Uitgegeven artikelen in pers etc.

Verborgen verleden in Lisse

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” doet onder andere onderzoek naar de lokale geschiedenis van haar bewoners, de gebouwen en het landschap. Veel namen van bewoners en huizen zijn bekend, maar er zijn ook nog veel puzzelstukjes. Wie doet er mee om het verre verleden te laten herleven?

 Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                

8 oktober 2019

door Nico Groen

Genealogie en historie

Onderzoek naar de geschiedenis van Lisse wordt gedaan door leden van de werkgroep Genealogie en Historie. De geschiedenis kunnen we achterhalen door oude akten te raadplegen. Het is verbazend om te zien hoeveel er al in de 17de eeuw werd vastgelegd in Lisse: aan- en verkopen van grond en gebouwen, hypotheken, testamenten, rechtspraak, enzovoort. Al die akten worden bewaard in archieven zoals in het Nationaal Archief in Den Haag, het Gemeentehuis van Lisse of het Kadaster. Gelukkig zijn veel akten gefotografeerd en digitaal te raadplegen bij de VOL. De oude teksten zijn echter vaak moeilijk te lezen. Daarom is een aantal leden bezig om de oude teksten om te zetten naar leesbare tekst. We proberen verder zoveel mogelijk gegevens van de vroegere bewoners van Lisse bij elkaar te krijgen: over doop, trouwen en begraven, over kinderen en beroepen. Ook willen we achterhalen hoe het dorp er vroeger uitzag, hoe de perceelverdeling was en welke gebouwen er stonden en wie daar woonden. Laten we eens naar een voorbeeld kijken.

‘t Vierkant bij Foto Engel

We nemen u mee naar een pand op het Vierkant en zijn geschiedenis. En wel naar Heereweg 209 de plaats waar Foto Engel zich bevindt. Een locatie die heel wat aan zich voorbij zag komen. Bijvoorbeeld het uitzicht op de rechtbank en de gevangenis, tal van herbergen, de postkoets  Leiden-Haarlem waar de passagiers overstapten, de legereenheden die door Lisse trokken of hier overnachtten zonder te betalen, het uitzicht op het schavot en op de ‘Groote of Groenen Eik’ waar oorspronkelijk recht gesproken werd.

Maar het gaat natuurlijk ook over de bewoners die op de plek van Foto Engel hebben geleefd, gewoond en gewerkt. We kunnen terugkijken tot 1585. In oude akten was de plaats 200 jaar lang op te sporen omdat deze bekend stond als ‘De Camer’. De nodige beroepen trekken voorbij van hen die hier hebben gewoond en geleefd door de eeuwen heen. Voorbeelden zijn landbouwers, chirurgijns, een vleeschhouwer, een koopman in turf, een bierbrouwer, een duijnmeijer (een soort boswachter), een herbergier, een smid, een kleermaker en een wielmaker.

Oproep voor vrijwilligers

De namen van al deze bewoners  zijn bij de Werkgroep bekend, maar er zijn ook nog veel puzzelstukjes die ontbreken. Daarom zoeken wij nog mensen met interesse voor onze dorpsgeschiedenis om samen dit verre verleden te doen herleven.

Voelt u er iets voor? Komt u gerust eens langs op de wekelijkse inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat 4. De koffie staat klaar.

Foto: Het witte gebouw is restaurant De Oude Heere, daarnaast foto Engel.
Deze ansichtkaart is vóór 1909 gemaakt.
Foto: Beeldbanklisse.nl

Oudste archeologische vondst in Lisse.

Het oudst gevonden voorwerp in Lisse is een vuurstenen beitel, in bezit van Museum De Zwarte Tulp. Het komt uit de periode van 3500 -2500 jaar voor Christus.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                          

24 september 2019

door Nico Groen

10.000 jaar voor Chr. ontstond het landschap met zijn strandwallen (de oude duinen) en  strandvlaktes. Wat is er allemaal aan archeologisch materiaal in Lisse gevonden? Dat staat in het boek ‘Het Verleden van de Velden’ over archeologische vondsten en opgravingen in de Duin- en Bollenstreek van archeoloog Jeroen van Zoolingen uit in Noordwijkerhout.

Het oudst gevonden voorwerp in Lisse is een vuurstenen beitel, in bezit van Museum De Zwarte Tulp. In het boek staat: “Zo’n 200 meter ten noordoosten van ’t Huys Dever, tussen de Vennesloot en de Eerste Poellaan, werd in 1960 een stenen beitel gevonden. Hoewel dit soort beitels zeker niet van lokale makelij was, komt het type vaker voor op vindplaatsen uit de Vlaardingencultuur. De mensen van de Vlaardingencultuur leefden van 3500 tot 2500 (de Nieuwe Steentijd) vóór het begin van onze jaartelling. Het waren eerst voornamelijk jagers en verzamelaars van eten, zoals bessen en dieren. Later gingen zij over op een primitieve vorm van landbouw, waarbij zij in nederzettingen woonden. De naam Vlaardingencultuur is ontleend aan de eerste vondsten in Nederland. Bij Vlaardingen werd een nederzetting met vele vondsten uit die tijd opgegraven. De vondst bij Dever is dan ook met enige zekerheid tot de Vlaardingencultuur te rekenen. De voorzichtigheid komt doordat er verder geen sporen of scherven in de nabijheid gevonden zijn. Wellicht zijn die niet herkend of simpelweg nog niet waargenomen, maar het is ook goed mogelijk dat het om een geïsoleerde beitel gaat, die bijvoorbeeld bewust als offer is achtergelaten door mensen, die heel ergens anders woonden”.

Tentoonstelling

In het Archeologisch Museum Haarlem op de Grote Markt is nu de tentoonstelling ‘Het Verleden van de Velden’ over de archeologie van de Duin- en Bollenstreek te zien. Deze tentoonstelling is nog tot 6 oktober 2019 te bezoeken. De openingstijden zijn van woensdag tot en met zondag en de toegang is gratis. De tentoonstelling is gebaseerd op het gelijknamige boek van archeoloog Jeroen van Zoolingen. De tentoonstelling neemt het ontstaan van de bloembollencultuur in Haarlem als startpunt en duikt verder in de archeologische geschiedenis van de Duin- en Bollenstreek. In de tentoonstelling zijn uit iedere periode bijzondere voorwerpen te zien, zoals werktuigen en sieraden uit de bronstijd uit Katwijk en Hillegom, sieraden en aardewerk uit Romeins Valkenburg en middeleeuws paardentuig uit Teylingen. Kom kijken en verwonder u over het rijke, archeologische verleden van de velden! Deze herfst komt de tentoonstelling ook naar Lisse. In het museum De Zwarte Tulp zijn dan ook alle ins en outs van deze expositie te zien.

Website  van de VOL

Deze column van Sporen van Vroeger en alle voorgaande columns staan op de website van de Vereniging Oud Lisse (www:oudlisse.nl) onder het hoofdstuk Publicaties. Door op het vergrootglas te klikken kan men een zoekterm intypen. Dan verschijnen alle artikelen waar die term in voorkomt. Op de website van Oud Lisse staan meer dan 500 artikelen over de cultuurhistorie van Lisse. De meer dan 100 columns van Sporen van Vroeger over Lisse zijn ook te vinden op de website van LisserNieuws.

Foto: Het boek ‘Het Verleden van de Velden’ van Jeroen van Zoolingen uit 2017

Open monumentendag met Salvatori

Salvatori doet mee met de open Monumentendag. De geschiedenis van het gebouw aan de Wagenstraat wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                               

10 september 2019

door Nico Groen

Op 14 september is het weer Open Monumentendag. Dan zetten deelnemers weer hun gebouwen open voor elke geïnteresseerde bezoeker. Naast de gebruikelijke  deelnemers zijn er dit jaar ook weer een aantal nieuwe eigenaren van  panden die hun poorten open  zetten. Een daarvan is Salvatori, Wagenstraat 33.

Dit verenigingsgebouw hoort bij de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) waarvan een kerkgebouw aan de Veldhorststraat staat. Salvatori is vaak opengesteld voor onder andere buurtbewoners en als eetcafé. De reden dat de beheerders mee willen doen, is dat zij ook aan andere Lissers willen laten zien wat er allemaal in Salvatori te doen is. Zij timmeren daarmee graag aan de weg. Het gebouw uit 1927 oogt niet zo imposant. Alleen de voorkant zonder verdieping is te zien.  Het heeft een plat dak.  Omdat het gebouw achtereenvolgens voor verschillende doeleinden is gebruikt werd de binnenkant  diverse keren veranderd.

Groene Kruisvereniging op Wagenstraat 33

Dokter D. Blok nam in 1903 het initiatief om in Lisse een Groene Kruisvereniging (openbaar consultatiebureau) op te richten, samen met onder anderen dokter M. de Graaf en dokter F. Haase. Een belangrijke doelstelling van de vereniging was het voor­komen van ziekten door het opsporen hiervan en het bevorderen van de algemene gezondheid van de bevolking door ‘Reinheid en ontsmetting’. 

De ruimtes, die werden gebruikt waren al spoedig te klein. Mejuffrouw C. Scheepmaker, die het magazijn beheerde, gebruikte zelfs een hooizolder om ligstoelen en ledikanten te bergen. Dat was lastig omdat men er in het donker niet goed bij kon. Na veel vijven en zessen kwam er een nieuw

stenen gebouw aan de Wagenstraat 33. Dat werd in 1927 gerealiseerd. Voor de klanten van het consultatiebureau was er een entree aan de zijkant. Aan de voorkant waren in het midden twee deuren met daarachter een brede gang, Deze twee deuren zijn een stukje naar rechts verplaatst. Er is nu geen raam meer naast aan die kant.

Eind jaren vijftig voldeed het kruisgebouw niet meer aan de wensen van het Groene Kruis. Daarom werd er voor het Groene Kruis een nieuw gebouw gerealiseerd op de hoek van de Wilhelminastraat met de Nassaustraat. Dat staat er nog steeds.

Kerken

De Gereformeerde kerk (bij de Klister) had behoefte aan uitbreiding van het verenigingswerk. Daarom werd in 1960 het kruisgebouw overgenomen van het Groene Kruis. Het gebouw ging toen Salvatori heten, wat ‘Redder’ betekent. Daar werd voornamelijk het jeugdwerk ondergebracht. Daarnaast was de Christelijke bibliotheek er gevestigd. Ook het koor Excelsior heeft er jarenlang geoefend. In de jaren tachtig ontstond er behoefte om het verenigingswerk dichter bij de kerk onder te brengen. Daarom werd in 1982  de Klister rondom de Gereformeerde kerk gerealiseerd en werd Salvatori verkocht aan een van de voorlopers van wat nu de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) is.

Het wordt nu dus gebruikt als buurhuis en als verenigingshuis.

Foto. In 1960 kocht de Gereformeerde kerk Salvatori van het Groene Kruis. Het werd toen helemaal opgeknapt. Foto: Gereformeerde kerk

 

Voormalige maalderij Verduijn gesloopt

Het gebouw uit 1930 heeft plaats moeten maken voor de komende nieuwe woningen van plan Nieuw Meerzicht. Een markant gebouw met een bijzondere geschiedenis is niet meer!

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                       

27 augustus 2019

door Nico Groen

 

Vóór de brug bij de Ringvaart kun je rechtsaf. Daar liggen in de Keukenhoftijd de rondvaartboten aangemeerd. Aan het einde van het straatje, dat tot de Kanaalstraat behoort, stond tot voor kort een markant gebouw. Dat is onlangs gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw van plan Nieuw Meerzicht. 

Het adres van het gesloopte gebouw was Kanaalstraat 276. Hier stond de vroegere graanmaalderij van Verduijn. Het oorspronkelijke bouwjaar van de graanmaalderij was 1896. De opdrachtgever was kruidenier A. Verduijn, die er een graanmaalderij en een grossierderij wilde beginnen.

Brand in 1930

Op dinsdag 17 juni 1930 werden de graanmaalderij en grossierderij door brand volledig verwoest. In diverse landelijke kranten werd melding gemaakt van deze grote brand: “de vlammen vonden gretig voedsel in de groote voorraden meel, graan, suiker, enz.”.  De schade werd op f 150.000 geraamd. Het verbrande gebouw was gelukkig goed verzekerd bij de Onderlinge Brandwaarborg Mij. voor Molenaars te Bussum. De fabriek was juist kort daarvoor van een nieuwe krachtinstallatie voorzien. Er moest nog worden proefgedraaid.

Tijdens het blussen is een ‘spanningsketel’, die onder een druk van 15 atmosfeer stond, door de hitte uit elkaar gesprongen. De brokstukken werden door een muur 25 meter ver het gebouw uitgeslingerd. Twee brandweerlieden, de heren Kuiper en Schrier, werden gewond.

Na de brand werd op dezelfde locatie een nieuw bedrijfspand met kantoor en pakhuis gebouwd in opdracht van F.M. Verduijn. De aannemer-architect was B. van der Zaal uit  Lisse. In de loop der jaren is het pand steeds verbouwd en uitgebreid, waardoor een wonderlijk gebouw ontstond met een kantoor van drie verdiepingen en pakhuizen van vier en vijf verdiepingen met meerdere daken, zowel evenwijdig aan als haaks op de Ringvaart. Boven de laaddeuren werden de daken verlengd, zodat de goederen droog naar binnen konden worden gehesen.

Mijnders en Mieloo

Tot 1951 bleef het steeds een graanmaalderij. Daarna, tot ongeveer 1984 werd het bedrijf NV Groothandel in levensmiddelen genoemd. Het was nog steeds in bezit van de familie Verduijn, maar in de zeventiger jaren werd het pand gehuurd door Mijnders Meubelen.

In 1985-1986 werd het gehuurd door Mieloo Bouwmaterialen en was het tijdelijk  in gebruik als pakhuis. Mieloo was de achterbuurman van Verduijn en gevestigd aan de Gasstraat.

Het voormalige pakhuis is in 1988 drastisch gerenoveerd en verbouwd tot bedrijvenverzamelgebouw “Kanaalstaete”. De daken werden vervangen door platte daken met lichtstraten en de gevels werden wit gemaakt. Opdrachtgever was Integrated Chemicals BV. Een viertal bedrijven maakte daarna gebruikt van dit bedrijfsverzamelgebouw.

En nu heeft het gebouw dus plaats moeten maken voor de komende nieuwe woningen van plan Nieuw Meerzicht. Een markant gebouw met een bijzondere geschiedenis is niet meer!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De sloop is in volle gang. Foto. Nico Groen

VOL verzoekt burgerparticipatie bij de Erfgoedcommissie

De Werkgroep Monumenten van de Vereniging Oud-Lisse zou graag een positieve bijdrage willen leveren door mee te denken en te adviseren. Dit is in de nieuwe HTL Erfgoedcommissie nog niet goed geregeld.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                

 16 juli 2019

door Nico Groen

 

Het ‘Nieuwsblad’ is het kwartaalblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud-Lisse” (VOL) in een full colour uitgave op A4-formaat van 32 pagina’s. Dit blad is gratis voor leden van de VOL. Het bevat veel en grote foto’s in kleur met interessante artikelen over de cultuurhistorie  van Lisse. Ook zijn er  een aantal min of meer vaste rubrieken Eén daarvan is de rubriek Nieuwsflitsen. In het eerste nummer van 2019 staat een Nieuwsflits die gaat over de nog stroeve relatie van de VOL met de ambtenaren van HTL (Hillegom, Lisse, Teylingen) over de nieuwe HTL Erfgoedcommissie. Deze komt in de plaats van de 3 afzonderlijke Erfgoedcommissies. Onderstaand stukje komt uit deze Nieuwsflits.

Het College van B&W van Lisse is bezig om de samenstelling van de nieuwe HTL Erfgoedcommissie te realiseren. Dit werd op Lissese Erfgoedcommissievergadering van 7 februari 2019 besproken. De Werkgroep Monumenten van de Vereniging Oud-Lisse zou graag een positieve bijdrage willen leveren door mee te denken en te adviseren. De VOL wil graag een vergelijkbare samenstelling als de Erfgoedcommissies in Katwijk, Noordwijk en Leiden. Dit is de VOL ook geadviseerd door het Erfgoedhuis Zuid-Holland. Helaas kreeg de werkgroep Monumenten van de VOL de stukken voor de vergadering van de Erfgoedcommissie van 7 februari 2019 niet toegestuurd. In het kader van de burgerparticipatie, waar het college zo’n voorstander van is sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen, zou het College van B&W deze inzage van de te behandelen niet-vertrouwelijke stukken juist moeten bevorderen.

De VOL heeft op 21 februari 2019 een verzoek ingediend bij het College van B&W van Lisse t.a.v. Mevr. J.P.M. van der Laan, wethouder Cultuur en Monumenten. Het was een verzoek om verstrekking van niet-vertrouwelijke agendastukken van de Erfgoedcommissie aan de werkgroep Monumenten van de VOL. Dit om goed mee te kunnen denken en adviseren bij de vergaderingen. Vóór 2017 kreeg de werkgroep Monumenten van de VOL voor een vergadering deze stukken wel. De werkgroep heeft daardoor heel wat positieve bijdragen kunnen leveren. Tot zover deze Nieuwsflits.  

De wethouder heeft in een gesprek met de VOL aangegeven  open te staan voor bijdragen die de VOL kan leveren. Desondanks heeft de werkgroep Monumenten van de VOL geen relevante stukken ontvangen voor de vergadering van de Lissese Erfgoedcommissie van afgelopen donderdag 11 juli. Ook lijkt het er op dat er in de samen te stellen HTL Erfgoedcommissie geen participatie vanuit de historische verenigingen komt. In de gemeente Teylingen is dat al bijna besloten. Dit tot groot ongenoegen van de 3 plaatselijke historische verenigingen. De vertegenwoordiger namens de VOL in de huidige Erfgoedcommissie Lisse, Leo Dubbellaar  is een groot voorstander van participatie van de historische verenigingen in de nieuwe HTL Erfgoedcommissie. Dubbelaar: “Inderdaad ben ik van mening dat de historische clubs in de commissie een rol moeten krijgen. Juist daar zit de kennis en tot nu toe heb ik daar dankbaar gebruik van kunnen maken. Zij zijn de ogen en oren”.

Hopelijk komen de gemeenteraden van HTL tot de conclusie dat informatie vanuit de plaatselijke historische verenigingen onontbeerlijk is voor een goed monumentenbeleid.

Veranderingen aan het Rijksmonument Park Keukenhof

Aan een rijksmonument mogen niet zomaar essentiële zaken veranderd worden. Ingegaan wordt op de Lusthof, de Eendenkooi en de tuin rondom het kasteel.

Sporen van Vroeger ( LisserNieuws)

2 juli 2019

door Nico Groen

Aan een rijksmonument mogen niet zomaar essentiële zaken veranderd worden. Daar is toestemming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen Rijksdienst voor de Monumentenzorg) voor nodig. Dat geldt dus ook voor het park rond kasteel Keukenhof, want dit park is een rijksmonument. De vorige keer is beschreven wat er allemaal bij dit park hoort. Deze keer gaan we dieper in op een paar markante onderdelen.

Jachtbos of lusthof

Het bos op de hoek van de Stationsweg en de Van Lyndenweg hoort ook bij het rijksmonument Park Keukenhof. Het is een van de oudste gedeelten. Volgens de beschrijving op de rijksmonumentenlijst uit 1999 was het achter de aarden wallen liggende bosperceel vroeger in gebruik als jachtbos of lusthof: “De slingerende, deels nog komvormige paden leiden door het hakhoutbos langs een enkele solitaire beuk”.  

Deze slingerende paden zijn vandaag de dag alleen aan de zuidkant te vinden. De bomen en struiken in het hele middengedeelte zijn gekapt. Het is nu een grasveld. De paden in het middengedeelte zijn grotendeel recht getrokken. Deze grote en belangrijke veranderingen zijn gedaan om op het grasveld activiteiten, zoals zomermarkten en dergelijke te organiseren. Het voordeel van deze verandering is dat  er een zichtlijn, vanaf de Van Lyndenweg naar heuvel ‘Meer Zicht ’ en visa versa, is gerealiseerd. De VOL vraagt zich af of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hier toestemming voor heeft gegeven.

Eendenkooi

Volgens de beschrijving van het park is er aan de zuidwestkant achter de Hofboerderij, net ten westen van de Oude Loosterweg een eendenkooi. Dit hoort ook bij het rijksmonument Park Keukenhof. Van de oorspronkelijke eendenkooi is nog een grote T-vormige vijver over. Voordat de vijver een eendenkooi werd, was deze in gebruik als houtvijver.

In een eendenkooi werden vroeger in het wild levende eenden gevangen voor consumptie. Tegenwoordig worden de nog werkende eendenkooien vooral gebruikt om eenden te ringen en om te laten zien hoe het er vroeger aan toe ging. Er zijn in den lande niet veel werkende eendenkooien meer over. De VOL vindt het van cultuurhistorisch belang als deze eendenkooi in de oorspronkelijke staat teruggebracht zou worden.

Aanleg van de tuin rondom het kasteel

De hoofdstructuur van de aanleg rondom het huis uit het einde van de 18e eeuw, te weten het verloop van de paden, de solitaire boomgroepen en de vijver in het gazon zijn nog steeds grotendeels aanwezig. In 1858 werd rondom het kasteel de tuin in Engelse landschapstijl door vader en zoon Zocher verder uitgewerkt.

De VOL hoopt dat de hoofdlijnen ook in de toekomst in tact blijven. Dat is een punt van aandacht. De karakteristieke oude hortensia’s zijn namelijk al grotendeels verdwenen, evenals diverse mooie borders met vaste planten. Daarvoor in de plaats heeft men dahlia’s geplant, die alleen in de herfst een mooi geheel vormen.

Een in 2019 gekapte eik met 164 jaarringen in de laan naast het Frederiks Hof, geplant door de Zochers rond 1860. Foto. Nico Groen

Het park rond kasteel Keukenhof is een Rijksmonument

Landgoed Keukenhof heeft maar liefst 20 Rijksmonumenten. Een daarvan betreft het park rondom het kasteel zelf. Onderstaande tekst over dit park is hoofdzakelijk ontleend aan de officiële beschrijving uit 1999 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen  Rijksdienst voor de Monumentenzorg).

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                             

18 juni 2019

door Nico Groen

Aan de 17de eeuwse tuinaanleg in vlakken herinneren alleen nog de 4 geknotte linden in een vierkant geplant aan de westkant van het Washuisje.

Van de klassieke Franse aanleg uit ca. 1725 resteert alleen de structuur van twee kunstmatig opgeworpen aarden wallen en de heuvel ‘Meer Zicht’ aan het einde van die wallen. Dit werd gerealiseerd door de toenmalige eigenaar Van Heemskerck. Zij boden in de 18de eeuw waarschijnlijk plaats aan een collectie ‘tuinsieraden’. Deze aanleg werd de Nieuwe Plantage genoemd. De heuvel ‘Meer Zicht’ is het einde van een van de zichtassen vanuit het kasteel.

 

De historische tuinaanleg, die stamt uit het einde van de 18de eeuw is deels nog gaaf aanwezig. Dit geldt zowel wat structuur als wat details betreft. Deze ruimtelijke structuur bestaat uit een tuin in landschapsstijl in de directe omgeving van het kasteel. Verder hoort een van oorsprong middeleeuws jachtbos of lusthof aan de oostzijde op de hoek van de Van Lyndenweg en de Stationsweg tot het Rijksmonument Park Keukenhof. Ook het coulissenlandschap met een eendenkooi achter de Hofboerderij hoort tot dit Rijksmonument.

 

De hoofdstructuur van de landschappelijke aanleg rondom het huis, te weten het verloop van de paden, de boomgroepen en de vijver in het gazon om bluswater te hebben, komt in grote lijnen  overeen met de situatie op de kadasterkaart uit 1818. Deze aanleg van het park in Engelse landschapsstijl is vanaf het midden van de 19de eeuw door vader en zoon J.D. en L.P. Zocher verder uitgewerkt. De Zochers hebben in 1857 de publieke weg (Stationsweg), die vlak langs het huis liep, met een bocht om het huis verlegd. De Stationsweg liep daarvóór helemaal recht. Het oude tracé is nog enigszins te herkennen aan enkele oude eiken en beuken als de vroegere laanbeplanting langs de voormalige weg in het gazon vóór het kasteel..

De oprijlaan vanaf de Stationsweg is in 1861 met een bocht om het kasteel heen gelegd naar een nieuwe hoofdingang in de westgevel ter vervanging van de rechte oprijlaan. Oorspronkelijk stond die haaks op de noordgevel. Van daar uit keek men uit op de idyllische schaapskooi. De beuken aan het begin van de oprijlaan uit 1861 dateren uit die tijd aanleg. In 2019 waren er nog 6 over. (Enkele jaren geleden is deze hoofdingang afgesloten en is er meer naar het westen een nieuwe hoofdingang gerealiseerd).

In de directe omgeving van het kasteel staan nog steeds  losstaande bomen en struikgroepen uit het midden van de 18e eeuw Vanaf het kasteel lopen verschillende zichtassen, namelijk een zichtlijn naar het oosten tussen de reeds genoemde aarden wallen eindigend bij de heuvel ‘Meer Zicht’, een brede zichtas in westwaartse richting die eindigt bij de voormalige boerderij Sixenburg en 2 zichtassen richting Stationsweg: een eindigend bij de al genoemde Schaapskooi en de ander loopt vlak langs het nieuwe museum LAM.

Foto: De vijver in het gazon is van vóór 1818, aangelegd voor noodzakelijk bluswater. Foto: Nico Groen

 

Aagje Deken- en Betje Wolffstraat

Betje Wolff en Aagje Deken zijn femistische schrijvers uit de 18e eeuw.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

4 juni 2019

door Nico Groen

De Vrouwenpolder is een wijk met straatnamen van bekende Nederlandse dames. De Gemeente Lisse heeft deze wijk ‘Vrouwenpolder’ genoemd. Dat is een heel misleidende naam. De wijk ligt niet in een speciale polder met die naam, Het is gewoon een wijk van Lisse en zou eigenlijk ‘Vrouwenwijk’ of ‘Vrouwenbuurt’ moeten heten. Hopelijk wordt dit nog eens veranderd. Maar wie zijn al die vrouwen in de Vrouwenpolder?

De kruising van de Betje Wolffstraat met de Aagje Dekenstraat.

Zo is er bijvoorbeeld de Aagje Dekenstraat, een zijstraat van de Ruishornlaan richting het oosten naar de Rooversbroekdijk en de Betje Wolffstraat, die de Aagje Dekenstraat kruist. Aagje Deken was een bekende schrijfster. Agatha Pieters werd geboren in 1741 in Nes aan de Amstel in het huidige Amstelveen en overleed in 1804 op 62-jarige leeftijd. Volgens Wikipedia waren haar ouders arm en al jong overleden. Daarom werd zij opgevoed in een weeshuis van de Collegianten, een vrijzinnige stroming waar geestelijke literatuur op een hoog niveau stond. Ook werd daar gediscussieerd over theologie en filosofie. Zij verbleef daar tot 1767, toen zij al 26 jaar was. In 1769 werd zij doopsgezind.

In één van haar 9 boeken schrijft zij over dit weeshuis: “De meisjes hebben het daer voor hunnen stand in de waereld al te wel: men leert haer daer denken!” In het weeshuis is dus de grondslag voor haar latere literaire werk gelegd. Ze had eerst verschillende dienstbetrekkingen. Later begon ze een koffie- en theehandeltje.

Haar eerste boek ‘Stichtelijke gedichten’, uitgegeven in 1775, schreef zij samen met Maria Bosch, die in 1773 was overleden. Aagje was enkele jaren mantelzorgster geweest voor Maria, die ernstig ziek was.

Aagje ontmoette in 1776 Betje Wolff-Bekker. Zij wisselden literaire informatie uit. Betje had een onstuimig karakter en wilde ideeën. Haar moeder had ze al jong verloren en haar vader was haar opvoeder. Ze trouwde op 21 jarige leeftijd in 1759 met de 52-jarige dominee en weduwnaar Adriaan Wolff uit de Beemster. Zijn enige dochter uit zijn eerste huwelijk ging toen het huis uit. Het nieuwe echtpaar bleef kinderloos.

In 1763 debuteerde Betje met de bundel ’Bespiegelingen over het genoegen’. In 1777, na de dood van haar echtgenoot, ging Betje samenwonen in De Rijp met Aagje Deken en begonnen zij gezamenlijk te publiceren. Hun eerste gemeenschappelijke werk was ‘Brieven’. In 1781 erfde Aagje ruim 13.000 gulden en de twee gingen in het buiten ‘Lommerlust’ in Beverwijk wonen. Ze schreven daar samen nog de ‘Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’, dat een groot succes werd, en de ‘Historie van den heer Willem Leevend’.

Vanwege hun patriottische sympathieën en uit onvrede met de situatie in eigen land (na het neerslaan van de opstand van de patriotten in 1787) verhuisden zij in 1788 naar Trévoux bij Lyon. In 1789 verscheen ‘Wandelingen door Bourgogne’. Door financiële nood moesten zij in 1797 terugkeren naar Holland, waar ze in Den Haag gingen wonen. Aagje Deken stierf daar uiteindelijk, op 14 november 1804, negen dagen na Betje Wolff, die in 1738 was geboren. Beiden werden begraven op de begraafplaats’Ter navolging’ in Scheveningen.

Zowel in Amstelveen als in Vlissingen (geboorteplaats van Betje) zijn monumenten opgericht; respectievelijk een bronzen beeld van een zittende en staande vrouw die samen een boek lezen en een fontein. Ook is er sinds 1952 in de Beemster een Betje Wolffmuseum in de pastorie waar zij en haar en haar man van 1759 tot 1777 hebben gewoond.

Foto: De kamer van Betje Wolff in het Betje Wolffmuseum in De Beemster
Foto: Historisch Genootschap Beemster

Kruising van de Aagje Dekenstraat met de Betje Wolffstraat.

Archeologische vondsten en opgravingen.

Volgens Jeroen van Zoolingen mogen we aannemen dat de eerste mensen in de Bollenstreek  arriveerden in de Nieuwe Steentijd tussen 3500 en 2500 voor Chr. Er is een tentoonstelling in Haarlem over zijn boek over archeologische vondsten in de Duin- en Bollenstreek.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

 21 mei 2019

door Nico Groen                     

In vorige columns is beschreven hoe de Bollenstreek en met name Lisse ontstaan is. Vanaf 10000 jaar voor Chr. ontstond het landschap met zijn strandwallen (de oude duinen) en de strandvlaktes. Maar hoe zit het met de mensen? Wanneer kwamen de eerste mensen naar de Bollenstreek?

Dat is een vraag, die niet zo makkelijk te beantwoorden is. Om iets te kunnen zeggen over de mensen, die hier ooit waren, ben je afhankelijk van archeologische vondsten. Als iemand daarover iets kan zeggen is het Jeroen van Zoolingen wel.

Jeroen van Zoolingen is geboren in 1981 in Leiden. Hij studeerde Archeologie en Prehistorie aan de Universiteit van Leiden. Hij is nu werkzaam als archeoloog in West Nederland. Omdat Jeroen opgroeide in de Bollenstreek was hij al voor zijn studie geïnteresseerd in de archeologie van de Bollenstreek en is dat altijd gebleven. Alle archeologische vondsten in de Duin- en Bollenstreek heeft hij op een rijtje gezet en per periode beschreven. Dit heeft in 2017 geresulteerd in een boekwerk van 150 pagina’s met vele foto’s van de gevonden objecten en bijzondere opgravingen. Het boek heet ‘Het verleden van de velden: de archeologie van de Duin- en Bollenstreek’. Op 16 mei 2017 hield Jeroen van Zoolingen een lezing voor de Vereniging Oud Lisse  over dit onderwerp.

Eerste mensen zo’n 3000 jaar voor chr.

Volgens Jeroen van Zoolingen mogen we aannemen dat de eerste mensen in de Bollenstreek  arriveerden in de Nieuwe Steentijd tussen 3500 en 2500 voor Chr. Zij hielden zich in eerste instantie in leven door jacht en visserij. Om die reden trokken ze naar de voedselrijke kuststree . Zij richtten hun jachtkampen in op iets hogere en dus drogere strandwallen. Kenmerkend voor die tijd in het Nederland gebied is dat er zich verschillende bestaanswijzen ontwikkelden. De streekbewoners, met hun leefwijze van jagen en verzamelen, kwamen geleidelijk in aanraking met de landbouw, die  vanuit het zuiden oprukte. Dit proces veranderde uiteindelijk ook in de Bollenstreek de manier van leven.

Tentoonstelling in Haarlem

Nu is er de tentoonstelling ‘Het verleden van de velden’ in het Archeologisch Museum Haarlem op de Grote Markt in Haarlem. Deze tentoonstelling, die werd geopend op 26 april jl, is tot 6 oktober 2019 te bezoeken. De openingstijden zijn van woensdag tot en met zondag en de toegang is gratis. De tentoonstelling is gebaseerd op het gelijknamige boek van archeoloog Jeroen van Zoolingen. Het boek is in de museumwinkel en bij de boekhandel te koop. De tentoonstelling neemt het ontstaan van de bloembollencultuur in Haarlem als startpunt en duikt verder in de archeologische geschiedenis van de Duin- en Bollenstreek. In de tentoonstelling zijn uit iedere periode bijzondere voorwerpen te zien, zoals de oudste vondst uit de streek, een vuurstenen beitel gevonden in Lisse, geleend van Museum De Zwarte Tulp. Maar ook werktuigen en sieraden uit de bronstijd uit Katwijk en Hillegom, sieraden en aardewerk uit Romeins Valkenburg en middeleeuws paardentuig uit Teylingen. Kom kijken en verwonder u over het rijke, archeologische verleden van de velden!

 

Herdenking bemanning van de bommenwerper

In Lisse wordt  op 4 mei ook stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk. Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper, die 75 jaar geleden neerstortte bij de Engel. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

7 mei 2019

door Nico Groen

Ieder jaar is op 4 mei in Lisse aandacht voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze openbare dodenherdenking wordt afgesloten met de  kranslegging bij het ´Monument voor de gevallenen´. Dit monument staat midden op de kruising van de Oranjelaan en de Heereweg. Dit is niet de enige herdenking op 4 mei, die de Stichting Oranje-comité Lisse en de Werkgroep Nationale Herdenking 4 mei Lisse organiseren. Op dezelfde middag is er voor genodigden ook een bezoek aan de oorlogsgraven in Lisse en wordt stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk.

 

De tekst op het monument is als volgt:
“8TH AIR FORCE, 457TH BOMB GROUP, 749TH BOMB SQUADRON.
OP 26 SEPTEMBER 1944 STORTTE, IN HET LAND ACHTER U, DE AMERIKAANSE B-17 BOMMENWERPER ‘JAYHAWK’ NEER. DE B-17 BOMMENWERPER KEERDE TERUG VAN EEN MISSIE NAAR OSNABRUCK (DUITSLAND) ALS HET NABIJ DE KUST VAN IJMUIDEN TWEEMAAL WORDT GERAAKT DOOR DUITS LUCHTAFWEERGESCHUT. TWEE BEMANNINGSLEDEN OVERLEEFDEN DE CRASH NIET.
MET DIT MONUMENT HERDENKEN WIJ DE DAPPERE BEMANNING VAN DE ‘JAYHAWK’ DIE VOCHT VOOR ONZE VRIJHEID!”

Daarna volgen de namen van de bemanningsleden.

Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper.

Zoals de tekst op het monument al zegt was de bommenwerper geraakt door afweergeschut. Het vliegtuig was zwaar beschadigd. Wanhopig probeerde de bemanning het toestel in de lucht te houden om naar het al bevrijde zuiden te ontkomen. Toen ze nabij Lisse waren, werd de beslissing genomen het toestel te verlaten. Het toestel zou niet langer blijven vliegen en iedereen sprong er uit. De bemanning kwam verspreid neer en probeerde zo goed als het ging bescherming te vinden tegen de Duitsers. Vier bemanningsleden werden geholpen door omstanders. Later werden zij door het verzet geholpen aan onderduikadressen. Twee braken hun rug tijdens de landing met hun parachute en werden krijgsgevangen gemaakt. Een derde wilde zijn helpers niet in gevaar brengen en besloot zich over te geven aan de Duitsers. Eén bemanningslid kwam neer in een meer en verdronk. Zijn lichaam werd weken later teruggevonden. Een ander bemanningslid was al dodelijk getroffen in het toestel.

In 2012 is ook het boek ‘Broken Wings: The True Story of a B-17 Bomber Crew Lost Over Holland in September 1944’ uitgegeven. Daarin is door Harold Jansen en Erwin de Mooy  de geschiedenis van de Bommenwerper Jayhawk en zijn bemanning opgetekend.

Grootse herdenking in september 2019

In september is het dus 75 jaar geleden dat de bommenwerper neerstortte. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019. Deze herdenking zal plaatsvinden in en nabij de H.H. Engelbewaarderskerk in de Engel. Vlakbij het monument dus. Erwin de Mooy is de aanjager voor deze herdenking, waarbij hopelijk ook nabestaanden van de bemanning aanwezig kunnen zijn. De VOL verleent zijn medewerking. Het programma is nog niet rond, maar te zijner tijd hoort en leest u hier ongetwijfeld meer over.

Dit monument is in 2012 aangeboden door Damo Natuursteen uit Hillegom.
Foto: Nico Groen