OudNieuws: EEN VERVALLEN HUIJSINGE

In 1690 was er een openbare verkoping van een oud huis, dat bij de 2 molens aan de 2e Poellaan stond. De inventaris en de kopers worden besproken.

Redactie

Nieuwsblad 21 nummer 4, 2022

Volgend jaar is het 400 jaar geleden dat de Poelpolder is drooggelegd. Er wordt door diverse VOL-vrijwilligers hard gewerkt om de bijzondere geschiedenis van dit gebied verder te ontrafelen. Uit de archieven komen allerlei leuke weetjes naar boven. Rob Pex stuitte op het volgende archiefstuk.

Conditien ende Voorwaerden waer naer d’Heeren mr. Joan van den Berg, secrets van de universiteijt der stad Leijden, ende
Jacob Gool als kerkmeesteren van de drie hooftkerken aldaer. Item mrs. Ysbrand de Bije, vroedschap der voorsz stad, ende Pieter
Bol, regerend schepen der stadt ..?.. directeuren van den Bedijkten Lisserpoel (…) van meeninge sijn ten overstaen van Schout
ende Schepenen van Lisse, te verkoopen den opstal van oud huys in de Lisserpoel ende verdere goederen hierna volgende’.

Wat aan zo’n oude akte meteen opvalt is dat de schrijfwijze toch wel flink afwijkt van wat we nu gewend zijn. Hoofdletters, kleine letters, afkortingen lijken willekeurig gebruikt. Maar Dkse is echt hetzelfde als Dirkse, als het maar duidelijk was. Daarom werd het ook vastgelegd bij de schout. Een ander probleem kan de leesbaarheid zijn. In 1690 was er blijkbaar een openbare verkoping van (de
resten van) een oud huis in de Bedijkte Lisserpoel. Dat was de naam die de Poelpolder kreeg na de droogmaking. Aan het einde van de akte blijkt dat het om een vervallen huis bij de noorder Mole ging. Nu waren bij de droogmaking 2 molens gebruikt, die stonden aan wat toen de
Nieuwe weg of Middelweg (2e Poellaan) werd genoemd. Daar was de Bedijkte Lisserpoel het smalst. De bemaling geschiedde door een zgn. tweegang, twee dicht bij elkaar liggende molens waartussen een boezem, zodat het water trapsgewijze opgevoerd en uitgemalen kon worden. Het waren
twee wipmolens met scheprad. Waarschijnlijk zijn deze twee schepradmolens afgedankt en in 1645 vervangen. Dat is niet helemaal precies te reconstrueren, omdat de polderrekeningen niet volledig bewaard zijn gebleven. Die oorspronkelijke molens waren in 1690 dus afgedankt,
maar er stond inmiddels wel een andere molen. Op die plek was de molenstomp waar Ceel van der Vlugt zijn boerenbedrijf had nog ver in de twintigste eeuw te zien. Een eeuw eerder had de molen al afgedaan als molen. Het lijkt erop dat het in 1690 gaat om een huisje van bedijckers. Duidelijk is ook dat Leiden het in 1690 nog voor het zeggen heeft in de polder. Genoemd worden: de secretaris van de universiteit, kerkmeesters van de 3 hoofdkerken in Leiden, bestuurders van de stad Leiden en directeuren van de Bedijkte Poel. De kopers kwamen uit de directe omgeving. Dat er kopers uit de Kaag bij waren is niet zo verwonderlijk. Over water is de afstand naar de Kaag korter dan naar het dorp Lisse. Maar er zijn ook Lissers bij. Dirk Floorijp heeft wat nagezocht en vindt: Koper Jan Dirksz Klinkenberg of Clinckenbergh werd
geboren in 1647 in Lisse en is overleden in Oude Tonge in 1723. Van hem is bekend dat hij schepen was en vanbberoep vlasser. In die tijd kwam jaarlijks een konvooi schepen met vlas aan in de haven van Lisse om hier verder verwerkt te worden. Dat vlas kwam van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, zoals van Goeree-Overflakkee waar Oude Tonge op ligt. Best een belangrijk persoon in de Lisser gemeenschap. Hij was getrouwd met Annetje Andriesdr. Tijdeman. Zij zal ook een gezien persoon geweest zijn want haar beroep was vroedvrouw. In
1679 koopt het echtpaar een huis aan de Grachtweg (het latere Grachthuisje). Het valt op dat Klinkenberg specifiek geïnteresseerd was in de molenonderdelen: Spil ende borden, Den asch aan de groote mole. De naam Tijdeman van de echtgenote van Klinkenberg vinden we ook bij de kopers terug. Het gaat om Harmen Andriesse Tijdeman geb. 1660, timmerman en welgeborene. Hij is overleden voor 1732. Hij was getrouwd met Clementje Jansdr. Verham (1660-Lisse 1735). Hoe de familierelatie is met mevrouw Klinkenberg is nog niet duidelijk. De man die een bod deed op de pannen aan de zuidzijde komt ook uit Lisse. Van Cornelis Hendriksz Domhof is bekend dat hij voor 1720 is overleden. Van hem weten we dat hij schoenmaker was, maar ook oud schepen en ouderling. Zijn eerste vrouw was Geertruid Pietersdr de Jong. Zij was slijter maar verkocht ook coffie, thee en chocolaat. Ook zijn tweede echtgenote is bekend, Neeltje Jeroens van Steijn. Zij overleed in Lisse
in 1704. Volgend jaar is het dus 400 jaar geleden dat de Poelpolder droog viel. Dan zal ongetwijfeld aandacht besteed worden aan andere wetenswaardigheden over de polder.

Verkopingen in 1690

No. 1. Spil ende borden, dog de ijsere scheijden, reserveren de heeren verkoopers aan haar, gekogt bij Jan Dkse Klinkenberg 5:0:0
No. 2. Brandhout in’t voorhuys, bij herman Andriesse Tijdeman 2:12:0
No. 3. Brandhout in de keuken, bij deselve 1:16:0
No. 4. Brandhout in ’t agterhuys bij Pieter Clementse uyt de Cage 4:8: 0
No. 5. Brandhout in de stalle. Deselve om 2:3:0
No. 6. Pannen aan de noordzijde, gekogt bij Jan Pancrasse uijt de Cage in’t bod 6:12:0
No. 7. De pannen aan de zuijdzijde bij Corns henrikse domhof in ’t bod 4:15:0
No. 8. Voor’t geheele huys, soo hout, steen, glasen, ijserwerk ende voorts alle ’t gene daar aan aart ende nagelvast is Jan Pancrasse in’t bod 24:0:0 Verhoogt bij den selven in’t geheel dese 3 aangekogte Partijen met 6 gls , gemeijnt bij Herman Andriesse op 42:17:0
No. 9. Den asch aan de groote mole, gekogt bij Jan Dirkse Klinkenberg om 11:10:0
No. 10. Oud ijserwerk bij pr. Clementse vs. 5:10:0
No. 11. Dito denselven om 1 0:0:0
Aldus gedaan ende verkogt omtrent de voorsz vervallen huysinge bij de noorder Mole Van de vs. Polder op den 16 augusti 1690 (…).
Betaling zal geschieden op 1 sept. 1690, ‘op welcke tijd, ten langsten met het afbreken sal moeten werden begonnen’.

Bron

ELO, RA Lisse inv.nr. 57 Akte nr. 35.

 

Kaart van de Poelpolder en de Rooversbroek van Jan Pietersz. Dou uit 1624