Buitenplaats: Wassergeest (heette oorspronkelijk Westergeest)
Van het onderstaande landgoed is alleen Hoeve Wassergeest overgebleven als Rijksmonument, met monumentnummer 516112.
Hoeve Wassergeest bevindt zich aan de Achterweg Zuid 35-37-39 te Lisse. Omstreeks 1660 gesticht door Adriaan van der Laen (1598 -1680). Het landgoed Wassergeest omstreeks 1850.
Geschiedenis:
Aanvankelijk bedroeg de omvang van de buitenplaats zo’n 32 morgen (ongeveer 25,6 hectare). Na 1804 is Wassergeest aanzienlijk groter geworden en vanaf dat jaar spreken we dan ook over een landgoed. Na het overlijden van Van der Laen in 1680 werd Wassergeest gelegateerd aan Agnes van Wassenaer Obdam. Het buiten ging achtereenvolgens over in de handen van Jacob, Johan Hendrik, Unico Wilhelm, Jacob Jan en Carel George van Wassenaer Obdam (1733 -1800).
Gedurende dit tijdvak veranderde op Wassergeest slechts weinig en werd het huis, dat meer een herenboerderij was, bewoond door tuinlieden die de tuinen onderhielden voor de familie van Wassenaer Obdam. Vanaf 1681 tot circa 1791 waren dit bijna allen leden van de familie Ruigrok van de Werve.
In 1783 droeg Carel George van Wassenaar Obdam het bezit over aan Appolonius Jan Cornelis Lampsins (1754 -1834) uit Amsterdam, die een jaar eerder eigenaar was geworden van de naastgelegen buitenplaats Grotenhof. Grotenhof en Wassergeest bleven in één hand totdat ook Lampsins in de schulden kwam en beide bezittingen moest verkopen. Wassergeest kwam in handen van Izaak van Buren uit Leiden, die vrij spoedig na de aankoop in 1790 het huis ging bewonen. Van Buren heeft tot 1804 van zijn bezit genoten. In laatstgenoemd jaar moest hij, eveneens wegens schulden, de buitenplaats over dragen aan D.P.J. van der Staal van Piershil.
Er brak een nieuw tijdperk aan voor Wassergeest. Van der Staal heeft namelijk het oorspronkelijke bezit van 32 morgen aanzienlijk uitgebreid. Ook het huis Wassergeest werd aan een grondige verbouwing en uitbreiding onderworpen.
In 1852 werd Wassergeest voor de derde maal verkocht. Nieuwe eigenaar werd Johan Frederik Steengracht van Duyvenvoorde (die onder curatele stond). Jonkheer Steengracht kocht het buiten kennelijk niet voor zichzelf. Het buiten werd namelijk in 1853 verhuurd aan Cecilia M. Steengracht, tevens eigenares van het nabijgelegen landgoed Keukenhof. Voor een beschrijving van de opstallen van Wassergeest is er de lijst van onroerende goederen, die in verband met de openbare verkoping van huize Wassergeest en tuinmanswoning in Hotel Restaurant De Witte Zwaan was opgesteld. Toen echter jonkheer Steengracht in 1862 overleed, kreeg Cecilia M. Steengracht het ook in eigendom toebedeeld. Na haar dood in 1899 erfde Wassergeest over op haar dochter Cornelia Johanna van Lynden – van Pallandt.
Inmiddels was het herenhuis gedeeltelijk gesloopt en ingericht tot boerenhoeve. Ook andere gebouwen op het buiten vielen onder de slopershamer. Een andere belangrijke ontwikkeling in de tweede helft van de 19de eeuw was de intrede van de bloembollencultuur op Wassergeest. Via de hiervoor genoemde Cornelia Johanna van Lynden – van Pallandt kwam Wassergeest uiteindelijk in handen van de familie van Rechteren Limburg. De laatste eigenares uit deze familie heeft Wassergeest tussen 1970 en 1997 in gedeelten verkocht.
Huidige situate:
In 1992 en 1993 wordt het gedeelte van het landgoed Wassergeest dat zich bevond in de Lageveense Polder verkocht aan de Stichting Het Zuid-Hollands Landschap. Met de verkoop van de laatste percelen in 1997 kwam er een einde aan het landgoed Wassergeest zoals zich dat in de 19de en 20ste eeuw had uitgestrekt van de Heereweg in het oosten tot de Leidsevaart in het westen.
VOL 2007




