HET ORGEL VAN DE SINT AGATHA-KERK; De rommeling. (154)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn
I
n 1902 werd de nieuwe Sint Agathakerk gebouwd en het volgend jaar door de deken van Noordwijk plechtig geconsacreerd. Zou er ook een nieuw orgel komen? Nee, aanvankelijk niet; er was geen geld. We lezen in de notulen van het zangkoor van de kerk.
“16 juli 1902. Pastoor BJ. Klekamp opende de vergadering. De nieuwe kerk werd ter tafel gebracht en hij hoopte, dat de kerk juli 1903 klaar zoude zijn. Besloten werd voor die gelegenheid een mis van Mitterer in te studeren. Er zou een nieuw orgelharmonium komen.”(Geen echt orgel dus.)
“28 juli 1903. De Pastoor stelde voor om bij de inwijding der nieuwe Kerk het koor te versterken, om de luister dezer plechtigheid door een krachtig koorgezang nog meer te verhogen.
Daar de koren der omliggende gemeenten niet bij machte werden geacht om voor een nieuwe mis van Perosi hunnen steun toe te zeggen, werd na discussie besloten met eigen krachten, wat door allen voldoende werd geacht, de mis van Zangl uit te voeren.” (Eerst zou men nog een repetitie houden in de nieuwe kerk. leder lid kreeg een sleutel van het koor, zodat niet-zangers onmogelijk op het koor zouden kunnen komen.) Ome Arie Raaphorst schrijft: “Op Zondag 8
“December 1911 werd van af de kansel bekend gemaakt, dat zich eene commissie had gevormd met het doel om Pastoor B.J. Klekamp ter gelegenheid van zijn 12 1/2-jarig jubilé als Pastoor alhier een geschenk aan te bieden in de vorm van een nieuw kerkorgel. Wel was de tijd van dit jubilé nog ver, want dit viel eerst in de zomer van 1913, maar wegens de hooge kosten hiervan, namelijk circa f 12.000, alsmede de noodige tijd voor den bouw van het orgel was het nodig, dat men hiermede reeds tijdig een begin maakte. Het orgel werd besteld bij de firma Adema te Amsterdam. In plaats echter dat het orgel afgewerkt was met de gelegenheid van het jubileum van de Pastoor, werd het pas in gebruik gesteld Zaterdag 15 Augustus 1914, den dag waarop het 40 jaren geleden was dat Pastoor B.J. Klekamp tot priester gewijd werd.”
Het orgel, een zogenaamd romantisch orgel, is met name na de grote restauratie bijzonder fraai en vanwege de orgelconcerten heeft het thans een naam in de hele streek. Aanvankelijk schijnt het respect voor het orgel toch niet groot genoeg te zijn geweest. Of moeten we stellen, dat het orgel zo mooi was, dat iedereen er op of aan wilde zitten? We lezen in de notulen van 1912/13: “De zangers zullen niet tegen de orgelkast of speeltafel leunen, daar dit op den duur het blanke hout zal besmeuren. Zij zullen niet bij de organist op de bank gaan zitten of naar eigen goeddunken een of ander register openen of sluiten of op andere wijze de aandacht van de organist van diens spel afleiden.” De eerste organist, van 1880 tot 1904 was J. Schuts. Daarna kwamen P. Akerboom en Jac. Reeuwijk. Ook de heer Bemelman is organist geweest. Later kwam de onvergetelijke Gervais. Er was eerst nog geen electriciteit en aldus was er een orgeltrapper nodig. Het werd Stobbe voor 30 gulden per jaar en daarna W. van Velzen en zoon, f 32 1/2 gulden. Ik wil hopen dat ze het eerlijk deelden en dat niet de vader 30 gulden kreeg en de zoon met een rijksdaalder in het jaar naar huis werd gestuurd.



