Uitgegeven artikelen in pers etc.

WAT BETEKENT AKER VAN AKERVOORDERLAAN?

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                               
18 november 2014

door Nico Groen

Als je in een modern woordenboek kijkt wordt ‘aker’ omschreven als eikel, eikenboom, akker, emmer of een bepaalde landmaat (Engels acre). Oppervlakkig gezien zou je zeggen dat één van bovengenoemde betekenissen wel op de Akervoort zou slaan. Te meer daar er in het wapen van de gemeente Akersloot 3 eikels staan.
Als je in woordenboeken over middeleeuwse woorden kijkt, zie je dat de k bij bovengenoemde betekenissen voor ‘aker’ steeds met een k, kk of ck werd geschreven. Ook eindigen ze steeds op een r. Dat zie je bijvoorbeeld bij de gemeente Akersloot. Dit werd geschreven als Ekkerslato (1083), Ekkerslot (1182) en Ackerslote (1175). Het kan daarom goed kloppen dat de betekenis van Akersloot iets met eikels te maken heeft.
Dit is bij Akervoort echter anders. Bij de oudste benamingen werd de k van aker steeds geschreven met gg, ggh, gh of cgh. Ook zou men in de oudste vermeldingen een r op het einde verwachten. Dit is echter niet het geval.
Rond 1285 wordt geschreven over Acghenvort en Agghenvort, gelegen in West Holland. Een en ander komt uit de grafelijke kanselarij (1284-1287). Leuk gegeven in relatie tot een plaatsnaam is, dat in het Middel Nederlands Woordenboek gesproken wordt over ‘Agghenvort, plaats in ZH. Locatie onbekend. Agghen komt van acghen. Deze plaatsnaam komt uit de Grafelijke kanserij (1284-1287)’.
In 1326 passeert een acte met de naam Aghenvorde en in de 14e eeuw wordt gesproken over Aggenvoorde. In 1444 wordt over Aggenvoerdt gesproken in leenboek A van de ridderhofstad Dever te Lisse. Een perceel genaamd Vranckenhofstede wordt begrensd door een lytweg genaamd Aggevoerdt.
Wat kan het dan zijn, als ‘aker’ geen eikel of akker is?.
De stad Aken (Duits Aachen) betekent ‘bij de wateren’. Er waren daar beroemde warmwaterbronnen, waar de Romeinen thermobaden bouwden. Daar is veel over geschreven. Een Germaanse variant uit 1212 was onder anderen ‘ache’. Gezien de schrijfwijzen van ‘ache’ en ‘acghenvort’ kan deze laatste schrijfwijze gemakkelijk uit de eerste ontstaan zijn.
De betekenis van Akervoort zou dan zijn ‘de doorgang door het water’.
Het kan ook zijn, dat er een beek was, die Acghen heette. De betekenis van Akervoort zou dan zijn ‘de doorwaadbare plaats door de Acghen’.
Vroeger was het gebruikelijk bezittingen, velden en straten namen te geven, die naar een persoon verwijzen. Dat zou in het geval van de Akervoort ook zo geweest kunnen zijn. In het Middel Nederlands Woordenboek staat, dat Acghen vroeger een genitief (een bepaalde naamval) was van de persoonsnaam Acgh. Een genitief betekende ‘iets van iemand’. De betekenis van Akervoort zou zijn ‘de doorgang of voorde van Acgh’.
Bovenstaande informatie komt uit een artikel van Nico Groen over de betekenis van Akervoorderlaan. Het staat in het julinummer 2014 van het Nieuwsblad, dat donateurs van de Vereniging Oud Lisse ieder kwartaal gratis ontvangen.
Er is een werkgroep Heemkunde, die dergelijk onderzoek uitvoert. Als u het leuk zou vinden om dit ook te doen, kunt u zich voor informatie wenden het secretariaat.

Een voorbeeld van een voorde. Deze ligt in de Geul in Limburg. Foto: Nico Groen

WAAR WAS DE VOORDE VAN DE AKERVOORDERLAAN?

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                               
4 november 2014

door Nico Groen

In de grafelijke kanselarij (1284-1287) wordt voor het eerst melding gemaakt over Akervoort, nog geen 100 jaar nadat voor het eerst over Lisse wordt geschreven. De Akervoort is dus al heel oud. Voorde wordt dan geschreven als ‘vort’.
De vroegere betekenis van ‘voorde’ was ‘doorgang’,vaak in relatie tot water, maar niet altijd. Het kon ook ‘doorgang’ zonder water betekenen (bijvoorbeeld door de duinen). Waar lag deze doorgang?
De Akervoort kan in de Heereweg zelf gelegen hebben. We weten niet of er toen een brug over de beek bij de kerk was. De beek werd mogelijk al in de 13e eeuw gegraven. Het water kan over de zandige, onverharde Heereweg richting de Poel gestroomd hebben.
De Heereweg ligt aan de oostkant van de oude strandwal (oude duinen) van Lisse naar Sassenheim. Deze strandwal liep vanaf de Heereweg naar het westen tot Akervoorderlaan 6 (aannemer Van der Hulst). Op deze plek was volgens de morgenboeken in 1544 al een boerderij. Mogelijk was de strandwal zo hoog, dat een doorgang gemaakt moest worden om daar te komen. Deze duinen werden in 1561 afgegraven.
Vanaf hier naar het westen tot de Oude Heereweg/Achterweg lag een strandvlakte. Ten westen van de Engel en ten noorden van de Akervoort was het toentertijd erg nat. Dit werd het Liesbroek genoemd. Het water van het Liesbroek kon niet naar het oosten, noorden of westen stromen. Het moest daarom naar het zuiden stromen naar de latere Beekpolder. Was de strandvlakte ter plaatse van de Akervoort wat hoger dan moest het water hier in een voorde de weg over.
Tussen de huidige Oude Heereweg en de Loosterweg lag weer een strandwal. Was voor een westelijk gelegen huis een doorgang nodig? Het oostelijk gedeelte is in 1604 afgegraven.
Ten westen van deze strandwal lag weer een strandvlakte. Vanuit deze strandvlakte, de Lage Venen, werd het water naar het zuiden afgevoerd via de Maandagse Wetering van Voorhout net oostelijk van de huidige Haarlemmertrekvaart . Volgens de kaart van 1615 heeft de Akervoort hier doorgelopen naar het zuidwesten tot over het water, waar toen een huis stond. Hier kan dus ook een voorde hebben gelegen. Het huidige laantje naar hovenier Hoek, vanaf de Loosterweg naar het westen , is waarschijnlijk nog een restant van bovengenoemd gedeelte van de weg.
Het is dus niet duidelijk waar de voorde gelegen heeft. Bovenstaande staat in een artikel over de Akervoort in het Nieuwsblad nr. 3 van juli 2014 van de Vereniging Oud Lisse. In een volgend stukje gaan we in op de betekenis van Aker.

Op deze kaart uit 1615 van F. Balthasar is te zien, dat de Akervoort veel verder doorliep naar het westen. Kaart: Hoogheemraadschap Rijnland

MIJNZAAL EN VOORGEVEL CNB BEHOUDEN BIJ KOMST FLORALIS

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           
21 oktober 2014

door Nico Groen

Binnenkort wordt Floralis geopend. Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de Coöperatieve veiling HBG (de voorloper van CNB) in as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lisser architect Paardekooper werd in datzelfde jaar een nieuw kantoor/veilingzaal gerealiseerd. Dit bouwwerk is nu dus verbouwd tot theater en bioscoop. Hierdoor blijft dit cultuurhistorisch pand behouden.
Hoe kwam het Hollands Bloembollen Genootschap in dit gedeelte van Lisse terecht? Het HBG werd in 1895 opgericht met als doel de rechten van de bollenkwekers te behartigen. Omdat de verkoop tussen kwekers en handelaren veel problemen gaf, besloot de afdeling Lisse, net als veel andere afdelingen, zelf de verkopen te organiseren. In 1907 werden de eerste droge bollenveilingen gehouden. De bollen werden aangevoerd en verkocht in het gebouw van de R.K. Volksbond aan de Schoolstraat. Dit gebouw werd later het Trefpunt en nog weer later De Gewoonste Zaak.
De aanvoer en de omzet groeiden in de loop der jaren gestaag. De organisatie, de opslag en verwerkingshoeveelheden werden te groot. Daarom werd de Coöperatieve veiling HBG van de afdeling Lisse opgericht op 27 november 1924. De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond, de Kapelleweide. Daar aan de Grachtweg werd in 1925 een veilingloods met kantoorruimte gebouwd. Het geheel had een breedte van 60 m. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht. Dit kantoorgebouw is dus in 1954 door brand vernield.
Het huidige kantoor is in 1954 op dezelfde plek gebouwd door architect ir. A. (Aad) H. J. Paardekooper (1918–1991) in de Delftse en Bossche stijl. Paardekooper hanteerde een herkenbare stijl door het gebruik van natuurlijke materialen (baksteen) en de toepassing van reliëfs. Deze stijl is ook te herkennen aan het ook behouden voormalige directeurskantoor op de hoek van de Lisbloemstraat en de Tulpenstraat. Het HBG kantoor is in 1976 grondig verbouwd na de fusie van de veilingen HBG in Lisse en West-Friesland (Bovenkarspel) tot één veilingcoöperatie (CNB). De bovenvoorgevel van de veilingzaal (mijnzaal) bleef toen gelukkig zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat. De ramen op de begane grond werden toen veel groter gemaakt. Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: Floralis.

HBG vóór 1954

Oude ansichtkaart met links het kantoor, dat nu Floralis is geworden.

NIEUWE INDEX OP DE WEBSITE VAN VERENIGING OUD lISSE

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           
7 oktober 2014

door Nico Groen

Op de website van de Historische Vereniging Oud Lisse (www.oudlisse.nl) staat veel informatie over de Cultuur Historie en de geschiedenis van Lisse. Daar zijn dan ook vele mooie verhalen, oude foto’s en interessante artikelen over het verleden te vinden. Er zijn echter veel boeken en publicaties beschikbaar, waarvan de informatie niet op de website staat. Denk bijvoorbeeld maar aan de vele boeken van Alfons Hulkenberg, Herman van Amsterdam of Erik Vergunst. Het kwartaalblad van de Historische Vereniging Oud Lisse komt al jarenlang 4 keer per jaar uit. Alle leden krijgen dit Nieuwsblad thuisbezorgd. Het staat steeds weer vol nieuwe informatie over het verleden van Lisse en de Lissers. Deze meeste artikelen uit de Nieuwsbladen staan echter ook niet op de website. De informatie is dus, net als eerder genoemde publicaties, niet beschikbaar via internet.
Rob Pex, een actieve vrijwilliger bij Vereniging Oud Lisse, is bezig een speciale index te maken op persoonsnamen, straatnamen, waterwegen, veldnamen en dergelijke. Een index is een lijst van eigennamen (topografisch of van personen) in alfabetische volgorde. U vindt zo’n index vaak achterin de betreffende publicatie. Indien u op zoek bent naar een bepaalde persoon, dan hoeft u niet het hele boek door te nemen, maar kunt u volstaan met het raadplegen van de index achterin het boek. Daar staan alle persoons- of topografische namen die in het boek genoemd worden, met een verwijzing naar de paginanummers. De index van Pex, die u aantreft op de website van de vereniging, is echter een bijzondere. Deze is namelijk bedoeld om de indexen van alle publicaties over het verleden van Lisse samen te vatten.

Tot dusver betreft dat zo’n 8 boekwerken.

In de toekomst wordt dit verder aangevuld met andere boeken en publicaties over het oude Lisse. Ook voor de Nieuwsbladen van de vereniging heeft hij al een begin gemaakt met indexeren. Pex is daar dus nog druk mee bezig, maar er is al erg veel te vinden in de index en de index wordt regelmatig bijgewerkt.
Indien u vragen of opmerkingen over de index heeft, kunt u mailen naar de vereniging.
Als u iets gevonden heeft wat u nader wilt bestuderen, dan kan het betreffende boek of Nieuwsblad ingezien worden op de maandelijkse inloop van de vereniging in de Vergulde Zwaan, Havendwarsstraat 4 in Lisse. Deze inloop is iedere eerste dinsdag van de maand van 9.30 tot 12.00 uur en u kunt zo naar binnen wandelen.

De Vergulde Zwaan, Havendwarsstraat 4 in Lisse. Foto Nico Groen

TSAAR ALEXANDER I WAS 200 JAAR GELEDEN IN LISSE

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           
23 september 2014

door Nico Groen

Precies 200 jaar geleden kreeg het etablissement De Witte Zwaan in Lisse hoog bezoek.
Na de zege op Napoleon keerde tsaar Alexander I als overwinnaar terug . Hij maakte een zegetocht door Frankrijk, Engeland en de nieuw gevormde staat der Nederlanden, met aan het hoofd de door hem gesteunde soevereine vorst Willem I.
Zijn reis door de Nederlanden vormde een ware triomftocht: overal werd hij met egards overladen en waren er triomfbogen opgericht. Overal stonden juichende menigten langs de weg en werden er feesten gegeven. Op 2 juli 1814 reisde Alexander I van Den Haag naar Katwijk om de Katwijkse Uitwatering te bezoeken. Na dit werkbezoek ging te tocht via Haarlem naar Amsterdam. Zo kwam de stoet ook door Lisse. Zoals bij veel gelegenheden in die tijd, werd een gedeelte van de paarden bij de Witte Zwaan gewisseld. Ook werd er gegeten en gedronken. Het was zeker geen klein gezelschap, gezien de gepeperde rekening, die de toenmalige, zeer populaire herbergier Gerrit Veldhorst (de Veldhorststraat is naar hem vernoemd) naar de gastheer, de latere koning Willem I, opstuurde. Die nota is bewaard gebleven en was te zien op een tentoonstelling ter gelegenheid van het 800-jarig bestaan van Lisse in 1998.
De keizer reisde met 12 rijtuigen, waarvoor een bespanning van 51 paarden nodig was. Alexander zat in een open calèche, bespannen met 6 paarden. De glorieuze intocht met ontvangst in het Koninklijk Paleis in Amsterdam, de eerste staatsontvangst van Willem I, vormde een hoogtepunt van deze dag.
De Kozakken van de tsaar, die een belangrijke rol speelden bij de overwinning op Napoleon, hebben een onuitwisbare en niet altijd positieve indruk op de Nederlanders gemaakt.
Dat blijkt ook uit het dagboek van Cornelis van der Zaal, molenmaker aan het Vierkant die in november/december1813 over de doorreis door Lisse van prins Willem vertelt.
In het boek “Lisse, rommeling” van Hulkenberg staat het volgende van Van der Zaal, opnoteerd op 3 december 2013. “Om één a twee uur kwamen eenige rijtuigen van den Prins door en daarna de coezakken, 32 in getal. Zij hielden halt en vroegen hooi en haver voor de paarden en vleesch en brood en drank voor zichzelf. …… Het was een aardige middag en er geschiedde geen mensch leed”.

Het logement de Zwaan te Lisse’ waar in 1814 de tsaar gegeten en gedronken heeft. Steendruk van L. Springer (1848) uit het Regionaal Archief Leiden.

DE TREKVAART WAS VROEGER ZEER BELANGRIJK ALS REISVERBINDING

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           
10 september 2014

door Nico Groen

Geen fietsen, geen scooters, geen auto’s, geen bussen en geen treinen. Ook geen doorgaande wegen. Eeuwenlang ging het reizen voornamelijk over water, maar het was bijzonder moeilijk om tussen twee steden te reizen. De komst van de trekvaarten en trekschuiten in de gouden eeuw, zo omstreeks 1650, verbeterde de verbindingen tussen steden enorm. Zo ook de trekvaart tussen Haarlem en Leiden. Door de aanleg van deze trekvaart in 1657 ontstond een aaneengesloten verbinding tussen Amsterdam en Rotterdam. Zonder vertragingen konden de passagiers in één dag heen en weer tussen beide steden. Rond 1700 was er zo’n 600 kilometer aan trekvaarten. De trekschuit was weliswaar niet snel maar wel zeer degelijk. Dankzij een zeer strakke dienstregeling was de nieuwe manier van reizen direct een groot succes. In het topjaar 1671 maakten maar liefst gemiddeld ruim 400 passagiers per dag gebruik van de trekvaart tussen Haarlem en Leiden.
De opening van de spoorlijn tussen Haarlem en Leiden in 1842, vrijwel parallel aan de trekvaart, was de doodsteek voor het trekschuitenvoer. Daardoor werd de trekschuit dienstregeling in 1860 opgeheven.
De staten van Holland en West-Friesland gaven op 6 april 1656 toestemming onder voorwaarden voor het graven van een trekvaart tussen Leiden en Haarlem. De vaart werd 28,4 km lang, 15 tot 20 m breed met een minimale diepte van 2 m. het bijbehorend jaagpad werd 6,5 m breed. De noordelijke helft van Haarlem tot Halfweg bij Lisse ging ‘Leidse trekvaart’ heten, de andere helft van Lisse tot Leiden ‘Haarlemmer trekvaart’. Er moesten 425 grondeigenaren afstand doen van hun grond. Op 27 februari 1657 vond in de Doelen in Haarlem de aanbesteding plaats. Op 25 april 1657 werd met het graven begonnen en al een half jaar later, op 1 november 1657 werd de trekvaart opengesteld voor het verkeer. “Een onmoogelyk wonder!” Het graafwerk werd verricht door naar schatting 770 arbeiders die voor het merendeel waren gerecruteerd uit West- Brabant en het oosten van Zeeuws-Vlaanderen..
In Halfweg bij Lisse werd de ‘scheydtpaal’ geplaatst en Huis Halfweg gebouwd voor overleg tussen de commissarissen van Leiden en Haarlem. Ook werd daar een herberg gebouwd, evenals een stal voor het verwisselen van de paarden.
In 200709 was het 350 jaar geleden, dat de trekvaart tussen Leiden en Haarlem in gebruik werd genomen. Ter gelegenheid hiervan werd een indrukwekkend herdenkingsboek , een DVD en een expositie gemaakt, die dat jaar in Lisse in het museum de Zwarte Tulp te bezichtigen was. Het herdenkingsboek en de tentoonstelling heet ’Blauwe ader van de Bollenstreek’. De prachtige expositie bestaat uit maar liefst 18 panelen vol foto’s, kaarten en andere informatie.
Omdat het thema van de Open Monumentendag ‘reizen’ is, laat de Historische Vereniging Oud Lisse de toen gemaakte informatiepanelen zien tijdens de Open Monumentendag op 13 september aanstaande in de Vergulde Zwaan, Havendwarsstraat 4.

Huize Halfweg tussen Haarlem en Leiden.

EEN SCHOOL SLOPEN UIT 1885 MET EEN RIJK VERLEDEN?

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           
26 augustus 2014

door Deen Boogerd

Zelfs als Erfgoedvereniging Heemschut deze school kwalificeert als een zeldzame monumentale openbare lagere school uit die tijd. Het gebouw is zeker het behouden waard, maar er is meer! Om te voorkomen dat men na de sloop van het zoveelste pareltje onder de Lissese monumenten gaat beweren daar niets van te hebben geweten gaan we even
terug in de geschiedenis.
Het is 1879, een jonge man uit Kruisdorp (Hoofddorp) heeft zojuist te horen gekregen dat hij
unaniem verkozen is uit vier kandidaten als hulponderwijzer aan de openbare school van Lisse. Die jonge man was Cornelis Johannes Kieviet en heeft hier de fijne kneepjes van het schoolmeestersambt geleerd. Later is hij één van de meest gelezen schrijvers van Nederland geworden. Wie kent niet de boeken over Dik Trom en zijn dorpsgenoten.
Wat heel veel mensen niet weten is dat deze Johannes Kieviet hier zijn vrouw Gezina
Veldhuijzen van Zanten heeft leren kennen. Johannes en Gezina zijn in 1883 te Lisse getrouwd. Hij heeft de nieuwe Openbare school gebouwd zien worden en ongetwijfeld er met meester Visser over gepraat. Hij was vast één van de genodigden om de feestelijke verhuizing bij te wonen, naar de school die nu met sloop bedreigd wordt. Zijn band met Lisse is altijd gebleven. Hier woonde immers zijn schoonfamilie. Twee van zijn boeken “De hut in het Bosch” en “Nog niet te Laat” spelen zich af rond Lisse. Niet alleen de omgeving, maar ook de diverse personen zoals Marinus Veldhuijzen van Zanten zijn schoonvader is herkenbaar
in de figuur van opa Bolland van de Heuvel. De villa “Woudzicht” is ontegenzeggelijk Klein
Veenenburg aan het einde van de Zwartelaan wat uitkeek op het oor hem beschreven “Zandvliet”, toen nog bos. Het is allemaal een groot halfuur gaans van uit het dorp “Bloemenhoven”. U mag één keer raden welk dorp hij hier bedoelt. De titel van één van
zijn boeken zou nu een slogan kunnen zijn, “Nog niet te laat”,
Burgers van Lisse alsook politici,zolang de school er staat is het NOG NIET TE LAAT en
kunnen we nog hopen op een bestuur dat tot inzicht komt. Deze oude stenen hoeven niet
in de grote muil van de vergruizer te verdwijnen. De prachtige oude bomen zijn nog niet toe
aan de groenversnipperaar! Er zijn mensen bezig met alternatieve plannen die zo als het er nu
naar uitziet voor alle partijen een win-win-winst-situatie op zouden kunnen leveren. ‘Burgerparticipatie’ gebruik het en geef uw burgers de tijd. Bewaar toch wat tastbare geschiedenis voor de toekomst. Het is heel goed om deze zeldzame monumentale Openbare
school te behouden, juist hier op deze plek waar de Roomse en de Protestantse kerk elkaar begroeten zo dicht bij het Gemeentehuis. Er is geen plek in Lisse die zo duidelijk alle gezindten herbergt als juist deze plek! Wij van Vereniging Oud Lisse vragen met klem de Lisser bestuurders: kijk nog eens goed naar de weg die u bent ingeslagen voor u onherstelbare schade rijdt, stukje achteruit, misschien? Het is NOG NIET TE LAAT!


09

Johannes Cornelis Kieviet

De hut in het bosch.

Nog niet te laat

MOETEN DE MONUMENTALE LINDEN WIJKEN VOOR DE FACTORIJ?

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)           
15 juli 2014

Uit de plannen voor de nieuwbouw , met de quasihistorische naam ‘De Factorij’, blijkt, dat ook de 6 oude monumentale linden zouden moeten verdwijnen. gepleit wordt voor behoud

door Nico Groen

De gemeenteraad van Lisse heeft de nieuwbouwplannen op de plaats van de Openbare Lagere School en de Voorhof goedgekeurd. Niet alleen de monumentale karakteristieke Openbare Lagere School uit 1885 moet verdwijnen, maar ook de eeuwenoude beeldbepalende eik tussen de school en de Voorhof moet het lootje leggen. Verplaatsen schijnt veel te duur te zijn. Bovendien moeten hiervoor al een paar jaar tevoren de wortels rondom de kluit worden los gestoken. De boom heeft dan de tijd om binnen de te verplaatsen kluit, nieuwe wortels te maken, die na het verplanten verder uit moeten lopen om voedingsstoffen en water op te kunnen nemen . Helaas, maar waar geen wil is, is ook geen weg.
Uit de plannen voor de nieuwbouw , met de quasihistorische naam ‘De Factorij’, blijkt, dat ook de 6 oude monumentale linden zouden moeten verdwijnen. In het boek ‘ Wandel- en fietsroutes langs bomen in Lisse’ van de Vereniging Oud Lisse worden deze linden als volgt omschreven ”Tegenover de grote Kerk staat een imposante rij oude linden. Deze zijn heel bepalend voor de sfeer in dit gedeelte van de Heereweg”.
De gemeente Lisse heeft al jarenlang een lijst met monumentale bomen. Hierop staan deze linden prominent vermeld. Wat is de waarde van deze monumentale bomenlijst als zomaar gekapt mag worden? Als particuliere eigenaren een boom van de lijst willen kappen voor nieuwbouw, vindt de gemeente terecht dat er maar om de boom heen gebouwd moet worden. Denk maar aan de huizen aan de Heereweg bij het Velthuyzen van Zantenpark. Een en ander is toch met 2 maten meten? Hopelijk komt de Gemeenteraad of aannemer Horsman en Co nog tot inkeer, wat de bomen en de naam Factorij betreft.
Tenslotte missen wij in dit project ook voorbereidend archeologisch onderzoek.
Dit gedeelte in de historische dorpskern is namelijk een archeologisch waardevol gebied. Bij zo’n gebied is bij bodemingrepen van meer dan 30 cm vroegtijdig archeologisch onderzoek verplicht.

De oude linden bij de groet kerk moeten niet weg! Foto: Nico Groen

VAANDEL VAN RK MIDDENSTANDSVERENIGING SINT JOZEF

In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           
1 juni 2014

door Koos van der Zwet

In de doelstelling van de Vereniging Oud Lisse wordt onder andere het behoud van het culturele erfgoed in de gemeente genoemd.
Het begrip cultureel erfgoed is breed, het laat zien waar we vandaan komen en scherpt aldus de blik op de toekomst.
Naast onroerende zaken, zoals gebouwen en landschappen, zijn er de onroerende culturele zaken. Daaronder vallen klederdrachten, kunstwerken zoals schilderijen en beeldhouwwerken en nog veel meer.
In deze column gaat het om onroerend cultureel erfgoed.
Tot de jaren zestig paste het in de rooms-Katholieke traditie dat men zich aansloot bij een katholieke organisatie. Nederland was verzuild, ook andere gezindten hadden hun eigen organisaties.
Een RK arbeider werd lid van een RK Vakbond, met de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) als de grote bond, zoals nu de Federatie Nederlandse Vakbeweging. Middenstanders sloten zich aan bij een RK Middendstandsvereniging.
Iedere RK vereniging, corporatie of bond had een eigen beschermheilige.
De landarbeiders bij Sint Deusdedit en voor de metaalbewerkers was Sint Eloy de beschermheilige
In Lisse werd in maart 1912 de RK Middenstandsvereniging Sint Jozef opgericht. De ondertitel van de vereniging was De Hanze.
Sint Jozef werd gezien als een kleine zelfstandige, een middenstander ergo de beschermheilige voor de middenstanders.
Veel verenigingen werden vanuit de parochie opgericht. In Lisse was dat lange tijd alleen de Agathaparochie. Vanuit de parochie werd voor iedere vereniging een geestelijk adviseur aangewezen, die had nogal wat invloed op het beleid van de vereniging had.
Het gaf ook de sterke binding met de kerk aan.
Deze binding kwam tot uiting in de vaandels die door vele verenigingen werden gebruikt. De meeste vaandels stonden in de kerk. In de Agathakerk stonden ze tegen pilaren aan. Bij processies werden de vaandels meegedragen. In Zuid-Nederland zichtbaar buiten de kerk. In Noord-Nederland vooral binnen de kerk.Na de jaren zestig zijn vele vaandels uit de kerk verdwenen. De vraag is: Waar zijn ze gebleven?
In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.
De restauratie is uitgevoerd door mevrouw Corrie Swinkels, een groot deskundige op het gebied van borduren en andere textiele vormgevingen.
Over het vaandel is niet veel meer bekend dan wat we uit het opschrift kunnen halen.
Er zijn meer vaandels geweest, niet alleen van RK verenigingen maar ook van anderen, zoals muziekverenigingen.
Deze vaandels behoren tot het culturele erfgoed, ze geven aan hoe men in het verleden was georganiseerd in verenigingen. In het leven van de mens waren verenigingen zeer belangrijk.
Bedenk er was geen televisie, alleen radio, films waren meestal zwart-wit, er was geen computer met internet.
De Vereniging Oud Lisse is benieuwd of er nog vaandels zijn. Het is bekend dat bij een aantal verenigingen de vaandels nog in goede staat zijn en goed bewaard worden, waarvoor alle lof.

Het vaandel

Geschiedenis Poelpolder

Arie in ’t Veld beschrijft een artikel van A. Hulkenberg over de ontstaansgeschiedenis van de Poelpolder. Volgens Hulkenberg wordt de Poelpolder al in 948 vermeld. In dat jaar verleent keizer Otto I het recht tot visserij in ‘Getrewat’. Later Geestwater genoemd.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad VOL juli 2010

In een aangeboden oude De Lisse uit 1975 , vonden we dit stukje over Arie in ’t Veld. Inmiddels 35 jaar correspondent van de Lisser. Bij zijn adres werd De Poelpolder vermeld. De bebouwing van de Poelpolder dateert uit de jaren 60, nu zo’n 50 jaar geleden. Dit was aanleiding voor Arie in ’t Veld om nog eens terug te grijpen op de geschriften van de heer A. Hulkenberg.

 

In de Poelpolder zijn huizen gebouwd en er zijn plantsoenen aangelegd. Dat is een vaststaand feit, zoals het ook vaststaat dat heel veel mensen zich in de Poelpolder thuis voelen en dat is iets waaraan nog wel eens werd getwijfeld toen in de zestiger jaren de ontwikkeling van de polder in gang werd gezet. Lissers hoorden in Lisse en niet op de plek van de vuilnisbelt ergens in de middle of nowhere…. Onder die Poelpolderbewoners bevinden zich veel Leidenaars. Of eigenlijk moeten we natuurlijk zeggen ex-Leidenaars. En als die mochten denken dat ze een stuk van hun roots verwijderd zijn, dan mag uit het volgende verhaal dat door de onvolprezen heer wijlen A. Hulkenberg werd geschreven blijken dat dit helemaal niet het geval is. De geschiedenis van de Poelpolder is namelijk altijd een Leidse aangelegenheid geweest.

Grafelijk viswater
De Lisser Poel was namelijk een deel van de Leidse Meer. Tussen de Meer en de Poel lag een eiland, de Roversbroek. Er zat zeer veel vis in de Poel, met name baars en bot, maar het brakke water was natuurlijk niet goed voor de omliggende weilanden en de overstromingen brachten veel schade. De eerste vermelding van de Lisser Poel vindt plaats in 948.
In dit jaar staat keizer Otto I.leenheer van Holland, aan het bisdom Utrecht het recht toe tot de visserij in “Getrewat”. Dit woord is niet duidelijk. Men spreekt later van “Geestwater”, misschien omdat ’t dicht bij de geestgronden lag, misschien omdat het er bij storm zo gevaarlijk kon spoken. Geleidelijk aan hebben de graven van Holland, met name ook Floris V, zich vrijgemaakt van het keizerlijk gezag en ook van het wereldlijk gezag van de bisschop van Utrecht. Zo kwam de Lisser Poel aan de grafelijkheid van Holland. Tot de Franse revolutie toe is de Poel in het bezit van de grafelijkheid gebleven. Het wordt dan “‘s-Gravenwater”. of ook wel “Vroonwater” genoemd. De oud-saksische mannelijke vorm van frouwa (vrouw) is fro (man of heer). Vergelijk het Duitse Fronleichnamfest = Sacramentsdag, het feest van het lichaam van de Heer. De Poel behoort dus toe aan de “heer”, in casu aan de graaf van Holland.

De stad Leiden pacht het viswater
In 1433 verpacht graaf Philips van Bourgondië het viswater van De Poel aan de stad Leiden. Deze kon dit dan weer onderverpachten aan de Leidse vissers en zo kon dat dan voor de stad een goede bron van inkomsten zijn.
Maar ook onbevoegden wisten dat er in de Poel zeer veel vis zat en in 1451 verbiedt graaf Philips nog eens met nadruk het vissen in de Lissese Poel zonder toestemming van de stad Leiden. Tot 1622 toe heeft de stad Leiden van de opbrengst van de visserij genoten. Soms verneemt men, hoe verschillende “legers”, viswaters, zijn verpacht. Bij een leger achter de boerderij van Pieter Claesz, dat twee Leidenaars voor 16 stuivers per jaar gehuurd hebben. Men leest over de “Gerrit Evertspoel”, die gaat aan “’t zuidwest-einde aan de horn van des kloosterkamp” (achter het land van Gebroeders Meskers) “strekkende noordoostwaarts tot de halve Greveling”.
Ook over de “Stienpoel” en de “Luttekepoel” (Kleine Poel), dicht bij de Greveling. Daar staat veel “elst” in de rietbossen, en de noordwesthoek van de Poel, waar veel ruis (riet met planten ertussen) groeit, wordt de Ruishorn genoemd. Een horn is een bocht of uitspringende plek. (Nu weet u dus ook waar de naam Ruishornlaan vandaan komt). Achter Dever is de ‘Heer Reiniershorn’, genoemd naar de Heer Reinier Dever, zoon van Heer Gerard D’Ever, naar wie de ‘Gerrit Everspoel wasz genoemd’. Nog steekt daar een deel van het Deverland in de Poelpolder naar voren. Ten zuiden ervan was de Colijns Horn, genoemd naar Colijn, die daar met zijn moeder, Haasken, woonde. Maar laten wij nu eerst eens naar de Rooversbroek gaan, die ook in het bebouwingsplan van de Poelpolder betrokken is.

De Rooversbroek
Een eigenaardige naam. Rooversbroek. Men leest ook wel eens “Rozenbroek”. Maar waarschijnlijk is het toch wel een moerasland geweest, dat oorspronkelijk aan een zekere “Rover” of “Robert” heeft toebehoord. Toen in 1461 de parochie van Lisse werd afgescheiden van Sassenheim, bleef de Rooversbroek bij Sassenheim. Waarom? Veel mensen zullen er niet hebben gewoond. Misschien wel niemand. Nee, het ging weer om het geld. De Heren van Dever hadden in de kerk van Sassenheim een “vicarie” gesticht. Een “vicaris” moest daar missen lezen tot intentie van de heren van Dever. Tot onderhoud van de vicaris hadden ze landerijen aan de kerk geschonken en een aantal daarvan lag in Rooversbroek.
Omstreeks 1550 had Jonker Nicolaas van Matenesse, heer van Dever, die het goed met Lisse meende, de pastoor van Lisse, Laurens Willemszoon van Wees, tot vicaris aangesteld. Dat bracht 14 gulden per jaar op en dat geld kon de pastoor bijzonder goed gebruiken. Maar dat viel tegen. Tegen het opstuwende water van de meer waren de verwaarloosde dijken van de Rooversbroek niet bestand en telkens waren er overstromingen. Het onderhoud van de dijken kostte de pastoor meer dan de f. 14,- die hij kon ontvangen. Nu wilde hij dat land wel verkopen, maar dat ging niet, want het was kerkenland en dus in “de dode hand” gekomen. Daar moest een kardinaal aan te pas komen en dan de keizer zelf. Karel V, keizer van het Duitse Rijk, koning van Spanje en dan volgen nog lijsten van titels en landen waarover Karel V het bewind voert. Tenslotte nog “koning van de eilanden Indië en de vaste aarde der zeeoceanen” en “Dominateur in Azië en Afrika”, graaf van Holland en als zodanig ook nog heer van de Rooversbroek. Dit alles is voldoende om iedere bewoner van de Rooversbroek voor goed over alle minderwaardigheidscomplexen heen te helpen. Het is allemaal in orde gekomen. Tenslotte maakt jonker Nicolaas zijn zoontje Johan van Matenesse tot erfpachter van de landerijen en garandeert de pastoor een jaarlijkse som van f. 17,- uit te betalen “in de twaalf nachten”, dit is tussen Kerstmis en Driekoningen (6 januari) of op 1 mei f. 17,- Een heel bedrag. Wat zal die pastoor opgelucht zijn geweest.

Plan tot drooglegging
Leiden had drie grote parochiekerken: de Pieterskerk, de Pancras- of Hooglandse kerk en de Lievevrouwekerk. Deze kerken waren in handen gekomen van de protestanten en door verscheidene redenen financieel in goede doen gekomen. Ze zochten nu een goed beleggingsproject. Zulk een project was het droogleggen van de Lisser Poel. De Burgemeesteren en Regeerders der Stad Leiden richtten nu namens de drie kerken tot de Staten van Holland het verzoek aan deze kerken het octrooi te verlenen tot droogmaking van “het Geestwater”. Men moet bedenken dat dit plaatsvond in de tijd van een staatskerk en de samenwerking tussen kerk en burgerlijk gezag niet al te moeilijk hoefde te zijn. Op 23 juli 1622 valt in Den Haag een gunstige beslissing en de zaak kan beginnen.

Drooglegging
Men liet er waarachtig geen gras over groeien. Jan Pietersz Dou, gezworen landmeter van Rijnland, maakt een ontwerp, tekent een kaart. De Ringsloot wordt gegraven, die later om onbekende reden ook Rijnsloot wordt genoemd. In de lengterichting van de polder komt de “Molenwatering”, die uitkomt bij de molen aan de Meer. (Die molen staat er nog, al is hij intussen vernieuwd). Maar sommige schippers blijven maar varen en storen de werkzaamheden. Er komt een ‘Verbodt van Seylagie’, een verbod om te zeilen, dat ook voor de nieuwe Ringsloot geldt. Er wordt hard gewerkt. Het is met de rust van de bejaarde heer van Dever en Lisse, jonker Johan van Matenesse, gedaan. Hij trekt weg naar Utrecht, voorgoed. Er woonde in Leiden een rechtskundige, die ook met de droogmaking zijn bemoeienissen heeft gehad. Het is Mr. Simon van Leeuwen, zeker niet de minste onder zijn ambtsgenoten. Tussen de grootste vaderlandse rechtsgeleerden, wier beeltenis is opgesteld bij de trappen van het gebouw van de Hoge Raad te ‘s-Gravenhage, vinden wij ook het bronzen conterfeitsel van onze Mr. Simon van Leeuwen. Hij was ook familie van Bouwe van Leeuwen, die woonde op de plaats van de Witte Zwaan. (Deze had een “stukke grond aangeplempt” in de Lisser Poel aan de H. Geestarmen gegeven, het “Bouwe’s Bosje”). Mr. Simon van Leeuwen stond toe te zien bij het graven van de Ringsloot en zag hoe daar een achtkantige toren werd uitgegraven. Misschien wel een ouder kasteel Dever, overspoeld door het water. Daar is nooit iets naders over bekend geworden. In 1624 was de drooglegging een feit, het uitgeven van percelen kon een aanvang nemen.

Huizen in de Poel
Veel huizen zijn er in de Poel nooit gebouwd. Tot voor “enige” jaren tenminste! Het bekendste huis is ongetwijfeld Uitermeer. Het stond juist tegenover het uiteinde van de Verlaner Zandsloot ofwel Vennesloot.
Wanneer men via de Eerste Poellaan de polder binnenkomt, onmiddellijk aan de rechterzijde. Het behoorde toe aan Simon van der Stel, eerste gouverneur van Kaap de Goede Hoop. Later is het eigendom van Willem Adriaan van der Stel, gouverneur van de Kaap, overl. 1725. Zijn fraaie grafmonument is te vinden in het koor van de Nederlands Hervormde kerk. Ook verrezen enige boerderijen. Een der oudste, misschien wel de alleroudste, stond recht tegenover de Vliet (Staalsloot) maar deze is reeds lang weer verdwenen. De “boerderij van Langeveld”, (t Lange Rack) dateert van 1642. Dan is er nog de boerderij Poeleway van 1643.
Een aardige boerderij. Aanvankelijk zei men, dat deze gespaard zou worden, doch daarvan kwam niets terecht. Poeleway moest wijken voor de nieuwbouwplannen van Lisse.

Linksonder de boerderij De Poeleway aan de Greveling/Ruishornlaan. Iets verderop rechts zie je nog net een stukje Hohabo en rechts midden de ELKA… en rechtsonder de eerste huizen aan de Broekweg. En veel, heel veel bollenvelden in hartje Lisse. De foto is van begin vijftiger jaren toen de onleidingsweg (Oranjelaan en dergelijke) in aanleg werd genomen. Vanaf linksboven kun je het traject al zien richting Greveling, waar dus de brug (nu viaduct) moest komen.1111111111111111111

Overstromingen
In de Poelpolder is in vroeger jaren veel narigheid geweest. Bij hevige regens en windstil weer stonden vaak delen van de polder onder water, omdat de molen niet kon malen. In 1677 liep de hele Poelpolder onder.
Nu was dat natuurlijk niet zo’n ramp als dat tegenwoordig zou zijn. De boerderijen lagen hoger, bovendien was de inrichting zeer sober. Voor het grasland kon een overstroming zelfs wel eens goed zijn, vooral in een tijd dat er nog geen kunstmest bestond. Maar het brakke water zal het gras geen goed hebben gedaan. En dan het herstel van de dijken! In 1766 is er weer een gehele overstroming. De ingelanden, met name de kerken van Leiden, vragen 25 jaar vrijdom van belastingen. Dat vindt men in Den Haag nu wel erg veel. Tenslotte krijgen zij 15 jaar, maar ze zullen intussen de dijk behoorlijk moeten versterken. Dat zal wel gebeurd zijn, want het duurt enige tijd voordat men weer over dijkdoorbraken hoort. Kerstmis 1838, grote dijkdoorbraak en overstroming. Op 24 en 25 december stroomde de zaak weer onder. Piet Verdegaal slooft zich uit aan de dijk, maar het helpt niet. Er wonen niet veel mensen in de Poel en de brave Lissers vinden dat die het maar alleen moeten opknappen. De dijk gaat weer dicht, maar telkens moet Verdegaal bij nacht en ontij zijn bed uit en aan de dijk staaan. “Ik zit hier best naar mijn zin”, zegt Verdegaal, die van geboorte uit Vogelenzang komt, “maar als ze de Haarlemermeer niet droogmaken, dan ga ik weg”. Nu, Verdegaal kon blijven; in de vijftiger jaren van de 19e eeuw ging de Haarlemermeer droog. Het door de wind opgezweepte water van de Meer kon nu de Roversbroek en de Poelpolder niet meer bedreigen.
Er kwam rust voor de Poelpolder. Rust voor de mensen, voor het vee, rust voor de vogels, voor de hazen. Behalve natuurlijk als Verdegaal, Langeveld of de onvergetelijke Jaap Riggel met hun jachtgeweer over de weilanden stapten. Dan knalde het! Maar verder rust. Een paradijs.

Van Poelpolder tot Poelpolderplan
Nu ja, een paradijs. De wegen en dijken waren wel schilderachtig maar slecht begaanbaar. De percelen waren soms moeilijk te bereiken en elektriciteit en dergelijke modernismen trof men nog nauwelijks aan…. Het was heerlijk naar de kieviten te kijken, de grutto’s en tureluurs te zien op de houten landhekken, de karakieten te horen in het riet of om de kemphanen gade te slaan. Maar om er te wonen…. En toch wilden de meeste bewoners hun polder voor geen ander land ruilen. De ontsluiting, tevens ontluistering, begon toen de Rooversbroekdijk werd geslecht en door nieuwe wegen de polder beter begaanbaar werd gemaakt. Natuurlijk, het moest, maar jammer was het toch ook wel. Toen kwam de naar uitbreiding hakende gemeente op de gedachte, de Poelpolder te bebouwen. Een nieuwe toekomst voor vele Lissers. En natuurlijk kwamen ook Leidenaars weer vissen. Zij waren welkom, al is de vrijdom van belasting natuurlijk reeds lang verstreken.

Kaart van debedijkte Poelpolder door J. Dou in 1624

De foto de Grote Poelpoldermolen is genomen van de overkant van de Ringvaart van

Copyright © Vereniging Oud Lisse