BEGRAVEN; De rommeling. (106)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

Hier wordt in 1915 Pastoor Klekamp naar het graf gebracht.

Mijne vrienden! men zal ons allen begra­ven. Ziet er uw lichaam op aan: gezond, sterk, vlug, gehoorzaam aan uwen wil, gevoed, gevierd, gekleed, opgeschikt! Er zal een tijd komen, dat het daar nederligt — nederligt op een bed, hoop ik! — zielloos, koud, stijf, in een enkele doodswa gehuld, onder een lang wit laken — als een steen. Het is nu nog het uwe; het zal dan het uwe niet meer zijn. Gij zijt dan niet meer een persoon, maar een ding”. Aldus Nico-laas Beets, alias Hildebrand, in zijn beroem­de Camera Obscura, 1837.

Het leven glijdt voorbij; het is niet anders. Al die mensen uit dit boek, waar zijn ze gebleven? Ik moet er vaak aan denken. Eens wordt het voor ons allemaal de laat­ste tocht. En moge God ons dan genadig zijn.