HET GESLACHT MOOLENAAR IN LISSE; De rommeling. (133)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

In 1824 vestigde zich aan de Heereweg te Lisse de Haarlemse Johannes Moolenaar, die bij het huidige nummer 136, zo onge­veer tussen de Amrobank en het Lisser Automobielbedrijf een zadelmakerij be­gon. Zijn in 1827 geboren zoon Abraham werd timmerman en stichtte een eigen aannemersbedrijf in 1870. Hij was ge­trouwd met Jansje Marseille en woonde in een huisje op de Broekweg (= Kanaalstraat) ter hoogte van de huidige panden van Wek­king, Kanaalstraat 66. Later bouwde hij een woonhuis tussen het huidige pand Kanaalstraat 80 en de laagbouw van de Dumphal. Het bestaat nog. Veel materiaal hiervoor werd gebruikt van de sloop van een kerk in Sassenheim. Zo bevinden zich aan de achtergevel nog duidelijk waarneem­bare kerkramen. Helaas was het zakendoen geen onverdeeld succes. Volgens allerlei familieverhalen is tweemaal gebalanceerd op de rand van een faillissement. Beter ging het toen de twee zoons, Albertus en Abraham de zaak over­namen. Onder de naam Gebroeders Moole­naar werden enorme aantallen woonhuizen en bollenbedrijven gebouwd. Zo werden o.a. de Molenstraat en de Prinsessestraat aangelegd en bebouwd. De straten zelf werden dan overgedaan aan de gemeente. Woningen zijn verder nog te zien in de Tulpenstraat, Julianastraat, Gladiolenstraat, achter op de Kanaalstraat, enz., enz. In 1922 besloten de broers uit elkaar te gaan ter wille van de opgroeiende kinderen welke in het bedrijf kwamen. Albert Moole­naar bouwde alleen nog voor eigen rekening huizen, die hij dan verhuurde, en Abraham zette de aannemerij en kistenmakerij voort met zijn kinderen Bram, Jan en Rens. De gebouwen op de foto werden als volgt gebruikt. Links staat de houten loods met het teerhok. Hier was de opslagplaats van bruine teer, koolteer en carbolineum (“karbeléum”). Boven was de werkplaats van de kistenmakerij. Kisten werden voor een ver­zending van bloembollen heel veel gemaakt. Rechts is de stenen loods, de werkplaats van de aannemerij. Op de bovenverdieping was de opslag van schotten, een halfpro­duct van de kistenmakerij. De zolderver­dieping werd gebruikt voor opslag, maar ze is ook vaak verhuurd geweest, o.a. aan Tissing voor de opslag van balen kapok. Natuurlijk gaf zo’n bedrijf veel afval. Watmoest je ermee? Een vuilophaaldienst was er nauwelijks. En dat gold dan alleen nog het huisvuil. Welnu, de oplossing lag dicht bij de hand. Het werd allemaal gestort in de Hotpoel ofwel het Hotpoeltje, ook wel de Hoppoel genoemd. Oorspronkelijk was het een alleraardigst binnenmeertje, een zeer grote vijver, die men op de oude kaarten van Lisse telkens weer terugvindt. Het lag ergens ter hoogte van de kerk der Ge­reformeerde Gemeente. Helaas, ook het Hotpoeltje is weg; dichtgegooid met vuil, afval, rommel. Achter de werkplaats stond een rijtje van acht huizen, tegenover de huidige wonin­gen. Deze waren bereikbaar via een slop vanaf de Gracht. Dat buurtje werd de Kapellenweide genoemd. Vroeger werd in Lisse veel vlas aangevoerd, voornamelijk uit Overflakkee en de verdere Zuid-Hollandse eilanden. Dat werd dan op de gracht uit­geladen en bij opbod verkocht. Dan werd het in de sloten “geroot” en daarna op de weilanden in kapellen, een soort schoven, gezet om te drogen. Hier, op de Kapellenwei, bij de latere Kapelstraat, stonden de kapellen van het vlas uit de gracht. Toen de firma Moolenaar daar nog meer huizen ging bouwen, verlangde de gemeente dat een straat werd aangelegd en doorge­trokken tot de Kanaalstraat. Aldus moest de houten loods gesloopt. Later is de Mo­lenstraat voor één gulden aan de gemeente overgedaan.

En nu nog de personen op de foto. Van links naar rechts staan op het erf Abraham Moolenaar, Klaas van ’t Wout, Floor Kerkvliet, Jaap Hulst, Bert Schaap, Hannes Wetter, Willem van Groen, Arie de Kwaaisteniet en Albert Moolenaar. In de deur­opening van de kistenmakerij staan Carl Friedrich Daudey met zijn zoontje Piet. Daarvoor zit Flip van Bakkum. Ten slotte nog op de trap, van links naar rechts en van onder naar boven: Jan de Haan, Velthoven, Dirk Vergunst, Ko Moolenaar Albzn en Reinier van der Neut. Zo, nu heeft het lang genoeg geduurd; nu moeten ze allemaal weer aan het werk.