LISSE HEEFT WEER EEN BUITENPLAATS: Midden in het Reigersbos aan de Loosterweg Zuid

In het Reigerbos, op de plaats waar vroeger het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest stond, is een schitterend landhuis verrezen

Tekst: Ine Elzinga Fotografie: Hans Smulders

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 2, april 2002

Op de plaats waar ooit het huis stond van de rentmeester van het befaamde buitengoed Wassergeest, is een schitterend landhuis verrezen. Heel Lisse kan trots zijn op deze nieuwe buitenplaats.

Het Reigersbos, een stukje oerduin in de Randstad. Rust en vogels. Een pad van grind en bladeren leidt met een bocht langs hoge steile duintjes, begroeid met hakhout, naar het landhuis. Ooit woonde de rentmeester van Wassergeest op deze plek. Een aantal jaren geleden is zijn woning en de grond verkocht. Dat veroorzaakt veel commotie in de gemeente Lisse. De kersverse koper, tevens een bekend hande­laar, vraagt namelijk direct een sloopvergunning aan voor de bestaan de woning en vervolgens een bouwvergunning voor een groter nieuw huis

De Lisses gemeenteraad, natuurverenigingen o.a. Zuid-Holland Landschap, het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek en de Vereniging Oud Lisse vrezen het einde van het waardevolle stukje oerduin. Behalve het Keukenhofbos is dit het enige oerduin dat nog in redelijk authentieke staat verkeert. Discussies in de gemeenteraad. De handelaar ziet er geen been meer in. Hij verkoopt de grond, tien hectare, met de bouwtekening van het landhuis aan het echtpaar Peters.

Beschermd oerduin

Zij wonen er nu een jaar en de heer des huizes, Frits Peters, zegt: „We voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier kunnen wonen. Ik wil niet meer verhuizen. Er is al zoveel van het oude duin weg, dat mag niet verder beschadigd worden. En wat dit betreft, regeer ik over mijn graf heen. Alles is zo geregeld en afgedekt dat ook mijn kinde­ren later geen gekke dingen zullen kunnen doen.”

Peters is geboren en getogen in Hillegom: „Mijn grootmoeder bezat het café Zomerzorg (nu de Doofpot) in De Zilk. Ik was daar graag en vaak en kende het duin op mijn duimpje. Mijn vrouw en ik hebben een aantal jaren onder andere in Hoorn gewoond, maar op een bepaald moment wilde ik terug naar de Duin- en Bollenstreek. Het idee ‘terug naar mijn roots’ is wat overdreven, maar ik voel mij wel emotioneel aan deze streek gebonden. Als ik iets dergelijks in bij­voorbeeld de Achterhoek had kunnen kopen, had ik dat niet gedaan.

Groene omgeving

Het komt het echtpaar ter ore dat Loosterweg zuid 14 te koop is: „Waarom we hiervoor hebben gekozen? Wel, omdat het is wat het is!. We hadden geen enkele moeite met de voorwaarden omtrent het beheer van het terrein. Zelf stel ik een groene omgeving bijzonder op prijs en begrijp ten volle dat dit gebied beschermd moet worden. Het vervult ook een rol in de ecologische verbindingszones. Ik heb uit­voerig met het MODB (Milieu Overleg Duin en Bollenstreek) gesproken. Men was bang dat ik paden zou aanleggen. Neen, ik wan­del graag in dit bos, maar niet via aangelegde paden. Mijn neefjes vinden het prachtig, ze zijn zelfs een keer verdwaald.” Bosonderhoud vraagt specifieke kennis: „Ik onderhoud intensief con­tact met Zuid-Hollands Landschap. Na een hevige storm laatst stond er een boom vreselijk scheef. Ik wist even niet wat ik het beste kon doen, een boom behoort rechtop te staan of om te vallen, en dat laat­ste heeft hij uiteindelijk ook gedaan.” Peters is tevens lid ‘voor het leven’ van de Stichting Behoud Natuur en Landschap.

Bollenburen

We zitten in de keuken met uitzicht op de nu nog met stro bedekte bollenvelden: „Een van de eerste acties die ik verder heb onderno­men, was kennis maken met mijn buren, bollenkwekers en de eigena­ren van het aangrenzende land. Dat was wederzijds erg plezierig, zij wilden ook graag weten wie er hier kwam te wonen. Ze hadden al minder goede ervaringen elders, mensen klaagden omdat de hyacin­then te sterk roken!” Zulke problemen zullen ze met het echtpaar Peters niet krijgen. Peters wil er zeker van zijn dat hij de bollenburen houdt: „Zo’n bedrijf als van Beelen bestaat al honderd jaar, die zijn zo aan hun grond gebonden. Maar ik heb wel gevraagd dat als hij die grond ooit wil verkopen, hij eerst naar mij toekomt. Ik kan het niet hebben dat een of andere projectontwikkelaar er iets mee gaat doen.” Aan de houding van Peters is te zien dat hij het niet zo op heeft met projectontwikkelaars: „Als ze een lege vierkante meter zien,

krijgen ze het vreselijk warm en pakken ogenblikkelijk het teken­boek. De Randstad is al vol genoeg, dit gebied moet zo blijven. Wat dat betreft ben ik blij dat ook de streek zich daar sterk voor maakt, ondermeer in het Pact van Teylingen.”

Mooi ontwerp

Peters koopt het landhuis, ontworpen door de Noordwijkse architect Van Manen, op tekening: „Even hebben we met de gedachte gespeeld zelf een woning te laten ontwerpen. Eigenlijk was ik op zoek naar zo’n bollenkwekersvilla, groot en recht en hoog. Ik had het beeld op mijn netvlies staan. Maar die gedachte hebben we laten varen. Een nieuw idee vraagt ook opnieuw overleg met de gemeente, er waren immers beperkingen wat betreft het bouwvolume en de nokhoogte. En dit ontwerp vonden we toch best mooi. We hebben wel wat din­gen veranderd om het huis meer passend bij ons te maken. De garage­deur zit in een andere gevel zodat ik er gemakkelijker in en uit kan.

Mijn hobby is het sleutelen aan antieke auto’s en die hebben geen stuurbekrachtiging. We hebben voor ander materiaalgebruik gekozen en de kleuren aangepast. Op tekening had het landhuis een dak van zwarte pannen en wittige stenen, het leek net een puist in het bos. We vinden dat een huis in zijn omgeving moet passen en hebben voor natuurlijker, meer aardekleuren gekozen. We wonen er nu een jaar en dat nieuwe, glimmende gaat er nu gelukkig een beetje vanaf, het huis wordt langzaam in zijn omgeving opgenomen.” Vóór het landhuis is een rozenboog aangelegd: „Met open vakken, omdat we wel ons uit­zicht willen behouden.”

Duinhuis

Misschien is dit landhuis beter een duinhuis te noemen. De ‘dakkapel­len’ hebben gebogen vormen als ronde duintoppen. Een lijnvoering die steeds weer terugkomt, ook de ramen beneden eindigen in een boogvorm en zelfs de brede binnendeuren die toegang geven tot de woonkamer. Centraal in de woonkamer de grote open haard, uitzicht op de bollenvelden, aan de andere zijde zicht op het oerduin met toe­gang naar een terras dat aan een galerij doet denken. Lichte ruimtes, maar nergens wit. Wel deuren met glazen panelen die veel licht en een groot gevoel van ruimtelijkheid geven. De deur die toegang naar de rondom lopende gang geeft, is in acht vakken ingedeeld met een glas-in-lood motief: „Dat motief met rode tulpen heeft mijn vrouw ontworpen,” meldt Peters niet geheel zonder trots. De knusse studeer­kamer met kleine open haard, aan de andere zijde van de woning kijkt eveneens uit op het bollenland, in het midden het bureau met aan weerskanten voor zowel meneer als mevrouw de pc. Als screen-saver dienen twee foto’s van het huis, één vorig jaar in de sneeuw genomen en één met zomertafereel. Peters: „Voor de inrichting is mijn vrouw geheel verantwoordelijk.”

Baronesse

Er is veel tijd besteed aan details. Ter weerszijden van de voordeur is een kleine grijze natuursteen ingemetseld: „Deze steen is bij de sloop van de rentmeesterswoning gered. Te lezen zijn de initialen van baro­nesse Cecilia Maria van Pallandt (geb. Jvr. Steengracht) met daaron­der de datum 1856. Dat vond ik erg leuk. Ik heb met moderne hedendaagse technieken een foto van haar uit een boek gekopieerd, die krijgt ingelijst nog eens een prominent plaatsje. Aan de andere zijde hebben we zo’n zelfde steen laten inmetselen met de initialen van mijn vrouw en mij en de datum 1999.” Ook de toegangspoort vraagt bijzondere aandacht. Peters: „Het gemetselde deel is in de stijl van het huis. Het ijzeren hekwerk is voor het grootste gedeelte nagemaakt naar voorbeeld uit een Duits architectenboek uit begin 1900, Art Deco en een beetje uit eigen koker. Een smid heeft dat voor ons gemaakt, dat hek is echt uniek in Nederland. Maar het staat ook bij een unieke plek.”

Vos

„Jammer genoeg is er weinig wild, geen konijnen, fazanten of patrij­zen. Ik zie wel regelmatig een vos en ik denk dat die de oorzaak daar­van is. Zo’n beest vreet alles wat op de grond leeft of broedt, en heeft zelf geen natuurlijke vijanden. Ik heb hier wat kippen en een paar hanen rondlopen, die haal ik ’s avonds dus wel naar binnen.”

Het oude duinloofbos

Het natuurkerngebied Reigersbos is een restant van een droge en geaccidenteerde strandwal met oud eikenbos,liggend naast de natte en vlakke strandvlakte vanWassergeest. Het gebied heeft hiermee een belangrijkecultuurhistorische betekenis, omdat de vroegere landschapstypen hier op korte afstand en in relatiemet elkaar te vinden zijn. Het Reigersbos bevatbelangrijke cultuurwaarden, met name hetoude duinloofbos en de hierin voortkomendekwetsbare broedvogels als roofvogels en spechten.

Het huis van de rentmeester van het buitengoed Wassergeest, op de plaats waarvan nu het landhuis is gebouwd. (Foto: Ton Rouwhorst)