DeE PRINSESSENFEESTEN; De rommeling. (95)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

(Uit een krant van 28 mei 1909)

Gisteren heeft men te Lisse, zoo wordt ons geschreven, de geboorte van Prinses Juliana feestelijk gevierd. Het was niet zonder reden, dat de dag van Donderdag enigszins met vrees werd te gemoet ge­zien door de Lissers, want het weer was reeds een paar dagen in de war en het was lang niet zeker, dat het gisteren goed zou zijn. Maar gelukkig, wel was de lucht niet geheel wolkeloos, maar toch deed het zich aanzien, dat het wel zou schikken. Reeds vroeg in den morgen wapperde van schier alle woningen de driekleur met oranje-wimpel, zoodat het, waar men ook keek, overal op een vlaggenrij geleek. Het feest werd te acht uren met klok­gelui begonnen en voortgezet met koraal-muziek in de tent van het Vierkant, uit­gevoerd door de muziekvereeniging “Eens­gezind” en onder leiding van haar direc­teur, den heer G. Verhey, te Leiden1.

  1. Foto’s van “Eensgezind” in “Kent U ze nog, de Lis­sers”, nrs. 41 en 42.

Te halfnegen begon de aubade van de kinderen der hoogste klassen van alle scho­len, waarna de kinderen, circa 1000 in getal, in optocht door het dorp gingen, opge­luisterd door een tweetal muziekkorpsen. Op dat uur was er reeds een zeer groote menschenmassa op de been, om de mu­zikale wandeling der kinderen gade te slaan. Deze optocht werd beëindigd met een defilé, waarna de kinderen zich naar hun respectieve schoolgebouwen begaven, waar ze rijkelijk onthaald werden op versnape­gen van allerlei aard. Te tien uren begonnen de volksspelen op het land van den heer L.L. Rijneveld aan den voormaligen Rijkstol, welke be­stonden in hardloopen, ringsteken, turfrapen, enz. en opgeluisterd werden door muziek.

Onderwijl gaf de muziekvereniging Eensgezind” een concert in het Vierkant hetgeen duurde van elf uren tot halféén. De versiering was in één woord prach­tig. Niemand had vooraf kunnen denken, dat de ingezetenen zelven er zooveel werk van zouden maken. Vanwege de feestcommissie waren een drietal poorten geplaatst aan den ingang van het Vierkant, in den vorm van ouderwetsche stadspoorten. Deze poorten waren zoo natuurlijk nagebootst, dat men werke­lijk oude verweerde steenen poorten meen­de te zien. Eén daarvan droeg het jaartal 1536 en een ander 1572. Deze poorten maakten een eigenaardig effect. Om van vele particuliere versieringen afzonderlijk melding te maken, is gewoonweg onmo­gelijk; vandaar, dat wij meenen te kunnen volstaan met te zeggen, dat de Hoofd­straat over haar geheele lengte prachtig was, terwijl de Grachtweg met de ver­sierde schepen in de haven en den met tallooze vlaggetjes versierden windkorenmolen, een prachtig effect opleverde. De Kapellesteeg, de Bondstraat, Vreewijk en Oosteinde waren eveneens zeer mooi.3 Behalve de prachtige gevel- en tuinversieringen waren er ook nog zeer vele en mooie etalageversieringen.

  1. De Kapellewei lag oostenlijk van de Kapelstraat. Daar stonden na het roten van het aangevoerde vlas de kapellen of ruiters met vlas op het weiland. Het Oost­einde — waar in de zomer de zon opkomt, dus meer naar het noorden! — is het noordelijk stuk van de Heereweg. De Kanaalstraat heette tot 1910 Broekweg, de weg naar de Lisserbroek. De huidige Broekweg heette toen Kruisweg en nog eerder “Quadewech”, wegens de toestand van het wegdek, (Kwaad beteken­de slecht), De tol was ongeveer waar thans de Oranjelaan uitkomt op de Heereweg

Het was zoo zoetjes aan twee uren geworden; het tijdstip, waarop het glanspunt van het feest een aanvang zou ne­men, namelijk de historische optocht, voor­stellende den Stamboom van Oranje. De menschenmassa was intusschen zoo buiten­gewoon aangegroeid, dat het één menschenzee was. Te circa half drie zette de stoet zich op het terrein van den heer L.L. Rijneveld in beweging naar de Nachtegaal, om van daar over het buitengoed van Graaf Van Lijnden4 langs de Hoofdstraat naar het Vier­kant te gaan en vervolgens verder langs de Vuursteeg en den Achterweg naar het Vierkant terug te keeren. Van daar ging het den Stationsweg op naar het kasteel “Keukenhof” en vervolgens terug naar den Broekweg3 over de Kapelleweide naar den Grachtweg, om van daar langs het Vier­kant en de Hoofdstraat weer terug te kee­ren naar het uitgangspunt, waar de stoet werd ontbonden.

Wat den optocht zelve betrof, deze was in alle opzichten schitterend en bestond uit 112 gekostumeerde personen, waarvan 48 te paard, benevens een groot aantal an­dere personen.

  1. Wildlust, “Ansichten” blz. 32.

Om ons alleen te bepalen tot de hoofdpersonen, was de volgorde als volgt: Juliana van Stolberg en Willem van Nassau, Marnix van St.-Aldegonde, Willem l, Prins van Oranje, met Louise de Colligny, Jan van Nassau, Lodewijk van Nassau, Adolf van Nassau, Hendrik van Nassau, Prins Maurits, Prins Frederik Hendrik, Prins Willem II, Stadhouder Willem III en Maria, Hertogin van York, Hendrik Ossimir II, Jan Willem Friso, Prins Willem IV, Prins Willem V, Koning Willem l, (D. Guldemond)5, Koning Wil­lem II (Joh. van der Mey)6. Hierna volg­den: Koning Willem III (F.M. Verduyn)7 en Koningin Emma (mevr. A. Theissen-Reckers)8, alsmede Koningin Wilhelmina (mej. Marie Pijnacker)9 en Prins Hendrik (Leo van der Mey), gezeten in twee open Landauers, elk bespannen met vier zwarte paarden. Daarna Hertog Friedrich en Hertogin Marie van Mecklenburg. Behalve de hoofdpersonen was de stoet aangevuld met pages; herauten, hellebaar­diers, musketiers, hofdames, officieren, enz. Nog waren in een open rijtuig, bespan­nen met twee zwarte paarden, gezeten: twee hofdames, een hofmaarschalk en een generaal-adjudant. De stoet werd vooraf­gegaan door bereden politie. De feestcommissie, waaronder de eere­voorzitter jhr. von Bönninghausen tot Herinckhave, was gezeten in twee open rijtuigen, elk met twee zwarte paarden bespan­nen.

  1. “De Lissers”, nr. 35.
  2. Van G. v.d. Mey’s Zoonen, kantoor aan het Vierkant, waar nu het nieuwgebouwde makelaarskantoor staat met die hoogopgetrokken en witgeschilderde clownswenkbrouwen.
  3. Van de graanhandel aan het Kanaal.
  4. Van het Vierkant, “Ansichten”, blz. 15.
  5. Idem, “Ansichten” (zoals alle vorige “deel 1”), blz. 11. Het verslag is waarschijnlijk van A. Raaphorst Hzn.

In den stoet bevond zich voorts een groep Scheveningsche meisjes en een groep Haagsche burgeressen, en achter het rij­tuig van de Koningin en den Prins een sectie grenadiers. Voor en achter in den stoet bevonden zich muziekkorpsen. Te zeven uren begon weer de muziek in de tent, welke tot tien uren heeft geduurd. Ons blijft nog over te vermelden het ver­loop van de illuminatie. Was het weer buiten aller verwachting den geheelen dag reeds prachtig geweest, zoodat alles naar wensch was geslaagd, niet minder was het buiten aller verwach­ting, dat de wind tegen den avond geheel ging liggen, zoodat ook de verlichting ge­heel tot haar recht kon komen. Bij geen benadering durven wij het aan­tal vetpotten en lampions schatten, want het was eenvoudig legio. Toen dan ook de duizenden vetpotten en lampions, alsmede de op vele plaatsen aangebrachte gasverlichting was ontstoken, baadde het dorp in een zee van licht. Was de illuminatie aan het Raadhuis en aan bijna alle particuliere woningen in de kom van het dorp prachtig te noe­men, het allerprachtigst vonden wij toch de tuinilluminatie, bij zeer vele villa’s aangebracht. De tallooze oranjekleurige lampions tusschen het frissche groen der boomen, en de perken en gazons, om­lijst met vetpotten, scheen ons betooverend toe. Geen wonder dan ook, dat die wijze van verlichting vooral tal van belangstellenden trok, die allen vol bewondering waren over het heerlijk mooie effect, dat zoo’n verlichting op een stillen, prachtigen avond in Mei kan opleveren. De groote lichtstoet vertrok later dan was aangekondigd, wat echter niet weg­nam, dat de belangstelling hiervoor bijzon­der groot was. Opgeluisterd door muziek, trok de met brandende fakkels verlichte stoet door de verlichte en met jubelende menschen bevolkte straten, op vele plaat­sen begroet door het afsteken van ben gaalsch vuur en vuurwerk. Wij zijn hier aan het einde van ons feestverslag niet, omdat wij hiervan niets meer weten te vermelden; integendeel, maar omdat wij anders te veel ruimte zouden moeten vragen. Zoo ver ons bekend is, is geen enkele wanklank vernomen tusschen de spontane vreugdezangen van het feestvierende dorp, zoodat wij met een gerust hart kunnen melden, dat het feest een ordelijk verloop en einde heeft gehad. Nog wagen wij het ook, zonder overdrijving neer te schrijven, dat het onze meening is, dat Lisse op een alleszins waardige wijze de geboorte van prinses Juliana heeft gevierd, en dat deze mooie feestdag bij ons Lissers niet alleen, maar ook bij het groote aantal vreemde­lingen, dat deze gemeente gisteren heeft geherbergd, een aangename herinnering zal achterlaten. Nog rust op ons de plicht om een woord van hulde en waardeering te brengen aan de feestcommissie, die alles in het werk heeft gesteld om een waardig en schoon feest te organiseren, en daarom dan ook verheugen wij ons van harte, dat de comm. het groote genoegen heeft kunnen smaken van tevredenheid over haar werk, en dat zij den indruk heeft gekregen, dat de geheele gemeente een dankbare herinnering zal blijven behouden aan den dag van gisteren.

De Heer Raaphorst schrijft nog naar aan­leiding van de feesten in 1909 in zijn “Aanteekeningen”: “Ter gelegenheid van dit feest had men een drietal oud-Hollandsche Poorten opgetrokken, zoodanig dat het Vierkant geheel was afgesloten. De mooiste en grootste poort was geplaatst aan de in­gang van het Vierkant bij het Hotel de Wit­te Zwaan. De andere poorten stonden aan de ingangen van de Grachtweg en bij de woning van de heer C.H. Wolff.” (Lisse in oude ansichten, deel 1, blz. 16.) “Deze poorten vielen zoozeer in de gezetenen en vreemdelingen, dat deze nog 14 dagen na den dag van het feest het dorp hebben versierd.” Ten slotte zijn de poorten toch echt wel verdwenen. Maar zie, l’histoire se repète, de geschiedenis herhaalt zich. Toen in 1950 voor het eerst de bloemententoonstelling “Keukenhof werd geopend, kwa­men er weer nieuwe poorten te staan. Jacoba van Beyeren reed er met haar jachtstoet onderdoor. Ze zal wel wat verwon­derd hebben gekeken, want het zal haar ongetwijfeld toch wel bekend zijn geweest, dat Lisse nimmer stadsrechten heeft ge­kregen. En ze heeft de poort toch echt wel goed gezien, want ze had een bril op!