Rijksmonumenten

Heereweg 457 – Pastorie Heilige Engelbewaarderskerk

De Pastorie past goed bij het kerkgebouw en staat rechts hiervan.

Kadaster: B-2637. Monumentnummer: 516107. Bouwjaar: 1931. Architect: J. Stuyt.

De Pastorie van de Engelbewaarderskerk is gelijk met de kerk gebouwd in 1930-1931 op een terrein, dat voor dit doel in 1929 beschikbaar werd gesteld door de familie Heemskerk-Hoogduin. Het ontwerp voor de pastorie is evenals de ontwerpen voor de andere onderdelen van het kerkelijke complex geleverd door architect Jan Stuyt, die gebruik maakte van een door bouwpastoor Sentenie gemaakte schets. De uitvoerder van de werkzaamheden aan zowel de kerk als de pastorie was W. de Vreede uit Noordwijk. De pastorie staat rechts van het kerkgebouw en is er door middel van een tussenlid mee verbonden.

De pastorie is architectuurhistorisch van algemeen belang vanwege de karakteristieke vormgeving en detaillering en de samenhang met de kerk. Het huis is tevens van belang als behorend bij een representatieve vertegenwoordiger van een weinig meer voorkomend type kerk en als onderdeel van een door een vooraanstaand architect ontworpen complex. – De pastorie heeft ensemblewaarde als onderdeel van een complex met ruimtelijke, visuele en functionele samenhang tussen de complexonderdelen. De pastorie is bovendien van belang vanwege de herkenbaarheid en de ruime mate van gaafheid van het exterieur.

De pastorie naast de Engelenkerk vanaf de zijkant gezien

De pastorie van voren gezien

 

 

 

Heereweg 457 – Heilige Engelbewaarderskerk

De R.K. Kerk Heilige Engelbewaarders is gebouwd in Neo-Byzantijnse stijl. De kerk is aan alle zijden vrijwel symmetrisch.

Kadaster: B-2937. Monumentnummer: 516106. Bouwjaar 1930. Architect: J. Stuyt. 

Het ledental van de Sint Agathaparochie is aan het begin van de 20e eeuw flink gestegen. In buurtschap ‘de Engel’ woont een groot aantal rooms-katholieken. Reden om een nieuwe parochie te stichten.

De Engelbewaardersparochie is gesticht in 1929 en moest de bouw van een nieuwe kerk voorbereiden. Waarmee de tot dan gebruikte schuurkerk vervangen zou worden.

De eerste pastoor kreeg in januari van dat jaar de opdracht de parochie voor te bereiden en plannen te ontwikkelen voor de bouw van een kerk met pastorie en begraafplaats, een jongensschool, een meisjesschool, een bewaarschool, een kosterswoning, een zusterhuis en een broederhuis.

Reeds op 18 september 1929 kon de parochie worden opgericht en werd voor tijdelijk een noodkerk in gebruik genomen. De noodkerk bleek onmiddellijk te klein en moest meteen uitgebreid worden.

Er werd een schitterend terrein voor de nieuwbouw gevonden, gelegen bij de Beekbrug. Het terrein werd bovendien door de eigenaren, het echtpaar Heemskerk-Hoogduin, geschonken aan de parochie.

Op 7 maart 1930 werd het contract getekend voor de bouw van kerk en pastorie en al in het najaar van 1930 konden pastoor en kapelaan hun intrek nemen in de pastorie. Nadat de huidige kerk in 1931 was ingewijd door de bisschop van Haarlem, Mgr. J Aengenent, bleef de noodkerk behouden en gehandhaafd als parochiehuis, tegenwoordig “de Kleine Engel”.

Het hele complex was in twee jaar tijd gerealiseerd, maar veroorzaakte wel een hoge financieringslast. Zelf faillissement dreigde, maar kon door de nodige inspanningen (o.a. bollenveilingen) worden voorkomen.

De kerk is ontworpen door architect Jan Stuyt (1868-1934), mede naar een schets van bouwpastoor Sentenie. De bouw werd uitgevoerd door aannemer W de Vreede uit Noordwijk; kosten ƒ 232.500,00 (€ 105.500,–).
Architect Stuyt was geen onbekende in de streek. Hij ontwierp ook de Hillegomse Sint-Jozefkerk (1926-1927).

De kerk is van het type centraal-bouw en heeft met name in het interieur de stijlkenmerken van de Byzantijnse bouwkunst en kan daarom worden beschouwd als voorbeeld van Neo-Byzantijnse stijl. De kerk is aan alle zijden vrijwel symmetrisch van opbouw.

De Engelbewaarderskerk staat bekend om zijn prachtige koepel die is geschilderd door Jan Dunselman(1863-1931). In de nok van de koepel zien we drie ringen ineen. Zij vormen een uitbeelding van de H. Drie-eenheid, Vader, Zoon en H. Geest. Zij worden geëerd door 12 engelen, die rondom hen staan. Daaronder staan de apostelfiguren.

De afbeeldingen van de kruiswegstatie zijn ontworpen door de kunstenaar Joep Thiessen en in 1957 aangekocht met het geld dat de parochianen in 1954 hadden aangeboden bij de viering van het 25-jarig bestaan van de parochie.

Na het tweede Vaticaans Concilie werd in 1969 het oude altaar afgebroken en werd het gehele altaarpodium opnieuw ingericht.

 

Heereweg 258 – Agatha Klooster

Het voormalige gesticht “Sint Agatha” is omstreeks 1900 gebouwd in Neo-Gotische stijl.
Kadasternummer: C-4360: Monumentnummer: 5161041: Bouwjaar: omstreeks 1900. Architect: J.H.H Groenendael.

Het voormalige Gesticht “Sint Agatha” is omstreeks 1900 gebouwd in opdracht van de R.K. parochie Sint Agatha. Het naar een ontwerp van architect J.H.H. Groenendael, in een Neo-Gotische stijl opgetrokken gebouw werd oorspronkelijk gebruikt door Clarissen en Fransiscanessen.

Het gebouw is het restant van een complex, waarvan tevens een R.K. jongens- en een R.K. meisjesschool deel uitmaakten. Deze schoolgebouwen zijn afgebroken voor de aanleg van de Lindenlaan en de bouw van het appartementengebouw “Kloosterhof”. Nadat het “Gesticht” de oorspronkelijke functie verloor werd het in gebruik genomen als opvanghuis voor moeilijk opvoedbare jongeren. In het begin van de jaren tachtig is het gebouw door brand beschadigd, waarbij onder meer de dakruiter zware schade opliep. Deze is vervangen in 1985 met behoud van de oorspronkelijke kenmerken.

 

Ansichtkaart

Het voormalige Agathaklooster in volle glorie

 

 

Heereweg 277 – Pastorie Agathakerk

De grote pastorie past goed bij de kerk in neogotische stijl.

Kadaster: D 7939. Monumentnummer: 516103. Bouwjaar: 1902. Architect J.H. van Groenendael.

De pastorie vormt met het kerkgebouw een duidelijke eenheid. Architect Jean H. van Groenendael was als architect verantwoordelijk voor de bouw van beide. Het gebouw is ontworpen in neo-gotische stijl. Bouwperiode 1902-1903.

Boven de voordeur van de pastorie stond als opschrift een dichtregel van Paulus Potter: Dije dit niet an mocht staen, moet maar voor bije gaen!. De toenmalige burgemeester vond dit aanstootgevend en dus moest deze regel verdwijnen. En zo kwam er gewoon Anno Domino MCMII te staan.

Het is een hele grote pastorie waar vroeger een pastoor met vier kapelaans en huishoudsters woonden. De plafonds zijn bijna 4 m hoog.Pastorie Agathakerk

De pastorie

 

Heereweg 273 – Agathakerk

De Kathedraal van de Bollenstreek was 75 m. hoog. De neogotische kerk heeft fraaie glas-in-lood ramen.

Kadaster: D-7939. Monumentnummer: 516102. Bouwjaar: 1902. Architect J.H. van Groenendael.

In 1902 wordt begonnen met de bouw van de nieuwe kerk. De afmetingen zijn niet mis: 60 meter in de lengte en een transept van 29 meter. Op 7 augustus 1903 wordt de ‘Kathedraal van de Bollenstreek’ geconsecreerd door mgr. Van de Wetering, bisschop van Utrecht. De bijnaam ‘Kathedraal’ kwam doordat de toren met zijn 75 meter de hoogste van de streek werd.
Na de scheiding van kerk en staat uit 1796 moest er voor rooms-katholiek Lisse weer een kerk in het dorp komen. Sterker nog, met eiste de dorpkerk aan het Vierkant terug. Een godsdiensttwist in Lisse. De oplossing liet lang op zich wachten, maar met financiële steun van koning Willem I kon een kerk gebouwd worden. Het is dan 1842. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie wordt Lisse weer een zelfstandige parochie. De parochie van Sint Agatha groeit snel. Plannen uit 1877 om een nieuwe kerk te bouwen stranden nog om financiële redenen. Het geld voor een nieuwe kerk moest vervolgens beetje bij beetje door de parochieleden bijeengebracht worden.

Architect was Jean H. van Groenendael uit Amsterdam. Het ontwerp werd een neogotische kruisbasiliek. De kapiteelstructuur en de gewelfbeschildering zijn uitgevoerd in de Jugendstil.

De kerk heeft fraaie glas-in-lood ramen.

Niet alleen wordt de kerk gebouwd, ook de jongensschool wordt gebouwd in 1905 en het “Piusgesticht” in 1909.

De kruiswegstaties, die tussen 1903 en 1911 door diverse parochianen worden geschonken, zijn geschilderd door Jan Dunselman in Amsterdam. Op 15 augustus 1914 wordt het nieuwe orgel (van P.J. Adema en Zonen) ingewijd, juist op het 40-jarig priesterjubileum van pastoor Klekamp. In 1923 krijgt de kerk de fraaie koperen lichtkronen gemaakt in het atelier van fa. Brom te Utrecht, en in 1924 de fraaie preekstoel. Het beeld van St. Agatha, de patrones van de kerk, wordt geschonken in 1925.

De oorspronkelijke toren dreigt naar verloop van tijd scheef te zakken en moet worden vervangen. (De torenhaan is al naar beneden gekomen). In 1902 werd de bouw voor FL.136.051 aangenomen. In 1929 wordt de toren voor zo’n FL 30.594 vervangen. Een tweede kleinere toren waarin de Angelusklok is opgehangen, staat midden op de kruisbeuk. Ook deze is een vervanger van een vroegere veel spitser torentje.

In 1938 is bij graafwerk in de kerk aan het Vierkant een stuk zandsteen gevonden met een in gotische stijl gemodelleerde kelk waarboven een hostie. Deze steen werd aan de Agathaparochie geschonken in omstreeks 1950 ingemetseld in een kerkmuur.

Na het Tweede Vaticaans Concilie vinden in de jaren zestig van de twintigste eeuw ingrijpende veranderingen plaats in de kerk: het priesterkoor wordt vergroot en er komt een houten altaartafel in het midden van de kerk, de priester keert zich naar de gelovigen.

In 1992 wordt duidelijk dat de kerk hard toe is aan een grondige restauratie. Zowel van binnen als van buiten. Gedurende de periode september 1993 t/m februari 2002 ondergaat de St. Agathakerk een zeer ingrijpende restauratie. Om de geld bij elkaar te krijgen wordt een beroep gedaan op de inwoners van Lisse. Om ze van de stand van zaken op de hoogte te houden staat een immense “geldmeter” voor de kerk. De totale restauratiekosten bedragen 3.564.000 €.

In het dwarsschip van de kerk bevinden zich 4 kleine ruimtes die als biechtstoelen zijn ingericht. Bij oplevering in 1903 zijn drie ervan voorzien van een eikenhouten front. De vierde komt pas aan de beurt na de laatste grote restauratie. Bij de restauratie wordt het timpaan boven de ingang verluchtigd met een bronzen relief: een afbeelding van de heilige Agatha. De heilige Agatha is een Siciliaanse heilige(225-251). Zij wilde haar christelijke geloof en leefwijze niet verloochenen en daarop werd ze gemarteld: haar beide borsten werden afgesneden en heel haar lichaam werd verminkt. De heilige Agatha wordt vaak afgebeeld met haar borsten op een soort presenteerblaadje. Ook op dit timpaan: de heilige is verbeeld compleet met nijptang en borsten op een schotel.

Na de restauratie maakt een schenking het mogelijk de doopkapel van glas-in-lood ramen te voorzien.

In oude luister kan men in 2004 het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw vieren.

 

Een ansichtkaart van de Agathakerk

De foto is genomen vanaf het gemeentehuis

 

Rooversbroekdijk 100 – Lisserpoelmolen

De Lisserpoelmolen is een achtkante poldermolen met een kap en riet gedekt.

Kadaster: E-2264. Monument: 25907. Bouwjaar: 1667.

De Grote Poelmolen of de Lisserpoelmolen is een rijksmonument en mag dus niet zomaar worden veranderd. De molen is gebouwd in 1676 voor de bemaling van de Lisserpoelpolder, die van origine 235 ha groot is.  In 1986 kwam de molen in handen van de Rijnlandse Molenstichting.  De molen is niet zo erg groot, maar wordt zo genoemd omdat hij 2 kleine molentjes aan het einde van de 2e Poellaan verving. Deze waren bij de drooglegging van de Poelpolder in 1624 gerealiseerd, maar konden de waterafvoer niet aan. Het is een forse houten, achtkantige bovenkruier met riet gedekt en met lage veldmuren van 0,50 meter hoog. De molen heeft een vlucht van 26,90 m. Het water wordt met een vijzel 3,40 m omhoog gebracht. Een vijzel is een schroefachtig mechaniek. Bij de bouw van de molen werd de vijzel al gemaakt. Dit was toen nog een erg experimenteel werktuig. Hoewel de molen nog steeds functioneel is wordt hij niet meer gebruikt voor het op peil houden van de waterhuishouding van de gecombineerde Poel- en Rooversbroekpolder. Deze functie van de molen is overgenomen door een elektrisch gemaal net ten noorden van de molen. Daar wordt het overtollige water van de Poelpolder omhoog gepompt en gespuid in het restant van de Achterringsloot, dat in open verbinding staat met de Ringvaart. Deze Achterringsloot tussen de Rooversbroek en de Poelpolder is in 1959 gedempt.  De molen kan in noodgevallen dus nog steeds water omhoog brengen. Dat water gaat vanaf de molen rechtstreeks naar de Ringvaart. Daarom is er in het fietspad een bruggetje over dit water gerealiseerd. In het boek ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’ uit 2016 worden ook dit bruggetje en de molen beschreven. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de Vereniging Oud Lisse.

 

3e Poellaan – Tuin- en parkaanleg Buitenplaats Ter Leede

Een gedeelte van het park van landgoed Ter Leede ligt in de gemeente Lisse.

Kadaster: B 2434, B 553, B 554, B 555, B 556, B 557. Monument: 52840.

Het buiten Ter Leede werd rond 1660 gesticht door de Amsterdammer Nicolaas Dragon. Hij bouwde een voornaam herenhuis dat vanaf de straatweg via een lange oprijlaan was te bereiken.
Na 1928 werd Ter Leede niet meer permanent bewoond. Het werd daarna onder meer gebruikt als opleidingsinstituut van de Katholieke Gidsenbeweging in Nederland. Na de restauratie in 1981 is Huis Ter Leede weer in particuliere handen gekomen en woonhuis geworden. Ter Leede is niet te bezichtigen.
Ter Leede ligt in Sassenheim, maar delen van de parkaanleg liggen in Lisse. Het huis en delen van de parkaanleg zijn rijksmonument.
Begin 20e eeuw werd het park aangelegd in de late landschapsstijl, ook wel gardenesque stijl genoemd. Kenmerkend is dat de lijnen in de tuin zich zowel naar punten binnen als buiten de aanleg richten. Bij Ter Leede zijn er o.a. zichtlijnen naar het omliggende weidelandschap. Afwisseling is belangrijk. Ter Leede heeft een slingerende vijver.
Er is nog een oude eikenlaan uit de 18e eeuw die in de latere parkaanleg is opgenomen. Op een minuutkaart van 1819 blijkt deze laan al ingetekend te zijn.

De entree van het park van landgoed Ter Leede

Keukenhof 1 – Lageveense Wipwatermolen

De Lageveense molen staat aan de Leidsevaart.

Kadaster: A-1272. Monumentnummer: 25903. Bouwjaar: 1890.

In 1654 een polder gesticht op een deel van de “Laege Veenen”. De polder wordt sinds 1654 bemalen door een wipmolen met scheprad. Verscheidene malen werd de molen verbouwd en herbouwd.

Bij de aanleg van de Leidsevaart werd de molen naar het oosten verplaatst. In 1815 wordt de afbraak van deze molen verkocht en vermoedelijk een nieuwe molen gebouwd.

Door de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Leiden veranderde de situatie opnieuw, omdat het traject langs de noordwestelijke rand op korte afstand evenwijdig aan de Leidsevaart gepland was.

Een overeenkomst tussen de polder en de “Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij” van 28 januari 1842, goedgekeurd door Rijnland op 14 mei van dat jaar, bepaalde dat de molen op kosten van de Maatschappij zou worden verplaatst, zodat hij voortaan uit kon slaan op een nieuw gegraven sloot met een grondduiker onder de spoorbaan.

Op 25 juli 1890 verbrandde de molen. De molen werd door het bedrijf van de weduwe J. A. Melman te Warmond weer herbouwd en moest volgens het bestek op 19 september 1890 maalvaardig zijn.

In 1950 werd in het Keukenhofbos voor noodgevallen een gemetseld vijzelgemaaltje gezet. In 1990 werd er een pomp ingezet en kwam de molen goeddeels buiten gebruik.

De molen is sinds 1990 in eigendom van de Rijnlandse Molenstichting en kan nog voor bemaling worden ingezet. Molenaars van het Gilde van Vrijwillige Molenaars zorgen er voor dat de molen af en toe draait.

Er volgde nog een restauratie in 1995.

Lange Rack 2 – Stolpboerderij van Langeveld

De stolpboerderij Langeveld is grondig gerestaureerd. Voorheen was het adres Ooievaarstraat 289.

Kadaster E-1981. Monument: 25905. Bouwjaar: 1647.

Boerderij van Langeveld met het adres ’t Lange Rack 2, voorheen Eerste Poellaan 102. Bij de aanleg van de wijk Poelpolder was het adres eerst ook nog Ooievaarstraat 289.
De boerderij werd in 1642 gebouwd, tegelijk met buitenplaats Uytermeer.
Vermeldenswaardig is de ingebouwde steen met opschrift “1818 den 4e maand, 4de dage eers gelegen. C. Langeveld”. Deze eerste steen werd gelegd door Cornelis Claesz. Langeveld. De boerderij kreeg toen de vorm van de huidige stolpboerderij.
Het woongedeelte is aangebouwd aan de boerderij. Daardoor heeft het rieten dak de vorm van een zadel (zadeldak). De boerderij had in het midden een grote ruimte voor het hooi. Dit werd het vierkant genoemd. Om het vierkant waren de bedrijfsruimten en de woning gesitueerd. Achter de keuken was de kaasmakerij met een grote kelder. Er was een dubbele koestal. Aan de voorkant was de paardenstal en de dorsvloer.
Door deze vorm is het een Noord-Hollandse stolpboerderij. Stolpboerderijen komen bijna alleen boven het Noordzeekanaal voor. Een stolpboerderij in Lisse is dus heel bijzonder.
Op een plattegrond van Lisse is duidelijk te zien, dat deze boerderij, gezien vanaf de Heereweg, schuin achter de donjon Dever ligt. De boerderij, Dever en Uytermeer zijn vroeger heel bewust op die plek gebouwd. Vóór de aanleg van de Poelpolder liep het land van Dever veel verder naar het oosten door dan de huidige Rijnsloot. De oorspronkelijk Poel had een grillig lopende oever. Deze Poel bestond namelijk uit diverse met elkaar verbonden meren: hier ter plekke Zuidpoel en Geestwater genaamd. De Rijnsloot volgde die grillige lijn niet, maar sneed grote stukken land af om een nette, wat rechtere ringsloot te krijgen. Hier ter plekke werd een groot stuk land afgesneden. Daardoor verloor Dever maar liefst 939 roeden (meer dan een hectare) aan de Poelpolder, volgens een uitvoerig verbaal uit die tijd.
Boerderij en donjon zijn gebouwd op een (ondergrondse) duinrug, die vanaf de Heereweg diep doorloopt in de Poel. Zo’n oost/west duinrug werd een ‘horn’ genoemd. Deze horn heette in de 14e en 15e eeuw Reynershorn, waarschijnlijk vernoemd naar Reinier D’Ever (1346-1417), die de donjon gebouwd heeft.
Omdat de fundering van de boerderij op zand rust, is deze in de loop van de eeuwen niet
verzakt en zo goed gebleven, dat het in 1980 een rijksmonument is geworden.
Woningbouw in de buurt betekende het einde van het boerenbedrijf.
De boerderij is in 2002 grondig gerestaureerd en is nu een woonboerderij. Daarbij werd een buitenstal en de beide bouwvallige schuren afgebroken. Daarvoor in de plaats kwam een L-vormige woning met een puntdak.

Stolpboerderij Langeveld voor de renovatie

De zuidkant van de boerderij na de renovatie


de oostkant van boerderij Langeveld na de renovatie

 

Heereweg 443 – Boerderij Heemskerk

De gebouwen worden Boerderij Heemskerk genoemd. Vroeger heette de boerderij De Willemshoeve.

Kadaster: B-3189, B-3288, B-3291, B-3292, B-3294. Monumentnummer: 25896.

 

De boerderij van Heemskerk
Vroeger heette de boerdrij De Willemshoeve