ANNA VAN GOGH-KAULBACH; De rommeling. (146)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn
Tegen het einde der vorige eeuw werden aan de Heereweg een paar mooie huizen gebouwd, thans de nummers 296/98. In het eerstgenoemde pand vestigde zich het echtpaar Van Gogh. Het huis staat op de oude ansicht halverwege rechts achter de bomen; op de kaart uit de dertiger jaren halverwege links, eveneens achter een boom. De heer Willem J. van Gogh was waarschijnlijk even medelevend en gevoelig als zijn thans beroemde neef Vincent. Hij “ging in de bollen”. Maar het bloembollenvak kan soms zeer onbarmhartig zijn. Het werd dan ook geen succes. In 1903 vertrok het gezin voor korte tijd naar Sassenheim, om zich in 1906 in Haarlem te vestigen. Van Gogh vond werk bij de kunsthandel Meurs te Amsterdam. Lisse was hem vergeten. Meer bekend dan haar echtgenoot was diens vrouw, Anna van Gogh-Kaulbach, een vermaard schrijfster. In haar Lissese tijd verscheen o.a. “Rika”, de roman waarin ze haar eigen stijl gevonden heeft. In dat jaar werd ook haar dochtertje Maria Cornelia geboren, het zusje van Eduard en Willem Daniel, beiden ook in Lisse geboren “Schrijven was mijn werk”, zegt ze, “mijn gezin mijn liefste liefhebberij”. En een andere keer: “Mijn werk opgeven zou onvoldaanheid betekenen en een onvoldaan mens kan geen opgewekte moeder zijn”. Ze was een vrouw van het type, dat we nu een feministe zouden noemen. Lisse had daar weinig oog voor, maar als ze in “reformkleding” door het dorp liep, gaapten de Lissers. (Voor wie niet mocht weten wat dat Lisses “gapen” eigenlijk was: ze gluurden met open mond tussen de kieren van de gordijnen.)
Juist als wanneer Agnes Snethlage, de dochter van de dominee, met kort geknipt haar en een pijp in de mond over de straat stapte. Toch was Anna Kaulbach een vrouw van formaat, vooral ook een vrouw met durf! Er is dit jaar in het Haagse Gemeentemuseum een interessante tentoonstelling aan haar gewijd. Schrijver dezes zou voor een foto zorgen van werkers in het bloembollenbedrijf omstreeks 1900, die dan vergroot de blikvanger van de expositie zou worden. Maar het moest wel “een beetje zielig” zijn. Het werd de foto afgedrukt als nr. 15 in “Kent U ze nog, de Sassenheimers”. Maar of die tulpenpelsters zich nu zo zielig voelden? Welnee, dat is gewoon “hineininterpretiert”. In ieder geval is het wel een succes geworden. Van Anna van Gogh-Kaulbach verschenen onder meer “Moeder”, een roman die 25 herdrukken beleefde, het toneelstuk “Eigen Haard”, “De Hooge Toren” en “Het brandend hart”. Dat laatste was haar 25ste roman, alle met een sterk sociale boodschap. In 1960 is de schrijfster hoogbejaard te Haarlem overleden. Het hierna volgende relaas is goeddeels genomen uit de tentoonstellingcatalogus “Vrouwen op de bres”, die op zijn beurt weer putte uit Mevrouw ^van Gogh’s “Enige herinneringen”. Anna Kaulbach wordt in 1869 geboren te Velsen. Zij blijft het enig kind van een dorpsdokter. De ouders voeden haar modern op. Haar speelkameraadjes mag zij kiezen uit alle standen, ook gewone dorpskinderen. Na de lagere school in Beverwijk gaat Anna naar de meisjes-H.B.S. in Haarlem. “Het werd een ander leven: elke dag met een troep meisjes en jongens een spoorreisje heen en weer”. Bij dit troepje hoorde ook Willem Royaards, de latere acteur. Hij draagt in de trein verzen voor, maar de meisjes kunnen die niet horen. In die dagen is het immers gebruikelijk dat de jongens derde klas reizen en de meisjes tweede. Op school in Haarlem wordt zij zich langzamerhand bewust zich te willen uiten op papier. Maar na school komt ze thuis om voor haar moeder te zorgen die inmiddels blind is geworden. Ze leest alles wat voorhanden is; Frederik van Eeden is haar geliefde schrijver. Zelf besteedt ze ieder vrij ogenblik aan schrijven. Ze begint haar carrière groots en droevig, op haar achttiende jaar voltooit ze een treurspel in vijf bedrijven, “Thusnelda” geheten. Als Anna tweeëntwintig jaar is ontmoet ze haar latere “toegewijde levenskameraad” Willem J. van Gogh.
Het verloofde stel onderneemt een reisje door het land om familie en vrienden op te zoeken. “Wij deden die tocht op een voor die tijd originele manier, namelijk per driewielertandem. Dat mijn ouders met ons plan instemden was voor mij het verrukkelijkste bewijs van hun vrijheid van denken en opvattingen.” Bovendien wordt fietsen voor een vrouw als onfatsoenlijk beschouwd, “het onzedelijke velocipederen”, en vinden artsen het ongezond. Meisjes, vrouwen en mannen-van-boven-de-veertig wordt het fietsen afgeraden als te inspannend. Anna en Willem trouwen in 1899 en gaan in Lisse wonen vanwege zijn werk bij een bloembollenkwekerij. Het zijn bewogen jaren. Anna publiceert vlak voor de eeuwwisseling haar roman “Levensdoel”. Het boek is een pleidooi voor het socialisme, zij wil daarin getuigen van de “schone verwachting, die ons, jongeren, vervulde”. De vrouwen leggen letterlijk hun knellende kleding af, de “reform”-kleding wordt gedragen in de kringen van vooruitstrevende mensen waartoe Anna en Wiillem behoren. Ze doet aan deze mode mee en wekt zo in Lisse de nodige opschudding. Haar naaste buren, de families Segers en Tromp, zullen deze nieuwlichterij ook wel maar zeer matig gewaardeerd hebben. Meer contact had zij met de familie De Graaff, die aan de overzijde van de straatweg woonde. De omgeving van de bollenstreek, de kwekerijen en het harde leven van de arbeiders brengen Anna van Gogh tot een indringende beschrijving van het bestaan van de arbeidersklasse. Toen schreef ze “Rika”, de geschiedenis van een arm volksmeisje, dochter van een ongehuwde moeder, een “schandekind”, zoals dat in de 19de eeuw heet. Het is een lang en triest verhaal. Tenslotte loopt Rika in wanhoop het water in en verdrinkt zich ……
Anna had grote bewondering voor het werk van haar neef Vincent, leder kent wel diens “Aardappeleters”. Ook die schilderijen hadden een “boodschap”. Helaas is Anna’s schrijfstijl overleefd en het succes van de actuele problemen tijdgebonden. In tegenstelling tot neef Vincent van Gogh kan zij de mensen van vandaag niet meer bereiken ……



