GEER VAN VELDE; De rommeling. (121)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

In december 1897 vestigde zich in Lisse een heel arm gezin, dat een half jaar later, in juli 1898, alweer naar Leiden is vertrok­ken. Het bestond uit Willem van Velde, ar­beider, gereformeerd, zijn echtgenote Hendika Catharina van Voorst en hun kinde­ren Neeltje en Abraham Gerardus, in 1892 en ’95 geboren te Zoeterwoude. Dat zou allemaal niets bijzonders zijn, als niet op 5 april 1898 in “huis 48” een derde kind was geboren, Gerardus, de later zo be­roemde Geer. Waar is “huis 48″? Omdat de nummering telkens weer veranderd en er van Lisse geen omnummeringsboeken” bestaan, was het huis aanvankelijk moeilijk te traceren. Dat was pas mogelijk, toen bleek dat na het ver­trek van het gezin Van Velde de woning werd vetrokken door de pas getrouwde Franciscus Hogervorst, van wie nog kin­deren en kleinkinderen in Lisse en omge­ving wonen. Het bewuste huisje is reeds lang afgebro­ken. Het was een van een rijtje, de “negen huisjes van Scholten”, op de hoek van de Heereweg en de Tweede Poellaan. Ze be­hoorden aan boer Scholten, die er achter woonde. De huisjes werden wel “Kleinzucht” genoemd. Ze stonden onmiddel­lijk aan de weg en de tram reed vlak langs de voorgevel. (De oude huizen die er nu nog staan hadden toen een voor­tuin.) Het was het tweede huisje van af de Poellaan. Op 5 maart 1977 is Geer van Velde in zijn woonplaats Cachan in Frankrijk overle­den, waarna op 15 maart op het bekende Parijse kerkhof Père Lachaise de crematie heeft plaats gehad. Hans Redeker schreef in het Handelsblad van 7 maart 1977 het volgende. “Zaterdag is in Parijs, 79 jaar oud, de schilder Geer van Velde overleden, een van de kleine groep Hollandse kunstenaars die zich in deze eeuw al jong in Parijs vestig­den en vandaaruit een internationale er­kenning verwierven. Bram, Geer en Jacoba van Velde waren de drie kinderen uit een arm gezin die zich op latere leeftijd een eigen plaats binnen de kunst van deze eeuw zouden verove­ren, de beide broers als schilder Jacoba van Velde als schrijfster. Voor de twee broers was het beslissende dat ze, al jong bij een Haagse huisschilder in dienst, in hem een mecenas vonden die het hen mo­gelijk maakte hun toen al opvallende artis­tieke talenten dankzij een overigens heel bescheiden toelage verder te ontwikke­len in het Duitse kunstenaarsdorp Worpswede. Worpswede was ook toen nog een centrum van expressionisme, zoals dat daar vooral ontwikkeld was door Paula Modersohn-Becker. Ook Bram en Geer van Velde be­gonnen in een expressionistische stijl, die ze nog gebruikten toen ze in 1925 naar Parijs vertrokken, een besluit dat, op on­derbrekingen na, definitief zou blijken te zijn. Geer van Velde, wiens evolutie als schilder zich overigens voortaan zelfstandig van die van zijn oudere broer zou voltrekken, schilderde aanvankelijk vooral een kleurig expressionisme, met veel figuratie van mens en dier, waarin men iets van Kruyder ook van Chagall zou kunnen herken­nen.

Pas later, tijdens een zevenjarig verblijf in Cagnes, in de Provence, ging hij over tot een verontstoffelijkte, abstracte schil­derkunst van licht en ruimte, helder en sub­tiel gecomponeerd als het werk van Jacques Villon, en in transparante kleurvlakjes van uiterst dicht bij elkaar liggende, van elke zware klank ontdane tonen, een zeer zui­vere en verijld muzikale kunst. Hoewel hij al sinds 1926 regelmatig expo­seerde komt zijn eigenlijke doorbraak, zowel in zijn werk als wat het succes be­treft, na de Tweede Wereldoorlog, wan­neer in Parijs een nieuwe richting van lyrisch-abstracte schilderkunst de leiding neemt. Het is vooral Galerie Maeght ge­weest die hem veelvuldig naar voren heeft gebracht. Hier in Holland vond hij galeries waar zijn betekenis werd onderkend, vooral in Ga­lerie d’Eendt, later ook bij M.L. de Boer en Collection d’Art. Zelf leefde hij tot zijn dood uiterst geïsoleerd en ver van alle publiciteit, al heeft zich daaruit nooit een zo legendarische persoonlijkheid ont­wikkeld als uit de barre, veel beschreven existentie van zijn uiteindelijk beroem­dere broer Bram”. Van december tot februari a.s. zal in het Haagse Gemeentemuseum een overzichtstentoonstelling van het werk van Geer van Velde worden gehouden. Hier ziet men reeds — helaas slechts in zwart-wit — een van zijn beroemdste werken, “Composi­tie 1948”.