Slag bij het Manpad in Lisse?

In Heemstede op de hoek van de Manpadslaan  staat een herdenkingsnaald, waarmee de slag tussen de Vlamingen en de Hollanders wordt herdacht. Maarten van Bourgondiën meent dat de slag ook in Lisse kan hebben plaatsgevonden aan de hand van een kroniek uit de 15e eeuw, de Johan Huyssens van Kattendijke kroniek. Deze kroniek wordt uitgebreid behandeld.

door Maarten van Bourgondiën

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 4, oktober 2009

Inleiding

Op de hoek van de Manpadslaan te Heemstede bevindt zich een herdenkingsnaald waarmee onder andere wordt herdacht dat daar op 25 april 1304 strijd werd geleverd tussen Vlamingen en Hollanders. Dat Holland en Vlaanderen in deze tijd in oorlog met elkaar waren lijdt geen twijfel. Het is echter nog maar de vraag of deze zogenoemde “Slag bij het Manpad” uit 1304 ooit heeft plaatsgevonden. Daarnaast bestaat er ook onzekerheid over de locatie van deze slag. De kroniekschrijver Johannes a Leydis maakt in een uit omstreeks 1490 daterende kroniek melding van de gebeurtenissen in 1304. Hij is de eerste die expliciet spreekt over de “Slag bij het Manpad”. Johannes a Leydis was kloosterling (en later ook prior) van het klooster van de Karmelieten te Haarlem, en zal bij het schrijven van zijn kroniek het “Manpad” in Heemstede voor ogen hebben gehad. Dit oude pad wordt namelijk al in de tweede helft van de veertiende eeuw als zodanig aangeduid en stond ook in de zestiende eeuw bekend als het “Mannepat”. [1]

Herdenkingsnaald aan de Manpadslaan te Heemstede (foto auteur).

In dit artikel wil ik een andere vijftiende-eeuwse kroniek behandelen die eveneens melding maakt van de veldslag uit 1304, maar daarbij met geen woord rept over het Manpad. Er wordt namelijk een heel andere locatie genoemd: Lisse! Het gaat om de zogenoemde “Johan Huyssen van Kattendijke-kroniek”. Deze kroniek van de geschiedenis van Holland, Zeeland, West-Friesland en het Sticht Utrecht werd geschreven aan het eind van de vijftiende eeuw en was in 1614 eigendom van Johan Huyssen van Kattendijke. [2] De tekst van deze kroniek lijkt gebaseerd te zijn op het Gouds Kroniekje uit circa 1440. Dat is niet alleen de eerste kroniek waarin wordt gesproken over een veldslag in 1304 tussen Vlamingen en Hollanders op Hollands grondgebied, maar tevens de eerste kroniek waarin Lisse wordt vermeld als locatie van deze veldslag. Om de verwarring over de exacte locatie compleet te maken, wil ik tot slot nog even melden dat de uit 1517 daterende Divisiekroniek de veldslag uit 1304 niet in Lisse of bij het Manpad plaats laat vinden, maar in Hillegom. [3] Dat alle drie de bovengenoemde locaties aan de Heereweg gelegen zijn, is volgens mij geen toeval. Tijdens hun tocht door het graafschap Holland zullen de Vlaamse soldaten zeker gebruik hebben gemaakt van deze belangrijke verbindingsweg tussen Leiden en Haarlem. Een eventuele veldslag zal dan ook hoogstwaarschijnlijk op of nabij de Heereweg zijn geleverd.

Strijd om Zeeland

Nadat de Vlamingen in 1302 tijdens de beroemde Gulden Sporenslag een leger van de Franse koning vernietigend hadden verslagen, zagen zij hun kans schoon en vielen zij Zeeland binnen. De heerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde werd namelijk al eeuwenlang betwist door de Hollandse en Vlaamse graven. [4] In 1303 werd Zierikzee belegerd door de Vlamingen. Een wapenstilstand bracht tijdelijk enige rust, maar toen het bestand in maart 1304 afl iep volgde een nieuwe Vlaamse inval waarbij Zierikzee voor een tweede maal werd belegerd. Daarnaast trok een deel van het Vlaamse leger het graafschap Holland binnen en veroverde daar stad na stad zonder daarbij op al teveel tegenstand te stuiten. Ook de stad Utrecht viel in Vlaamse handen. Alleen Dordrecht en Haarlem wisten de Vlaamse soldaten buiten de poorten te houden. Ondanks deze successen vertrokken de Vlamingen nog geen maand later ineens hals over kop uit Holland. Dat zou het gevolg zijn geweest van de slag bij het Manpad, waarbij de Hollanders onder leiding van Witte van Haamstede het Vlaamse leger in de pan hakten.

Slag bij Lisse

Witte van Haamstede was een bastaardzoon van de in 1296 vermoorde graaf Floris V (verwekt bij een dochter van de heer van Heusden). Volgens de Kattendijke-kroniek wist hij tijdens het tweede beleg van Zierikzee met een bootje te ontsnappen, waarna hij met een klein aantal manschappen bij Zandvoort landde en naar Haarlem trok. Daar ontrolde hij zijn banier met daarop de rode leeuw van de graven van Holland. Volgens Witte van Haamstede was het een grote schande dat men Holland zomaar zonder slag of stoot opgaf. Zijn toehoorders waren het daarmee hartgrondig eens en ook uit de directe omgeving kwamen al snel vele mensen naar Haarlem die mee wilden helpen om de Vlamingen gewapenderhand uit Holland te verdrijven. Onder leiding van Witte van Haamstede verlieten zij Haarlem, waarna zij “te Lis” een grote groep Vlamingen tegen het lijf liepen. Er volgde een hevig gevecht dat overtuigend door Witte van Haamstede werd gewonnen. Volgens de Kattendijke-kroniek vonden daarbij zoveel Vlamingen de dood dat men de tel is kwijt geraakt. De wapenuitrusting en kleren van de gedode Vlaamse soldaten werden op een grote hoop gegooid: “Dit sel een teyken wesen dat den Vlaminghen den wech wijsen sel op een ander tijt als zij wedercommen sellen” [dit teken – de stapel wapenuitrustingen en kleren – zal de Vlamingen de weg wijzen als zij in de toekomst ooit nog eens terugkeren in Holland]. Na deze glorieus gewonnen veldslag kwamen de door de Vlamingen veroverde Hollandse steden in opstand tegen hun bezetters en duurde het niet lang voordat de laatste Vlaamse soldaten uit het graafschap verdreven waren.

Feit of mythe?

Dat is in ieder geval wat de Kattendijkekroniek en andere vijftiende-eeuwse kronieken ons willen doen geloven. Tegenwoordig wordt echter ernstig betwijfeld of de slag bij het Manpad wel heeft plaatsgevonden. Zo is het opvallend dat twee kroniekschrijvers die de Vlaamse inval van 1304 min of meer als tijdgenoten hebben meegemaakt (Melis Stoke en Willem Procurator) in hun geschiedwerken nergens melding maken van een speciale bevrijdingsslag op Hollandse bodem. Zij vertellen wel dat Witte van Haamstede naar Haarlem trok en daar vreugdevol werd ontvangen (waarna diverse Hollandse steden in opstand kwamen), maar een slag bij het Manpad wordt niet genoemd. Dat geldt eveneens voor de kort na 1346 voltooide “Croniken van den Stichte van Utrecht ende van Holland” (geschreven door Johannes de Beke). Daarin reist Witte van Haamstede wel via Zandvoort naar Haarlem, alwaar hij hulp krijgt van de Kennemers en West-Friezen, maar vervolgens wordt slechts in algemene termen verteld dat zij er met schepen en paarden op uit trokken om de door de Vlamingen gegijzelde personen te bevrijden, waarbij zij alle Vlaamse soldaten doodsloegen die zij onderweg tegenkwamen. Dit lijkt dus meer te wijzen op verschillende kleine schermutselingen en niet op één beslissende veldslag. Daarnaast is het opvallend dat in de Lissese geschiedenis nergens verhalen opduiken die (heel in de verte) verwijzen naar een beroemde slag die bij dit dorp plaats zou hebben gevonden. Volgens de kronieken uit de vijftiende eeuw moet het een indrukwekkende strijd zijn geweest: zo’n veldslag waarvan je verwacht dat die van generatie op generatie door wordt gegeven en op die manier in het collectieve geheugen van de dorpelingen blijft zitten. Tot nu toe is er in de Lissese archieven (of in de archieven van naburige dorpen) echter niets gevonden dat in die richting wijst. Doorslaggevend bewijs tegen de slag bij het Manpad is dat natuurlijk niet: archiefstukken kunnen verloren zijn gaan en er zijn wel meer belangrijke gebeurtenissen uit het collectieve geheugen van de Lissenaren gewist. Zo is het bijvoorbeeld aan de geschriften van de abdij van Egmond te danken dat wij tegenwoordig op de hoogte zijn van het feit dat in 1182 in Lisse met veel pracht en praal het huwelijk werd gevierd van Margaretha van Holland (dochter van graaf Floris III en Ada van Schotland) en Dirk van Kleef. [5] In de Lissese archieven is hierover namelijk niets meer terug te vinden. Vlaamse kroniekschrijvers uit de veertiende eeuw reppen eveneens met geen woord over een veldslag op Hollands grondgebied. Zij geven de Frans-Hollandse overwinning in de zeeslag van 10 augustus 1304 bij Zierikzee als reden voor de defi nitieve nederlaag van het Vlaamse leger. [6] Daarnaast ontbreken in de doorgaans zeer gedetailleerde Vlaamse stadsrekeningen posten die verband zouden kunnen houden met oorlogshandelingen in het graafschap Holland. Mr. J.W. Groesbeek bespreekt in zijn boek over de geschiedenis van Heemstede twee oorkonden uit 1306, waarin Haarlem en naburige dorpen verklaarden dat zij doden en gewonden te betreuren hadden in de strijd tegen de Vlamingen en dat zij daarnaast ook materiële schade hadden geleden. [7] Dat wijst wel op oorlogshandelingen, maar vormt op zichzelf geen overtuigend bewijs dat de slag bij het Manpad daadwerkelijk plaats heeft gevonden. Zo ontbreekt in de bovengenoemde oorkonden bijvoorbeeld het dorp Lisse, terwijl daar volgens diverse kronieken toch ook strijd zou zijn geleverd. Daarnaast is ook nergens iets terug te vinden over een beleg van het slot Teylingen. Dit was veruit het belangrijkste militaire steunpunt tussen Leiden en Haarlem. Zouden de Vlamingen dat zomaar zonder slag of stoot in Hollandse handen hebben gelaten? Of vormden kastelen als Teylingen misschien geen bedreiging meer omdat de garnizoensbezetting verzwakt was vanwege de strijd in Zeeland?
Een ander punt dat twijfel zaait over de betrouwbaarheid van de vijftiendeeeuwse kronieken is het zelfstandige en krachtige optreden van Witte van Haamstede. Met het kinderloos overlijden van graaf Jan I (zie onderstaande fragmentgenealogie) kwam het graafschap Holland via de zus van graaf Willem II in handen van de graven van Henegouwen uit het huis van Avesnes. Indien Witte van Haamstede door de bevolking zou worden beschouwd als de grote bevrijder van Holland bestond het risico dat de Avesnes het graafschap weer kwijt zouden raken aan deze buitenechtelijke nakomeling van graaf Floris V (die als bastaardzoon eigenlijk niet voor opvolging in aanmerking kwam). In navolging van een kroniekfragment uit de periode 1337-1350 gaat de historicus F.W.N. Hugenholtz er dan ook van uit dat Witte van Haamstede pas in Holland arriveerde nadat de steden in opstand waren gekomen. [8]

Conclusie

Hoewel het een mooi en meeslepend verhaal is, hoeven we in Lisse nog niet meteen een monument op te richten om de veldslag uit 1304 te herdenken. Wat de slag bij het Manpad betreft is er namelijk voldoende reden om aan de betrouwbaarheid van de vijftiende-eeuwse kronieken te twijfelen. Misschien was er ook niet één grote veldslag, maar ging het om een serie kleine schermutselingen, die later door kroniekschrijvers zijn samengevoegd tot één heroïsche slag bij het Manpad. Dat zou in ieder geval al die verschillende locaties verklaren. Gezien de periode waar het om draait, zal het erg moeilijk zijn om nieuwe aanwijzingen te vinden die iets meer kunnen zeggen over deze veldslag. Zolang concrete bewijzen uitblijven, kunnen we het verhaal dan ook het beste beschouwen als een leuke anekdote in plaats van een historisch feit.

Noten

[1] Mr. J.W. Groesbeek. Heemstede in de historie, leven, werken, handel en koehandel in de woonplaats van Emece (z.pl. 1972) 39.

[2] Antheun Janse en Ingrid Biesheuvel, Johan Huyssen van Kattendijkekroniek. Die historie of die cronicke van Hollant, van Zeelant ende van Vrieslant ende van den Stichte van Utrecht Rijks Geschiedkundige Publicatiën Kleine Serie nr. 102 (Den Haag 2005).

[3] F.W.N. Hugenholtz, “Historie en historiografi e van de slag aan het Manpad (1304)”, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1953-1955), 31-47, aldaar 39.

[4] Ibidem, aldaar 32.

[5] Marijke Gumbert-Hepp, J.P. Gumbert en J.W.J. Burgers, Annalen van Egmond. De Annales Egmundenses tezamen met de Annales Xantenses en het Egmondse Leven van Thomas Becket Middeleeuwse Studies en Bronnen CVII (Hilversum 2007) 277.

[6] Hugenholtz, Historie en historiografi e, 31-47, aldaar 37-38.

[7] Groesbeek, Heemstede in de historie, 23. [8] Hugenholtz, Historie en historiografi e, 31-47, aldaar 43-44. Het is overigens nog interessant om te vermelden dat Arend van Haamstede, zoon van Witte van Haamstede, vanaf 30 maart 1339 enige tijd ambachtsheer van Hillegom en De Vennip is geweest.