HET BRUINE CAFÉ: Cafe Rijker. Café Amicitia later bekend als Rijkers, Lisserhoek, De Smoes en ’t Pretcafé 1905-1997 (4)

Dit keer stappen we eens binnen bij Annie en Dorus Rijkers. Nee, niet de  die ene met die pijp en die zuidwester! Die van de hoek op de Kanaalstraat en de Tulpenstraat, van dat café met die mooie veranda ervoor, Amicitia.

Louise Kerkvliet

Nieuwsblad 24 nummer 1 2025

Het Pretcafé zullen velen zich nog voor de geest kunnen halen,

Café Amicitia (Latijn voor ‘vriendschap’) was een klein dorpscafé dat oorspronkelijk een huiskamercafé was. Dit bruine café stond nabij de kruising van de Kanaalstraat en de Tulpenstraat. In 1905 zijn pand, schuur en erf eigendom van Gerardus Petrus Warmerdam(1866- 1947) en Catharina Adriana Langeveld (1868-1919). Gerardus is bouwman en veehouder en hij heeft hier een dorpsboerderij. De grond die achter het pand ligt, is gezamenlijk eigendom van hem en van de Hervormde Gemeente van Lisse en wordt de Broekerpolder genoemd. Het gezin telt veertien kinderen en het onderkomen is in de loop der jaren waarschijnlijk te klein geworden. De familie besluit het geheel te verkopen. Het wordt in 1905 aangekocht door Wilhelmus (Willem) Annaert (1855-1947) en Geertruida (Geertje)
van Deursen (1859-1920). Willem en Geertje zijn in 1890 in Haarlem getrouwd en hebben twee kinderen als ze na de koop naar Lisse komen. Willem verandert het huis in een huiskamercafé. Het naastgelegen pand wordt ook aangekocht en bewoond door het gezin. Willem is ondernemend, naast caféhouder is hij ook vrachtrijder, en hij begint al snel een bierbottelarij en limonadefabriekje achter het huis. Het is een succesvol bedrijf dat zich snel uitbreidt. Hij neemt zelfs mensen in dienst.

Het Pretcafé zullen velen zich nog voor de geest kunnen halen, op de foto hieronder staat nog W. Annaert onder het woord BIEREN

De huizen links en rechts ernaast worden gekocht; zoon Jacobus (Jaap) Eduard (1897-1960) gaat er na zijn huwelijk in 1922 wonen. Later wordt een kantoorgebouwtje achter het pand gebouwd dat ook als winkel zal fungeren. Als moeder Geertje komt te overlijden zet Willem het bedrijf alleen voort. Zoon Jaap wordt opgeleid om het bedrijf over te nemen. Dochter Margaretha (Gré) Maria (1901-1979) werkt mee in het bedrijf nadat ze de lagere school heeft afgerond. Als zij trouwt in 1926 verlaat zij het bedrijf. In 1930 koopt zoon Jaap het bedrijf van zijn vader. Dan volgt in 1932 een kadastrale splitsing van de gronden inclusief panden en opstallen. Als Willem komt te overlijden in 1947 wordt het huis rechts van het café verhuurd. Het huis aan de Kanaalstraat 130 is gesloopt in 1975. Het huis links wordt gebruikt als opslag en achter het huis ligt de loods. In het poortje is een gezamenlijke opslag van het café en van Annaert. Het is een bloeiend bedrijf en binnen korte tijd levert Jaap Annaert aan veel cafés en hotels in de regio. Er is bewaking nodig en er wordt gebruik gemaakt van honden, die snel aanslaan als een onbekende zich bevindt op het terrein. ie bewaking was wel nodig omdat het een en ander verdween van het terrein. Plaatselijke jeugd kwam via het trapveldje van de achtergelegen speeltuin op het erf, jatte er lege flessen en incasseerde in het winkeltje het statiegeld.

Op de foto staat W. Annaert onder het woord BIEREN

Dat kleine winkeltje was een aanbouw aan de achterzijde van het café; je kon er drank kopen en het werd ook gebruikt als kantoorruimte. De man die de administratie deed, heette Bas. Hij was nogal klein van stuk en had een misvorming aan zijn rug. Soms zat er een aapje in de etalage. Dat was het huisdier van Klasina Annaert-van Heusden (de tweede vrouw van Jaap). Een leuke anekdote over de bierhandel wordt verteld op sociale media: “Annaert had aan de Kanaalstraat ook nog een of twee huisjes links naast het café die bij het bedrijf hoorden. De levering werd door de ramen via een rollenband gelost in de achterliggende loods. De aanhanger van de vrachtauto stond met een zijde op de stoep en de andere zijde op de weg. Eerst werd de ene kant van de wagen gelost met als gevolg dat toen die vrijwel leeg was, de wagen kantelde en de rest van de vracht op straat lag, het hele dorp stonk naar de pils.” In 1960 overleed Jaap Annaert en is het bedrijf gesaneerd. Terug naar café Amicitia. In 1926 wordt Theodorus (Dorus) Adrianus Rijkers (1890-1948) exploitant, samen met zijn vrouw Anna Petronella Leuven (1890-1955). De buitenkant (straatzijde) van het café is niet veel veranderd in de jaren.

Als Dorus het café gaat exploiteren staat er een veranda aan de voorzijde. De gevel is die van een klassiek huiskamercafé. Toegangsdeur in het midden en
aan elke zijde een raam. Er is een kleine bar rechts bij binnenkomst waar een of twee personen de dranken kunnen bereiden en uitserveren, een paar stoelen staan om de bar heen. Ook staat er het klassieke meubilair dat populair is in een bruin café. Rechts staat een biljart waarop vaak een partijtje wordt gespeeld. Bij de achterwand is een deur naar de kelder waar de opslag is van de drank en waar de bierinstallatie staat waarop de vaten worden aangesloten. Daarnaast is een deur naar de achterliggende woning. In de loop der jaren wordt er niet meer direct boven het café gewoond, de ruimte wordt meer als opslag gebruikt. Rijkers doet mee aan de regionale biljartcompetitie zoals veel kleine cafés in Lisse.

Anna en Dorus net in het huwelijksbootje gestapt

Het café is niet groot, maar het is wel een gezellige ontmoetingsplaats waar buurtgenoten een drankje komen nuttigen. Menig vader en opa moest gehaald worden om de warme maaltijd thuis te nuttigen. Klanten kwamen er ook een paar maatjes jenever halen voor thuis. Dorus is zeer bekend in Lisse; hij is uitzonderlijk groot, Anna is daarentegen een kleine vrouw. Het gezin Rijkers was lange tijd verbonden aan het café. Dorus en Anna krijgen drie kinderen, waarvan er twee volwassen zijn geworden. Anna (Annie) (1930-1971) en Jan (1931-1994) groeien op in een warm gezin. Als Dorus komt te overlijden  is het café in de volksmond bekend als café Rijkers. Moeder Anna en dochter Annie zetten het bedrijf voort. In 1950 volgt een verbouwing aan het café. Links achterin worden een dames- en herentoilet gebouwd. Mogelijk eerder al is de veranda verwijderd. Aan de voorzijde is een terras ontstaan waar een muurtje omheen gemetseld is. Er is een soort windbreker gemaakt aan de linker- en rechterzijkanten van het terras. Klanten kunnen hun fiets stallen binnen de terrasmuurtjes. Als ook moeder overlijdt, blijft Annie exploitant van het café. Om het bedrijf draaiende te houden neemt ze mensen in dienst, onder wie Jo Reitsma-Broekhuizen uit de Lisbloemstraat. In 1965 trouwt Annie met Petrus (Piet) Cornelis van Stein (later bekend als “Bolle Piet”); de bruiloft wordt gevierd in de Taveerne.

Anna en Dorus voor Amicitia. Dorus was zo groot dat er twee personen in zijn broek pasten, in iedere pijp één

e gaan wonen in het achterste gedeelte van het gebouw. Alleen de voorzijde is bedrijfsruimte. Het huwelijk blijft kinderloos. Piet zijn grote hobby is muziek maken en hij speelt graag op zijn saxofoon. Tijdens feestavonden of de kermis wordt een klein hoekje ingericht voor muzikanten. Er werd sowieso vaak muziek gemaakt, als iemand zijn instrument meenam, dan speelde Piet graag een deuntje mee. Als Annie in 1971 vroegtijdig komt te overlijden, zet Piet het bedrijf voort. In 1972 staat hij geregistreerd als exploitant van café Rijkers. Er volgt een verbouwing met nieuwe inrichting in 1973. De Leidsche Courant van 12 september 1973 bericht dat het café weer heropent na een grondige renovatie. In de jaren 80 volgden in snel tempo nieuwe exploitanten c.q. eigenaren. In 1985 is de naam Lisserhoek en in 1988 werd het café de Smoes. In 1992 is het jongerencafé ’t Pretcafé en in 1997 wisselde het nog een laatste keer van exploitant. Toch blijft het in de volksmond café Rijkers heten. Als café Rijkers op sociale media verschijnt, worden er veel opmerkingen gemaakt waarbij veel nostalgische gevoelens naar boven komen. Toch jammer dat het bruine café verdwijnt uit het dorpsbeeld. In 1998 is het pand gesloopt ten behoeve van appartementencomplex ‘t Bolwerk.

 

 

Anna en Dorus voor Amicitia. Dorus was zo groot dat er twee personen in zijn broek pasten, in iedere pijp één