Uitgegeven artikelen in pers etc.

YAD VASHEM ONDERSCHEIDING VOOR BALTES

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                   

5 mei 2015

door Nico Groen

Achttien  Joodse onderduikers in één gezin

Woensdag 6 november 2013 werden de heer Johannes Baltes en zijn vrouw Hendrika Catharina Maria Baltes-van der Heijden postuum geëerd met de Yad Vashem onderscheiding. De erkenning werd aangevraagd door de heren Verdoner, destijds door de familie Baltes in hun gezin opgenomen.
Dochter Coby Baltes uit Castricum mocht deze hoogste onderscheiding in de Synagoge van Arnhem in ontvangst nemen uit handen van de ambassadeur van Israël mr. Haim Divon. Zij kreeg een oorkonde en een medaille.
Vanaf 1939 woonde familie Baltes aan het Vierkant op de bovenverdieping van een pand
(nu boekhandel Grimbergen). Zij huurden de verdieping van de heer Mens. In dit pand is in de 2e wereldoorlog voor korte en soms voor langere tijd onderdak gegeven aan wel 18 Joodse mensen en ook nog aan 2 mannen die zich schuilhielden omdat zijn anders opgeroepen zouden zijn voor de Arbeitseinsatz.

Mevrouw Coby Baltes heeft haar herinneringen aan de oorlogsperiode opgeschreven in een ontroerend relaas. Dit verhaal over het wel en wee tijdens de oorlog en haar herinneringen aan de Joodse onderduikers staat in het eerste Nieuwsblad van 2014 van de Vereniging Oud Lisse. In het Nieuwsblad van het tweede kwartaal 2014 wordt haar relaas vervolgd.
Daarin schrijft zij onder andere het volgende.
‘De eerste die in het gezin werd opgenomen was een Joods meisje van 2 jaar. Helaas kwam zij in 1943 te overlijden aan een besmettelijke ziekte’. Ook schrijft zei: ‘Eens, toen de Duitsers fietsen zochten in ons huis, werd door hen door de kamerdeur naar binnen gekeken. Oom ‘Mau’ en ‘Bob’ zaten met de rug naar de kamerdeur. Oom ‘Mau’ was aan het bonnen plakken voor mijn vader en ‘Bob’ en ik waren aan het figuurzagen. (Mau en Bob waren schuilnamen voor Joodse onderduikers). Mooie dingen hebben we toen gemaakt, o.a. een staande schemerlamp in de vorm van een lantaarn. Goedkeurend gemompel van de soldaat die om het hoekje van de deur keek en hij vertrok. Dit voorval staat echt gegrift in mijn geheugen’.

De heer Baltes was al voor de oorlog chef-kruidenier in Lisse.
Na de oorlog, in 1954 begon de familie een kruidenierszaak aan de Heereweg tussen het Vierkant en de Kanaalstraat aan de westkant (heereweg 194A) van de weg. Zij hadden deze winkel tot 1964. Door de opkomst van supermarkten moest deze winkel noodgedwongen sluiten. De heer en mevrouw Baltes zijn in Lisse blijven wonen tot hun overlijden in 1982 resp. 1984.

In 1953 werd Yad Vashem opgericht. Het is de officiële Israëlische staatsinstelling voor oorlogsdocumentatie, studie en voor het herdenken van de Joodse slachtoffers van de Holocaust en de redders van Joden. Deze redders krijgen de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren en hun naam wordt gegraveerd in de ‘Muur der Rechtvaardigen’ in de tuin bij Yad Vashem in Jeruzalem.

Vanwege het opnemen van zoveel Joodse onderduikers en het gevaar wat hieraan verbonden was heeft de Vereniging Oud Lisse aan de gemeente voorgesteld om als herinnering een nieuwe straat de naam Johannes Baltesstraat te geven.

De Winkel van Baltes. Foto: Archief Oud Lisse

BEHOUD VAN HISTORISCHE PANDEN BELANGRIJK

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                   

21 april 2015

door Nico Groen

Een van de doelstellingen van de Vereniging Oud Lisse is het behoud van historische beeldbepalende gebouwen. De Vereniging is opgericht in 1991 uit verontwaardiging over de plotselinge sloop van een aantal beeldbepalende villa’s in het noorden van het dorp. Zij zet zich sindsdien op krachtige wijze in voor het behoud van dit soort panden. De werkgroep Bouwkunde/Archeologie en Ruimtelijke ordening is van groot belang om dit te realiseren. Daarom is er twee keer per jaar  overleg van deze werkgroep met de gemeente Lisse over nieuwe plannen. We hopen daarmee al in een vroeg stadium een mening te kunnen vormen om  eventuele suggesties te doen voor een beter behoud of renovatie van het betreffende pand. Soms lukt dat goed en een andere keer niet of  minder goed.
In het jaarverslag van de Vereniging over 2014 staat wat er zoal gepasseerd is over bestemmingplannen en dergelijke. Hieronder staan een drietal plannen vermeld.
In 2013 is op het bestemmingsplan “De Zon, van Kanaalstraat 33 en Van de Veldstraat 2 en 2a een zienswijze ingediend door buurtbewoners en onze Vereniging. We zijn zeer teleurgesteld dat de op- en aanmerkingen op de zienswijze nauwelijks zijn gehonoreerd. Een tegenvaller dus.
Mede op ons verzoek heeft bureau Argos na de sloop in januari 2014 van het oudste pand van Lisse (Heereweg 191) langs de Heereweg een prehistorische akker gevonden. Ook zijn in een proefsleuf restjes aardewerk en munten aangetroffen. Dit geeft aan, dat er in de 18e eeuw bewoning is geweest. Ook een waterput en een beerput zijn onderzocht. Ook is een vermoedelijk 17e eeuwse muur aangetroffen. Wij hebben het evaluatierapport ontvangen.
We betreuren het zeer, dat de Openbare Lagere School uit 1886 in het kader van het Raadhuispleinplan gesloopt gaat worden. Waarnemend voorzitter Wim Bosch heeft ingesproken in de raadsvergadering van juni 2014. Hij bracht naar voren, dat in 2010 een zeer positief advies is uitgebracht door de Bond Heemschut dat de openbare school zeer karakteristiek en monumentwaardig is. Wim Bosch betoogde nogmaals, net als in 2010, het erg jam

mer te vinden dat de sfeer van het historisch en groene centrum ter plaatse moet verdwijnen, inclusief de monumentale eik tussen de Voorhof en de school en de rij monumentale linden langs de Heereweg.
Om als Vereniging veel invloed te kunnen hebben is het van groot belang, dat er veel mensen lid zijn van de Vereniging Oud Lisse. De gemeente zal eerder luisteren naar een vertegenwoordiger van een club van 1000 mensen, dan van een club van 100 mensen.  U kunt zich via het mailadres hieronder aanmelden als lid. De kosten zijn maar €  16,50 per jaar. Hiervoor krijgt u bovendien ieder kwartaal een Nieuwsblad met veel informatie  over geschiedenis, historische gebouwen/landschappen en personen, die vroeger in Lisse woonden en werkten. Verder zoeken we nog deskundigen op gebied van bouwkunde met interesse in historische panden voor de werkgroep Bouwkunde/archeologie en Ruimtelijke ordening.

Het huidige pand op Van der Veldstraat 2. Foto: Nicon Groen

 

POELPOLDER 50 JAAR: VAN WEIDSE WEILANDEN NAAR WONINGEN

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                   

4 april 2015

door Nico Groen

De historie begint gisteren. Een van de doelstellingen van de Vereniging Oud Lisse is het levend houden van de historie van Lisse. Daar past dus ook bij dat stilgestaan wordt bij het feit dat de bebouwing van de wijk Poelpolder 50 jaar geleden begon en met de ontwikkelingen daarna.
In verband met Poelpolder 50 jaar heeft Arie in ’t Veld een boek geschreven met de weidse titel ‘Uitgestrekte weilanden werden woonwijken’. Het boekje kan besteld worden via het secretariaat van de stichting Poelpolder 50 of Tiny.Reeuwijk@xs4all.nl.
Arie: “De geschiedenis van die halve eeuw is in het boek samengevat. Het boek heeft niet de pretentie om de gehele halve eeuw vast te leggen, omdat vooral de nadruk is gelegd op de start van de woningbouw in de wijk 50 jaar geleden en de ontwikkelingen daarna”.
In 1956  begonnen reeds de voorbereidingen om in dit gebied op grote schaal huizen te bouwen. De bedoeling was om in 1962 te beginnen met bouwen. Dat gebeurde uiteindelijk in 1965. Op 2 december 1965 werd door burgemeester de Graaf in de gevel van de woning op de hoek Uitermeer/Ruishornlaan een gedenksteen geplaatst. Op 1 juni 1966 werden de eerste woningen aan de Ooievaarsstraat in gebruik genomen. Arie beschrijft ook een aantal interviews met bewoners van het eerste uur. Het bleek dat er lang niet alleen woningzoekenden uit Lisse in de Poelpolder kwamen wonen. Zij kwamen overal vandaan, maar vooral uit de regio Leiden. De eerste bewoner Roel Koning: “Een winkelcentrum moest er ook komen, maar dat bestond alleen op papier. Voor de dagelijkse boodschappen konden we terecht in een noodwinkelcentrum, dat in garages was gevestigd op het binnenplein van de Zwaluwstraat”. Verder staat er bijvoorbeeld een interview in met een timmerman, die aan de flats heeft gewerkt. Al gauw werd er een actiecomité opgericht. Het resultaat hiervan was de oprichting van het Gemeenschapscentrum De Poel. Bovenstaande en nog veel meer staat in het prettig te lezen boek.
Het laatste Nieuwsblad van de Vereniging Oud Lisse van januari 2015 bestaat  voor een groot gedeelte uit artikelen over de Lisser Poelpolder, onder andere het droogleggen van de Lisser Poel in 1624. Het heette toen de ‘Bedijkte Lisser Poel’. Ook het feit, dat de Lisser Poelpolder helemaal geen polder is maar een droogmakerij, komt aan de orde evenals het feit, dat wat nu de wijk Poelpolder heet voor een groot gedeelte in de Rooversbroekpolder ligt. In een ander artikel staat, dat de naam Poelpolder al in 1602 vermeld wordt in het Rechtelijk Archief van Lisse in de relatie tot  verpachting  van een stuk land. Dus vele jaren vóór de droogmaking van de Lisser Poel. Deze oude Poelpolder lag ten westen van de huidige Poelpolder richting Heereweg.

Het boek ‘Uitgestrekte weilanden worden woonwijken’ van Arie in ’t Veld leest plezierig.

WAARDEVOLLE PARTICULIERE BOMEN OPGEVEN BIJ DE GEMEENTE

In 2014 is een nieuw bomenboek door de Vereniging Oud Lisse uitgegeven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

24 maart 2015

door Nico Groen

De Vereniging Oud Lisse stelt zich het behoud van het cultureel erfgoed ten doel. Dit geldt niet alleen voor panden , maar ook voor bomen en landschappen.
Daarom heeft de Vereniging in 1992 een inventarisatie gemaakt van alle waardevolle en toekomstig waardevolle bomen. Dit resulteerde in 1993 in een boek ‘Bomen van Lisse’ van Udo Hassefras. Aan de hand van deze inventarisatie heeft de gemeente Lisse toen ‘De monumentale bomenlijst in Lisse’ opgesteld met 200 bomen van toen 80 jaar en ouder en meer dan 200 bomen van toen 50 jaar en ouder. Deze lijst staat op de website van de Vereniging Oud lisse.
In 2014 is een nieuw bomenboek door de Vereniging Oud Lisse uitgegeven. Dit boek heet ‘Fiets- en wandelroutes langs monumentale bomen in Lisse’  met daarin alle bomen van 100 jaar en ouder en veel andere interessante bomen.
De gemeenteraad Lisse heeft in mei 2014 het bomenbeleidsplan vastgesteld. Vóór dat de raad dit beleid vaststelde heeft de Vereniging Oud Lisse samen met de KNNV Natuurvereniging Bollenstreek een zienswijze ingediend om volgens hen het beleidsplan te verbeteren. Deze en andere zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van het beleidspan omdat de zienswijzen volgens de gemeente niet over het beleid zelf gingen, maar over het bepalen van criteria voor waardevolle bomen, de bomenverordening en het beheersplan.
Uit het beleidsplan zou je bijvoorbeeld op kunnen maken, dat het aantal waardevolle bomen in het centrum in de toekomst gelijk blijft, maar dat er in alle wijken van na de oorlog geen waardevolle bomen bijkomen, omdat die na de oorlog geplant zijn. Op de zienswijze  van beide verenigingen was de inspraakreactie hierover als volgt. “De gemeente beschouwt jonge bomen, die zijn aangeplant met een ambitie leeftijd van 120 jaar en waar de groeiplaats ook voor is ingericht als waardevolle bomen. Deze komen dus op de lijst te staan als potentieel waardevol. Dit moet in de criteria worden uitgewerkt”. Dit betekent, dat in alle wijken bomen benoemd kunnen worden, die potentieel waardevol zijn!
Om alle criteria vast te stellen is een bomenklankbordwerkgroep door de gemeente in het leven geroepen. Nico Groen neemt daaraan deel namens de Vereniging Oud Lisse en namens de KNNV Natuurvereniging Bollenstreek. Hoe de stand van zaken hiervan is, kunt u volgen op www.lisse.nl/bomen.
Aan de hand van de vast te stellen criteria kunnen nieuwe bomen worden toegevoegd. De gemeente vraagt daarom aan alle inwoners om vóór 31 maart bijzondere  niet gemeentelijke bomen op te geven via  bomen@lisse.nl met vermelding van locatie en de reden. Van gemeentelijke bomen zijn de statussen bekend en deze hoeven dus niet te worden opgegeven.
In het beleidsplan staat dat particulieren naast bepaalde verplichtingen ondersteuning kunnen krijgen in de vorm van informatie, inspanning  en/of financiële bijdrage aan duurzaam onderhoud van hun waardevolle bomen. Hoe die ondersteuning er uit gaat zien is nog niet bepaald.
De Vereniging Oud Lisse vindt het erg belangrijk om in de toekomst in alle wijken in Lisse bomen van 100 jaar of ouder te hebben.

Om waardevolle bomen te krijgen, moet je geduld hebben, zoals hier op Heereweg 289 met een rode beuk. Foto: Nico Groen

HET DAGBOEK VAN JOHAN MAURITS VAN LYNDEN BELICHT

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                       

10 maart 2015

door Nico Groen

Op dinsdag 17 maart is er weer een inloopavond van de Vereniging Oud Lisse.
Annechien Bertheux is dan onze gast met een zeer interessante lezing over Johan Maurits van Lynden. De titel van de lezing is: “Het dagboek van Johan Maurits graaf van Lynden van zijn reis naar Nagasaki via Oost-Indië in 1855, uit het familiearchief van kasteel Keukenhof”.
In het archief van kasteel Keukenhof bevindt zich een reisdagboek uit het jaar 1855 van Johan Maurits graaf van Lynden (1807-1864). In het reisdagboek wordt verslag gedaan van zijn reis naar Japan, die hij  maakte in opdracht van koning Willem III.
Johan Maurits van Lynden was de overgrootvader van Jan Carel Elias, graaf van Lynden (1912-2003). Deze was de laatste particuliere eigenaar van het kasteel.
Nederland was na de afsluiting van Japan in 1640 het enige westerse land dat op een klein eilandje voor de kust van Nagasaki, Deshima genaamd, handel met Japan mocht drijven.
De Nederlandse regering was in 1855 gealarmeerd door berichten over een Amerikaans-Japans handelsverdrag. Daarom besloot de regering een oorlogsstoomschip, de Soembing, aan Japan aan te bieden. Dit werd uitgev

oerd door kapitein-luitenant ter zee 1e klasse Gerhardus Fabius, die in1806 geboren was in Lisse. Men hoopte dat door dit geschenk eenzelfde handelsverdrag als met de Amerikanen kon worden gesloten. Koning Willem III achtte het passend om bij die gelegenheid een meer dan levensgroot portret van hemzelf aan de shogun (de Japanse opperbevelhebber) te schenken. Dit schilderij was gemaakt door Nicolaas Pieneman. Johan Maurits graaf van Lynden kreeg de opdracht het portret in Japan aan te bieden. Hij was namelijk opperstalmeester en opperintendant van de paleizen aan het hof.
De graaf heeft gedurende de gehele reis brieven naar zijn vrouw en kinderen gestuurd. Na terugkeer heeft hij deze brieven ‘in het net’ overgeschreven en verwerkt tot een reisdagboek van 375 in het Frans geschreven bladzijden. De artistiek begaafde Van Lynden maakte gedurende zijn reis van Suez naar Nagasaki via Nederlands-Indië vele schetsen en aquarellen. Terug in Nederland werd daarvan een niet gesigneerd olieverfschilderij vervaardigd, met twintig panelen. Dit bevindt zich in de collectie van het Scheepvaart Museum in Amsterdam. De schetsen en aquarellen die hij maakte op het eiland Deshima werden in 1860 gelithografeerd. Dit werd op losse bladen uitgegeven in een map met de titel ‘Souvenir du Japon’. Tien originele schetsen en aquarellen zijn in het bezit van het Maritiem Museum in Rotterdam.

Annechien Bertheux-Graatsma heeft Nederlandse taal en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen gestudeerd. Later behaalde zij aan de Rijksuniversiteit te Leiden haar tweede academische graad, nu in de kunstgeschiedenis. Sinds 2005 is zij als vrijwilligster verbonden aan kasteel Keukenhof. Zij doet daar archiefonderzoek.
De lezing is in de Vergulde Zwaan, Havendwarstraat 4. De zaal is open om 19.00 uur en de lezing begint om 19.30 uur. De toegang is gratis voor leden en mensen, die zich die avond aanmelden als lid van de Vereniging Oud Lisse. Niet leden betalen 3 euro entree.

De lezing op 17 maart in Centrum voor Cultuurhistorie Duin- en Bollenstreek de Vergulde Zwaan begint om 19.30 uur. Foto: Nico Groen

 

EREPENNING 2015 VOOR HEEREWEG 46

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                       

24 februari 2015

door Nico Groen

De Vereniging Oud Lisse is vanaf de oprichting in 1991 altijd zeer betrokken geweest bij het behoud en het verfraaien van markante panden. Om bewoners van deze panden te stimuleren om hun woning of bollenschuur goed te onderhouden, is al vrij snel de erepenning van de Vereniging Oud Lisse ingesteld. Dit als blijk van waardering voor bewoners die zich op een bijzondere manier hebben ingespannen om hun pand op een goede en verantwoorde manier te onderhouden.
Ieder jaar wordt op de jaarvergadering van de Vereniging Oud Lisse deze erepenning uitgereikt aan een markant gebouw, dat op een goede manier gerestaureerd is. Op de jaarvergadering van 17 februari maakte Frits Treffers bekend, dat deze erepenning in 2015 naar de bewoners van de woning Heereweg 46 gaat.
Deze woning staat op de hoek van de Heereweg met de Mendeldreef. De bouw stamt uit het begin van de twintigste eeuw en is dus zo’n honderd jaar oud. Het heeft een ‘speelse’ voorgevel.
De eigenaren Jacques en Bibiana de Vroomen hebben alles het laatste jaar grondig opgeknapt. Niet alleen de muren van de woning zijn gerestaureerd maar ook de rommelige schuren zijn verwijderd.
Volgens Treffers zijn onder andere de buitenmuren grondig gereinigd en opnieuw professioneel gevoegd.
Door de aanwezige rommelige schuren was het volgens Treffers een zootje. Mede doordat er een schuur tegen de achtermuur was aangebouwd. Deze reikte zelfs tot de dakgoot. Deze oude schuur tegen de achtergevel is vervangen door een mooi passend laag gebouw met plat dak. De mooie achtergevel komt nu goed uit. Dit is vanuit de Mendeldreef goed te zien.
Een ander groot rommelig gebouw stond aan de Mendeldreef, waar ooit drukkerij Alkemade zat. Later heeft het als opslagplaats voor de winkel van de Vlinder gediend. Het is helemaal gesloopt en vervangen door 3 lage appartementen. Deze passen volgens Treffers goed in de omgeving van de woning.
Volgens Bibiana de Vroomen zijn ze in november 2013 begonnen met de veranderingen en was het in november 2014 helemaal af. “Frits Treffers kwam vorig jaar deze tijd al kijken of we voor de erepenning in aanmerking zouden kunnen komen. Het was toen echter nog lang niet af. De onderscheiding is dus feitelijk een jaar uitgesteld. We zijn erg verguld, dat we deze penning hebben gekregen”.
De op een groot scherm afgebeelde foto’s van de woning zoals het er nu uitziet, vielen bij de vijftigtal belangstellenden in goede smaak. De stoelen in de zaal van het servicecentrum De Vergulde Zwaan waren namelijk allemaal bezet tijdens de jaarvergadering.
Na de pauze was Herman van der Fange aan de beurt . Hij vertelde met behulp van foto’s, kaarten, schilderijen en tekeningen over de geschiedenis van het Haarlemmermeer. Vóór de droogmaking in de jaren 1849-1853 was het Haarlemmermeer een enorme watervlakte, die aan de randen, onder andere van de Lisserbroekpolder bij storm steeds meer land afknabbelde. Hij eindigde zijn verhaal met het huidige gebruik, de bewoning en industrie van deze buurgemeente van Lisse .

De familie de Vroomen kreeg de erepenning als blijk van waardering voor de restauratie van hun huis. Foto Oud Lisse.

17 RIJKSMONUMENTEN VAN KEUKENHOF

Alle rijksmonumenten van landgoed Keukenhof worden genoemd.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws).

10 februari 2015.

door Nico Groen

We vervolgen onze wandeling langs alle 35 geregistreerde rijksmonumenten in Lisse. Nu komen die van landgoed Keukenhof aan de beurt. Volgens het boek uit 2010 ‘Wandel- en fietsroutes Zuid en Noord: Monumenten’ van de Vereniging Oud Lisse staan er 17 rijksmonumenten op het landgoed. Daar is .in 2010 het stationsgebouw van Lisse door aankoop bijgekomen. De meeste gebouwen zijn in de loop van de tijd gerestaureerd.
• Boerderij Middelburg met karnmolen, Loosterweg-Noord 6. Vroeger heette deze boerderij uit de 17e eeuw ‘Mo(r)schveen’. Het voorhuis is in 1868 gebouwd.
• De schaapskooi met riet gedekt op het kruispunt van Loosterweg- Noord en de Stationsweg. Deze kooi uit de 19e eeuw is in 1992 herbouwd.
• De stal van het Jagershuis uit 1926 met als adres Stationsweg 51.
• Boerderij ’t Lammetje Groen, Stationsweg 53/55 . De boerderij dateert oorspronkelijk uit 1650. Later is het uitgebreid.
• Dubbel woonhuis ’t Hoogje met adres Stationsweg 164 en 166. Het dateert uit de 18e eeuw.
• Spoorwegstation, Stationsweg 57 en 59. Het station is gebouwd in 1904/1905.
• Het complex Keukenhof bestaat uit diverse rijksmonumenten. Dit bevat onder anderen, parkaanleg met o.a. de toegangspalen met natuurstenen siervazen bij de oude entree, de oude oprijlaan zelf en het kasteel Keukenhof gebouwd in 1641.
• Het Zwitsers speelhuis in de Frederik’s hof met de z.g. koude bakken (met één gerestaureerd raam) en de oude muren. Oorspronkelijk gebouwd in 1850.
• Het eendenhuis is een z.g. follie. Een romantisch huisje met een schijn duiventil. Follies werden in de 19e eeuw voornamelijk voor de sier neergezet. Het Engelse folly betekent nutteloos gebouw.
• Het koetshuis, tuigkamer, paardenstallen, woningen en tuinmanswoning zijn gebouwd in 1857-1858.
• De hofboerderij van Keukenhof is gebouwd in 1643. Het bakhuisje en karnmolen zijn nog niet gerestaureerd.
• Het washuisje met vrijstaande buitenpomp dateert uit de 18e eeuw.
• Het Sparrenhuisje gedekt met riet heeft een origineel raam

 

 

Van alle 93 gemeentelijke en 35 rijksmonumenten staan er foto’s in het wandel- fietsrouteboek met een uitgebreide beschrijving. Vaak staan er meerdere foto’s en tekeningen uit vroegere tijden bij. Dit boek is te koop bij de plaatselijke boekhandel en bij de Vereniging Oud Lisse.

 

 

 

Het kasteel zelf is een van de rijksmonumenten

Het romantische eendenhuis-follie is een van de rijksmonumenten van Lisse. Foto Nico Groen

35 RIJKSMONUMENTEN VAN LISSE

35 Rijksmonumenten worden besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws).

27 januari 2015.

 

door Nico Groen

De Vereniging Oud Lisse heeft in 2010 een boek uitgegeven over monumentale gebouwen in Lisse. Het boek heet ‘Wandel- en fietsroutes Zuid en Noord: Monumenten’. Daarin wordt vermeld, dat Lisse 93 gemeentelijke monumenten en 35 rijksmonumenten rijk is. Mede door inspanningen van de Vereniging Oud Lisse is dit grote aantal tot stand gekomen. Van de rijksmonumenten zijn er maar liefst 17 van Landgoed Keukenhof. De overige rijksmonumenten staan verspreid in Lisse:
De Grote Kerk aan het Vierkant Heereweg 250. Het schip stamt uit de 15e eeuw, maar de kerk is diverse keren gedeeltelijk herbouwd en gerestaureerd.
De boerderij van Wassergeest, Achterweg Zuid 35, 37 en 39. De boerderij is gebouwd in 1856 op de fundamenten van buitenplaats ‘Wassergeest’. Eerste bewoning omstreeks 1660.
De Heilige Engelbewaarderskerk in de Engel, Heereweg 457. De kerk en de pastorie werden in 1930 gebouwd in de Neo-Byzantijnse stijl.
De pastorie van de Engelbewaarderskerk, Heereweg 459.
Boerderij Willemshoeve, tegenwoordig beter bekend als de boerderij van Heemskerk, Heereweg 443. Het is een boerderij met een rieten zadeldak uit de 17e eeuw.
Het poortwachtershuisje bij ’t Huys Dever’, Heereweg 347c. Het huisje is gebouwd tussen 1630 en 1640.
’t Huys Dever’, Heereweg 349a.
Huis ‘Nieuw Zomerzorg’ met aangebouwde bollenschuur, Heereweg 287, 289 en Zwanendeef 2a. De woning is gebouwd in 1891. Het voorhuis werd in 1899 naar voren uitgebouwd. uit die tijd dateert ook de schuur.
Pastorie van de Sint Agathakerk, Heereweg 277. De bouw van pastorie, kerk en gesticht begon in 1902.
Sint Agathakerk, Heereweg 275.
Het Gesticht Sint Agatha, Heereweg 258
Voormalig bankgebouw, Heereweg 124-128b en Westerdreef 1 en 1a. Dit is gebouwd in 1938.
Voormalige bollenschuur en kantoor van Driehuizen, Driehuizenpark 1, voorheen Heereweg 30. Het geheel is gebouwd in 1922 in de nieuwe Haagse school stijl.
De molen van Tentoonstelling Keukenhof, Stationsweg 166a. De molen is uit 1892, gebouwd bij Scharmer in de provincie Groningen en in 1957 verhuisd naar het tentoonstellingsterrein van Keukenhof.
Spoorwegstation, Stationsweg 57 en 59. Het station is gebouwd in 1904/1905.
Lageveense Molen, Leidsevaart. De molen is bij de aanleg van de Leidsevaart in 1656 meer naar het Osten verplaatst.
Boerderij Langeveld, ’t Lange Rack 2, vroeger Eerste Poellaan 102. Deze stolpboerderij is gebouwd in 1642.
Parkaanleg van het buiten Ter Leede, Derde Poellaan. Het buiten ‘Ter Leede’ werd rond 1660 gesticht.
Lisserpoelmolen, Rooversbroekdijk 100. De molen is van rond 1676.
Van alle monumenten staan er foto’s in het wandel- fietsrouteboek met een uitgebreide beschrijving. Vaak staan er meerdere foto’s en tekeningen uit vroegere tijden. Dit boek is nog steeds te koop bij de plaatselijke boekhandel en bij de Vereniging Oud Lisse tijdens de maandelijkse inloopochtenden op de eerste dinsdag van de maand of tijdens een lezing op de derde dinsdagavond van de maand. Leden van de Vereniging Oud Lisse krijgen korting. Mooi om cadeau te geven aan ieder die Lisse een warm hart toedraagt.

De voormalige bank op de hoek Heereweg/Westerdreef is een van de rijksmonumenten. Ftot Nico Groen

DE CEDER OP HET VIERKANT KRIJGT HET MOEILIJK

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 januari 2015

door Nico Groen

Bij een van de vorige opknapbeurten van het Vierkant had de gemeentelijke plantsoenendienst veel in de melk te brokkelen wat het onderhoud van de ceder betreft. De wortels waren nogal naar de oppervlakte gegroeid. Er werd daarom een vierkant muurtje ruim om de boom gemaakt. Binnen dit vierkant werd een halve meter grond opgebracht. Daar werden een groot aantal beluchtingbuizen ingebracht om voldoende zuurstof bij de wortels te brengen. In deze opgebrachte grond groeiden in de loop der jaren ongetwijfeld vele haarwortels, die vocht en voedsel opname voor een betere groei van de ceder. De ceder zou weer tientallen jaren in goede omstandigheden kunnen groeien.
Een paar jaar geleden werd aan de westkant van de boom een paar grote dragende takken met allerlei zijtakken afgezaagd. Door deze grote hap uit de boom was de mooie symmetrische vorm verdwenen. Hierdoor kwam de boom uit het lood te staan.
Ondertussen kwamen er plannen om het Vierkant opnieuw te renoveren. In de oorspronkelijke plannen was geen plaats voor de ceder. Er waren veel protesten van omwonenden en onder andere de Vereniging Oud Lisse. Daarom werd door B&W van Lisse de schetsgroep herinrichting Vierkant met omwonenden, ondernemers op het Vierkant en de Vereniging Oud Lisse opgericht. Deze schetsgroep adviseerde de Gemeente Lisse om de monumentale ceder te behouden. De Gemeente Lisse heeft dit advies overgenomen in het definitieve herinrichtingsplan dat in september 2013 gepubliceerd werd.
Afgelopen herfst werd het herinrichten van het Vierkant voortvarend aangepakt. De oude bestrating werd verwijderd. Tot grote schrik van menigeen werd rondom de ceder een halve meter grond tot de stam verwijderd. De grond dus die in het verleden was opgebracht om de levensvatbaarheid van de boom te verbeteren. Daarna werden tot op grotere diepte de wortels rondom de boom tot op een paar meter van de stam afgehakt en verwijderd. Vervolgens werd tot op een paar meter van de stam alles bestraat. Iedere deskundige weet dat de hier genoemde maatregelen desastreus kunnen zijn voor een boom. Er kan geen water meer worden opgenomen, maar de kroon blijft wel verdampen. Verdroging van de boom zal het gevolg zijn. De enige remedie hiertegen is om van de kroon ook een groot gedeelte te verwijderen door de boom goed te snoeien.
Onlangs werd begonnen de boom te snoeien. Men begon aan de westkant, waar de draagtakken al eerder waren verwijderd, zoals boven vermeld. Door deskundige snoei werden de happen in de bomen als het ware gecamoufleerd. Daarna werden de 3 andere zijden van de ceder ter hand genomen. Er werden alleen uiteinden van takken en dwarse takken verwijderd. Dit is waarschijnlijk te weinig om verdroging te voorkomen. Het gevolg is ook dat de boom nu nog meer uit het lood staat. Daarom is de kans groot dat de boom omwaait. De boom heeft immers ook geen wortels meer om hem rechtop te houden.
Kortom, zonder verdere rigoureuze maatregelen is de ceder waarschijnlijk ten dode opgeschreven door droogte of storm. U begrijpt, dat de Vereniging oud Lisse niet blij is met de gang van zaken zoal boven genoemd.

De ceder vóór de opknapbeurt van het Vierkant.. Foto: Nico Groen

De ceder zoals die er nu bijstaat. Foto: Nico Groen

De voet van de boom heeft weinig ruimte meer. Foto: Nico Groen

De geschiedenis van de boerderij De Phoenix te Lisse.

De relatie met de buitenplaatsen Wassergeest en de Grotenhof (Knappenhof) in Lisse en de bewoners van de boerderij.

Door G. Schrama

Een samenvatting staat in het Nieuwsblad Jaargang 14 nummer 1, januari 2015

Inleiding

Tijdens mijn stamboomonderzoek kwam ik een roman tegen genaamd ”In de schaduw der molenwieken, een Lisser familieroman uit de Patriottentijd (1774-1796)” door Joh. Dekker. Ter afwisseling van het jarenlang zoeken in archieven, Internet, literatuur e.d. heb ik dit boek gelezen. Maar zelfs in dit boek kwam ik een Schrama tegen en wel Karel Schrama. De auteur omschrijft in zijn boek Karel als volgt : “Hij was de kromme, maar olijke pachter van de grote boerderij genaamd ”de Phoenix” welke beschut gelegen was tussen de uitlopers van het Reigersbos aan de (oude) Es(ch)laan.” In eerste instantie kon ik nergens iets vinden over een Karel die boer was op De Phoenix in de Patriottentijd (1774-1796). Ik had wel een Karel in mijn stamboom, maar die was geboren in 1799, na de Patriottentijd. Ik ga ervan uit dat het over dezelfde Karel ging en het “een dichterlijke vrijheid” was van Joh. Dekker in zijn boek. Ook kwam er iets totaal onverwachts “boven water”. Verderop in deze publicatie is dat te lezen in de paragraaf “De opvolgers van Karel als pachter van De Phoenix (1876-1892)”

Algemeen

schilderij uit 1942 van de boerderij van familie de Wit, boerderij ‘de Phoenix’

In deze publicatie wordt de geschiedenis van de boerderij De Phoenix gevolgd middels de eigenaren van de boerderij, die meestal niet zelf op de boerderij woonden, en middels hun pachters met als belangrijkste pachter uiteraard Karel Schrama. De eigenaren van de buitenplaats Grotenhof (tot circa 1765 Knappenhof genaamd) en van de buitenplaats Wassergeest waren in de loop der eeuwen tot 1959 vaak ook eigenaar van de boerderij De Phoenix.
Op de eerste regel van de hierna volgende hoofdstukken staat tussen haakjes de periode waarop het hoofdstuk betrekking heeft.
Jonkheer Adriaen van der Laen / Adriaen Maertensz. Block (1630-1662)
Het begon met Jonkheer Adriaen van der Laen, hij kwam uit een Haarlems geslacht, was stadhouder 1) der lenen van Dever en rentmeester van Rijnland. De Jonkheer koopt in 1630 van Jacob van Bouxtel een duinmeierswoning 2) gelegen aan de rand van het Keukenduin tussen de huidige Es(sen)laan 3) en de Spekkelaan 4). Deze duinmeierswoning werd later De Phoenix genoemd.

Wassergeest

Ligging van vaarten, wegen, huizen en sloten die deel hebben uitgemaakt van het Wassergeest-bezit, getekend door Th.J.M. Pex. Bron : boek Wassergeest te Lisse, R.J. Pex

Wassergeest 1850

Deze woning werd toen (in 1630) bewoond door Dirk Gerritsz de Monninck. Voor die tijd woonde er in 1603 de duinmeier Jan Gerritsz de Monninck, zij waren waarschijnlijk broers. Van der Laen geraakte echter in financiële moeilijkheden en in 1644 werd zijn zwager Adriaen Maertensz. Block eigenaar van de duinmeierswoning. Block was niet van adel, maar had geluk gehad “op zee”. Hij had zich zo een belangrijke positie verworven, was eigenaar van het Huis Ter Specke en stichter van de buitenplaats Keukenhof. Adriaen van der Laen was in 1660 de stichter van de buitenplaats Wassergeest. De nieuw gebouwde woning op de buitenplaats zag er uit als een herenboerderij. Blijkbaar verwisselen beide heren weer qua eigenaarschap van de duinmeierswoning want van der Laen was in 1662 weer verkoper van de duinmeierswoning. De verwisseling van eigenaar is (nog) niet onderbouwd door gegevens uit bronnen, maar is gebaseerd op de hierna volgende verkoop aan Pieter Six.
Pieter Six / Pieter Six Pietersz. / Pieter Six Pietersz. Jr. (1662-1763)
Pieter Six erfde in 1654 de Lissese goederen (waaronder Knappenhof) van zijn moeder Anna Wijmer en heeft het bezit aanzienlijk uitgebreid. Hij slaat in 1662 een grote slag en koopt onder andere van Adriaen van der Laen de duinmeierswoning aan de rand van het Keukenduin. Dit was het begin van drie generaties Six als eigenaar van de buitenplaats Knappenhof en de duinmeierswoning. Achtereenvolgens waren dat :
Pieter Six van 1662 tot zijn overlijden in 1680 en daarna zijn weduwe tot haar dood in 1689
hun zoon Pieter Six Pietersz. van 1689 tot zijn dood in 1703
Pieter Six Pietersz. Jr. was in 1703 nog minderjarig, maar in 1712 nam hij de erfenis dankbaar in ontvangst. Hij trouwde in 1716 met Geertruid van der Lijn, hij overleed in 1755 en zijn weduwe in 1763.

 

De buitenplaats Knappenhof.
Bron : het boek “Rhynlands fraaiste gezichten” door Abraham Rademaker, uitgegeven in 1732, maar gebaseerd op oudere prenten o.a. van 1630.

Pieter Six Pietersz. Jr. heeft diverse hoge posten bekleed zoals schepen en burgemeester van Amsterdam, kapitein der Burgerij, Commissaris van de Artillerie en Fortificatie, ambachtsheer van Amsterdam, Sloten en Sloterdijk, bewindhebber van de VOC, heemraad, schepen en hoofdingeland 5) van de Watersgraafmeer.
Achtereenvolgens waren de volgende personen van 1693 tot 1730 bewoners van de duinmeierswoning : Floris Cornelisz. de Vlieger, Engel Jansz. Koster en Crijs Arisz. van Breedloosbergen (of Brelofsbergen).
Floris Cornelisz. de Vlieger was vanaf 1693 de pachter en van beroep was hij duinmeier. In die functie moest hij het Keukenduin, voor zover dat in handen was van de heer Six, beheren. En daar hoorde uiteraard bij dat hij regelmatig de nodige konijnen op de Knappenhof moest bezorgen. Maar Floris zal zelf ook wel van dat kostelijke wild genoten hebben. Floris huurde ook loosters 6) ter grootte van circa vijf morgen. Hij verbouwde dus ook een en ander of had misschien koeien. Na onenigheid met de Heer Six over het betalen van de huur is Floris in 1697 vertrokken.
Floris werd opgevolgd door Engel Jansz. Koster, die in 1698 alweer was vertrokken, naar Haarlem.
Van 1698 tot circa 1730 was Crijs Arisz. Van Breedloosbergen de pachter. Hij moest vanaf 1699 tien jaar lang 330 gulden per jaar betalen voor de huur van een stuk Keukenduin en de duinmeierswoning.
Vrouwe Geertruid van der Lijn / Cornelis Jacob van der Lijn en zijn zuster Anna Maria (1763-1784)
Vrouwe Geertruid van der Lijn , de weduwe van Pieter Six Pietersz. Jr, was een tante van Cornelis Jacob van der Lijn en zijn zuster Anna Maria. Na het overlijden van tante Geertruid erfde in 1765 Cornelis Jacob onder andere het huis Knappenhof en Anna Maria onder andere de duinmeierswoning. In 1764 werd de buitenplaats nog “Knappenhoeff” genoemd maar in 1765 wordt het buiten van Cornelis Jacob de naam “Grootenhoff” toegedicht. In 1776 is Anna Maria van der Lijn overleden en komt haar bezit, conform het testament van Vrouwe Geertruid Six – van der Lijn, in handen van haar broer Cornelis Jacob. Door schulden moest Cornelis Jacob van der Lijn in 1782 Grotenhof verkopen en in 1784 de duinmeierswoning.
Cornelis Jacob was een zoon van een belangrijk ambtenaar in Alkmaar en als kind vallen hem al ereambten ten deel. Hij was kerkmeester van de Nieuwe kerk, later regent van het Burgerweeshuis, koopman, assuradeur en Kapitein van de Amsterdamse Burgerij. Meer informatie over het geslacht van der Lijn is te vinden op de site van de gemeente Alkmaar.

Appolonius Jan Cornelis Lampsins (1784-1796)
In 1784 kocht Appolonius Jan Cornelis Lampsins de duinmeierswoning met de bijbehorende 26 morgen grond. Hij was zowel eigenaar van de buitenplaats Grotenhof (1782) als van de buitenplaats Wassergeest (1783). Gerrit Pietersz. Langeveld was in 1784 en ook nog in 1786 de pachter van de duinmeierswoning. De naam De Phoenix komen we voor het eerst tegen in 1789 als de boerderij door Appolonius Jan Cornelis Lampsins te koop wordt aangeboden. In een advertentie in de Amsterdamsche Courant van 2 mei 1789 staat “Een capitale BOERENGEBRUIKER, genaamd DE PHOENIX (…)”. In de jaren daarna leest men ook wel eens “De Phenix” of “De Phaenix”. “Phoenix” betekent zoveel als “uit de as herrezen”. Blijkbaar is de boerderij, ergens tussen 1786 en 1789, afgebrand en daarna weer opgebouwd. De boerderij is later nog een keer afgebrand toen Karel Schrama de pachter was.
Appolonius Jan Cornelis Lampsins moest, wegens schulden, in 1790 zowel Grotenhof als Wassergeest verkopen. In de verkoop van Grotenhof is begrepen ‘Een kapitale BOERENBRUIKER (pachthoeve), genaamd DE PHOENIX, met deszelfs Huismans Wooninge, Stallinge, Schuur, Bergen, etc’.! De Grotenhof wordt echter zonder De Phoenix verkocht. De Phoenix blijft in het bezit van Lampsins tot hij het in 1796 verkoopt aan het tweetal Willem Walman en Cornelis Heemskerk, beide afkomstig uit de Vogelenzang. 7)
Appolonius Jan Cornelis Lampsins was kerkmeester van de Oosterkerk, Kapitein van de Burgerij, Bewindhebber van de West-Indische Compagnie, directeur van de kolonie Suriname en lid van de Raad van de Vroedschap van Amsterdam. Daarna was hij Baljuw van Vlissingen.
Willem Walman en Cornelis Heemskerk / zijn zoon Cornelis (1796-1805)
In 1800 en 1801 staat het tweetal hun aandeel in De Phoenix af aan Cornelis Heemskerk junior, de zoon van Cornelis Heemskerk. 8) In het begin gaat het heel goed met het boerenbedrijf van Cornelis Jr., maar op 18 juli 1805 is hij genoodzaakt zijn gehele bezit af te staan aan Daniel Pompejus Johannes van der Staal van Piershil.

Daniel Pompejus Johannes (D.P.J.) van der Staal van Piershil en zijn zoon Guillaume Charles (1805-1852)
D.P.J. van der Staal van Piershil was sinds 1804 eigenaar van Wassergeest en toen hij in 1805 het boerenbedrijf kocht, wordt dat omschreven als “De Huismanswooninge genaemt de Phoenix met desselvs bargen, Schuuren, Zomerhuis, Stalling voor dertig à veertig Koebeesten, Kaarnhuys, Item Erven, Boomgaard met en benevens de nombre van vijff en Twintig Morgen zoo weij, hooy, als teelland”. 9)
Daar Heemskerk junior van D.P.J. van der Staal van Piershil de garantie wilde hebben dat hij op De Phoenix kon blijven wonen is er tegelijk met de verkoop op 18 juli 1805 een uurcontract afgesloten met een huurprijs van 1100 gulden per jaar. 10) In de lijst van de personele quotisatie uit 1808 11) 12) komen we de naam van boer Heemskerk nog tegen evenals in het volkstellingsregister uit 1809. 13) In 1812 blijkt hij echter vertrokken te zijn en in 1814 treffen we hier een zekere Pieter Dirkse Langeveld als pachter aan. 14)
Op 20 april 1839 heeft D.P.J. van der Staal van Piershil de boerderij De Phoenix en omliggende landerijen (in totaal zo’n 25 morgen) overgedragen aan zijn zoon Guillaume Charles. Het geheel wordt in de acte, opgesteld door de Lissese notaris Jan Gerard Cramers, omschreven als “Den Bouwmanswooning genaamd De Phoenix met verdere getimmertens, Erven, Tuyn, Boomgaard en eenig boschhakhout (…) met alle na te melden partijen lands”. 15)

 

In augustus 1852 heeft Guillaume de latere Vennesloot er nog bijgekregen. Deze strekte zich uit vanaf boerderij De Phoenix , onder de Jannetjesbrug door, tot in de Ringsloot van de Lisserpoelpolder. Hij kreeg deze sloot erbij daar de bewoners van De Phoenix hiervan altijd gebruik hadden gemaakt “volgens vroegere Titels en bescheiden”. 16) Hier heeft Karel ook vast wel gebruik van gemaakt voor transport van zijn produkten en / of voor het ophalen van hooi als hij grond had in de Lisserpoelpolder.
D.P.J. van der Staal van Piershil moest wegens schulden zijn deel van het landgoed Wassergeest op 16 september 1852 verkopen. 17) Ook het aandeel in het landgoed van Guillaume Charles, zijn zoon, werd verkocht. Het omvatte onder andere de “Bouwmanswoning genaamd De Phoenix”. Karel Schrama kocht toen een perceel land dat niet nabij het huis Wassergeest lag. Dit zou heel goed land in de Lisserpoelpolder geweest kunnen zijn.
Van der Staal sr. was ambachtsheer, hoogheemraad 18) van het Hoogheemraadschap van Rijnland en burgemeester van Lisse. Daniel Pompejus Johannes van der Staal erfde de heerlijkheid van Piershil en noemde zich hierna Van der Staal van Piershil. Meer informatie over de famiie van der Staal van Piershil is te vinden op de site gahetna.nl (van het Nationaal Archief) onder toegang 3.20.54.

Karel Schrama (1824-1876)

Boerderij De Phoenix vanuit het zuidoosten gezien (Achterweg-zijde), schilderij door W. Schouten 1942, collectie P. de Wit, fotograaf F. v.d. Veen

In de eerste decennia van de 19e eeuw blijkt het met de boerenstand op De Phoenix niet zo voorspoedig te gaan. Er was een hele reeks van pachters geweest die steeds gedurende korte tijd het hoofd boven water hadden weten te houden. Karel Schrama 19) was vanaf 1824 pachtboer op De Phoenix en het zou hem beter vergaan. 20) Gedurende enige tijd liep het boerenbedrijf van Karel en zijn vrouw Marytje Riggel zeer voorspoedig totdat de gehele boerderij in 1830 in de as werd gelegd. In de memoires die Johannes Rotteveel, boer bij Dever, tussen 1830 en 1878 heeft opgetekend, lezen we dat op “den 6 september” van eerstgenoemd jaar ” (1830) de wooning van de Heer van der Staal, bewoond door Karel Schrama, (is) verbrand door het broeien van het hooi “. 21) In een kroniek opgesteld door Cornelis van der Zaal, de zeer bekende Lisser timmerman en molenmaker, schrijft hij dat in de nacht van 11 op 12 september 1830 het woonhuis en de stal van de boerderij De Venne, waar Carel Schrama woonde, in volle vlam stond. Opvallend is dat de boerderij niet De Phoenix maar De Venne genoemd werd. Een verklaring hiervoor kan zijn dat er een sloot genaamd de “Vennesloot” vanaf de Phoenix in de richting van de Haarlemmermeer liep. Ook is opvallend dat in de memoires van Rotteveel een andere datum van de brand genoemd wordt dan in de kroniek van Van der Zaal. Na opdracht van de heer Van der Staal senior is door de heer van der Zaal binnen 10 weken de schade aan de boerderij hersteld en kon boer Schrama zijn boerenbedrijf hervatten. 22) In de jaren 1844 tot 1867 kwamen er uitbraken van veepest voor en boer Karel deed dan ook diverse malen aangifte van gestorven vee. 23) Onder andere kwam Karel in 1849 op een dag melding maken van liefst vijftien koeien die bij hem aan longziekte waren overleden. De schade was echter niet van dien aard dat hij zijn boerenbedrijf moest beëindigen en Karel heeft zichzelf redelijk door deze moeilijke periode heen kunnen slepen. In ieder geval heeft hij tot zijn dood (in 1876) op De Phoenix het boerenbedrijf uitgeoefend. 24) 25)

Jonkheer Nicolaas Johan Steengracht (1852-1899)
Nieuwe eigenaar van Wassergeest en De Phoenix werd op 16 september 1852 de Jonkheer Nicolaas Johan Steengracht als curator van zijn (geestelijk gestoorde) broer Johan Frederik. Bij de verkoop werd bepaald dat bij de gronden van de tuinmanswoning “ten behoeve van de bouwmanswooningen de Hoogewerf en De Phoenix (….) voor den duur van den tegenwoordigen verhuring (wordt) voorbehouden een overpad ten dienste van melkers”. 26) Nicolaas Johan en zijn broer Johan Frederik kwamen uit een heel rijke Zeeuwse “regenten-familie”.

Hun vader had in 1809 Keukenhof gekocht. Nicolaas Johan kocht Wassergeest kennelijk niet voor zijn broer. Het werd namelijk in 1853 verhuurd aan Carel Anne Adriaan baron van Pallandt gehuwd met Jonkvrouw Cecilia Maria Steengracht (zuster van beide broers en eigenaresse van Keukenhof). Toen echter Jonkheer Johan Frederik Steengracht in 1862 overleed, kreeg de jonkvrouw in 1863 ook Wassergeest in eigendom toebedeeld. De Jonkvrouw was de laatste van de vier eigenaren van de Phoenix waar Karel als pachter mee te maken had. Eerst had hij te maken met vader en zoon van der Staal van Piershil en daarna met broer en zus Steengracht.

De opvolgers van Karel als pachter van De Phoenix (1876-1892)
Karel Schrama is overleden op 7 mei 1876. 27) Zijn vrouw was al eerder overleden in1871.
Op 23 mei 1876 heeft notaris van Stockum uit Lisse zich naar “het huis gemerkt met nr. 71” (De Phoenix) begeven om een inventaris op te maken van de door Karel nagelaten roerende goederen. 28) “In den Paardenstal” bevindt zich wat stro, paardentuigen en gereedschap niet veel. “In de Wagenloods” twee wagens, en een tilbury, naast nog “een partij aardappelen”, tonnen, een ladder etc. In een andere wagenloods is nog een “kapwagen” aanwezig. Verder is er nog een schuur met zolder, waarin zich een wagen bevindt, kruiwagens, turf en een rattenval. Zelfs in de “Barg” (hooiberg) bevindt zich nog een en ander. Er is ook een afzonderlijk karnhuis, alsmede een zomerhuis, waarin de boer ’s zomers met zijn gezin trok. In de boerenwoning zelf bevond zich ook de kelder, waarin zich nog voorraden melk, boter en room bevonden. Troffen we op Grotenhof in de 18e eeuw nog ledikanten aan voor de welgestelde heren en dames, Karel en zijn gezin moesten het doen met bedsteden “met stroozakken”. Op de zolder bevinden zich onder meer turfmanden, “een partij rogge en gerst”, een muizenval, een partijtje “stamboonen”, een “gemakje” (verplaatsbaar toilet), kazen en nog veel meer. In de keuken vinden we een elftal schoorsteenborden en “ornamenten” (kleine beeldjes en andere siervoorwerpen) en natuurlijk is er veel aardewerk. Tegen een wand hangen een spiegeltje en diverse schilderijtjes en in de open haard vinden we een haardijzer en een tang. Ook in de opkamer hangen enige schilderijen. Verder bevinden zich er een tafel, een bureau en een kastje met glas en aardewerk, porselein en een crucifix. Ook hier is er een bedstede aanwezig. Kennelijk had Karel schulden nagelaten want reeds op 24 augustus 1876 worden diverse partijen wei- en hooiland, die Karel in de loop der jaren verworven had, verkocht. 29) En op 18 april van het volgende jaar heeft notaris van Stockum zich nogmaals naar de “Bouwmanswooning De Phoenix te Lisse” begeven om daar een aantal roerende goederen van Karel te veilen. 30) Tenslotte werd op 19 september 1877 de boedel van wijlen Karel gescheiden. 31) De schulden van Karel hadden misschien te maken met het goedkoop lenen van gelden aan de Aagtenkerk en ook deed hij een gift / verleende hij een legaat aan de kerk. Misschien stond hij daarom bij zijn dood “in het rood”, maar hij is vast naar de hemel gegaan.32)
Toen ik Karel zocht in het bevolkingsregister over de periode 1870-1880 ontdekte ik totaal onverwacht iets verrassends. Bij huis 71 (De Phoenix ) staat allereerst Karel met twee dochters vermeld en vervolgens staan (ingaande 1876) Antonius Schrama en Cornelia van der Reep vermeld. Karel was een oom van Antonius. Antonius is mijn overgrootvader. Mijn overgrootouders verhuisden van de Haarlemmermeer naar de Phoenix. En op 14 mei (één week na het overlijden van Karel) gaan zij in ondertrouw en zij trouwen op 1 juni in Lisse. Waarom hadden zij ineens zo’n haast ? Op 26-1-1877 wordt hun eerste kind geboren op de Phoenix. Negen maanden terug geeft april ! Cornelis, hun tweede kind, was mijn grootvader. Totaal werden er drie kinderen geboren op de Phoenix (in 1877, 1878 en eind 1879). Antonius heeft tijdens zijn leven op diverse plaatsen gewerkt als boerenknecht, arbeider en ten slotte was hij vrachtrijder. Ook zijn oudste zoon (Cornelis, mijn Opa) werd vrachtrijder en later grossier in levensmiddelen. Aan het einde van 1879 verhuisde het gezin van Antonius naar het Oosteinde in Lisse en kort daarna naar een huis dichtbij Het Vierkant. 33) Mijn overgrootouders kregen totaal vijftien kinderen waarvan er twee levenloos waren en negen kinderen binnen 150 dagen na de geboorte zijn overleden. Dat kwam in vroegere tijden wel vaker voor.

Mijn overgrootvader Antonius Schrama, mijn overgrootmoeder Cornelia v.d. Reep en mijn Opa Cornelis Schrama. Bron : eigen archief.

Jacobus Schrama was een zoon van Karel. 34) 35) Hij huwde met Grietje Meyer. Laatstgenoemde was een dochter van Hendrik Meyer, veehouder op de boerderij Bloemhof aan het Mallegat. In 1862 kwam boer Meyer te overlijden waarna zijn dochter Margaretha (Grietje) het boerenbedrijf (Bloemhof) overnam. 36) Het was een “klein wereldje” waarin men vaak trouwde met “de buurjongen om de hoek” of met “de dochter van die rijke boer”. Op slechts 41-jarige leeftijd overleed Jacobus op 7 maart 1870.37) 38) Niet lang daarna, op 27 augustus 1872, hertrouwde de weduwe (Grietje) met Hendrik van Schie. 39) Grietje Meyer overleed in 1877. Aan het einde van 1879 kwam veehouder Hendrik van Schie als weduwnaar naar De Phoenix. 40) In april 1880 hertrouwde hij met Adriana Langeveld.

Van Pallandt / van Lynden / van Rechteren Limpurg (1899-1925)

Naam in muur Foto G. Schrama 2014

Na het overlijden van de baronesse Cecilia Maria Van Pallandt-Steengracht erfde in 1899 haar dochter Cornelia Johanna barones van Pallandt (gehuwd met Jan Carel Elias graaf van Lynden) de Keukenhof en Wassergeest. De barones verkocht in de jaren 1900 tot 1902 De Phoenix met bijbehorende gronden aan haar twee zoons (Jan Maurits Dideric van Lynden en Carel Anne Adriaan Willem van Lynden). 41) In 1914 hebben de broers dit bezit onder elkaar verdeeld. “De Boerderij genaamd De Phoenix met bijbehorende schuren, hooibargen en verdere getimmerten benevens partijen weiland” ging naar Carel Anne Adriaan Willem. 42) Hij was in 1898 getrouwd met Adolphine Wilhelmina Anne gravin van Limburg Stirum. Na het overlijden van Carel Anne in 1923 kwam De Phoenix in 1925 in het bezit van zijn dochter Carola Elisabeth Aurelia Anna barones van Lynden. Zij trouwde in 1937 met Adolph Reinhard Zeyger graaf van Rechteren Limpurg en kregen in 1938 een dochter genaamd Elisabeth Marguérite Carole. Het oud-adellijke geslacht Van Pallandt stamt uit het Gulikse, oostelijk van de provincie Limburg.

Vervolg van de opvolgers van Karel als pachter / eigenaar van De Phoenix (1892-1991)
Hendrik van Schie is in 1892 overleden en zijn tweede vrouw in 1907. Bij zijn tweede vrouw had hij een zoon genaamd Adrianus. Adrianus volgde zijn moeder op in het boerenbedrijf. Hij had nog lang op De Phoenix kunnen blijven wonen en boeren, ware het niet, dat het op een kwade dag uitkwam dat hij zand uit het Reigersbos had gehaald ! Dit kwam barones Carola Elisabeth Aurelia Anna ter ore en kort daarna (in 1926) kon van Schie vertrekken.43) In hetzelfde jaar volgde Willem de Wit Adrianus op als pachtboer op De Phoenix.

 

Phoenix, bron Chris Balkenende

In 1959 werd De Phoenix door de baronesse Elisabeth Marguérite Carole van Rechteren Limpurg van de hand gedaan. De koper was Willem de Wit of zijn zoon Pieter. Pieter de Wit woonde samen met zijn vader Willem de Wit op De Phoenix tot vader Willem overleed.
Bron : Chris Balkenende / Facebook

In 1991 droeg Pieter De Phoenix over aan de apotheker R.E. van der Vliet.44) Hij heeft erg veel verbouwd aan de hoeve wat ten koste ging van de authenticiteit. Momenteel (2014) is de heer A. Peterse eigenaar van de Phoenix. 45)

Nawoord
Allereerst wil ik Rob Pex hartelijk danken voor al zijn hulp bij het tot standkomen van deze publicatie. Veel van de informatie in deze publicatie heb ik mogen putten uit twee boeken van R.J. (Rob) Pex over twee buitenplaatsen in Lisse namelijk :
“Knappenhof of Grotenhof te Lisse”, in 1999 uitgegeven door Grimbergen Boeken Lisse.
“Wassergeest te Lisse”, in 2004 uitgegeven door Grimbergen Boeken Lisse en de Stichting Historische reeks Duin – en Bollenstreek.
Meer informatie over de buitenplaatsen Wassergeest en Knappenhof (of Grotenhof) is te vinden op de site home.tiscali.nl/~kastelenzuidholland.
Tevens wil ik (in willekeurige volgorde) Maarten van Bourgondiën, Laura Bemelman, Janny de Wit en niet met name genoemde medewerkenden danken voor hun bijdrage.
Ik heb niet alles in deze publicatie kunnen verifiëren. Graag verneem ik Uw commentaar en / of aanvulling(en) op deze publicatie.

Opvallend is het aantal faillissementen bij de “hoge heren”, wegens schulden moesten zij hun bezittingen verkopen. Hadden zij het te “hoog in de bol” of was het toen ook “crisis” en moesten zij verkopen wegens de economische omstandigheden.
G. Schrama

1. Oorspronkelijk was de stadhouder een edelman die namens de landsheer bij diens afwezigheid in één of meerdere gewesten tijdelijk het gezag uitoefende. Bron : Wikipedia

2. Vroeger liet de adel de jacht op konijen in de duinen over aan een “duinmeier” (of duinmeijer, duinmeyer en duinmaaijer) die er zijn broodwinning van maakte. De duinmeiers waren pachters van de duinen van de toen rechtmatige eigenaren. Het gebied dat aan een duinmeier werd verpacht heette een “warande”. Elk dood konijn leverde vlees , maar ook een konijnenvel voor de bontjas. Bron : het boek Perikelen in de duinen, H.J. Min.
Claes Maertensz van ’s Gravenmade (een van de voorvaders van de Schrama’s), geboren in 1533, was een duinmeier in de Zilker duinen

3. De vroegere Es(sen)laan is niet de tegenwoordige Es(sen)laan, maar lag meer noordelijk. Het was een zeer landelijke weg die liep van De Phoenix naar de Loosterweg. In 1755 schijnt het gedeelte Trijnelaan (Catharijnelaan) dat liep van de Achterweg tot aan het Keukenduin een ander naam te hebben gekregen : de “Neslaen”. In de latere jaren is de naam verbasterd tot Eslaan of Essenlaan.

4. Bron : NA, RA Lisse, inv.nr. 74, fol. 333.

5. Hoofdingeland = lid van het algemeen bestuur van een waterschap.

6. De stroken zandgrond langs de duinen waarover het water afvloeide werden “loosters” genoemd.

7. Bron : NA, RA Lisse, inv.nr. 26, fol. 273 d.d. 31 augustus 1796, zie ook het huisarchief Keukenhof, inv.nr. 56

8. Bron : Huisarchief Keukenhof , inv.nr. 56 d.d. 16 juli 1800 en 24 juni 1801

9. Bron : Huisarchief Keukenhof , inv.nr. 56 d.d.18 juli 1805

10. Bron : Huisarchief Keukenhof , inv.nr. 56 d.d.18 juli 1805

11. Bron : GA Lisse inv.nr. 225

12. Bij een wet van 30 maart 1808 is een belasting op het inkomen , de zogenaamde Quotisatie, ingesteld.

13. Bron : GA Lisse inv.nr. 10

14. Bron : .GA Lisse, inv.nr. 998 (personele omslag 1814).

15. Bron : Huisarchief Keukenhof, inv.nr.56.

16. Bron : NA, notarieel Noordwijk 1843-1895, inv.nr. 10 d.d. 19 augustus 1852

17. Bron : NA, Notarieel Noordwijk 1843-1895, inv.nr. 10, akte 120

18. Lid van het dagelijks bestuur van een waterschap

19. Carolus (Karel) Schrama is op 17 juni 1799 gedoopt in Hillegom en op 7 mei 1876 overleden in Lisse. Hij trouwde in Lisse op 29 februari 1824 met Maria Riggel. Maria was gedoopt in Lisse op 12 november 1797 en is overleden in Lisse op 21 december 1871. Een van hun zoons was Jacobus, geboren op 6 september 1829 op de Phoenix en op 7 maart 1870 in Lisse overleden. Bron : www.genealogie-stamboom-schrama-gravenmade-bollenstreek.nl

20. Bron : GA Lisse, inv.nr. 998 (personele omslag 1824).

21. Bron : Boek met perkamenten omslag uit de 18e eeuw , in het bezit van de heer J.Rotteveel (1981), veehouder bij Dever, waarin diens betovergrootvader J.Rotteveel (1804-1880) enige memoires heeft genoteerd.

22. Bron : “Kroniek van de Lisser timmerman en molenmaker Cornelis van der Zaal 1762-1839”, dr. A.J. Kölker

23. Bron : GA Lisse inv.nr. 1126

24. Bron : idem

25. Bron : GA Lisse, bevolkingsregister 1870-1880

26. Bron : Veilingakte d.d. 2 september 1852 in : NA, notarieel Noordwijk 1843-1895, inv.nr. 10, akte 124.

27. Bron : GA Lisse, bevolkingsregister 1870-1880

28. Bron : NA, notarieel Lisse 1843-1895, inv.nr. 44, d.d. 23 mei 1876

29. Bron : NA, notarieel Lisse 1843-1895, inv.nr. 44, d.d. 24 augustus 1876

30. Bron : NA, notarieel Lisse 1843-1895, inv.nr. 45, d.d. 18 april 1877

31. Bron : NA, notarieel Lisse 1843-1895, inv.nr. 45, d.d. 19 september 1877

32. Bron : boek van Hulkenberg over de Aagtenkerk (blz. 133 en blz. 145)

33. Bron : Laura Bemelman

34. Zie noot 19

35. Bron : GA Lisse, geboorteregister, geboren 6 september 1829 in huisnummer 45 (De Phoenix) als zoon van Karel Schrama en Maria Riggel.       terug

36. Bron : GA Lisse, bevolkingsregister, 1860-1870

37. Zie noot 19

38. Bron : NA, notarieel Lisse 1843-1895, inv.nr. 38, d.d. 1 juni 1870, hierin de inventaris van de gemeenschappelijke boedel van wijlen Jacobus Schrama en zijn weduwe Grietje Meyer.

39. Bron : GA Lisse, huwelijksregisters

40. Bron : Laura Bemelman

41. Bron : Kadaster, directie Zuidwest, vestiging Zoetermeer.

42. Bron : NA,notarieel Lisse 1909-1915, inv.nr.7

43. Bron : de heren A. en W. de Wit (1995) te Lisse

44. Bron : Kadaster, directie Zuidwest, vestiging Zoetermeer.

45. Bron : Janny de Wit