Kijk nou eens: Achter Sint Aagten 15

Enig idee welke richting we nu opgaan? Een volgende keer vertellen we erover. Mocht u een pand weten waar wel eens aandacht aan mag worden besteed, meld dat dan via redactie@oudlisse.nl of bij een bezoek op dinsdagochtend aan de 1e Havendwarsstraat 4.

Die walvis op de schoorsteen. Kon u de plek bedenken waar die thuishoort? Het is geen plek waar iedere Lisser alle dagen voorbijkomt. Liesbeth Brouwer gaat het helemaal uit de doeken doen.
Natuurlijk ook weer een nieuwe plekje!

Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 24 nummer 2 2025

Wist u hoe de wind stond bij deze opgave? Achter Sint Aagten 15, hethuis met de walvis als windvaan, was het antwoord. Het huis met de walvis Daar wonen Theo en Tineke Bosman. Ze zijn Amsterdammers van geboorte en zoeken in de zestiger jaren zoals velen woonruimte. Theo werkt bij de IBM (International Business Machines) en is voor zijn werk zowel in Amsterdam als in Den Haag actief. Gezocht wordt een huis waarvandaan deze plaatsen goed bereikbaar zijn. Bij de ontwikkeling van de Poelpolder zien zij hun kans schoon om een huiste kopen. Verschillende IBM-collega’s volgen dezelfde weg naar de Poelpolder. Daar wonen valt in die beginperiode met overal bouwactiviteiten die zorgen voor de nodige overlast en ver van allerlei voorzieningenniet mee. Langzamerhand wordt dat beter en blijkt wonen in Lisse aantrekkelijk. Wanneer zich eind zeventiger jaren de kans voordoet om iets te kopen in het toen net ontwikkelde Agathapark wordt die omarmd. Nog een tiental jaar later wordt weer verhuisd, nu naar Achter Sint Aagten 15, naar een stukje van Lisse dat dan al min of meer tot het centrum van Lisse wordt gerekend, maar kort daarvoor nog een agrarische bestemming had.

Piusland
Begin twintigste eeuw was er behoefte om een tehuis te bouwen waar “ouden van dagen verpleegd kunnen worden”. Het Armbestuur van de Agathaparochie gaat voortvarend tewerk en krijgt het voor elkaar om deze plannen te realiseren. Van de weduwe Vreeburg wordt een flink stuk grond gekocht. Aan de Heereweg verrijst het Piusgesticht dat voor die tijd een prachtig complex is. Het terrein dat bij het gesticht hoort is enorm. In 1909 staat in een krantenbericht over het te bouwen Piusgesticht: “Het bleek ons dat het Armbestuur voor haar doel een kolossaal terrein heeft gekocht. Het terrein loopt, de plaats van het gebouw niet meegerekend, van den tuin af achter de R.K. Kerk langs de Kerksloot tot aan den Waterweg, welke loopt naar de Ringvaart enz. en heeft een breedte van naar schatting 10 á 12 R.R”. Het Piusgesticht moet min of meer zelfvoorzienend worden; met een boomgaard en een moestuin “terwijl het achtergedeelte in wei zal blijven om een paar koeien te grazen”. Huize Pius functioneert jarenlang naar wens, maar in de jaren zestig blijkt een huis als de Pius niet meer te voldoen. Er volgen plannen voor een nieuw bejaardenhuis: het plan Berkhout. Dat betekent afbraak van de Pius, maar ook verkoop van het enorme terrein. Zo gebeurt het dat het bestuur van de Stichting Pius om een gesprek met de directie van de Hobaho vraagt.

Hobaho
Joop Zwetsloot is dan net een paar jaar directeur en één van de oprichters van de Hobaho is ook nog in functie: Daan Hogewoning. Samen ontvangen ze het Piusbestuur dat meedeelt het weiland achter de Pius te willen verkopen en of er interesse is. Hogewoning had in zijn tijd bijna permanent noodzakelijke uitbreidingen van de veiling accommodatie meegemaakt; hal 1 was in 2 fases gebouwd, hal 2 volgde met daarna de derde, de Glazenhal zoals die werd genoemd. En daarachter lag nog ruimte voor verdere groei. Hogewoning laat de keuze aan Joop Zwetsloot, maar merkt wel op “buurmans land is maar één keer te koop…”. Voor verdere uitbreiding van het veilingbedrijf is het Piusterrein niet nodig. Er zijn wel ideeën voor andere functies binnen het bedrijf en je weet maar nooit, misschien is het land daarvoor te gebruiken. Dus wordt het land gekocht. Nieuwe succesvolle ideeën worden in de jaren erna ontwikkeld, maar niet in relatie met het Piusland. Oudere Lissers zullen nog weten dat het land ook nog gebruikt is als kermisterrein, maar dat is natuurlijk maar een tijdelijk gebruik.

Makelaardij
Inmiddels belanden we in de jaren tachtig. Voor het Piusterrein is nog steeds geen redelijke functie naar voren gekomen. De behoefte aan bedrijfsgebouwen voor de Hobaho is inmiddels steeds minder geworden. Wel heeft de Hobaho intussen een afdeling Makelaardij en Onroerend goed. Meerdere makelaarskantoren zijn aan het werk onder de naam Heemborgh. Er liggen mogelijk kansen om het vroegere land van de Pius te ontwikkelen voor woningbouw. Dus eerst naar het gemeentehuis met het idee: kans van slagen, woningbouw op die locatie?? Het antwoord luidt: In principe zou dat kunnen, kom maar met een plan. Dan komt er een hele beweging met architecten en wat al niet op gang en dat leidt tot een opzet voor een plan: het terrein wordt ontwikkeld met een circuit van een weg en daaromheen kavels…..

Dan komt Rijnland erbij en die zegt: nee, zo kan het niet. “Wij willen meer water! Er loopt nu een brede sloot door het terrein en erlangs, er is een vijver tegen het kerkhof…er moet minstens zoveel water ook terugkomen in dit plan… .” Dat heeft geleid tot de huidige structuur van Achter Sint Aagten. De makelaardij van de Hobaho zet de kavels te koop en binnen niet al te lange tijd is alles verkocht en heeft het land van de Pius een bestemming gekregen. Bij de familie Zwetsloot  aan de eetkamertafel komt deze ontwikkeling natuurlijk ook aan de orde. “Zullen we aan de gemeente vragen of wij een naam aan dit plan mogen geven?” Antwoord: “Ja, kom maar met een voorstel”. Zo wordt het “Achter Sint Aagten”. Binnen de familie is men het niet eens over wie nu de bedenker was.

De kavel
Het plangebied is 1,5 ha groot. Op het terrein worden twee-onder-eenkapwoningen gepland en is ruimte voor 13 kavels waarop een huis naar eigen ontwerp kan komen. De familie Bosman wil een kavel kopen aan de kant van de sloot die het terrein achter de kerk scheidt van het bouwplan. De koop was bijna niet doorgegaan omdat er nogal wat geluidsoverlast was van het transformatorstation aan de Zwanendreef. Dat werd gelukkig opgelost. Architect voor hun woning is Dick van Manen sr. uit Noordwijk, die meerdere andere vrijstaande en de twee-onder-een kapwoningen uit het wijkje ontwerpt. Sinds 1988 wonen zij in dit huis. Oorspronkelijk loopt hun tuin af naar de sloot. Het gedeelte om de kerk is daar dan nog geen kerkhof, maar al vlot nadat ze er wonen wordt dat gedeelte tot grote ergernis van de omwonenden toch bij het kerkhof getrokken. Met de aanleg van het kerkhof komen ze tegen een wal aan te kijken en daarom wordt besloten de tuin op te hogen. Van een walvis als windvaan is dan nog geen sprake.

Studie

Theo Bosman loopt hier achter zijn iets jongere studiegenoten

Theo werkt bij IBM. Dit bedrijf is lange tijd een van de grootste IT-bedrijven, maar komt begin negentiger jaren in de problemen waardoor drastische maatregelen moeten worden genomen. Personeel krijgt een aanbieding om het bedrijf te verlaten en daar maken ook veel IBM’ers uit Lisse gebruik van. Zo ook Theo Bosman. Hij is dan 56 jaar. Te jong om van zijn pensioen te gaan genieten. Net als meerdere oud-collega’s grijpt hij de kans om een totaal andere richting op te gaan. Hij kiest
ervoor om in Leiden geschiedenis te gaan studeren. Als dagstudent dus tussen de 18-jarige schoolverlaters. Het eerste jaar volgt hij ook colleges bij Jaap Bruijn, hoogleraar zeegeschiedenis. Hierna kiest hij voor een summer school in Mystic Seaport (Connecticut, USA). Dit is een gigantisch openluchtmuseum op nautisch gebied. Een van de hoogtepunten daar is de jaarlijks terugkerende 24-uursvertelling, gebaseerd op de klassieker Moby Dick (1851) van de schrijver Melville. Dit is het verhaal over een witte potvis, Moby Dick, die zich maar niet laat vangen en rampen veroorzaakt voor de walvisvaarders. Later volgt Theo een stage bij het Kendall Whaling Museum (USA, Massachusetts). De kennis van walvisvaart van de meesten van ons beperkt zich tot het naoorlogse walvisfabrieksschip de Willem Barendsz, die rond Antarctica actief was. Die manier van vissen en visverwerking, die mede ingegeven was door de naoorlogse behoefte aan oliën en vetten (margarine), is totaal niet te vergelijken met de eerdere 17e en 18e eeuwse walvisvaart. Houten schepen voeren in die tijd in het voorjaar naar het Noordpoolgebied en keerden in de herfst terug. In Nederland waren het vooral Noord-Hollandse reders die actief waren als walvisvaarder. In Noord-Amerika ontwikkelde de walvisvaart zich vanuit
New England. De keuze voor de masterscriptie was voor Theo, na de boeiende ervaringen, niet zo moeilijk; de 18e eeuwse walvisvaart.

De windvaan
Bij de verkoopshop van het museum in Mystic Seaport zijn ook windvanen met een voorstelling van een walvis te koop. Met aan de onderkant wijzers die de windrichtingen aangeven. Het idee om zoiets mee te nemen voor thuis wordt omarmd. In Lisse moet de walvis natuurlijk de schoorsteen op, maar dan zonder de aanwijzingen voor de windrichtingen. Theo en Tineke willen graag dat de walvis boven een golf uitspringt. Dat alles wordt gerealiseerd door Van der Zwart Hekwerken, Noordwijkerhout. Theo studeert in 1997 af en heeft daarna nog diverse interessante contacten die te maken hebben met zijn studie naar de walvisvaart. De walvis geeft nog steeds de windrichting aan, maar verwijst ook naar een mooie tijd in de Verenigde Staten en een interessante studie!

Dank aan: Tineke en Theo Bosman – Joop Zwetsloot