Over chirurgijns en docters (1): Medische zorg in Lisse in de eerste helft van de 19e eeuw

De Chirurgijns en de docters deden bijna alles alleen: operaties, bevallingen, tandzorg en medicijnbereiding. De periode van de medici van 1800 tot 1860 wordt besproken. Er zijn in Lisse 2 artsenpraktijken.

Paul Stelder

Nieuwsblad 22 nummer 1 2023

Een dokter met tilbury

De medische zorg is in Lisse in de 19e en 20e eeuw inhoudelijk en in omvang enorm veranderd: de kennis en begrip van ziektes nam een vlucht terwijl het aantal inwoners steeg van ruim 1000 tot 22.000. De chirurgijn en de medisch doctor van 1800 deed bijna alles alleen: operaties, bevallingen, tandzorg en medicijnbereiding.

Aan het eind van de vorige eeuw is een grote groep mensen met een verscheidenheid aan beroepen actief in de zorg. In dit nummer beschrijf ik de periode van ongeveer 1800 tot 1860. In de volgende artikelen zal ik, de tijd volgend, uiteindelijk aan het einde van de 20e eeuw belanden.

Een schets van het dorp Lisse vanaf 1800

Bouw van de watertoren in Hillegom

Rond 1800 heeft Lisse ongeveer 1100 inwoners; in 1795 waren het er bij een volkstelling 1062. Nog maar enkele straten zijn verhard, de overige zijn zandwegen. Vervoer gaat voornamelijk te voet, een enkelingkan zich voor personenvervoer een koets permitteren. Bij de inboedel van één van de artsen staat een Tilbury vermeld. De trekschuitvaart voor welgestelden van Leiden naar Haarlem en vice versa. In 1925 wordt de watertoren geopend en wordt in Lisse waterleiding aangelegd. Tot die tijd komt het water uit de pomp of uit de sloot. Riolering en elektriciteit worden rond 1900 ingevoerd. In de huizen is de verlichting tot die tijd op basis van olielampen en kaarsen. Voor verwarming en koken wordt gebruikt gemaakt van hout en turf, maar in huis zal het vaak donker en koud zijn eweest. Het afval, inclusief uitwerpselen, belandt in een ton of in een beerput, op straat of in de sloot. Onder de bevolking is veel armoede. Wanneer de bollencultuur eind 19e eeuw op gang komt, ontstaat in onze streek vraag naar seizoensarbeid. Dat trekt bewoners uit nog armere streken in Nederland, zoals Friesland en Drenthe, naar de Bollenstreek.

Soorten artsen
Tot 1865 is het op twee manieren mogelijk om een medische opleiding te volgen: de oudste vorm, die dan eigenlijk in alle beroepen gangbaar is, is dat men van leerling tot gezel tot meester kan doorgroeien, het z.g. gildewezen. Dat is in de geneeskunde de weg naar chirurgijn. De tweede manier om een medische opleiding te volgen, is aan de universiteit. Deze laatste staat hoger aangeschreven.

Artsenzorg in Lisse vanaf 1800: de chirurgijn
In 1800 is er één chirurgijnspraktijk en enkele jaren later vestigt zich een medisch doctor. Zij vormen de voorlopers van de huidige
huisartspraktijken. Caspar Wolff (16 november 1774 te Gesmold, 8 augustus 1856 te Leiden ) neemt in 1797 in Lisse de chirurgijns- en apothekerswinkel over van de weduwe van Frans Willemsz. Enneker. Waarschijnlijk kiest hij voor Lisse als vestigingsplaats door zijn huwelijk met Huberta Verdegaal, die in Lisse is geboren en opgegroeid. Deze Huberta is samen met haar zus erfgename van behoorlijk wat geld en goederen. Daarover is uitgebreid te lezen in het boek ‘Casparus Henricus Wolff en Huberta Verdegaal’ aanwezig in de bibliotheek
van de VOL en geschreven door Chris Wolff. In 1792 begint Caspar Wolff op 17-jarige leeftijd zijn opleiding tot chirurgijn als leerling in het gildewezen. Het diploma dat Caspar in 1797 behaalt, heeft als titel “Chirurgijn, apothecar en plattelandsheelmeester”. In datzelfde jaar trouwen Caspar en Huberta. De ouders van Huberta kopen voor hen het huis aan de Heereweg, toenmalig nummer 109, en schenken het in eigendom aan hun dochter. Caspar en Huberta blijven daar wonen en werken tot hun vertrek uit Lisse in 1829. Met de 1100 inwoners van Lisse, van wie er velen in armoede leven, moet het inkomen van Caspar uit meer hebben bestaan dan alleen uit de inkomsten als chirurgijn, hoewel hij ook medicijnen verkoopt. Daarnaast handelt hij regelmatig in grond en opstallen en dat blijkt zeer lucratief. In 1829 verkoopt hij
de winkel en het huis in Lisse en verhuist hij naar Oegstgeest. Zijn opvolger is Andries van Hasselaar (23 december 1782 te Amsterdam, 13 maart 1838 te Lisse). Over Andries van Hasselaar is in nummer 4 van 2020 in het VOL-Nieuwsblad een boeiende beschrijving verschenen van de hand van Ria Grimbergen. Van Hasselaar is in Amsterdam opgeleid tot scheepschirurgijn en in 1805 wordt hij aangenomen als chirurgijn tweede klas bij de marine. Hij heeft als scheepsarts vele reizen gemaakt en werkte uiteindelijk in de West. Tijdens een zware reis in Suriname krijgt hij een klein herseninfarct met waarschijnlijk tijdelijke verlammingen tot gevolg. Hij haalt na terugkeer in Nederland in 1828 ook zijn diploma van vroedmeester en plattelandsheelmeester. Hij is al 46 jaar oud wanneer hij in januari 1829 de praktijk overneemt
van Caspar Wolff. Hij koopt het huis en de apothecarswinkel, dat door grondaanschaf van Caspar Wolff is uitgebreid. Hij werkt nog een aantal jaren in de luwte van het nog kleine dorp. Hij overlijdt op 55-jarige leeftijd en zijn weduwe wil snel haar huis en tuin verkopen en zij plaatst daartoe een advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant.

Links het huis, of wat er nog van over was, van Mevr. de Wed. A. van Hasselaar
aan het steegje naar Landzicht (’t Rottenest). In de verte boerderij “De Wolff” (toeval?). Inzet: de advertentie voor de overname van de Praktijk

Een gezellig jubileumfeest op 17 april 1888.

Op deze advertentie reageert Thomas Nieuwenhuisen (31 juli 1811 te ’s Gravenhage, 23 september 1892 te Lisse). Hij is in tegenstelling tot zijn rooms-katholieke voorgangers, evangelisch-luthers. Op 17 april 1838 heeft hij zijn diploma’s als plattelandsheel-en vroedmeester gehaald. In 1839 staan zowel de namen van Hasselaar als van Nieuwenhuisen vermeld als werkzaam arts in Lisse. In dat jaar zal dus de praktijk zijn overgedragen. Nieuwenhuisen valt kennelijk goed in de smaak bij de familie van Van Hasselaar, want hij trouwt op 25 mei 1845 met hun oudste dochter Maria Dominique van Hasselaar, die op dat moment 32 jaar is. Zij krijgenslechts één kind, dat ook Thomas genoemd wordt. Thomas jr. wordt geboren op 11 februari 1849. Het gezin woont ook aan de Heereweg vlakbij het Vierkant. Vader Thomas blijft heel lang aan het werk. Op 17 april 1888 wordt zijn 50-jarig jubileum uitgebreid gevierd. Vooral zijn aandacht voor de kleintjes wordt vermeld. Zijn opvolger komt in 1889: Thomas is dan 78 jaar oud en hij is dan dus 50 jaar aan het werk!

Zijn opvolger heet Cato Metzlar. Over hem in de volgende aflevering meer. Tot de komst van Cato Metzlar wordt deze praktijk dus gevormd door chirurgijns. Dit in tegenstelling tot de tweede artsenpraktijk die in Lisse ontstaat.

Artsenzorg in Lisse vanaf 1800: de medisch doctor

“The doctor”, een olieverfschilderij van Luke Fildes uit 1891. De kindersterfte was erg hoog,

Bernardus Josephus van Dieren (16 mei 1785 te Leiden, 17 maart 1854 te Lisse) groeit op in Leiden en studeert op 6 oktober 1810 af als medisch doctor aan de universiteit aldaar. Medisch doctor is een academische titel en staat hoger aangeschreven dan de titel van chirurgijn. Van Dieren vestigt zich rond 1810 in Lisse. Het is niet precies duidelijk wanneer. Hij trouwt op 26 november 1811 in Lisse met Maria Ida Oberjé, die geboren is in Zegwaard, bij Zoetermeer.In 1830 koopt hij Heereweg 228 en 230 van Gerrit Veldhorst… het huis van Gerrit Veldhorst, de kastelein van de Witte Zwaan, die veel panden en grond bezit. Het echtpaar krijgt zes kinderen waarvan er vijf vroeg overlijden. Het eerste kind wordt 10 jaar oud, het tweede, Paulus, wordt 55. Het derde kind wordt 26, het vierde 22, de vijfde sterft na een half jaar en het laatste kind sterft kort na de geboorte. Zelf sterven de ouders twee dagen na elkaar op 17 en 19 maart 1854. Zij krijgen op dezelfde dag de laatste sacramenten, naar rooms-katholiek gebruik. Het gezin van Bernardus van Dieren geeft een goed beeld van de leefomstandigheden en de mogelijke sterftekansen in die tijd. De kindersterfte is hoog (zie kind 1, 5 en 6), maar ook jong volwassenen (zie kind 3 en 4) zijn regelmatig slachtoffer.

Cholera ook wel de blauwe dood genoemd, “krijg toch allemaal de klere” typysch Nederlands om ziektes te gebruiken als scheldwoorden. Dr. Bleekers choleradrank vond gretig aftrek, of het ook echt hielp?

Bloedzuigers

Alleen Paulus wordt 55 jaar oud. Vader en moeder, Bernardus en Maria, overlijden bijna op dezelfde dag: 17 en 19 maart 1854. Hier zal zeer waarschijnlijk een infectieziekte aan ten grondslag hebben gelegen. Infectieziekten zijn in die tijd de meest voorkomende oorzaak van overlijden. Sommige infectieziekten komen eens in de zoveel jaar voor en waren vaak levensgevaarlijk. Er zijn in de 19e eeuw in Nederland minstens drie epidemieën van cholera. Cholera is een darminfectie en gaat gepaard met heftige diarree en veroorzaakt daardoor uitdroging. Zeker voor kleine kinderen is dat een groot risico. Pokken is ook een infectieziekte die af en toe voorkomt, maar heftig besmettelijk is. Er was in 1798 een soort vaccinatie ontwikkeld tegen pokken, maar niet iedereen durfde daarvoor te kiezen.

In 1872 is door Nieuwenhuisen (in de andere dokterspraktijk) zeker één geval van pokken in Lisse geconstateerd. Influenza komt ook in de 19e eeuw al jaarlijks voor. Een sluipende, eveneens gevaarlijke ziekte is tuberculose, die vooral op (jong)volwassen leeftijd slachtoffers maak. Weinigen worden oud. Kanker komt wel voor, maar is meer een ziekte van de oudere leeftijdsgroep en die leeftijd wordt door weinigen gehaald. Een zeer gevaarlijke periode voor vrouwen is de zwangerschap en bevalling. Zwangerschapscontroles worden niet gedaan. Men roept de dokter of de vroedvrouw (waarover later meer) als de vliezen breken of de weeën komen. Ziekenhuiszorg rond de bevalling bestaat nog niet: alle bevallingen vinden thuis plaats. Voor de kraamvrouw dreigen dus klemzittende baby’s en bloedingen en na de bevalling kraamvrouwenkoorts, die ontstaat door een baarmoederontsteking. Voor de pasgeborenen zijn de risico’s nog veel groter.

Paulus van Dieren (*22 november 1813 te Lisse – †8 april 1868 te Padang)

Uit de Opregte Haarlemsche Courant 14 – 04 – 1847

Paulus gaat net als zijn vader in Leiden studeren en studeert op 26 september 1839 af als medisch doctor aan de Universiteit van Leiden. In 1843 gaat hij bij zijn vader in de praktijk werken. Een bijzondere advertentie geeft aan dat hij veel geloof hecht aan zijn uitstekende bloedzuigers, die hij zelf kweekt en te koop aanbiedt. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de medische stand in die tijd nog erg weinig middelen tot zijn beschikking heeft. Behalve pijnstilling in de vorm van morfine en het vocht afdrijvende digoxine, zijn er laxeer- en braakmiddelen, plantenextracten en veel magie. De kennis over het functioneren van het menselijk lichaam is tot 1850 zeer beperkt. De functie en de samenhang van verschillende organen kent men nog niet en ook op cel- en weefselniveau weet men vrijwel niets.Wanneer Bernardus Josephus van Dieren in 1854 plotseling overlijdt, worden zijn bezittingen, inclusief de apotheek, openbaar verkocht.

 

Uit de Opregte Haarlemsche Courant 29 – 04 – 1854

Dirk Karel Munting (*18 juli 1817 te Sprang NB, †8 juli 1893 te Amsterdam) staat in 1854 samen met Paulus van Dieren ingeschreven als
werkzaam arts in Lisse en zal dus Bernardus Josephus hebben opgevolgd. Hij is als medisch en chirurgisch doctor in juli 1841 afgestudeerd aan de Universiteit van in Amsterdam en is op 15 april 1842 gehuwd met Elisabeth Tak. Zij overlijdt op 25 januari 1855 in Lisse. Dat is mogelijk de reden dat hij de samenwerking met Paulus opzegt en betekent wellicht het einde van de praktijk van Van Dieren. Op 12 maart 1855 wordt wegens faillissement, de boedel van Paulus van Dieren te koop aangeboden. Via enkele krantenadvertenties is de verdere loop van het leven van Paulus van Dieren te volgen. Eerst strijkt hij neer in Leiden. In 1862 biedt hij aldaar zijn diensten aan als medisch doctor en in 1865 blijkt hij scheep te zijn gegaan naar Batavia. Op 8 april 1868 overlijdt hij in Padang, West Sumatra, in Indonesië.

 

 

De praktijk wordt in 1855 overgenomen door A. C. van Ewijk. Over hem in de volgende aflevering meer. Elisabeth Schaap (*3 januari 1775 te Amsterdam, †22 april 1846 te Lisse) behaalt in 1808 haar afsluitend diploma tot dorpsvroedvrouw.

Ze trouwt op 13 maart 1816 in Lisse voor de kerk en voor de wet met Jan Carl Poske. Kennelijk gaat er iets helemaal mis, want tweeënhalf jaar later, op 12 november 1818, wordt een echtscheiding uitgesproken. Iets dat in die tijd zeer ongebruikelijk is. Tot 1843 staat ze in Lisse als actief vroedvrouw ingeschreven. Van 1839 tot 1843 staat nog een tweede vroedvrouw ingeschreven: Elisabeth Voorn (*16 september 1813 te Hoorn, †1 augustus 1846 te Beets NH). Zij trouwt in 1837 in Enkhuizen met Roelof Gast en krijgt in 1838, 1840 en 1842 een kind. Zij zijn alle drie in Lisse geboren. Het is niet waarschijnlijk dat ze in de periode dat zij in Lisse actief was, veel gewerkt heeft. In 1830 werden op een bevolking van 1520 inwoners in totaal 51 kinderen levend geboren. Ook doctor Van Dieren zal in die tijd een aantal bevallingen hebben gedaan. Het is opmerkelijk dat na het overlijden van Elisabeth Schaap vele jaren geen vroedvrouw werkzaam is geweest. In het volgende Nieuwsblad zullen we de ontwikkelingen rond doctor Van Ewijk en Metzlar verder beschrijven.

Verloskunde in de 19e eeuw

Antieke baarstoel

Tot slot nog iets over een vroedvrouw die in de eerste helft van de 19e
eeuw actief is geweest. Het beroep van vroedvrouw was één van de
weinige beroepen die door vrouwen konden worden uitgeoefend. Elisabeth Schaap (*3 januari 1775 te Amsterdam, †22 april 1846 te Lisse)
behaalt in 1808 haar afsluitend diploma tot dorpsvroedvrouw. Ze
trouwt op 13 maart 1816 in Lisse voor de kerk en voor de wet met
Jan Carl Poske. Kennelijk gaat er iets helemaal mis, want tweeënhalf
jaar later, op 12 november 1818, wordt een echtscheiding uitgesproken.
Iets dat in die tijd zeer ongebruikelijk is. Tot 1843 staat ze
in Lisse als actief vroedvrouw ingeschreven.
Van 1839 tot 1843 staat nog een tweede vroedvrouw ingeschreven:
Elisabeth Voorn (*16 september 1813 te Hoorn, †1 augustus 1846 te Beets NH).
Zij trouwt in 1837 in Enkhuizen met Roelof Gast en krijgt in 1838,
1840 en 1842 een kind. Zij zijn alle drie in Lisse geboren. Het is niet
waarschijnlijk dat ze in de periode dat zij in Lisse actief was, veel
gewerkt heeft. In 1830 werden op een bevolking van 1520 inwoners
in totaal 51 kinderen levend geboren. Ook doctor Van Dieren zal in
die tijd een aantal bevallingen hebben gedaan.
Het is opmerkelijk dat na het overlijden van Elisabeth Schaap vele
jaren geen vroedvrouw werkzaam is geweest.
In het volgende Nieuwsblad zullen we de ontwikkelingen rond
doctor Van Ewijk en Metzlar verder beschrijven

Met dank aan Ria Grimbergen

Bronnen

Chris Wolff: Casparus Henricus Wolff en Huberta Verdegaal. [2012]. PDF te raadplegen via tabel ‘Boeken’ in LisseTijdReis.
Ria Grimbergen: ‘Pareltje met een Surinaamse glans’.
In: Nieuwsblad van de Vereniging ‘Oud Lisse’. jrg. 19, nr. 4.
LisseTijdReis Archief Vereniging ‘Oud Lisse’
Boerhaave archief. Vestiging artsen en apothekers 1840-1938.
Diverse krantenadvertenties en -artikelen