PROTESTMARS IN LISSE 1968
In 1968 werd er door twee muloleerlingen een heuse protestmars georganiseerd. Aanleiding was de inval van de Sovjetunie in Tjechoslowakije. Ze zijn een beetje hardleers die Russen, gezien de situatie van vandaag de dag.
door Gerard van der Zwan
Nieuwsblad 23 nummer 3 2024
In het karakteristieke pand aan de Heereweg 343-345 dat iedereen in de Bollenstreek kent, was in de jaren zestig de Tuinbouwschool gevestigd. Officieel heette de school de ‘Rijks Middelbare Tuinbouwschool’ (RMTS), maar iedereen kende het als ‘de Tuinbouwschool’. Deze school had in die jaren, doordat de school zich geheel op de opleiding van de bollenteelt concentreerde, al veel internationale contacten. Ik herinner mij dat begin jaren zestig bijvoorbeeld een groep Israëlische studenten een cursus volgde. De staat Israël bestond op dat moment amper vijftien jaar, maar wilde in het woestijnachtige gebied, dat een groot deel van het land beslaat, ook de teelt van bloembollen ter hand nemen. De Israëlische studenten zijn niet de enige die ik me herinner. Ook uit andere, niet voor de hand liggende landen, kwamen studenten die zich middels een cursus wilden bekwamen in de teelt van bloembollen. Bijvoorbeeld uit het toenmalige Tsjechoslowakije. In de lente van 1968 vindt er in dat land een wisseling plaats in de top van de communistische dictatuur. Na korte tijd blijkt dat de nieuwe leider Dubček een frisse wind door het land laat waaien; een communisme met een menselijk gezicht. De bevolking in Tsjechoslowakije krijgt de vrijheid terug waarvan ze jarenlang verstoken is geweest. Eén van die vrijheden is de mogelijkheid te reizen naar het Westen. En ze maken er dat jaar massaal gebruik van. Zo kom ik in contact met een groep studenten uit Tsjechië die op de Tuinbouwschool een cursus volgt. Mijn vader werkt als amanuensis op de Tuinbouwschool en via hem kom ik met hen in contact. Mijn vader rijdt op dat moment in een Skoda, een auto afkomstig uit Tsjechoslowakije. De studenten zijn er zichtbaar trots op dat een product uit hun land ook in de westerse landen blijkbaar wordt gewaardeerd. Met een paar van de studenten rijden we in het mooie voorjaar van 1968 door Lisse en omgeving om ze de bollenteelt te laten zien. Ik spreek ook veel met ze over de nieuwe vrijheid in hun land, waar ze uiterst tevreden mee zijn.

Vanaf het pein voor de HBG (nu het parkeerterrein van Floralis) trok een stoet van wel 500 over het algemeen jonge mensen richting de plek waar men normaliter de oorlogsslachtoffers herdenkt. Zijn ze hardleers, die Russen ?
Dan, in de vroege morgen van 21 augustus 1968, rollen de tanks door de straten van Praag en maken een einde aan de Praagse Lente. Via de televisie ben ik er getuige van hoe de bevolking van de pas verworven vrijheid wordt beroofd en Tsjechoslowakije achter het, weer gesloten, IJzeren Gordijn verdwijnt. Nu nog voel ik de verbolgenheid die ik daarover toen ervoer, wellicht te meer ingegeven door het feit dat ik een aantal studenten uit het land had leren kennen en met sommigen ook nog een briefwisseling onderhield. Die avond van woensdag de 21ste augustus pak ik mijn fiets en rijd naar Bert de Weerd, die in de Barentszstraat woont, op nummer 60. Bert en ik zitten in de vierde klas van de mulo aan de Hyacinthenstraat, waar in die jaren Johan Segers directeur is. Samen met Bert bespreek ik vaak de wereldpolitiek en ook op die avond vinden we bij elkaar een gewillig oor om onze verontwaardiging te uiten. Maar we willen ook iets doen. Een daad stellen! Maar ja, wat doe je als twee zeventienjarigen in de Bollenstreek in Lisse, wanneer je het niet eens bent met wat er duizend kilometer verder door een grootmacht in Europa gebeurt? Al pratend komen we op een idee dat aansluit op wat in die jaren zestig als fenomeen in Europa niet ongebruikelijk is geworden: het houden van een demonstratie. We zijn het eens om een protestdemonstratie te houden. Maar hoe doe je dat? Je kan moeilijk met z’n tweeën door het dorp gaan lopen, onder de noemer ‘als alles meeloopt hebben we een demonstratie’.
Dat lopen door het dorp deden we wel vaker, maar dat had nooit de vorm van een demonstratie aangenomen. We besluiten het groots aan te pakken en de leerlingen van onze school te mobiliseren. Maar we moeten natuurlijk ook de gemeente erbij betrekken. En zo rijden we vijf minuten later op de fiets naar de Von Bönninghausenlaan, waar in het witte huis op de hoek de burgemeester woont. We bellen aan. Na een krappe minuut doet een mevrouw open, waarvan wij vermoeden dat zij de vrouw van de burgemeester is. Nadat we haar uiteen hebben gezet dat we in Lisse een protestmars tegen de inval van de Sovjet-Unie in Tsjechoslowakije willen organiseren en dat we daarvoor de gemeente toestemming willen vragen, zegt ze dat haar man niet thuis is en dat wij ons het beste de volgende dag op het gemeentehuis kunnen vervoegen. De volgende dag – donderdag – gaan we eerst naar school om ons idee met directeur Johan Segers en een paar leerkrachten te bespreken. Ons plan valt in goede aarde. Ook de schoolleiding is dermate verbolgen over wat zich in Midden-Europa de vorige dagen heeft afgespeeld, dat we voor het volgen van lessen worden vrijgesteld om onze demonstratie voor te bereiden.
En daarmee beginnen twee zeer hectische dagen. Wij verlaten de school en spoeden ons op de fiets naar het gemeentehuis. Eenmaal in het gemeentehuis merken we dat onze wens tot het houden van een demonstratie – de avond ervoor geuit tegen de vrouw van de burgemeester – reeds als een lopend vuurtje door het gebouw is gegaan en ook, zo blijkt later, het politiebureau een kilometer verder langs de Heereweg al heeft bereikt. De ambtenaren en politiemensen vinden een demonstratie gezien de aard van het protest geoorloofd, maar zien bij zo’n nieuw verschijnsel in de gemeente wel wat – logistieke – problemen en zijn er een beetje nerveus onder; je weet tenslotte maar nooit of het niet uit de hand zal lopen. Lisse is dan wel een rustig dorp in de Bollenstreek en geen Amsterdam, laat staan een Parijs, waar in mei dat jaar een studentenopstand bijna tot het einde van de Franse Republiek had geleid, maar toch.
Vervolgens moet het grote organiseren beginnen. Bert en ik rijden die middag van de 22ste augustus alle scholen in Lisse af, waar we met de verschillende schoolleidingen ons plan bespreken en vragen om hun leerlingen op te roepen aan de protestdemonstratie mee te doen. Het valt ons, misschien tegen onze verwachting in, op dat er niemand van de schoolleidingen is die zo zijn of haar twijfels heeft bij het houden van een protestmars in Lisse. Nee, allen spreken zich er direct positief over uit en zeggen hun steun toe. Het bemoedigt ons om door te gaan. Na de schoolleidingen gaan we naar het politiebureau, om met de politie te overleggen. We komen overeen dat de demonstratie
de volgende dag – vrijdag – in de avond zal plaatsvinden. Ook de route wordt afgesproken. Overeengekomen wordt dat de demonstratie begint bij de HBG aan de Haven, daarna door de Tulpenstraat, Kanaalstraat, de Van der Veldstraat, Nassaustraat en de Heereweg. Afgesproken wordt dat de demonstratie zal eindigen bij ‘Blote Bertus’, het standbeeld aan de kop van de Oranjelaan. Na het overleg met de politie fietsen we terug naar het gemeentehuis. Daar ligt inmiddels de vergunning klaar voor de protestmars. En zo krijgen we, tegen betaling van fl. 2,50 aan leges, de vergunning. Vervolgens spoeden we ons naar de AKO – een firma voor elektronische apparatuur – in de Kanaalstraat, die beschikt over een geluidswagen. Ook bij de firma AKO ontmoeten we alle medewerking, zodat we bij de protestmars kunnen beschikken over een geluidswagen, die de tocht zal begeleiden en waarmee we de menigte bij het standbeeld kunnen toespreken. De volgende dag, de vrijdag waarop de demonstratie aan het einde van de dag gaat plaatsvinden, zetten Bert en ik ons aan het schrijven van de speech die Bert bij het monument zal uitspreken. Ondertussen zijn leerlingen op scholen in Lisse begonnen met het schilderen van de spandoeken, met teksten als: “Russen dit vragen wij: laat de Tsjechen vrij”, “Tsjechen houdt moed” en “Russen tem uw communisme”. In de middag stopt voor ons huis in de Anemonenstraat het blauwe busje van de politie. Twee agenten bellen aan. Ze zijn wat nerveus nu over enige uren de demonstratie zal gaan plaatsvinden en vragen zich af of het niet uit de hand gaat lopen. Wellicht heeft de politie zich inmiddels gerealiseerd dat Bert en ik – de organisatoren – beiden zeventien jaar oud zijn en dus minderjarig. En wie is dan verantwoordelijk wanneer het fout dreigt te gaan. Het is om die reden dat de agenten, in een overigens coulant gesprek, mijn ouders duidelijk maken dat zij, omdat ik minderjarig ben, verantwoordelijk zijn voor mijn handelen. Gelukkig vatten mijn ouders het niet al te zwaar op en zijn ze er ook van overtuigd dat ik geen gekke dingen van plan ben en gaan ze akkoord met het op zich nemen van de verantwoordelijkheid.
Op het moment dat de demonstratie van start gaat, blijken 500, vooral jonge, mensen mee te lopen van het HBG-plein naar het bevrijdingsbeeld aan de kop van de Oranjelaan. Bert spreekt de menigte toe en maakt een vergelijking met de inval van Duitsland in Tsjechoslowakije in 1938, op dat moment dertig jaar geleden. In de plaatselijke en regionale pers wordt van de protestdemonstratie melding gemaakt en wordt de waardige wijze waarop zij verliep alsook de goede organisatie geprezen. Na afloop van de demonstratie versturen Bert en ik op zaterdag om 11 uur een telegram naar de Tsjechoslowaakse ambassade. Dat is nog even puzzelen. Een lang telegram brengt nogal wat kosten met zich, dus willen we de tekst zo kort mogelijk houden, immers het telegram moet van ons zakgeld worden betaald. En zo wordt het volgende telegram verstuurd: “Lisse demonstreert: – 500 man – houdt moed!” Er zullen ongetwijfeld in Lisse nog oud-scholieren leven die als één van de 500 deel hebben genomen aan die gedenkwaardige protestmars op vrijdag 23 augustus in 1968, nu meer dan een halve eeuw geleden, die de eerste en zo ver ik weet tot nu toe ook de laatste protestdemonstratie is in de geschiedenis van Lisse.



