. Hun bijdrage  varieert van transcriberen (hertalen) van oude archiefstukken tot het rondbrengen van de Nieuwsbladen. Het Nieuwsblad is het kwartaalblad van de vereniging, gedrukt in full couleur A4 formaat, meestal 32 pagina’s dik. Dit blad wordt naar de bijna 500 leden gebracht of verstuurd. De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen een aantal werkgroepen zoals: Genealogie en historie; Monumenten en ruimtelijke ordening; (Digitale) archivering; Groen, landschap en bomen; Beheer van de Vergulde Zwaan en Promotie met publiciteit waaronder de redactie van het Nieuwsblad.

Dinsdagse inloop

De Vereniging is sinds 2007 gevestigd in de Vergulde Zwaan, aan de 1e Havendwarsstraat 4. Daar is onlangs de zolder opgeknapt en geschikt gemaakt voor de archieven en werkzaamheden. Iedere dinsdagochtend is er inloop in de Vergulde Zwaan. Bestuursleden en vrijwilligers zijn daar dan druk bezig en kunnen allerlei vragen beantwoorden. Iedereen kan binnenlopen om iets te vragen, te bekijken of onderzoek te doen. De vereniging is altijd op zoek naar (onbekend) materiaal zoals foto’s, films, voorwerpen,  geschriften of archieven over Lisse. Dat kunt u  op dinsdagmorgen laten zien en eventueel inleveren. De VOL, de oude vertrouwde afkorting. is uitermate dankbaar voor alle giften. Ook verhalen uit de overlevering zijn zeer welkom.

In de periode september t/m mei, met uitzondering van december, is er iedere derde dinsdagavond van de maand een interessante lezing in de Vergulde Zwaan. Iedereen kan daar naar toe. De entree is 3 euro voor niet-leden. De toegang voor leden is gratis. Zij krijgen een persoonlijke uitnodiging.

Onlangs is de website van de vereniging vernieuwd. Hier kan men zeer veel informatie over de cultuur historie van Lisse bekijken, inclusief alle 100 columns van Sporen van vroeger. Er staat ook veel meer informatie over de vereniging zelf op dan hier vermeld kan worden, inclusief een formulier om lid te worden. Naast de website Oudlisse is de Oud Lisse ook actief op facebook onder de titel Oudlisse en op Youtube met Oudefilmslisse.

Lid van de CHVOL worden

Het lidmaatschap is 20 euro per jaar. Daarvoor krijgt u 4 keer per jaar het Nieuwsblad, vol met historie en andere informatie. Hoe meer leden des te meer invloed de vereniging heeft bij gemeentelijk en ander overleg, zoals in de Erfgoedcommissie en de gemeentelijke bomenadviescommissie. Word daarom lid van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”.

 

De Vergulde Zwaan Foto: Nico Groen

 Coöperatieve bollenveiling 100 jaar

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                     

2 januari 2019

door Nico Groen

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. Ter gelegenheid hiervan wordt er op 8 en 9 januari 2019 een speciale bloemen-show en een expositie over het verleden in het hoofdkantoor van de CNB Lisse,  Heereweg 347 gehouden. De tentoonstelling is mede opgesteld door vrijwilligers van de Vereniging Oud Lisse.

 Veiling West-Friesland

Op 16 januari  1919 was de officiële oprichting van Bloembollenveilingsvereeniging West-Friesland door de KAVB-afdelingen Andijk, Bovenkarspel en Enkhuizen. De eerste bollen werden die zomer verkocht in de uitspanning  ‘Het Roode Hert’ in Bovenkarspel. De start van de coöperatieve bollenveiling was dus 100 jaar geleden. Omdat het een coöperatie was, hadden de leden het voor het zeggen en dat is nog steeds zo. Bij andere destijds gebruikelijke verkoopmethoden waren er nogal eens misstanden: vandaar de oprichting. Het ging zo goed dat men in 1925 een eigen veilingzaal met opslagruimte voor de bollen bouwde. In de loop der jaren werd er steeds meer uitgebreid voor de steeds maar toenemende aanvoer en voor bewaarruimten van de bollen.

HBG

De Coöperatieve veilingsvereeniging voor Bloembollenkweekers werd in 1924 opgericht door afdeling Lisse van het Hollandsch Bloembollenkweekersgenootschap (HBG). De HBG was in Haarlem opgericht in 1895 om de kwekersbelangen beter te kunnen behartigen. De veiling heette later ook gewoon HBG.

De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond aan de Grachtweg.  Daar werd in 1925 een veilingloods en veilingzaal met kantoorruimte gebouwd. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht.

Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de HBG in de as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lissesse architect Paardekooper werden in datzelfde jaar een nieuw kantoorgebouw en veilingzaal gerealiseerd.

fusie tussen Bovenkarspel en Lisse

In 1975 volgde de fusie tussen coöperatieve veilingen West-Friesland in Bovenkarspel en de HBG in Lisse. De naam van de fusiecoöperatie werd Coöperatie Nederlandse Bloembollencentrale (CNB).

Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: FloraLis. Hierdoor blijft dit cultuurhistorische pand behouden. Het is nu een gemeentelijk monument.

Bovenstaande gegevens komen hoofdzakelijk uit een uitgebreid artikel van Arie in ’t Veld uit het Nieuwsblad van de VOL van april 2006.

Lees hier dit artikel.

 

Oude foto van de HBG

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Zwarte Tulpprijs voor Heereweg 429

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

door Nico Groen

18 december 2018

De Zwarte Tulpprijs 2018 is voor de eigenaren van de woning met bollenschuur op Heereweg 429. De restauratie is eindelijk klaar. De bollenschuur is nu bij het woonhuis getrokken. De schuur heeft dus een goede herbestemming gekregen. De oorkonde werd 30 november jl. uitgereikt aan de familie door wethouder Kees van der Zwet.

 Gemeentelijk monument

Het gebouw is ontworpen door de bekende Lisser architect C.W. Barnhoorn. Dit in opdracht van bollenkweker W.V. van Beek. De bollenschuur is aan de achterkant van het woonhuis gebouwd. Het vormt samen één geheel. Het precieze bouwjaar is niet bekend, maar ligt rond 1927. Het heeft 2 bouwlagen onder een plat dak met een schoorsteen aan de achterkant. Er zijn  rode bakstenen gebruikt, behalve voor de onderste lagen. Deze zijn vanaf de fundering opgebouwd uit een betere kwaliteit klinkers met hardere specie en vormen een zg trasraam. Naast het tegengaan van optrekkend vocht, werkt het ook tegen binnendringen van vocht van bijvoorbeeld opspattend regenwater. Verder is de kans kleiner dat zouten uit het optrekkende water voor witte uitslag op de gewone stenen zorgen.

In de voorgevel is siermetselwerk aangebracht in de vorm van vooruitspringende stenen. Dit geeft een speels uiterlijk aan de bovenkant van de voorgevel. De borstwering aan de bovenkant van de andere gevels heeft ook  naar voren uitkragende  stenen met een betonnen gevelafdekking. Te zien is dat Barnhoorn geïnspireerd was door art deco en baksteenexpressionisme. Art deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 die bij bouwwerken ook tot uiting kwam in de decoraties. Het belangrijkste bij baksteen-expressionisme is, dat het ontwerp niets voor hoeft te stellen. Alleen de vorm is belangrijk.

De ramen en deuren van het woongedeelte zijn van hout met een bovenlicht onder een  horizontale roede. De ramen op de verdieping hebben geen roeden.

Moderne schuur voor die tijd

De schuur heeft geen openslaande ramen voor de ventilatie, maar ventilatieopeningen voor mechanische afvoer van de lucht. Het was namelijk een vooruitstrevend ontwerp met elektrische ventilatie voor het drogen en bewaren van de bollen. De stalen ramen kunnen  wel open voor extra ventilatie. De schuur is dus een goed voorbeeld van het type bollenschuur met mechanische ventilatie.

CHG Duin- en Bollenstreek

De Zwarte Tulpprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de eigenaar van een voorbeeld bollenschuur in de Bollenstreek. Het gebouw moet op een voorbeeldige manier heeft behouden zijn of een andere bestemming hebben gekregenen. De Werkgroep Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed van het Cultuur Historisch Genootschap  voor de Duin- en Bollenstreek (CHG) beoordeelt al sinds 2003 initiatieven op dit gebied om deze prijs te kunnen toekennen.. De Werkgroep zet zich al meer dan 20 jaar in voor de bollenschuren en ander waardevol erfgoed van de bloembollencultuur in de Duin- en Bollenstreek.

Bovenstaande gegevens komen van de website van het CHG Duin- en Bollenstreek en van de website van oudlisse.nl bij het hoofdstuk Monunumenten. Klik hier om er naar toe te gaan

De woning heeft een fraai front met een mooie decoratie aan de bovenkant. Foto: Nico Groen

 

De Watervrienden bestaan 50 jaar

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

4 december 2018

door Nico Groen

In 1968 werd zwemvereniging ’De Watervrienden Lisse’ opgericht. Precies 50 jaar geleden dus. In september 1968 werd de eerste officiële ledenvergadering gehouden en het bestuur gekozen. Dat werden Jan Weerman als voorzitter en Ada van Kampen, Theo Reeuwijk, Jo van Hilten, Mara Dorrestijn, Jacques Dierix, Bram Dreef en Ron Dreef als overige bestuursleden. Het zwembad De Lis was bij de oprichting nog niet eens in gebruik. Dat opende pas in augustus 1969.

 Het gaat De Watervrienden voor de wind

Het belangrijkste doel van de vereniging is het behalen van zwemdiploma’s. Het ging goed met zwemvereniging De Watervrienden Lisse. In april 1971 waren er al bijna duizend leden. Er werden zwemwedstrijden gehouden. De vereniging organiseerde een waterfeest op het Comomeer. Ook werd er deelgenomen aan watersportevenementen op de Bosbaan in Amsterdam, de Zeemijl in Rockanje, een evenement in IJmuiden en een sportdag voor de jeugd in Haarlem. De zwemfeesten op het Comomeer werden een jaarlijkse traditie. Bijvoorbeeld in 1973 werd met behulp van de Heemsteedse Reddingsbrigade en de afdeling Lisse van de EHBO een groots zwemfeest op touw gezet met onder andere demonstraties waterskiën en zwemwedstrijden over 1.000 en 500 meter.

In de jaren zeventig werd acht keer achter elkaar het kampioenschap van het gewest Zuid-Holland veroverd. Van de 35 zwemnummers die moesten worden afgewerkt, werden die in 1979 21 keer door de Watervrienden gewonnen. Dat jaar werd de wedstrijdploeg onder leiding van trainer Theo van Diest in Tilburg voor de tweede maal Kampioen van Nederland.

Het jaar daarop werd de ploeg weer kampioen. De Watervrienden mochten toen de wisselbeker houden. Vele jaren werd door de wedstrijdzwemmers met 2 ploegen meegedaan aan de jaarlijkse Bondskampioenschappen. De zwemmers van de Watervrienden kwamen altijd met heel veel medailles thuis.

 Olympiër Hans Kroes

Hans Kroes is ongetwijfeld landelijk het bekendste lid van de Watervrienden geweest. Hij nam namelijk met de zwemploeg in 1988 deel aan de Olympische Spelen in Seoul. De jeugdige Lisser was eerst lid van De Watervrienden, maar trainde larer bij de kring van de Heemsteedse Polo Club onder leiding van Wim Geurtsen. Keihard trainde de zwemmer om naar Seoul te kunnen. Heel vaak lag hij ’s morgens om een uur of vijf al in de Lis. Twintig uur in de week. Dan was ook trainer Theo van Diest daar al druk bezig.

Boek ‘Lisse in de jaren tachtig’

Bovenstaande komt voor een deel uit het pas uitgekomen boek ‘Lisse in de jaren tachtig’ geschreven door Arie in ’t Veld. Dit boek is verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel. Het is een vervolg op ‘Lisse in de jaren vijftig’, ‘Lisse in de jaren zestig’ en ‘Lisse in de jaren zeventig’. Deze uitgaven zijn voor deze column ook geraadpleegd. ‘Lisse in de jaren zeventig’ is ook nog verkrijgbaar.

 

De wedstrijdzwemmers zijn altijd heel succesvol geweest. Foto: Website Watervrienden Lisse

Het pand van de Coöp is een gemeentelijk monument

Het pand van de honderdjarige  COOP op de hoek van de Kanaalstraat en Kapelstraat is gebouwd in 1929. Het gebouw wordt beschreven.

Sporen van vroeger   (Lisser Nieuws)                                              

20 november 2018

door Nico Groen

In een vorige column van Sporen van Vroeger ging het over de oprichting op 27 september 1918 van de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen”. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol zit) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid  met een groot pand van 1200 m2  op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd (Kapelstraat 2).

Dit laatste pand is gebouwd in 1929. De winkel met bovengelegen woonhuis is een gaaf voorbeeld van de architectuur uit die tijd. Architect C.W. Barnhoorn uit Lisse ontwierp dit pand in de stijl van de Amsterdamse School. Naast het winkelpand stond in de Kapelstraat oorspronkelijk de woning van de bedrijfsleider. Dit pand is in 1969 gesloopt. Daar wordt nu gebouwd om er bovenwoningen te realiseren.

Het hoekpand heeft een rechthoekige plattegrond en bestaat uit twee bouwlagen onder een samengesteld schilddak. Dat is een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige dakvlakken aan de lange kant van het gebouw. De muren van het noordelijk gedeelte (aan de Kanaalstraat) zijn iets hoger opgemetseld, waardoor de vensteropeningen in het hogere muurvlak op de 1e verdieping groter zijn. Het dak is hier ook hoger. Dat is ook de reden, dat het een samengesteld schilddak wordt genoemd. Het zijn eigenlijk twee daken.
De gevels zijn opgebouwd uit rode baksteen in kettingverband. De vensteropeningen op de begane grond worden omlijst door bakstenen pilaren voorzien van decoratief metselwerk. Deze zijn aan de bovenkant afgesloten door natuurstenen ornamenten. Een horizontale doorlopende, ronde latei boven de vensteropeningen verbindt het geheel met elkaar.

Er waren 3 winkels in het pand

Rechts in de kopgevel aan de Kanaalstraat is de toegang tot de bovenwoning (Kanaalstraat 56). In de afgeschuinde hoek bevindt zich de entree met een deuromlijsting van betonnen blokken. Vroeger was er aan de kant van de Kapelstraat een portiek met 2 haaks op elkaar staande deuren. Op de foto is het portiek te zien. Links was de deur naar conservenafdeling en rechts naar de kruidenierswinkel. Er waren  oorspronkelijk dus 3 winkels in het pand. Aan de kant van de Kanaalstraat verkocht men manufacturen. In 1959 is het portiek vervangen door een raam en werd het geheel één kruidenierszaak. De verkoop van manufacturen verhuisde toen naar Kapelstraat 6, waar nu Roobol zit. In 2006 stopte de Coöp met de verkoop van alles.

Nieuwe website van de VOL 

Bovenstaande gegevens komen voor een deel van de nieuwe website van de VOL: www:oudlisse.nl. Bij aanklikken van het hoofdstuk Monumenten  vindt u bij de gemeentelijke monumenten o.a uitleg over Kanaalstraat 56. Op de website staat bij het hoofdstuk Nieuws ook een uitnodiging voor een lezing voor vanavond, 20 november om 20.00 uur over archeologisch onderzoek in de Bollenstreek, met nadruk op Lisse.

Het pand uit 1929, daarachter het huis van de beheerder met daarachter het eerste winkeltje. Foto: OudLisse.nl