Uitgegeven artikelen in pers etc.

VLEESWARENFABRIEK PERSOON 100 JAAR

Het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon is een goede gelegenheid om de geschiedenis van het bedrijf eens voor het voetlicht te halen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws) 

30 januari 2018

door Nico Groen 

In 1917 begon Leo Persoon (1894-1956) uit Monster een eigen slagerij in Lisse. Dat was het begin van wat later een van de grootste bedrijven van Lisse zou worden.
De slagerij werd in 1917 gevestigd in het pand van toen Heereweg 166. Later is het huisnummer veranderd in 194. Het werd hier al gauw te klein. Daarom werd in 1925 het gebouw gesloopt. Er herrees een dubbel woonwinkelpand met daarachter een slagerij. De eerste steen werd op 12 maart 1925 gelegd door Helena Persoon, toen 6 jaar oud. Op Heereweg 194 is nu Ristorante Italiano Il Mulino gevestigd.

De slagerij werd op een gegeven moment weer te klein. Bovendien moest aan nieuwe wettelijke regels worden voldaan. Daarom werd in 1931 door bouwbedrijf Schuit uit hillegom een nieuwe vleeswarenfabriek gebouwd aan de Grachtweg op de huidige locatie in wat toen buitengebied van Lisse was. De verhuizing van de slagerij was maar goed ook, want de slagerij op de Heereweg gaf veel stankoverlast voor de buren en regelmatig verstopping van het riool door ophoping van vet. In de buurt was ook een schillenboer gevestigd. Dat waren dus ideale omstandigheden voor ratten. Er werden daar dan ook veel ratten gevangen. Daarom werd het buurtje ’t Rottenest genoemd.
Vleeswarenfabriek Persoon werd grossier voor slagers in West-Nederland. Langzamerhand groeide het aantal slagerijen als afnemer van de vleeswarenfabriek van Persoon. In 1940 werd het pand voor de eerste keer verbouwd en vergroot. Dit werd gerealiseerd door het timmer- en aanneembedrijf Th v.d. Hoorn en zonen.
Begin jaren vijftig van de vorige eeuw legde Persoon zich steeds meer toe op de export naar vooral Engeland. Het assortiment bestond voor een groot deel uit leverpastei, ham en gehaktballen, allemaal in blik. Het bedrijf heette toen L.J. Persoon, Vleeshouwerij en Spekslagerij.
In 1956 overleed Leo Persoon en werd opgevolgd door zijn zoon, die ook Leo heette en geboren was in 1930. Rond 1958 werd het allemaal weer te klein en moest het bedrijf aan scherpere regels voldoen. Er werd weer nieuwbouw gepleegd op de huidige locatie aan de Grachtweg. De Gladiolenstraat en de brug over de Gracht waren net een paar jaar klaar. Tussen de Grachtweg en de Gladiolenstraat werd de nieuwbouw gerealiseerd. In die jaren slachtte het bedrijf nog steeds zelf. Dat bleef zo tot eind jaren zeventig. Toen werd het slachten afgestoten en de slagerij verkocht aan de Vleeschmeesters. Dat was maar goed ook, want de omwonenden klaagden steen en been over stankoverlast van rottend vlees in de open afvalbakken en meeuwen die met restafval de lucht in gingen. Het bedrijf zelf concentreerde zich steeds meer op de fabricage van bacon.
In 1965 kwam een eerste uitbreiding. Later volgden er nog diverse uitbreidingen tot de grootte, die het bedrijf nu heeft. In 1992 overleed Leo Persoon. Zijn zoon Leo nam zijn taken over en werd algemeen directeur. Daarmee staat de derde generatie Leo Persoon aan het roer.

In het Winternummer 2018 , het nieuwsblad van de Cultuur Historische Vereniging “Oud Lisse” dat eerdaags uitkomt, staat een uitgebreid artikel over het 100-jarig bestaan van Vleeswarenfabriek Persoon.

Een van de uitbreidingen van de fabriek. Foto: Arie in ‘t Veld

NA 90 JAAR IS ‘DE VLINDER’ GESTOPT

Bernard van Stijn kocht in 1926 de winkels, waar nu ‘De Vlinder’ zit. de geschiedenis wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

16 januari 2018

door Nico Groen 

Lisse is één van zijn meest markante winkeltjes aan de Kanaalstraat kwijt. De eigenaresse, Ria van Grimbergen-van Stijn van de Verlichting- en Kadoshop De Vlinder heeft al meer dan een jaar geleden vanwege haar leeftijd besloten om te stoppen met de winkel. Dat is nu dus werkelijkheid geworden. Dat zullen heel wat Lissers ervaren met nostalgische gevoelens. Wie heeft er niet in zijn kinderjaren voor de etalage gestaan om het treintje rondjes te zien rijden? Dit is een goede gelegenheid om eens naar de geschiedenis van het vele malen verbouwde pand te kijken.

Bernard van Stijn (1867-1944) heeft in 1926 de woningen Kanaalstraat 47 en 49 gekocht van R. G. Smakman. Het waren 2 woningen van een rijtje van 10 (Kanaalstraat 47 t/m 65). De huisjes zonder bovenverdieping, maar wel met een zolder, hadden gezamenlijk een pannendak evenwijdig aan de Kanaalstraat. Zij zijn in 1898 gebouwd in opdracht van Albert en Bram Moolenaar.
Na de koop in 1926 werden aan de achterkant een serre, een wc en een washok aangebouwd. In 1928, nu dus 90 jaar geleden, werden de 2 panden (nr. 47 en 49) samengevoegd. In de voorgevel van nr. 47 werd een winkelpui gezet met 2 etalages en een deur in het midden. Op nr. 49 woonde de familie van Stijn. Bernard was de uitvinder van de eerste machinale sorteermachine voor bloembollen, die de Vlinder heette. Het bedrijf en de winkel zijn daar naar vernoemd. In 1936 werd het woongedeelte te klein. Het werd verbouwd en aan de achterkant werd de gevel verhoogd. Twee jaar later neemt zijn zoon Harrie (1903-2000) de winkel en het woongedeelte over. Na de oorlog werd het woongedeelte opnieuw verbouwd en kreeg ook dit gedeelte een winkelpui. Daar was toen Machinefabriek De Vlinder, Landbouwwerktuigen en Elektronische Reparatie-inrichting van Harrie van Stijn gevestigd.

Tijdens de 2e wereldoorlog was de groentecentrale van N. Nederstigt in nr. 47 gevestigd. Ook na de oorlog was hier nog een groentehandel te vinden. Deze was van A. van der Slot. In 1952 kocht Van Stijn het naastgelegen pand nr. 51 aan. Dit was ook een winkel, die na aankoop door Van Stijn verhuurd werd.
In 1958 werd de winkel van nr. 47 verbouwd met een verhoogde achtergevel. De winkel heette toen officieel Electro-Technisch Bureau De Vlinder.

In 1977 werd over de hele lengte van nr. 47, 49 en 51 een moderne winkelpui geplaatst. Nr. 51 had en heeft echter nog het oude dak. Daarom werd vóór het dak een nepgevel aangebracht. De winkel op nr. 47 en 49 heette toen al Verlichting- en Kadoshop De Vlinder en werd gerund door Maria, de vrouw van Harrie van Stijn. Rond die tijd is de winkel door Ria Grimbergen-van Stijn van haar moeder overgenomen. In de winkel op nr. 51 kwam later Van Best Schoenen ’Best Shoes’ en daarna dierenspeciaalzaak Discus Lisse, die nu dus de winkel van De Vlinder bij zijn zaak gaat betrekken.
 
Www:beeldbankLisse.nl
Veel van bovenstaande is ontleend aan website BeeldbankLisse.nl. Dit is een samenwerkingsverband van de gemeente Lisse, foto Mieloo en de VOL. Deze website geeft veel informatie en foto’s over panden en zijn bewoners. Iemand die iets wil weten over een bepaald pand in Lisse en zijn bewoners door de tijd kan hier goed terecht.

De 10 huisjes op een rij, gebouwd in 1898. De voorste 2 kocht Van Stijn in 1926. Foto: Beeldbank Lisse.nl

HOFJE VAN SIX WEER BEWOOND

U leest over geschiedenis vanaf 1741 en 4 van de 5 woningen zijn gerenoveerd en ondertussen al weer bewoond.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

2 januari 2018

door Nico Groen 

Op 8 december j.l. kregen de 4 nieuwe bewoners de sleutel van hun nieuwe woning in het Hofje van Six. De renovatie van 4 van de 5 woningen is in 2017 voortvarend en grondig aangepakt, om deze weer verhuurbaar te maken. Alleen de buitenmuren en het dak bleven staan. Maar het voorste huis (Kanaalstraat 34) is niet gerenoveerd. Dat is in 2017 door de Diaconie van de Hervormde Gemeente verkocht om de renovatie van de 4 andere woningen voor een deel te bekostigen. Het complex van het Hofje van Six is 134 jaar oud.
De renovatie is een mooie gelegenheid om de geschiedenis eens te bekijken.
 
De Diaconie krijgt in 1741 een legaat van Pieter Six jr.
Pieter Six jr (1686/1755) was een telg uit de rijke koopmansfamilie Six uit Amsterdam. Zij verdienden hun geld onder andere met de lakenververij. Zij belegden hun geld in landerijen en huizen. Zo waren zij bijvoorbeeld in het bezit van Grotenhof aan de Achterweg in Lisse. Pieter was Schepen van Amsterdam en daar later zelfs burgemeester. Hij was in 1720 ook medebewindvoerder van de VOC.
Pieter Six jr koopt in 1740 2 huisjes aan de Kanaalstraat op de locatie rond de poort naar de nu gerestaureerde panden. Daar woonden toen al 4 personen. Hij is niet lang in het volledige bezit gebleven. In 1741 legateerde Pieter Six jr de helft  aan de Diaconie van de Gereformeerde Kerk (later Hervormde Gemeente geheten). Er mochten 4 oudere personen wonen, “mits zij behoeftige ledematen van Gereformeerde Christelijke Religie waren”. Per huis woonden er dus 2 personen. Zij mochten daar voor niets wonen en kregen nog ieder 100 gulden per jaar als leefgeld. Ook de  Diaconie kreeg voor onderhoud en toezicht 100 gulden per jaar. Na het overlijden van Pieter Six in 1755 wordt op basis van een bijzondere bepaling in het testament de Diaconie pas in 1797 volledig eigenaar van het Hofje. Zij ontvangt dan bovendien 10.000 gulden, mogelijk voor nieuwbouw, want in 1809 zijn er 6 hoofdbewoners.
Nog eens zo’n bedrag bleef beschikbaar bij de Amsterdamse Weeskamer.
 
Nieuwbouw in 1883
In 1883 werd het westelijk huisje gesloopt. Daar werd toen een nieuw pand met aparte wooneenheden voor 7 gezinnen van een of meer personen onder één dak gebouwd. Bij een renovatie in 1968 werd een nieuwe, ruimere indeling gemaakt, waardoor er 5 hoofdbewoners overbleven. Deze situatie is na het groot onderhoud in 2017 zo gebleven. De buitenkant, zoals die er nu uit ziet, is nog vrijwel hetzelfde als bij de nieuwbouw uit 1883.
Het oostelijk huisje, daar waar later het sigarenwinkeltje van Ligtenberg was, (Kanaalstraat 44), is in 1912 gesloopt en weer herbouwd. Aan de zuidkant waren daar ook 2 eenkamer woningen aangebouwd. Er konden toen 3 gezinnen met een of meer personen wonen. Totaal in het Hofje dus 10 hoofdbewoners.
In 1926 werd Kanaalstraat 44 gekocht door de hoofdbewoner Dirk Schrier en hoorde het eigenlijk niet meer bij het Hofje. De Diaconie had geld nodig en daarom werd het verkocht.
Helaas is na de verkoop van Kanaalstraat 44 door de fam. Ligtenberg aan een projectontwikkelaar dit pand in 2006 gesloopt en vervangen door een modern hoog pand. Hierdoor is de monumentwaardigheid van het Hofje van Six volgens de uitspraak van de rechter ernstig aangetast en is het Hofje van Six niet meer monumentwaardig.
Een werkgroep van Vereniging Oud Lisse is momenteel aan het inventariseren wat de familie Six in Lisse van doen had en wat zij voor Lisse hebben betekend. Na deze inventarisatie zal hierover een artikelenreeks of een boek worden gemaakt.

 

Het Hofje van Six in vroegere tijden Foto uit ‘Het Hofje van Six te Lisse’ van Rob Pex.

 

IS LISSE NAAR EEN WATERLOOP VERNOEMD?

Aannemelijk wordt gemaakt, dat Lisse naar een beek Lys is vernoemd, die richting Leiden De Leede werd.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

21 november 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan?  Hieraan zijn de afgelopen periode heel wat columns gewijd met uiteenlopende theorieën. Deze column is waarschijnlijk de laatste uit de rij van mogelijke verklaringen. Deze keer gaan we in op de mogelijkheid dat Lys naar een waterloop of het brongebied van een riviertje vernoemd zou kunnen zijn.

In de zomereditie 2017 van het Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” staat een uitgebreid artikel met de titel “Meer hondjes die Fikkie heten!” over de mogelijke betekenis van Lisse als een heldere beek.
In het artikel worden vele plaatsen, watertjes en bergen in West-Europa genoemd met Lys of Lis in hun naam. In veel gevallen is de betekenis helder in de vorm van onaangetast, klaarheid en rein te herleiden.
De rivier la Lys spreekt daarbij het meest tot de verbeelding. Zij ontspringt in Nord du Calais bij Lisbourg in het Frans of Liegesboort in het Vlaams, wat beiden bron van de Leie betekent. Bij Gent stroomt de Leie uit in de Schelde. De Leie werd voor het eerst vermeld in een Latijnse akte uit 694 als ‘super fluvio Legia’.  Dat betekent ‘boven de stroom Leie’. In Frankrijk heet ze La Lys, in België de Leie, wat niet veel meer dan waterloop betekent. Als watertje komt Leie, Lee, Lei, Liede, Leede veel voor in Nederland. Als Leie en Lys hetzelfde betekenen, zou Lys/Lisse dan net als Lisbourg het brongebied van de Leede kunnen zijn? Leede, Lee, Warmonderlee, Hoflee en de Mare hebben allen de betekenis van waterloop/vloed, zelfs de naam Leiden (Leie) zou die betekenis kunnen hebben.
 
Was er een beek van Lisse via Warmond naar Leiden?
Op oude kaarten is te zien dat vanuit het Berkhouterduin drie beken ontspringen en oostelijk van Lisse samenkomen om verderop in de Lisserpoel uit te stromen. Eén van deze beken stroomde rechtstreeks door het dorp, ongeveer waar nu de Berhoutlaan en Kanaalstraat liggen. Lisse lag dus dicht bij de bron van deze beekjes, hierdoor zal het helder water zijn geweest.
Jan de Graaff beschrijft de Kerksloot, die toen nog de Beeck heette, in 1765 in zijn Lisser Arkadia als volgt: “…terwijl een beekje stroomt dat als kristal vertoont in zuivere klaarheid…” . Bij Lisse was het water dus nog lys of helder. Meer naar het oosten en zuiden werd het water door het veen steeds donkerder en minder lys. Lisse zou dus naar dit heldere water genoemd kunnen zijn. De schrijver van het artikel in het Nieuwsblad maakt het aannemelijk dat dit riviertje via  de Poelpolder, Sassenheim, de Kaagzoom, Warmond, Oegstgeest naar de Oude Rijn in Leiden liep.
Menno Dijkstra geeft in zijn boek “Rondom de mondingen van Rijn&Maas” ook aan dat Lisse weleens naar een riviertje genoemd zou kunnen zijn.

De zomereditie 2017 van het Nieuwsblad is nog verkrijgbaar tijdens de inloop van de VOL op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan. Ook is het via info@oudlisse.nl te bestellen. Het blad kost in de losse verkoop € 5,-.  Wordt u lid  van de Vereniging dan krijgt u het blad 4 keer per jaar. Het lidmaatschap bedraagt voor 2019 € 20,- per jaar.

De zomereditie 2017, het full colour kwartaalblad in A4-formaat van de VOL

LISSE , HET GROENSTE DORP VAN NEDERLAND

De historische organisaties hadden er een groot aandeel in. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

7 november 2017

door Nico Groen 

Lisse deed mee met de Nationale Groen Competitie 2017, Entente Florale. De jaarlijkse wedstrijd waarbij de groenste stad en het groenste dorp worden uitgekozen. Bij de kleine gemeentes won Lisse, maar ons dorp eindigde bijna gelijk met nummer twee. Niet alleen het aanwezige groen is beoordeeld, ook het gemeentelijk beleid en de invloed van organisaties en burgers waren van belang. Volgens de jury was de enthousiaste participatie van organisaties en burgers in Lisse van doorslaggevende betekenis bij de uiteindelijke uitslag.

Zeven historische organisaties
Naast de logische groene organisaties werden ook een zevental historische organisaties in Lisse door de jury geroemd om hun enthousiaste en relevante inbreng. De fietstocht die de jury bij de beoordeling van het Lisser groen maakte, startte bij Dever met de Tuin Der Zinnen. Ook het overige goed onderhouden groen rondom de donjon, zoals de oprijlaan, gaf het geheel een historische uitstraling. Binnen de donjon werd aan de jury onder andere uitleg over de ontstaansgeschiedenis van de bollenteelt gegeven.

Onderweg werd onder andere de Zemelpoldermolen door de jury aangedaan. De molen is na de brand in 1999 herbouwd na acties van onder andere de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Zij zorgde er ook voor dat het een gemeentelijk monument werd. De vereniging was betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe Beleidsplan Bomen van de Gemeente Lisse in 2016, eveneens  is zij vertegenwoordigd in de bomenadviesgroep om waardevolle bomen zoveel mogelijk binnen de gemeente te beschermen.
In de gemeentelijke brochure, aangeboden aan de jury van de Groencompetitie, staat dat gemeente Lisse zich in wil zetten voor herstel van regionale groene, ecologische verbindingen met onder andere beukenhagen. Uitbreiding en behoud van bestaande beukenhagen vinden regionale organisaties als de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond (ANLVG) en het Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (Het CHG is het regionale platform voor alle historische organisaties in de Duin- en Bollenstreek) heel belangrijk. De  vele oorspronkelijke beukenhagen tussen de bollenvelden zijn namelijk grotendeels verdwenen.
In de brochure worden ook de wandel- en fietsroutes langs monumenten, bomen en bruggen geroemd. Van deze routes zijn door de VOL 3 boeken in full couleur gemaakt. Deze boeken zijn nog steeds verkrijgbaar tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat. In de brochure wordt ook de Lissese Monumentencommissie genoemd.

De lunch was in Museum de Zwarte Tulp, waar men de historie van de Bollenstreek kan bekijken. Na een bezoek aan de cultuurhistorisch belangrijke begraafplaats Duinhof beëindigde  men de fietstocht op landgoed Keukenhof met zijn vele rijksmonumenten en zijn historisch belangrijke park.
Al met al hebben de historische organisaties een belangrijk aandeel gehad in het behalen van de eerste plaats in deze Groencompetitie. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Een oude beukenhaag met de skyline van Lisse Foto uit het boek Wandel- en fietsroutes langs bomen in Lisse

GEVOLGEN VAN DE REFORMATIE IN LISSE

De katholieken moesten uit de grote kerk. De schuilkerk aan de Achterweg wordt beschreven. Wat zijn Klopjes? 

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

24 oktober 2017

door Nico Groen 

Op 31 oktober 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg in Duitsland. Dit is het symbolisch begin van de Reformatie. Dat is dus precies 500 jaar geleden. De Reformatie is de afscheiding van de protestanten van de R.K. Kerk. Er heerste grote armoede en er was veel onvrede binnen de R.K. Kerk, onder andere door de vervolging en verbranding van ketters. Voeg hieraan toe het mislukken van de oogst in 1565 en de daarop volgende voedseltekorten dan zijn alle ingrediënten aanwezig voor een volkswoede. Dit ontaardde in 1566  in de Beeldenstorm. Het gevolg was de tachtigjarige opstand tegen Spanje, die in 1568 begon. Onder andere Leiden (1573/74) en Haarlem (1572/73) werden belegerd door de Spanjaarden.  Dat had tot gevolg dat ook in Lisse de kerk, boerderijen en woningen werden vernield.
 
Schuilkerk bij de Engel
De katholieken in Lisse kerkten in de Dorpskerk op ‘t Vierkant. Tijdens de Beeldenstorm werden de beelden van de heilige Agatha en van Maria vernield en verwijderd. De sieraden, zoals rozenkransen werden gestolen en later verkocht. In 1579 werd bepaald, dat de Nederduitse Gereformeerde Kerk in de Noordelijk Nederlanden voortaan de publieke kerk moest zijn. De R.K. Kerk werd verboden. De protestanten namen de kerk in bezit evenals de pastorie op ’t Vierkant.
De katholieken kwamen in het geheim bij elkaar. Zo was er op landgoed Meerenburgh een kapel, waar een kapelaan de mis deed. Ook werden daar monniken opgevangen.
Na een aantal jaren werden de verhoudingen tussen de twee geloofsgemeenschappen gestabiliseerd. Omstreeks 1630 werd oogluikend toegestaan, dat ten westen van de Achterweg, net ten noorden van het Mallegat, bij de Engel een schuurkerk of schuilkerk werd gebouwd. Dit tegen een jaarlijkse betaling van zogenaamde recognitiegelden voor een officiële vergunning. Van deze kerk is geen afbeelding bekend, maar in 1710 wordt op dezelfde plaats een nieuwe kerk met een fraaie pastorie gebouwd. De nieuwe kerk werd bijna 10 meter diep en twintig meter breed aan de voorkant. De kerk werd gebruikt tot 1843 en later gesloopt. Op de tekening hiernaast is rechts de kerk en links het pastoorshuis te zien, met linksvoor een bijkeuken of iets dergelijks. De tekenaar stond ten westen van de kerk, omdat aan de kant van Achterweg niets te zien mocht zijn wegens mogelijke aanstoot. Daar waren bosschages, boomgaarden en een schutting. Op het binnenplaatsje voor de pastorie is een muur te zien met een soort tuinhuisje en daarnaast een poortje, waar  mogelijk een geestelijke dochter, een zogenaamd Klopje, staat. Er waren daar meerdere Klopjes. Klopjes zijn alleenstaande vrouwen, die een kuisheidsgelofte hebben afgelegd. De Klopjesbrug ter plaatse over het Mallegat is naar hen vernoemd, evenals boerderij Klopjeshoven, die aan de overkant van het Mallegat stond.
In Lisse was veel corruptie, waarbij ambtenaren en bestuurders tegen betaling een oogje dichtknepen. In Lisse was de eigenaardige situatie ontstaan dat de katholieke ambachtsheer van Lisse de protestante dominees moest aanstellen. Dit gaf vele onverkwikkelijke situaties.

Het meeste van bovenstaande is ontleend aan het boekje ‘De Aagtenkerk van Lisse’ van A.M. Hulkenberg uit 1960.

Rechts de achterkant van de schuurkerk aan de Achterweg bij het Mallegat Foto: Beeldbank Lisse

HUIS HALFWEG 150 JAAR GELEDEN GESLOOPT

Op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

10 oktober 2017

door Nico Groen 

Het was in de 17e eeuw beroerd gesteld met de wegen en waterwegen in de Bollenstreek. Vele wegen waren onverhard en zaten vol kuilen. Het reizen per postkoets was dus geen pretje. Als men per boot vanuit Leiden naar Haarlem of Amsterdam wilde, moest men gebruik maken van het Haarlemmermeer. Dat was bij stormachtig weer natuurlijk levensgevaarlijk voor de vaak kleine bootjes.

Daarom werd een trekvaart gegraven en op 1 november 1657 opende men de trekvaartdienst tussen Haarlem en Leiden. Lisse lag precies halverwege beide steden. Daarom zette men in “Halfscheyd” in 1658 een kantoor, een dienstwoning, een paardenstal en een herberg . Het complex stond iets ten zuiden van de Halfwegsebrug in de huidige Stationsweg, ongeveer ter hoogte van Leidsevaart 10. Er hoorden 5 ha land bij, waarop de paarden konden grazen. Hier, halverwege Haarlem en Leiden, werden namelijk de trekpaarden gewisseld en de dieren konden hier uitrusten, eten en drinken. Het buurtschap Halfweg is naar Huize Halfweg of Halfwegen vernoemd.

Gevelstenen in de voorgevel
De kosten van het kopen van de grond, de bouw en het onderhoud waren gelijk verdeeld over  de steden Haarlem en Leiden. Het huis was ontworpen door de Leidse architect Willem van der Helm. In de voorgevel zaten 2 gevelstenen: een van de stad Haarlem en een van de stad Leiden.
Deze gevelstenen waren gemaakt door de bekende beeldhouwer Rombout Verhulst.
De dienstwoning werd bewoond door de trekvaartcommissaris. Hij moest er voor zorgen, dat de dienstregeling  van de trekschuiten goed werd uitgevoerd. Hij moest ook toezicht houden op de gang van zaken wat het wisselen van de paarden betreft. Het was een drukte van belang, want er werden veel passagiers en goederen vervoerd. Zo waren er in 1677 148.000 passagiers. Hetgeen neerkomt op  zo’n 2900 per week.
In 1695 brandde het gebouw af. Op de oude fundamenten werd een jaar later een nieuw huis gebouwd. De gevelstenen werden hersteld en opnieuw ingebouwd in de voorgevel.

In 1842 werd de spoorlijn Haarlem-Leiden gerealiseerd. De komst van de trein betekende het einde van de trekschuiten omdat reizen per trein veel sneller en comfortabeler was. Door de komst van de trein duikelde het aantal passagiers van de trekschuiten door de “Treckvaert” naar 2000 in 1843.
In 1860 waren het pand en de grond overbodig geworden voor de trekvaartdienst. Daarom werd het geheel verkocht aan Baron van Pallandt, eigenaar van Landgoed Keukenhof. Hij liet Halfweg slopen in 1867, dus dit jaar precies 150 jaar geleden. De gevelsteen met het Leidse stadswapen met de 2 sleutels liet hij inbouwen in de muur van de moestuin  om Frederikshof. De gevelsteen van het stadswapen van Haarlem is terecht gekomen in de poort van het Magdalenaklooster aan de Kinderhuisvest 17 in Haarlem.

Bovenstaande gegevens komen uit het boek ‘Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart, 1657-2007, geschiedenis, betekenis en toekomst’ uit 2007.

Foto: Halfweg met daarachter een binnenhof. Dáár achter de stallen. Op de voorgrond de trekvaart. Foto: Beeldbank Lisse.nl

BETEKENT LISSE TOERNOOI?

Een toernooi in 1182 zou in Lisse gehouden kunnen zijn. Lis zou toernooiveld kunnen betekenen net als het Franse lice.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

12 september 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze vragen houden de gemoederen in Lisse al tientallen jaren bezig, zo niet langer. Er zijn volgens de deskundigen meerdere betekenissen mogelijk voor deze namen. Dit met soms felle discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaalde gedachtegang. Deze keer gaan we in op de mogelijkheid dat Lis naar een gehouden toernooi vernoemd is.

In 1182 was er een groots toernooi
Het staat niet vast, dat Lisse met Lux of Liusna te maken heeft, zoals vaak wordt aangenomen. Waar kan de naam dan wel vandaan komen? Ter gelegenheid van het feit dat Lisse in 1998 800 jaar geleden voor het eerst genoemd werd, heeft Aad van der Geest toen een groot artikel geschreven. Dit verscheen in 5 achtereenvolgende weken paginagroot in het weekblad de Lisser. Het artikel ging over de oorsprong en historie van de plaatsnaam Lisse. Hij gaat ook in op de mogelijke herkomst en betekenis van Lisse. Een van de mogelijkheden die hij noemt is toernooi. Dit omdat er in de annalen van de abdij van Egmond in 1182 gesproken wordt over een prachtig toernooi naar aanleiding van een huwelijk. In 1182 trouwde Margaretha van Holland, dochter van graaf Floris III en Ada van Schotland met graaf Diederik van Kleef. Waar het huwelijk gesloten werd is onbekend, maar het feest zou volgens de tekst van de annalen gehouden kunnen zijn in het huidige Lisse. Naar aanleiding van dit huwelijk wordt een prachtig toernooi of steekspel gehouden; ‘Magnifice Lis Celebratis’. Lis zou toernooiveld kunnen betekenen net als het Franse lice.

In 1198 werd Lis voor het eerst genoemd
Misschien werd het toernooi “in ’t Viercant” gehouden of op het meer westelijk gelegen Berkhouterduin, dat al lang is afgegraven. Blijkbaar was het hier  een favoriete plaats met een goed onderkomen om een toernooi te houden voor de Hollandse graven. Graaf Floris III, die internationaal  aanzien genoot en getrouwd was met de zus van de Schotse koning zal op de trouwdag van zijn dochter zeker niet met de minste entourage genoegen hebben genomen.
Zou de plaatsnaam Lisse bedoeld zijn dan had er een andere tekst moeten staan; Magnifice Celebratis apud Lis (apud=op). De annalen uit die tijd zijn echter overduidelijk, evenals de kronieken: tijdens het bruiloftsfeest van 1182 is er een toernooi gehouden. In 1198 wordt ‘apud Lis’ genoemd in een oorkonde, uitgevaardigd door graaf Dirk VII en getekend  door veel familieleden, waaronder zijn zus Margaretha (van de bruiloft in 1182) en andere eerbiedwaardige edelen.
Betekent Lis inderdaad toernooi dan moet de naam in 16 jaar van toernooi getransformeerd zijn tot een plaatsaanduiding. In 1198 is de naam blijkbaar al ingeburgerd als de plaats Lis of als zodanig geregistreerd.

Veel van wat hierboven beschreven is, is ontleend aan het  artikel van Aad van der Geest van 10 juni 1998 in het weekblad de Lisser.

Het oud heuvelfort Old Sarum in Salisbury, Zuid Engeland

Het oud heuvelfort Old Sarum in Salisbury, Zuid Engeland Foto: www.visitwiltshire.co.uk

OP OPENMONUMENTENDAG DOET DE POELMOLEN MEE

De Poelpoldermolen is in 1676 gebouwd voor bemaling van ‘De Bedijkte Lisserpoel’.  Het rijksmonument wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

29  augustus 2017

door Nico Groen 

Op 9 september wordt weer de Openmonumentendag georganiseerd. Er zijn maar liefst 20 deelnemende monumenten in Lisse.  Één daarvan is de Grote Poelmolen aan het einde van de 3e Poellaan (Rooversbroekdijk 100). Molenaar Jan van Schalkwijk, vrijwillig molenaar en bewoner laat de molen dan graag zien.
Hij hield op 12 juni jl. een leuke lezing voor de VOL over vele wetenswaardigheden van de molen. Een vijftigtal belangstellenden hoorde in de Vergulde Zwaan aan de Havendwarsstraat 4 bijvoorbeeld hoe de wiekentaal werkt.
 
Het rijksmonument is gebouwd in 1676
De Grote Poelmolen of de Lisserpoelmolen is een rijksmonument en mag dus niet zomaar worden veranderd. De molen is gebouwd in 1676 voor de bemaling van de Lisserpoelpolder, die van origine 235 ha groot is.  In 1986 kwam de molen in handen van de Rijnlandse Molenstichting.
De molen is niet zo erg groot, maar wordt zo genoemd omdat hij 2 kleine molentjes aan het einde van de 2e Poellaan verving. Deze waren bij de drooglegging van de Poelpolder in 1624 gerealiseerd, maar konden de waterafvoer niet aan. Het is een forse houten, achtkantige bovenkruier met riet gedekt en met lage veldmuren van 0,50 meter hoog. De molen heeft een vlucht van 26,90 m. Het water wordt met een vijzel 3,40 m omhoog gebracht. Een vijzel is een schroefachtig mechaniek. Bij de bouw van de molen werd de vijzel al gemaakt. Dit was toen nog een erg experimenteel werktuig. Hoewel de molen nog steeds functioneel is wordt hij niet meer gebruikt voor het op peil houden van de waterhuishouding van de gecombineerde Poel- en Rooversbroekpolder. Deze functie van de molen is overgenomen door een elektrisch gemaal net ten noorden van de molen. Daar wordt het overtollige water van de Poelpolder omhoog gepompt en gespuid in het restant van de Achterringsloot, dat in open verbinding staat met de Ringvaart. Deze Achterringsloot tussen de Rooversbroek en de Poelpolder is in 1959 gedempt.
De molen kan in noodgevallen dus nog steeds water omhoog brengen. Dat water gaat vanaf de molen rechtstreeks naar de Ringvaart. Daarom is er in het fietspad een bruggetje over dit water gerealiseerd. In het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’ uit 2016 worden ook dit bruggetje en de molen beschreven. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de Vereniging Oud Lisse.

Sponsors in 2018 nodig
Het comité Openmonumentendag Lisse organiseert de dag dit jaar voor de laatste keer onder leiding van Emma Schuuring.  De organisatie wordt overgenomen door een werkgroep van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud-Lisse”. Om ervaring op te doen lopen enkele leden van de VOL al een paar jaar mee met het comité. Wat dat betreft worden er daarom in 2018 geen problemen verwacht. Wat wel spannend wordt zijn de financiën. De gemeente Lisse heeft in al haar wijsheid besloten om volgend jaar voor het organiseren van de Open Monumentendag geen subsidie meer beschikbaar te stellen. Wil de VOL één en ander goed organiseren dan is er echter wel geld nodig. Dat heeft de VOL zelf niet. Om onder andere een goede folder te kunnen maken zijn dus sponsors nodig. Men kan zich nu reeds als sponsor aanmelden voor volgend jaar.

Het bruggetje en de Grote Poelmolen Foto uit het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’

IS LISSE VERNOEMD NAAR EEN PLANT?

Lisse zou naar de planten gele Lis of lisdodde vernoemd kunnen zijn. Argumenten voor en tegen worden aangedragen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

1 augustus 2017

door Nico Groen 

Wat is de herkomst van de namen Lisse, ’t Vierkant en de Vuursteeglaan? Deze vragen houden gemoederen in Lisse al tientallen jaren bezig, zo niet langer. Er zijn volgens de deskundigen meerdere betekenissen mogelijk voor deze namen. Dit met soms felle discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaalde gedachtegang. Deze keer behandelen we vraag of Lisse een relatie heeft met een plant, maar er kan wel een andere relatie zijn.
 
Er zijn Lissers, die menen dat Lisse naar de plant gele lis is vernoemd. Ook lisdodde oftewel rietsigaar is een mogelijkheid. De woordovereenkomst is natuurlijk overduidelijk.
Als men vroeger de nederzetting naar gele lis of lisdodde zou hebben vernoemd, dan moeten deze planten zo’n belangrijke rol hebben gespeeld, dat het heel logisch was deze plaats Lis te noemen. Zowel gele lis als lisdodde zijn waterplanten, die in moerasgebieden, natte veengebieden of waterkanten groeien. Dat zou betekenen dat de nederzetting toentertijd in een laag, nat en drassig gebied gelegen moet hebben en niet op of nabij ’t Vierkant. Het natte veengebied begon pas ten oosten van de huidige Molenstraat. Op de eerste kaarten van begin 1600 is te zien, dat Lisse alleen maar uit ’t Vierkant bestond, met een paar boerderijen ten noorden en ten zuiden daarvan. Er zijn geen aanwijzingen, dat Lisse in de twaalfde eeuw of eerder meer naar het oosten gelegen zou zijn. Het is ook niet logisch dat de mensen daar zijn gaan wonen. Het was veel veiliger om zich hoog en droog te vestigen op de plek van het Vierkant of het westelijker gelegen Berkhouterduin, dat al lang is afgegraven. Om Lisse naar gele lis of lisdodde te vernoemen is daarom erg onwaarschijnlijk vanwege de groeiplaats van gele lis en lisdodde.

Goudgele kleur van gele lis
De kleur van gele lis is goudgeel en lijkt met een beetje fantasie op de kleur van vuur en zonnegloed. Het is dus mogelijk dat gele lis vroeger vuur, helder of lichtgevend betekende. De gele lis behoort tot de familie van de irisachtige of in het Nederlands de lissenfamilie. Zoals iedereen weet heeft een oogiris ook alles met licht te maken. De naam iris is ontleend aan een Griekse god, de bode van de andere goden. Deze bode Iris kwam met de regenboog vanaf de goden naar beneden op aarde. Zij werd regelmatig afgebeeld met een blinkende stralenkrans om haar hoofd, die het licht van de regenboog weerkaatste.

Lisdodde gebruikt als toorts
Ook de plant lisdodde zou een relatie met Lis kunnen hebben. Het zaad van de lisdodde lijkt op een sigaar. Als het zaad rijp is ontstaat er een wollige dot, die gedrenkt in brandbare vloeistof zoals olie, aangestoken kan worden. De naam lisdodde kan met vuur te maken hebben, omdat de sigaren als toorts (een brandende dot) gebruikt werden. In Zeeland werden ze daarom stalkaarsen genoemd.

In eerder columns hebben we gesteld dat Lisse, Lux en Liusna  mogelijk met vuur, licht, blinken, stralen of helder te maken kunnen hebben. Geconcludeerd kan worden dat Lisse niet vernoemd is naar gele lis of lisdodde, maar dat zowel Lisse, Lux en Liusna mogelijk dezelfde betekenis hadden als gele lis en lisdodde.

 

Een lisdodde in olie gedrenkt kan een half uur blijven branden Foto: Nico Groen