Nassaustraat 45 en Oranjelaan 98 – ‘Mariakerk’

Voormalige RK-kerk met de naam ‘Onbevlekt Hart van Maria’.

Kadaster: D-8527 en D-8529. Bouwjaar: 1952. Architect: bureau Paardekooper-Barnhoorn.

De kerk werd in 1952 ontworpen door het architectenbureau Paardekooper-Barnhoorn uit Lisse, in samenwerking met Dom Hans van der Laan (van de bekende Leidse architectenfamilie en medegrondlegger van de Bossche School) en zijn broer ir. N. van der Laan.

In maart 1950 werd de basis gelegd voor de bouw van deze kerk. De bevolking nam toe en uitbreiding van het dorp was noodzakelijk. Aan de oostzijde van Lisse was nog plaats genoeg voor uitbreiding. En voor het stichten van een parochie en het bouwen van een kerk met pastorie.
Op uitnodiging van de heer G.P.A. van Zuylen, pastoor van de St. Agatha en van het kerkbestuur, bestaande uit de heren K.Barnhoorn, J.Berbee Gzn. J.P.de Koning en N.Stokman, verschenen op 12 maart 1950 (Anno Sancto) in de zaal van de Pastorie van St.Agatha de waarnemend burgemeester van Lisse de heer J.W.A.Lefeber, de heren C.M.Jonkman, Cv.d.Laan, G.A.Ransdorp, H.P.v.d.Reep en A.Th.M.Zwetsloot (de heren P.v.d.Veld, G.H.Intres en Jac.Raaphorst hadden bericht van verhindering gestuurd) voor een vergadering met als onderwerp van bespreking “Het stichten van een derde Rooms Katholieke Kerk met scholen te Lisse”.
Uit deze vergadering vormde zich een actiegroep (het Sint Willibrordus Comité), die aan de arbeid toog en binnen de kortste keren zorgde dat er bij alle katholieken, zowel in Lisse als in Lisserbroek een folder de brievenbus binnengleed, waarin de plannen bekend werden gemaakt. Met de uitnodiging om na de Hoogmis in het KAB-gebouw ( nu ‘De Gewoonste Zaak’) bijeen te komen om nader over de plannen geïnformeerd te worden.
Op zondag 10 september 1950 verscheen de pas benoemde ‘bouwpastoor’ de heer J.Staadegaard voor het eerst op een vergadering. Er zou voor een bedrag van 350.000 gulden gebouwd gaan worden.

Op 29 december 1951 kon de eerste steen worden gelegd, gemaakt door de bekende beeldhouwer Niels Steenbergen uit Teteringen. In april 1952 werd de vlag in top gehesen. Na afronding van de bouwwerkzaamheden schafte men de kruiswegstatie aan. Ene Toorop was hiervan de maker, en deze waren afkomstig uit de Lourdeskerk in Scheveningen. De klok kwam van de bekende klokkengieter Petit.

Eind 1951 worden de plannen voor een eigen kerkhof bij de kerk vastgelegd. Maar het gemeentebestuur liet weten dat men geen toestemming kon verlenen. De parochianen lieten het hier echter niet bij zitten en na veel gepraat was de zaak op 1 juni 1952 rond.

Door Mgr. Huibers, Bisschop van Haarlem, werd op Zondag 20 augustus 1952 de plechtige inwijding van de kerk van het Onbevlekt hart van Maria verricht, toegewijd aan Maria van Fatima.

Na het tweede Vaticaanse concilie werd de kerk soberder. De muren werden wit en de vertrouwde schildering in de apsis verdween onder de verf.

De ontkerkelijking en het tekort aan priesters maakten dat er een einde kwam aan de functie van kerkgebouw.

Deze belangrijke wederopbouwkerk is in maart 2007 aan de eredienst onttrokken. De Mariakerk in Lisse is op 18 maart 2007 dichtgegaan. Een dag eerder, zaterdagavond 17 maart, was de allerlaatste viering in het kerkgebouw aan de Nassaustraat. Een bijzonder moment was het moment waarop de Godslamp werd uitgeblazen. Dat maakte het einde definitief.

Het gebouw in een gezondheidscentrum geworden. Aan de Nassaustraat staat een dagkapel. Deze Mariakapel werd op 20 februari 2010 ingezegend door Adrianus Kardinaal Simonis em. aartsbisschop en voormalig inwoner van Lisse, en door Mgr. A.H. van Luyn, bisschop van Rotterdam. De kruisen van het dak zijn verwijderd om plaats te maken voor ‘kristallen’ zoals het exemplaar dat zich ook op de Mariënhof bevindt. De kerkklok is terug in een klokkenstoel, die op het kerkplein is geplaatst.

Architectuur
De kerk is een driebeukig, bakstenen pand op rechthoekige plattegrond, in het centrale deel twee bouwlagen hoog en afgedekt met een schilddak. Symmetrische voorgevel met vijf vensterassen en inwendig portaal met twee betonnen zuilen en betonnen latei. Aan de achterzijde wordt de kerk met een apsis afgesloten. Kleine vensteropeningen en eenvoudig siermetselwerk in gevels.
De gevels zijn van rode baksteen in wildverband. Op de begane grond in de voorgevel is een inwendig portaal met twee betonnen zuilen en een betonnen latei. Een grote rechthoekige ingang met rijk beschilderde deuromlijsting binnen een dubbelsteens rondboog. Aan weerszijden in de zijbeuken een smalle, lichtgetoogde vensteropening een tweeënhalf steens strek. In tweede bouwlaag centrale deel drie vierkante spaarvelden, elk voorzien van een vierkante, lichtgetoogde vensteropening onder een bakstenen strek. De gevel wordt door een omlopende betonnen lijst en banden in siermetselwerk afgesloten. De zijgevels zijn in eenzelfde stijl opgetrokken met samengestelde rondboogvensters onder dubbelsteens rondbogen in de zijbeuken, een sierlijk klokkengeveltje in de linker zijbeuk en een aangebouwd portaal in elk van de zijbeuken als kenmerkende elementen. Aan de achterzijde wordt de kerk met een apsis afgesloten.
In de entree van het centrale deel grote, rijk bewerkte houten paneeldeuren. In aangebouwde portalen eveneens houten paneeldeuren. In de boogvensters glas-in-lood ramen. Schilddak met nok haaks op de voorgevel. Op dak gesmoorde, opnieuw verbeterde Hollandse pannen en twee pirons in kruisvorm. Het kerkgebouw is door midden van een tussenlid met de pastorie verbonden. Beide bouwdelen zijn in de stijl van de kerk uitgevoerd.
ir. A.H.J. Paardekooper (1918-1991), die na de oorlog in de Bollenstreek zijn architectenpraktijk begon, was een bevlogen architect. Verhoudingen/maten waren zeer belangrijk. Onderdelen van gebouwen zijn op elkaar afgestemd. Bij de Mariakerk is de speciaal gemaakte baksteen precies 5 cm hoog. Met de specie meegerekend wordt de hoogte van een gemetselde laag precies 7 cm. Het heilige getal zeven: zeven sacramenten, zeven hoofdzonden, zeven dagen in de week.

Detail van de muren en kozijnen

Het oude interieur

Mariakek vanuit de lucht