Uitgegeven artikelen in pers etc.

Boerderij OUDERZORG is 100 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                            

26 augustus 2025

door Nico Groen

 De oorspronkelijke boerderij OUDERZORG is een gemeentelijk monument en heeft als adres 3e Poellaan 62 in de Lisser Poelpolder. De gebouwen zijn in 1925 gerealiseerd en bestonden uit een boerenwoonhuis met een aangebouwde stal en een wagenschuur. In de loop van de tijd zijn er 2 huizen naast en diverse grote schuren achter bijgebouwd.

 Het woonhuis heeft een symmetrische voorgevel en een bouwmassa van twee verdiepingen. Het mansarde schilddak met de nok staat haaks op de weg. Bij een mansardedak is het onderste deel van het dakvlak steiler dan het bovenste deel, waardoor een ‘knik’ ontstaat. De stal is veel lager en heeft één bouwlaag. De gevel van het woonhuis bestaat uit rood-grauwe baksteen in halfsteensverband. Het onderste gedeelte van de muren is van hardere stenen en speciale mortel (zoals trasmortel of cementmortel) om te voorkomen dat vocht uit de grond optrekt in de muur. Het huis met de stal en de wagenschuur zijn niet onderheid. De ondergrond was stevig genoeg. Het huis en de stal zijn nauwelijks of niet verzakt. De later aangebouwde grote schuren en huizen zijn wel onderheid. Tussen de 2 bovenramen is ‘1925’ aangebracht op een gepleisterd vlak. Aan weerszijden van die ramen zijn de woorden ‘OUDER’ en ‘ZORG’ te zien op soortgelijke vlakken, alle omrand door gele en rode bakstenen. Boven de vensters zien we versieringen met dezelfde rood en gele bakstenen. De ramen aan de voorgevel zijn zogenaamde schuifvensters, waarvan het bovenste deel boven de roede vastzit en het onderste deel open kan. De onderste 2 ramen zijn gescheiden door een roede. Door de vorm van de roede wordt zo’n raam een T-schuifraam genoemd.

Familie Van der Zon

De woning met boerderij is gebouwd in opdracht van Pieter van der Zon. Of er een architect bij betrokken is geweest, is onbekend. Tot op de dag van vandaag is het huis nog steeds in bezit van de familie Van der Zon. In het boek “De Lisser Poelpolder 1624 – 2024” staat een interview met Pieter van der Zon, de huidige beheerder van de boerderij. Pieter van der Zons grootvader werd geboren aan de Akervoordelaan. Zijn vader had daar een bollenbedrijf. Pieters grootvader werd echter boer. In 1925, op 25-jarige leeftijd, bouwde hij de boerderij en de wagenschuur. Hij startte met 25 koeien op 18 ha land. In de loop van de tijd is de oppervlakte weiland enorm uitgebreid. Daarnaast is de varkenshouderij, die in 1972 begon, enorm gegroeid met 400 zeugen, die honderden biggen per jaar geven. Deze biggen worden verkocht.

In het interview vertelt Pieter: “Al het land in de Poelpolder ten zuiden van de 3e Poellaan behoort nu tot ons eigendom. Daarnaast bezitten we aan de noordkant nog 15 ha en in de Hellegatspolder 5 ha. In de jaren negentig kochten we boerderij Van Steijn, die vlak over de dijk in de Hellegatspolder was gelegen. Van Steijn had ook land in de Poelpolder. Deze aankoop was een belangrijke uitbreiding voor ons. De grond is hier zeer vruchtbaar, met een donkere enigszins zanderige toplaag van 60 tot 70 cm. Daaronder ligt een laag kattenklei, die zorgt voor een stevige ondergrond”. Door het goede beheer zijn er in de weilanden veel grutto’s en kieviten te vinden.

Foto: Het huis OUDERZORG in 2025
Foto: Nico Groen

 

Aan het einde van de 3e Poellaan was een pont

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

12 augustus 2025

door Nico Groen

 In het kader van 400 jaar Poelpolder is nu de 3e Poellaan aan de beurt. Wanneer de huidige 3e Poellaan en de brug over de Ringsloot gerealiseerd zijn blijft onzeker. Vast staat dat op een landkaart uit 1647 de weg en de brug al ingetekend zijn.

Waarom deze weg toen al is aangelegd is ook niet bekend. De Grote Poelmolen is pas in 1676 gebouwd. Er zijn 2 mogelijkheden: groentevervoer over de weg vanuit de Rooversbroek of er was toen al een veerbootverbinding vanaf het Hellegat naar de Kaag.

In 1965/66 werd door de Haarlemmermeerpolder vergunning aangevraagd bij het Hoogheemraadschap om de bestaande brug over de Ringsloot te verlagen en te vernieuwen, wat in 1967 ook uitgevoerd werd.

De gemeente Haarlemmermeer was eigenaar van de brug en moest daarom de vergunning aanvragen. Het lijkt merkwaardig dat de gemeente Haarlemmermeer eigenaar was, maar dat had te maken met de droogmaking van het Haarlemmermeer. Oorspronkelijk was de weg eigendom van de Poelpolder. Maar in 1854, na het droogvallen van het Haarlemmermeer, werd overeengekomen dat de weg in eigendom zou komen van de te vormen Haarlemmermeerpolder. Deze polder had blijkbaar meer belang bij een goed onderhouden verbinding dan de Poelpolder.

Later werd de gemeente Haarlemmermeer eigenaar. In 1968 is het eigendom overgegaan naar de gemeente Lisse. De huidige brug, nu in onderhoud bij de gemeente Lisse, dateert uit 1995 en is opgebouwd uit beton, staal en metselwerk.

Dat de Haarlemmermeer meer belang had bij een goede verbinding vanaf de Heereweg kwam doordat de Kaag en Abbenes op de Bollensteek waren gericht voor wat betreft winkels, scholen en kerken. Er werd geen brug aangelegd op het einde van de 3e Poellaan, maar er kwam een veerpont. In 1929 werd de H.H. Engelbewaarderskerk ingewijd. Deze kerk werd tussen Sassenheim en Lisse gebouwd, mede vanwege de vele parochianen die uit de Kaag en Abbenes met het pont over de 3e Poellaan kwamen. Achter de kerk werden ook een jongensschool en een meisjesschool gebouwd. Op 1 mei 1930 werden de scholen ingewijd en aan het begin van het schooljaar begonnen de lessen. Op de eerste schooldag waren er 156 jongens en 144 meisjes, precies 300 kinderen dus. Er waren nogal wat kinderen uit de Kaag, omdat daar geen katholieke school was. Deze kinderen kwamen met het pontje over de Ringvaart naar de 3e Poellaan en liepen verder langs de Heereweg om bij de school te komen.

 Bonte Krielbrug

De naam van de brug over de Ringsloot is Bonte Krielbrug en is ontleend aan de naam van de Bonte Krielpolder. De polder, die daar tussen de Ringsloot en de Heereweg ligt. Van daaruit werd het nieuwe land bereikt. In de morgenboeken van Sassenheim komt de Bonte Krielpolder, die zowel in Lisse als in Sassenheim ligt, al in 1716 onder die naam voor. De Bonte Krielpolder liep vanaf buitenplaats Ter Leede in Sassenheim tot de Beek in Lisse. Dus net voorbij de H.H. Engelbewaarderskerk.

De Bonte Krielmolen, die het water van deze polder uitwaterde op de Ringsloot stond tot de afbraak in 1924 net zuidwestelijk van de brug, nog net op Lisser grondgebied. Je kunt de plek waar de molen stond nog goed herkennen. In de sloot daar staat nu een elektrisch gemaal, dat het werk van de molen heeft overgenomen.

Kaart van Hoogheemraadschap Rijnland door Jan Jansz. Douw en Steven Pietersz. van Brouckhuijsen uit 1647

 

Huis op de dijk en 250ste column

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

29 juli 2025

 door Nico Groen

Dit is de 250ste column van Sporen van Vroeger over het cultuur en historisch verleden van Lisse. Het ging daarbij altijd over het recente of verre verleden van Lisse, stukjes steeds geschreven vanuit een andere invalshoek. Het begon allemaal op 1 juni 2014. Dus al 11 jaar geleden .

Na wat haperingen en onregelmatige tijdstippen begon de tweewekelijkse serie eind augustus 2014. In de eerste column, geschreven door Koos van der Zwet, staat onder andere het volgende “In de doelstelling van de Vereniging Oud Lisse wordt onder andere het behoud van het culturele erfgoed in de gemeente genoemd. Het begrip cultureel erfgoed is breed, het laat zien waar we vandaan komen en scherpt aldus de blik op de toekomst. Naast onroerende zaken, zoals gebouwen en landschappen, zijn er de onroerende culturele zaken. Daaronder vallen klederdrachten, kunstwerken zoals schilderijen en beeldhouwwerken en nog veel meer”. Dat is na 11 jaar niet veranderd.

Alle stukjes gaan over iets anders met één uitzondering. De uitleg van het oorlogsmonument op de hoek van de Oranjelaan/Heereweg staat er twee keer in. De overige zijn allemaal verschillend met steeds een andere invalshoek. De meeste columns zijn geschreven door Nico Groen. Maar niet zonder medewerking van vele vrijwilligers van de VOL wat betreft ideeën, vele correcties en relevante opmerkingen. Soms is de oorspronkelijke tekst totaal veranderd vanwege het gebruik van oude gegevens, die niet meer kloppen door latere feiten of onderzoek. Daarmee kunnen we zeggen dat er in alle 250 columns geen grote fouten staan. We krijgen veel complimenten en eigenlijk geen kritiek op de teksten.

De artikelen lopen sterk uiteen van de geschiedenis van Lisse en de Tweede Wereldoorlog tot markante gebouwen en verenigingen en bedrijven met een jubileum. Ook zijn er veel samenvattingen van artikelen uit het Nieuwsblad, het kwartaalblad van de VOL. Alle 250 columns zijn te vinden op de website OudLisse.nl en op de website LisserNieuws.nl.

Huis op dijkrestant

De afgesneden bocht in de Rooversbroekdijk bij huisnummer 92 zal op het oog niet zo snel iemand opvallen, aldus de reportage hierover in het boek ‘Lissepoelpolder 1624-2024’.

Voorheen stond hier het huisje van veenman Van Gerven op de dijk van de Rooversbroek. De Ringsloot liep achter het huis langs. Na het dempen van de Ringsloot heeft men het huisje laten staan op de dijk en heeft men de weg vóór het huisje langs laten lopen om de scherpe bocht er uit te halen om het traject van de weg een wat vloeiender verloop te geven. Later is het huis vernieuwd en vergroot. Het huis ligt dus op de voormalige Rooversbroekdijk. Een wonderlijke situatie dus, volgens het boek. De oorspronkelijke bocht is goed te herkennen op de bekende kaart van Dou over de verkaveling van de Poelpolder uit 1624.

 

Aan het einde van de 2e Poellaan stond ook nog een huis op de voormalige dijk. Daar is nog niet zo lang geleden een nieuw huis gebouwd. Ondanks protesten van de VOL vanwege de historische waarde is daar toch de dijk erg afgevlakt en nu helaas niet meer te herkennen als dijk.

Op de kaart van LisseTijdreis is goed te zien hoe vroeger de Ringsloot liep en hoe nu de weg loopt.
Kaart uit 1830 met de huidige achtergrond

.

 

 

Boerderij Langeveld sinds 1980 een rijksmonument

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                                     

8 juli 2025

Door Nico Groen

 In het kader van Lisserpoelpolder 400 jaar wordt nu aandacht besteed aan de stolpboerderij van Langeveld met het adres ’t Lange Rack 2, voorheen Eerste Poellaan 102. Bij de aanleg van de wijk Poelpolder was het adres eerst ook nog Ooievaarstraat 289.

Op een plattegrond van Lisse is duidelijk te zien, dat deze boerderij, gezien vanaf de Heereweg, schuin achter de donjon Dever ligt. De boerderij, Dever en buitenplaats Uitermeer zijn vroeger heel bewust op die plek gebouwd. Deze zijn gebouwd op een (ondergrondse) door wind opgeworpen duinrug, die vanaf de Heereweg diep doorloopt in de Poel. Zo’n oost/west duinrug werd een ‘horn’ genoemd. Deze horn heette in de 14e en 15e eeuw Reynershorn, waarschijnlijk vernoemd naar Reinier D’Ever (1346-1417), die de donjon gebouwd heeft. Vóór de aanleg van de Poelpolder liep het land van Dever veel verder naar het oosten door dan de huidige Ringsloot. De oorspronkelijk Poel had een grillig lopende oever. De Poel bestond namelijk uit diverse met elkaar verbonden meren: hier Zuidpoel en Geestwater genaamd. De Ringsloot volgde die grillige lijn niet, maar sneed grote stukken land af om een nette, wat rechtere Ringsloot te krijgen. Ter plekke werd een groot stuk land afgesneden. Daardoor verloor Dever maar liefst 939 roeden (meer dan een hectare) aan de Poelpolder, volgens een uitvoerig verslag uit die tijd.

Er is nogal wat verwarring over het jaar waarin de stolpboerderij gebouwd zou zijn. Alfons Hulkenberg ging er vanuit dat de boerderij in 1642 werd gebouwd, tegelijk met buitenplaats Uitermeer. Maar volgens het gemeente archief van Lisse moet dit in 1648 gebeurd zijn.

Dat de eigenlijke boerenwoning uit 1648 dateert, werd ook bewezen door een verdwenen tegeltableau op een schoorsteen met vermelding van het jaar 1648.

Het woongedeelte is aangebouwd aan de boerderij. De boerderij had in het midden een grote ruimte voor het hooi. Dit werd het vierkant genoemd. Het vierkant heeft grenen gebinten met drie ringgordingen per gebint. Om het vierkant waren de bedrijfsruimten en de woning gesitueerd. De raampartijen bestaan uit zesruits schuifvensters met een geprofileerde middenstijl. Achter de keuken was de kaasmakerij met een grote kelder. Er was een dubbele koestal. Aan de voorkant was de paardenstal en de dorsvloer. Door deze vorm is het een Noord-Hollandse stolpboerderij. Stolpboerderijen komen bijna alleen boven het Noordzeekanaal voor. Vóór 1648 zijn er zelfs maar heel weinig stolpboerderijen gebouwd. Zo’n vroege stolpboerderij in Lisse is dus heel bijzonder. De boerderij had weliswaar elektriciteit, maar was niet aangesloten op leidingwater, noch op de riolering. De bewoners hebben hun water altijd uit een wel bij de boerderij betrokken. Woningbouw in de buurt betekende het einde van het boerenbedrijf.

Omdat de fundering van de boerderij op zand rust, is deze in de loop van de eeuwen niet

erg verzakt en zo goed gebleven, dat het in 1980 een rijksmonument is geworden.

De boerderij is in 2002 door C. Horsman kundig gerestaureerd in samenwerking met de restauratiearchitect Bob C. van Beek. In het Nieuwsblad van de VOL van januari 2003 staat een uitgebreid interview met C. Horsman, de eigenaar, die opdracht tot de restauratie heeft gegeven. Ook is het artikel te vinden op de website oudlisse.nl.

Foto: De stolpboerderij vanaf de noordkant in 2025.
Foto: Nico Groen

Foto: uit 2025 door Nico Groen

Boerderij Langeveld voor de renovatie
Foto OudLisse

De 1e Poellaan liep tot Burgemeester de Graafplein.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

24 juni 2025

 Door Nico Groen

In het kader van 400 jaar Poelpolder is nu de 1e Poellaan aan de beurt. De Zemelbrug ligt in de 1e Poellaan over de Ringsloot. De Zemelbrug is aangelegd in 1627, dus 3 jaar na de drooglegging. Toen moet er dus ook een weggetje over de brug de Poelpolder zijn ingegaan.

Na de Zemelbrug liep het pad stijl naar beneden. Dit was niet veel meer dan een karrenspoor,  gebruikt door de boeren en andere belanghebbenden in de Poelpolder en in de Rooversbroekpolder. In de Rooversbroekpolder werden groenten geteeld, die ook over dit pad moesten worden vervoerd. Rond de Tweede Wereldoorlog lag er in het midden van dit karrenspoor een klinkerpaadje.

De oorspronkelijke ‘Rouversbroock’ werd gescheiden van de Lisser Poelpolder door de Achterringsloot. Deze liep vanaf de noordkant van de waterzuivering langs de noordkant van het Mondriaanpark naar het Burgemeester de Graafplein. Hier nam de Achterringsloot een bocht naar het zuid-oosten om uit te komen bij de huidige Rooversbroekdijk.

Ophaalbrug bij de Rooversbroekpolder

Op kaarten uit die tijd is te zien, dat de 1e Poellaan uitkwam waar nu het Burgemeester de Graafplein is. Dus op het uiterste noordwestpuntje van de Rooversbroekpolder.

Hier lag tussen de Lisser Poelpolder en de Rooversbroekpolder een ophaalbrug.In 1933 werd de laatste beweegbare brug, een basculebrug, vervangen door een vaste brug. Deze brug is weer gesloopt bij het dempen van de Achterringsloot.

Op de oude kaarten is ook te zien dat de 1e Poellaan direct na de Zemelbrug zich in drieën splitste. Rechtdoor naar de Roversbroekpolder en linksaf langs de dijk naar boerderij Poeleway die in de zestiger jaren van de vorige eeuw gesloopt werd ten behoeve van nieuwbouw van onder anderen de school de Poeleway. Rechtsaf ging de weg naar de vroegere buitenplaats Uytermeer en boerderij Langeveld. Deze boerderij had vroeger het adres 1e Poellaan 102.

Beurtschippers

Het gedeelte van de 1e Poellaan tussen de Heereweg en de Zemelbrug was vroeger belangrijker dan het gedeelte over de brug. Dit kwam doordat er bij de Zemelbrug in de Rijnsloot een laad- en losplaats was voor boten. Hier werden ‘door de in en opgesetenen, de vrugten ende gewassen van haar land’ overgeladen op boten om die door beurtschippers ‘ in de naast gelegen steden Haarlem en Leijden ter mark te kunnen senden’ (Lissese resolutiën 1730).

Dit ging in eerste instantie over de Greveling naar het Haarlemmermeer. De overvaart over het meer was gevaarlijk. Daarom ging men later over de Trekvaart. Dit kon alleen over ‘het Mallegat, de eenigste vaart’ bij  de Engel, die de Rijnsloot verbond met de Trekvaart. De volgeladen boten gingen dus naar het zuiden over de Rijnsloot en via het Mallegat naar de Trekvaart vanwaar men naar Leiden, Haarlem of zelfs Amsterdam kon gaan.

Soms werd de 1e Poellaan 3e Poellaan genoemd en andersom. Dat zorgt natuurlijk wel voor verwarring bij de interpretatie van historische verhalen uit die tijd.

Het boek “De Lisser Poelpolder 1624 – 2024” is nog steeds verkrijgbaar via de website van de VOL “Oudlisse.nl” en in de boekwinkel.

Op de kaart is te zien dat de 1e Poellaan afbuigt naar de Rooversbroekpolder.
Kaart: uit 1880 van Topotijdreis.nl

De 2e Poellaan in de Poelpolder

Sporen van vroeger  (LisserNieuws) 

10 juni 2025

Door Nico Groen

 Bij de droogmaking van de Lisserpoel (1624) werden op het smalste deel van de polder de molens voor de uitwatering geplaatst. Uiteraard moesten deze molens bereikbaar zijn. Daarom werd naar de molens toe een weg aangelegd vanaf de Heereweg. De weg heette aanvankelijk Polderwech, later Nieuwe Wegh, daarna Middenweg, nog later werd dat 2e Poellaan.

 Uiteraard moest er ook een brug over de Ringsloot gelegd worden. Die brug moest voldoen aan bepaalde maten, want de beurtschippers moesten zonder problemen hun waren naar de markten van Haarlem en Leiden kunnen vervoeren. Het polderbestuur van de bedijkte Lisser Poel was verantwoordelijk voor het onderhoud van brug en weg. Maar al in 1628 was er een klacht dat de brug te laag was: schepen geladen met hooi konden er niet onderdoor varen. Over het bevaren van de Ringsloot ontstonden steeds opnieuw klachten. Hier botsten de belangen: de polder wilde het varen aan banden leggen omdat de bedijking schade opliep en het ambachtsbestuur van Lisse eiste vrije doorvaart. Oorspronkelijk was de brug in de 2e Poellaan over de Ringsloot een houten brug, maar in 1744 kwam er een stenen brug.

Drie bruggen

Er lagen oorspronkelijk 3 bruggen in de 2e Poellaan. Één over de Ringsloot aan de Heerewegkant, één over de molentocht, die van zuid naar noord loopt en één over de Achterringsloot tussen de Poelpolder en de Rooversbroekpolder Deze laatste lag precies in het verlengde van de 2e Poellaan. In 1950 werd de 2e Poellaan een B-weg waardoor andere eisen aan de breedte van de weg gesteld werden. De weg werd toen flink verbreed. De brug waarschijnlijk ook.

De brug over de molentocht werd in 1951 vervangen door een duiker. Ook werd in 1951 vergunning verleend om de vaste brug over de Achterringsloot te vervangen door een dam met duiker. In 1963 werd de Achterringsloot gedempt.

Rooversbroekbrug

De brug tussen het oude land en de Poelpolder is in 1972 weer verbreed en vernieuwd in verband met de bebouwing van Poelpolder-Zuid. De hele weg is toen breder gemaakt door de sloot aan de zuidkant tussen de brug en de Heereweg te dempen. Op het traject tussen de brug en de Rooverbroekpolder werden de weg, het fietspad en de sloot naar het noorden verlegd. Vandaar de rare kromming in de weg. De hoogte van de brug is toen ook verlaagd. Dus de hellingen zijn minder steil geworden. Vóór 1972 had de brug geen naam. In dat jaar stelde Aad van Kampen voor de brug Rooversbroekbrug te noemen met de motivering dat deze brug de richting naar de Rooversbroekpolder aangaf.

In het boekje “Wandel- en Fietsroutes langs bruggen” staat meer informatie over deze gemeentelijke brug. Dit boekje is nog steeds verkrijgbaar bij VOL, evenals de boekjes

“Wandel- en Fietsroutes langs bijzondere bomen” en “Wandel- en Fietsroutes lang monumenten en andere waardevolle objecten”.

Foto: De situatie in 1830 van de brug in de Achterringsloot. Achtergrond de huidige kaart.
Foto: LisseTijdReis

 

Sloten van de Poelpolder

 Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

27 mei 2025

 door Nico Groen

In het boek ‘De Lisserpoelpolder 1624-2024’ worden de nog bestaande sloten en kavels in de Poelpolder beschreven. Tussen de 2e en 3e Poellaan zijn de kavelsloten zo goed als allemaal nog aanwezig  en wateren allemaal af op de molentocht. Het boek is nog verkrijgbaar.

 De oorspronkelijke molentocht werd destijds over de gehele lengte van de Poelpolder gegraven vanaf het zuidelijkste puntje van de Cleijpolder in Sassenheim tot de Meeuwenlaan. In het boek staat dat de molentocht nog te volgen is vanaf het zuiden tot aan de Zwaluwstraat. Maar helaas! Door de recente grondwerkzaamheden aan de toekomstige woonwijk Geestwater is de tochtsloot helemaal gedempt vanaf de 2e Poellaan tot ’t Lange Rack.  Ook de kavelsloten, die 400 jaar geleden zijn gegraven zijn daar allemaal gedempt. Het is een gemiste kans om deze cultuurhistorische sloten te behouden. De gemeente heeft anders besloten, ondanks dat de VOL erop heeft aangedrongen de oorspronkelijke sloten in stand te houden en de plannen daarop aan te passen. De kavelsloten in de eerdere woonwijken, die in de jaren zestig en zeventig zijn bebouwd, zijn ook verdwenen, maar toen was er nog niet zoveel historisch besef als tegenwoordig. Tussen de 2e en 3e Poellaan zijn de kavelsloten zo goed als allemaal nog aanwezig  en wateren allemaal af op de molentocht. Er zijn geen kavelsloten ten zuiden van de 3e Poellaan in de Cleijpolder. Op de kaart van Dou uit 1624 staan ook geen kavelsloten ingetekend. Waarschijnlijk zijn hier dus nooit kavelsloten geweest, hoewel dat in het boek anders vermeld staat.

Een nieuwe kleine molen in 1630

Al in de beginjaren van de Poelpolder werd ingegrepen in het waterbeheer van de polder. Het maaiveld van het zuidelijk gedeelte van de Poelpolder lag lager dan dat in het noordelijk gedeelte. Het polderbestuur besloot daarom in 1630, 6 jaar na de realisatie van de Poelpolder, een derde molen te bouwen. Het werd een kleine achtkantige molen voor onderbemaling van de zuidelijke kavels. Waar deze achtkantige molen ooit gestaan moet hebben, is nog enigszins duister, maar de bronnen spreken van het land van Coyman, dat te laag lag oftewel de voormalige kavels IX en X. De meest voor de hand liggende plek is dan tussen de voormalige kavels VIII en IX aan de molentocht. (Zie de kaart hiernaast). Deze plek is nog te bereiken vanaf de Heereweg, langs het pad van boerderij Heemskerk ofwel de Willemshoeve naar de tochtsloot bij het bedrijf van Lubbe. Hoe lang deze kleine achtkanter in gebruik is geweest is niet duidelijk.

De capaciteit van de molentweegang aan het einde van de 2e Poellaan was te klein, bovendien waren deze molens erg onderhoudsgevoelig. Na een stormvloed is de Grote Poelmolen in 1676 gebouwd en werd het overtollige water bij het voormalige Hellegat geloosd. Voor wateraanvoer daarnaartoe werd een kavelsloot verbreed en uitgediept met een aansluiting op de molentocht. Daarna is de kleine molen overbodig geworden omdat deze verbrede kavelsloot richting het Hellegat zuidelijker lag dan de kleine molen.

Foto: Gedeelte van de kaart met de kavelnummers van Jan Pietersz. Dou uit 1624

 

 

Sporen in de Poelpolder: de Ringsloot

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

13 mei 2025

 dor Nico Groen

In het boek ‘Lisserpoelpolder 1624-2024’ worden in het laatste hoofdstuk sporen uit het verleden, die nog te zien zijn, benoemd. Een van deze elementen van 400 jaar geleden is de Ringsloot met de Ringdijk. De Ringsloot met de dijk zijn voor een groot gedeelte nog te volgen. Het boek is nog verkrijgbaar.

 Als vanaf de brug in de Ruishornlaan (De Elkabrug, vernoemd naar de kistenfabriek aan de overkant) de dijk naar het zuiden wordt gelopen, zijn de oorspronkelijke Ringdijk en Ringsloot nog lang te volgen. Dijk en sloot zijn 400 jaar geleden aangelegd. Men passeert de 1e Poellaan, de 2e Poellaan en de 3e Poellaan. Deze westelijke rand van de Poelpolder is nog geheel intact. Dit geldt ook voor de zuidelijke dijk bij de Cleijpolder. Via het overbekende ‘Ommetje Poelpolder’ en ‘Het wandelnetwerk.nl’ kunt u overigens een groot deel van het traject te voet op uw gemak eens nalopen.

Het noordelijk stuk van de Hellegatspolder is grondgebied van Lisse. Tijdens de aanleg van de Poelpolder is de Hellegatspolder met een dam verbonden met de Rooversbroekpolder. Dat is tegenwoordig het fietspad van de 3e Poellaan naar de Grote Poelmolen. Het fietspad heet tegenwoordig Rooversbroekdijk. Dat klopt eigenlijk niet, want de oorspronkelijke Rooversbroekdijk hield bij de Grote Poelmolen op. In het boek wordt daarom de naam Hellegatsdam aangehouden. In het boek staat ook dat dit een aanbeveling aan de gemeente Lisse is om eens over de naam na te denken.

Vanaf de Grote Poelmolen naar het noorden is alles veranderd. De Ringsloot is in 1963 in zijn geheel gedempt met de Ringdijk. Een weg is aangelegd op de vroegere Rooversbroekdijk, die afgevlakt is. Deze weg heet daarom tegenwoordig Rooversbroekdijk. Daarmee werden de beide polders in 1963 samengevoegd.

Bij de Lisserpoelmolen is nog een restant van de toenmalige Ringsloot aanwezig, dat tegenwoordig als haventje wordt gebruikt. De oude route van de Ringsloot is vanaf hier nog te herkennen door de Rooversbroekdijk te volgen tot de Mesdagstraat. Helaas is bij de nieuwbouw in de jaren zestig de rest verloren gegaan. De Ringsloot liep vanaf de Mesdagstraat ongeveer naar de hoek van de Frans Halsstraat met de Gerard Doustraat en vervolgens naar het begin van de Verdistraat. Vandaar liep de sloot net achter de huizen van de Verdistaat in het Mondriaanpark naar het oosten naar Jachthavendam. Net ten zuiden van de jachthaven ligt nog een haventje. Dat wordt het haventje van Oldenhage genoemd. Dit haventje is nog een laatste gedeelte van de Ringsloot.

Vanaf de Jachthaven tot de Elkabrug is de oorspronkelijke Ringsloot, vroeger Havenkanaal geheten, weer goed te zien. Dit gedeelte van de Ringsloot wordt tegenwoordig De Greveling genoemd. Maar de toenmalige Greveling lag veel meer naar het oosten: vanaf de jachthaven naar het Turfspoor in de Lisserbroek als afscheiding tussen de Lisserbroekerpolder en de Rooversbroekpolder. Het was een recht, waarschijnlijk gegraven kanaal.

Foto: Restant van de oostelijke Ringsloot naast de molen, nu een haventje.
Foto: M. Hoogeveen 2023

 

 

 

 

Hongerwinter in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

29 april 2025

 door Peter Vink

Dit jaar vieren we 80 jaar vrijheid en herdenken we de slachtoffers van de oorlog.

Vrijheid is echter geen vanzelfsprekendheid en is nooit af. Kijk maar naar de wereld om ons heen waar tot op de dag van vandaag oorlog wordt gevoerd en mensen met dood, vernietiging en honger worden geconfronteerd. Daarom is het goed om de herinnering aan de oorlog in ons eigen land levend te houden en stil te staan bij de ellende van toen, zoals de hongerwinter van 1944-1945.

 Al vóór de bezetting van Nederland door de Duitsers in 1940 was er schaarste aan voedsel, brandstof, levensmiddelen en kleding. Daarom werd een bonnendistributiesysteem ingevoerd om de schaarse artikelen eerlijk te kunnen verdelen. Tijdens de oorlogsjaren nam de schaarste echter snel toe en in 1942 was vrijwel alle voedsel al volledig op de bon. Toch probeerde men zoveel mogelijk door te leven en werd men vindingrijk om met weinig toch te kunnen overleven. De treinstaking in september 1944 veranderde alles in het westen van Nederland. Men hoopte met deze staking de opmars van de geallieerden en dus de bevrijding te versnellen. Het pakte totaal anders uit doordat de Duitse bezettingsmacht als vergelding alle voedseltransporten naar het Westen van Nederland blokkeerde. Daardoor ontstond snel een groot tekort aan voedsel. Ook in Lisse was al snel geen voedsel meer te krijgen. Bovendien werd de levering van brandstoffen gestaakt zodat gezinnen in Lisse vaak zelf ook geen voedsel meer konden bereiden.

Gaarkeuken

Men ging daarom in Lisse een centrale keuken oftewel een gaarkeuken inrichten in een bollenschuur van de firma G. van Parijs aan de Grachtweg. In de grote ketels waarin normaal bloembollen werden behandeld werden nu maaltijden bereid en vanaf 4 oktober 1944 uitgedeeld aan de hongerende bevolking. Het waren sobere maaltijden van afwisselend stamppot, soep of pap. Ongeveer 2500 Lissers melden zich direct voor verstrekking van voedsel uit de gaarkeuken. In mei 1945 was dit opgelopen tot 6000 personen. Dus 60% van de Lissese bevolking deed een beroep op de gaarkeuken. Voor zover men nog wel zelf voedsel kon bereiden op een kacheltje (gestookt met illegaal gekapt hout) werden ook tulpenbollen gebruikt als aanvulling op het weinige wat er aan normaal voedsel te krijgen was. Men gebruikte niet alleen tulpenbollen maar ook voederbieten, aardappelschillen en krokusknollen. Brood werd gemaakt van spinazie, bieten en tulpenbollen. Het Voedingsbureau van den Voedselraad gaf voorlichting hoe tulpenbollen te gebruiken in bijv. stamppot, zuurkool, soep, hartige (pannen)koekjes of brood.

Gelukkig werden in maart 1945 Zweedse voedselpakketten uitgedeeld en volgden snel droppings met voedsel door de geallieerden.

Na de bevrijding in mei 1945 kwam de toevoer van voedsel weer langzaam op gang en was de hongerwinter voorbij. Toch bleven veel producten nog geruime tijd schaars en bleef het bonnendistributiesysteem nog lang bestaan. Pas in 1952 was koffie weer vrij te koop.

Receptenboekje in oorlogstijd

Distributiebonnen

Foto: Ruimte van de gaarkeuken bij Van Parijs tijdens de hongerwinter
Foto’s: OudLisse

Nogmaals ‘Overstroming in de Poelpolder’

 Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

15 april 2025

door Nico Groen 

In het boek ‘Lisserpoelpolder 1624-2024’ worden 5 overstromingen in de Poelpolder beschreven. Het boek is nog verkrijgbaar. De vierde overstroming was in 1804. Over deze overstroming is meer bekend door een relaas van de landmeter van Rijnland.

 De weersomstandigheden waren vóór de overstroming al buitengewoon slecht. In het boek staat dat er gesproken wordt over ‘Felle noord-oosten winden en buien’ die het water in zuidelijke richting opstuwden en dus ook het water van de  Ringsloot rondom de droogmakerij. De ringdijk had al veel schade opgelopen. De weersomstandigheden werden maar niet beter en ‘eindelijk’ in de ‘Nagt tussen Zondag en Maandag den 12den en 13den Februari 1804’ gebeurde het dan toch. Niet ver ten noorden van de 1e Poellaan, ongeveer tegenover de Zemelpoldermolen, ontstond ‘tot opden bodem’ een gat en die alles binnen ‘den Poel dreigde omver te werpen’.

Gevolgen van de overstroming

Kennelijk waren veel eigenaren niet bedacht op een overstroming van deze omvang. Veel boeren hadden op dat moment nog vee in de weiden lopen. De boeren moesten dus in rap tempo ‘hun vee en haave zoo verre het zich daarin bevond ontruymen en tragten te redden’. Maar dit was natuurlijk niet het enige probleem. Ook vele gaten in de dijken moesten met spoed gedicht worden, terwijl er een ‘groot gebrek aan de meest benodigde Specie (aarde)’ was volgens de landmeter. Ook het vervoer was een probleem. Bij de grote doorbraak tegenover de zemelpoldermolen hebben de eigenaren zelfs een schip laten zinken omdat er  niet genoeg grond was te vinden in de nabije omgeving. We lezen dat de boeren deze actie ‘met geen ongunstige gevolg beloond’ zagen.

De landmeter had zelf waargenomen dat het water tot 1,5 m hoogte in de polder was gekomen. Aan huizen en boerderijen was veel schade aangericht. Een drietal ‘Huysmanswoningen’ had zelfs zoveel van de overstroming geleden, dat men tot sloop overging en het puin gebruikt werd om de beschadigde dijk te verstevigen. Een groot gedeelte van de dijk was zwaar beschadigd, maar dat was nog niet alles. De bruggen in de 1e en 2e Poellaan waren er slecht aan toe. Beide bruggen hadden, zo lezen we, ’door de zwaere persingh van ’t Water zodanigh geleden dat de steene Vleugels geheel zijn omgevallen en alles verder uyteen gerukt’. Er moesten dus nieuwe bruggen gemaakt. Timmerman J. Guldemond heeft dat aangenomen voor 3.125 gulden. Kort na het herstel van beide bruggen ontstonden nieuwe problemen, want de Zemelbrug bleek op te laag niveau te zijn gerepareerd. Onder deze brug door werd zand vervoerd van een afzanding bij het Keukenduin nabij het Reigerbos, ten behoeve van ophogingen in Amsterdam. Na de reparatie van 1804 konden zandschuiten helaas niet meer onder de brug door. De eigenaar van de afzanding, Van der Staal, heeft na hevige discussie uiteindelijk de ophoging van de brug zelf moeten bekostigen.

De kosten die alle schade met zich mee bracht waren enorm en geraamd op 15.000 tot 20.000 gulden, een enorm bedrag voor die arme tijd.

Foto.: Deze foto uit 1953 laat zien hoe een gat in de dijk met een schip gedicht kan worden.
Foto: Uit het boek ‘Lisserpoelpolder 1624-2024’