DE BANKIESBOER; De rommeling. (114)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn
Drie generaties lang heeft de familie Van Bourgondiën bij Dever geboerd en dat was altijd goed gegaan. Maar het huwelijk van Gerrit van Bourgondiën en Lena van Ruiten was niet met kinderen gezegend. Daarom hadden ze al vroeg een jongen en een meisje in huis genomen; kinderen van haar broer Teun, die op Ter Specke woonde. En zoals men verwachtte, zo ging het ook; Jaap van Ruiten werd boer bij Dever. In 1861 werd hij opgevolgd door zijn zoon Dirk, getrouwd met Gerarda Jacoba Hoogeveen uit Langeraar, van wie we hier de portretten zien. Een aardige kerel, Dirk van Ruiten, maar ten enen male geen boer. Het lijkt wel, of hij iets van de Bourgondische geest in zich had, waarvan drie generaties vóór hem de naam hadden gedragen. Hij had een luchthartige en vaak luidruchtige vrolijkheid over zich, waarom menigeen in deze tijd hem zou benijden. Dirk was een levenskunstenaar, zeer ver weg van stress, Weltschmerz of wezenloze doemdenkerij. Hij hield van kaarten, jagen en vissen en van een helder borreltje bij gezellige praat en was dan ook met zijn zwartfluwelen reiszak met rode kwastjes veel langs de weg. Dan zag je de “bankies” zo los aan de binnenzijde van zijn jasje wapperen. Dat is allemaal niet goed voor de boerderij ……
Ten slotte kocht hij maar een herberg aan de Leidse Vaart te Noordwijk, waarop, zoals men zei, eigenlijk een oude vloek rustte. Maar de duvel wijkt voor wijwater en een oude vloek voor iets anders, wat er wel op lijkt. Dirk van Ruiten, een heel bijzonder mens. Een héél bijzonder mens! Men kan in Lisse nergens zijn, of men komt weer nazaten van Dirk tegen. Zo maar op straat, op het bollenland, in het bejaardencentrum, bij de volkstuintjes; als je een auto koopt en zelfs bij een vleesverwerkingsbedrijf zijn ze te vinden. En hoe zit het dan thans met die zorgeloze vrolijkheid, die het hele leven aanvaardt als een geschenk van de hemel? Ach, als je ziet hoe de beheerder van Dever op een muziekavond vol stemming zijn glas voor het kaarslicht houdt, hoe hij dan met lichtende ogen kijkt naar de wijn die fonkelt in het glas, en als je dan ziet hoe hij met een hoogrode kleur zijn gasten van harte een welkom toedrinkt, dan bemerk je pas goed, dat diezelfde Bourgondische geest ook bij deze kleinzoon niet verloren is gegaan; dat die ook thans nog om Dever rondwaart.





