SOMS SCHAAMT MEN ZICH LISSER TE ZIJN; De rommeling. (108)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

Het Grachthuisje is gesloopt, 1978. Daar kan Lisse nu toch echt trots op zijn, want slopen is flink. Met kapotmaken en slopen laat je pa zien dat je een grote jongen wordt. De stadsjeugd doet volop eraan mee: ruiten ingooien, brand stichten, krassen, schreeuwen, met lappen lopen, dat is pas echt, dat heet tegenwoordig “de­mocratisch”. Dan ben je wat! De autoriteiten doen soms ongeveer het­zelfde. Oude huizen moeten opgeruimd. Waarom? Ze staan het verkeer in de weg. En als er daar nu haast geen verkeer is? Dan zullen ze wel iets anders in de weg staan. En als ze nu historische waarde heb­ben? Hebben geen waarde! En als er nu mensen zijn die ze graag willen behou­den? Daar hebben we niets mee te maken. De heren Maes en Mosseveld hebben res­tauratietekeningen gemaakt, die de vol­ledige instemming hebben van Monumen­tenzorg. Die hebben toch geen cent. En als er in de raad nu tegenstemmers zijn? Krijgen ze de kans niet toe.

…… Onvrucht­bare discussie ……

Toen heeft een roepende in de woestijn onderstaande regels naar de krant ge­stuurd.

Belangrijke adviezen voor de ouders met opgroeiende kinderen

Stuk voor stuk redelijke argumenten voor het slopen van oude bouwwerken. (Eventueel ook te gebruiken op fractie­bijeenkomst of partijvergadering).

Het zou kunnen gebeuren, dat uw kinderen later wat oude foto’s, ansichtkaarten zien en tot de conclusie komen, dat hun wereld er eigenlijk veel minder aardig uitziet, dan de uwe er uitzag. Dat er toch wel erg veel waardevols uit het verleden is ver­dwenen. Dat er toch wel erg veel histori­sche dingen zijn gesloopt.

Hieronder volgen een aantal redelijke ar­gumenten, die u in de daaropvolgende discussie met uw kinderen kunt gebruiken. Houd ze bij de hand voor later. Alle kans dat u ze hard, heel hard, nodig zult hebben. Misschien ook tijdens een gemeenteraads­vergadering.

  1. Er moest ruimte geschapen worden voor woningbouw.

In de jaren na 1945, zo zegt u tegen uw kinderen, nam het aantal Nederlanders drastisch toe. Daarvoor waren woningen nodig. Hele nieuwe steden hebben we uit de grond gestampt.

  1. Er moesten zo veel belangrijke dingen gebeuren dat er geen geld overbleef voor restauratie.

Hier kunt u — met reden nog steeds — za­ken opvoeren als het onderwijs en onder­wijsvernieuwingen, de sociale verzekerin­gen en misschien het defensieapparaat.

  1. Nederland was onleefbaar geworden, als er geen goede verkeers- en vervoersvoorzie­ningen waren getroffen.

Even aanstippen bij dit punt, dat het wegvervoer voor Nederland een belang­rijke bron van inkomsten betekent. En dat er een chaos was ontstaan, zonder behoor­lijk Openbaar Vervoer. Daarmee moet toch minstens het verlies van zo’n 30.000 oude huizen al zijn goedgepraat.

  1. Er was zo veel parkeerruimte nodig.

Hier ziet ieder weer ogenblikkelijk de logi­ca van in, want iedere winkelier wil natuur­lijk de auto’s zo dicht mogelijk bij de zaak hebben. Zeg ernstig en met overtuiging: “Middenstandsbelang is ons aller belang!” “Of ook: “Ja, het bankwezen heeft voor­rang!”

  1. Om Nederland werk en brood te geven was industrialisatie nodig.

Een argument waarvan de validiteit buiten kijf staat. Roep in dit verband eventueel uit: “Een volk dat aan zijn toekomst bouwt ruimt op wat de vooruitgang in de weg staat”.

Het lijkt onwaarschijnlijk, dat uw kinderen de redelijkheid van deze argumenten — vooral als u ze maar vaak genoeg herhaalt — niet zullen inzien. Maar het is even onwaar­schijnlijk, dat zij erdoor overtuigd zullen raken. Want veel redelijkheden te samen kunnen een onredelijk geheel opleveren. En de kinderen van tegenwoordig zien dat. Laten we er verzekerd van zijn, dat we ons­zelf misschien nog kunnen overtuigen, maar onze kinderen niet meer! Om over onze kleinkinderen maar te zwijgen ……

Of het helpt? Steeds maar krantengeschrijf. Een lang, gedocumenteerd artikel in “Hol­land” van februari 1976. De Heer M. van Hemert te Alphen, rayonambtenaar van Monumentenzorg, biedt aan om de autori­teiten, de Gemeenteraad, politieke partijen, raadsfracties, verenigingen, privépersonen, wie of wat ook ‘at any time and at any place’ de gewenste voorlichting te ko­men geven. Ook aangaande de financiën. Dat wordt genoegzaam bekend gemaakt. …… Niemand meldt zich, geen partij, geen vereniging, geen club, geen enkel per­soon, helemaal niemand!! De Lissers hoe­ven het niet te weten. Ze weten zelf ge­noeg. Veel weten is maar lastig. Kennis van zaken remt de besluitvaardigheid. De Bond Heemschut, de zo kundige vereni­ging onder bescherming van Hare Majes­teit de Koningin stuurt een brief naar de Raad. “Ik geloof, dat dat mensen zijn die zich bezig houden met oude dingen”, aldus de voorzitter. Oud-Leiden idem. “Daar hebben ze zelf oude rommel genoeg”. Doorduwen, stemmen. Enige da­gen later een bulldozer. Weg! En nu al meer dan drie jaar een kale vlakte.

Je geneert je Lisser te wezen. Je bent machteloos. Je probeert het naar buiten nog wat goed te praten. “Ach, zeg maar niets”, zegt professor Dinges, “we begrij­pen het wel, zo zijn ze daar” …… Toen werd uit de gemeenschappelijke pot het “Kupershuusje” in Bredevoord gerestau­reerd, dat erg veel op het Grachthuisje leek. Ze hebben daar niet eens “Dank U wel” tegen Lisse gezegd.

Bekrompen Lisse, ellendig gaapstokken-land!