Brongas

Er wordt uitgelegd wat brongas is. Het is methaangas van eigen erf. Opgevangen onder een gasdichte ronde bak. Zij stonden in de Lisserbroek. Zijn ze ook ergens in Lisse geweest?

Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

Restanten van een brongasinstallatie Turfspoor Lisserbroek Foto’s Wim Bosch

Het zal rond 1975 zijn geweest dat ik voor het eerst hoorde van gas van eigen erf: brongas. We woonden nog niet zo lang in Hillegom en gingen regelmatig naar familie in het oosten van het land. Route via Alphen, maar voor Alphen passeerden we een boerderij waar ze kaas maakten. Je kwam binnen in een grote keuken en de kazen werden gehaald uit de kaaskelder. Heerlijk, voor herhaling vatbaar. Bij een volgend bezoek haalde de boerin weer kaas uit de kaaskelder terwijl wij zo’n beetje rondkeken in de keuken. Er stond een groot fornuis en alle pitten brandden. Dus toen de boerin terugkwam zei ik maar voorzichtig: “mevrouw, u hebt het gas laten branden”. Tot mijn stomme verbazing was het antwoord: “Ja, lekker, warmt het een beetje bij”. Ze zal gemerkt hebben dat we het in Keulen hoorden donderen, want ze legde uit dat ze hun eigen gasbron hadden. Ik zal wel heel ongelovig hebben staan kijken, want ze begon er over dat ik toch wel eens in de sloot iets omhoog had zien borrelen. Nu, zoiets was het: er kwam met water gas mee omhoog en dat gebruikten ze om te koken, voor verlichting en dus ook om een beetje bij te verwarmen.

Waarnemingen van Friesland tot Amsterdam
Al heel lang is bekend dat er in het westen en noorden van Nederland op geringe diepte gas in de ondergrond voorkomt. De eerste berichten daarover stammen uit het begin van onze jaartelling en komen uit Friesland. Daar zouden in de buurt Staveren een aantal keren spontane branden zijn ontstaan door gas dat uit de aarde kwam. De branden zouden zo groot zijn geweest dat het een paar dagen duurde voor ze
uitdoofden. Pas veel later is weer een vermelding te vinden, nl. uit 1729. Er wordt een put gegraven. Ze zijn al op zo’n tien meter diepte wanneer er iets geks gebeurt. Eerst zien ze een paar keer een kleine vlam. Maar dan ineens horen ze een fiks gedruis, dan een heftige knal als een pistoolschot. Onmiddellijk gevolgd door een grote vlam die enkele minuten lang omhoog schoot. Doodeng natuurlijk, ‘dezen vulcaan’ is een gevaar en de put wordt gedempt. In de jaren erna volgen er steeds vaker dit soort verhalen, men kan niks anders doen dan zo’n gevaarlijke put dicht te gooien. Zo wordt bij het boren van diepe putten tussen 1849 en 1851 te Amsterdam vermeld: ‘Op 42,8 meter -A. P. (44m – N.A.P.) gekomen, bemerkte de opzichter een sterke opborreling in de boorbuis. Een bijgebrachte brandende kaars deed het gas ontvlammen, dat met een helderwitte (als gewoon gaslicht), nagenoeg 2 m hoge, vlam brandde en na drie kwartier werd uitgedoofd.’ Brongas in Amsterdam is dus niks ongewoons. Toen het hoofdpostkantoor in Amsterdam tot Magna Plaza werd verbouwd is ook een soort brongasvoorziening vernield. Egbert Thomas, die werkte op het hoofdpostkantoor en ook lid was van de vrijwillige brandweer, heeft daar een mooi verhaal over. Hij werkte hoger in het gebouw maar leidde soms gasten rond. Hoogtepunt van de bezichtiging werd steevast het diepste punt van het gebouw. Daar brandde dag en nacht zo maar uit de tegelvloer een vlammetje waarop soms een keteltje water stond. “Ze hadden”, zegt Egbert, “het idee dat je het gas maar beter kon verbranden dan dat het zomaar in de kelder kwam of misschien, als je het allemaal zou dichtsmeren, het ergens anders zou opduiken. Het was een soort affakkelen wat daar gebeurde en we waren het er allemaal mee eens.”

Brandbaar water
Dat er “brandbaar water” onder de polders zat, was dus al eeuwenlang bekend. Soms komt het gas spontaan aan de oppervlakte. Het land is daar dan wat moerassig en er is grijsachtig schuim. Dat schuim kan worden aangestoken en blijft dan enkele minuten branden. Ligt de bron in een sloot, dan zie je daar gasbelletjes aan de oppervlakte komen. Het is in de winter een leuk spelletje om daar ‘het ijs aan te steken’. Dit gas kreeg vermoedelijk de naam ’brongas’ omdat het voor het eerst gevonden werd bij bronnen, bij het slaan van een wel of het graven van putten zoals we al zagen. De kunst was hoe je dat gas kon gebruiken. In 1875 wordt door een landbouwer in de Beemster een waterpomp geslagen om het water te gebruiken voor de koeling van de melk. Zo werd wel vaker koelwater verkregen. Zulk aangeboord en spontaan omhoogkomend water heeft een constante temperatuur van ongeveer 9 graden. Er bleek ook gas mee omhoog te komen en daar probeerde de boer slim gebruik van te maken voor verlichting van huis en stal. Hij gebruikte echter een open vlam, wat niet voldeed en de poging werd gestaakt. Wat niet betekende dat er niet verder werd geëxperimenteerd. In 1895 kwam er een echt bruikbare installatie op de markt. En toen ging het hard. Een jaar later waren er al meer dan 20 boerenbedrijven die een installatie hadden en die het gas gebruikten voor verlichting, met een gaskousje. Rond 1900 waren er tientallen installaties in Noord-Holland, maar ook in Friesland en Zuid-Holland kwamen er steeds meer. Het is natuurlijk ook wel erg aantrekkelijk, juist voor die gebieden waar meestal geen waterleiding, gasleiding of elektriciteitsvoorzieningen waren. Je slaat op de goede diepte water aan dat gas bevat. Je schaft een brongasinstallatie aan en je hebt je eigen gas dat je kunt gebruiken voor verlichting en voor koken. Het water kun je in de zomer gebruiken als koelwater voor de melk. Snel terugverdiend. De meeste gasbronnen werden aangelegd in tijden van schaarste, bijvoorbeeld in de eerste wereldoorlog. Zo is bekend dat er in de Haarlemmermeer in 1918 een 200 bronnen waren, allen geslagen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Maar soms waren brongaseigenaren iets te optimistisch. Een berichtje uit de krant van 1926 meldt dat een inwoner van Bovenkarspel een stofzuiger bestelde. Modern voor die tijd. Maar toen de leverancier vroeg waar het stopcontact was volgde de teleurstelling: “kan ik dien stofzuiger dan niet aansluiten op
het brongas?”

Hoe ontstond het gas?

Schematische voorstelling vvan het winnen van brongas

Brongas ontstaat wanneer bacteriën planten- en algenresten afbreken. Die resten zitten in zanderige lagen opgesloten onder veen- en kleilagen. We beschreven al dat brongas met water naar boven kwam. Op de diepte waarvan het water opgepompt wordt is de druk vaak zo hoog dat het gas bijna volledig in het water is opgelost. De druk kan flink hoog zijn. In 1870 werd bij Delft een waterput geslagen. Opeens kwam daar water naar boven met zo’n kracht, dat het heiblok werd opgetild. Toen dat blok weg was spoot er een schuimende waterkolom tot veertien meter hoog de lucht in en dat bleef urenlang zo hoog spuiten. Brongas bestaat voor het grootste deel uit methaan, met nog wat CO2 en stikstof.

Lisse
Nu we volop met zorgen zitten vanwege de beëindigde gasleveringen uit Rusland komt zo’n verhaal over dat fornuis dat volop brandde natuurlijk weer boven. Zou die installatie op de boerderij nog steeds werken? Zouden dergelijke installaties veel gebruikt zijn? En misschien nog wel? Zouden ze ook in Lisse geweest zijn? Alle reden om eens te gaan praten met de heer Johan Duivenvoorden die opgroeide in de Poelpolder en heel lang in de Roversbroek woonde. Hij blijkt zelf meerdere keren water aangeboord te hebben. Dat water zat op een zandlaag op zo’n 10-12 m diepte. Eerst werd een grote betonnen put gemaakt van een meter diep. Daarin werd geboord. Een meter diep boren, grond eruit en weer een meter dieper graven. Dat herhaalde je tot je op water kwam. In een aantal fases werd een vierkante houten beschoeiing van planken aangebracht van 1,5 cm dikte en een binnendiameter van 8 cm. Het hout verrotte niet omdat er geen zuurstof bij kwam. Alles oorspronkelijk handwerk en je moest eerst door die fikse laag zeeklei. Eenmaal aangeboord bleef dat water omhoog borrelen want dat stond onder druk. Het was goed water en bevroor niet. Maar van een brongasinstallatie in Lisse heeft hij niet gehoord, wel over installaties in de Haarlemmermeer.

In Lisserbroek aan het Turfspoor is nog een mooi voorbeeld te zien. Dus gingen de buren Johan Duivenvoorden en Wim Bosch op bezoek bij de heer Dirk Molenaar aan het Turfspoor. Daar is de installatie nog tot begin zestiger jaren gebruikt voor het koken en voor de verlichting. Je krijgt een goed idee van de installatie. Er zit een welpijp in de grond tot de laag waar het gashoudende water is. Aan de oppervlakte komt het gas vrij en wordt opgevangen in de gasketel. Het ontgaste water kon overlopen naar de sloot.

Einde brongas
Je zou denken ideaal zo’n eigen installatie. Maar zo simpel ligt het niet. Al gauw kwamen er bezwaren. Er werd gewaarschuwd voor bodemdaling en waterproblemen. Bronhouders kregen een eeuw geleden al een aanslag voor het afvoeren van het extra water. Het ontgaste water werd afgevoerd naar de poldersloten. Dat zorgde weer voor andere protesten. Het water bevatte te veel zouten en daar hadden tuinders last van. In bepaalde gebieden kwamen tuinders en veehouders tegenover elkaar te staan. We hebben het dan over de vijftiger jaren. Vaak waren er op de boerderijen nog geen voorzieningen van nutsbedrijven en was het brongas hard nodig. Langzamerhand kwamen die voorzieningen er wel en konden brongasinstallaties gesloten worden. Zonder slag of stoot ging dat niet. Polderbesturen en provincies namen allerlei maatregelen om het gebruik te ontmoedigen. Nieuwe vergunningen voor een brongasinstallatie kwamen er niet meer. Hoogheemraadschap Rijnland heeft veel bronnen opgekocht. Er werden zoutaanslagen opgelegd aan mensen met een brongasinstallatie. In 1992 werd naar aanleiding van alle commotie zelfs de Vereniging tot behoud van gasbronnen in Noord-Holland opgericht. Deels hadden ze succes, maar veel installaties zijn ook daarna verdwenen. Leuk is het dat je nog steeds met eigen ogen in het Agrarisch Museum Westerhem kunt zien hoe zo’n brongasinstallatie werkt.

Waren ze er nooit?

Johan Duivenvoorden met Dirk Molenaar
bij de resten van de brongasinstallatie.

Nog even terug naar Lisse. De heer Duivenvoorden weet dus niet van een brongasinstallatie in Lisse. Maar was de ondergrond in de Poel en de Roversbroek dan zo anders dan in de Lisserbroek? Of is het wel geprobeerd en was de bron snel opgedroogd. In een huis op de Ringdijk zitten gasleidingen aan het plafond en iemand die er als kind woonde weet van de gaskousjes die gebruikt werden voor de verlichting. Maar dat kan voor butagas zijn geweest. Dat werd na de oorlog snel populair. Ook is daar iets in de tuin gevonden dat een restant van een installatie kan zijn geweest. Een andere Lisser denkt er toch wel eens van gehoord te hebben. We worden er niet wijzer van. Mocht iemand zich er nog iets over herinneren, laat het ons weten. Dat brongas kan helpen bij de energiecrisis kunnen we vergeten.

Met dank aan Dirk Molenaar, Johan Duivenvoorden en Wim Bosch.