DE WILLEMSHOEVE, EEN PARADIJS

De boerderij van Heemskerk, Heereweg 443, heette vroeger De Willemshoeve. Op een kaart van Floris Balthasarsz uit 1615 staat reeds een gebouw getekend. De familiegeschiedenis wordt besproken.

door Ine Elzinga

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 1, januari 2003

Op tweehonderd meter vanaf de Heereweg ligt één van Lisses oudste boerderijen, de ‘Willemshoeve’. Op de kaart van Floris Balthasarsz uit 1615 staat hij reeds aangegeven. Er is een tijd geweest dat de bewoners het vrije uitzicht hadden op ‘t Huys Dever, maar die tijd kan de huidige bewoner Jos Heemskerk zich niet herinneren. Tegenwoordig spreekt de familie over boerderij ‘Heemskerk’, gelegen aan Heereweg 443. Jos Heemskerk: ‘De boerderij valt onder monumentenzorg. De buitenkant is nog goed intact Ik vind het prachtig dat er nu eens aandacht wordt besteed aan één van de oudste panden van Lisse.’

Uit het voorouderonderzoek van de familie Heemskerk blijkt dat de streek waarschijnlijk al sinds 1053 door families Heemskerk is bewoond, maar de eersten die op schrift staan, dateren uit 1570. De naam Heemskerk wordt voor de eerste maal in verband gebracht met de Willemshoeve in 1840. In het bevolkingsregister van de gemeente Lisse staat vermeld dat Johannes Verdegaal na de dood van zijn vader op Willemshoeve blijft wonen en in 1840 trouwt met Agnes Heemskerk. Het echtpaar laat alleen dochters na, waarmee de naam Heemskerk de boerderij weer verlaat. In 1894 koopt Willem Heemskerk boerderij Willemshoeve, hij blijft kinderloos en de boerderij wordt in 1920 verpacht aan neef Willem, de grootvader van Jos Heemskerk. Grootvader wordt eigenaar van de boerderij in 1941. Jos Heemskerk heeft de boerderij acht jaar geleden van zijn vader Wim, oorspronkelijk veehouder, gekocht die het beslist in familiehanden wil houden. Jos zowel als vader Wim zijn er geboren en getogen, en ook de kinderen van Jos en zijn vrouw Petra zullen er hun jeugd doorbrengen: Wij gaan hier nooit meer weg en ik hoop dat een van onze kinderen hier later zal blijven wonen.’ De boerderij die dertig meter lang is, heeft in de loop der eeuwen aan velen onderdak geboden. Begin 1900 is het ook de gewoonte dat het personeel inwoont op de stal- of voorzolder. Na de Tweede Wereldoorlog wordt er veel aan de boerderij verbouwd om onderdak te bieden aan verschillende gezinnen. Maar de buitenkant blijft grotendeels intact. Hoewel de kenner bouwsporen kan vinden van veranderingen die gevolgen hadden voor de buitenkant. De voorgevel staat gericht naar de Heereweg, met links de opkamer met T-venster en daaronder gelegen het kelderraam met diefijzers en luik. Het middelste raam was ooit een deur met bovenlicht gezien de bouwsporen achter de luiken. Deze deur zou toegang hebben gegeven tot de kaaskamer. Het rechter venster was oorspronkelijk kleiner. Het metselwerk van de tuitgevel is in kruisverband gemetseld. De linkerzijgevel heeft twee vensters in de opkamer, waarvan het linker venster in de jaren 1938-1940 is toegevoegd. Verschillende verticale bouwnaden laten zien dat er ook in de jaren daarna regelmatig is verbouwd of uitgebreid.

Bewoonbaar

Als Jos Heemskerk de woning van zijn vader koopt is er ook voor hem werk aan de winkel om het huis naar de eisen van deze tijd bewoonbaar te maken. Zo zijn ondermeer alle elektriciteitsleidingen vervangen. De buitenkant houdt hij zoveel mogelijk in tact: ‘Binnen hebben mijn vrouw en ik wel verbouwd, om er een bewoonbaar huis van te maken. Binnen waaide het nog harder dan buiten.’ Hij wijst op de glas in lood bovenramen: ‘Hef glas in lood zit er nog, maar we hebben er wel dubbelglas achter geplaatst’. Hij loopt door de huidige woonkamer: ‘Vroeger was dit gedeelte de zondagse kamer, daar mocht je doordeweeks echt niet komen. Hier halverwege stond een steunmuur, de zondagse kamer was eigenlijk maar klein’. De steunmuur is met behulp van een aannemer verwij­derd: ‘Daar zag ik zelf geen kans toe, er moest in het plafond een stalen ‘balk worden gemaakt. De rest hebben we allemaal zelf gedaan’. Een half jaar lang zijn hij en zijn vrouw elke avond en elk weekend bezig met de verbouwing, die ondermeer resulteert in een grotere leefruimte met open keuken. Hij wijst op een zijraam: ‘Dit raam is niet oorspronkelijk. Hier was vroeger een kamertje, waar mijn grootmoeder nog een tijd heeft gewoond. Wij hebben er een keuken aangelegd. Het parket heb ik ook zelf gelegd’. Hij stampt op de vloer: ‘Je kunt horen waar de zondagse kamer was, daar ligt een houten vloer onder, de rest is beton.1 Een aantal deuren verdween, of moest worden vervangen: ‘De deur van de wc is nog een authentieke deur, ik heb hem natuurlijk wel geverfd, maar je kunt wel zien dat hij erg oud is, deze deur gaat er dan ook nooit uit. Vroeger gaf hij toegang tot de drankkast, nu dus naar het toilet’.

Rieten zadeldak

De boerderij heeft een rieten zadeldak, aan de zuidkant is het dak bedekt met Oestgeester dakpannen: ‘Vroeger stond hier namelijk een enorme boom, die is begin 1900 omgewaaid. Om een huis met een rieten dak mogen nooit bomen staan, dat is heel slecht voor het riet, riet moet zon hebben. Naast de boerderij staat het zogeheten zomerhuis ook met een tuitgevel, waarvan de voorgevel in de oorlogsjaren is vernieuwd. Jos Heemskerk: ‘Ik weet eigenlijk niet waarom het een zomerhuis wordt genoemd. Wij verhuren het nu aan jong stelletje’. Daarnaast staat een koeienstal, ook hoogbejaard, momenteel in gebruik als hobbyruimte. Jos Heemskerk boert niet, hoewel er wel een paardje staat in een stal van recentere datum en een flink kippenhok. De leilinden voor de boerderij zijn Jos Heemskerk heilig, zoals hij zelf zegt: ‘Ik denk dat ze rond 1750 zijn geplant. Een paar jaar terug maakte ik mij zorgen over een van die bomen, ik heb er Van der Kaaden (hoofd plantsoenendienst gemeente Lisse. red.) bijgehaald. Ik ben hovenier van mijn vak, maar ik weet ook niet alles. Gelukkig viel het mee. De fruitbomen zijn door mijn grootvader geplant, in 1928, vooral moesappelen’.Heemskerk is bijzonder gesteld op zijn boerderij. In zijn woon­kamer vallen twee schilderijtjes van Mustert op, boerderij Heemskerk vanuit twee verschillende gezichtshoeken geschil­derd. Het terrein voor de boerderij heeft hij aangelegd in de stijl van een Engelse formele tuin. Een volkomen symmetrische tuin, met lage ‘heggetjes’, grindpaden en een fontein in het midden: ‘Dat is mijn vak. Maar ook mijn hobby. Ik vind deze echt bij de boerderij passen. En hij is het hele jaar mooi’. Hij troont trots foto’s van de tuin in de sneeuw en volop in bloei: ‘Ik geniet enorm van mijn boerderij en de tuin.’